Tong Tong en Bik

Het lijkt heiligschennis: de Pasar Malam bezoeken (ik moet eigenlijk zeggen: de Tong-Tongfair) en er dan niet eten.

Ik houd erg van Indisch eten, maar deze keer kozen we er niet voor om er de maaltijd te gebruiken. Dat is namelijk niet een onverdeeld genoegen: je eet aan een krap tafeltje op een wankele tuinstoel van een plastic bordje. Het was ook nog eens heel druk en erg warm in de tent.

Het is wel altijd weer een feest om door de grote tenten te lopen die zijn opgezet op het Malieveld. Ik geniet van de kleuren, de geuren en de geluiden.

Eigenlijk verandert er bijna niets en is elk bezoek bijna hetzelfde, maar dat geeft niet.

Overigens is er bijna niets meer te bespeuren van het Tempo Doeloegevoel. Niet voor niets heeft de Pasar zijn oude naam verloren, het is modern Azië dat nu de scepter zwaait.
Er schuifelen nog heel wat oude Indo’s door de gangpaden, maar de aanbodkant wordt thans geheel verzorgd door jonge Indonesiërs, de vrouwen allemaal gehoofddoekt. Ik kan het niet helpen dat het bij mij associaties opwekt met het moslimextremisme dat langzamerhand bezit neemt van de Gordel van Smaragd, aan de fanatieke moslims die onlangs een homopaar aangaven omdat ze seks hadden in hun eigen slaapkamer. De vrienden moesten het met stokslagen bekopen.

In de trein op weg naar Den Haag, waar we iedereen die net als wij plaats had genomen in de eersteklascoupé onderzoekend aankeken om vast te stellen of ze er wel recht op hadden hier te zijn, stelde mijn vrouw voor om die middag wat vers fruit te eten.
Ik was het helemaal met haar eens: we zouden minstens één gebakken pisang eten.

Dat hebben we dus gedaan en ik heb natuurlijk ook een Tjendol besteld. Ik vind vooral de zoete mokkasiroop lekker in combinatie met de kokosmelk en blijf me afvragen wie nu werkelijk gesteld is op de gifgroene smakeloze geleisliertjes die er altijd ook in zitten.

 

 

Voor de avondmaaltijd kwamen we terug bij Bik Frietwerk. Hier hadden we laatst gegeten toen we een bezoek brachten aan de expositie van Mondriaan & de Stijl in het Haagse gemeentemuseum. Het voedsel smaakte toen zo lekker, dat we er graag nog eens wilden eten.

Bik blijkt nog niet zo lang te bestaan, ze zijn eind april geopend. Je krijgt een bakje van karton en een houten vorkje (ecologisch zeer verantwoord, maar ruw hout dat langs je lippen schuurt is geen zintuiglijk genoegen).

Ze verkopen biologische friet (je kan zien dat het biologisch is omdat er nog kleine stukjes schil aanzitten) of friet van zoete aardappel.
Omdat we deze knol niet lang geleden zelf ontdekt hebben als lekkernij (ik bak ze in blokjes gesneden in de olijfolie) wilden we kijken hoe het in Den Haag zou smaken.

Het was heerlijk!

Bik serveert niet alleen friet, je kunt er ook vlees bij krijgen: gehaktballetjes, rundvlees, kip Bali of pulled pork. Het vlees wordt bovenop je friet geserveerd, wat ik niet zo’n goed idee vind. Je patat wordt er zompig van en slap.

De eerste keer bestelde ik het varkensvlees. Het was inderdaad lekker gaar (uit elkaar getrokken) en maakte onderdeel uit van een barbecuesaus. Het barbecue-element hierin was naar mijn smaak wel iets te dominant.

De tweede keer nam ik rundvlees. Ik was nu zo verstandig geweest om te vragen of ik de vleessaus in een apart bakje kon krijgen. Dat kon gelukkig.
De zoete aardappelfriet (met Belgische mayonaise!) was heerlijk, maar er zat weer een overheersende smaak in de vleessaus, dit keer die van grove mosterd.
Ik denk dat het gare rundvlees erg lekker was (er zaten ook lekkere groenten in zoals koolraap) maar ik proefde dus eigenlijk vooral de mosterd.

