Dans

Ik heb niet zoveel met dansen. Waarschijnlijk heeft het er iets mee te maken dat ik het niet kan.

Toen ik een jaar of vijftien was ging ik op dansles. Ik kan me niet voorstellend dat dit destijds een actie was die zijn basis vond in de uitoefening van vrije wilsbeschikking. Waarschijnlijk hebben mijn ouders een rol gespeeld. Mijn moeder placht mij naar haar hand te zetten door me voor die avond een gehaktbal in het vooruitzicht te stellen. Mijn vader was niet in alle gevallen met zijn tijd meegegaan. (Zo stelde hij zich voor dat ik tijdens mijn studie “en pension” zou kunnen gaan, waarbij een vriendelijke hospita mij zou voeden en zorg zou dragen voor mijn bewassing).

Ik leerde dus wals, tango en quickstep en zag geen kans onderwijl een knappe meid te versieren die voor mij gevallen was vanwege de uitzonderlijk vloeiende en sexy manier waarop ik mijn lichaam bewoog.

Sterker nog, niet zelden waren er te weinig meisjes en nam de dansleraar (een kleine, kalende man met puntschoenen en pommade in zijn haar) de rol van danspartner op zich.
Ik was me bewust van die schoenen omdat ik er voortdurend bovenop stond en van dat haar omdat ik er tijdens het dansen op neerkeek.

Ik ging weleens naar een dancing, maar omdat mijn talenten eerder in verbale hoek gezocht moesten worden en niet op het gebied van ritmisch bewegen kwam ik hier nauwelijks aan mijn trekken. Korte boodschappen over het lawaai van de muziek in iemands oor schreeuwen haalt het toch echt niet bij een goed gesprek.

Op de school voor volwassenenonderwijs waar ik werkte werd ook weleens een feest georganiseerd. Veel cursisten dansten naar hartenlust en wilden graag dat ik mij ook op de dansvloer zou begeven.

Vaak zei ik dan dat ik net een heel nare blessure aan mijn enkel had opgelopen, later leerde ik hen dat er in Nederland een wet bestond die personen langer dan 1.90 m verbood te dansen. Aangezien ik 1.94 mat moest ik dus tot mijn spijt dit genoegen overlaten aan kleinere mensen.

Ik kan ook niet echt enthousiast worden van het kijken naar dansen. Bij ballet lopen de meisjes steeds weg om dan weer terug te komen en balanceren ze voortdurend op hun tenen. De mannen dragen een maillot die hun geslachtsdelen beknelt. Ze tillen de meisjes op en zetten hen dan even later weer neer.

Ook bij moderne dans wordt veel heen en weer gelopen. De deelnemers steken voortdurend hun ledematen zo ver mogelijk uit en hier worden de meisjes vaak op een ingewikkelde manier over rug en schouders van de jongens van links naar rechts verplaatst.
Er zijn ook veel smachtende blikken.

Op het onuitputtelijke Youtube stuitte ik op een filmpje waarin een Chinees echtpaar dans heeft ontdekt als therapie.

Ik heb het hele filmpje uitgekeken omdat ik aangestoken werd door hun enthousiasme. Kijk maar eens!

Mijn vrouw zal ongetwijfeld een poging wagen mij op te vrolijken als ik bijkom van een ernstig auto-ongeluk. Maar ja, ik zit dan met die enkel. En die wet waaraan ik mij als brave burger houden moet.

Winkelen

Binnenkort zullen we weer boodschappen moeten doen op Terschelling. Ik ben benieuwd hoe ze daar het besmettingsrisico aanpakken.

We zijn eraan gewend dat de (meestal krappe) gangpaden in de winkels in beslag worden genomen door tieners die voor het eerst zelfstandig op pad zijn en uitvoerig met elkaar staan te overleggen of ze nu twee of drie blikken knakworst moeten kopen, en wie ervoor zal betalen. In hun karretjes staan natuurlijk al zes kratten bier, hierover hoeft niet gediscussieerd te worden.

