Voor de klas

Ze staat elke ochtend vroeg op, is nooit te laat en heeft in al de jaren dat ze werkt praktisch nooit verzuimd. Ze stapt goed ingepakt op haar fiets en is ruim op tijd op school.

Vanaf vandaag is het spatscherm dat nog enig comfort gaf tijdens het lesgeven niet meer voldoende. Ze moet een mondkapje dragen, waardoor haar bril steeds beslaat.

Ze geeft les aan klassen van meer dan 30 leerlingen, pubers die normaal al niet echt gemotiveerd zijn en nu in Coronatijd helemaal niet. De een klaagt over de kou omdat het raam open staat (ventilatie!) de ander zou er nog wel eentje open willen zetten.

De leerlingen zijn meester in het ter discussie stellen van werkelijk alles waar ze het mee oneens zijn en dat is heel veel.

Ze legt op vier manieren uit wat hun te wachten staat, schrijft het op het bord, zet het op internet en moet dan toch constateren dat veel leerlingen overvallen worden door een toets of deadline.

Ouders worden ingeschakeld wanneer de resultaten tegenvallen (mijn zoon staat een 3, wat denkt u daaraan te gaan doen?) en sterken hun kroost in de overtuiging dat de school er is om hen een loer te draaien.

Ze besteedt een groot deel van het weekend aan het nakijken van toetsen en werkstukken die niet zelden zwaar geplagieerd zijn.

Ze is bijna nooit voor zes uur thuis. De moeder van een van haar mentorleerlingen is met Covid opgenomen. Ze weet dat de vader uit beeld is en rust niet voordat ze zeker weet dat hij ergens terecht kan.

Ze antwoordt niet op het mailtje dat om vijf over twaalf ’s nachts binnenkomt waarin een leerling op hoge toon uitleg vraagt waarom hij een slecht cijfer heeft gekregen.

Ze gaat ook niet in op de twijfel die een andere leerling uitspreekt of ze wel voldoende verstand van de materie heeft om zijn werkstuk over Hamlet te beoordelen.

Het management heeft weer iets bijzonders bedacht waardoor nog beter gecontroleerd kan worden of de docenten hun werk wel goed doen. Er moet weer iets worden geproduceerd zodat het overzichtelijk afgevinkt kan worden. Nog meer tijd kwijt aan nutteloze administratie

 

Toch klaagt ze zelden en weet dat er naast elke negatieve ervaring vaak ook een positieve te signaleren valt. Ze heeft het mooiste beroep van de wereld en put kracht uit de fijne samenwerking met haar collega’s.

Binnenkort is ze vijfenzestig, maar ze mag nog niet op haar lauweren rusten. Na dit schooljaar nog één en dan mag ze genieten van haar welverdiend pensioen.

 

Ondertussen laadt ze haar tassen weer vol en controleert ’s morgens in het pikkedonker of het niet glad is. Ze klimt op haar fiets, het licht van haar koplamp belicht de overbekende weg naar haar school. Om zes uur is ze weer terug, moe maar voldaan.

 

Mijn echtgenote met wie ik 30 jaar getrouwd ben. Mijn heldin.

 

 

Over lezen, eten en eetlezen

Ik houd ervan drie of vier boeken gelijktijdig te lezen. Het gaat meestal om een roman, een groot boek met plaatjes en een non-fictiewerk.
Ik lees steeds enkele bladzijden of een hoofdstuk en pak dan een ander boek. Het geeft me de gelegenheid het gelezene een beetje te laten bezinken, voorkomt overflow door teveel informatie en soms is een boek zo spannend dat ik er even van moet loskomen.
Bijkomend voordeel is, dat je lekker lang met een boek doet. Bovendien is het verdriet minder groot als je er één uit hebt: je hebt er immers nog twee of drie?

Soms is het bij een boek lastig om erin te komen, ook dat probleem wordt verzacht door de omstandigheid dat je kunt uitwijken naar een boek waar je al lekker in zit.

Je ziet dat hierover is nagedacht.

 

Af en toe is er wel sprake van bij-effecten: zo kon het gebeuren dat ik na het overstappen van het briljante The Splendid and the Vile (over Churchill) naar een Amerikaanse thriller in verwarring kwam omdat de mensen zich ineens heel anders gedroegen en ook heel anders praatten.

