Allemaal koninginnen

Of: de avonturen van Martin in postzegelland.

Als je via internet iets bestelt kom je terecht in een database. Soms heeft dat tot gevolg dat je allerlei aanbiedingen in je postbus vindt.

Ik bestelde ooit enkele postzegels die ik mooi vond. Ze kostten niet veel geld en ik wilde ze graag in een lijstje aan de muur hangen¹.

 

 

Nu sta ik te boek als postzegelverzamelaar en niet lang geleden viel in dikke catalogus op de deurmat. Hierin werden duizenden postzegels te koop aangeboden en ook spullen die met de hobby te maken hadden.

Ik bladerde door de gids en stond versteld van het aanbod.

 

Ik had vroeger een neef en een oom die postzegels verzamelden. Ik schatte terecht in dat deze hobby niets voor mij was. Je moest zitten te friemelen met piepkleine stukjes papier, je moest ze moeizaam losweken en voorzichtig met een pincet in een hoesje frommelen. Het aanbod was zo verschrikkelijk groot dat je verzameling nooit van zijn leven ook maar een beetje compleet zou worden.

Ik ben er dan ook nooit aan begonnen, tot vandaag.

Mijn vrouw en ik herkenden beiden postzegels van vroeger (toen mensen elkaar nog kaarten en brieven stuurden) en uit nostalgische overwegingen bestelde ik er hier een paar van.

Toen bleef mijn blik hangen bij een speciale aanbieding: 1000 Nederlandse postzegels voor €15,-!

Die kon ik niet voorbij laten gaan. Mijn aloude drang ergens veel van te bezitten stak de kop op. Ik fantaseerde dat er prachtige exemplaren tussen zouden zitten en misschien wel een enkele heel zeldzame, die heel veel geld waard was².
De verkopers zouden zich de haren uit het hoofd trekken dat ze bij de samenstelling van het pakket niet beter opgelet hadden. Toen ik het bestelnummer had ingevoerd bedacht ik dat ik eigenlijk ook een album nodig had om mijn schat in op te bergen. Ik kon mijzelf er net van weerhouden ook een speciale filatelie-pincet aan te schaffen. In het medicijnkastje lagen er drie, daar zou ik mij voorlopig waarschijnlijk wel mee kunnen redden.

Wie voor het eerst een beetje rondneust in de wereld van de postzegelverzamelaars ontdekt dat er heel veel is waar hij geen verstand van heeft:

Wat betekent postfris (gebruikt en ongebruikt)?  Wat is een tete-beche met en zonder gutterpair? Vierzijdige roltanding? Wat zou een dubbelenpartij zijn?

Ik liet mij hierdoor niet weerhouden en wachtte vol spanning het pakket af.

Duizend postzegels is heel veel. In het begin bekeek ik elk plaatje zorgvuldig en probeerde soort bij soort op de grote eettafel te leggen, maar al gauw verloor ik mijn geduld en besloot rigoureus te schiften. Ik ontdekte dat nieuwere zegels mij nauwelijks konden boeien. Ik zag dat men in de postale wereld kennelijk elke gelegenheid aangrijpt om een speciale postzegel uit te geven. Van het vijftig jarig bestaan van de NAVO tot werelddierendag: overal bedacht men een meestal heel lelijke zegel voor.

Weg ermee. Ik gooide alle nieuwerwetse zegels in een doosje en legde de oude (nog met een waarde in centen, soms zelfs halve centen!) apart.
Ik had mijn draai gevonden en was al aardig op weg een echte gespecialiseerde filatelist te worden.

Er was één soort postzegels duidelijk oververtegenwoordigd: die met een koningin erop.
De bekendste is natuurlijk de zegel met Juliana van opzij. In mijn herinnering zat die op alle brieven en kaarten.
Maar er waren nog veel meer vrouwelijke monarchen. Ik had al door dat er heel wat research bij zou komen kijken vóór ik precies wist met welke vorstin ik van doen had, want ze zetten er op postzegels bijna nooit een naam bij.

 

Over de tafel hangend speurde ik naar zegels die tot dezelfde serie behoorden, want die moesten bij elkaar in mijn album.
Bij sommige zegels kon ik amper zien wat erop stond, omdat menig overijverige postbeambte zich kennelijk niet had weten in te houden bij het stempelen. Ik leerde nu dus wat het verschil is tussen postfris en gebruikt. (Wat ongebruikt is weet ik nog steeds niet).

Ik kwam erachter dat omgang met postzegels iets is voor mensen met een goed ontwikkelde fijne motoriek en veel geduld. De broze stukjes papier laten zich slechts met de grootst mogelijk moeite achter de doorzichtige venstertjes van het album proppen en zitten dan ook nog eens scheef. Je moet ook niet de fout maken even te hoesten terwijl je net alles op volgorde hebt gelegd. Ik pauzeerde regelmatig.

Er komt vast een moment dat ik heel precies ga uitzoeken wat er allemaal aan informatie te vinden is, maar voorlopig ben ik even klaar met mijn filatelistische uitspattingen. Meer later!

¹Een vraatzuchtig beestje heeft zich inmiddels tegoed gedaan aan de postzegel van 1 cent. Hij heeft de andere denominaties tot nu toe met rust gelaten. Ze hebben tegenwoordig ook nergens meer respect voor!