Ze zullen zich na verloop van tijd met de volgeladen wagentjes, die notoir lastig in de hand zijn te houden op een onregelmatig wegdek, richting de Appelhof begeven, waar ze het lauwe bier vervolgens in rap tempo zullen opdrinken. Van de lege kratten worden bouwsels gemaakt, soms met meerdere verdiepingen.

Er is een gemeenteverordening die bepaalt dat de uitbater van de jongerencamping geen bier op zijn terrein mag verkopen. Als gevolg proberen nu continu jongelui die alvast van hun inkopen geproefd hebben de volgeladen karren op het fietspad vergeefs in het rechte spoor te houden. Fietsers zijn blij als ze dat stukje zonder kleerscheuren zijn gepasseerd.

 

Ik deed vandaag weer boodschappen voor de hele week bij de Vomar. Voor de winkel staat de buurman, die zich keurig aan het gebod houdt dat je niet met z’n tweeën de winkel in mag. Zijn echtgenote moet allerlei moeilijk besluiten nu in haar eentje nemen.

Ik trek een kar (mandje mag niet meer) uit de rij. De kettinkjes die in vroeger tijd moesten worden losgekoppeld hangen allemaal los, ik hoef er geen muntje meer in te stoppen.
Je zou denken dat de parkeerplaats nu vol staat met verlaten wagentjes, die niet meer zijn teruggebracht omdat er geen statiegeld voor is betaald, maar ik zie er niet één.
We zijn braver dan de bedenker van het systeem had gedacht.

Het winkelende publiek manoeuvreert op een enigszins vermoeide manier langs elkaar, een enkeling draagt een mondkapje of latex handschoenen.

Mijn supermarkt kondigt met grote letters aan dat je je boodschappen gratis krijgt als je de vierde wachtende in de rij voor de kassa bent. Er zijn wel wat uitzonderingen, die zorgen er kennelijk voor dat het nooit zo ver komt. Ik heb nog nooit gezien dat iemand van dit aanbod profiteerde.

Het is inderdaad zo dat er nooit lange rijen staan voor de kassa’s. Het valt me op dat de caissières altijd erg op hun hoede zijn dat de rijen niet te lang worden. Zodra er gevaar dreigt wordt een collega aangespoord een lege kassa te bemensen.
Dat is best bijzonder, omdat zorgvuldige oplettendheid niet tot de standaarduitrusting van de gemiddelde tiener behoort. Ik denk dat als het echt zo ver komt dat een klant gratis boodschappen mee mag nemen, het aankoopbedrag wordt ingehouden op het salaris van de medewerkers. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat er een bonus in het vooruitzicht wordt gesteld als het niet gebeurt.

Sinds kort worden wij als klanten er ook van verwittigd als het kritieke moment in zicht komt. Er klinkt een ernstig vervormd akkoord, dat via elektronische weg tot stand werd gebracht en een afgrijselijk opgewekte vrouwenstem vertelt ons dat er een nieuwe kassa geopend wordt. Ze legt elke klemtoon op de verkeerde plaats.  Zou er een lint worden doorgeknipt?

Als ik sta te wachten om te mogen betalen kan ik geen kant opkijken zonder geconfronteerd te worden met Coronawaarschuwingen. Zelfs het rode balkje dat door mijn voorganger pinnig achter haar laatste artikel wordt geplaatst, om te voorkomen dat zij straks opdraait voor de kosten van mijn liederlijk bestaan bevat een waarschuwing.

Het valt me op dat het meisje achter de kassa met een zekere loomheid de boodschappen langs de scanner haalt. Als ik later zelf aan de beurt ben geweest ontdek ik dat we precies hetzelfde tempo hebben aangehouden: ik had alles in mijn tassen gestopt toen ze aankondigde dat het tijd was om te betalen. Dat voelde heel goed, je bent immers meestal verplicht je inpakwerk te onderbreken om aan je financiële verplichtingen te voldoen (eerst nog vertellen dat je geen kooppunten wilt hebben en afziet van de zegeltjes). Je bent er dan helemaal uit als je je werk weer oppakt, je uitgekiende inpakschema is in de war geraakt en je krijgt niet alles meer in je tas.

