Ineens honderden bezoekers op mijn site

In april schreef ik een bericht over mijn wekelijkse gesprekken met een PVV-stemmer. We zwemmen baantjes en discussiëren. In oktober maakte ik een follow-up en afgelopen week kwam ik er weer op terug.

Omdat mijn medezwemmer mij verweet uitsluitend te leven binnen mijn Volskrant-bubble ging ik op zijn uitnodiging in eens rond te kijken op sites waar anders gedacht wordt.
Ik kwam terecht op The Post Online en deed verslag.

Ik vermoed dat de beheerder van deze site automatisch een bericht krijgt als de naam ervan ergens op het internet opduikt. Hij las mijn blog en zette een link op zijn site met als kop:

Fatsoenlijke Volkskrant-babyboomer komt buiten ivoren toren, ontdekt TPO, raakt in de war

Dat ik fatsoenlijk word genoemd is heel terecht, met dat baby-boomer heb ik meer problemen: ik verkeer in de veronderstelling dat babyboomers zijn verwekt in de blije jaren na de bevrijding, toen mensen weer voldoende vertrouwen in de toekomst hadden gekregen om aan nageslacht te gaan werken. Ik ben van 1955, ik vermoed dat de Tweede Wereldoorlog nauwelijks een rol heeft gespeeld bij mijn conceptie.

Als je de Volkskant een ivoren toren noemt ben ik daar inderdaad even vanaf geklommen, maar ik begrijp niet helemaal waaruit blijkt dat ik als gevolg daarvan in de war ben geraakt.

Op de site zelf kwamen de volgende reacties los:

Als de schat niet zo geschrokken was van de wereld vol met echte mensen was Martin vast wel met inhoudelijkheden gekomen in plaats van dooddoeners als “ik kom er niet goed achter”, “het doet me aan … denken”, “ik neem aan”, “ik vermoed dus”, “ik kon er geen touw aan vastknopen” en “ik ben niet onder de indruk”. Hij kan zich beter aan zijn zeventig (70!) centimeter ongelezen, uiteraard tweedehands, eeuwenoud en in het Engels, boeken wijden.

En rap gauw terug naar zijn door mama betaalde volkskrantbubbel. Lekker laten zitten daar. En zodra het zijn hoofdje buiten steekt, heel zacht “Trump” roepen, zodat het subiet weer terug de bubbel in kruipt. Losers gonna lose.

 Overduidelijk is dat de man liegt dat hij barst Hij kende TPO natuurlijk wel en werd helemaal niet door een vriend gewezen op het bestaan ervan. Een stijlmiddel om een beetje schamper te doen over TPO. Verder heeft hij niets inhoudelijks te melden, behalve dat hij het niet eens is met een paar meningen die zijn geuit. File under:blah blah blah

Fatsoenlijke Volkskrant-babyboomer komt buiten ivoren toren, ontdekt TPO, raakt in de war, en vlucht snel weer terug in de veilige zorgzame warmte van zijn Safe Space. Zijn veilige haven tegen kwetsende feiten en ‘microagressions’.

 

Als kleinschalig blogger (27 abonnees) word je op deze manier ineens met de neus op het feit gedrukt dat iedereen, maar dan ook iedereen je stukjes lezen kan en dus ook de mogelijkheid heeft er (meestal anoniem) op te reageren.

In de dagen na plaatsing van Buiten je bubble steeg het aantal bezoekers van mijn site ineens van de gebruikelijke + 50 naar 668 (13 oktober) en 665 (14 oktober). Dit is kennelijk het gevolg van het linkje op TPO.
Gelukkig waren het er op 15 oktober weer gewoon 69 en gisteren 68.

Er kwamen ook reacties op mijn site binnen, drie min of meer normale (ik heb ze toegelaten) en één uitzonderlijk venijnige.

De schrijver van deze laatste reactie heeft de moeite genomen een groot aantal van mijn uitlatingen te kopiëren en van commentaar te voorzien. Het verbaast me natuurlijk niet dat Pietje Puk, PVV stemmer – zo noemt hij zich – het volslagen met mij oneens is, wel dat hij allerlei meningen over mij heeft die gebaseerd zijn op zijn vooringenomenheid.
Hij heeft duidelijk een beeld van de werkelijkheid en ziet in mijn stellingen een bewijs van de validiteit ervan.

Een bloemlezing (tussen aanhalingstekens staan steeds mijn woorden):

“We moeten zuinig zijn op onze democratie.”

Dus vooral referenda afschaffen, niet doe wat het volk wil en een elite laten beslissen: de beste manier om van je democratie af te komen.