²Als je vroeger over de Nieuwezijds Voorburgwal richting Spui fietste zag je aan je rechterhand altijd enkele kraampjes staan waar ze postzegels verkochten.
Guus Luijters en Carmiggelt besteedden er in een stukje allebei aandacht aan.
Ze vertelden dat er nog weleens jongetjes rondliepen met hun postzegelalbum onder de arm en dat die steevast verschillende keren werden aangesproken door oudere verzamelaars: “Mag ik even in je album kijken”? Die mannen hoopten dat ze er een zeldzame, kostbare zegel in zouden aantreffen, die ze dan het nietsvermoedende jongetje voor een prikje zouden ontfutselen.

Gevelstenen

 

Wie het woord gevelstenen hoort denkt in de eerste plaats waarschijnlijk aan de versieringen die je boven de voordeur van menig oud huis aantreft.
Vaak geven ze een aanwijzing over de bewoners of over het vak dat in het betreffende pand werd uitgeoefend.
Ze zijn soms heel mooi, soms wat amateuristisch of oubollig, maar bijna altijd oud.

Ik ontdekte dat men in Almere bij de renovatie van een wijkje nieuwe gevelstenen in de muren had aangebracht, met een modern ontwerp. Ik vond ze mooi.

Ik ging op onderzoek uit (ik googelde dus) en vond al gauw de site van Annet van der Kamp. Ze schrijft hier het volgende:

In opdracht van Woningstichting Goedestede uit Almere en architectenbureau 19 Het Atelier uit Zwolle heb ik 12 reliëftegels van 30 x 30 cm ontworpen en uitgevoerd. Deze prototypes zijn afgegoten in zandsteenkleurig beton bij de firma Veluwebeton uit Staphorst.
De tegels zijn toegepast in de renovatie van Stedenwijk Almere-Noord, die is uitgevoerd door 19 Het Atelier uit Zwolle. De wijk bestaat uit drie segmenten genoemd naar de drie noordelijke provincies; Groningen, Friesland en Drenthe. In de ontwerpen is gezocht naar de visuele vertaling van deze provincies namelijk:
FRIESLAND: Het Water, het Riet langs de oevers en de Zwaluw in de lucht.
GRONINGEN: De Voren op het land, het Graan en de Zeehonden op het wad.
DRENTHE: Het Heuvelachtige landschap, de Heide en de Schapen in de vrije natuur.

Ik maakte wat foto’s en werd argwanend bekeken door enkele bewoners. Zij vroegen zich waarschijnlijk af welk crimineel doel mijn activiteiten hadden.
Ik knikte vriendelijk naar een oude mevrouw om duidelijk te maken dat ik geen snode bedoelingen had, maar ze knikte niet terug. Gelukkig was ik al klaar en kon op mijn fiets springen. Voor je er erg in hebt sturen ze hun pitbull op je af…..

Toen ik de gerenoveerde huizen wat beter bekeek kreeg ik een associatie met de Amsterdamse School: hier en daar waren verticale muren uitgevoerd met dakpannen in plaats van metselwerk.
Een blik op de site van de architecten die het renovatieplan hebben bedacht bewees dat er inderdaad een link bestaat:

Opdrachtgever: Mateboer Bouw BV / GoedeStede Almere
Locatie: Almere
Oplevering: 2012

Amsterdamse school revisited
Achter het ogenschijnlijk homogene uiterlijk van de verwaarloosde jaren ‘70 wijk met 750 woningen schuilde een diversiteit aan composities van bouwblokken. Deze compositorische elementen, de materialisatie die zich in baksteen uitdrukt en de relatie die Almere met Amsterdam heeft, doet er toe leiden dat de Amsterdamse School inspiratiebron vormt voor de gevelrenovatie. Om de oriëntatie in de wijk te vergroten is er op subtiele wijze onderscheid aangebracht tussen de verschillende deelgebieden. Door verfijning en variatie in metselwerk en verschillende toepassingen van dakpannen krijgt de wijk meer aanzien, meer identiteit en meer herkenningspunten zonder zijn originele karakter te verliezen. Vanuit het idee dat er ook gevelornamenten dienen te worden opgenomen als onderscheidend en bindend element tussen de verschillende buurten zijn beeldhouwwerken die refereren aan de straatnamen toegepast.
(19atelier Zwolle)

 

Dit is de site van Annet van der Kamp

Dit is de site van 19atelier Zwolle

Moderne gevelstenen in Stedenwijk Noord                       8

De trein

Ik vertelde een vriend dat ik naar een mooi concert in het Concertgebouw van Amsterdam was geweest. “Je hebt je auto zeker in de parkeergarage onder het Stedelijk Museum gezet” vroeg hij.

Ik was verbaasd, omdat ik nooit met de auto naar Amsterdam ga. Ik heb het idee dat ik dan voortdurend met opstoppingen te maken zou hebben en heel veel moeite zou moeten doen een parkeerplek te vinden, waar je dan ook nog eens veel voor moet betalen.

Ik neem natuurlijk altijd de trein. Als het een beetje meezit sta ik binnen een halfuur op het Centraal Station, daar kan ik verder met de tram of met de metro.

Ik houd erg van de trein en vind het nog steeds een klein mirakel dat je comfortabel gezeten, lekker naar buiten kijkend of in een boek, met vliegende vaart naar je bestemming gebracht wordt.

Het komt een enkele keer voor dat het heel druk is en dat je een gedeelte van het traject moet staan, maar ik heb bijna altijd een zitplaats.