Een andere medewerkster heeft de gewoonte de kassabon netjes op te vouwen en aan je te overhandigen samen met de zegeltjes. Ze zegt dan steevast: “En hier nog de administratie”. Je pakt het pakketje aan, terwijl je eigenlijk op geen van tweeën prijs stelde.

Binnenkort zal Vomar het drie weken zonder mijn klandizie moeten stellen. Ik ben dan bezig de economie van ons mooiste eiland te ondersteunen.

 

 

Zwerven op Youtube

UOGB

Wie speelt er nou ukelele?
Ik herinner me dat ik wel eens Hawaïaanse muziek hoorde, daarin wordt vaak ukelele gespeeld. Brigitte Kaandorp had er ook eentje, maar dat was waarschijnlijk omdat ze expres een beetje een lullige indruk wilde maken.

Want het blijft natuurlijk een raar gezicht, een volwassene met zo’n poppengitaartje.

Ik weet niet waarom ik bleef haken bij een opname van het  Ukelele Orchestra of Great Britain, een gezelschap van acht Engelsen, die zich uitsluitend bedienen van dit instrument. Ze kunnen er van leven!
De aanvoerder ziet eruit als de tweede bediende van het onderdelenmagazijn, maar hij is briljant.

Het zijn natuurlijk heel knappe musici die mooie muziek maken, maar ze presenteren ook een komische act. Ze steken de draak met zichzelf, dat is misschien wel de enige manier waarop je te werk kunt gaan als je zo’n instrument bespeelt.

Het doet een beetje denken aan de Harlem Globetrotters: stuk voor stuk uitmuntende basketballers, maar helaas niet lang genoeg. Ze maakten dus maar een show van hun sport en zetten boomlange “echte” spelers voor gek met hun virtuoze balbeheersing.

Ik heb nooit een echt optreden meegemaakt, dat moet een heel aparte ervaring zijn. Ik zag natuurlijk wel menig filmpje op Youtube, deze vind ik het bijzonderst.
Ik weet uit ervaring hoe moeilijk het is je eigen partij vast te houden in een koor, hoe moet het zijn om je eigen lied te blijven zingen terwijl je collega’s allemaal tegelijkertijd hun eigen nummer ten gehore brengen? En hoe zorg je ervoor dat het ook nog een beetje goed klinkt?

Verder maken ze er natuurlijk het beste van gedurende de lockdown, dit vind ik een heel mooi voorbeeld. Let vooral op de rol van de bas-ukelele (die heb je ook!)

Sarah Cooper

Ook haar kwam ik tegen toen ik Youtube afstruinde.

Razendknappe satire, nu eens niet door een typetje, ook niet door een montage waarbij alle stupiditeiten van Trump op een rijtje worden gezet, maar door het simpelweg mee-mimen van zijn woorden.

Op geen enkele manier kan de complete krankzinnigheid van de Amerikaanse president beter worden aangetoond: echt kijken!
Ze heeft er nog veel meer gemaakt!

And?

En tot slot zomaar een grappig plaatje:

E-bike

In juli 2017 werd mijn eerste e-bike thuis afgeleverd door een meneer die was ingehuurd om fietsen te bezorgen, maar niet veel verstand van fietsen had. Dat heb je ervan als je een fiets online koopt.

De Sparta beviel wel goed, het was een fijne fiets, maar op 16 april vorig jaar werd hij gestolen. Hij stond op slot en ook aan de ketting, maar dat had niet geholpen.

Gelukkig was ik goed verzekerd en nam me voor de nieuwe fiets dit keer gewoon bij de fietsenmaker te kopen.

Ik was niet erg tevreden over de online fietswinkel, vond dat je beter je plaatselijke middenstander kunt ondersteunen en vooral: het is prettig om naar een mens toe te kunnen gaan als je service nodig hebt.

Ik bleek de kleine lettertjes van mijn verzekering niet goed te hebben gelezen, ik kreeg geen geld uitgekeerd maar mocht (moest) bij dezelfde onlinewinkel een nieuwe uitzoeken.

Ik was er niet blij mee, maar kon toch moeilijk afzien van de uitkering. Bij de Fietsenwinkel bestelde ik precies dezelfde fiets die ik eerder had gehad. Die had ik destijds met zorg uitgezocht en was prima bevallen.

