Berlijn

We brachten een bezoek aan onze zoon in Berlijn. Hij loopt daar stage. We reisden per trein en bleven drie dagen.

Berlijn is een fijne stad. Het is er druk, maar nergens overvol en de meeste mensen waren aardig.

De Gedächtniskirche maakte een grote indruk op mij. Er is denk ik geen beter symbool denkbaar voor de verschrikkingen van de tweede wereldoorlog.

Er is in de jaren vijftig een nieuwe kerk naast de ruïne gebouwd, de wanden zijn van opengewerkt beton. In de openingen zit dik blauw glas. Er hangt een schitterend goudkleurig Christusbeeld. Heel indrukwekkend.

Bas heeft een tijdelijke slaapplaats in een woning waar nog enkele huisgenoten vertoeven. Het is niet veel maar het voldoet. We hebben ook zijn werkplek gezien: een ruimte in een kantoorgebouw waarin veel kleine ondernemingen en startups zitten. Zijn baas was heel tevreden over hem.

Voetgangers moeten wachten als het rode mannetje zichtbaar is en kunnen gaan lopen bij groen licht. De meeset Berlijners houden zich hieraan.

Het was een gouden greep dat we vooraf twee go-as-you-please tickets hadden aangeschaft. We konden op elke bus, tram en metro stappen zonder ons te hoeven bekommeren om geldige kaartjes. Wij moesten onze tickets op de eerste dag activeren, daarna zouden ze 72 uur geldig zijn. Ze gaven ook toegang tot musea.
Ik zag kans het mijne te verknoeien door het tweemaal af te stempelen. Gelukkig heeft het geen problemen opgeleverd.

We hebben de dagen ten volle benut: we bezochten twee musea, hebben Checkpoint Charlie geïnspecteerd en zijn ook in de koepel op de Rijksdag geweest. In de buurt hiervan zijn ook gedenkplekken voor de omgebrachte joden, zigeuners en homo’s.

Verder zagen we de Brandenburger Toren (en herinnerden ons de filmbeelden van een triomfantelijke Hitler die er onderdoor reed) en de Siegesaule. De gouden vleugels van de engel blonken in het zonlicht.

De Fernsehturm is van alle kanten te zien, hij is dan ook 360 meter hoog.

We aten twee keer met Bas in een opgeknapte markthal. Hierin bevonden zich allemaal eettentjes en voedselwinkels. Er heerste een gezellige huiselijke sfeer, die bewerkstelligd werd door het meubilair dat rechtstreeks uit de kringloopwinkel leek te zijn gekomen.
De Duitsers zijn een vleesminnend volk. De porties bevatten vooral veel vlees en aardappelen, groente werd in prettig kleine porties opgediend.

Wat me opviel in de talloze opschriften (in het Duits en in het Engels) is dat de Duitsers geen enkele reserve hebben in het vermelden van de gruwelen van de oorlog en in het nemen van de verantwoordelijkheid daarvoor.

Ik las gedurende de reis het nieuwste boek van John leCarré. Hierin komt een man aan het woord die erg op Duitsland gesteld is. Hij zegt: “What other country had ever repented its crimes to the world? Had Turkey apologized for slaughtering the Armenians and Kurds? Had America apologized to the Vietnamese people? Had the Brits atoned for colonizing three-quarters of the globe and enslaving numberless of its citizens?”

Ik ben het met hem eens.

We hebben bijna altijd een zitplaats in de bussen en metro’s waar we instappen. Een mannenstem geeft het advies ons goed vast te houden: “Hold on tight during the ride”, waarin hij het laatste woord uitspreekt als right. Het rijmt leuk, maar is natuurlijk geen correct Engels.

Het Checkpoint Charlie is inmiddels geheel overgenomen door de commercie. In een gigantische winkel worden allerlei souvenirs verkocht, je kunt ook stukjes van de Muur kopen. In een werkplaats zie ik twee jongens stukjes beton op kaartjes plakken.

Een klein fragment kost al gauw 10 euro, er liggen zelfs brokken die het honderdvoudige hiervan moeten opbrengen.

Op de meeste brokstukken zijn restjes graffiti te zien. Uiteraard wordt de authenticiteit hier zonder meer door gewaarmerkt.

Buiten verkoopt een Turk nep-russische hoofddeksels. Bontmutsen en zwieppetten met indrukwekkende ordetekens. Het zou me niet verbazen als ze in China gefabriceerd zijn.

Op de Rijksdag, het gebouw waar het Duitse parlement vergadert, is een koepel gebouwd die je mag betreden. Een looppad spiraalt omhoog en helemaal bovenaan heb je een indrukwekkend uitzicht op Berlijn. Vanuit de koepel kijk je neer op de grote vergaderzaal.


