Americana I

Op de een of andere manier steekt in mijn bezigheden de VS van Amerika de laatste tijd steeds de kop op.

Jammer genoeg trekt Trump op dit moment de meeste aandacht.

Iedere keer geconfronteerd worden met deze verschrikkelijke president is geen pretje, je zou je eraan willen onttrekken als dat mogelijk was, maar als het gaat om andere aspecten van dit enorme land vind ik het meestal erg interessant.

Youtube probeert erachter te komen waar je belangstelling naar uitgaat en presenteert je vervolgens tot vervelens toe filmpjes die je volgens hun algoritme wel zal kunnen waarderen.
Omdat ik weleens wat bekeek over houtbewerking werd ik op het spoor gezet van twee interessante projecten: jonge Amerikanen bouwen hun eigen boot.

In de huiskamer kun je tegenwoordig niet meer om Netflix heen. We zijn dol op series en dit kanaal biedt hier een overvloed van aan.
Ik lees veel Amerikaanse literatuur en ben ook verzot op non-fictie die betrekking heeft op dit magnifieke land. Ik las The Assault On Reason van Al Gore, Geschiedenis van de Verenigde Staten door Frans Verhagen en ben net begonnen in Begrijp jij Amerika nog? Van dezelfde schrijver.

Ten slotte: we bezochten het Drents Museum in Assen, waar op dit moment de expositie The American Dream te zien is.

Acorn to Arabella

Op deze site kan je de bouw volgen van de Arabella. Steve en Alix zijn twee jonge Amerikanen die in Massachusetts (in het NO van Amerika) 8 jaar hebben uitgetrokken om uiteindelijk het ruime sop te kunnen kiezen in hun zelfgebouwde boot.
Ze leven heel spaarzaam en doen een beroep op geïnteresseerden om hen te sponsoren.

Ze komen heel sympathiek over en zijn in mijn ogen “echt Amerikaans”: Steve is kaal van boven maar heeft een woeste baard en gaat af en toe een squirell schieten om op te eten.

Ze zijn volledig zelfvoorzienend en gaan geen enkele uitdaging uit de weg.

 

We are building a 38’ wooden sailboat designed in 1934 by William Atkin.  Atkin calls this particular boat “Ingrid” but our vessel will be named “Arabella”, once built we intend to take her to the most far flung corners of the world.  We are documenting every aspect of the build as we go, we hope to inspire and educate people along the way and to experience as much of this wonderful world as possible in the process.

When we say “build” we mean just that, from scratch, in our front yard, with our own two hands. Everything for Arabella will be sourced as locally as possible, this is very important to us. 99% of the lumber will be harvested from our property, the logs cut to length, any extra will become firewood to heat the smelter, steam box and us.  The logs will get milled into boards on a small portable sawmill, the boards then will be shaped into a boat.  We need 12,000lbs of scrap lead for a ballast keel and we must build a smelter, melt the lead and pour it into a mold we make.  There is a lot that goes into building a boat of this size!

Dit is hun site, vandaag verscheen net de nieuwste aflevering (van de ruim 50).

Salt & Tar en de Rediviva

Een jong Amerikaans echtpaar begon ook helemaal vanaf nul met de bouw van hun houten zeilboot. Ze werkten op een stuk land in Washington (de staat, in NW Amerika) dat ze van vrienden hiervoor mochten gebruiken. Daarna verhuisden ze hun boot naar California.

 

Salt & Tar is a husband and wife duo determined to build a 35 foot custom George Buehler designed wooden gaff ketch sailboat; documenting their undertaking. Now, 2.5 years into the project at the age of 25, Garrett and Ruth Jolly have transported the project to the San Francisco Bay Area. It began up a hill in Washington state. Equipped only with a 5000W generator, a few power tools, and resolution Rediviva has grown from a stack of lumber to a boat. Continuing the project in the Napa Valley Boatyard with better access to civilization and the launch ramp! You can also check out their blog, https://saltandtar.org , kept for more or less up-to-date information on the project. The couple tries to get an episode out at least once a month. Stay tuned for the book is far from being closed.

Je komt hier op hun site, waar je (inmiddels) 31 afleveringen kunt zien.

Ik ben diep onder de indruk van het doorzettingsvermogen van deze jongen mensen. Ze bieden alle problemen het hoofd (onder andere ijskoude lange winters!) en blijven bescheiden en aardig.
Ze zijn kennelijk gek op elkaar, ik vind vooral Ruth heel charmant.

Als je hen volgt krijg je een heel goede inkijk in een andere kant van Amerika, die meestal onbelicht blijft: beetje hippie-achtig, onafhankelijk, niet-materialistisch en principieel.
Trump mag een voorbeeld aan ze nemen!

 

Wordt vervolgd

 

Leesplezier

Laatst vroeg een bezorgde grootvader mijn advies. Het ging niet zo goed met zijn kleinzoontje op school, wat kon hij daaraan doen?

Misschien had hij verwacht dat ik hem een of ander huiswerkinstituut zou aanbevelen, of anders een instructief computerprogramma, maar mijn advies luidde anders.

Ik ried hem aan zijn kleinzoon vooral veel buiten te laten spelen en zoveel mogelijk boeken te laten lezen. Dan zou alles volgens mij wel goed komen.

Er is op dit moment veel discussie over de positie van het literatuuronderwijs. De leeslijsten op de middelbare school worden almaar korter. Aan de omstandigheid dat leerlingen meestal kiezen voor de dunste boeken verandert natuurlijk niets (Oeroeg van Hella Haasse en Het gouden ei van Tim Krabbé blijven immens populair). De moderne talen worden op het gebied van verplichte literatuur ook nog eens gekoppeld aan het Nederlands.