“Besluitvorming is vaak moeizaam, maar we moet heel erg dankbaar zijn met de omstandigheid dat we onze volksvertegenwoordiging kunnen kiezen”

‘We’ moeten helemaal niks. Voor de duizendste keer. Jij bepaalt niet wat mensen wel of niet moeten, dat bepalen die mensen zelf.

“we vrijheid van meningsuiting hebben”

Behalve dan als het jou niet uit komt. En mensen te weinig ‘empathie’ hebben. Of dingen opschrijven die jou niet uitkomen. Dan zijn ze stom en moeten ze eigenlijk hun bek dichthouden.

“Als het aan jou ligt moet ik meer affiniteit hebben voor een laaghoofdige Amsterdamse hooligan (want Nederlander), dan met een erudiete, beschaafde man als Aboutaleb, want dat is immers een “buitenlander”.”

He is ‘laagvoorhoofdige’ maar dat terzijde. Kennelijk lukt het je niet eens om gewoon een autochtoon te beschrijven zonder er gelijk een achterlijke karikatuur van te maken. Waarmee je eigenlijk uitdrukt: ‘Gewone mensen zijn stom, behalve ik, want ik ben echt zoveel beter’. Probeer eens écht te verbinden en écht in gesprek te gaan. Je werkelijke drijfveer is dat je steeds boven anderen wilt uitstijgen. Je bent zo hypocriet als een christen.

“Wijsheid, menselijkheid en ondogmatisch denken moeten de oplossingen brengen.”

Totdat blijkt dat een bomvest in één klap alle wijsheid en menselijkheid uitwist. Had je nu maar wat meer van geweld gehouden. Overigens: als er iemand dogmatisch denkt ben jij het. Ken je dat verhaal van die balk in oog en de splinter bij een ander?

“Heel veel mensen worden misleid door slechte of gebrekkige voorlichting.”

Het soort voorlichting wat jij geeft: alles wat niet met jouw idee strookt mag niet meer meedoen.

“De sociale media zorgen ervoor dat veel mensen uitsluitend verkeren binnen hun eigen “bubbel”: ze horen alleen maar gelijkgestemde geluiden.”

precies wat jij doet: strijden tegen alle geluiden die niet met jou gelijkgestemd zijn. Om vervolgens te roepen dat je zo graag buiten je bubbel treedt. Het tegenovergestelde is het geval. Iedereen buiten jouw bubbel diskwalificeer je direct zodat je er ook niet mee in gesprek hoeft.

“We moeten er ons uiterste best voor doen dat mensen goed worden voorgelicht en dat we in gesprek blijven met elkaar.”

Wat dacht je er van om gewoon te stoppen voor andere mensen te bepalen wat ze allemaal ‘moeten’? En wat dacht je er van om te stoppen met mensen te ‘onderwijzen’ en ‘betuttelen’? How about een Wilders-stemmer als gelijkwaardige gesprekspartner zien inplaats er direct vanuit te gaan dat het iemand is die minder is dan jij?

Gratis tip: stop met denken dat je gelijk hebt en de waarheid in pacht hebt, dan kun je pas echt met mensen in gesprek. Nu ben je mensen vooral aan het vertellen waarom ze niet met jou in gesprek mogen.

 

Het is een wonderlijke sensatie iemand zo tegen je te keer te zien gaan terwijl die persoon je helemaal niet kent. En jij hem niet (neem ik aan).

Wat een boosheid!

Deze reactie leverde aanvankelijk ook nog wat verwarring op: Pietje Puk sprak mij in zijn bericht heel persoonlijk aan en eindigde zijn commentaar met de zinsnede “Tot volgende week dinsdag, dan pakken we de natte draad weer op”.

Ik vond dat hij het laatste zinnetje grappig had geformuleerd, maar trok natuurlijk wel de conclusie dat Pietje Puk dezelfde persoon was als de PVV’ er met wie ik elke dinsdag zwem.
Toen ik hem ermee confronteerde ontkende hij ten stelligste dat hij het stuk geschreven had.

Ik herlas mijn eigen bericht nog eens en zag dat het zinnetje over de natte draad weer oppakken van mij was. Pietje Puk had dat in zijn kopieerdrift in zijn eigen reactie laten staan.

Ik had dus wel gelijk dat ik de formulering grappig vond, en ik hoef mijn geloof in normale omgang met elkaar (ook al ben je het nog zo oneens) niet te herijken.

Welke conclusies trek ik uit deze leerzame episode?

