Taalgevoel

Een aantal van mijn familieleden is gezegend met wat we bij gebrek aan een betere term taalgevoel moeten noemen.

Deze eigenschap heeft meestal deze kenmerken:

  • Je ontdekt vaak taalfouten in geschreven teksten. Ergens in je hoofd gaat een alarmbelletje af als je ogen iets registreren wat niet in de haak is. Het kan zijn dat de persoonsvorm meervoud aangeeft, maar dat het onderwerp enkelvoud is. Je stopt met lezen, gaat terug en controleert of je het goed gezien hebt. Hetzelfde geldt voor verkeerde werkwoordspelling of semantische onjuistheden.
  • Als je de betekenis van een woord niet kent, of je kunt het niet vertalen in het Nederlands kan je vaak heel goed een “educated guess” doen. Je neemt de plaats van het woord in de zin in aanmerking, de context en soms lijkt het woord op iets uit een taal die familie is.
  • Je bent vaak goed in de uitspraak van vreemde talen en na een tijdje luisteren kan je accenten of dialect ook goed imiteren.
  • Je kunt informatie in geschreven vorm erg goed in je opnemen.
  • Het kost je meestal niet veel moeite een goed leesbare tekst te produceren, sommigen kunnen ook erg goed rijmen (mijn grote zus is hier heel goed in).

 

Ik kreeg een filmpje onder ogen van de dochter van mijn nichtje. Ze is fan van het Nederlandse vrouwenvoetbalteam en moedigt ze aan met het aanstekelijke “Hup Holland Hup”. Ze realiseert zich dat het woordje hup wel erg vaak voorkomt en vervangt dit door het mooie alternatief tup of lup.

Dat ze ook in het bezit is van het taalgevoel-gen blijkt echter uit het feit dat ze ter aanmoediging van de leeuwinnen niet gemakzuchtig “laat de leeuw niet in z’n hempie staan” zingt, maar er heel keurig haar van maakt…..

 

Ik verwacht dat we Jade’s eerste roman binnen vijftien jaar tegemoet kunnen zien.

Kijk naar deze link.

 

De zilveren knoop

1854

Het zat Guurt niet mee die dag.

Het was nog aardedonker toen hij zich ’s ochtends klaarmaakte om naar de haven te gaan waar de vissersboot klaarlag.

Ze zouden die dag zoals gewoonlijk een paar trekken maken op de Zuiderzee om met het kuilnet paling te vangen.

Hij kleedde zich zo warm mogelijk, want het was koud. Toen hij de enige warme trui die hij bezat over zijn hoofd trok scheurde die finaal in tweeën. Het kledingstuk was zo versleten en zo vaak gerepareerd, dat het in stukken uit elkaar viel.

Besluiteloos keek hij naar de vodden in zijn hand. Die trui was echt niets meer waard, hij moest iets anders aantrekken.

Guurt was knecht op een Schoklander vissersboot en verdiende heel weinig. Hij woonde met zijn vrouw Hendrikje in een vervallen huisje op Schokland en had nooit genoeg geld om  rond te komen. Meestal kon hij aan boord eten, dat scheelde, maar geld voor nieuwe kleren was er nooit. Hendrikje probeerde alles zo goed mogelijk te herstellen, maar door het zware werk aan boord sleten Guurt’s kleren snel.

Hij wist dat Hendrikje het helemaal niet met hem eens zou zijn, maar trok toch zijn mooie jas aan, die deel uitmaakte van zijn zondagse pak. Hij had er geen zin in de hele dag kou te lijden. Het was een korte jas, die gesloten werd met twee zilveren knopen.

Hij haastte zich naar de boot en al snel was hij druk in de weer met de netten.

Door de beweging van zijn armen werd er veel kracht uitgeoefend op de knopen van zijn mooie jas en na verloop van tijd brak het oogje van de bovenste knoop af.

Toen Guurt even over de reling van de boot hing viel de knoop met een kleine plons in het water. Langzaam zonk hij naar de bodem en nestelde zich in de modder.

Het lekkere maaltje paling dat Guurt mee naar huis bracht kon de boosheid van Hendrikje niet wegnemen. In onvervalst Schokkers schold ze hem de huid vol. Die zondag hield hij zijn Bijbel angstvallig voor zijn borst, zodat niemand kon zien dat er nog maar één knoop zat.