Ik weet niet wat er de reden voor is, maar de plaatsen waar twee banken tegenover elkaar gepositioneerd zijn worden het eerst in beslag genomen. Kennelijk zit je daar het lekkerst. De coupé vult zich altijd volgens het principe van de personal bubble: nieuwe mensen gaan eerst alleen zitten en pas als dat niet meer kan nemen ze naast iemand anders plaats.

Ook heel fijn zijn de aparte compartimenten in de Intercitytreinen. Daar kunnen zes mensen in, maar als je erin zit komt er zelden iemand bij.

Soms blijk je je in een stiltecoupé te bevinden, o wee als je dan te hard praat of telefoneert, je krijgt dan boze blikken of wordt terecht gewezen.

 

Wij hebben een voordeelurenkaart en hebben ook Keuzedagen: elke twee maanden mogen we een dag gratis reizen, plus nog één andere dag. Voor een beetje meer geld mag je eerste klas, wat natuurlijk helemaal een feest is.
In de eersteklascoupés met de rode stoelen is bijna altijd plaats. We vragen ons wel eens heel kinderachtig af of al onze medereizigers ook wel over een eersteklasbiljet beschikken en hopen dat de conducteur snel komt controleren, waarbij wij dan kunnen laten zien hoe betrouwbaar wij zijn en de misbruikers verbannen worden.
Het zou best kunnen dat andere reizigers aan ons twijfelen: zou die man met die sandalen en die korte broek wel weten dat hij in de eersteklas zit?

Niet lang geleden zaten we vlakbij een reiziger die de eigenaar van NS moest zijn. Wij wisten dat omdat hij in zijn eentje vier plekken innam: hij zat aan het gangpad en op de stoelen voor hem had hij zijn koffer en jas gedrapeerd.
Hij was bezig met heel belangrijke zaken op zijn laptop, waarbij hij natuurlijk niet gestoord mocht worden.

Als je om je heen kijkt moet je constateren dat negen van de tien medereizigers naar het schermpje van hun telefoon zitten te kijken. De tiende is aan het bellen. De strekking van het gesprek is altijd hetzelfde: “In de trein. Zwolle. Over tien minuten.”

We zitten vaak in een Sprinter, die maar een nadeel heeft: hij heeft geen toilet. Dat hij op elk station stopt (inderdaad: een sprinter en geen langeafstandsloper) vind ik niet zo’n bezwaar.

 

We mogen ook regelmatig plaatsnemen in een Intercity, waar vaak studenten langskomen met een gigantische buidel om hun middel waarin talloze lekkernijen zitten. Ze dragen een zak heet water op hun rug waaruit ze via een slangetje bekertjes koffie en thee vullen. Ze kondigen hun komst van tevoren aan en zijn niet boos als je niets van hen koopt.

Er is een tijd geweest dat men een railtender gebruikte: smalle hoge karretjes die precies in het gangpad pasten.

In veel dubbeldekkers herinnert een liftje, waarmee het karretje naar boven werd gebracht hier nog aan. Ik zie ze nu nooit meer.
Het is eigenlijk heel raar dat de railtenders afgeschaft zijn, omdat juist vanwege die liftjes de opgangen waarvan de reizigers gebruik moeten maken claustrofobisch smal zijn.

 

De allermooiste trein is de machtige koploper: als de treinstellen aan elkaar zijn gekoppeld loop je onder de cabine van de machinist door.
Ik zou best eens bij de machinist willen staan als deze trein rijdt: je hebt een majestueus uitzicht over het spoor.

 

Nederlandse Spoorwegen                8

Madeline was jarig en kreeg als cadeautje een ritje met de trein. Bekijk het filmpje.

 

Goed eten

Ik las de column Glutenvrij van Marjan Slob in de Volkskrant van 10 september en herkende het een en ander.

Slob vertelt dat terwijl maar ongeveer 1 op de 100 mensen echt geen gluten kan verteren 1 op de 3 Amerikanen “in de greep is van het glutenvrije dieet”.
Ze schrijft verder:

Ik hoor ook vaak mensen praten over “goed eten”. Ze bedoelen dan vaak biologisch, of uit eigen tuin. Er klinkt dan de suggestie door dat je risico loopt wanneer je je boodschappen bij de gewone supermarkt doet.

Sommigen gaan nog verder en nemen woorden als gif in de mond, zijn ervan overtuigd dat kunstmatige zoetstoffen kanker verwekken en gruwen van e-nummers.

Ik word daar altijd een beetje dwars van. Ten eerste sta ik versteld van het fantastische aanbod van de “gewone” supermarkten (ik heb in het buitenland wel anders gezien, vooral met betrekking tot verse groenten) en ten tweede ben ik ervan overtuigd dat de fabrikanten er heel goed voor waken dat er geen gevaarlijke stoffen in hun producten zitten.

Ik zeg hiermee niet dat er ook nooit ongezonde of onnodige ingrediënten in zitten, of in te hoge doses, maar echt gevaarlijk wordt het nooit.

De Keuringsdienst van Waren is niet meer wat hij geweest is, maar fabrikanten waken er zelf natuurlijk voor dat mensen niet ziek worden van hun producten. Ze hebben een naam te verliezen en kunnen wel ophouden als bekend wordt dat hun waren niet veilig zijn.