Op dit moment ben ik deze boeken  aan het lezen: (later meer hierover)

Mijn geliefde is mogelijk nog een enthousiaster lezer dan ik. Ze kan zich urenlang begraven in een boek en pas weer aan de oppervlakte komen als het uit is.
Maar ze leest maar één boek, niet zoals ik meerdere gelijktijdig.

Wat heeft dit nu met eten te maken?
Ik realiseerde me dat ik eet net zoals ik lees: ik neem steeds hapjes van verschillende onderdelen van de maaltijd, ik houd van de afwisseling en als het goed is passen de verschillende smaken goed bij elkaar.
Doet niet iedereen dat? Ik dacht van wel, tot tijdens de maaltijd mijn aandacht getrokken werd door het eetgedrag van mijn echtgenote: ik zag dat ze eerst alle groenten opat, daarna de gebakken aardappeltjes en tot slot het stukje vlees!
Hier is duidelijk sprake van een parallel: we benaderen allebei ons voedsel en het leesvoer op vergelijkbare wijze!

(Voor de goede orde: je zou uit het bovengenoemde voorbeeldmenu kunnen opmaken dat we elke dag aardappelen en groenten eten, maar dat is absoluut niet het geval! Ik ben de kok in huis en wij hebben een wereldkeuken).

We gedogen elkanders bizarre eet- en leesgewoontes, hoewel ze natuurlijk helemaal verkeerd zijn.

Op een punt zijn we echter gelukkig puur gelijkgestemd: is er een groter genoegen dan met een bord boterhammen naast je een boek op te pakken? Er gaat niets boven eetlezen!

 

 

The Queen’s Gambit

We maken ons op voor vele uren heerlijk Angelsaksisch onderdompelen in de serie The Crown, waarvan het vierde seizoen net beschikbaar is gekomen.

Eerst moesten we nog The Queen’s Gambit afkijken, voorwaar ook geen straf!

Tussen alle rommel op Netflix zit af en toe een juweeltje verborgen, The Queen’s Gambit is er zo eentje.
Toen ik las dat het zou gaan om een jonge vrouw die geweldig kan schaken zat ik even in dubio. Ik ben verslingerd aan een ander denkspel en weet niets van schaken (wat mij er overigens niet van weerhouden heeft mee te kijken als anderen zich hiermee bezighielden, en commentaar te leveren. Zo waarschuwde ik spelers op het moment dat ze een zet wilden doen toch vooral op hun toren te letten en vroeg ik hen of het niet tijd was om te rokeren- een term die mij niets zegt maar die ik weleens heb horen bezigen).

De serie is zo goed dat het helemaal niet uitmaakt als je niet kan schaken. Je ontkomt er natuurlijk niet aan om een aantal sessies in beeld te brengen, maar ze zijn aantrekkelijk en gevarieerd verbeeld.
De meeste waardering gaat uit naar de hoofdrolspeelster, Anya Taylor-Joy. Zij draagt de film, ze speelt de rol van de intrigerende hoofdpersoon meesterlijk.
Ze is heel erg authentiek en maakt het verhaal volkomen geloofwaardig.

Verder is het smullen wat betreft de aankleding: alles is over-the-top jaren zestig. Die kostuums! Die auto’s! En dan de gebouwen waarin gefilmd werd, de makers hebben net zolang gezocht tot ze de perfecte locaties gevonden hadden.

 

Er zitten een paar ongerijmdheden in (kan je volkomen ongedeerd een frontale botsing overleven in een tijd waarin er nog geen veiligheidsgordels of kreukelzones waren?) en een rekenkundige blunder: leerlingen moeten eerst heel gecompliceerde wiskundesommen oplossen, enkele lessen later staan er sommen van het niveau 18 – 7 op het bord.

Verder begrijp ik ook niet goed dat topschakers na elke zet opschrijven wat ze gedaan hebben. Als je zo goed bent (denk aan snel- en simultaanschaken) hoeft dat toch niet?
Ik weet niet of de vergelijking hout snijdt, maar ik weet na afloop van elk bridgespel dat ik gespeeld heb precies het verloop. En ik ben echt geen topbridger….

