Fantoomgroei

Bijna iedereen vraagt zich af of we ooit nog terug zullen keren naar “normale”, pre-covid tijden.

De economie staat onder grote druk vanwege de pandemie. Werkgelegenheid en milieu worden natuurlijk ook betrokken bij de gedachtevorming rond hoe het nu verder moet en er klinkt van veel kanten dat het nu toch werkelijk tijd wordt grote stappen te zetten in de richting van een duurzame samenleving. De steeds groter wordende inkomensverschillen moeten ook aangepakt worden, dat vindt inmiddels zelfs de VVD.

 

Een sleutelbegrip in dit discours is het element (economische) groei. Heel lang werd aangenomen dat hiervan altijd sprake moet zijn als we onze huidige levensstijl willen blijven handhaven.

We weten inmiddels welke gevolgen dit heeft voor het milieu en komen er langzamerhand achter dat er de laatste tien, twintig jaar verschrikkelijk veel verdiend is door grote ondernemingen en banken, maar dat de werknemers (degenen die het eigenlijke werk verrichten) er nauwelijks op vooruit zijn gegaan en in veel gevallen zelfs minder verdienen.

Het lijkt erop dat banken en andere grote financiële instellingen niets geleerd hebben van de crisis van 2008, waarin de overheid te hulp moest schieten omdat ze “too big to fail” waren.

Terwijl de winsten steeds vaker naar de aandeelhouders gaan mocht de belastingbetaler opdraaien voor de verliezen.

Inmiddels wordt er weer rijkelijk met bonussen gestrooid en belasting wordt op grote schaal ontdoken.
Het zal niemand ontgaan zijn dat het populisme terrein wint en dat er steeds meer protesten komen van ontevredenen.

Als de vooruitzichten zo somber zijn en als de problematiek zo ingewikkeld is gaat men op zoek naar heldere informatie en vooral: hoopgevende ontwikkelingen, die kunnen worden opgepakt door verstandige politici waarop wij dan kunnen stemmen.

Fantoomgroei van Sander Heijne en Hendrik Noten is een uitzonderlijk goed boek, dat een mooi historisch overzicht geeft, volop inzicht verstrekt in de moeilijke materie en ook ideeën aanreikt voor de toekomst.

 

Dit boek is een zoektocht naar een nieuw verhaal over een economie voor een andere, betere wereld. En als we die wereld kunnen schetsen, willen we haar ook realiseren.
Dat, en niets minder, is de ambitie van deze vertelling.

De belangrijkste conclusie van de schrijvers is, dat de opvattingen omtrent economische groei nodig moeten worden bijgesteld, zij spreken over fantoomgroei: bedrijfswinsten zijn geen indicatie voor maatschappelijk welzijn.

Het boek geeft een zeer goed leesbaar overzicht van de economische geschiedenis vanaf de Tweede Wereldoorlog (de eerste 30 jaar van 1945 waren de inkomensverschillen relatief klein), via het goddelijke vrije-marktdenken tot de Coronacrisis van 2020.

De schrijvers leggen heel duidelijk de strategie uit die door grote internationale bedrijven wordt toegepast: zoveel mogelijk geld naar de aandeelhouders, innovatie en uitvoering uitbesteden zodat de risico’s bij onderaannemers en werknemers komen te liggen en de concurrentie uit de markt drukken.

Het eindigt met enkele zeer interessante praktijkvoorbeelden hoe het ook anders kan: in een landstreek van Italië heeft men kans gezien op coöperatieve wijze, zonder hulp van banken de plaatselijke economie een flinke boost te geven.

Op vrijwel alle fronten is Emilia-Romagna een koploper: het behoort tot de meest productieve regio’s van Europa, heeft een veel lagere werkloosheid dan de rest van Italië, de hoogste arbeidsparticipatie van vrouwen van heel Italië, en minder inkomensongelijkheid.