 

1999

Ons zoontje speelt in de tuin van onze eengezinswoning en komt even later opgewonden binnen: kijk eens wat ik in de aarde gevonden heb?

 

Moeder en kind

 

Small Talk

Ik heb al vroeg een moeizame relatie met het gesprek in al zijn verschijningsvormen ontwikkeld.

In de zuivere vorm is het een van de mooiste communicatiemiddelen die we hebben, maar een gesprek voldoet lang niet altijd aan basale voorwaarden.

Heb je weleens stilgestaan wat het betekent als je vertelt dat je een goed gesprek met iemand hebt gehad? Is het niet heel vaak zo dat jij vooral aan het woord bent geweest, de ander vooral heeft geluisterd en er dus eigenlijk sprake is van een fijne monoloog?

Leven je ouders nog? Nou, mijn moeder is net overleden.

Je hebt ook vast weleens het omgekeerde meegemaakt: je wilt vertellen over je vakantieplannen, maar al snel luister je alleen nog naar die van een ander. Het kan nog erger: iemand informeert naar iets en geeft je amper de kans te antwoorden, als snel begint hij zelf oeverloos uit te weiden over het onderwerp.

Gezellig kletsen

Borrels en recepties zijn aan mij niet besteed. Ik kijk met verbazing en enige jaloezie hoe mensen moeiteloos gesprekken gaande houden met wisselende toehoorders en over alle mogelijke onderwerpen. Ze schakelen moeiteloos en hebben er kennelijk geen enkele last van als het gesprek alle kanten opgaat.

Het gebeurt me weleens dat ik me in een groepje bevind waarin opeens een interessant punt wordt aangesneden. Ik maak mij op anderen deelgenoot te maken van mijn originele opvattingen op dit terrein, maar voor ik er erg in heb zijn we alweer drie onderwerpen verder.

Als je niet praat doet een ander het wel

Ik luister dus relatief veel, maar dat heeft ook zijn nadelen. Vacuüm moet worden opgevuld, dus velen beschouwen het feit dat jij niet zoveel bijdraagt als een legitimatie om zelf voortdurend aan het woord te zijn. Dat ik hun die kans geef geeft hen de indruk dat hun betoog wel buitengewoon interessant moet zijn en vaak doen ze er nog een schepje bovenop. Ik ken iemand die steeds ongeloofwaardiger verhalen over zichzelf vertelt en laatst dacht iemand dat een anekdote over een spelshow van veertig jaar geleden tot het toppunt van amusement behoorde.

Het ijs moet gebroken.

Is het je weleens opgevallen wat mensen elkaar vertellen als ze elkaar nog niet zo goed kennen? Ze snijden uitsluitend strikt veilige onderwerpen aan waar ze al vele keren eerder over hebben verteld. Als hun partner ook aanwezig is zit die altijd blij te knikken (of vult aan), want die heeft het verhaal natuurlijk al honderd keer gehoord.

Catering

Ik houd me op gezellige bijeenkomsten dus meestal een beetje gedeisd en heb er geen enkel probleem mee voor de hapjes en drankjes te zorgen. Indien nodig creëer ik mijn eigen geschikte momenten, zoals met een klein gezelschap rond de tafel na een lekker maal.  Voor mij is dat de ideale setting voor een goed gesprek.

Had ik maar een hond.

Als je een hond hebt zal een gesprek met een andere hondenbezitter nooit een probleem vormen: jij vertelt alles over jouw trouwe viervoeter en de ander maakt je deelgenoot van al de schattige eigenschappen van zijn schijtbeest.

Maar dan de Britten

Jaren geleden bracht ik een bezoek aan de Engelse ambassade, die in een prachtig Haags pand gevestigd is. We werden bij de deur welkom geheten door de echtgenote van de ambassadeur, een heuse Lady. Za nam mijn hand, vroeg me waar ik woonde en liet na mijn antwoord weten dat iedereen daar zo’n prachtige tuin heeft. Met een: “Do tell me about your garden” richtte ze haar blik alweer op de volgende gast.