Nu was het bericht te lezen dat aankomende leraren Nederlands niets meer hoeven te lezen van vóór 1900.
Hierop wordt door de gestaalde kaders van het literatuuronderwijs bitter gereageerd: als zelfs de leraren al geen kennis hebben genomen van Multatuli, Piet Paaltjens en de Ferguut, hoe moet het dan met de leerlingen?

Ik heb een blauwe maandag MO Nederlands gestudeerd en herinner me nog goed dat ik me verschrikkelijk zat te ergeren toen ik Floris ende Blancefloer en Van de Vos Reinaerde moest lezen. Ik las alles wat me onder de ogen kwam, maar kon hier niet doorkomen.
Je leest om meer te weten te komen en hebt daarvoor begrijpelijke taal nodig. Je moet niet hoeven te puzzelen om erachter te komen wat er staat!

Ik ben er dus niet zo rouwig om dat deze oude jongens van de lijst af zijn gehaald.

Ik vind het wel erg jammer dat kinderen steeds minder boeken lezen en steeds vaker met schermpjes in de weer zijn. Er is een heel groot verschil tussen het lezen van een roman en het raadplegen van een stukje informatie via Google.
Het is mijn vaste overtuiging dat het lezen van literatuur een onmisbaar onderdeel is van het opgroeiproces.

Er zijn ruwweg drie stromingen te onderscheiden in de discussie over (verplicht) lezen: traditioneel geldt de opvatting dat leerlingen op school in contact gebracht moeten worden met een breed aanbod van literatuur, ze kunnen dan van alles proeven en kunnen met behulp van deze ervaring vaststellen waar hun belangstelling naar uit gaat. Ze hebben dan een goede beginsituatie om verder zelfstandig te lezen.
Een ander uitgangspunt is, dat het er vooral om gaat dat kinderen lezen, het is niet belangrijk wat ze lezen. Geen verplichte lijst dus en Suske en Wiske is ook goed.

Een groeiende groep is van mening dat lezen uit de tijd is. In onze wereld nemen de snelle massamedia de belangrijkste plaats in en is een trage papieren informatiedrager volkomen gedateerd.

In het debat rondom het gebruik van de computer voor het leren wordt kennis vaak verward met informatie: van het laatste is op internet een overweldigende overvloed aanwezig, maar om die informatie te ordenen, te schiften en te beoordelen heeft een leerling kennis nodig en die komt niet vanzelf.
Met betrekking tot lezen heerst vaak hetzelfde misverstand. Grasduinen door alle mogelijke teksten op het web is volstrekt niet hetzelfde als het zorgvuldig lezen van een verhaal of boek.
Literaire teksten trekken de lezer het verhaal in, laten hem kennismaken met de belevingswereld van anderen en doen een beroep op zijn empatisch vermogen. Ze zullen de lezer in staat stellen zelf beelden te vormen bij het gelezene en inspireren hem met een uitgekiende woordkeus en literaire vorm.
Teksten die men op het scherm tegenkomt zijn bijna altijd van een heel ander kaliber.

Onlangs las ik over nog weer een andere benadering: vereenvoudig (wereld)literatuur of bied samenvattingen aan. De leerling zal dan nieuwsgierig worden naar het origineel.

Het spreekt voor zichzelf dat bij dit voorstel mij de rillingen over de rug lopen. Het doet denken aan menig boekenkast in de huizen van generatiegenoten van mijn ouders. Hier stonden keurig in het gelid, voorzien van goudgeletterde keurige banden de vereenvoudigde en ingekorte versies van klassiekers als Moby Dick, Wuthering Heights en Great Expectations. Zij waren speciaal geselecteerd door Reader’s Digest en stelden de lezers in staat mee te praten over deze meesterwerken zonder daar overdreven veel moeite voor te hoeven doen.

Ik vroeg me bij het aanschouwen van deze gemutileerde werken altijd af welke diepgezonken creaturen zich beschikbaar hadden gesteld als literatuurverkrachter.
Ik hoop dat het hun tot het einde der tijden verboden wordt iets anders dan doktersromans te lezen.

Mijn eigen leesgeschiedenis

De discussie roept bij mij herinneringen op aan de leeslessen op de lagere school. We kregen een in bruin papier gekaft schoolboek dat al door heel veel kinderhanden was gegaan en werden geconfronteerd met fragmenten van jeugdboeken.
Er was altijd eerst een inleiding:
Beer Ligthart is door een akelige val blind geworden. Niets kan hij meer zien en dat maakt de wereld ineens heel anders. Beer zal alles opnieuw moeten leren.
Dan vielen we plotseling in het verhaal, bij hoofdstuk 5 of zo, en als we er dan net een beetje in begonnen te komen hield het alweer op en begon weer een ander verhaal.
Ik was hier altijd boos over; waarom konden we niet meer lezen? Ik wilde graag weten wat er precies gebeurd was en vooral: hoe het afliep.

Je zou denken dat ik dan zelf op zoek ging in de bibliotheek, maar dit is nooit bij me opgekomen. Op de een of andere manier heb ik destijds nooit de link gelegd tussen de fragmenten uit mijn schoolboek en de originele boeken. Ik vermoed dat mijn onderwijzer ook nooit dit voor de hand liggende verband heeft gelegd en mij dus ook nooit de goede kant heeft op gewezen.