Maar het blijft een steengoede serie, een aanrader!

 

The Queen’s Gambit             9.

 

 

Dit is een link naar de site, hier vind je ook een trailer.

 

De oranje schildpad ligt op zijn rug

Vier jaar geleden ontdekte ik tot mijn verbijstering dat de Amerikanen niet Hillary Clinton, maar Trump gekozen hadden als president.

Ik was er haast lijfelijk misselijk van en heb vier jaar lang met onbegrip en walging gekeken naar wat er allemaal gebeurde in dat land waar ik zoveel van houd.

Amerika is voor mij altijd zoiets geweest als een grote broer: sterk, vriendelijk, intelligent, en grappig. Je haalt er je inspiratie vandaan en hij helpt je als je problemen hebt.

Toen het erop leek dat die oranje clown opnieuw gekozen zou worden nam ik me voor me helemaal af te sluiten van Amerika, ik wilde er niets meer mee te maken hebben.

Wat was ik blij toen Biden ineens in begon te lopen en met hoop en vrees volgde ik de ontwikkelingen.

Ik leefde hartstochtelijk mee met de Democraten en was net zo blij als zij toen bleek dat Trump godzijdank vertrekt.

Ik was diep onder de indruk van de toespraken van Biden en Harris: wat heerlijk om weer naar mensen te luisteren die niet opscheppen, niet liegen of bedriegen.

Het ging natuurlijk niet alleen om het wel of niet aanblijven van Trump. De mensen moesten nu kiezen vóór fatsoen en eerlijkheid en waren voor de taak gesteld het instituut democratie van de ondergang te redden.

Een geëmotioneerde commentator vertelde dat het nu weer mogelijk wordt zijn kinderen op te voeden met elementaire waarden zonder ieder moment weersproken te worden door de president. Hij doelde erop dat liegen verkeerd is, en waardigheid, eer en fair play belangrijke begrippen zijn.

Wat overeind blijft staan: bijna de helft van alle Amerikaanse stemmers geloofde kennelijk dat het gedrag van Trump aanvaardbaar was. Ze wilden alles accepteren om maar niet een democraat aan de macht te laten komen. Dit laatste in bijzonder mate voor de “Christenen”.

Ook de giftige invloed van de leugens en haat op de sociale media is niet weg. Trump zelf is er nog en de man kennende zal hij nog heel veel van zich laten horen.
Je zou zeggen dat er reden genoeg is hem aan te klagen: om zijn verlies te voorkomen wilde hij het land zelfs in een burgeroorlog storten. Er zitten mensen voor minder achter de tralies. Maar hij heeft een legertje aan advocaten klaarstaan, dus voorlopig zal hij nog wel vrij rondlopen.

 

De nieuwe president en vicepresident staan voor een heel zware taak, vooral omdat ze er haast niet onderuit kunnen impopulaire maatregelen aan te kondigen in het kader van het terugdringen van Covid-19. Zij moeten proberen Amerika weer een beetje fijn te krijgen.

Ik kan inmiddels weer tamelijk gerust ademhalen, mijn geloof in de goede krachten op aarde is gelukkig niet de bodem ingeslagen.
Grote broer staat bedremmeld op de stoep, ik doe de deur wijd voor hem open.

Samenzwering

Je hoeft niet in samenzweringen te geloven als je constateert dat er hoe langer hoe meer gekkies rondlopen die dat wel doen.

Er ligt een heel rationele verklaring aan ten grondslag: er zijn steeds meer domme mensen.

Als je kijkt naar de staat van het onderwijs is het niet verwonderlijk dat er steeds minder mensen worden afgeleverd die over goede kennis en vaardigheden beschikken.
De scholen worden belaagd door vernieuwers, de leraren worden gek gemaakt door managers die voortdurend willen afrekenen, verantwoording vragen en de autonomie van de docenten inperken. Ouders krijgen steeds meer macht en zijn ervan overtuigd dat hun kinderen klant zijn, dus koning.
Leerlingen worden in de watten gelegd en hebben het idee dat ze zich alles kunnen veroorloven. Ze zijn voornamelijk geïnteresseerd in hun telefoon en beschouwen het lezen van een kort verhaal al als een hele opgave.

