Taaldingetjes

Wat is eigenlijk een dingetje?

Ik herinner me dat ik eens in een ijzerwinkel stond, zoeen waar de verkopers stofjassen droegen. Achter de toonbank stonden houten kasten met honderden houten laatjes waarin de ijzerwaren netjes waren gesorteerd. De klant die voor mij aan de beurt was vertelde dat ze van haar man zo’n dingetje moest halen voor de wasmachine. De winkelier keek haar zwijgend aan, hij vond waarschijnlijk dat zij het gevraagde artikel wat te vaag omschreef. Omdat ik mijn aandacht moest verleggen naar de andere verkoper, die vroeg of hij mij kon helpen, ben ik er niet achter gekomen of de vrouw uiteindelijk kans heeft gezien het gewenst onderdeel te bemachtigen.

Dingetje wordt ook vaak gebruikt door mensen die oud beginnen te worden. Ze kunnen niet op het juiste woord komen en vervangen het dan door dit soort verzamelnamen. Ze rekenen erop dat de ander wel zal begrijpen wat bedoeld wordt. (Ter variatie kan ook het woord dinges gebuikt worden en als men niet op de naam van een persoon kan komen wordt die vervangen door jeweetwel, of die ene). Als de toegesprokene niet meteen weet wat of wie bedoeld wordt volgt vaak nog een verduidelijking, die nog vager is dan de eerste aanwijzing en dus jammer genoeg niet altijd het gewenst effect heeft (“Je weet wel, die ene acteur, die met dat haar!”)

Collignon 50

Wat opvalt is de geïrriteerde intonatie die bij het gebruik van deze termen hoort, alsof eigenlijk niet de spreker, maar de luisteraar ervoor verantwoordelijk is dat hier niet glashelder gecommuniceerd wordt.
De verwarring is natuurlijk compleet als beide gesprekspartners het moeilijk vinden op het juiste woord te komen.

Ten slotte wordt het woord nog weleens gebuikt om aan te geven dat er wellicht een kink in de kabel zit. “Dat hij geen rijbewijs heeft is misschien toch wel een dingetje”.

Ik gebruik het woord hier als verzamelnaam voor dingen die mij opvallen op taalgebied. Soms vind ik ze grappig, vaak erger ik me.
Ik heb taal en het gebruik ervan altijd interessant gevonden.  Hier een paar dingetjes.

Steekpartij

Je hoort dit woord vaak. Als ik me probeer voor te stellen wat de aard is van de gebeurtenis die door dit woord wordt beschreven vind ik het een raar woord. Het woord partij suggereert in de eerste plaats dat er sprake is van een wederzijds proces: alsof iedereen aan het steken is. Het arme slachtoffer (dat wellicht niet eens in het bezit was van een steekwapen) krijgt hierdoor haast de rol van medeplichtige. Ten tweede zit er ook een feestelijke klank aan: vroeger werd een kinderfeestje ook wel partijtje genoemd en we kennen natuurlijk het Engelse woord party.

Ongeluk

Wat wel een bijzonder rake typering is voor een akelige gebeurtenis in het verkeer, is het woord ongeluk.

Als je kijkt naar de krankzinnige manier waarop wij ons met hoge snelheden plegen te verplaatsen is het inderdaad een geluk als je ongedeerd op de plaats van bestemming aankomt. Het gaat verbazend vaak nog net goed.
Als het dus een enkele keer misgaat spreken we van ongeluk, je hebt dan dus even geen geluk.

IJslands commentaar

Op youtube staat een grappig filmpje: we horen het commentaar van een IJslandse voetbalverslaggever en zien Nederlandse ondertitels.
Iemand heeft opgeschreven wat er (volgens hem) gezegd wordt en inderdaad, met een beetje goede wil hoor je wel wat overeenkomsten.

Het klinkt een beetje vreemd, maar ik vermoed dat je zo’n mamma-appelsap* interpretatie alleen kan toekennen aan een vreemde taal als je weinig taalgevoel hebt.
Wie wel taalgevoel heeft zal altijd bewust of onbewust zoeken naar een mogelijk overeenkomstige taalstam. Als ik het Franse woord château hoor krijg ik de associatie met het Engelse castle en het Nederlandse kasteel. Ik kan een woord niet zonder “lading” horen, ik zal het altijd proberen te matchen met woorden uit mijn eigen woordenschat of met mijn algemene (taal)kennis.

Dit is de reden dat ik het heel erg vermoeiend vind te kijken naar een film waarin een voor mij volkomen onbekende taal wordt gesproken. Mijn arme hersens proberen voortdurend betekenis te geven aan de klanken, maar slagen hier niet in.
Bij Scandinavische talen herken je af en toe gelukkig wel wat, bij andere talen, zoals het Chinees, is dat nooit het geval.
Wat hierin ook een rol speelt, is dat je een zekere huiver hebt de betekenis van een woord te raden omdat het lijkt op een Nederlands woord. Dat levert vaker een slechte vertaling op dan een goede. Toen iemand me vertelde dat Staubsauger het Duitse woord is voor stofzuiger geloofde ik hem niet.