Ik weet niet meer hoe oud ik was toen ik mijn eerste bibliotheekkaart kreeg, wel dat ik er maximaal gebruik van heb gemaakt.
Onze bibliotheek stond aan de Bos en Lommerweg en ik was er kind aan huis. Er brak een moment aan dat ik alle boeken die bij mijn leeftijdscategorie hoorden had gelezen. Ik kreeg speciale dispensatie, mij werd alvast een gele kaart verstrekt, hoewel ik daar nog geen recht op had. Vanaf dat moment kon ik ook boeken voor jongvolwassenen lenen.
Er was een limiet gesteld aan het aantal boeken dat je per keer mocht meenemen. Vaak stond ik in tweestrijd: welk boek zou ik noodgedwongen achterlaten? Ik bedacht een list en verstopte het boek dat ik niet mee mocht nemen achter andere boeken. Een ander kind zou het dan niet in kunnen pikken en ik zou het dan de volgende keer kunnen lenen. Toen ik later zelf in een bibliotheek werkte ontdekte ik dat ook contemporaine kinderen zich van deze truc bedienden. Ik zette de verborgen boeken meedogenloos weer op hun juiste plek, zoals de bibliothecaressen uit mijn kinderjaren ook gedaan moeten hebben.

Terugdenkend aan mijn leeshonger als kind besef ik dat er een beperkte tijdsperiode is waarin je kritiekloos ondergedompeld kan zijn in steeds weer een nieuw boek. De periode begint als je een beetje vlot kan lezen, dus als je ongeveer 7 jaar bent en komt ten einde als je in de puberteit komt. Je bent dan wat wereldwijzer en accepteert niet meer blind alles wat je voorgeschoteld wordt.

Wat een geweldige, prachtige periode is dat! Ik placht met mijn voeten op de gaskachel te zitten, volslagen in beslag genomen door mijn boek (Pim Pandoer: de schrik van de Imbosch!) dat door mijn moeder uit mijn handen moest worden getrokken om mij naar school te krijgen.


Als ik aan het rondsnuffelen ben in een tweedehandsboekenwinkel krijg ik af en toe weer een boek in handen dat ik destijds verslonden had (Bob Evers!) en dan komt het extatische gevoel weer een beetje terug.  Ik kom in de verleiding het betreffende boek te kopen en te herlezen, maar weet beter. Je kunt de herinneringen beter intact laten.

Mijn ouders besteedden volstrekt geen aandacht aan het soort boeken dat ik las. Ik wist van andere ouders dat die op de leeftijdscategorie letten (mijn vriend Henk kreeg voor zijn verjaardag een boek dat bestemd was voor lezers vanaf 16 jaar; zijn moeder beloofde het hem te geven als hij die leeftijd bereikt zou hebben) of controleerden of er in het kinderboek wel voldoende mens-maatschappij problematiek aan de orde kwam (de hoofdpersoon moest liefst een gehandicapt zoontje zijn van gescheiden lesbische ouders).
Dit was waarschijnlijk de reden dat ik wel alle boeken las van Willy van der Heide, die fout was geweest in de oorlog, maar geen “echte” jeugdliteratuur.

Er kwam natuurlijk een moment dat ik boeken wel degelijk op hun literaire kwaliteit selecteerde dus het is toch nog goed gekomen. Ik las zelfs een heel oud boek: de Max Havelaar.

Ik denk met groot genoegen terug aan alle prachtige boeken die ik gelezen heb en breng nog elke dag menig uurtje lezend door.

Ik gun elk kind de ervaringen die ik zelf heb gehad met het gedrukte woord.

Wees dus heel erg blij als je kind van lezen houdt en maak je vooral niet druk of hij wel de juiste boeken leest.

Dus: lekker buiten spelen en dan heerlijk genieten van een boek!

Col Canto voert het Requiem van Mozart uit

Op een zonnige zondagmiddag woonden we een prachtige uitvoering van het Requiem van Mozart bij.

Wij hadden een plekje bemachtigd in de Leger des Heilskerk vlakbij station Muziekwijk, waar het stuk werd gezongen door het projectkoor Col Canto.

Dit koor bestaat uit amateurs van verschillende Almeerse koren, die uitgebreid geoefend hebben onder leiding van de nieuwe dirigent, Mark Walter.

Ze zongen het Requiem niet voor de eerste keer, we zagen al eens eerder een uitvoering. We hoorden van vele kanten het commentaar dat het nu een stuk beter klonk dan de vorige keer, daar kan ik me bij aansluiten.

Er was ook begeleiding van een orkest, een gedeelte van de muzikanten is afkomstig van het Almeers Jeugd Symfonisch orkest, dat we ook kennen van andere uitvoeringen.

Het Requiem van de grote componist is een van mijn favoriete muziekstukken.
Het tempo lag iets lager dan ik gewend ben, maar de harmonie was prachtig.
Het stuk heeft heel mooie partijen voor met name de sopranen, die voluit gingen. Het risico is dan altijd dat het zingen bij de hoogste noten dan overgaat in gegil, maart dat gebeurde gelukkig niet.
De strijkers hadden niet helemaal hun dag, ik hoorde iemand zeggen dat de instrumenten ontstemd waren geraakt door de hoge temperatuur. Daar houden we het maar op.

 

Veel lof voor de nieuwe dirigent, die naar eigen zeggen de lat hoog legt. Dit wordt door de koorleden op prijs gesteld.

Een mooie ervaring, complimenten voor de uitvoerders.
Volgend jaar staat het Requiem van Brahms op het programma. Ik heb al even geluisterd, het kan wat mij betreft niet tippen aan Mozart, maar ik ga natuurlijk wel weer luisteren.