In de grote tuin werden lekkere drankjes geschonken en hier kreeg niemand de kans een beetje zielig in zijn eentje te staan. Ervaren ambassademedewerkers pikten je er zo uit, begonnen een levendig gesprek en koppelden je ongemerkt aan een groepje.

Het was een gedenkwaardige middag. De Engelsen zijn ongelooflijk stom bezig met de Brexit, maar als het gaat over beleefde conversatie en goede omgangsvormen kunnen we nog heel wat van hen leren.

 

 

 

Kommer

Sprezzatura in Assen

 

Wie het station in Assen uitloopt kan niet om Mannes heen: een metershoge houten hond. Er viel een wethouder over, maar de gemeenteraad besliste toch dat het dier er moest komen.

In de buik van het beest zit een luik. Ik vraag me af of er vijanden in verstopt zitten die ’s nachts naar buiten komen.

Mannes is een technisch wonder, hij kan bij het geluid van hoge kinderstemmen een waternevel uitstoten. Toen wij hem bekeken gebeurde er niets terwijl we toch wel wat verkoeling konden gebruiken.

 

We waren in Assen om naar de tentoonstelling Sprezzatura te kijken in het Drents museum.

 

Tot en met 3 november 2019 schitteren 69 Italiaanse meesterwerken in de tentoonstellingsvleugel van het Drents Museum in Assen. In de tentoonstelling Sprezzatura – Vijftig jaar Italiaanse schilderkunst (1860-1910) staat het werk centraal van maar liefst veertig schilders uit heel Italië, zoals Antonio Mancini, Federico Zandomeneghi, Giovanni Segantini, Giacomo Favretto en Giuseppe Pellizza. Het Drents Museum laat het Nederlandse publiek kennismaken met de ongekende kwaliteit en schoonheid van de Italiaanse 19de-eeuwse schilderkunst. De schilderijen zijn voornamelijk afkomstig uit prominente Italiaanse museale collecties, waaronder het Uffizi Museum in Florence. Een groot deel is niet eerder in Nederland te zien geweest. 

Het is een prachtige tentoonstelling, wat een geweldige schilderijen!

De opzet van de tentoonstelling is prettig: een ruime hoeveelheid informatie, over de schilders en hun werk maar ook over de relevante geschiedenis.

De werken zijn gemaakt in de periode 1860 -1910, waarin er erg veel gebeurde in Italië. Het was de tijd van eenwording, maar ook van oorlog en onvoorstelbare armoede.

Sommige kunstenaars gebruikten hun talenten om te ageren tegen armoede en onrecht, anderen vluchtten juist weg van de realiteit en maakten dromerige, haast magische schilderijen.

Het was heerlijk rustig in het museum, je kon alles op je in laten werken zonder door drommen anderen gestoord te worden.

Een aanrader!

Drents museum Sprezzatura                                    9.

 

Link naar de site.

 

Nog wat kindjes, nu op Nederlandse postzegels

Afrikaantjes

Ik plukte een verdord bloemetje uit de bak met Afrikaantjes en hield een bosje zaadjes tussen mijn vingers. Ze brachten herinneringen bij me boven aan het schooltuintje waarvan ik als kind een jaar de baas mocht zijn.
Het was een perceeltje van twee vierkante meter, de meneer van de schooltuintjes liet ieder van ons een schoffel of hark pakken waarmee we de grond gereed konden maken om er zaadjes in te stoppen.
Ik vond het fantastisch. Behalve Afrikaantjes kon ik na verloop van tijd ook sla en bieten mee naar huis nemen, die ik trots aan mijn moeder gaf. Ik voelde me een jager-verzamelaar die goed voor zijn stam zorgde.

Mijn lagere-schoolcarrière had een aanvang genomen op de Pieter Oosterleeschool, in de Orteliusstraat (Amsterdam Bos en Lommer), maar ik zat daar maar tot de vierde klas.