We zijn er samen met een Franse schoolklas,  de leerlingen hebben meer aandacht voor elkaar en de selfies die genomen moeten worden dan voor deze historische plaats.

In Osnabrück herkent een afhaler een reiziger die uit onze trein stapt. Ik probeer de uitdrukking op zijn gezicht te benoemen: blij? opgetogen? Ik kom uit bij het mooie woord verheugd.

Ik ben er niet achtergekomen waar  je nu eigenlijk voor gewaarschuwd wordt.

Berlijn is een heel fijne stad. We hebben lang niet alles gezien, dus moeten nog minstens een keer terug.

Geert Mak’s grote verwachtingen

Ik las In Europa van Geert Mak enkele jaren geleden en was er heel enthousiast over.
Toen bleek dat er een vervolg kwam nam ik mij daarom natuurlijk voor dit zo snel mogelijk aan te schaffen.

Ik heb Grote verwachtingen inmiddels uit en het was geen teleurstelling.

In 14 hoofdstukken vervolgt Mak zijn verhaal nadat hij bij de eeuwwisseling gestopt was. Hij schrijft over de eerste twintig jaren van de 21e eeuw en eindigt bij het heden (hij neemt de opkomst van Trump en de Brexit nog mee).

 

Mak beschrijft de gebeurtenissen en schuwt ook niet er regelmatig een persoonlijke noot in te laten klinken.
Hij bezoekt vrienden in Europa die hij eerder ook al aan het woord liet. Hoe is het nu met hen? Hoe hebben ze de laatste twintig jaar ervaren?

Het viel me op dat ik veel zaken die Mak aanroert herkende. Ik herinner me dat er in het nieuws volop over gepraat werd, maar het was nu voor het eerst dat ik alles overzichtelijk gepresenteerd kreeg, voorzien van deskundig commentaar en geplaatst in een bredere context.

Op zo’n moment realiseer je je dat je braaf elke dag de krant kunt lezen en het Journaal kunt kijken en dat erg veel je toch nog ontgaat. Geschiedenis is ook lastig te begrijpen als je er midden in zit.

Een voorbeeld: ik heb me nooit gerealiseerd hoe dicht we tegen een echte crisis, misschien zelfs wel ineenstorting hebben gezeten tijdens de financiële crisis van 2008.
Je las over banken die dreigen om te vallen, financiële reddingsplannen en eisen die gesteld werden aan landen die op hulp waren aangewezen. Maar je eigen kleine leventje ging door en je dacht dat alles wel op z’n pootjes terecht zou komen.

De grote kracht van Mak is, naast zijn persoonlijke toon, dat hij alle informatie met elkaar verbindt en steeds laat zien hoe alles paste in de grote geschiedenis van het verenigd Europa.

Op een enkel punt zaagt de schrijver wel erg dikke planken. Zo stelt hij de onderwijssituatie in zijn Friese woonplaats wel wat simplistisch voor: zijn vriend de onderwijzer functioneerde geweldig, maar werd flink tegengewerkt door leidinggevenden die het geld niet ten goede lieten komen van de leerlingen maar er dure etentjes van betaalden. En dan stelden ze ook nog een directeur aan die geen Fries sprak…

Voor mij was het een eye-opener te lezen welke geweldige rol Duitsland heeft gespeeld in de vluchtelingencrisis. Ik wist dat natuurlijk van het “Wir schaffen das” van Merkel, maar heb me onvoldoende gerealiseerd hoe fantastisch grote delen van de Duitse bevolking zich hebben opgesteld. Het maakte indruk op me toen ik las dat er 6000 mensen bijeen waren geweest op een protestbijeenkomst tegen migratie, maar dat er enkele dagen een tegenmanifestatie was met 65.000 deelnemers. #wirsindmehr.

 

Ik schreef al eerder over de televisieserie die nu nog loopt: interessant, maar de betrokkenheid van Geert Mak is wat mij betreft onduidelijk (in ieder geval lang zo groot niet als bij de eerste serie).

 

Grote verwachtingen van Geert Mak                             9

 

 

Onzinstuk over onderwijs in de Volkskrant II

Ik stuurde een brief aan de Volkskrant. Hierin spuide ik mijn kritiek op het slechte artikel over een school in Rotterdam in de krant van dinsdag.

Mijn inzending werd niet geplaatst, er waren wel twee andere reacties:

De eerste briefschrijver is er van overtuigd dat het veel beter met het onderwijs zou gaan als je maar zorgt voor voldoende gemotiveerd personeel, beschikt over een efficiënt leerlingenvolgsysteem en gratis bijles aanbiedt.

Die veronderstelling wordt inderdaad door het krantenartikel gevoed.