 

Col Canto Almere, En Suite en AJSO                      8

 

Mondriaanhuis Amersfoort

Onze vriendin uit Engeland was in Nederland, we ontmoetten elkaar in Amersfoort.

Wat is er te doen in deze stad? Mijn vrouw dacht dat ik dit wel zou weten, ik was immers 4 maanden in de Bernhardkazerne gelegerd geweest?
Er kwam niets bij me op, omdat het inmiddels 40 jaar geleden is dat ik ’s konings wapenrok droeg en ik mijn vrije tijd destijds voornamelijk in kroegen placht door te brengen.

Internet bracht uitkomst, we gingen naar het Mondriaanhuis.

 

Dit museum is gevestigd in een fraai grachtenpand, dat in Mondriaan’s tijd dienstdeed als school. Zijn vader was er hoofd, de familie bewoonde de zolder.

Er is niet zoveel werk van Mondriaan te zien, de gids posteert zich naast het rek met ansichtkaarten en houdt daar zijn verhaal.
Als je de schilderijen in het echt wil zien moet je naar andere musea. Zijn bekendste werk, Victory Boogie Woogie, hangt in het gemeentemuseum van Den Haag.

Hier kun je ontdekken hoe zijn werk geleidelijk veranderde van realistische landschappen tot abstracte composities met de karakteristieke lijnen en vlakken. Dompel je onder in zijn dynamische leven en reis mee van Amersfoort via Parijs naar Londen en uiteindelijk naar New York. In zijn op ware grootte Parijse atelier zie je hoe Mondriaan zijn eigen werkruimte geheel naar zijn hand zette. New York beleef je door de ogen van de kunstenaar zelf. In 3d ervaar je zijn artistieke zoektocht die leidde tot zijn absolute meesterwerk, de Victorie Boogie Woogie.

(De folder van het museum)

 

In een andere ruimte werd een soort documentaire vertoond op een manier die past bij zijn werk: op dertien televisieschermen in een compositie van vlakken en zwarte balken.

 

Ik was enigszins teleurgesteld over het nagebouwde Parijse atelier, tot ik hoorde (toen we alweer buiten stonden), dat ik een gedeelte gemist had. Ik had het trappetje moeten bestijgen…

 

We gebruikten de lunch in Logement de Gaaper, een aangenaam etablissement waar je wel even moet wachten op je eten, maar dan heb je ook wat. Ik kan het broodje eiersalade met spek van harte aanbevelen.

 

 

 

Je moet ook altijd nog even een kerk van binnen bekijken.

De Sint Joriskerk heeft zwaar te lijden gehad van de beeldenstorm. De hooligans avant la lettre hadden flink huisgehouden, de kerk koestert de weinige elementen die de aanslag hebben overleefd.

 

We aanvaardden de terugtocht in een Engelse auto, waarin het stuur rechts zit. Uit ervaring wijs geworden nam ik achterin plaats, niet naast de bestuurster. Op deze plek had ik bij mijn vorige bezoek aan Engeland gezeten en machteloze doodsangsten uitgestaan. In Nederland zou het waarschijnlijk nog enger zijn.

 

Mondriaanhuis:                                                         7

Auto’s met het stuur aan de verkeerde kant:          2

Adressen van de sites:
Mondriaanhuis

De Gaaper

Toekomstdrive 2018

Het bridgedistrict Gooi en Ommelanden organiseert elk jaar een Toekomstdrive.

Deze drive is speciaal voor cursisten, de bedoeling is dat zij op deze manier kennis maken met de manier waarop je een drive speelt.

Er worden 21 spellen gespeeld, in zeven ronden. De spellen zijn speciaal op moeilijkheidsgraad geselecteerd en er zijn twee lijnen: een voor echte beginners en een voor iets gevorderden.

Dit jaar deden 28 paren mee, 11 meer dan vorig jaar.

De deelnemers kwamen uit lesgroepen in het Gooi en in Almere. Er waren vooral veel cursisten van het Denken en Doenproject, dat op dit moment in Almere wordt uitgevoerd.

Op zaterdag 28 april had om 13.00 uur bijna iedereen het Denksportcentrum van Almere gevonden en het aangeboden kopje koffie opgedronken. We konden beginnen.
De deelnemers kregen een loopbriefje, zodat ze precies konden zien aan welke tafels ze moesten spelen en tegen wie.

Voor de spelers hadden de biddingboxen geen geheimen meer, hier is volop mee geoefend. Maar niet iedereen kon overweg met de kastjes, waarin de administratie moet worden bijgehouden. De speler die Noord zit moet het spelnummer invoeren, het contract en het resultaat.
Gelukkig was er volop hulp aanwezig van de begeleidende docenten.

Al gauw deed zich het merkwaardige bridgedrivefenomeen voor: de geanimeerde gesprekken verstommen, het wordt stil in de zaal want iedereen concentreert zich op het bieden. Na een halfuur zijn de eerste tafels klaar met spelen en begint het geroezemoes weer.

Na veel heen en weergeloop (waar is tafel B6?) vindt iedereen zijn plekje weer voor de volgende ronde en wordt het weer stil.

Voor veel beginners is een halfuur niet lang om drie ingewikkelde spellen te bieden en te spelen, maar de wedstrijdleider probeerde er toch een beetje de vaart in te houden. Het was immers wel de bedoeling dat iedereen om zes uur de avondmaaltijd thuis zou kunnen gaan gebruiken…

Na 12 spellen was het tijd voor een welverdiende pauze, na een kwartier was iedereen terug om de laatste drie ronden af te werken.

Hier en daar zag je rode hoofden van de inspanning en hoorde je gezucht en gekreun.