Mijn vader vond het goed voor mijn ontwikkeling als ik de rest van mijn schooltijd afmaakte op een school in Geuzeveld, de Timotheüsschool. Later heb ik bedacht dat hij zich misschien zorgen maakte om het feit dat mijn accent steeds Amsterdamser werd.
Voor mijn twee zussen golden kennelijk andere maatstaven, want die hebben de Pieter Oosterleeschool gewoon afgemaakt…

Ik was niet betrokken bij de beslissing, ik kan me ook niet herinneren dat mijn vader hem uitgelegd had. We fietsten samen enkele keren naar mijn nieuwe school om de weg te leren (het was best een eind) en op de eerste schooldag sloot ik me aan bij een rij kinderen die ongeveer van mijn leeftijd waren. Dat bleek de vijfde klas te zijn, ik moest bij de vierde zijn. Juffrouw Klein (zo heette de leerkracht van de vierde) kwam mij halen en zei dat het leuk geprobeerd was maar dat ik toch echt geen klas mocht overslaan.
Ik probeerde uit te leggen dat dit heus mijn bedoeling niet was geweest, maar daarin was ze niet geïnteresseerd.

In de eerste weken op mijn nieuwe school bleek ik het schrijven volledig verleerd te zijn. Mijn vingers verkrampten om de schacht van de kroontjespen en geen letter lukte.
(Tijdens een ouderavond vertrouwde juffrouw Klein mijn ouders toe dat ze het met betrekking tot mij maar niet te hoog in de bol moesten hebben. Mijn vader had laten vallen dat ik misschien wel onderwijzer wilde worden, maar dat konden ze beter vergeten).

Het is toch nog wel goed gekomen. In de vijfde en zesde klas had ik het best naar mijn zin.

Ik moest natuurlijk overblijven en mijn moeder maakte elke dag boterhammen voor me klaar. Op een dag confronteerde ze me ermee dat ze drie onaangebroken zakjes brood in mijn tas had aangetroffen. Ik vertelde dat ik geen zin had gehad de boterhammen op te eten omdat er altijd alleen maar theeworst op zat.
Het was niet bij me opgekomen mijn moeder om ander beleg te vragen, zij dacht dat ze mij er een groot plezier mee deed.

Ik moest ook een beugel, waar ik een gruwelijke hekel aan had. In die tijd leek een beugel een beetje op een krab met een doorzichtig pantser en zilveren pootjes. Het schild paste precies in je verhemelte en de pootjes kromden zich om je kiezen. Ik kon niet goed praten met dat ding in mijn mond en stopte hem elke dag als ik naar school moest in mijn zakdoek.

Op een dag zat iedereen stil te werken toen ik haastig mijn zakdoek tevoorschijn haalde om er een nies in op te vangen. Ik was vergeten wat erin zat en in de doodstille klas vloog de krab door de klas en kwam tot stilstand vlak vóór de voeten van de meester.

Meester Horneman was een ouderwetse meester, die goed vertellen kon. Hij wist dat ik van lezen hield en ik bracht de overblijftijd door met de boeken die hij voor me uitkoos. Het waren altijd spannende jongensboeken. Ik herinner me vooral “Aart de assistent van de Schout”.

Ik denk dat als ik op de Pieter Oosterleeschool was gebleven nooit een schooltuintje zou hebben gehad.

Ik liet er mijn beste vriend achter, die ook Martin heette en dat Amsterdamse accent ben ik nooit helemaal kwijtgeraakt.

Wat hebben we hiervan geleerd?

Ouders, denk goed na als je een beslissing neemt die volgens jou in het belang van het kind is.

Lezen is heerlijk.

En: Afrikaantjes zijn misschien wat ordinair, maar niet voor niks de lievelingsbloemen van alle Amsterdammers!

 

Kindjes 1

(Volgende keer een selectie uit de prachtige Nederlandse zegels met kinderen als onderwerp. Nederland heeft een reputatie op dat gebied!)

Ingezonden

Ze moeten me niet meer bij de Volkskrant…..

Lukte het in het verleden nog weleens iets geplaatst te krijgen, nu ben ik kennelijk op de zwarte lijst beland.
Het spreekt voor zichzelf dat hier sprake moet zijn van een duister complot, waarin de gevestigde machten mij het spreken willen beletten. Het is natuurlijk uitgesloten dat het aan de kwaliteit van mijn inzendingen ligt….