Mijn fiets zat niet meer in het assortiment. Ik probeerde dit nog even als argument te gebruiken om alsnog mijn fiets elders te mogen kopen, maar dat lukte niet.

Met onze vakantie op Terschelling in zicht (de fiets is dan onmisbaar) begon de tijd te dringen.

Omdat enkele fietsen die ik aanvankelijk uitkoos een lange levertijd hadden kwam ik uiteindelijk uit bij eentje die weliswaar duurder was dan mijn oude en die ook alleen leverbaar was in damesmodel (je kunt ook zeggen: unisex), maar die direct leverbaar was.

Binnen twee weken na de diefstal kon ik alweer opstappen, dat was dus heel snel.

Ik ben nu de trotse bezitter van een Brinckers e-bike. De naam suggereert een oernederlands product, maar hij komt voor het grootste deel uit China.

Ik hoef niet meer mijn been over het zadel te zwaaien bij het op-en afstappen, maar blijf dat uit gewoonte doen.

 

Hij bevalt gelukkig goed, ik had een paar aanloopproblemen: ik moest zelf de moeren die het achterwiel op zijn plaats houden extra aandraaien (hard remmen had het wiel scheefgetrokken omdat ze aanvankelijk niet goed aangedraaid waren) en ik had al snel een lekke achterband. Deze moest meteen vervangen worden, want hij was van inferieure kwaliteit.

Ik heb mijn nieuwe fiets dus inmiddels ruim een jaar en heb er inmiddels ruim 1700 km mee afgelegd.

Daar komen hopelijk heel wat bij als we weer heerlijk op Terschelling gaan fietsen!

 

Ja meneer

Toen ik directeur werd van een basisschool bleek dat de kinderen de teamleden – en dus ook mij – aanspraken met juf + voornaam of meester + voornaam.
De ervaring leerde dat kinderen hier geen enkele moeite mee hadden.  Voor hen was dit even natuurlijk als het gegeven dat ze hun vinger op moesten steken als ze een vraag wilden stellen.

Ik vond het wel grappig op deze manier de aanspreektitel terug te krijgen die ik al lang kwijt was sinds ik in andere onderwijssoorten terecht was gekomen.

Het deed me ook denken aan de anekdote die mijn zus vertelde over haar vriend Ron, die ook onderwijzer was. Die had zojuist zijn intrek genomen in zijn nieuwe flatwoning toen de buurman zich kwam voorstellen: “Ik ben drs. de Vries”.

Ron had toen heel ad rem de begroeting beantwoord met: “Aangenaam, ik ben meester Bezemer”, waarna de buurman in zijn nopjes terugkeerde naar zijn eigen woning in de overtuiging dat het trappenhuis verrijkt was met nog een academicus.

Het beviel me wel dat de kinderen juf Annelies en meester Martin zeiden, ik vind het goed dat het verschil in rol tussen leerling en leraar op deze manier bevestigd wordt.
We verwachtten van de kinderen ook dat ze de leerkrachten met u aanspraken, wat ik een goede vormende gewoonte vind, bedoeld om kinderen duidelijk te maken dat je door niet iedereen te tutoyeren je respect toont aan volwassenen die over veel meer levenswijsheid beschikken. Dat niet elk groot mens dit respect verdient laat ik maar even in het midden.

Anno 2020 wordt nog maar weinig aandacht besteed aan aanspreekvormen. We zeggen geen excellentie meer tegen ministers en ik geloof dat je zelfs de koning met meneer mag aanspreken.

Ik was als kind onder de indruk als mijn vader zich meldde na het opnemen van de telefoon: “U spreekt met Minnema”. Ik vroeg me af welke leeftijd je bereikt moest hebben om je voornaam weg te laten. De tijd heeft me ingehaald.

Ik gebruik nog altijd mijn voor- en achternaam als ik mij voorstel en moest er een beetje om lachen toen ik Jeroen Krabbé dat hoorde doen als “Mister Krabbé”.

Maar ik blijf eraan hechten om ouderen en onbekenden zelf wel met u aan te spreken. Dat kost mij geen enkele moeite.