In 1980 kwam nitriet uit het koelsysteem van vrachtwagens terecht in diepvriesvoedsel van Iglo. Mensen werden ziek en er vielen twee doden.

De koelwagens met het nitrietsysteem werden omgebouwd, zodat geen nitriet meer nodig was. Ongeveer 300 ton diepvriesvoedsel werd uit de handel genomen, uit 750 Limburgse winkels, die vanuit het depot in Limburg waren bevoorraad, mogelijk met de besmettende koelwagens. De schade bedroeg ruim 2,5 miljoen gulden. Iglo bood zijn excuses aan in een enorme advertentie in diverse tijdschriften.
(Wikipedia)

Het verbaast me dat voor veel mensen natuur gelijkstaat aan gezond.
Zij realiseren zich niet dat in de natuur talrijke uiterst giftige stoffen voorkomen, die heel gevaarlijk zijn voor de mens.
Verder moet mij van het hart dat ik niet altijd evenveel vertrouwen heb in fabrikanten die hun artikel als “zuiver biologisch” aanprijzen.
De grote bedrijven zijn erachter gekomen dat er veel winst te halen is bij “bewuste consumenten” en vallen over elkaar heen met hun gezondheidsclaims.
Verder moet je er maar op vertrouwen dat natuurvoedingswinkels inderdaad onbespoten biologische spullen verkopen. De klant kan dit nooit controleren.

Ten slotte constateer ik ook weleens dat er mensen zijn die erg begaan zijn met de natuur en alleen gezond voedsel willen eten en tegelijkertijd rondrijden in een heel dikke auto en drie keer per jaar op vliegvakantie gaan. Hier knarst iets.

 

Ik drink cola met aspartaam (je moet er toch niet aan denken dat ik dik word!), koop scharrelkip (volgens mij zijn er geen winkels meer die plofkip verkopen) en ben gek op donkerbruin brood (ja, ik weet dat het kleurtje komt van gebrande karamel) waarin vast veel gluten zitten.
Ik mag dat brood zelf snijden en stel de machine heel bewust in op dikke boterhammen, want die zijn gezonder dan dunne.

Boodschappen doen is een feest.

Daarna goed eten!

 

 

 

De tolk van Java

Lang geleden werkte ik op een school in de Amsterdamse Kinkerbuurt en ontmoette op een ouderavond de vader van een van mijn leerlingen.

Hij stelde zich voor als Raymond Westerling en ik herkende hem meteen als de beruchte kapitein die dienst had gedaan in Indonesië tijdens de politionele acties. Er werd van hem verteld dat hij gevangenen had laten martelen en dat hij sommigen standrechtelijk had geëxecuteerd.

Ik deed mijn best me te concentreren op het gesprek over zijn dochter, maar moest na afloop wel even slikken.

Ik wist van hem omdat ik altijd al een bijzondere interesse gehad heb in onze voormalige kolonie. Ik heb heel wat boeken gelezen, documentaires gezien en bezoek al jarenlang de Pasar Malam in Den Haag om wat sfeer op te snuiven.

Een zekere ongezonde Tempo Doeloe-mentaliteit kan mij niet ontzegd worden. Ik kijk naar de foto’s van blanken op plantages, comfortabel gezeten in rotanstoelen op de veranda van hun koloniale villa terwijl ze bediend worden door eerbiedig inlands personeel. Voor elk klusje een bediende, ze mochten blij zijn dat ze een betrekking hadden. Ons Indië, de Gordel van Smaragd…

Een van mijn vrienden is als baby naar Nederland gekomen (ik maak het verhaal altijd mooier door te zeggen dat hij op de boot geboren is) en heeft mij veel verteld over zijn Indo-familie.

Ik wist wat er zich had afgespeeld in de Tweede Wereldoorlog en ook dat Nederland maar wat graag de koloniale verhoudingen na afloop weer in ere wilde herstellen. Alles zou worden als vroeger en we zouden weer volop profiteren van de rijkdommen van onze overzeese gebiedsdelen.

Het was een beetje anders gelopen: de Indonesiërs hadden gezien dat de machtige blanke bezetter verslagen werd door een ander Aziatisch volk en ontdekt dat het dus ook anders kon.

Men wilde dat er een eind kwam aan de koloniale overheersing en dat Indonesië onafhankelijk zou worden. Er brak een verschrikkelijk wrede periode in de geschiedenis van Indonesië aan. Vooral tijdens de Bersiap (het machtsvacuüm dat ontstond na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945) werden talloze blanken, Indo’s, Chinezen en van collaboratie verdachte inlanders vaak op gruwelijke wijze vermoord.
Met name Amerika drong er na de Tweede Wereldoorlog op aan bij de Europese staten dat ze hun voormalige koloniën zouden opgeven.

Nederland stribbelde tegen en probeerde met harde hand het gezag te herstellen. Met dit doel werden twee politionele acties ondernomen, een eufemisme voor koloniale oorlog.

Het liep op een mislukking uit. Nederlandse strijdkrachten begingen oorlogsmisdaden maar konden niet winnen en uiteindelijk werd de onafhankelijkheidsverklaring getekend.

Heel veel Indische Nederlanders moesten vluchten naar Nederland omdat ze niet meer veilig zouden zijn als ze bleven.
Nederland deed mooie beloften aan met name ex-soldaten van het KNIL maar kwam die niet na.