Kwamen ze in spel 13 niet te hoog? De paren die netjes op tweehoogte bleven deden het goed, want er zit geen manche in.
De leiders die hun speelplan maakten (allemaal natuurlijk!) zagen dat ze drie of vier slagen zouden moeten afgeven, afhankelijk van waar de Klaverheer en de Ruitenheer zich bevonden. Je zou ze er allebei uit kunnen snijden, maar dan moet je wel voldoende entrees hebben…

Uiteindelijk lukte het vier paren om in het juiste contract te komen, een paar ging jammer genoeg een down, maar Ank en Ton Maarseveen haalden zelfs tien slagen, goed voor 100%

Er kon op spel 7 klein slem SA geboden worden, maar dit was nog een beetje te moeilijk. Bijna iedereen bleef steken in 3SA en maakte dit met overslagen. Eén paar was wel heel overmoedig en bood 7 SA. Dat ging eentje down.

De catering verblijdde iedereen aan het eind van de middag nog met een lekker loempiaatje en toen was iedereen uitgespeeld.

De uitslag liet op zich wachten, want de computer vertoonde kuren. Vier specialisten kregen het niet voor elkaar  de complete uitslag uit de printer te laten rollen, dus er kon alleen een voorlopige eindstand zonder percentages voorgelezen worden.

In het slot-toespraakje complimenteerde de wedstrijdleider de aanwezigen: hij had geen enkel onderscheid kunnen zien met een gewone speelavond: het leek wel alsof alle aanwezigen al hun leven lang gebridged hadden en zelfs de bediening van de kastjes ging helemaal goed.

Hij wees de bridgers erop dat er nu een deur voor hen geopend was: er worden overal in het land drives georganiseerd waar ze vanaf nu aan mee kunnen doen en ze zijn natuurlijk van harte welkom als lid van een van de Gooise bridgeverenigingen.

De drie paren die in beide lijnen het hoogst geëindigd waren mochten een prijsje uitzoeken dat door de NBB beschikbaar was gesteld.

Het was een geslaagde middag, na afloop ging iedereen tevreden naar huis.
Er was een boekje beschikbaar met de gespeelde spellen, voorzien van deskundig commentaar.

Dank aan de wedstrijdleiding (Wolter Jan Mulder, Ed Nijhuis, Carel Horstmeier, Gerrie Zijlstra en Martin Minnema) en aan de NBB.

 

De frequentiestaten van de Toekomstdrive zijn nu beschikbaar op de site van BC Almere, de spelverdelingen niet omdat deze spellen vaker gebruikt moeten worden.
Klik hier. 

De einduitslag:

 

The Seekers

Toen mijn vader eens, lang geleden, een nummer van de Beatles op de radio hoorde was hij wel gecharmeerd van wat hij hoorde. “Hoe heet dit combo?” vroeg hij aan mijn zus.

In de tijd dat de Beatles en de Rolling Stones nog voor velen te ver gingen waren er gelukkig ook nog beschaafde muziekgezelschappen te beluisteren die heerlijke easy listening produceerden.

De Seekers hoorden daarbij. 3 Australische mannen en een vrouw waren in 1963 een sensatie, niet alleen in hun thuisland maar ook in Amerika en Groot Brittannië.
Vaders in die tijd zouden er geen enkel bezwaar tegen hebben als hun dochter met een van de frisse gitaristen, Keith of Bruce, zou thuiskomen. Ze zongen netjes in harmonie en hadden een keurig kapsel.

De derde man was Athol Guy, hij bespeelde de contrabas en had een indrukwekkend bril. Het montuur hiervan wekte bij mij associaties op met een van de toen ook heel populaire Thunderbirds.

De troefkaart van het gezelschap was ongetwijfeld Judith Durham, een begaafde sopraan. Ze zong buitengewoon helder en bovendien zeer goed verstaanbaar.

Hun carrière begon op cruiseschepen, waar ze optraden voor de passagiers.

Het repertoire bestond vooral uit bekende liedjes die ze mooi meerstemmig ten gehore brachten. De bekendste waren
I’ll Never Find Another You
A World of Our Own 
Morningtown Ride 
Someday, One Day
Georgy Girl 
The Carnival Is Over

Australian music historian Ian McFarlane described their style as “concentrated on a bright, uptempo sound, although they were too pop to be considered strictly folk and too folk to be rock.”

Sidney Myer Music Bowl in Melbourne

Het is een wonderlijk gezicht: een compleet gevuld muziekstadion met 200.000 aandachtig luisterende fans. Deze konden rekenen op veilige prettige luistermuziek met af en toe een religieus tintje.
“Open up the Pearly Gates” ging inderdaad over de hemel en was geen verborgen toespeling op fellatio.

Durham ging in 1968 haar eigen weg en de jongens moesten het verder zonder haar stellen. Ze noemden zichzelf The New Seekers, een dappere poging overeind te blijven nadat hun grootste talent en publiekstrekker hen in de steek had gelaten.

Maar aardige jongens en meisjes laten het nooit op een definitieve breuk uitlopen. Ze kwamen na vele jaren weer bij elkaar en traden ook weer op.

Ik ben vooral gecharmeerd van I’ll Never Find Another you en A World of Our Own en ga deze nummers inbrengen in de muziekcommissie van ons koor El Mishito. Wellicht komen ze op ons repertoire.