Ik was dus verbaasd toen ik dit stukje aantrof in mijn krant.

“Meneer” is voor deze briefschrijver een stigmatiserende en denigrerende term.

Vreemd, ik weet dat je als oudere persoon door allerlei omstandigheden van bijna alle waardigheid beroofd kan zijn, maar kan me voorstellen dat je er prijs op stelt dat dit minimale teken van respect wel gehandhaafd wordt.

Ik hoop dus dat als ik (God verhoede het) in een verzorgingshuis ben beland de verpleegkundige tegen me zegt: “Meneer Minnema, we komen u even naar het toilet helpen” en niet: “Nou Martin, het is tijd om te poepen”.

Zo behoud ik het best mijn identiteit!

Ruisende bomen

Tegenover ons huis is een park met prachtige bomen. We hebben ze zien groeien van petieterige staakjes tot majestueuze reuzen van 18 meter hoog. Je hoort de wind door hun enorme bladerkronen ruisen, kinderen spelen in de schaduw eronder.

We kregen een brief van de gemeente waarin verteld werd dat er een aantal gekapt zouden worden om ruimte te scheppen voor de andere. Ik besloot het proces op de voet te volgen.
(Ons huis is het zevende van het blokje helemaal links)

De bomen stonden nog niet in blad toen de mannen met de motorzagen kwamen. Zij verwijderden eerst de onderste takken van alle bomen. De takken werden door een grijper in de mond van een verschrikkelijke machine geduwd, die ze versnipperde tot kleine stukjes. Deze belandden in opeenvolgende oprispingen in een gereedstaande wagen.

De bomen die het veld moesten ruimen (de oranje-bruine stipjes op de kaart) werden vakkundig neergehaald.
In de stam wordt een wigvormig stuk weggezaagd aan de kant waar de boom moet vallen. Dan wordt de stam doorgezaagd en zijgt neer.

De mannen riepen niet “onderuit”, zoals ik verwacht had. Zelf droegen ze veiligheidshelmen, dus hen kon niets gebeuren, maar wat als Fikkie juist dat moment en die plaats had uitgekozen om zijn drol uit het trillende achterlijf te persen? Platte hond!

De boomstammen werden in nette stukken van drie meter lang aan de weg gelegd, waar een happer ze na verloop van tijd optilde en neerlegde op een oplegger.
Na enkele dagen waren hier en daar alleen nog de stronken te zien van de gesneuvelde bomen.
Een deskundige kwam langs om met behulp van een doormeet-apparaat te controleren of de resterende bomen wel gezond waren. Ik maakte een praatje met hem en hij verzekerde me dat de overgebleven bomen een prima conditie hadden.
De meneer die af en toe langskomt om met behulp van zijn grote maaier het gras te maaien moet erover hebben geklaagd dat hij vanwege de stronken geen lekkere baantjes kon trekken, want er verscheen een grote traktor met daarachter een enorm frees-wiel, dat de restanten zorgvuldig wegknaagde. Er bleef niets anders over dan aarde en houtvezels.

Er komt nu vast nog iemand die de bergen aarde en pulp verwijdert (of egaliseert) en nieuw gras inzaait.
De overgebleven bomen hebben inmiddels bezit genomen van het gehele terrein, het is net of er nooit méér gestaan hebben.

Twee observaties tot slot:
De machtige traktoren, die ik vooral ken van het malieveld, hebben een heel slimme bestuurdersstoel: die kan indien nodig 180 ° draaien, zodat de bestuurder goed naar achteren kan kijken (waar zich de aangesloten apparatuur bevindt).
Het komt me voor dat deze stand voor boeren (de voornaamste gebruikers van dergelijke voertuigen) vaak overeenkomt met hun maatschappelijke visie.

Aan het park grenst het talud van de spoorlijn. Hier zijn op gezette plaatsen nooduitgangen gecreëerd, waar reizigers van verongelukte treinen gebruik van kunnen maken als ze een goed heenkomen willen zoeken.
De natuur heeft hier weinig respect voor. Een zee van gele bloemen en klaprozen heeft bezit genomen van de trappen.