In de krant van donderdag 20 juni stond dit geestige stukje van Paulien Cornelisse op de voorpagina:

Het inspireerde mij tot deze volgens mij ook niet ongrappige reactie:

Het doet mij deugd dat ik regelmatig kan lezen hoe Volkskrantvrouwen omgaan met belangrijke hygiënische kwesties.
Zo schreef Silvia Witteman over de manier waarop de wc-rol het best kan worden opgehangen en suggereerde zij dat mannen voortaan beter in het fonteintje kunnen plassen en konden we lezen hoe Paulien Cornelisse omgaat met de problematiek van het benenwassen.
Mijn verwachtingen zijn hoog gespannen: ik hoop dat Sheila Sitalsing binnenkort met een antwoord komt op de prangende vraag of het verstandig is de zakdoek zowel te gebruiken voor het snuiten van de neus als voor het afvegen van het bezwete hoofd.
Ikzelf gebruik hem weleens om mijn bril te reinigen, dit leidt niet altijd tot scherper zicht. Wellicht kan Aleid Truijens hier haar licht over laten schijnen?

Tot mijn stomme verbazing stond mijn brief niet in de krant vanochtend. Ik kreeg wel dit mailtje:

Geachte lezer
Hartelijk dank voor uw bijdrage die wij met veel interesse hebben gelezen. Wij stellen het zeer op prijs dat u ons uw mening laat weten. Het is belangrijk dat wij op de hoogte zijn van de mening van onze lezers. Wij plaatsen uw brief niet maar wij zien erop toe dat uw opmerkingen op de juiste plek terechtkomen en worden meegewogen in de verdere beslissingen over de krant.

Met vriendelijke groet,

Brievenredactie de Volkskrant

Het is een grote troost dat mijn opmerkingen zullen worden meegnomen als het beleid voor de toekomst van de krant wordt vastgesteld, maar ik zou toch liever hebben gehad dat men een plaatstje had gevonden voor mijn bijdrage.

De druiven zijn een beetje zuur, maar het valt wel op dat het merendeel van de brieven die wel geplaatst worden een hoog open-deur gehalte hebben. De krant zal zich er geen buil aan vallen.
Deze brief (en mijn voorlaatste, over de rubriek van de ombudsman –zie hier-) bevatten wat ironische kritiek op de krant, en bijdragen van deze strekking zie je bijna nooit….

Ik mag me gelukkig prijzen dat ik zo’n grote schare trouwe abonnees heb die  mijn blog lezen.  De Volkskrantlezers weten niet wat ze missen….

 

Stelletjes

Een en ander

We kregen van mijn zoon Ben een persoonlijke rondleiding door een stukje Creative Community in de Bijlmer.

Ik schreef eerder over Heesterveld (kijk hier), nu konden we het zelf eens meemaken.

Wat me het meest opviel was een reusachtige muurschildering, die de hele zijkant van een flat bedekt.

Het is een intrigerende voorstelling, die niet zo een twee drie te duiden is. We zien een huiskamer(?) met daarin twee mannen waarvan er een door te blazen een vonkje doet opvlammen.

Het blijkt om een werk van een Egyptische kunstenaar te gaan, Ammar Abo Bakr. In het Parool is er dit stukje over te lezen.

Toeristen vergapen zich aan het schouwspel

Ik vond het een indrukwekkend gezicht, een fantastisch initiatief dat navolging verdient.

Schijfremmen

We waren naar de Bijlmer gefietst, een heel mooie tocht. Mijn nieuwe elektrische fiets bevalt goed, maar vertoont nog wel wat kinderziekten.

Hij is toegerust met schijfremmen: aan de linkerkant van de as zit een schijf met een diameter van een centimeter of vijftien. Als je remt klemmen de remschoentjes links en rechts zich samen waardoor de schijf vertraagd wordt en daarmee het hele wiel.

Toen ik hard moest remmen voor een domme duif bleek dat mijn achterwiel ineens scheef in het frame zat. Het liep flink aan.
Ik vermoed dat twee dingen een rol speelden: doordat de remschijf aan de linkerkant zit wordt deze kant van het wiel bij hard remmen veel meer afgeremd dan de rechterkant, het wiel trekt dan naar links. Dit moet normaal geen probleem zijn, maar ik vermoed dat de kettingspanners en de moeren van de achteras niet zo heel er vast waren aangedraaid. Nieuwe fiets….