De tekst van de liedjes is mierzoet en ouderwets romantisch, maar dat vind ik in deze tijd waarin de sociale media overspoeld worden met haat, leugens en laster niet zo’n bezwaar.
De muziek is heel geschikt voor een koor, het is prachtig meerstemmig en er is een mooie solo voor een sopraan. We moeten wel kijken of er niet teveel verloren gaat door het gebrek aan begeleiding: we moeten het immers zonder gitaar en bas doen.  Wie weet: wordt vervolgd!

 

The Seekers                       8

 

 

 

 

 

 

 

 

Postzegels 2

Ik schreef ongeveer een jaar geleden over mooie postzegels die ik had gekocht. Het ging om een setje ontworpen door Jan van Krimpen dat na de tweede wereldoorlog in gebruik kwam.

Zelf nog meegemaakt

Ik was er van overtuigd dat ik als kind deze postzegels regelmatig op post had aangetroffen. Zo stond me bij dat ik eens een met een van Krimpenpostzegel gefrankeerde verjaardagkaart van mijn grootmoeder had ontvangen, die ze geadresseerd had aan “Den Jongenheer Martin”. Ik vond dat wel chique en was ervan overtuigd dat mijn oma beter klassenbewustzijn had dan, bijvoorbeeld, mijn klasgenootjes.

Ik kwam die kaart toevallig weer tegen. Als ik het poststempel probeer te ontcijferen kom ik op het jaartal 1969. Hij moet gestuurd zijn ter ere van mijn 14e verjaardag.
Maar er zit helemaal geen bijzondere postzegel op en ook de tenaamstelling is heel gewoontjes.
Ik moet me maar troosten met de prachtige afbeelding die mijn beppe koos:

Blijkbaar kan je door je eigen geheugen in de maling worden genomen.

Snailmail

Wie stuurt in de 20e eeuw overigens nog een brief of een kaartje?
Mijn zoon had enige jaren terug het plan opgevat iemand met een echte brief te verblijden. Toen ik de enveloppe zag ontdekte ik dat hij de naam en het adres van de ontvanger keurig in de rechterbovenhoek van de enveloppe geschreven, op de plaats waar de postzegel zou moeten worden geplakt.

Nog niet alles is verloren

Ik citeer hierbij een prachtige passage uit een van de columns van Guus Luijters in het Parool:

Bij zo’n oranje brievenbus kregen een stuk of acht peuters in parmantige jasjes brievenbusles van hun juf. De juf was niet ouder dan zesentwintig schatte ik. Het mocht dus haast een wonder heten dat zij nog wist wat een brief was en dat je hem om hem ergens heen te sturen in een brievenbus moest doen.
Zou ze weten dat er een postzegel op moet, bedacht ik, zorgelijk als ik nu eenmaal ben. En waar je zo’n postzegel kopen kan? En kregen de kinderen wel een cijfer?
Nadat de laatste peuter opgetild was om in de gleuf van de brievenbus te kijken vervolgde het groepje huppelend en kwetterend zijn weg.

Lijm is lekker

Het gaat trouwens niet goed met mijn mooie oude postzegels. Een papiervisje heeft zich vergrepen aan de postzegel van 1 cent. Je kunt zien dat het een bescheiden beestje is want hij beperkt zich tot de laagste denominatie, maar fraai is het niet.
Ik heb maar een nieuw setje gekocht, hopelijk laat hij dit met rust.

 

Hartzorgen

Wanneer er reclame wordt vertoond op de televisie zap ik meestal zo snel mogelijk weg. Vaak kom ik dan terecht in weer een andere commercial, want het stikt ervan.

Een heel enkele keer blijf ik kijken, de laatste keer was dat toen een filmpje werd vertoond over hartfalen.
Hierin lopen een vrouw, haar man en een hondje door de natuur. De vrouw houdt een groot rood voorwerp vast, dat haar hart blijkt te zijn! Later klampt het ding zich aan haar been vast terwijl ze de trap op loopt.
Het feit dat haar hart zich dus buiten haar borstkas bevindt schijnt niet van belang te zijn, waar we op moeten letten is, of het wel goed functioneert.

Het filmpje is gemaakt in opdracht van Novartis Pharma en lijkt als doel te hebben mensen erop alert te maken dat het wel eens fout kan gaan met hun hart.

Als 60+-er met overgewicht ben ik mij er zeer van bewust dat ik tot de doelgroep behoor, dus zelfs een infantiel filmpje over dit onderwerp houdt mijn aandacht even vast.

Ik herken enkele symptomen, dus bezoek ik de bijbehorende website om meer te weten te komen.
Vreemd genoeg gaat men er hier meteen van uit dat je hartfalen hebt. Meestal moet je eerst een soort testje doen om te kijken of er inderdaad iets aan de hand is.
Deze stap wordt overgeslagen, kennelijk kan een persoon zelf vaststellen dat zijn klachten te maken hebben met zijn hart.

Ongemakken

Wanneer u hartfalen heeft is het soms moeilijk in te schatten welke ongemakken door uw hartfalen veroorzaakt worden, ze komen geleidelijk en kunnen lijken op ouderdomskwaaltjes, zoals:
sneller vermoeid zijn en snel buiten adem raken. Het is echter niet altijd logisch om met ongemakken van hartfalen te moeten leven. Geef inzicht in uw ongemakken door deze te bespreken met uw cardioloog zodat uw cardioloog mogelijk uw ongemakken kan verminderen.

Ik heb het zinnetje “Het is niet altijd logisch om met ongemakken van hartfalen te moeten leven” meerder keren gelezen, maar kan er eigen lijk geen touw aan vastknopen.

Pas als je verder kijkt wordt geadviseerd met de huisarts te gaan praten.
Eigenlijk gaat men ervan uit dat je meteen met je cardioloog gaat praten. Heeft iedereen een cardioloog?