Potatoes

Midden in de Atlantische Oceaan, halverwege tussen Afrika en Zuid-Amerika ligt een piepklein eilandje: Tristan da Cunha.
Het werd in 1506 ontdekt door een Portugese admiraal, die het naar zichzelf vernoemde. Overigens zette hij geen voet aan wal, omdat dat te gevaarlijk was.

Er leefden maar weinig mensen, voornamelijk schipbreukelingen.
In 1816 kwam er een Brits garnizoen, dat een oogje in het zeil te houden op napoleon, die verbannen was naar het nabijgelegen St Helena.

Er was in die tijd nog maar één oorspronkelijke bewoner, die Thomas Currie heette.
Currie beweerde dat er een grote schat op het eiland begraven lag, maar wilde niet vertellen waar. De Britten geloofden hem, want hij betaalde met goud.
Om hem aan het praten te krijgen gaven ze hem rijkelijke hoeveelheden drank. Dit maakte zijn tong echter niet losser en na verloop van tijd stierf hij aan alcoholvergiftiging.

In 1946 bemanden enkele wetenschappers een observatiestation en verveelden zich stierlijk op het “Loneliest Inhabited Island in the World”.
Allan Crawford was de leider van het station, hij kwam op het idee om een petitie in te dienen bij de Postmaster General: het eiland moest zijn eigen postzegels krijgen, dat was fijn voor de bewoners, maar ook voor langsvarende schepen en filatelisten.
Omdat hij nogal wat tijd over had ontwierp hij zelf vast een eerste setje.
Hij wist dat het heiligschennis was om de beeltenis van de koning te gebruiken, daarom koos hij voor de Engels vlag.
Probleem was, dat Tristan da Cunha geen eigen geld had. De inwoners konden het uitstekend zonder redden, ze gebruikten aardappels als ruilmiddel.
Crawford bedacht dat 4 aardappels ongeveer het equivalent was van 1 penny, dus hield beide denominaties aan voor de waardebepaling van zijn zegels.

 

De zegeltjes zijn prachtig, maar de Postmaster General was onverbiddelijk.

Tristan da Cunha heeft nog jaren moeten wachten op eigen postzegels, toen die er eindelijk waren stond er alleen maar een waardebepaling in pennies op en natuurlijk dat vermaledijde hoofd van de koningin, dat op geen enkele Engelse postzegel ontbreekt.

Ze zijn allemaal veel en veel lelijker dan de zegels van Crawford.

 

Tot slot nog een toepasselijk citaat:

“He glanced about him to make sure we weren’t overheard, leaned forward, and whispered, ‘He collects stamps.’
The family looked bewildered.
‘You mean he’s a philatelist?’ said Larry at length.
‘No, no, Master Larrys,’ said Spiro. ‘He’s not one of them. He’s a married man and he’s gots two childrens.”

― Gerald Durrell, My Family and Other Animals

 

 

Talent

Mijn vader was pedagoog en was dus niet alleen in zijn rol als vader, maar ook beroepsmatig geïnteresseerd in de vorderingen van zijn kinderen.
Van mijn oudste zus hield hij nauwgezet de taalontwikkeling bij en ook de andere kinderen volgde hij op de voet. Hij bewaarde veel van wat we meekregen van school.
Ik stuitte op een map met tekeningen en werkstukjes die ik op de kleuterschool gemaakt had, sommige dus zestig jaar oud!

Het is een wonderlijke sensatie deze creatieve uitbarstingen na zoveel tijd weer in handen te hebben. Kan het zijn dat ik me van sommige nog herinner dat ik ermee bezig was?