Hij weet niet dat het overgrote merendeel van de docenten heel goed gemotiveerd en betrokken is (ze blijven elke dag hun werk uitoefenen, terwijl dat waarachtig niet erg aantrekkelijk meer is), denkt kennelijk dat scholen een leerlingvolgsysteem voor de lol bijhouden en dat als je besluit alle leerlingen gratis bijles aan te bieden, dit met de huidige beschikbare middelen mogelijk is.

De tweede komt uit het onderwijs en denkt dat problemen kunnen worden opgelost door een gedurfd personeelsbeleid. In zijn wereld kan je een slecht functionerende leerkracht zo maar even ontslaan en staan er meteen drie andere goede klaar om de lege plaats in te vullen.
Ik vraag me af welke juiste prikkels hij in zijn onderwijspraktijk aan de ouders gaf. De meeste ouders zijn alleen geïnteresseerd in wat zij denken dat goed is voor hun prinsje of prinsesje, zien zichzelf als klant (dus koning) en hebben geen enkel begrip voor de schoolorganisatie.
Hij voelt zich ook aangesproken door de leiderschapsstijl van de directeur. Even geen democratie totdat de docenten het licht hebben gezien.

 

Geen plaats dus voor kritiek op dit zeer zwakke voorpagina-artikel.

Toch maar even hier op een rijtje gezet:

  • Er ontstaat in de samenleving steeds meer begrip voor de last die de hoge werkdruk en de uit de hand gelopen administratieve warwinkel oplevert voor docenten.
    Dit artikel wekt de indruk dat de klachten eigenlijk flauwekul zijn.
  • Geen enkele school heeft voldoende formatie om alle kinderen gratis bijles te bieden.
    Het artikel maakt niet duidelijk hoe Melanchton het bekostigt.
  • Onderwijsvolgsystemen nemen krankzinnige vormen aan, werkelijk alles moet worden bijgehouden (elke communicatie met ouders!) in de veronderstelling dat dit ten goede komt aan de kwaliteit van het onderwijs.
    Het is inmiddels wel duidelijk dat deze verantwoordingscultuur alleen maar veel meer werk oplevert en eerder negatief uitpakt (de professional krijgt geen enkele speelruimte meer).
  • Wat moeten we aan met een zinnetje als “Nu even geen democratie”? Een school is geen democratie, maar een goede directeur maakt wel degelijk gebruik van democratische instrumenten. Het is verstandig gebruik te maken van de inbreng van professionals en iedereen weet dat besluiten veel beter worden uitgevoerd als men betrokken is geweest bij het totstandkomen ervan.
  • Wat een raar beeld wordt er geschetst van docenten: ze lopen er de kantjes vanaf, ze delen hun tijd niet efficiënt in, hebben eigenlijk tijd zat om alle leerlingen bijles te geven en hebben graag een baas die hun vertelt wat ze moeten doen.
    Je bent niet verbaasd als dit op een verjaardagsfeestje langskomt, maar een kwaliteitskrant zou beter moeten weten.

In één week tijd publiceert mijn lijfblad een citaat van prins Charles dat later blijkt niet van hem te zijn (als je even nadenkt over de inhoud had je kunnen weten dat hij dit niet gezegd kon hebben) en dit onzinstuk.

 

Volkskrant, ga je schamen!

Een borreltafelartikel over onderwijs

Op de voorpagina van de Volkskrant staat een mooie foto van een klassensituatie op een VMBO.

Gratis bijles, vaste werktijden voor alle docenten, een minutieus plan voor iedere leerling. In een fonkelnieuw gebouw vol kleuren legt directeur Dennis Maharban uit hoe hij een zeer zwakke vmbo-school in Rotterdam omvormde tot een doorslaand succes.

Verderop in de krant wordt op twee pagina’s uitgelegd dat het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is om een zwakke school om te toveren tot een excellente.

Het stuk staat vol foute aannames en geeft bitter weinig inzicht in de werkelijke mechanismen van een school. Je hebt slechts een standvastige bevlogen directeur nodig die hogere eisen stelt, confronterende gesprekken voert en flink top-down werkt. Voilà!

Het is toch eigenlijk zo simpel. Docenten moeten niet de lerarenkamer in- en uitlopen. Op het Melanchton (ik dacht dat dit de naam was van een farao, maar het blijkt een Duitse theoloog en filosoof uit de 15e eeuw te zijn) zijn de docenten van kwart over acht ’s morgens tot half vijf ’s middags aanwezig. Vijf dagen per week. “Er zijn geen scheve gezichten over docenten die er de kantjes van aflopen”.

Wat moeten we hieruit opmaken? Docenten werken niet hard genoeg en zijn niet genoeg uren op school.

Leraren die ’s morgens geen les geven gebruiken deze eerste uren om hun lessen voor te bereiden. Belangrijker: ze zijn altijd beschikbaar voor leerlingen en ouders met vragen. Zijn de leraren ’s middags klaar met hun lessen, dan gebruiken ze hun tijd op school ook om bijles te geven.