Ontlezing neemt steeds meer toe waardoor het leerlingen ontbreekt aan kennis, invoelingsvermogen en sociale vaardigheden.

Sociale media overstelpen iedereen met onvolledige of onware informatie en men kan geen onderscheid maken tussen betrouwbare bronnen en nepnieuws.

Veel mensen zijn behalve dom ook heel erg verwend. Ze hebben het idee dat ze overal recht op hebben en dat alles geoorloofd is om hun zin te krijgen.

Dat mensen zo dom zijn is hun tot op zekere hoogte niet aan te rekenen. Zij zijn niet verantwoordelijk voor het jarenlange slechte beleid op onderwijsgebied en ze kunnen het niet helpen dat ze misleid worden door populisten.

Populistische leiders, die stelselmatig wetenschap in twijfel trekken, inspelen op de angsten van mensen en de pers als boosdoener bestempelen zien heel geraffineerd kans politieke munt te slaan uit de situatie, hun invloed groeit.
Dat ze hiermee de bijl zetten in de wortels van onze democratische rechtsstaat interesseert ze geen biet.

Er is steeds mee sprake van ontwrichting en mensen als Trump, Erdohan, Wilders en Baudet zijn hier zonder meer verantwoordelijk voor.

De vooruitzichten zijn somber.

Ik hoop dat verstandige, eerlijke mensen weer de overhand krijgen, maar er is nog een heel lange weg te gaan.

Eenmaal andermaal in 2020

We kennen allemaal de beelden van een veiling in volle gang: een man in een stofjas houdt een voorwerp omhoog, de aanwezigen bieden tegen elkaar op en de veilingmeester beëindigt het proces met een hamerslag.

 

Anno 2020 moet je voor een veiling op internet zijn. Een onderneming als Catawiki maakt meesterlijk gebruik van alle mogelijkheden die het web biedt.

Je stuurt als verkoper foto’s en een beschrijving op en Catawiki neemt je object op in een van de volgende veilingen. Kopers hebben enkele dagen de kans rond te snuffelen in het aanbod en kunnen tot een bepaald tijdstip bieden. Als je het meest hebt geboden heb je (in veilingtaal) “gewonnen”. Je betaalt ook via internet (er komen nog veiling- en verzendkosten bovenop) en de verkoper stuurt je aankoop op. Binnen enkele dagen heb je de buit in huis en kan je bepalen of je het goed gedaan hebt.

Catawiki begeleidt kopers en verkopers en houdt je betaling vast tot je je aankoop binnen hebt.

De technische kant zit erg goed in elkaar: je kunt aan de hand van beschrijving en foto’s goed vaststellen of het object aan je eisen voldoet vóór je gaat bieden en je kunt natuurlijk stoppen als je het te duur vindt worden. Je kunt ook een automatisch bod uitbrengen, Catawiki verhoogt dan steeds je bod als anderen bieden tot je limiet bereikt is.

Via email word je voortdurend op de hoogte gehouden: wanneer je overboden bent, wanneer je “gewonnen” hebt en als je pakje onderweg is.

Catawiki rekent ongeveer 20% veilingkosten, koper en verkoper betalen elk een deel. Men verantwoordt dit hoge percentage met de opmerking dat er veel geld uitgegeven wordt aan reclame.

Ik denk dat dit wel meevalt, ik zie niet veel reclame. Eerder is hier sprake van een lucratief verdienmodel. Klanten en kopers bieden zichzelf aan en Catawiki hoeft alleen maar te bemiddelen.

Ons verhaal

Catawiki, opgericht in 2008, was oorspronkelijk een online platform waarop verzamelaars konden communiceren. Onze oprichters hebben in 2011 een online veilingfunctie geïntroduceerd en deze opengesteld voor iedereen met een passie voor bijzondere en moeilijk te vinden objecten. Catawiki groeide snel uit tot het platform dat het nu is, waarbij wekelijks 65.000 objecten in meer dan 80 categorieën worden aangeboden. Catawiki bedient klanten van over de hele wereld en is beschikbaar in 17 talen.