Grote groepen Indo’s moesten in Nederland een bestaan opbouwen. Ze hadden problemen met heimwee, discriminatie en wennen aan de Nederlandse samenleving. Twintig jaar later zouden jonge Molukkers gewelddadig aandacht opeisen voor het onrecht dat hen was aangedaan.

Dit is de achtergrond van de hoofdpersonen in De tolk van Java, van Alfred Birney. Het boek won de Libris Literatuurprijs 2017 en werd een bestseller.

Ik las het boek en was een beetje teleurgesteld.

Die meeste aandacht gaat uit naar de vader van de hoofdpersoon, die eerst tegen de Japanners vocht en daarna optrad als tolk voor de Nederlandse strijdkrachten. De titel tolk is misleidend, omdat hij veel meer deed dan vertalen. Hij martelde vrijheidsstrijders en vocht volop mee.

De vader heeft zelf een verschrikkelijke jeugd gehad, moest daarna uitwijken naar Nederland omdat hij de koningin altijd trouw was gebleven en behandelt zijn kinderen dan net zo wreed als hij zelf gewend was.

Hij kreeg deze kinderen met een Nederlandse vrouw uit Helmond. Ze hadden elkaar als correspondentievrienden leren kennen.

De vader voert een schrikbewind uit en werkt voortdurend aan zijn memoires, rammelend op een oude Remington schrijfmachine.
Het boek laat bij toerbeurt zoons (een tweeling) en vader aan het woord, vaak spreekt de jongen zijn vader toe. Het middelste gedeelte bestaat uit het levensverhaal van de vader, de zoon beschikt over het manuscript.
Er is een heel duidelijk verschil in schrijfstijl: ik kom er niet achter of dit inderdaad een gevolg is van het letterlijk citeren uit het manuscript, of dat Birney op deze manier authenticiteit wilde verlenen aan het gedeelte dat aan zijn vader wordt toegeschreven.

Birney zelf schrijft goed, maar heeft geen literaire stijl. Hij bedient zich vaak van spreektaal en brengt weinig psychologische diepgang aan.

Als hij zijn vader aan het woord laat ziet het er nogal onbeholpen uit. Ik heb er af en toe moeite mee te geloven dat iemand werkelijk op deze manier over zichzelf schrijft.
Voorbeeld: er komen zeker vier passages voor waarin de hoofdpersoon zich moet melden bij een meerdere. Elke keer vertelt hij dat hij stram in de houding gaat staan en salueert.

Een onderhoudend boek, dat waarschijnlijk heel dicht tegen de werkelijkheid aanzit, maar dat volgens mij de vele loftuitingen niet helemaal waard is.

Kapitein Raymond Westerling wordt één keer genoemd in het boek, maar speelt geen enkele rol….

 

De tolk van Java         6

 

 

De Noord-Zuidlijn

In mijn studietijd maakte ik van nabij de Nieuwmarktrellen in Amsterdam mee: er waren felle protesten tegen de sloop van woonhuizen ten behoeve van de metro. Je ogen gingen tranen van het traangas, de politie voerde charges uit (heel spannend om ze net voor te blijven) en spoot met een “waterwerper” (zo heette dat in politiejargon) naar de betogers.

We schuilden achter een Renault 4. Ik stond achter de cabine, mijn vriend Wim aan de voorkant waar de motor zich bevond. Toen we ons oprichtten om te kijken naar het waterkanon spoot het net in onze richting. Ik werd beschermd door de auto, maar Wim niet. Hij kreeg de volle laag en werd finaal van de sokken gespoten. Zijn bril lag drie meter verder.
Wat heb ik gelachen.

Toen de metro eindelijk klaar was heb ik er vele malen dankbaar gebruik van gemaakt. Ik moest vaak in de Bijlmer zijn en nam mijn fiets dan mee om later weer thuis te komen. Het werd meestal zó laat dat de metro allang niet meer reed.

Het werd tijd voor de Noord-Zuidlijn. In mijn herinnering zijn ze er eindeloos mee bezig geweest, ik kan me de tijd niet meer heugen dat het stationsplein niet open lag.

Toch is hij eindelijk opgeleverd, we gingen natuurlijk even kijken.

De nieuwe lijn is niet echt spectaculair, en is ook niet echt lang. Wel ben je verbazingwekkend snel in Noord. Of zo’n ritje te verkiezen is boven een tochtje met de pont over het IJ is de vraag, maar als je haast hebt is het wel een uitkomst.

Het is ook verbazingwekkend hoe snel je de reis tussen de Rai en de Dam aflegt. Op de fiets ben je denk ik toch wel een half uur kwijt, met de metro enkele minuten.

Het mooiste station is Rokin. Hier hebben ze veel werk gemaakt van de bodemvondsten die verzameld zijn bij de werkzaamheden. Amsterdam is een heel oude stad en door de tijd heen zijn heel wat voorwerpen kwijtgeraakt of weggegooid en in de bodem terecht gekomen. Die kwamen weer aan het licht toen er gegraven werd en alles is nauwkeurig geregistreerd, geordend en tentoongesteld.

Wie gebruik maakt van de lange roltrap kan alles bewonderen.

 

Er is ook een boek verschenen waarin alles is gecatalogiseerd. Er is van elk object een foto gemaakt, alles is geordend en genummerd maar niet becommentarieerd.
Er zijn heel oude dingen gevonden, maar ook eigentijds materiaal.