Aanwijzing voor volgende keer: apart bakje voor de saus en laat de mosterd maar weg.

Tong Tongfair:      7

Bik:                          8

Kennis bijhouden

Niet lang geleden sloten we de eerste serie bridgelessen voor nieuwkomers af. 24 Geïnteresseerden hadden zich aangemeld om de eerste beginselen van de edele bridgesport te leren.
Ze kregen les van Wolter jan Mulder en mij op maandagavond in buurthuis de Draaikolk.

Bridge leren is niet eenvoudig. Je moet veel leren en veel onthouden.
Dat lijkt lastig en vervelend, maar het is natuurlijk meteen de  reden dat bridge zo leuk is en zo spannend. Spelletjes die voor het grootste deel op geluk zijn gebaseerd en die je na verloop van tijd op de automatische piloot speelt zijn op den duur onbevredigend.
Mensen willen bridge leren omdat het een uitdaging is en omdat het altijd spannend blijft. Je kunt ook blijven groeien, er valt altijd nog wel iets te leren.

De cursisten hebben 11 lessen gehad en de meesten hebben bovendien al twee keer een drive gespeeld.
Omdat de tweede serie lessen pas begin oktober begint, leek het ons belangrijk de cursisten enkele momenten aan te bieden waarop ze hun kennis weer even kunnen toepassen. Het zou vervelend zijn als alles weer weggezakt is na de zomervakantie.
Gisteren was de eerste gelegenheid, ik begon met wat herhaling, daarna speelden we een biedwedstrijdje en tot slot nog enkele spellen.

Wat bieden we met deze Oost- en Westhanden?

Cursisten willen na afloop graag snel door naar het volgende spel, maar dit keer werd elk spel zorgvuldig nabesproken: was de bieding goed? Waren afspel en tegenspel in orde?
Ik geloof sterk in de didactische waarde van direct nabespreken. Je kunt dan meteen zien hoe de leider en de anderen hebben gespeeld, als je te lang wacht zijn de meesten het spel al weer vergeten.

Een van de cursisten vroeg of we nu nog veel moesten leren, ze betwijfelde of ze nog meer informatie zou kunnen opslaan. Ik stelde haar gerust: met het instrumentarium dat in de eerste serie lessen is uitgereikt kan je in principe heel ver komen, voorlopig heb je niet meer conventies nodig.
Ze hebben Stayman en Jacoby wel geleerd, die zijn eigenlijk onontbeerlijk.

Dit spel diende als illustratie:

De bieding ging als volgt:

N                         O                         Z                         W

pas
1 SA                  pas                     2 Klaver              pas
2 Harten          pas                     3 SA                     pas
4 Schoppen     pas                     pas                      pas

Zuid paste de Staymanconventie toe en bood 3 SA na het antwoord (2 Harten) van haar partner. Die wist, nadat Zuid 3 SA had geboden, dat zij op zoek was geweest naar een schoppenfit. Na het antwoord van 2 Harten leek die te ontbreken. Aangezien ze 10 punten had (samen met de minstens 15 van de leider dus minimaal 25) wist ze dat er een manche geboden moest worden, dus bood ze 3 SA.
Volgens de  Staymancoventie belooft een Hartenantwoord een vierkaar Harten, maar de SA openaar kan  ook nog daarnaast in het bezit zijn van een vierkaart schoppen.
Dat was in dit spel het geval. Aangezien de voorkeur uitgaat naar een Harten- of Schoppenmanche boven een SA-manche koos de leider dus voor 4 Schoppen, in de zekerheid dat hierin een fit aanwezig was (anders had zijn partner namelijk geen Stayman toegepast).