Onze experts

Al onze experts brengen tientallen jaren ervaring en kennis in hun vakgebied met zich mee. Hun knowhow gecombineerd met onze next-level technologie zorgt ervoor dat zowel kopers als verkopers verzekerd zijn van een veilige, probleemloze ervaring, beschermd tegen fraude of oplichting.

Is het allemaal rozengeur en zonneschijn?

Nee.

De aard van het veilingproces brengt met zich mee dat je weleens meer uitgeeft dan je van plan was, omdat je het niet kan hebben dat iemand anders jouw kavel inpikt….
Als je verstandig bent overkomt jou dat natuurlijk niet.

Ik roemde niets voor niks de technische kant van de zaak, op het terrein van service en contact schiet Catawiki ernstig te kort (zoals zoveel internet-based ondernemingen).

  1. Je moet lang zoeken voor je de contactgegevens vindt. Catawiki wil liever alles geautomatiseerd afhandelen.
    De telefoon wordt niet opgenomen of kent lange wachttijden.
    E-mail behoort binnen drie werkdagen beantwoord te worden, het is mij al meerdere keren overkomen dat dit veel langer duurt.
  2. Vragen of klachten worden behandeld door slecht geïnformeerde laaggeletterde employees.
  3. Je kunt ook vragen stellen aan een robot, maar die maakt je gek.
  4. Catawiki geeft hoog op over de experts, die je inzending zorgvuldig beoordelen.
    Mijn ervaring is, dat ze dit helemaal niet doen. Ze sturen standaardberichten en geven geen antwoord als je ze een vraag stelt.
    Ik heb de indruk dat ze slecht betaald worden en daardoor ondermaats werk afleveren.
  5. Verkopers krijgen af en toe een verleidelijk aanbod: dien op korte termijn drie objecten in ter veiling en ontvang een voucher van 100 euro voor een aankoop.
    Ik was een hele zondagmiddag bezig drie keurige kavels klaar te maken, maar ze werden afgekeurd omdat ze naar oordeel van de expert minder dan 75 euro zouden opbrengen. (Mijn eerder ingediende kavels brachten gemiddeld 142 euro op). De criteria zijn onduidelijk en willekeurig).
    Het lijkt erop dat Catawiki hier een goedkope truc toepast om meer omzet te generen.

Catawiki heeft erg veel geïnvesteerd in het geautomatiseerde systeem, dat inderdaad nooit hapert (zelfs niet als de veilingen bijna sluiten en waarschijnlijk erg veel internetverkeer genereren), maar kan veel betere service aan zijn klanten geven.

 

Catawiki              5

 

 

Ben ik nou de enige?

Vroeger had ik een TomTom in de auto, een uitkomst voor mensen zoals ik, die altijd kans zien te verdwalen. Jammer genoeg werd het een keer zo heet achter de voorruit van mijn auto dat het apparaat de geest gaf.

Ik blijf voor het gemak spreken over de TomTom, hoewel ik nu al lang mijn telefoon gebruik.
Ik stel mijn bestemming in op Googlemaps en klem mijn mobieltje in de speciale houder naast het stuur.
Als ik op weg ben kom ik erachter dat het geluid niet hard genoeg staat, maar kan daar geen verandering in brengen tijdens het rijden omdat het betreffende knopje minuscuul is. Het knopje dat het geluid zachter moet maken zit er bovendien vlak naast, het risico is dus niet gering dat ik het nog erger maak.
Je ziet mij dus met geconcentreerde blik, toegeknepen ogen (want dat helpt het luisteren) en schuin gehouden hoofd mijn weg vervolgen.
Nu is er ook informatie op het schermpje af te lezen, maar ik kan daar natuurlijk niet uitgebreid naar kijken. Mijn medeweggebruikers zouden daar niet blij mee zijn. Het pijltje dat mijn voortgang aangeeft wijst naar benden, wat heel erg indruist tegen mijn gevoel van logica. Ik rijd toch niet achteruit?