Ze vertellen ook het verhaal van Samsø (razendsnelle just transition), Jackson Mississippi (lokale economie gedemocratiseerd) en Green Taxi als eerlijke tegenhanger van Uber.

Ik heb voor mijn beide zoons een exemplaar gekocht (verplichte leesstof, er wordt overhoord) en raad iedereen aan dit boek ook te lezen. Misschien geeft het wat lichtpuntjes in deze duistere tijden.

 

Fantoomgroei            9 ½.

 

 

 

 

Het lelijke beeldje

Het verdient aanbeveling goed na te denken voor je iets via internet aanschaft.

Je kunt je aankoop niet van dichtbij bekijken noch bevoelen.

Ik had rondgekeken op de veilingsite Catawiki en mijn oog was gevallen op een art-deco beeldje, dat mij wel mooi leek.

Toen ik het uitpakte (het was helemaal uit Italië) gekomen ontdekte ik dat ik van doen had met een uit kunststof gegoten kleinood, dat eigenlijk een lampje was.

Ook de omstandigheid dat snoer en stekker goudkleurig waren gaf aanleiding tot de conclusie dat ik eigenaar was geworden van een zuiver stukje kitsch.

Tussen fitting en beeldje zat een gleuf, die deed vermoeden dat er een onderdeel ontbrak.

Gelukkig had ik er niet veel voor betaald. Ik besloot er het beste van te maken en kwam er via google achter dat er een gekleurd rond schermpje voor het lampje had moeten zitten.

Deze zomer deed ik weer mee met een workshop glas-in-lood en maakte dit keer twee raampjes. Eén van de twee was bedoeld voor mijn beeldje.

Het spreekt voor zichzelf dat we nu niet meer van kitsch kunnen spreken, aangezien een belangrijk onderdeel handmatig en kunstzinnig vervaardigd is. Dit unicum zorgt ervoor dat mijn knullige aankoop toch nog een bevredigend einde kent.

Oordeel zelf!

Beelden op Terschelling

Terschelling in Corona-tijd is wel wat saaier dan normaal. Alle evenementen zijn afgezegd, we konden derhalve niet bridgen en evenmin concerten bezoeken.

Toch hebben we er drie heerlijke weken doorgebracht.

Veel fietsen dus, genieten van de natuur en je bezighouden met activiteiten waaraan geen andere mensen tegelijkertijd deelnemen.

We hadden natuurlijk voor voldoende lectuur gezorgd, we hebben er beiden wel een metertje doorgejaagd. Heerlijk.

Er was ons ter ore gekomen dat er in de duinen ter hoogte van Formerum interessante beelden te zien waren, die een plekje hadden gekregen in een van de talrijke oude bunkers die Terschelling rijk is. Een plaatselijke kunstenaar was op het idee gekomen iets te doen met een grote berg bakstenen die hij daar had aangetroffen.

Na een eerste mislukte poging (we waren niet ver genoeg van de gebaande paden afgeweken) vonden we ze.

Een man en vrouw zitten ontspannen in de raamopening, hun hond zit verderop.

Ik moet denken aan de prachtige baksteen-beelden waarmee architecten van de Amsterdamse School woningen in Amsterdam gedecoreerd hebben. Ze zijn daar ook vaak op bruggen te vinden.

Het is mogelijk dat niet iedereen hier meteen een trouwe viervoeter in herkent, maar voor mij is er geen twijfel aan.

 

 

 

 

Dit blog mag op ruime belangstelling rekenen, maar het aantal lezers zal wel niet zo hoog oplopen als bij het Facebookbericht over dit onderwerp dat mijn echtgenote plaatste. Ze kreeg honderden likes en reacties, verreweg de meeste positief, hoewel er ook iemand was die het maar onzin vond dat “de natuur op deze manier weer ontsierd wordt”.

 

Ik heb bewondering voor de kunstenaar die zoveel moeite heeft gedaan op zo’n afgelegen plek iets moois te maken en hoop dat veel mensen een kijkje gaan nemen.