 

 

 

Wat betreft de tentoonstelling: jammer dat je niet even kan stilhouden om de dingen rustig te bekijken. Het boek is prachtig, maar kostbaar (ongeveer 80 euro) en eigenlijk een beetje saai. Ik wacht tot er een boek komt met de highlights en verhaaltjes bij de spullen.

Vanaf de perrons kan je wandmozaïeken bekijken, die geïnspireerd zijn op de vondsten: een levensgroot badmintonracket, een vlinder, een krokodil en gebruiksvoorwerpen. Mooi!

 

 

Bekijk dit filmpje dat Greet van de tentoonstelling op het station Rokin maakte: IMG_0179

 

Noord-Zuidlijn                      7

Bodemvondsten Rokin          8

 

De reuzen

 

In het kader van Leeuwarden culturele hoofdstad bracht Theater Royal de Luxe een bezoek aan de hoofdstad van Friesland, een fantastisch spektakel.

Als ik kijk naar de grote mensenmassa’s ben ik blij dat ik alles van afstand op mijn scherm kan bekijken, maar ik zou er toch wel erg graag bij zijn geweest.

Wat een prachtig schouwspel!

Het Franse theater Royal de Luxe laat een enorme hond, een reuzenmeisje en een reuzenduiker een lange tocht afleggen door de straten van Leeuwarden en vertelt ondertussen het bijpassende verhaal: er is een blok ijs gevonden waarin zich een enorme schaats bevindt, gemaakt van mammoetbot en -leer.

De vondst van deze prehistorische schaats bewijst dat er toen al reuzen bestonden.

Na een tocht van drie dagen worden de reuzenvader en zijn dochter herenigd en komt alles goed.

De reuzen worden verplaatst door horden in rood livrei gestoken poppenspelers, die zich bedienen van hijskranen, rollend materieel en tientallen touwen met katrollen.

Ze kunnen lopen, hun armen bewegen, zitten en rondkijken. Hun ogen knipperen ook overtuigend.

We volgen het meisje (in het Fries Femke, wat veel mooier klinkt) als ze slaapt, opstaat, doucht en op zoek gaat naar haar vader.

Alle activiteiten worden uitvoerig becommentarieerd, meestal in het Frans en er is steeds muziek.

De hond is levensecht en krijgt regelmatig een stralend kind op zijn rug.

Wat opvalt is, dat er geen enkele poging wordt gedaan de mechanische kant te verdoezelen: de touwen en katrollen zijn duidelijk zichtbaar, evenals de poppenspelers die alles bedienen. Sterker nog: we worden overal bij betrokken, want de omroeper geeft het ritme aan waarin de reuzen moeten bewegen.
Toch heb je er als kijker volstrekt geen last van, je hersenen filteren moeiteloos de hulpmiddelen weg zodat je alleen ziet wat belangrijk is. Het meisje kijkt je aan met haar enorme ogen, knippert loom en draait dan haar hoofd weg. Ze zag mij!
De duiker plaatst zijn voeten, die in zware loodschoenen gestoken zijn zorgvuldig en waakt ervoor niemand in gevaar te brengen met zijn enorme gewicht en lengte (hij is 11 meter hoog!).

 

 

We zien opnamen vanuit een kantoor op de derde verdieping, het gebeurt niet elke dag dat de medewerkers door hun raam iemand op eigen hoogte voorbij zien lopen.

De medewerkers van het theater werken zich uit de naad en roepen vanwege hun kleding duidelijk een associatie op met Gulliver’s Travels.

Langs de weg staan duizenden toeschouwers, vooral de kinderen zijn heel erg enthousiast.

Tijdens haar tocht neemt het reuzenmeisje plaats op een enorme motorfiets, en op een grote step. Ze krijgt ook een lolly met een doorsnede van 30 centimeter.

We mogen meekijken als het meisje een douche neemt, als de lakeien haar sokken en schoenen aantrekken (die zijn een meter lang) en haar jurk aantrekken. Een van de dienaren zorgt ervoor dat ze steeds decent bedekt blijft.

Tijdens haar wandeling staat het reuzenmeisje ineens stil. De Franse dame met roeptoeter kondigt aan dat ze moet plassen!
Langzaam zakt het reuzenmeisje door haar knieën en terwijl ze sereen om zich heen kijkt vormt zich een kleine vijver rond haar voeten. Want reuzenmeisjes hebben ook een reuzenplas.
De livreiërs hebben  haar inmiddels decent de rug toegekeerd en wachten geduldig tot het karwei geklaard is.
Sommige toeschouwers zijn in verwarring: zijn ze nu voyeuristisch bezig en moeten zij ook niet wegkijken?

Op Youtube staan tientallen filmpjes, ik kan er geen genoeg van krijgen. We keken naar een samenvatting van Omroep Friesland, en konden en passant nog even ons Fries ophalen toen omstanders werden geïnterviewd.

 

Wat een mooie voorstelling. Zouden ze een keer in Almere op bezoek komen?

 

De reuzen van Royal de Luxe                                       10

Kijk eens naar een filmpje (er staan er nog veel meer op Youtube)

 

 

Platte kip

Ons jaarlijkse bestuurs-etentje vond plaats in restaurant BelAmi in Bussum.