We weten nu: leraren kunnen hun tijd niet efficiënt indelen. Het is fout dat ze niet altijd beschikbaar zijn.

Levert dat geen extra werkdruk op, al die bijlessen? Docent Miriam Rozendaal reageert bijna verontwaardigd. “Ik krijg er gewoon uren voor, hoor.” Als je leerlingen het slecht doen, dát levert pas werkdruk op.
Het is een schande dat de meeste scholen niet aan gratis bijles doen.

Dus: klachten over werkdruk zijn onzin. Scholen gaan inefficiënt met beschikbare docent-uren om.

Geheim wapen van de directeur: een leerlingvolgsysteem dat de ontwikkeling van elke scholier minutieus in kaart brengt. Trots laat hij een Excellbestand zien met allemaal rode hokjes. Ook de persoonlijke ontwikkeling van een kind wordt gevolgd. De school gebruikt al die gegevens om een ontwikkelplan te maken.

Wat een flauwekul. Welke school beschikt nu niet over een uitgebreid leerlingvolgsysteem? Waar denk je dat de inspectie zijn oordeel op baseert?

De school bood vroeger alleen de theoretische leerweg aan. Toen kwamen er leerlingen binnen die dat niveau eigenlijk niet aankonden. Nu bieden ze alle VMBO-niveaus aan. Het slagingspercentage ging van 60-70% naar gemiddeld 98%.

(Nog even daargelaten dat dit een heel vreemde situatie was: bestond er werkelijk een VMBO-school in een achterstandswijk die alleen TL aanbood? Dan is een slagingspercentage van 60 nog heel hoog!) We kunnen nu concluderen dat categorale VMBO’s uit den boze zijn. Problemen worden opgelost en slagingspercentages worden hoger als je alle VMBO-niveaus aanbiedt.

Als je een school echt wil verbeteren moet je ook afscheid durven te nemen van collega’s die niet functioneren. Dat kan louterend werken.

Het is toch zo simpel: als directies wat minder soft waren zouden docenten een stuk beter gaan functioneren! (We hebben het nu even niet over de sterke rechtspositie van leraren – je kunt niet zomaar iemand ontslaan- en ook niet over hoe je aan enthousiaste nieuwe docenten komt).

Confronterende gesprekken, maar ook hulp! Leraren werden op cursus gestuurd en alle docenten werden aan een collega gekoppeld om bij elkaar mee te kijken in de les.

Directeuren zullen zich voor de kop slaan: gooi er een cursusje tegenaan en er geschieden wonderen. Waarom gaan ze niet vaker bij elkaar op lesbezoek? Tijd zat om regelmatig bij elkaar in de les te kijken en er dan uitgebreid over te praten.

Soms moet een directie top-down werken. Zo gaan we het doen, er is hier even geen democratie.
Het mooie is: na een tijd kun je dat afbouwen en komt steeds meer  verandering vanuit de docenten zelf.

Leve de sterke man. De leraren vinden het heerlijk om autoritair geleid te worden en gaan dan vanzelf inzien dat ze het altijd fout gedaan hebben. Ze zullen dankbaar zijn voor deze les.

Betrokkenheid van ouders krijg je voor elkaar als je aan het begin van het jaar een kennismakingsgesprek organiseert (en de schoolboeken niet meegeeft als ouders niet komen).

Dat andere scholen hier niet opkomen! “Zachte dwang” helpt. Je hoeft maar een keer zo’n actie te ondernemen en je hebt alleen nog maar tevreden ouders.

Wat een gemakzuchtige, infantiele reportage.

Wat een hoog verjaardagsgesprekgehalte: als de leraren maar wat harder werken en niet zo zeuren, als je maar een ferme schoolleiding hebt en als je de ouders maar intelligent benadert: alle problemen verdwenen!

 

Ik vraag me af of de verslaggever het boek Superschool van Erik van ’t Zelfde gelezen heeft. (Lees mijn blog hierover).

Hij was directeur van een Rotterdamse school, die als zeer zwak werd beoordeeld. Hij zag kans de school er weer helemaal bovenop te krijgen. Maar de prijs was hoog.

Hij verlangde van zichzelf en van zijn docenten een maximale inzet, ze werkten talloze uren die niet betaald konden worden en dit ging ten koste van de gezondheid.
Hij moest ongelooflijk hard knokken om steun te krijgen van bestuur en gemeente en moest rechtszaken voeren om voor elkaar te krijgen dat hij leerlingen van school kon verwijderen.
Er was nooit voldoende geld. Hij had grote moeite met een aantal ouders, werd zelfs bedreigd.