Je moet dus een zekere onbevangenheid hebben en je taalgevoel kunnen uitschakelen om een geestig filmpje zoals dit te kunnen maken.

 

*Mamma appelsap: zo wordt dit grappig ondertitelen genoemd.  Michael Jackson zong mama say mama sa, dit werd mamma appelsap.
Er is ook een officiële term voor: mondegreen.

Mijn honderdste blog

In januari 2016 besloot ik te gaan bloggen.

DSC_0001

Ik houd van schrijven, maar vind het belangrijk om het “ergens voor te doen”. Een dagboek bijhouden, of verhalen schrijven die allemaal in de bureaulade belanden heeft voor mij niet veel aantrekkingskracht. Ik schreef af en toe een artikel voor de krant en werd meerdere malen gepubliceerd. Een krant stelt als eis dat het stuk moet bijdragen aan de discussie, er moet dus altijd een link inzitten met een actuele kwestie. Verder moet het natuurlijk goed geschreven zijn. Soms kreeg ik een afwijzing, die altijd heel beleefd werd toegeschreven aan plaatsgebrek.
De eminente redacteur van BON was duidelijker:

Ik reken je stuk tot het lichte genre lifestyle. Dit kan diverterend zijn maar is wetenschappelijk van weinig waarde.

Een blog is dus een ideaal platform voor iemand zoals ik: ik ben op mijn blog niet afhankelijk van anderen, ik kan experimenteren met vorm en ik heb een kleine schare geïnteresseerde lezers. Aan dat kleine groepje heb ik genoeg, ik vind het volstrekt niet belangrijk om heel veel hits op internet te krijgen.

Vandaag verschijnt mijn honderdste bericht, een goede gelegenheid even stil te staan en te reflecteren.

Het begin

Ik had me goed voorbereid toen ik begon, ik had een paar boekjes gelezen en uitgezocht hoe het technisch in elkaar zat. Ik kwam terecht bij Xelmedia, die zorgden voor een hosted domain (Martinhoudthetbij.nl) en de installatie van WordPress. Ze rekenen hiervoor het bescheiden bedrag van 12 euro per maand en hebben een prima telefonische hulpdienst (waar ik in het begin heel veel gebruik van heb gemaakt). Je krijgt een heel aardige jongen aan de telefoon met veel kennis van zaken. Ze nemen zelfs af en toe van afstand je hele computer over als dat handig is.

Ik koos mijn thema (hoe moet je blog eruit zien?) en ben er inmiddels achter dat er wel wat beperkingen zijn. Ik kan op grafisch gebied niet veel (ik kan geen ander lettertype gebruiken dan dit, ik kan geen tabelletjes of grafieken invoegen) en er is ook een uploadlimiet.

Ook maak ik amper gebruik van SEO (Search Engine Optimization). Deze service helpt je de berichten zo vorm te geven dat ze hoog in de zoekmachines komen. Dit heeft weer als gevolg dat je site veel bezoekers trekt, belangrijk als je commerciële doelen hebt.

DSC_0004Ik liet mooie visitekaartjes drukken. Ik mocht ze zelf vormgeven, dus koos ik voor mijn lievelingsletter (de Gill) en als afbeelding een detail van ons glas-in-loodraam.
Op dit kaartje noem ik mijzelf publicist en blogger. Ik vond dat deze omschrijving wel op mij van toepassing was. Publicist betekent: bescheiden schrijver en ik zou mijzelf als blogger gaan bewijzen.

Ik begon naar hartenlust te posten (gemiddeld 16 keer per maand) en deed mijn best de berichten aantrekkelijk te maken met foto’s en linkjes. Ik ontdekte dat ik me helemaal geen beperkingen hoefde op te leggen: ik schreef over van alles en liet me leiden door wat me op dat moment bezighield.

DSC_0003Iedere keer als ik een ingeving had voor een interessante post schreef ik enkele steekwoorden op in een klein notitieboekje. Ik probeerde wat vaker mijn camera paraat te hebben voor interessante foto’s. Ik legde een map aan voor knipsels en plaatjes.

DSC_0005

 

Gaandeweg ontwikkelde ik voor mezelf wel wat spelregels.

Wat wel?

  • Mijn stukken zijn altijd persoonlijk. Ik schrijf geen scriptie, geen wetenschappelijk verhandeling, ik hoef niet volledig te zijn.
  • Veel stukken hebben de vorm van een column, maar de vorm is vrij. Ze zijn bijna altijd opiniërend, maar een beetje nostalgie mag ook best.
  • Het taalgebruik moet zorgvuldig zijn, de inhoud van goede kwaliteit.
  • Interessante foto’s en relevante links.

Wat niet?