Het voordeel van de kleuterleeftijd is, dat je dan onbekommerd je gang gaat. Bij het stijgen der jaren word je kritischer en blijkt de kloof die gaapt tussen wat je in je hoofd hebt en uiteindelijk op papier krijgt steeds groter te worden.
Er komt een moment dat je het maar opgeeft. Op de middelbare school was ik nog even enthousiast geworden toen ik op de verstrekte lijst  van schoolmaterialen die aangeschaft moesten worden een tekendoos met inhoud ontwaarde; samen met mijn moeder ging ik naar V&D en vulde een mooie houten doos (met vakjes!). Er moest Oost-Indische inkt in, een ganzenveer, kneedgum, houtskool en zelfs een fixeerspuitje. Kwasten en penselen natuurlijk, het doosje met waterverf-rondjes past er niet meer in.
Jammer genoeg konden deze met zorg uitgezochte artikelen er niet voor zorgen dat een tekentalent zich openbaarde. Ik keek jaloers naar mijn klasgenoten, die kans zagen de mooiste tekeningen te produceren.
Ik besloot dat er geen tekenaar of schilder in mij huisde, mijn artistiek talent moest duidelijk in een andere richting worden gezocht. (Gaven de in stevige blokletters opgeschreven letters van mijn naam en leeftijd wellicht een aanwijzing?)

Aangezien bovenstaand werkje gesigneerd is, is er weinig twijfel omtrent de maker.
In de map trof ik ook een verdwaalde tekening aan van mijn oudste zus Atie.
En ik heb zo mijn twijfels over dit schooltafereel:

Ik vermoed dat deze tekening ook in de verkeerde map is terechtgekomen. Waarschijnlijk is deze ook door Atie gemaakt, of anders door mijn andere zus (de onderwerpkeuze suggereert het eerste, de taalfout op het bord het tweede).

Ik lijd er niet onder dat ik absoluut niet tekenen kan, maar ben wel een beetje jaloers op mensen die dit talent wel bezitten.

Elke zondagmiddag neemt mijn vrouw plaats voor de computer en doet mee aan een workshop portrettekenen. De lerares tekent zelf mee, geeft deskundig commentaar en vraagt de deelnemers drie portretten te maken: voor het eerste hebben ze een kwartier, voor de twee andere meer tijd.

Mijn mond valt elke keer open als ze me het eindresultaat laat zien.

Zonder meer te vergelijken met deze twee heren, die ook niet van talent gespeend waren:

Toch?

Dag van de verpleging

Gisteren was het de dag van verpleging, zeer toepasselijk in deze tijd.
Een goede gelegenheid voor mij dus om mijn verpleegsters van stal te halen.

Ik spreek zonder gène van verpleegsters, want mijn postzegelverzameling gaat niet verder dan 1960; verplegers deden pas na die tijd hun intrede, men moet tegenwoordig dan ook over verpleegkundigen spreken.

Het mooie beroep van verpleegster heeft vele ontwerpers geïnspireerd, er zijn ook nogal wat opdrachten uitgevoerd met het thema Rode Kruis (of Halve Maan) en het is niet verwonderlijk dat je dan al snel uitkomt bij de zusters.
Ik moet zeggen dat ik wel voorkeuren heb, ik heb Luxemburg liever aan mijn bed dan Belgisch Congo en sommige verpleegsters zijn iets te enthousiast met een injectiespuit in de weer.

Hier zijn ze,  uit 25 verschillende landen. Mooi hè?

 

 

 

 

  

Gisteren werd ook de moeder aller verpleegsters herdacht: Florence Nightingale. Zij mag dus niet ontbreken.

Haar beeltenis siert ook verschillende postzegels, zij het niet de mooiste.

 

Crisisberichten

Ik leef erg mee met de mensen die op dit moment volop in onzekerheid zijn over hun toekomst: is er straks nog werk voor mij? Kan ik voorkomen dat mijn zaak failliet gaat?

Ik kan me heel goed voorstellen dat deze mensen letterlijk slapeloze nachten hebben.

Ik prijs mezelf dus heel vaak gelukkig dat ik me wat betreft werk en geld geen zorgen hoef te maken. Pensionado’s blijven voorlopig buiten schot en mijn echtgenote zit in het onderwijs, dus zij loopt geen risico haar werk te verliezen.

Aanvankelijk ging ik er van uit dat er voor mij in het dagelijkse leven amper wat was veranderd: ik houd niet van grote manifestaties waar heel veel mensen bijeen zijn, dus ik mis niets op dat gebied. Hand in hand de kameraden, oranje en rondjes op schaatsen hebben mij nooit kunnen bekoren, dus dat hier niets meer gebeurt: lauw loene.