Juist deze week publiceerde van ’t Zelfde een bevlogen en cynische brief waarin hij de alarmklok luidt: kansenongelijkheid en achterstanden nemen schrikbarende vormen aan en bij het huidige beleid wordt het alleen maar erger.(Deze brief stond op Facebook, ik kan er niet naar linken).

 

Misschien was het tijd voor een optimistisch stuk over het onderwijs, maar een simplistisch artikel als dit, waarin zaken niet genoemd worden of gebagatelliseerd en waarin leraren worden geschoffeerd, daar zit echt niemand op te wachten.

Welcome Aboard

Als kind verslond ik boeken over vliegtuigen en vliegers. Ik kende de meeste typen vliegtuigen en had een kaartsysteem met de namen en logo’s van alle luchtvaartmaatschappijen van de wereld. Ik kon dus omhoogkijken en vaststellen dat er een DC-8 van Lufthansa overvloog.

Ik wist zeker dat ik later piloot zou worden en had voor mezelf alvast een cockpit gebouwd met een doorgezaagd autostuur (want iedereen weet dat ze in een vliegtuig altijd halve sturen hebben) en gekleurde knijpers die dienden als schakelaars, want daarvan zitten er honderden in een echte cockpit. De co-piloot moet er altijd heel veel van in een andere stand zetten, vóór de captain langzaam twee of vier (afhankelijk van het aantal motoren) handels naar achteren trekt waarmee hij de motoren tot meerder omwentelingen aanzet. Het vliegtuig begint langzaam te rollen en stijgt uiteindelijk op.
Dan moet voorlopig het laatste knopje worden omgezet (dat van het landingsgestel) en kunnen de mannen in het blauw achteroverleunen, genieten van het uitzicht boven de wolken en wachten tot de knappe stewardess hun een kopje koffie komt brengen.

Ik werd lid van de KLM-jeugdbrigade (ik weet niet meer of het echt zo heette) en ontving een verrassingspakket met daarin een paar prachtige posters, die jarenlang mijn jongenskamer gesierd hebben en een vreselijk mooie speld die ik tot mijn grote spijt al heel snel kwijt was.

Er kon dus met betrekking tot mijn carrière niets meer misgaan, ware het niet dat je voor de vliegersopleiding een Atheneumdiploma nodig had. En om dat diploma te halen moest je een wiskundeknobbel hebben.

Ik kwam er na vier jaar achter dat mijn knobbel niet groot genoeg was, of de verkeerde vorm had.
Ik werd dus onderwijzer, ook een mooi beroep maar met wat minder glamour.

Uiteraard heb ik nooit mijn enthousiasme met betrekking tot vliegtuigen verloren, ik houd er nog steeds heel erg van erover te lezen en vind het ook heerlijk om een middagje op Schiphol door te brengen.

Het Aviodome in Lelystad beschikt onder andere over een prachtige Constellation (koningin van de lucht) en er staat ook een Boeing 747. Wat is dat een gigantisch vliegtuig. Fascinerend.

 

Met echt vliegen heb ik een probleempje. Het beeld van met z’n allen opgesloten zitten in een smalle buis die met levensgevaarlijke snelheid heel hoog boven de onmetelijke oceaan vliegt boezemt mij grote angst in.
Als het om reizen gaat neem ik veel liever de trein.

Ik vermoed dat behalve mijn gebrekkige beheersing van de wiskunde mijn vliegangst ook wel een belemmering had kunnen vormen voor mijn aanvankelijke beroepskeuze.

Als luchtvaartafficionado en KLM-fan moest ik natuurlijk overgaan tot de aanschaf van Welcome Aboard!, een eeuw KLM.

 

Het is een prachtig boek, geschreven vanwege het 100-jarig jubileum van onze nationale luchtvaartmaatschappij.

De auteurs hebben gekozen voor een thematische benadering en een opbouw waarin vijf theoretische hoofdstukken worden afgewisseld met verhalende teksten (en veel foto’s) over de KLM en de KLM-mers.

Er is heel veel te bekijken, de auteurs hadden toegang tot het bedrijfsarchief, maar het geheel valt toch wat tegen.

Ik had gerekend op spannende verhalen, bijvoorbeeld over de eerste vlucht op Indië of de beroemde vlucht van de Uiver die deelnam aan een luchtrace naar Melbourne.

Ze worden wel verteld, maar ik kan niet zeggen dat het enthousiasme er vanaf spat.

Het boek is informatief en onderhoudend, maar de jonge vliegtuig-enthousiasteling in mij werd niet wakker.

Welcome Aboard
Bram Bouwens en Frido Ogier                                 7


Er is een mooi raakpunt met mijn postzegelhobby: Christiaan de Moor ontwierp een fraaie postzegel met het portret van Albert Plesman (de grondlegger van de KLM) en ik kwam in het bezit van een bijzondere brief.