  • In mijn introductietekst gebruik ik de analogie: een blog is een goed gesprek, op Facebook wordt gebabbeld. Posts mogen niet een te hoog Facebookgehalte hebben. (Soms kom ik gevaarlijk dicht in de buurt…)
  • Geen Wikipedia rehash. Als de lezer op zoek is naar feiten moet hij die zelf zoeken.
  • Geen willekeurige afbeeldingen als bladvulling.
  • Geen hoge zuurgraad, (hoewel hier heel vaak aanleiding toe is!)

Reacties

Waar Facebook zijn ontstaansrecht ontleent aan het voortdurend op elkaar reageren ligt de drempel bij een blog hoger.
(Een van mijn trouwste lezers is mijn zus, zij reageerde aanvankelijk onbekommerd volop, zoals ze dat ook op Facebook gewend was. Ze is daarmee gestopt toen ik me liet ontvallen dat veel bloggers te kampen hebben met het enthousiasme van hun trouwste fan: hun moeder. De onze leeft niet meer, maar zij nam die rol goed over…)

Ik weet niet goed hoe het komt dat er relatief weinig reacties komen, ik vind het natuurlijk wel heel leuk!

Hoe lang kan een bericht zijn?

Lezen wordt voor steeds meer mensen een probleem. Je vindt bij sommige onlinepublicaties in de zijbalk een vermelding van de tijd die nodig is om het stuk te lezen. Je kunt dan zelf beslissen of je die tijd gaat nemen.

Ik ben niet van plan mijn lezers op deze wijze behulpzaam te zijn, ik ga er natuurlijk van uit dat al mijn posts zo interessant zijn dat iedereen ze ademloos uitleest.
(De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik zelf liever van papier dan op scherm lees…)

Hoe nu verder?

Ik vind het nog steeds heerlijk om te schrijven en denk dat mijn blog nog wel een tijdje zal bestaan. Ik weet niet of ik het vol zal houden iedere maand 16 berichten te plaatsen.
We gaan binnenkort drie weken met de caravan weg, ik denk dat ik in die periode niet zal posten.

Waarom word je geen schrijver?

Als je veel schrijft denk je er ook weleens aan of je het niet voor je brood zou willen/kunnen doen.

Nog afgezien van de vraag of iemand je zou willen publiceren is er de kwestie van kwaliteit.

Na 100 blogs ben ik erachter dat schrijven toch vooral een kwestie is van hard werken en veel schrappen. Af en toe heb ik een passage geschreven die ik zelf echt goed vond, of mooi. Als ik al mijn stukken op dit niveau zou willen brengen zou ik er veel meer tijd in moeten steken dan nu, ik zou voortdurend moeten herschrijven.

Daar ben ik te lui voor, er schuilt dus niet een echte schrijver in mij, maar wel een bonafide blogger!

Ik bedank hierbij mijn trouwe volgers  en spreek de hoop uit dat zij mij nog lang zullen lezen.

DSC_0002

Totaal aantal bezoeken tot vandaag: 2535
Meest gelezen bericht: 59 keer (kleine criminaliteit).
Aantal reacties: 43

Brexit

Hoewel ik geen grote fan van de Europese Unie ben vind ik het wel teleurstellend dat Engeland eruit gestapt is.

De omstandigheid dat 52 procent van de Britse stemmers vóór gestemd heeft is een manifestatie van een ontwikkeling die al wat langer bestaat, en die ook in Nederland flink in opkomst is, die van bange, verongelijkte mensen die denken de gevestigde orde op een heel slimme manier een hak te zetten.

In Engeland gaf dit referendum hun nu die gelegenheid,  in andere landen grijpen domme, makkelijk beïnvloedbare mensen elke kans aan hun stem (waarvan ze denken dat die origineel is en van henzelf) te laten horen.

Ze verkeren in de veronderstelling dat ze op deze manier een verandering kunnen bewerkstelligen die voor hen gunstig uitpakt: de redding is nabij als we teruggaan naar vroeger, als “onze mensen” het voor het zeggen krijgen.

Er zijn natuurlijk altijd bange, ontevreden mensen geweest, maar hun invloed is altijd marginaal geweest omdat er de dempende werking van de democratie is (zie eerst maar eens een zetel te veroveren) en vanwege de kritische rol van de pers: leugens worden aan de kaak gesteld en wie onzin verkondigt krijgt geen podium.

Er was (tot op zekere hoogte) ook een fatsoensnorm: sommige dingen zeg of doe je niet.

Er zijn echter twee factoren tamelijk nieuw: de opkomst van de nieuwe media (Facebook) en gewetenloze politici die angst en onzekerheid aanwakkeren uit puur electorale overwegingen.

Op internet heeft iedereen een stem, iedereen kan de grootst mogelijke onzin uitkramen en krijgt prompt volgers. Er is geen enkele remming meer, elke grote bek kan zijn ideeën kwijt en veel mensen missen elk vermogen zin van onzin te onderscheiden en belonen de opstellers met instemming en likes.