BRASSERIE BEL-AMI

Bel Ami is geïnspireerd op de Franse brasserie, maar met moderne invloeden. We hebben dus de gezellige, bijna klassieke sfeer behouden, gecombineerd met de smaak van nu. Ook in onze gerechten! Onze chef presenteert dan ook vol trots een menu vol heerlijkheden gemaakt van de beste verse ingrediënten. Dagvers zelfs, als u kiest voor ons wisselende Menu du Marché.

Ik bleek er de enige te zijn met een korte broek aan, maar dit had gelukkig geen gevolgen voor de wijze waarop we bediend werden.

Twee van ons namen het dagmenu, maar toen verteld werd wat hierin zat (carpaccio van biet met uiencrème) besloot ik avontuurlijk tot een gerecht van de kaart:

Boerderij kippetje
zonder bot met Franse frites, salade en appelcompôte
€ 20,50

Ik wist niet precies wat ik aan moest met de spatie tussen boerderij en kippetje. Heette de boerderij zo? (Je ziet wel eens op borden staan: Boerderij Landlust of Hoeve de Laatste Hoop).
Ik begreep al snel dat het hier om een bepaald soort kip van klein formaat ging, die van een boerderij kwam. Dat laatste leek me vrij logisch, ik had niet verwacht dat het er een uit een torenflat of rijtjeshuis zou zijn.

Men had mijn kip uitgestald op een plank. Vaak tref je naast het vlees nog wat rauwkost aan, maar dat ontbrak. Er was slechts een klein bakje appelmoes.

Bij het aanschouwen van de kip herinnerde ik mij een van de eerst moppen die ik hoorde en ook werkelijk snapte. Ik lachte als kind vaak om de grappen die anderen vertelden, maar had meestal niet door wat er grappig aan was. Maar ja, je wilde niet achterblijven.

Er ligt een dode kip aan de rand van de hoofdstraat in Barneveld. Het beest is overreden. De boer wordt erbij gehaald met de vraag of het hier wellicht een van zijn dieren betreft.
De man buigt zich over het kadaver, bestudeert het zorgvuldig en schudt dan ontkennend zijn hoofd: “Ik heb geen platte kipp’n”.

Op mijn plank lag een platgeslagen kipfilet bedekt met een dun vettig bruin laagje. Het laagje was niet krokant, er was dus geen sprake van een kipschnitzel.
Een eindje verderop werd een schaaltje friet neergezet en een kommetje met slabladeren. Het was de bedoeling dat ik samen zou doen met een dame die Tournedos had besteld.

Er waren een paar dingen niet helemaal naar mijn zin.

Ik houd er niet van als mijn eten op een plank ligt. Men heeft sinds de oertijd fijne porseleinen borden uitgevonden, de structuur hiervan staat toe dat ze goed afgewassen kunnen worden. In een plank zitten kieren waarin zich etensresten kunnen nestelen. Je eet zodoende nog even verder van de maaltijd waaraan je voorganger de vorige dag begonnen was.
Ik was even bang dat de wijn uit een koehoorn moest worden gedronken, maar gelukkig pasten glazen wel in de klassieke sfeer van de brasserie.

De aardige ober had niet goed duidelijk gemaakt dat de frites en salade bij mijn gerecht hoorden. De anderen hadden naast hun vlees twee Roseval aardappeltjes liggen, dus geen recht op frites.
Zij stortten zich er in hun onwetendheid meteen wel op, zodat er voor mij precies vier overbleven. Er werd een tweede schaal besteld, maar die onderging hetzelfde lot.
Ik zag geen mayonaise en ging ervan uit dat hiervoor geen plaats was in een Brasserie. Later bleek er een schaaltje naast de frites te hebben gestaan, maar aangezien mijn frites twee meter bij mij vandaan was neergezet had ik dat niet gezien.
Ik had de hoop al opgegeven dat ik de blaadjes sla, ver weg naast de lege fritesschaal nog binnen mijn bereik zou krijgen, dus appelmoes was voor die avond de enige groente die ik at.

De kip smaakte niet slecht, het velletje was een beetje vet, maar hiervan was gelukkig al heel wat van in de plank getrokken.

Al met al een interessante culinaire ervaring, voor de volledigheid moet ik nog wel even melden dat  voor- en nagerecht gelukkig wel erg lekker waren (uiensoep en Crème Brûlée).

 

BelAmi                              7     (prachtig glas-in-lood)

Boerderijkippetje           5

 

De BoerToer

Bij aankomst op Terschelling doe je er goed aan een exemplaar van de Sjouw te bemachtigen. In deze publicatie staat alles opgesomd wat voor een badgast (zeg nooit: toerist) van belang kan zijn.
Op de eerste dag van onze vakantiek stelde ik een lijstje met leuke dingen op en maakte plannen.

Dit jaar stond de Boertoer op het programma, een recreatieve fietstocht langs de landbouwbedrijven van Terschelling. Verheugd constateerde ik dat we ons op 12 augustus nog op het eiland zouden bevinden. Daar gingen we aan meedoen!

 

De gedenkwaardige dag brak aan, en bordjes wezen ons de weg. Op onze eerste boerderij vielen we met de neus in de boter (deze beeldspraak is wel heel erg toepasselijk!), want de boerin had glazen melk vers van de koe klaargezet.