 

Deze is in 1946 naar het Central Post Office van New York gestuurd met het verzoek hem onmiddellijk te retourneren aan de afzender.
Die was het vooral te doen om de bijzondere stempels en om het gedenkwaardige gegeven dat zijn brief mee was gegaan met de eerste trans-Atlantische vlucht van de KLM.

De Volkskrant moet zich schamen en terug naar Marx

De opkomst van fake news en doelbewuste beïnvloeding van mensen door internet-trollen houdt me erg bezig.

Het is alsof het fundament van de samenleving ondermijnd wordt: hoe kan je keuzes maken als je er niet zeker van kan zijn dat de informatie waarop je je baseert klopt?

Geert Mak beschrijft in zijn nieuwste boek hoe een Amerikaans bedrijf wordt ingehuurd door de Hongaarse overheid om stemming te maken tegen de miljardair Soros. Met een geraffineerde campagne, die uit louter leugens bestaat krijgt men het voor elkaar dat een meerderheid van de Hongaren (en later ook Polen) inderdaad dacht dat het beeld van een “klassieke vijand, een mythisch monster met een geheime agenda, onmetelijke geldbronnen en overal tentakels” klopte. Er speelde natuurlijk ook een duidelijk antisemitisch element mee.

Het staat inmiddels wel vast dat er op grote schaal gebruik gemaakt wordt van internetleugens. Rusland is koploper, er schijnt een volwaardige trollenfabriek te bestaan die niets anders doet dan onwaarheden rond te strooien en verwarring te zaaien.

Als je denkt dat beïnvloeding alleen maar plaatsvindt bij mensen met een laag kennisniveau vergis je je behoorlijk.

Ik beschouw mezelf als een geëngageerd burger die niet zomaar voor het lapje te houden is.

Kijk eens wat er de afgelopen dagen gebeurde:

In de Volkskrant stond een kort citaat van prins Charles. Hij zou gezegd hebben dat klimaatverandering en Donald Trump de grootste bedreiging voor de mens zijn.

Dit klopt natuurlijk, maar ik was erg verbaasd toen ik het las. Uitspraken van leden van het koningshuis vallen onder ministeriële verantwoordelijkheid en het leek me stug dat Charles dit werkelijk gezegd had. Maar het stond zwart-op-wit in een kwaliteitskrant, dus geloofde ik het.

Ik was dus eerder bereid om iets aan te nemen wat bijzonder onaannemelijk was dan dat ik ging twijfelen aan het bericht…..

Twee dagen later werd het bericht herroepen. Er was sprake van een tweet van een nepaccount.

Het feit dat ik er ingestonken was geeft te denken. Ik moet misschien iets milder oordelen over mensen die er in mijn ogen verwerpelijke ideeën op nahouden.

 

Het lijkt mij een heel belangrijke taak van het onderwijs om kinderen erin te trainen kritisch te lezen en niet alles klakkeloos te geloven. Voorwaar geen gemakkelijke opgave!

 

Ik moet ten slotte nog de schijnwerper richten op de krant.

Van mij, als leek, mag verwacht worden dat ik geloof hecht aan wat mij onder ogen komt. Van degene die het bericht plaatste, een beroepsverslaggever, had ik veel meer wijsheid verwacht. Een goede journalist zou onraad hebben geroken en het bericht grondig hebben gecheckt.

Het bericht is gerectificeerd, maar de krant had wel wat dieper door het stof mogen gaan.

 

Ik verwacht van een kwaliteitskrant dat men zeer op zijn hoede is met betrekking tot nepnieuws. Een mens moet kunnen vertrouwen op zijn dagblad!

 

 


Klasse

Deze cartoon heeft niets met het bovenstaande te maken, maar ik vind hem zo goed dat ik hem wil delen.

Het wordt langzaamaan tijd dat we de oude Marxistische opvattingen weer van stal halen: de onderworpenen der aarde moeten solidair zijn tegenover het grootkapitaal!

 

 

In Europa II

Ik las de twee kloeke boeken In Europa van Geert Mak destijds ademloos uit. Ik was bijzonder te spreken over zijn stijl en onderwerpkeuze en schreef er eerder over.

 

Hij heeft nu de draad weer opgepakt waar zijn vorige werk eindigde: 1999. Zijn nieuwe boek heet Grote verwachtingen, ik ben halverwege en denk dat het net zo goed is als In Europa.

Datzelfde kan ik niet zeggen van de televisieserie die op dit moment wordt uitgezonden. Je denkt dat het een direct vervolg is op de eerste, die een geweldige aanvulling vormde op het boek.

Weliswaar begint Mak weer elke aflevering met “Waar waren we ook weer gebleven?”, maar daarna lijkt het of zijn bemoeienis minimaal is.