Jammer genoeg schiet de theorie ook wel eens tekort.
In de praktijk ging de leider 1 down omdat Hartenaas en Hartenboer beide verkeerd zaten en Ruitenheer ook. Troefaas was natuurlijk een vaste verliezer.

Aan het eind van de middag gingen de cursisten tevreden naar huis: de kennis was weer even ververst en kon niet verder wegzakken. 25 Juni is de volgende bijeenkomst. Hopelijk kunnen we dan weer lekker buiten zitten!

De krant van vandaag

Mijn oog viel op een advertentie in de krant.

De tekst begint met Wist je dat…., een aandachttrekker die wij vroeger al in de schoolkrant gebruikten. Er volgde dan meestal een serie niet zo heel interessante ontboezemingen die alleen voor insiders te begrijpen waren. Wist je dat de rector steunzolen draagt en toch erg van wandelen houdt?

Ons wordt verteld dat ruim 80% van alle longkankergevallen veroorzaakt wordt door roken.
Je zou dus een oproep verwachten om met roken te stoppen, maar het is een aansporing tot regelmatige controle.

Dan wordt de toon een beetje verongelijkt: wij vinden dat, wanneer je dit wilt, je jezelf moet kunnen laten onderzoeken. Met én zonder verwijzing van de huisarts. Want jij voelt je lichaam het best aan. (De huisarts voelt je lichaam natuurlijk helemaal niet goed aan!)

Het lijkt er dus op dat mensen in dit voornemen gedwarsboomd worden. Door wie wordt niet verteld.
Maar gelukkig is daar de firma Prescan, die er is zodat jij zolang mogelijk kunt genieten van het leven.

Het lijkt de laatste tijd een beetje mode worden om bozig te klagen dat “ze” erop uit zijn je in het pak te naaien. Luister maar naar Wilders en Trump: de hele wereld wil hen pootje lichten.

In deze advertentie wordt de indruk gewekt dat je je vooral niet moet laten ringeloren en dat het van een onafhankelijke en sterke geest getuigt als je je ondanks alle weerwerk toch laat onderzoeken.

Gelukkig staat Prescan voor je klaar, uit liefde voor het leven.

Ten slotte komen de longen weer even terug, maar die worden natuurlijk meegenomen vanaf €890.
Je bent wel gek als je dit niet doet. Voor je er erg in hebt om je in aanmerking voor een postscan! De intake kost trouwens ook nog €60.

(De total scan is trouwens niet zo heel erg total, want Echo hart, Hartfilm, Longfunctieonderzoek, Consult cardioloog, Laboratoriumonderzoek, Maagonderzoek en Darmonderzoek krijg je alleen als je kiest voor het premiumpakket. Dat kost €1100 extra.)

Wanneer gezondheidszorg en commercie elkaar omarmen krijg ik altijd een onbehaaglijk gevoel.

Examenkoorts

In dezelfde krant kwam ik een staaltje verkeerde beeldspraak tegen. Olaf Tempelman schrijft over leerlingen die met hun examen bezig zijn.
Hij bespreekt met een docent dat het resultaat vaak verrassingen oplevert.

Een leraar zegt het zo: leerlingen die het boven verwachting goed doen, lijken op leerlingen die onverwacht terugvallen. ‘Het is soms een dubbeltje dat op zijn kant valt’.

Welk vak zou die leraar geven?

Plantjes voor de buitenkamer

Het wordt weer tijd de tuindeuren wijd open te zetten en de buitenkamer in gebruik te nemen.
Dat betekent dat er weer nieuwe plantjes moeten komen, want ik heb er maar heel weinig die de winter kunnen overleven.
Een tochtje naar de Intratuin dus, waar ik aanvankelijk niet veel van mijn gading kon vinden. We hebben nogal veel geld uitgegeven de laatste tijd, dus was ik op zoek naar gewone, goedkope plantjes, zoals Viooltjes en Afrikaantjes.
Het is duidelijk dat er met deze simpele bloemetjes niet veel te verdienen valt, want in de hele gigantische winkel is niet één goedkoop plantjes te vinden. De prijzen beginnen bij een euro of drie en voor een plant die mij wel mooi leek moest ik €33,- neertellen!
Uiteindelijk vond ik nog wel het een en ander, ik moest de caissière er wel op wijzen dat enkele van mijn aankopen in de aanbieding waren.
Het is op zich overigens niet eenvoudig je bon even na te kijken, want wie weet nu precies welk plantje een Lobelia is, een Felicia, Verbana of een Dianthus Deltcious?