Het is heel fijn als de aanwijzingen van de routeplanner overeenkomen met dat wat ik op de richtingborden zie. Soms is er verschil, en dan weet ik helemaal niet wat ik moet doen. Moet ik luisteren naar de juffrouw van de GSM of moet ik de ANWB, die onze mooie blauwe richtingborden plaatst, vertrouwen?

Dan is er nog het probleem dat ik nooit weet of ik direct naar rechts moet als mij dat opgedragen wordt,  of dat de aanwijzing zo tijdig kwam dat nog een eindje kan rijden vooraleer af te slaan. Ik neem dus regelmatig een afslag te vroeg, of te laat.
Als ik binnen de bebouwde kom ben is het apparaat mij ook behulpzaam door mij te adviseren in Noord-Westelijke richting te rijden. Ik heb daar niets aan omdat ik geen flauw idee heb waar het Noorden is, laat staan het Noord-Westen.
Het is fijn dat ik te horen krijg dat ik de Schoolstraat moet inrijden, maar wat moet ik doen als ik nergens een straatnaambordje zie?

Ben ik nou de enige die hiermee worstelt?

Het wordt weer winter, dus het beslagen-ramenprobleem gaat weer een rol spelen.
Ik loop op mijn auto af en kan niet door de ramen naar binnen kijken. Ik weet dat het milieutechnisch heel slecht is je motor vast te laten draaien voordat je wegrijdt (er staat dan geen mobiliteit tegenover je benzinegebruik), dus gebruik ik eerst het wissertje om zoveel mogelijk condens weg te halen. Het kan heel grappig zijn het verzamelde water dan in de schoot van je bijrijder te laten belanden, maar niet iedereen heeft hetzelfde gevoel voor humor.
Vanuit de bestuurdersstoel kan ik natuurlijk niet bij het achterraam, dus het uitparkeren moet geheel op het gevoel.

Dan begint het gehannes met de blower. Moet die nu hete lucht over het voorraam blazen of juist koude? Hoewel ik een heilig geloof heb in de wetenschappelijke methode en weet dat je bij experimenten het aantal variabelen tot een minimum moet beperken schakel ik toch steeds van warm naar koud. Als ik niet direct resultaat zie denk ik meteen dat het toch die andere stand moet zijn.
Gelukkig is er tot nu toe nog niemand slachtoffer geworden van de risico’s waaraan ik anderen blootstel gedurende de eerste minuten van mijn rit. Na vijf minuten zijn de ramen ondanks mijn inconsequent gedrag condensvrij. Ik neem me voor te onthouden welke stand van de blower hier nu voor gezorgd heeft.

Het is dan inmiddels wel ondraaglijk heet/steenkoud in de auto.

Ben ik nou de enige met dit probleem?

 

De buitenkamer weer aangepakt.

Het was tijd om de glas-in-loodramen die ik een paar jaar geleden in de schutting had aangebracht op te knappen.

 

 

 

Ik had ze destijds wel geschilderd, maar de verf begon lelijk af te bladderen en hier en daar was zelfs houtrot te zien.

De ramen komen (waarschijnlijk) oorspronkelijk uit een Amsterdamse woning en zijn misschien niet eens gemaakt om buiten aan de elementen te worden blootgesteld.

Bij een storm was een van de ruitjes al beschadigd en als ik niets zou doen zouden de vensters waarschijnlijk binnen afzienbare tijd moeten worden afgedankt.

Om ze dat jammerlijke lot te besparen besloot ik tot een grootscheepse reddingsoperatie.

Ik haalde de ramen een voor een uit de schutting en verwijderde met behoorlijk wat inspanning de oude verf. Daarna vulde ik de weggerotte gedeelten met anti-houtrotplamuur. Ten slotte smeerde ik er twee lagen grondverf en twee laklagen op.

Op zulk soort momenten realiseer je je hoe knap echte vakmensen zijn.

 

Ik ben best tevreden met het resultaat, ze kunnen weer voor een paar jaar mee. Tegen die tijd is het oude lood waarschijnlijk hoognodig aan vervanging toe, maar dat zie ik dan wel.

Nu ik toch bezig was voerde ik ook mijn oude plan uit: ik wilde graag mijn zelfgemaakte glas-in-loodraampjes in de houten achterwand zetten.