De serie is gemaakt door Roel van Broekhoven en Stefanie Brouwer, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze een beetje meeliften met Geert Mak.

Inhoudelijk is hij helemaal niet slecht, integendeel, gisteravond was weer een heel boeiend portret van een vrouw die na 75 jaar de boodschap krijgt dat de stoffelijke resten van haar verdwenen ouders gevonden zijn. Ze waren in een gletsjerspleet gevallen en omdat er zoveel ijs gesmolten is kwamen hun lichamen tevoorschijn.

De makers argumenteren dat ze aan de hand van persoonlijke verhalen inzicht geven in de geschiedenis die zich nu afspeelt. “Op heterdaad betrapt” noemen ze het.

Ik vind de constructie wat gezocht.  Mooie documentaires worden min of meer geforceerd onder de paraplu van Geert Mak gebracht, ze zouden ook net zo goed buiten die context kunnen zijn uitgezonden. Maar deze manier van presenteren trekt natuurlijk veel meer aandacht….

Nogmaals, de films zijn mooi en goed gemaakt. Wel vreemd is de keus van de makers om het commentaar consequent te laten inspreken door een collega uit het land waarin gefilmd is. Geert Mak is de enige die (heel kort) Nederlandse teksten uitspreekt. (Niet langer terwijl hij op het spoor loopt trouwens, dit is hem door de NS verboden!). Je hoort verder Frans, Fins, Russisch, Engels en nog andere talen.
Ik begrijp niet goed wat hiervan de bedoeling is. Je gaat haast denken dat het hier om buitenlandse producties gaat…

Wie, net als ik, tegelijkertijd het boek leest en de serie bekijkt komt tot de ontdekking dat er nauwelijks overlap is. Het boek gaat systematisch in op de gebeurtenissen sinds de eeuwwisseling, beschrijft hoe de politieke processen verlopen en geeft oorzaken en gevolgen aan; de televisieserie is anekdotisch en geeft volstrekt geen totaaloverzicht.

Ik ga uiteraard het boek uitlezen en zal zeker naar de resterende afleveringen van de televisieserie kijken, maar blijf wel met een aantal vragen zitten.

Wellicht valt het binnenkort ook een tv-recensent op en krijg ik misschien wat antwoorden.

 

Seizoen 3 van The Crown

 

Wat was het weer een voortreffelijk seizoen van The Crown!

Ik heb op het puntje van mijn stoel genoten van alle afleveringen. Wat een verschil met de gebruikelijke rommel op Netflix.

De acteerprestaties van met name Olivia Colman en Josh O’ Connor (Queen Elizabeth en Charles) zijn verbluffend. Ik vond het heel jammer dat Claire Foy (seizoen 1 en 2) vervangen werd, maar Colman is minstens zo goed.

Ik ben nooit bijzonder geïnteresseerd geweest in het Engelse vorstenhuis, maar toch herken ik heel veel, bijvoorbeeld de manier van spreken en de motoriek van Charles. Method-acting op zijn best.

Ook leuk is om weer geconfronteerd te worden met wat hedendaagse geschiedenis: Wilson en Heath, de mijnstakingen en de landing op de maan.

In mijn zoektocht naar wat achtergrondinformatie stuitte ik op een heel leuke site die van alles laat zien over aflevering 3 en vast heel wat vertelt over seizoen 4.

Door foto’s van de echte gebeurtenissen te vergelijken met het televisiedrama zie je dat de aankleding heel zorgvuldig is: de kostuums, de interieurs, de decors: alles klopt.

Een anekdote die mij wel aansprak: Coleman kon het niet nalaten stiekem de nep-postzegels met haar beeltenis (in plaats van die van de echte koningin) mee te nemen. Ze hangen nu in haar wc.

Het schijnt dat de koningin ook fan is van The Crown en dat ze af en toe heimelijk een toespeling doet op de serie.

Inmiddels weet ik dat in seizoen 4 Diana haar opwachting zal maken (in de woorden van O’Connor leren we een andere kant van Charles kennen…) en we treffen Margaret Thatcher.

Als het goed is kunnen we het nieuwe seizoen dit jaar al verwachten en zullen er in totaal 6 gemaakt worden.

 

Jolly Good!

 

The Crown                9

The Testaments

Het is alweer een tijdje geleden dat we onze laatste aflevering zagen van de prachtige televisieserie The Handmaid’s Tale. Ik moet eens gaan uitzoeken waar we gebleven waren, want inmiddels is er alweer een nieuw seizoen verschenen geloof ik.

Elisabeth Moss speelt haar rol voortreffelijk en verhaal en aankleding zijn erg goed.

De serie is gebaseerd op het boek van Margaret Atwood, dat ze al in 1985 schreef.

Sinds kort is er nu ook het vervolg: The Testaments.