 

Ik heb mijn boeken, postzegels en we kijken mooie films en series. We kunnen nu ook de tuin weer in, het ziet er naar uit dat onze vakantie ook door kan gaan (alleen nog even uitvissen hoe ik een saucijzenbroodje aan boord van de boot naar Terschelling eet met een mondkapje op) dus deze hele crisis gaat eigenlijk aan ons voorbij.

 

Toch is dat niet helemaal waar. Ik ben echt begaan met het lot van alle mensen die nu wel in de problemen zitten, dat houdt me serieus bezig. De krant en het journaal berichten over bijna niets anders, dus zelfs als je de andere kant op zou willen kijken lukt dat niet.

Ik moet ook niet veel hebben van alle saamhorigheidsinitiatieven en aansporingen binnen het kader van de intelligente lockdown.

  • Zoals ik al eerder schreef: er wordt voortdurend gesproken over “afspraken”, terwijl het natuurlijk gewoon om regels gaat.
  • Pijlen, strepen, hekken, quota en looprichtingen: ik houd me eraan, maar niet van harte. Regels brengen ook altijd met zich mee dat er mensen zijn die het nodig vinden de naleving ervan af te dwingen, al dan niet in officiële hoedanigheid. Hiervan gaan mijn tanden altijd knarsen.
  • Ik weet best dat degenen die nu wel doorwerken het erg druk hebben, maar het is natuurlijk wel gewoon hun werk. Ook dat ze hun werk serieus nemen en goed doen is niet bijzonder: het is veel fijner goed werk af te leveren dan slecht.
    Wat in dit verband heel wrang is: op de beroepen die nu zo bejubeld worden wordt al jarenlang zwaar bezuinigd. Ik denk dat de meeste verpleegkundigen liever een fatsoenlijk salaris hebben dan dat men voor hen met pollepels op pannendeksels slaat.
  • Ik twijfel ook een beetje aan de motieven van veel bewonderaars: zijn het dezelfde mensen die op oudejaarsavond hulpverleners aanvielen? Die iedere keer op het Malieveld en bij AZC’s hun grote bek laten horen?
  • Samen dit en samen dat. Hierbij moet ik steeds denken aan de term participatiemaatschappij. VVD en CDA hebben ons land al tijden geleden zo ingericht en gebruikten deze misleidende term om botte bezuinigingen te verhullen.
  • Rutte doet het goed, dat staat vast, maar we moeten natuurlijk niet vergeten dat onze samenleving erg kwetsbaar is geworden door de ver doorgevoerde marktwerking en het liberale denken, dat de tegenstellingen steeds groter zijn geworden nadat Rutte’s VVD decennialang het beleid vormgegeven heeft.
  • Als je terugdenkt aan alle botte bezuinigingen op met name de culturele sector valt je mond open als blijkt dat er voor de KLM zomaar miljarden uit de kast kunnen worden getrokken.

Dingen waar je pro-Corona niet veel aandacht aan besteedde blijken na twee maanden lockdown toch belangrijker dan je dacht. Zo mis ik het nu wel erg dat ik niet meer kan bridgen en, vooral, niet meer bridgeles kan geven. Ik was me er helemaal niet van bewust, maar de momenten van triomf en teleurstelling (als je goed gespeeld had of juist niet), waren toch wel heel fijne elementen van de week. De lessen waren altijd vrolijke bijeenkomsten, je kon zien dat de deelnemers wat verder kwamen en ze spraken regelmatig hun waardering uit.

Je hoort van nogal wat kanten dat er nu toch echt dingen anders moeten, dat we onze samenleving anders moeten inrichten en dat we veel meer samen moeten werken, nationaal en internationaal.
Optimisten rekenen erop dat dit ook echt gaat gebeuren. Ik houd mijn hart vast.

Het zou al een beetje helpen als Trump geen tweede termijn krijgt en dat de Brexit steeds minder hard wordt.

Ten slotte: wat zal het weer fijn zijn om naar een museum te kunnen gaan, of weer een bezoek te kunnen brengen aan onze zoon in Berlijn.
En natuurlijk: onbekommerd op bezoek gaan bij familie en vrienden!

Het komt vast allemaal goed. We houden vol!