(Als mensen gevraagd wordt waar ze hun opvatting of overtuiging op gebaseerd hebben wordt steeds vaker Facebook genoemd als betrouwbare bron).

Hier worden vooroordelen bevestigd en haat verder aangewakkerd. Voor een verstandig tegengeluid is geen plaats.

Politici als Wilders en (in mindere mate) Roemer spelen heel handig in op de onzekerheid en angst en houden de mensen voor de gek. Ze pretenderen dat ze een oplossing hebben voor maatschappelijke problemen, maar hun plannen en ideeën zijn volstrekt niet realistisch. Ze weten dat ze hopeloos door de mand zouden vallen als ze werkelijk regeringsverantwoordelijkheid zouden krijgen maar doen alsof ze niet kunnen wachten op een plek in het kabinet.

Politici hebben natuurlijk het recht hun mening te verkondigen, maar het wordt ronduit gevaarlijk als ze tornen aan de basis van onze parlementaire democratie en rechtstaat: Wilders geeft voortdurend af op de Haagse elite (waarmee hij dan doelt op regering en parlement, terwijl hij van het laatste zelf deel uitmaakt). Verder diskwalificeert hij de rechtspraak en geeft af op media die hem kritisch benaderen.

In Amerika is Trump een grotesk voorbeeld van dit soort politicus in overtreffende trap.

Je kunt het de doorsnee burger die bang is en die zich niet gehoord voelt niet kwalijk nemen dat hij achter de demagogen aanloopt.
Ik vind het dieptreurig dat veel mensen zo weinig invoelingsvermogen hebben dat ze niets over hebben voor vluchtelingen, maar dit is hun recht.

Maar mensen die het democratisch proces verstoren (de luidruchtige demonstraties tegen asielcentra) moeten wel heel hard worden aangepakt.

Wat kunnen we doen tegen politici die hun positie misbruiken, ronduit leugens verkopen om meer stemmen binnen te halen en hiermee de gevoelens van onzekerheid en angst willens en wetens vergroten?

Je zou kunnen zeggen: de pers moet hen ontmaskeren. Maar de rol van de pers wordt steeds kleiner, ze bereiken steeds minder mensen. Ook hier is sprake van machtsmisbruik (Geen Stijl).

Wat kunnen we wel doen om het tij te keren?

  • Politici moeten heel duidelijk stelling kiezen en onophoudelijk de stem van de rede tegenover die van de demagogen stellen.
  • Politici moeten zelf het goede voorbeeld geven, ze moeten zich aan hun woord houden en onkreukbaar zijn. Alleen op die manier kan het vertrouwen in de democratie weer toenemen.
  • Stem op een partij die een verstandig geluid laat horen.

Ten slotte: het enige wat echt helpt:

  • De maatschappij moet zwaar investeren in onderwijs: goed opgeleide leraren moeten ervoor zorgen dat leerlingen kritisch leren denken, onderscheid kunnen maken tussen feiten en meningen en voldoende bagage hebben om zich staande te houden in onze samenleving waarin het steeds moeilijker wordt een goed mens te zijn.

 

 

Kijkgenot

Als je eenmaal aan een serie begonnen bent ligt het voor de hand een nieuw seizoen aan te schaffen als het uitkomt en meteen te bekijken.

got 5Dat geldt zeker voor de serie Game Of Thrones.

 

Mijn zoons hebben de boeken gelezen (George R. R. Martin, een beetje enge man met een staartje en een raar petje) en weten feilloos wie wie is en kunnen de verhaallijn moeiteloos volgen.

 

Wij hebben daar wat meer moeite mee, maar zijn toch door de serie gegrepen: prachtige beelden, ongelooflijk knappe special effects (je zou zweren dat de draken echt zijn) en je ontwikkelt sympathie voor sommige karakters (vooral voor de kleine Lanister).lanister

We laten het dus maar een beetje over ons heenkomen, terwijl onze monden af en toe openhangen als er weer eens een gigantisch gevecht uiterst realistisch in beeld wordt gebracht.

Je wilt je als kijker graag identificeren met de hoofdpersonen, maar dat valt bij GOT niet mee: bijna alle main characters vinden voortijdig hun eind.  (In een “The making of” documentaire zagen we dat de acteurs het nieuwe script bij ontvangst koortsachtig doorbladeren om te zien of ze na afloop van dit seizoen nog een baan hebben. Sommigen moesten er op deze hardvochtige wijze achter komen dat de dood van hun karakter op handen was).

jon-snowjon snow gestoken

Het loopt echter niet altijd slecht af: we denken nu (aan het eind van seizoen 5) dat Jon Snow dood is, hij was immers meerdere malen met messen gestoken, maar hebben een preview voor seizoen 6 gezien waarin hij nog zeer levend rondloopt.

kill aStarkDe serie heeft de boeken nu overigens ingehaald, George Martin schijnt een writer’s block te hebben. Vraag hem niet wanneer zijn nieuwe boek uitkomt, want:

 

 

De nieuwste afleveringen zijn dus niet meer gebaseerd op zijn boek, maar als de nieuwe DVD uitkomt moet ik die natuurlijk hebben….