Is het je trouwens wel eens opgevallen wat een gruwelijk lelijk assortiment tuinwinkels hebben op het gebied van accessoires? Veel boeddha’s (soms een meter groot), lompe vazen en verweerde houten bordjes met Engelse teksten (Having Fun In Our Garden!)
De volgende dag scoorde ik bij de Gamma voor een klein bedrag een aantal weesplantjes, die er niet al te best meer uitzagen. Ik heb ze geadopteerd, ze knappen vast op in de buitenkamer!

In de vierkante pot staat een plant die ik over heb gehouden van vorig jaar (ik geloof dat het een Delphinium is). Die gaat weer bloeien.
In de turquoise pot staat nu een passiebloem, die hopelijk gaat klimmen en uiteindelijk het hele afdakje gaat omlijsten. In ons vorige huis hadden we er ook een, die enorm goed groeide.

In de grote grijze potten staan planten die vorig jaar ook gebloeid hebben, ik ben de naam ervan kwijt. Ze zitten vol knoppen. Aan de voet heb ik kleine rotsasters gezet. Die krijgen straks rode bloemen.
In de grote vierkante bak staan twee Solanum Rantonnetti. Die gaan de hele zomer mooie paarse bloemetjes produceren. Eromheen staan witte rotsasters en viooltjes die ik in oktober (!) van een vriendin kreeg.

De zomer kan beginnen!

Kijk ook even naar  dit filmpje . De kwaliteit is slecht, maar het is wel erg grappig (en toepasselijk).

 

Verdwenen woorden

Taal leeft. Er komen woorden bij, andere verdwijnen.

Dat laatste wordt heel duidelijk als je een verhaal van Carmiggelt leest uit 1973.

Het eerste wat opvalt in Dienaar (Uit: Dwalen door Amsterdam met Simon Carmiggelt) is het onbekommerde gebruik van het woord neger.

Je zou hem wat bleekjes noemen, als hij geen neger was.

Sylvia Witteman is volgens mij de enige die dit woord vandaag nog in een tekst durft te gebruiken. Uit Amerika is overgewaaid dat dit woord besmet is en vervangen moet worden door een ander.
Nu is Amerika, land van tegenstrijdigheden, super puriteins in dit opzicht. Heel veel mag wel (de president mag liegen, iedereen mag een wapen kopen), heel veel ook niet. Ik las laatst dat er romans uit de universiteitsbibliotheek worden verwijderd omdat de inhoud als “offensive” kan worden ervaren door sommige studenten.

Toch is ook in Nederland de boodschap opgepakt, de enige die ik het woord nog weleens hoor gebruiken is mijn Surinaamse vriendin die het regelmatig over bosnegers heeft.
Voor Carmiggelt was het waarschijnlijk “gewoner” een karakter te omschrijven als neger dan als een zwarte man.

Ik kwam in dit verhaal nog meer woorden tegen die je eigenlijk nooit meer hoort. Ik weet bijna zeker dat geen van deze woorden nog deel uitmaakt van de actieve woordenschat van de gemiddelde Nederlandse scholier:

Dienaar Beproefd
Enclave Leder
Damesmodewinkel Stuurs
Taaie volharding Benijdenswaardig
Pluche Roerloos
Nimbus Eerbiedige aandacht
Cadans Een man trad binnen
Zondig Vlezig
Begeerd Ontsteld
Bemind Hij hief zijn hand
Iets wreveligs Leuze
Querulanten Zij verhief zich moeizaam
Loketambtenaar Gebiedend
Verneemt Beursje
Tot brakens toe  

Probeer dit lijstje eens uit op een argeloze puber, mocht je daar de beschikking over hebben. Het zou me niet verbazen als zou blijken dat veel van deze woorden zelfs niet tot diens passieve woordenschat behoren.