Ik kon gelukkig een baco kopen bij de plaatselijke supermarkt en het wiel weer rechtzetten. Thuis heb ik met goed gereedschap de moeren zo strak mogelijk aangedraaid. Hopen dat het euvel zich niet herhaalt.

De buitenkamer

Inmiddels is de buitenkamer weer helemaal gereed gemaakt voor een lange warme zomer. Bij de kringloopwinkel kochten we een paar lekkere stoelen voor aan de eettafel en we vulden alle potten weer met vrolijke plantjes.

Regen kan ons niet deren: zelfs tijdens een onweersbui zitten we hoog en droog.

We hebben inmiddels een borrel gehad voor alle vrijwilligers van de bridgeclub, zo’n dertig man kon zich een paar uur lekker verpozen en was niet uit het veld geslagen toen het even regende. Dan bewijst de overkapping goede diensten.

 

 

Moedig voorwaarts

Zonnestraal

De snelle jongen van de brillenwinkel had geconstateerd dat het zicht in het linkeroog van mijn echtgenote tot 50% was gereduceerd.
Hij wist bijna zeker wat de oorzaak was: staar. Dat kan tegenwoordig met een kleine ingreep verholpen worden en dan zou hij een klant kwijt zijn: geen bril meer nodig!

We bezochten Oogkliniek Zonnestraal in Amersfoort (toepasselijke naam, ik begrijp waarom ze niet gekozen hebben voor De Avond Valt.)

Verbeeld ik het me, of zijn de letters op de borden die ons de juiste route vanaf de snelweg wijzen extra groot? Wel zo prettig gezien het karakter van de kwalen waarvoor patiënten naar de kliniek komen.

(Het deed me denken aan deze mop: Ik zag laatst Jules de Corte nog rijden. Hij had zijn raampje opengedraaid en hield zijn hand op de vangrail.
Het grapje stamt uit de tijd dat iedereen nog wist wie dat was en toen humor ten koste van minderheden nog kon).

Bij Zonnestraal stikte het van de echtparen, de meeste waren wel bejaarder dan wij. De taakverdeling lag vast. De man in geruite bloes en sandalen wachtte terwijl de vrouw zich aanmeldde bij de balie. Zo deden wij het ook.

Het was vol in de wachtkamer, voor mij altijd aanleiding een inkoppertje ten beste te geven: ik spreek de dunste, breekbaarste lotgenote aan met de mededeling dat ik bij plaatsgebrek vast wel op haar schoot zou mogen komen zitten.

De een reageert wat sneller dan de ander, maar na enige seconden wordt de voorzet meestal wel opgepakt: “Nou, dan zou er weinig van mij overblijven!”, of woorden van gelijke strekking.

Een beleefde medewerkster kwam vragen of iemand drinken bliefde en toen ik zei dat ze dat beter aan de planten kon vragen (die er buitengewoon verdord uitzagen) was het ijs helemaal gebroken. De wachttijd leek een stuk korter door deze komische intermezzi.

Zonnestraal is een commerciële kliniek, waar in strak tempo ooglijders in 15 behandelkamers tegelijk behandeld worden. Ik was onder de indruk van de professionele organisatie.

We moesten op een andere plek ook weer even wachten, naast me hoorde ik een heel vreemd klikkend geluid. Ik dacht in eerste instantie aan een wonderlijk ringtoontje, maar omdat het geproduceerd leek te worden door een bejaarde meneer keek ik niet, want het zou weleens kunnen zijn dat hij problemen had met zijn kunstgebit. Iedereen weet dat je in zo’n geval net moet doen of je niets gehoord hebt. Toen het geluid weer klonk durfde ik wel nonchalant opzij te kijken en constateerde tot mijn opluchting dat mijn buurman inderdaad in de weer was met zijn mobieltje. Hij keek waarschijnlijk op Insta naar de capriolen van zijn achterkleinkinderen.