 

Wat heeft Game Of Thrones te maken met Donald Trump?

winter is trumping

Bekijk het filmpje

Brits drama

Het is een wonderlijk gegeven dat we ons graag ontspannen door te kijken naar spannende DVD’s. Bijna altijd gaat het over moord, mishandeling, marteling of andere akelige zaken.

Het is dus een verademing als je kunt kijken naar een serie waarin geen moord wordt gepleegd.

Doctor Foster

Doctor Foster is een mooi Engels drama, waarin sterk geacteerd wordt. Het verhaal is aannemelijk en realistisch, we kunnen ons verplaatsen in de hoofdpersoon. Weliswaar verbazen we ons over de manier waarop ze de crisis in haar leven het hoofd biedt, maar het wordt nooit ongeloofwaardig.

Je denkt na het kijken nog na over de verwikkelingen en vraagt je af hoe jij gehandeld zou hebben in een vergelijkbare situatie. Je verdiept je in de verschillende karakters en je realiseert je dat er jammer genoeg plenty mensen zijn die net zo gemeen, zelfzuchtig, leugenachtig of onhandig zijn.

Het loont de moeite om op Amazon te zoeken naar Brits drama. Soms is het enkele jaren geleden gemaakt (maar volstrekt niet gedateerd) en daarom spotgoedkoop.

 

Game Of Thrones: een bloederige 8

Doctor Foster: een bewonderende 9.

 

 

 

New words

De kwaliteit van het onderwijs houdt ons allen erg bezig. Sander Dekker heeft het project Onderwijs 2032 gelanceerd, we gaan met z’n allen nadenken over hoe het onderwijs er in dat jaar uit moet zien. Het is hartverwarmend om te merken dat iedereen hier een mening over heeft en dat vooral mensen die nog nooit voor de klas hebben gestaan geweldige suggesties kunnen doen.(Zie mijn post over de Denktank).

Zou de staatssecretaris dit voor ogen hebben?

(Let vooral op de fantastische communicatie tussen docent en leerling.
Ze zegt na afloop: well done).
Je kunt aan de keuze van de te leren woorden zien dat ze zich helemaal ingebeeld heeft in de belevingswereld van haar cursist.

 

 

 

Job

Toen mijn vrouw zwanger was van ons tweede kind heeft ze een vruchtwaterpunctie ondergaan.
Pas veel later zijn we ons gaan afvragen welke afwegingen we vooraf hebben gemaakt. Conclusie is eigenlijk: we weten het niet. Voorzover mijn vrouw het zich kan herinneren werd door degenen die haar begeleidden tijdens haar zwangerschap een voorstelling van zaken gegeven alsof het een volstrekt normale gang van zaken was dat je je ongeboren kind liet testen.

Ik kan me niet herinneren dat wij hebben gepraat over de voor- en nadelen en over de risico’s voor de ongeboren vrucht (die heel reëel zijn). We hebben het er ook helemaal niet over gehad wat we zouden doen als de test  positief was (in de medische terminologie betekent dat wat anders dan je zou denken). Dat is raar, want waarom onderga je een test als je niet weet wat je met het resultaat gaat doen?

Er kunnen twee dingen zijn gebeurd: we hebben ons flink laten beïnvloeden en wellicht laten overrulen door de deskundigen of we hebben niet zo goed opgelet. Misschien een combinatie van beide?

De foetus bleek niets te mankeren en ontwikkelde zich tot een prachtzoon. We hebben dus nooit hoeven nadenken over een eventuele terminatie van de zwangerschap omdat we niet wilden dat er een kind geboren zou worden met een (ernstige) afwijking.

Daar moeten we heel blij om zijn. We zagen onze zoons opgroeien en maakten ons over heel andere zaken zorgen: halen ze hun diploma’s wel? Zijn ze wel gelukkig? Nemen ze niet te grote risico’s?

Af en toe realiseer je je dat het ook anders had kunnen lopen: het had zo kunnen zijn dat mijn vrouw zich had laten aborteren (met alle twijfel en schuldgevoelens die daarbij horen), we hadden ook een gehandicapt kind kunnen hebben.
Ik kan me er maar een zeer beperkte voorstelling van maken hoe je leven eruit ziet als je een zoon of dochter met een beperking hebt. Naast de medische en motorische problematiek is er ook de geestelijke component: hoe is je relatie met je kind als communicatie niet mogelijk is, of slechts zeer beperkt? Of als het geestelijk niveau van je kind nooit uitstijgt boven dat van een baby?