Ik maakte ze tijdens de glas-in-lood workshops die we tijdens de zomervakantie op Terschelling bijwoonden.

Het leek me een goed idee om achter de raampjes lampjes aan te brengen, die ik ’s avonds kan aandoen. Op die manier schijnt er altijd licht door het prachtige gekleurde glas, ik kan er geen genoeg van krijgen.

Ups-and-downs

Ik heb altijd al veel interesse gehad in dat fantastische, grote, krankzinnige land aan de andere kant van de oceaan: de Verenigde Staten van Amerika.

Ik heb talloze Amerikaanse boeken gelezen en films gezien, ik ben gefascineerd door de geschiedenis en inmiddels geobsedeerd met de politiek.

Er gaat geen dag voorbij of ik word weer geconfronteerd met een idiote actie van de president, of met de volledige verloedering van democratie en rechtsstaat.

Ik kan nog enig begrip opbrengen voor de republikeinse politici die Trump door dik en dun steunen, als ze dat niet doen zijn ze hun baan kwijt. Maar het blijft me verbazen dat er talloze Trump-aanhangers zijn die alle kritiek wegwuiven en hem vaak volkomen tegen hun eigen belang in onvoorwaardelijk steunen.

Veel downs dus: de leugens en vuilspuiterij in de campagne, en de akelige rol die de sociale media spelen in de meningsvormen. Plus het gruwelijke vooruitzicht dat we nog vier jaar opgescheept zitten met een incompetente volslagen narcist.

Maar ook ups: ik zag de documentaire over (onder andere) Alexandria Ocasio-Cortez. Ze is onlangs verkozen in het Huis van Afgevaardigden en moest het niet alleen opnemen tegen haar Republikeinse tegenstrevers in de Bronx, maar ook tegen het establishment van haar eigen partij. Dat had er zonder meer op gerekend dat hun geroutineerde kandidaat weer zou winnen, terwijl die niet eens in New York woont!  Cortez vroeg zich terecht af hoe je dan je kiezers goed kan vertegenwoordigen.

Zij zelf is geboren en getogen in de Bronx en werkte er als serveerster. Haar ouders hebben een Puerto-Ricaanse achtergrond.

Wat een geweldige vrouw! Amerika moet haar tot president kiezen, maar ze kan dat pas worden als ze 35 jaar is, ze is pas 30.

Haar standpunten zijn stuk voor stuk gericht op het verbeteren van de omstandigheden van de arme Amerikanen, ze wil onder andere een belastingpercentage van 70 voor mensen die meer dan 10 miljoen hebben.

Ze oogt jong, enthousiast en oprecht en kan geweldig debatteren. Ik zou het wel weten als ik in Amerika woonde.

AOC komt ook voor in de documentaire Fahrenheit 11/9 van Michael Moore. Ik kende hem van Fahrenheit 9/11 (over de aanslag op de Twin Towers), Bowling for Columbine en Where to Invade Next.

11/9 is de dag dat Trump officieel verkozen werd, in 2016. Moore stelt de terechte vraag: What the fuck happened? maar toont begrip voor de miljoenen mensen die op hem gestemd hebben. Hij legt genadeloos bloot dat het Amerikaanse politieke systeem hopeloos aan de grond is gelopen, steeds minder mensen hebben er vertrouwen in. Bij de laatste verkiezingen stemden 62 miljoen mensen op Trump, 65 miljoen op Clinton en 100 miljoen helemaal niet.

In de nieuwe race voor de verkiezingen van 2020 is Amerika meer gepolariseerd dan ooit. Jammer genoeg zijn de Democraten verdeeld en konden ze alleen maar met een kandidaat komen die al 50 jaar binnen hetzelfde vastgeroest systeem functioneert. Daar zal weinig vernieuwends uitkomen…

In de documentaire is gelukkig ook veel aandacht voor het enthousiasme van mensen die het niet met the Donald eens zijn: zo worden we weer herinnerd aan de fantastische massale acties van leerlingen en studenten.