Je kunt een vragenlijst invullen (de ongemakkenmonitor) die je mee kunt nemen voor dit gesprek. Aan de manier van vragenstellen wordt ook hier weer gesuggereerd dat de diagnose al gesteld is (“Ik voelde mij veilig door de zorg van het ziekenhuis”).

 Ten slotte krijg je het advies ook eens te kijken op hart.volgers.org. Als je dat doet kom je meteen in een omgeving terecht waar iedereen al patiënt is (“Ik heb een tweeslippige aortaklep, ervaringen met ablatie en boezemfibrilleren”). Ze zijn daar ook een beetje verbaasd over de commercial:

HART VOLGERS OP TV

Misschien heeft u het al gezien, maar hart.volgers wordt ingezet bij een tv commercial. Het is niet onze commercial, maar wij worden getoond zodat ongeruste mensen op een makkelijke manier een cardioloog kunnen benaderen.

Inhoudelijk hebben we niets met de commercial te maken. Natuurlijk staan we wel achter de boodschap dat als u verandering merkt en het niet helemaal herkent, dat u contact opneemt met uw huisarts. De campagne loopt deze weken en gaat over hartfalen. Als u vragen heeft, laat het ons weten. Er zijn pakketten en informatie beschikbaar. Ook via de site www.hartfalen.nl 

Let op dat hier wel als eerste suggestie wordt gegeven dat je met je huisarts moet gaan praten.

Je kunt ook nog een informatiepakket aanvragen. Dat ga ik maar niet doen.
Ik denk dat ik beter eens met dokter Batman kan gaan praten (zo heet mijn huisarts).

Ik ben er niet helemaal uit. Is dit nu een rare campagne, of ben ik te kritisch?
Heeft Novartis commerciële (bij)bedoelingen? Zij verdienen er toch niet aan als mensen met een cardioloog gaan praten? Wel als die artsen vervolgens hun medicijnen voorschrijven.
Is dit dan hun drijfveer? Of zijn er uitsluitend menslievende motieven in het spel?

Zeg het maar!

 

 

 

 

Een stortvloed van informatie

Je hoort van alle kanten berichten over nepnieuws en gemanipuleerde informatie.

Er is inderdaad sprake van een zorgelijke situatie, hoewel je niet moet denken dat het iets van deze tijd is: de geschiedenis is er vol van.
Het is natuurlijk wel zo dat de onjuiste of onvolledige informatie tegenwoordig heel erg sophisticated wordt verspreid en buitengewoon snel. Internet speelt hier natuurlijk de belangrijkste rol.

Ik ben niet zo erg bang door fake news te worden misleid. Ik kan meestal wel aardig beoordelen of de bron betrouwbaar is en als ik twijfel kan ik vrij gemakkelijk uitsluitsel omtrent het waarheidsgehalte krijgen.

Wat ik veel lastiger vind, is het beoordelen van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek.
Niet lang geleden las ik dat er geen bewijs is gevonden voor de aanname dat de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg ertoe hebben geleid dat er meer verwarde personen lange tijd niet de zorg en aandacht krijgen die ze nodig hebben.
De opstellers van het rapport hadden gekeken naar officiële cijfers, maar de schrijver van het artikel zette hier meteen een vraagteken bij. Kon het niet zo zijn dat er wel degelijk minder goede zorg wordt verleend door de officiële instanties, maar dat nu andere partijen deze last op de schouders hadden gekregen? De politie bijvoorbeeld, of buren?

Normaal gesproken laat ik mij graag leiden door objectief wetenschappelijk onderzoek.
Ik bracht in een discussie naar voren dat ik had gelezen dat er geen sprake is van een stijging in criminaliteit, zoals door veel mensen wordt gedacht (hierin ongetwijfeld beïnvloed door de Telegraaf), maar juist van een daling!
Mijn discussiepartner voerde aan dat er wel degelijk meer misdaad was, maar dat er steeds minder aangifte wordt gedaan.
Ik vermoed dat hier nauwelijks sprake van is (en hoe groot is de wetsovertreding als men niet eens bereid is aangifte te doen?), maar kan dit niet bewijzen.

Er speelt een wonderlijk mechanisme op dit gebied: ik heb de indruk dat veel mensen het prettig vinden om te zwelgen in onterechte negativiteit. Is het makkelijker om pessimistisch te zijn dan optimistisch?
Je zou kunnen zeggen dat mensen zaken liever wat somberder bekijken dan te lichthartig.

Dan is er ook nog het probleem dat er methodologisch nogal eens tekortkomingen zijn. Elma Drayer in de Volkskrant belicht de berichtgeving rond het zorgwekkend hoge percentage studenten met een burnout. Ze raadpleegde de onderzoekscijfers en constateert dat de groep respondenten veel te klein is om significante conclusies te kunnen trekken.

Veel onderzoekers maken gebruik van vragenlijsten en baseren hun bevindingen op de antwoorden van de respondenten. Er worden statistische bewerkingen op de data losgelaten om de foutenmarge zo klein mogelijk te laten zijn, maar ik twijfel aan de oprechtheid en eerlijkheid van de invullers.
Mijn eigen ervaringen op dit gebied (ik werkte een tijd lang bij een opinie-onderzoekbureau en ben deelnemer geweest aan heel wat psychologisch onderzoek) hebben me sceptisch gemaakt.