Het gaat hier om een verhaal van nog geen drie bladzijden en er zit maar 44 jaar tussen…..

 

(Ik zal mijn critici voor zijn: je kunt waarschijnlijk net zo makkelijk een lijstje woorden opstellen die wij nu allemaal kennen, maar die Carmiggelt in 1973 voor een raadsel zouden hebben gesteld). Taal leeft.

Madrigalen van Monteverdi

We bezochten op uitnodiging van mijn zoon een voorstelling van de Madrigalen van Monteverdi. Deze voorstelling werd gegeven in het decoratelier van de Nationale Opera in de Bijlmer.
Mijn zoon zit in het bestuur van Creative Community Heesterveld. Deze organisatie verzorgde een expositie in de ontvangstruimte.

Het eerste wat opvalt is de grootte van het gebouw. Omdat hier enorme decors moeten worden gemaakt en opgeslagen heeft het een kolossaal vloeroppervlak. Je kunt wel vijf minuten lopen en dan ben je nog steeds niet aan het eind.

In dit gebouw is een complete voorstellingsruimte gecreëerd, met houten wanden, een groot toneel en een tribune. Op de grond ligt rood zand, verder is alleen een rotsblok te zien waarop tijdens de voorstelling regelmatig iemand neerzijgt.

Hoog boven aan de wand bevindt zich een scherm waarop in twee talen de tekst wordt vertoond. Ik heb gehoord dat hiervoor de toepasselijke term boventiteling wordt gebruikt.

Ik weet niet veel van opera, ik denk dat ik er nog niet eerder een bezocht.
Ik had er al wel vaak geluisterd, maar het zou me niet verbazen als ik vooral highlights heb gehoord. De tussenstukken staan vaak niet op cd.
Die vormen natuurlijk wel een belangrijk onderdeel, want de essentie van opera is toch dat er een verhaal wordt verteld dat voor de gelegenheid op muziek is gezet.

Hiermee stuit ik op mijn belangrijkste bezwaar tegen opera, dat ik ook tegen het fenomeen musical heb: het wonderlijke gegeven dat de acteurs ineens in gezang uitbarsten.

Voor een ongeoefend oog als het mijne ontrolt zich dus het schouwspel van een aantal in lappen gehulde zangers die op blote voeten door het zand sjokken en onderwijl kerkelijke muziek uit de Middeleeuwen ten gehore brengen. Ze hangen wat tegen het rotsblok, of tegen elkaar en gaan af en toe in het zand liggen.

Aan de boventiteling te zien zijn ze vooral bezig met klagen. Af en toe is er een duet, maar meestal zingen ze in hun eentje.
Ze worden begeleid door een orkest van negen mensen, waarvan er enkele op authentieke instrumenten spelen. Het spinet (of het klavecimbel) neemt een belangrijke plaats in.

Het voelt haast als heiligschennis: ik vond het allemaal niet zo bijzonder.
In de tweede acte vochten twee geharnaste ridders enigszins klungelig met elkaar, best spectaculair, maar als je Game of Thrones gewend bent….

Madrigalen
Van Arianna is alleen het Lamento bewaard gebleven, waarin de Kretenzische koningsdochter haar verlangen naar de dood bezingt als haar geliefde Theseus haar verlaten heeft*. Il ballo delle Ingrate en Il combattimento di Tancredi e Clorinda maken beide deel uit van het Achtste Madrigalenboek. Ook in deze werken is de dood het centrale thema: in een dans laten vrouwen die al gestorven zijn zien wat de levenden te wachten staat als ze zich tegen de kunsten van Amor verzetten. Il combattimento toont de zinloosheid van elke oorlog of strijd. In een tweegevecht doodt Tancredi een vermeende vijand, die zijn geliefde Clorinda blijkt te zijn

Op de site is te zien hoe goed alles is voorbereid en hoeveel vakmanschap erbij komt kijken, maar de bottom-line is toch dat je zit te kijken en luisteren naar een vrij saai schouwspel van zangers die in een onverstaanbare taal stokoude muziek vertolken. Bach, Beethoven en Mozart moesten allemaal nog geboren worden.