Ik geniet heel erg van het ouderschap, in mijn ogen is het het mooiste wat me in mijn leven overkomen is. Ik heb het hier over het van nabij meemaken hoe je kinderen groeien en zich ontwikkelen tot knappe, welbespraakte en aardige jongens met wie je een diepe emotionele band hebt. Over de verwondering dat ze zich ontwikkelen tot intelligente volwassenen met een eigen karakter en mening.
Dat had dus ook heel anders kunnen zijn.

Je weet dat ouders van gehandicapte kinderen zielsveel van ze houden en hun kind accepteren zoals het is, maar ik ben heel dankbaar dat ik niet één van hen ben…

Deze problematiek houdt me natuurlijk niet elke dag bezig, maar gisteren stuitte ik op deze column.
Hij gaat over het leven met een gehandicapt kind, dus over de hierboven geschetste problematiek, maar er is ook een raakpunt met een ander onderwerp dat me erg bezighoudt: de manier waarop we met elkaar omgaan. Er is sprake van verharding, verruwing en grote bekken die steeds meer de overhand krijgen.

Daarom deel ik hem graag op mijn blog.

 

Column: Wij-wij

paardJob (12) kent de woorden kut-Marokkaan, kankerlul en aandachtshoer niet. Een hoofddoek zet geen kwaad bloed bij hem. Die zal hij leuk vinden omdat je eraan kan trekken. Kroeshaar kriebelt tegen zijn hand en glad haar wil hij aaien. Job raakt mensen graag aan.

Racisme is hem vreemd, vooroordelen kent hij niet. Gaat thuis de bel, dan roept hij ‘mama open doen’. Job is nieuwsgierig en verwelkomt iedereen. Niks wij-zij. Gezellig wij-wij. Hij vindt mensen leuk en lief, tot het tegendeel bewezen is. Job zal je nooit op je verleden pakken, hooguit pakt hij je hand.

Job snapt niet wat een homo is, laat staan wat hetero betekent. Hij maakt evenmin onderscheid tussen dik, dun, rijk, arm, Tokkie of elite. Job kijkt op niemand neer – vanuit zijn rolstoel kijkt hij altijd omhoog. Aan zijn hemel staat de zon of het regent.

Job zegt sorry als hij je pijn heeft gedaan. Dankjewel als je hem helpt. En toont belangstelling door te vragen ‘hoe is het met jou’?

Kijkt hij voetbal op televisie, dan juicht hij bij ieder doelpunt, ongeacht de clubkleuren. Job is kampioen in het delen van blijdschap. Het veld op stormen zou hij niet kunnen – vanwege die rolstoel. Spelers van de tegenpartij slaan al helemaal niet; hij heeft een lage spierspanning. Het is dat krakkemikkige lijf, waardoor hij bijna niks kan.

Job moet altijd wachten. Op eten, op gezelschap, op de taxi, op een nieuwe rolstoel, op iemand die zijn luier verschoont. Toch voelt hij zich nooit tekort gedaan. Zal nimmer klagen. Wijst niet verongelijkt naar mensen die het beter hebben en is onbekend met de begrippen jaloezie, misgunnen en kwaadspreken. Liever zingt hij een liedje.

Job geeft geen anderen de schuld en wenst niemand dood op sociale media. En dan noemen we hem verstandelijk beperkt.

 

De schrijver is Annemarie Haverkamp, dit is het adres van haar blog.

Facebooksprookje

Er was eens een jongetje dat heel erg van zijn hond hield, maar de hond ging dood.
Toen hij een keer langs een garage fietste zag hij een hond die leek op zijn overleden hond. Hij sloop naar binnen en knuffelde het dier.

Hij maakte er een gewoonte van elke dag even langs te fietsen om de hond een “hug” te geven.
Voor hem was dit een manier om toch nog een beetje van zijn lievelingsdier te genieten, want zijn ouders waren te arm om een nieuwe hond voor hem te kopen.

Wat een sentimenteel verhaaltje! Zo’n Disneysprookje komt in het echt niet voor.

Toch?

Er was eens een Amerikaanse vrouw die de beelden van haar beveiligingscamera bekeek en erachter kwam dat er steeds een jongetje langs kwam dat zijn fiets neerlegde, snel de garage binnenliep en haar hond knuffelde.
dan fietste hij snel weer weg.
Ze vroeg zich af wat hier aan de hand was en plaatste een oproep op facebook. Als iemand het jongetje kende moest hij hem vertellen dat hij wel vaker langs mocht komen en ook wel wat langer met de hond mocht spelen.

Al gauw was bekend wie het jongetje was, hij komt nu elke dag even knuffelen en krijgt van alle kanten een nieuwe hond aangeboden.

Kijk op Youtube

Hoera voor de Denktank

kop mobieltje 2

Dit staat in de Volkskrant van vandaag, het is de kop boven een artikel dat vertelt over een nieuwe app: OnzeLes, voor de smartphone.
Met deze app kunnen leerlingen feedback geven op de les van hun docent.