Dit tweede boek viel me tegen. Probleem is, dat het niet zo goed in een bepaald genre is te plaatsen. Is het een psychologische roman? Een thriller, of science fiction?

De term dystopisch wordt gebruikt. De boeken passen in de traditie van 1984 (George Orwell), Fahrenheit 451 (Ray Bradbury) en Brave New World (Aldous Huxley).

In dit opzicht is het boek indrukwekkend: het fundamentalistische Christendom in Amerika is een heel belangrijke factor in de politiek, de invloed groeit. Wat zou er gebeuren als die groepering aan de macht komt? Atwood werkt dat gegeven goed uit, zeker met betrekking tot de positie van de vrouw.

Als je het boek leest als thriller heeft het tekortkomingen. Het is een zwakke kunstgreep mensen van de toekomst te laten terugkijken aan de hand van toevallig gevonden manuscripten. Het slot (met “spannende” ontsnappingsscène) wordt afgeraffeld en is verre van ingenieus.

Atwood ziet geen moment kans een reëel beeld te schetsen van Gilead, de fundamentalistische staat die na een revolutie ontstaan is. Er wordt gesproken over een oorlog waarin het land verwikkeld is, maar we krijgen geen enkel beeld van hoe het land reilt en zeilt. Het lijkt eerder op een dorpsgemeenschap van enkele honderden zielen.

 

Het boek is prachtig uitgegeven (de witte kap die de Handmaids moeten dragen is inmiddels iconisch geworden), maar de inhoud is niet navenant. Onbegrijpelijk dat het de beroemde Bookerprize van 2019 heeft gewonnen.

 

The Testaments van Margaret Atwood         6 ½

 

 

Hemeltergend!

We bezoeken al vele jaren op oudejaarsavond familie in Zaandam. We krijgen daar een heerlijk maal voorgeschoteld en er staat ook een grote schaal oliebollen. Vanaf het balkon hebben we een mooi uitzicht op al het vuurwerk dat de lucht in gaat.
Als het nieuwe jaar begonnen is rijden we weer terug naar Almere

Twee jaar geleden ontdekten we dat dieven van het lawaai rond middernacht gebruik hadden gemaakt om een steen door het raam te gooien. Ik was zo dom geweest de sleutel van de deur aan de binnenkant in het slot te laten zitten, dus zo konden ze binnenkomen.
Ze veroorzaakten binnen een puinhoop en waren met medeneming van onze spullen weer vetrokken toen we thuiskwamen.

Dat was geen goed begin van het nieuwe jaar.

Afgelopen jaarwisseling besloten we wat eerder te vertrekken omdat er zware mist voorspeld was. We redeneerden dat er na middernacht, als alle rook van het afgestoken vuurwerk zich zou hebben vermengd met de mist, wellicht nog maar heel weinig zicht zou overblijven.

Het viel mee en we kwamen behouden thuis. Er was ook niet ingebroken.

Maar een geniepig opgestelde camera had een foto genomen van onze auto, we bleken afgerond 10 kilometer te hard te hebben gereden binnen de bebouwde kom.

Was er nu toch maar wat slechter zicht geweest…..

Er lag een officieel uitziende brief in de brievenbus, ik werd uitgenodigd een boete van €81,- te betalen.

Op internet kon ik de foto vinden die het onomstotelijke bewijs leverde van mijn overtreding.

Ik ben een heel brave automobilist, houd me altijd aan de maximumsnelheid, drink nooit een druppel alcohol, maar hier was ik toch echt de fout in gegaan. Ik had netjes 50 moeten rijden op deze doodstille weg (alle ander mensen zaten voor de buis met een glas champagne te wachten tot ze mochten toosten).

Ik sluit niet uit dat ik een klein beetje extra gas heb gegeven om nog net door oranje te kunnen rijden.

Het komt er dus op neer dat ik zo verstandig ben geweest zo hard te rijden dat ik niet door rood reed. Dat zou een veel grotere overtreding zijn geweest!

We zien hier dus dat in dit land goed gedrag bestraft wordt!

Ik ga me voegen bij het legioen van boeren, zwarte-pietenfans, gehaktbalbeschermers, Telegraaflezers, liefhebbers van vuurwerk, fikkiestokers, PVV- en Forumstemmers en gele hesjes. Dit is hemeltergend onrecht.

Het spreekt voor zich dat ik alle vertrouwen in de overheid heb verloren.

Ik rijd met 140 km per uur naar de residentie, parkeer voor de Tweede Kamer en zal op het dak van mijn auto klimmen. Middels een megafoon zal ik laten weten dat ik het niet langer pik.

Ik verwacht dat Baudet, Hiddema en Wilders zich snel aan mijn zijde zullen scharen.

Ze zullen het weten, daar in den Haag!