* Ik veerde op toen ik begreep wat de thematiek is van de tweede acte: Ariadne is door Theseus achtergelaten op een eiland, nadat ze hem geholpen heeft te ontsnappen aan haar vader.
Ik had niet lang geleden een verhaal gelezen van Mark Haddon in zijn boek The Pier Falls. De personages worden niet met name genoemd, maar het gaat overduidelijk over Theseus en Ariadne.
Ariadne komt heel triest aan haar einde. Het verhaal is mooi geschreven, maar ik werd er helemaal depri van.

 

Madrigalen                  6
The Pier Falls              8

 

Amsterdam

Wie in Amsterdam geboren is houdt altijd een warm plekje in zijn hart voor deze mooie stad.
Ik lees dan ook met veel genoegen de rubriek van Guus Luijters waarin hij zijn omzwervingen door onze hoofdstad beschrijft. Ik werd hierop opmerkzaam gemaakt door mijn zus, net zoals ik Amsterdammer van geboorte maar inmiddels verhuisd. http://www.parool.nl/amsterdam/klein-geluk-in-amsterdam-een-aangenaam-karweitje~a4317051/

Er was vroeger een Hagenees die zijn domicilie had verplaats naar Amsterdam en er zijn beroep van maakte verslag te doen van alles wat hij meemaakte als hij door de straten wandelde.
Ik heb het natuurlijk over Simon Carmiggelt, die van 1946 tot 1982 dagelijks een “kronkel”  schreef in het Parool.

Ter gelegenheid van diens 100ste geboortedag is het boek Dwalen door Amsterdam met S. Carmiggelt verschenen, samengesteld door Henk van Gelder.
De stukjes zijn speciaal geselecteerd: er wordt steeds een herkenbare plaats of straat benoemd. Je kan dus in de voetsporen van Carmiggelt treden.
Het zou een interessante exercitie kunnen zijn om te controleren hoeveel hetzelfde is gebleven en hoeveel is veranderd. Ik vermoed dat er nogal wat verschillen zullen zijn. Als ik vandaag de dag door Amsterdam loop of rijd komt heel veel me niet bekend voor…

In het toepasselijk genaamde verhaaltje Amsterdam vertelt Carmiggelt wat hem overkwam toen hij informeerde welke tram hij moest nemen om op het Amstelstation te geraken. Al snel bemoeit iedereen zich ermee en wordt hij bedolven onder goedbedoelde, maar tegenstrijdige adviezen van behulpzame Amsterdammers. Als hij voorzichtig suggereert dat hij dan wel een taxi kan nemen roept iemand: “Die man gaat niet met de taxi, dat is nergens voor nodig”.
Er rest hem tenslotte geen andere mogelijkheid dan zich stilletjes uit de voeten te maken en de goedbedoelende stadgenoten het onderling te laten uitvechten.

Als ik nog even wacht, mag ik niet, dacht ik. En ik sloop weg. Toen ik even later met de taxi langs de halte reed, waren ze nog steeds heftig in debat. De brievenbesteller werd weggelachen en de conducteur wees met een priemende vinger in een boekje. Geloof me – dat doen ze alléén in Amsterdam.

Dit doet me denken aan mijn eigen ervaringen toen ik nog student was. Ik woonde op de Amstelkade en was niet in het bezit van een wasmachine. Een nabijgelegen wasserette moest dus uitkomst bieden.
Ik haalde mijn vuile was uit de tas en ging een beetje hulpeloos naar de grote draaiende machines kijken. Het duurde meestal niet lang voor een kordate Mokumse mij de was uit de handen trok en de klus overnam.  Lange, verlegen en enigszins stuntelige studenten roepen kennelijk moedergevoelens op.
Niet zelden kon ik vertrekken met een tas vol schone, droge en netjes opgevouwen was waaraan ik zelf geen enkele handeling had verricht.