Men is erachter gekomen dat het niet werkt als je kinderen vraagt wat ze van de les vinden. Er komt niets uit, het blijft bij een aantal kreten.

Leerlingen kunnen met behulp van deze app anoniem een oordeel vellen over hun docent. De app zorgt er gelukkig wel voor dat docenten niet kunnen worden afgebrand, want ze moeten evenveel positieve als negatieve punten aanklikken.

Het idee voor deze app komt van de Nationale Denktank, een jaarlijks wisselende groep van 25 studenten, pas afgestudeerden en promovendi die oplossingen zoeken voor maatschappelijke problemen. Vorig jaar stortte de Denktank zich op het onderwijs.

Van leerlingen hoorden we dat lessen vaak niet aansloten bij hun belevingswereld. Ze bleken zelf vaak goede ideeën te hebben hoe het beter kon. Alleen werd hun daar nooit naar gevraagd.

foto klas mobieltje 4Zucht. Het is weer eens zover: er is een probleem en deskundologen storten zich erop. De lessen sluiten niet aan bij de belevingswereld van de leerling. De jonge promovendi signaleren hierbij een probleem dat al ongeveer 50 jaar iedere keer de kop op steekt. Ik geloof dat Theo Thijssen er als eerste over schreef.

We vragen de leerlingen nooit naar hun ideeën. Als ik dit hoor heb ik associaties met de klacht van mensen die tegen de komst van asielzoekers zijn: “we worden niet gehoord”. Als er iemand gehoord wordt en aandacht krijgt dan is het de luidkeels schreeuwende protesteerder.

Zo is het ook in het onderwijs: de leraren luisteren zich suf naar de leerlingen, ze doen niets anders dan communiceren, raadplegen en tegemoetkomen aan de wensen van de kinderen die ze lesgeven. Kinderen weten niet beter dan dat ze voortdurend overal commentaar op mogen hebben en dat ze gezien worden als koning klant met heel veel rechten en bijzonder weinig plichten.

Hoe is het mogelijk dat een groep van (mag ik aannemen) intelligente wetenschappers zo slecht op de hoogte is van de hedendaagse lespraktijk?

Ik sta er steeds weer van versteld dat elke keer weer de suggestie wordt gewekt dat leraren lesboeren zijn, die autoritair en saai hun lesmethode staan af te draaien. De arme leerlingen moeten dit allemaal machteloos ondergaan en zijn er de dupe van.

De werkelijkheid is, dat leraren voortdurend bezig zijn cursussen te volgen, overleg te voeren en onder druk gezet worden door hun directies en de inspectie. Dit alles moet ertoe leiden dat de kwaliteit van hun lessen verbetert. Met behulp van afvinklijstjes wordt gekeken of ze wel precies doen wat van hen verlangd wordt en een van de belangrijkste criteria op grond waarvan ze beoordeeld worden is: hoe is het contact met de leerlingen?
Leraren worden verplicht bij hun leerlingen te meten hoe ze de lessen waarderen.

Hoe is het mogelijk dat de AOB, CNV Onderwijs, LAKS en JOB zo enthousiast zijn over dit initiatief dat ze alle docenten aansporen die gratis app te gaan gebruiken?

Het antwoord is: gedurende de laatste veertig jaar is het volstrekt normaal geworden om elk probleem toe te schrijven aan ondermaats presterende leraren.

Iedereen heeft verstand van onderwijs en iedereen kent wel voorbeelden van leraren die er helemaal niets van bakken.
Leraren worden bedolven onder goede raad, krijgen van alle kanten te horen dat de daling van de onderwijskwaliteit hun schuld is en laten dit lijdzaam over zich heen komen.

Al tientallen jaren zien we hetzelfde beeld: de leraar ploetert onderbetaald en overbelast verder en krijgt voortdurend de Zwarte Piet toebedeeld. Hoe is het mogelijk dat er toch nog zoveel gemotiveerde, enthousiaste docenten zijn die elke dag weer fantastische lessen verzorgen?

Wat mij verbaast is dat bijna nooit het echte probleem duidelijk boven tafel komt: leerlingen zijn gewend altijd hun zin te krijgen terwijl ze tegelijkertijd heel weinig tijd en energie in hun studie willen steken. Ze zijn voortdurend bezig met andere dingen, besteden geen enkele aandacht aan hun schoolwerk en zijn niet van hun schermpjes los te branden.
Ze worden in deze houding gesteund door hun ouders, die zelf vaak geen enkel respect voor de school hebben (maar wel willen dat hun kind een vwo-diploma haalt).