Een moslima in vol ornaat zeilde binnen met een blad vol baklava, dat zij ter ere van het Suikerfeest voor het personeel had gemaakt. De medewerksters die de telefoon aannamen spraken enige tijd met op elkaar geplakte kaken en vertrokken gezichten veroorzaakt door de zoete lekkernij.

De diagnose stemde niet helemaal overeen met die van de brillenjongen. “Dat had ik niet aan zien komen”, sprak mijn vrouw.

Ik besloot niet te zeggen dat ik dat niet zo’n wonder vond, gezien haar tot 50% verminderde gezichtsvermogen. Ze moest me immers nog de weg terug naar huis wijzen…..

 

 

Hoofddeksels

Meloen bij de sluis

Het was weer tijd voor een mooie fietstocht.
Een van onze favoriete ritjes is een rondje Noorderplassen. Je kunt het grootste deel langs het water fietsen en halverwege staat een picknicktafel waar je even kunt uitrusten.
Nadeel is, dat daar ook grote gevaarlijke koeien rondlopen. Ze hebben geen enkel respect voor fietsers (poepen het hele pad onder) en komen veel te dichtbij. Ze kijken naar je met een blik die op het eerste gezicht van weinig intelligentie blijk geeft, maar in werkelijkheid van een berekenende valsheid getuigt. Ze bedenken hoe ze hun enorme massa kunnen gebruiken om jou te pletten.
Iedereen weet dat menig boer op die manier aan een akelig einde is gekomen.

Almere heeft grootse plannen en wordt op dit moment flink op de schop genomen. Tot mijn verbazing heeft men de camping verplaatst van de plek waar de Floriade moet komen naar de Noorderplassen.
Dat is mooi, maar waarom is de brug waar we over moeten weg?


Navraag leert dat er een nieuwe komt, maar dat we dus voorlopig niet verder kunnen. We kunnen wel een alternatieve route nemen naar het gemaal (de Blocq van Kuffeler) en dan verder over de dijk langs het IJsselmeer. We rijden dan ook nog om de Lepelaarsplassen.

Als we bij de Hoge Vaart zijn aangekomen hoeven we alleen maar even het water over om onze tocht te vervolgen. Dat gaat echter niet zomaar. Fietsers moeten een enorme slinger maken, een soort ingewikkelde achtfiguur. Geheel gedesoriënteerd zien we onszelf een kwartier later terug aan de overkant, hemelsbreed 20 meter van de plek waar we eerst stonden.
Maar dan liggen we weer op koers.

We arriveren bij een sluis, die op dat moment net geopend is om enkele bootjes door te laten. We zien de schipper zijn boot tot stilstand brengen door ermee langs de kadewand te schuren. Zijn vrouw staat klaar met een touw waarmee ze het schip hopelijk niet al te vast zal aanmeren, want over enkele ogenblikken zal het waterpeil dramatisch zakken, en het is dan niet prettig als de boeg opgetild wordt door het touw dat op dat moment met geen mogelijkheid meer kan worden losgemaakt.

Als de sluisdeuren weer gesloten zijn kunnen wij erover en komen dan op een van de mooiste en rustigste plekjes van Almere.

Daar eten we de meegebrachte meloen op en zien kans ons met het leven te verzoenen.

Warm zonlicht, een koel briesje en zoete meloen waarvan het sap langs je kin loopt: wat wil een mens meer?

 

We stappen met tegenzin weer op en vervolgen onze weg. We kijken naar de zeilboten als we in rustig tempo over de dijk fietsen en kunnen al snel weer onze oude route oppakken

 

Thuisgekomen zijn we blij met de koelte, we hebben onze eerste portie zomer te pakken!

De centjes

Veel mensen hebben van vroeger onthouden dat postzegels sparen winstgevend is.
Mijn oom in Nieuw-Zeeland had een imposante verzameling (mijn andere oom, die nog in Nederland woonde stuurde hem jarenlang trouw de zegels waarom hij vroeg).
Iedereen in de familie was het erover eens dat oom Johan een lekker appeltje voor de dorst bezat.
Ik bezocht niet lang geleden een kennis in Lelystad. Hij liet me het vuistdikke album zien dat nog toebehoord had aan zijn grootvader. Het leek wel een Statenbijbel.
Zijn opa had na afloop van de Tweede Wereldoorlog een bod op dit album afgeslagen van 100.000 gulden. Hij vertrouwde het nieuwe geld niet en dacht dat hij er beter aan deed bovenop zijn verzameling te blijven zitten.