Hoewel ik prima voor mezelf kon zorgen en ook elke dag kans zag een lekker potje te koken kon ik het niet laten ook op dit gebied de rol van onhandige jongeling te spelen.
Zo vertelde ik eens aan de groenteboer dat ik een feest zou geven en voor de gasten een slaatje wilde maken, dat we dan met stokbrood zouden opeten.
Binnen no time was ik de regie geheel kwijt. De aanwezige vrouwen namen bezit van mijn boodschappenlijstje en pasten het resoluut aan. Er moesten zilveruitjes in en vanzelfsprekend geen Salata maar echte mayonaise. Zij beslisten welke aardappels ik moest kopen en drukten mij op het hart ze vooral gaar te koken. Ze gruwden van mijn voorstel de ingrediënten in mijn afwasteiltje te mengen en wilden me niet laten gaan voor ik beloofd had een grote slakom te kopen en een eiersnijder, want als je ze zelf snijdt is dat natuurlijk geen gezicht. Ik moest daarvoor bij Blokker wezen, ze legden me uiteraard haarfijn uit hoe ik daar moest komen.
Ik kon aan hun gezichten zien dat ze eigenlijk het liefst met mij mee waren gegaan naar mijn studentenzolder om er persoonlijk op toe te zien dat alles goed zou gaan. Zover kwam het gelukkig niet.

Alléén in Amsterdam….

Dwalen door Amsterdam:       8

Bonjour gordijnen

Het werd het steeds lastiger de gordijnen in de woonkamer te openen en te sluiten. Ik had de wieltjes waaraan de gordijnhaken bevestigd waren al eens vervangen, maar ze bleven steeds vaker steken en moesten dan met geweld losgetrokken worden.

Ik had de gordijnen opgehangen toen we ons huis in 2001 betrokken. Ik had de hoogte waarop de rails moesten komen goed afgetekend, maar had jammer genoeg voor de ramen links en de tuindeur rechts een verschillend uitgangspunt genomen, waardoor de gordijnen links tien centimeter hoger hingen dan rechts.
Ik constateerde mijn fout pas toen de gordijnen al hingen en heb het 16 jaar lang maar zo gelaten. Ik bleef het echter zien en ik bleef me eraan ergeren.
De gordijnen waren grijs, een kleur die we destijds met zorg hadden uitgekozen, maar waarop we inmiddels wel waren uitgekeken.

 

 Tijd voor iets nieuws dus!

Nu hadden we bij vrienden een mooi systeem van zonwering gezien, dat ’s avonds ook goed de functie van gordijnen kan overnemen: een soort harmonicadoek dat met behulp van touwtjes kan worden neergelaten.

We besloten dit voor onze woonkamer aan te schaffen.

Nu we toch bezig waren, kon de bovenverdieping ook wel iets nieuws gebruiken. Onze werkkamers kregen ook Verosol plissé en de kamers van de jongens (thans: logeerkamers) rolgordijnen.

Ik koos voor revolutionair rood, wat een prachtig schijnsel geeft als de zonwering is neergelaten, mijn echtgenote hield het bij grijs-blauw.,

Toen ik de nieuwe rolgordijnen ging inspecteren ontdekte ik dat er een fout gemaakt was: wij hadden gekozen voor rood, er hingen nu grijs-blauwe.

Op de bon stonden de goede gegevens vermeld, de fout was in de fabriek gemaakt. Over enkele weken krijgen we de goede kleur.

Het resultaat is erg mooi, de kamers zijn allemaal een stuk lichter geworden nu er geen gordijnen meer hangen. Het ingenieuze systeem biedt zelfs de mogelijkheid de zonwering aan de bovenkant te laten zakken, zodat je kunt spelen met open en dicht.