Halverwege de documentaire bekroop me een akelig gevoel: was Moore nou bezig de zaak te manipuleren? De indruk werd gewekt dat Trump het tijdens zijn rally’s in het bijzonder gemunt had op zwarte aanwezigen. Het leek alsof hij ze beschimpte en de aanwezigen aanspoorde hen de deur uit te werken. Maar Trump zou nooit zo stom zijn om op deze manier zwarte kiezers van hem te vervreemden.

Ik kende de beelden, maar wist bijna zeker dat het doelwit van Trump tegenstanders waren, die binnen hadden weten te komen en protesteerden.

Waarom deed Moore dit nu? Hij bediende zich van valse trucs die je vooral vanuit Republikeinse hoek verwacht. Hij kan toch uit een overvloed aan feitelijk, ongemanipuleerd materiaal putten om zijn punt te maken?

 

Het werd nog erger. Moore liet zien hoe president Obama enkele jaren geleden een bezoek bracht aan Flint, de armste stad van Amerika die zwaar geleden heeft onder de crisis. De gouverneur had geregeld dat het drinkwater van de inwoners niet langer uit het relatief schone Lake Huron kwam, maar uit de plaatselijke rivier die sterk vervuild was. Alle kinderen hadden een veel te hoog percentage lood in hun bloed.

Tot mijn grote teleurstelling werd getoond dat Obama kennelijk de kant koos van de gouverneur en de inwoners zelfs vernederde door nadrukkelijk om een glas water te vragen en daarvan te drinken. Het leek erop dat zijn boodschap was dat de klachten niets voorstelden.

Mijn idool was van zijn voetstuk gevallen. Ik had dit nooit verwacht van Obama.

Nu bevind ik mij in de gelukkige omstandigheid dat ik in een huis woon met iemand die over de juiste reflexen beschikt. Greet ging fact-checken en kwam er al gauw achter dat Moore een compleet verkeerd beeld had geschetst: Obama had de mensen op hun gemak willen stellen door erop aan te dringen dat iedereen zijn drinkwater moest filteren. Als je dat deed was het water veilig en hij liet dat zien.

Moore had het verhaal gemanipuleerd en liet een vrouw out of context zeggen dat ze heel erg teleurgesteld was in Obama, maar verzuimde beelden te tonen van de duizenden enthousiaste bewoners die Obama uitgeleide deden.

Obama is dus weer terug op zijn voetstuk, maar Michael Moore heeft voor mij afgedaan.

In een tijd als deze, waar ontzettend gelogen wordt, waar voortdurend vals of onjuist nieuws te zien en te horen is zouden integere filmmakers er op moeten letten dat zij zich beslist niet schuldig maken aan leugens of manipulatie.

 

In de tussentijd maak ik mij grote zorgen over de toekomst van Amerika, ook wanneer Trump niet gekozen wordt. Want dan dreigt er groot gevaar.

Maar dat is een ander verhaal.

 

Het lelijke beeldje

Het verdient aanbeveling goed na te denken voor je iets via internet aanschaft.

Je kunt je aankoop niet van dichtbij bekijken noch bevoelen.

Ik had rondgekeken op de veilingsite Catawiki en mijn oog was gevallen op een art-deco beeldje, dat mij wel mooi leek.

Toen ik het uitpakte (het was helemaal uit Italië) gekomen ontdekte ik dat ik van doen had met een uit kunststof gegoten kleinood, dat eigenlijk een lampje was.

Ook de omstandigheid dat snoer en stekker goudkleurig waren gaf aanleiding tot de conclusie dat ik eigenaar was geworden van een zuiver stukje kitsch.

Tussen fitting en beeldje zat een gleuf, die deed vermoeden dat er een onderdeel ontbrak.

Gelukkig had ik er niet veel voor betaald. Ik besloot er het beste van te maken en kwam er via google achter dat er een gekleurd rond schermpje voor het lampje had moeten zitten.

Deze zomer deed ik weer mee met een workshop glas-in-lood en maakte dit keer twee raampjes. Eén van de twee was bedoeld voor mijn beeldje.

Het spreekt voor zichzelf dat we nu niet meer van kitsch kunnen spreken, aangezien een belangrijk onderdeel handmatig en kunstzinnig vervaardigd is. Dit unicum zorgt ervoor dat mijn knullige aankoop toch nog een bevredigend einde kent.

Oordeel zelf!