Tijden veranderen.

Op Catawiki worden regelmatig vergelijkbare collecties aangeboden. Ze gaan zelden weg voor meer dan €100,-
Ze bieden vaak een treurige aanblik: soms zijn ze door harteloze lieden geplunderd en zie je hier en daar gaten in de zorgvuldig opgebouwde verzameling, vaak staan aantekeningen in de marge die de waarde aangeven die de zegels destijds hadden.

Het moge duidelijk zijn: van postzegels word je niet rijk.
Sommige zegels zijn nog wel erg kostbaar, maar dan gaat het om uiterst zeldzame exemplaren.

Toch nog wel erg duur

Ik heb de gulden-zegels van Nederland aardig compleet, ik mis er nog ongeveer 20. De duurste hiervan is de 5 gld. Wilhelminazegel uit 1876. Als ik die zou willen aanschaffen zou ik €2200 op de toonbank moeten leggen.

 

 

De twee kostbaarste zegels in mijn bezit zijn de nrs. 105 en LP12. (cataloguswaarde €425,- en €300,-).De eerste trof ik aan in een goedkope partij (de verkoper had vast niet door dat hij er tussen zat), de tweede kon ik voor weinig geld aanschaffen omdat er een minuscuul hoekje aan ontbreekt.

Teleurstelling

Veel bezitters van oude verzamelingen rekenen zich rijk door naar de prijzen in de catalogus te kijken. Zij stappen welgemoed naar een van de weinige handelaren die Nederland nog rijk is en krijgen dan te horen dat ze hun zegels kunnen verkopen voor een bedrag dat in de buurt van 10% van de cataloguswaarde komt.

Wat betaalde je vroeger, toen de zegels nog gewoon op het postkantoor te koop waren?
De goedkoopste kostte ½ cent en de duurste fl. 25. De laatste was een luchtpostzegel, bedoeld ter voldoening van de toeslag die gold voor brieven die per vliegtuig vervoerd werden.
In Duitsland heeft het frankeren van een brief weleens aanzienlijk meer gekost. Ten tijde van de crisis was er een postzegel van 50 miljard Mark.

Het voorraadje van de zwarthandelaar

Ik ben op dit moment een doos aan het uitzoeken waarin 5 kg postzegels zit. Dat zijn er heel erg veel. Ik denk dat ik er nog wel een maand zoet mee ben.
Het is wel heel erg leuk werk: je kunt elk moment op een pareltje stuiten.
Het viel me op dat ik veel dezelfde ongestempelde zegels vond. Het zijn vooral kinderzegels uit 1941 (Rembrandt’s zoon Titus), de Germaanse symbolen en de serie zeehelden (beide 1943-1944), Hoe zouden die in de doos terecht zijn gekomen?
Ik heb een plausibele theorie: waarschijnlijk is de voorraad die een zwarthandelaar aan het eind van WO II had aangelegd in mijn doos terecht gekomen.
Het kopen van postzegels werd gezien als een manier om zwart geld wit te maken. Toen de vrede getekend was moest men al het oude geld inruilen voor nieuw en tegelijkertijd aantonen waar het vandaan kwam. Omdat zwarthandelaren dat niet konden kochten ze vóórdat hun geld niets meer waard was van ellende maar een hele berg postzegels.
De mijne was geen groot brievenschrijver, dus hij heeft er niet veel mee kunnen doen.

Let op de kleine kas

Af en toe kom je een zegel tegen waarin gaatjes zijn geprikt. Als je ze tegen het licht houdt zie je vaak dat de perforaties een combinatie van letters vormen.
Het gaat hier om zogenaamde Perfins. Om te voorkomen dat werknemers zegels van kantoor gebruikten voor privépost werd de voorraad geperforeerd, zodat de onderneming geen verlies kon lijden veroorzaakt door employees met losse handjes.

Deze kloeke maatregel heeft er waarschijnlijk aan bijgedragen dat er zoveel succesvolle multinationals bestaan….

 

Mooie vrouwen