Het valt niet mee je standpunt te bepalen.
Er rest je eigenlijk maar een optie: je gezond verstand gebruiken, je oren en ogen goed openhouden en op basis hiervan de veelheid van informatie proberen te behappen…

 

Boek

Confucius heeft gezegd dat een man in zijn leven een boom moet planten, een zoon moet verwekken en een boek moet schrijven.

Ik ben al aardig op weg. Toen we in ons huis kwamen wonen plantte ik er een pijnboompje van ongeveer 1.50 m voor.  Nu is de boom hoger dan het huis.
Ik kreeg twee prachtige zonen, mijn grootste levensvreugde.

Maar met dat boek wil het niet zo vlotten.
Het ontbreekt me in de eerste plaats aan inspiratie, daarnaast lijkt het me een enorm gedoe: schrijven, opsturen naar een uitgever en keer op keer afgewezen worden.

Een echte schrijver is bereid veel teleurstellingen te incasseren, weet van geen opgeven en luistert goed naar kritiek. Hij is bereid keer op keer aan zijn zinnen te schaven en begint desnoods opnieuw.
Ik beantwoord niet aan dat beeld. Ik vind het stom als men mijn ingezonden stukken niet plaatst (their loss!) en de keren dat een redacteur zich met mijn teksten meende te moeten bemoeien accepteerde ik dat volstrekt niet.

Mijn methode bestaat er uit dat ik lang over een onderwerp nadenk, de tekst in mijn hoofd voorbereid en dan als het moment rijp is voor de computer ga zitten. De woorden en zinnen komen er dan vrij snel uit, ik maak dankbaar gebruik van de spellingcontrole (zo sloeg ik zojuist in het woordje dankbaar de n aan in plaats van de b, waar Word mij onmiddellijk op opmerkzaam maakte door middel van rode kringeltjes) en lees de tekst een keer goed door. Ik pas hem hier en daar nog een beetje aan en dan is hij klaar.

Ik steek mijn energie vervolgens liever in een nieuw verhaal dan in het editen van iets wat al af is.

Ik ben me ervan bewust dat ik met deze instelling nooit zou kunnen functioneren in een redactie en er nimmer een boek zal verschijnen met mijn naam op de cover.

En daarom ben ik gaan bloggen! Hiermee heb ik volledige vrijheid en kan ik schrijven hoe ik wil en waarover ik wil. Leve het internet!

Een boom, een zoon en een blog

Zou Confucius, als hij geweten had wat bloggen is, ook gezegd kunnen hebben dat een man een boom, een zoon en een blog moet produceren?
Ik betwijfel het. Een boek is een boek: een stapel papier met een band eromheen.

Hoe komt het toch dat iets wat alleen in digitale vorm bestaat, zoals muziek en teksten die je kunt downloaden niet echt als bezit telt?

Als ik mooie muziek hoor wil ik graag de CD bezitten en als ik geïnteresseerd ben in een artikel, of in een boek, wil ik het van papier lezen en niet van het scherm. Ik wil het in mijn hand kunnen houden.
Mijn kast puilt uit van de honderden DVD’s die ik gekocht heb.

Je iets eigen-maken

Ik kwam deze passage tegen in een boek van Guus Kuijer*:

Wanneer je een kind dat nog niet kan lezen herhaaldelijk een van de schitterende boekjes van Dick Bruna voorleest, zul je merken dat het boos wordt wanneer je ook maar één zin verandert of overslaat. Het kind heeft zich namelijk het verhaal eigen gemaakt. Het is zijn verhaal geworden. Verander je het, dan onteigen je het.
Een klein kind vat een verhaal niet op als iets dat is gemaakt, maar als iets dat ís en er altijd is geweest en moet blijven zoals het was.

Dit komt mij heel bekend voor. Als ik een mooi stuk muziek hoor dan vind ik de uitvoering die ik het eerst beluisterde, (meestal de studioversie), de enige echte. Andere artiesten kunnen niet tippen aan de originele uitvoerder en zelfs live-uitvoeringen klinken verkeerd.

Neem nou Me and Bobby McGee, er gaat toch niets boven de prachtige uitvoering van Janis Joplin op de LP Pearl?

Je zou kunnen zeggen dat alle blogs die ik geschreven heb het equivalent zijn van een boek, en dat ik van Confusius dus dood mag gaan, maar het knaagt toch. Een boek is een boek en een verzameling enen en nullen op internet is niet hetzelfde.
Zolang de teksten alleen digitaal te lezen zijn tellen ze niet echt mee.

Betty the Book Machine

Toen ik in the American Book Centre op Betty the Book Machine stuitte was mijn interesse gewekt.

Betty staat in Amsterdam, haar zusje (Bettytoo) in Den Haag en maakt van jouw verzamelde teksten een echt boek, waar je bij staat!

Ik bezocht de site en keek verlekkerd toe hoe een boek uit Betty gleed, in de handen van de schrijfster. Een boek met een gekleurde cover, mooi gelijmd en met een eigen ISBN nummer.

Ik pleegde een beetje research en ontdekte dat je waarschijnlijk niet meer dan €100 betaalt voor je eigen boek! Stel je voor!

Een blik in de toekomst

Er is bezoek. We hebben een goed gesprek, we hebben het op een gegeven moment over boeken. “By the way, wist je dat ik er ook een geschreven heb?” Je loopt naar de boekenkast en trekt er achteloos een boek uit. “Kijk maar”.
Op naar het Boekenbal!

 

Heb ik wat met Confusius?
Nou nee, ik heb zelfs eigenlijke een hekel aan aforismen. Maar soms zijn ze handig als kapstok.

 

 

*Guus Kuijer: Hoe word ik gelukkig? blz 45.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

https://www.abc.nl/betty