 

Ik kreeg meteen een associatie met een uitstapje dat ik lang geleden met mijn zesde klas van de Bilderdijkschool in Amsterdam maakte. We gingen op bezoek bij de boer.
Ik vermoedde dat het voor de meeste van mijn leerlingen de eerste keer was dat ze op een boerderij waren.
Ook hier had de boerin voor ons als verrassing een blad met glazen verse melk klaar staan. De kinderen keken er uiterst gereserveerd naar. De boerin was ervan overtuigd dat ze maar weinig aansporing nodig zouden hebben om deze heerlijke traktatie tot zich te nemen. Als de meester het goede voorbeeld zou geven zouden zij ongetwijfeld snel volgen.
Ik moest hard slikken toen mij het glas voorgehouden werd. Ik houd niet van melk en al helemaal niet van volle melk. Ik moest bijna kotsen bij de gedachte een glas warme melk, vers van de koe waarin enkele haren dreven te moeten opdrinken.
Maar ik had hier een voorbeeldfunctie en goed onderwijs vereist offers. Ik zette het glas aan mijn lippen en dronk het zo snel mogelijk leeg. Ik zag kans mijn kokhalzen voor een gulle lach te laten doorgaan en moedigde mijn leerlingen aan mijn voorbeeld te volgen.
Toen de boer ons kwam halen voor een bezoekje aan de stinkende stal waren alle andere glazen onaangeroerd.

 

Dit keer hoefde ik gelukkig niet op het aanbod in te gaan. De boer drong erop aan dat we ons snel naar de stal moesten begeven, dan zouden we de geboorte van een kalfje kunnen aanschouwen.

We troffen een liggende koe aan waar aan de achterkant twee pootjes uitstaken waaraan een touw gebonden was. De boerin trok hier heel hard aan en enkele ogenblikken later floepte er een kalfje uit. De koe stommelde overeind en begon de boreling terstond te likken, geen acht slaand op het feit dat het beest geheel onder de gele poep zat. Wat is de natuur toch mooi.

 

Op een volgende boerderij waren vooral paarden. Mijn vriend Erik, die toevallig ook op Terschelling was en samen met ons aan de fietstocht deelnam, had gezien dat je hier ook een workshop paardenspiegelen voor volwassenen (gebaseerd op lichaamstaal) kon volgen.

Hij veinsde grote belangstelling en zag op een of andere manier pesterig kans de boerin zover te krijgen dat ze juist mij uitvoerig begon uit te leggen wat het inhield.

Ik weet niet hoe het kwam, maar ondanks het feit dat ik mijn gezicht volstrekt uitdrukkingsloos hield was het kennelijk toch duidelijk dat ik nogal sceptisch tegenover dit soort aangelegenheden sta. De boerin verhevigde haar pogingen mij te overtuigen van het nut om tegen een warme paardenkont te leunen en ik zocht wanhopig naar een ontsnappingsmogelijkheid.

Ik werd bevrijd door enkele kinderen die een pony wilden aaien en blies de aftocht met de belofte dat ik de komende woensdag wellicht aan een fluistersessie mee zou doen.

 

Op weg naar de volgende boerderij besefte ik ineens dat ik eigenlijk helemaal niet van boerderijen houd. Het stinkt er, er zijn gevaarlijke dieren en het is er altijd vies en rommelig. Ik ben een stadsjongen die qua agrarische ervaring met een bezoek aan de zuivelafdeling van de supermarkt ruimschoots aan zijn trekken komt.

 

We besloten de boertoer de toer te laten en lekker taart te gaan eten onder de molen van Formerum.

 

Nog een Glas in lood raampje

In de zomer van 2017 woonden we een workshop bij, waarin we ieder een glas-in-loodraampje maakten.
We leerden de techniek van het glas snijden, het in lood zetten van de verschillende stukjes en het solderen.

Ik was erg tevreden over het resultaat en nam me destijds voor er nog een te maken.

 

 

 

 

Dat is inmiddels gebeurd, onder deskundige begeleiding van Henny Terpstra maakten we elk een nieuw raampje.

            

In de eerste workshop werkten we volgens een ontwerp van Henny zelf, met eenvoudige vormen. In de vervolgbijeenkomst, die begin augustus 2018 plaatsvond, mochten we zelf ideeën inbrengen.

 

Ik wilde graag een nieuw logo voor mijn website en vroeg haar een ontwerp te maken met als voornaamste motief een letter M. Dat deed ze voortreffelijk, tot mijn genoegen leek het een beetje art deco.

Als je een ontwerp voor een glas in loodraam maakt moet je altijd rekening houden met de dikte van de loodstrippen waarin de glasplaatjes gevat worden. Als je dit vergeet kloppen je maten niet meer.

 

 

De speciale glas-in-loodschaar is een prachtig hulpmiddel: de schaar heeft een afstand tussen de bladen, waardoor bij het knippen een klein stukje “verdwijnt”. Die ruimte wordt later ingenomen door het lood.

 

Greet gaf ook aanwijzingen voor het ontwerp, het eindresultaat pakte prachtig uit.

Ik zocht mijn kleuren bij elkaar en begon aan mijn tweede raam.

Voor mij was de techniek om met kleinere stukjes en hoeken te werken nieuw.
In de praktijk lijkt het allemaal nogal simpel maar in de praktijk valt het niet mee alles mooi passend te krijgen.

Ik ben erg tevreden over het eindresultaat, het siert nu al de homepage van mijn site.

Volgend jaar weer een!

Verslag van de eerste workshop

Website van Henny Terpstra