De overheid, ouder- en leerlingorganisaties, dik betaalde adviesbureaus en nu dus ook de onderwijsvakbonden: ze zijn het er allemaal over eens dat de kwaliteit van het onderwijs slecht is en dat de leraar zijn gedrag moet veranderen. Dan zal het, als bij toverslag, ineens fantastisch goed gaan en wordt de arme leerling eindelijk eens recht gedaan.

foto klas mobieltjeWat natuurlijk nog het meest triest is: er zijn altijd wel leraren te vinden die zich voor een karretje als dit laten spannen. De leraar uit het artikel gaat met de adviezen van de leerlingen aan de slag, “dat moet ook wel, want anders voelen de leerlingen zich niet serieus genomen”.

 

Mag ik even braken?

Ten slotte: we zijn met zijn allen al zo ver gekomen dat we de voorstelling van zaken rond de introductie van deze app volstrekt normaal zijn gaan vinden. De leraren doen hun werk niet goed en de leerlingen komen te kort.

Als je de werkelijkheid schetst: leerlingen voeren bijzonder weinig uit, hebben helemaal geen zin in leren en zijn eigenlijk verwende prinsjes en prinsesjes word je onmiddellijk in de conservatieve hoek gezet.

Leraren bashen is veel makkelijkere. Dat doet toch iedereen?

De restauratie van oude meubels

 

Salvage HuntersAls ik naar Salvage Hunters kijk (zie mijn post in februari) ben ik vaak vooral geïnteresseerd in de manier waarop de “geredde” voorwerpen opgeknapt worden zodat ze verkocht kunnen worden.

Vaak is het vooral een kwestie van schoonmaken, soms moeten er onderdelen worden hersteld of vervangen. Het belangrijkste is dat het patina bewaard wordt. Dit is kennelijk waar de klanten op letten.

In Salvage Hunters gaat men nogal rigoureus te werk: het object moet “presentable” worden (de foto moet op internet) en als het nodig is gebruikt men nieuw materiaal of onderdelen van andere afkomst.

Het kan ook anders.

GoldfinchDe hoofdpersoon in The Goldfinch van Donna Tartt, Theo, gaat werken voor James “Hubbie” Hobart, een antiekhandelaar die ook restaureert. Theo leert van hem het vak en de daarbij behorende beroepsethiek: je mag de klant nooit bedriegen door onverantwoord te restaureren. Het antieke meubel verliest zijn authenticiteit en daarmee zijn waarde als gebreken worden gemaskeerd, of als gebruik gemaakt wordt van niet toegestane methoden of materialen. De antiekhandel is gebaseerd op vertrouwen en de reputatie van de handelaar/restaurateur staat op het spel.

Het is dan ook heel erg als de protagonist de goede naam van zijn werkgever besmeurt door zich niet aan de spelregels te houden: hij voert inferieure en clandestiene reparaties uit en verbergt het voor de klant.

Als dit bekend wordt voelt de vriendelijke, zachtmoedige Hobart zich gedwongen alles (tegen hoge kosten) terug te kopen.

 

Thomas JohnsonIk stuitte op een serie filmpjes op internet gemaakt door Thomas Johnson, een restaurateur uit Maine. Met eindeloos geduld, vakmanschap en toewijding knapt hij antieke meubels op die soms vreselijk te lijden hebben gehad. Als hij klaar is zien de meubels er weer prachtig uit.
Johnson leidt het filmpje in door iets te vertellen over het meubel en over de schade die gerepareerd moet worden. Ik vind de meubels lang niet altijd mooi, maar daar gaat het niet om.

De filmpjes hebben twee handelsmerken: aan het begin (en meestal ook einde) is altijd een dier in beeld: een kip, een hond, een kikker of een vogeltje. En hij sluit zijn filmpje altijd af met het zinnetje: “I think it looks pretty good”.

Thomas Johnson 2Ik vind het heerlijk te kijken naar zijn noeste arbeid. Soms kan hij volstaan met schuren en poetsen, soms moet hij gebroken onderdelen vervangen. Hij gebruikt dan een stuk van dezelfde houtsoort. Het komt ook voor dat hij nieuwe “inlays” moet maken.
inlays

Hij is vooral geobsedeerd met de kleur van de gebruikte lak, het eindresultaat moet zo dicht mogelijk in de buurt komen van het oorspronkelijke uiterlijk.
Uit alles spreekt een enorme liefde voor de objecten en voor zijn vak.

Het lijkt wel of Johnson model heeft gestaan voor James Hobart (uit de Goldfinch). Deze fictieve persoon is echter homoseksueel en dik, terwijl Johnson een mager mannetje is dat de zaak samen met zijn vrouw drijft.

Tijd om weer naar een nieuw filmpje te kijken!
(Voor wie denkt dat ik wellicht een nieuwe hobby heb ontdekt: ik heb niet een geweldige drang om zelf te gaan restaureren, het ontbreekt me ten enenmale aan het hiervoor noodzakelijke geduld…)

Zijn homepage: Thomas Johnson Antique Furniture Restoration website.

Hier is een voorbeeld van een restauratieproject, er staan tientallen op internet.