Ik ben wel wat sceptisch met betrekking tot de dunne touwtjes die we voor de bediening moeten gebruiken: ze liggen in een slordig hoopje op de grond als de schermen opgetrokken zijn en kunnen zomaar in de knoop raken. Het ziet er wat amateuristisch uit voor zo’n mooi en duur systeem.

 

 

In de kamer van Greet is een veel beter systeem toegepast: een eindeloos ronddraaiend dikker touw dat niet in de war kan raken.

 

 

 

Het was allemaal niet goedkoop. Ik had in onze offerte-aanvraag aangegeven dat de oude rails ook moesten worden verwijderd in de verwachting dat dit een gratis service zou zijn. Er werd echter €100 voor gerekend, wat ik niet zo zakelijk vind. Ik heb het klusje zelf gedaan, het kostte me tien minuten.

Omdat we toch woninginrichters over de vloer hadden hebben we ook nieuwe vloerbedekking in Bas’ zijn oude kamer genomen. Er was een groot gat ontstaan in het oude zeil. We kozen voor zwart Novilon.

We zijn tevreden met het resultaat.

Over het nut van Roman Blackwood en het verschil tussen de A- en B-lijn

 

Het gebeurt niet vaak dat de frequentiestaat zoveel identieke contracten vertoont, met zoveel gelijkluidende resultaten. Hier is zo’n spel.

Dit spel werd 2 mei 2017 gespeeld op Bridgeclub Almere. Aan het meestgeboden contract te zien (5 Schoppen) heeft bijna elk paar een slemonderzoek gedaan.
Dat was natuurlijk een verstandige actie, want het scheelt heel weinig of je maakt inderdaad 12 slagen met Schoppen als troef.
Het is wel verstandig om uit te zoeken over hoeveel azen men beschikt. Slem met twee of meer azen buitenboord is geen verstandige onderneming.

Er is een prachtig instrument om dit te onderzoeken: Roman Blackwood. Met deze conventie wordt het (anders toch nooit gebruikte) bod van 4 SA gebruikt om partner te vragen over hoeveel azen (of keycards) hij beschikt.
Partner mag nooit passen en geeft met zijn antwoord  aan wat hij heeft: 5 Klaver betekent 0 of 3, 5 Ruiten 1 of 4 en 5 Harten 2 zonder troefvrouw.

In dit spel zal hoogstwaarschijnlijk elke Oost de azen hebben gevraagd. Het antwoord was teleurstellend: slechts 1.
De conclusie was duidelijk: er zijn twee azen weg, dus slem is niet mogelijk.
Oost zwaait af naar 5 Schoppen en zijn partner past.
Je verliest alleen twee rode azen en het contract is precies gemaakt.

Acht Oost-West paren in de A-lijn volgden deze strategie, één paar heeft geen slempoging ondernomen (Foei, Jagermannen! Geef West Ruitenaas in plaats van Ruitenheer en je hebt een volledige nul te pakken!).
De score was natuurlijk wel identiek (5 Schoppen contract levert evenveel op als 4 Schoppen +1).

Het resultaat was een mooie 50% voor alle paren!

De B-lijn vertoonde een ander patroon.
Deze lijn speelde dezelfde spellen, maar hier liep het anders: drie paren hadden niet door dat slem heel dichtbij was en namen genoegen met de manche, één paar deed een poging, net als de A-lijners en één paar wist niet af te remmen: Peter en Jan gingen roemloos down in 6 Schoppen.

En dan Bob en Jaap: zij zagen kans 2 down te gaan in 4 Schoppen. Ze hebben dus maar 8 slagen gemaakt terwijl ze er 11 kunnen maken. Een hele prestatie!
(Het zou kunnen dat de arbiter hier strafslagen heeft uitgedeeld, bijvoorbeeld vanwege verzaken).
De goede bieders verdienden hier dus 70% en de anderen werden afgestraft met 20 respectievelijk 0 %.

Wat een mooi spel is bridge toch!