  • Ik realiseer me beter dan voorheen hoe goed je moet opletten met internet. Ik publiceer niet anoniem en dat maakt je kwetsbaar.
    Ik moet er niet aan denken dat je je echt de gramschap van het reaguurdersrapalje op de hals haalt, zoals Sylvana Simons is overkomen.
  • Er wordt voornamelijk gescholden: je treft in reacties nauwelijks argumenten aan.
    Degenen die mijn kritiek op The Post Online niet terecht vonden hadden gedeeltelijk een punt: ik beschreef vooral mijn indrukken, schreef geen  zorgvuldige analyse. Ik pretendeerde dat laatste overigens nergens.
  • De tegenstellingen zijn heel erg groot en er is nauwelijks plaats voor discussie of uitwisseling van meningen. De posities staan vast en worden nooit verlaten.
  • Ik probeer in mijn discussie met A. steeds “common ground” te vinden, om van daaruit door te redeneren. Als je samen vaststelt dat het fijn is dat we in een rechtsstaat leven kan je vervolgens naar voren brengen dat daar dan wel bij hoort dat je je neerlegt bij het vonnis van de rechter. Of: een maatschappij moet beoordeeld worden aan de manier waarop er met de zwakkeren wordt omgegaan. (Je kunt dan vervolgens discussiëren over wie die zwakkeren zijn).
    Het vinden van gemeenschappelijke uitgangspunten is heel erg moeilijk omdat Wildersaanhangers ervan overtuigd zijn dat we helemaal niet in een democratie leven en dat de rechters allemaal D’66 –ers zijn die nepvonnissen vellen. Wilderstermen: nepparlement en foprechters.
  • Wilders, en met hem zijn volgelingen, blijft voortdurend steken in het opsommen van misstanden en gevaren en komen nooit met oplossingen. Ze gebruiken veel spierballentaal en denken dat alles goedkomt als de elite niet meer aan de macht is en er gebeurt wat het volk wil.
  • Ik wil natuurlijk blijven praten met A, want de tijd gaat ongelooflijk snel als je praat onder het baantjestrekken, maar we kunnen het in de toekomst misschien maar beter alleen over bridge hebben.

Hollandse Meesters

We bezochten de tentoonstelling Hollandse Meesters uit de Hermitage van Rusland, in museum de Hermitage Amsterdam.

’s Werelds toonaangevende collectie van schilderijen uit de Gouden Eeuw is gearriveerd! Bekijk 6 unieke werken van Rembrandt, inclusief Saskia als Flora en Jonge Vrouw met Oorbellen, plus 63 werken van 50 andere kunstenaars. Deze unieke tentoonstelling viert de gloriedagen van de Gouden Eeuw, de jaren tussen 1650 en 1670. Mis het niet – net als de Gouden Eeuw is het voorbij voordat je het doorhebt!
Hermitage Amsterdam is de Nederlandse dependance van het Hermitage Museum in Sint-Petersburg. Bekijk de nieuwe collectie: Hollandse Meesters uit de Hermitage. Oogappels van de tsaren, van 7 oktober 2017 tot 27 mei 2018.

We hadden een museumkaart, maar moesten €10,- extra betalen. We boften, want het was niet zo druk.
Je kunt een audiotour krijgen, je kan kiezen tussen het commentaar van Jan Six en Geert Mak. Ik koos natuurlijk voor de laatste.
Probleem is, dat telkens als ik wilde luisteren de gids van een vrij groot gezelschap naast mij kwam staan. Haar explicatie overstemde mijn audiotour.

Het is een prachtige tentoonstelling, ik vond vooral de schilderijen van Rembrandt en Govert Flinck erg mooi.
Het is een heel aparte belevenis deze eeuwenoude schilderijen van dichtbij te kunnen bekijken.
In het commentaar op deze tentoonstelling wordt verteld dat deze schilderijen destijds allemaal gekocht zijn door Catharina de Grote, (tsarina van Rusland 1762-1796). Zij was gek op Hollandse Meesters.
Ze hangen in de Hermitage in Sint-Petersburg.

 

  

 

 

Toen we vertrokken bleek dat ik een gedeelte van de expositie gemist had. Ik had niet gezien dat ik een trap op had moeten gaan… Misschien een excuus om er nog eens heen te gaan met mijn vriend Siebe, ik heb met hem het voornemen alle musea van Nederland eens te bezoeken.

Hollandse Meesters uit de Hermitage         8
Flora van Rembrandt                                      9

Parkeerbelasting

Er lag een mooie groene enveloppe op de mat, afzender gemeente Amsterdam. Altijd leuk weer eens iets te horen uit mijn geboortestad.

Het blijkt een Naheffingsaanslag Parkeerbelasting te zijn.
Ik ben verbaasd: moet ik als Almeerder parkeerbelasting voor Amsterdam betalen?

Dan blijkt de ware aard van het bericht: het gaat hier om een parkeerboete van € 41,69 omdat ik bij een bezoek aan mijn zoons in de Bijlmer verzuimd heb parkeergeld te betalen.
Het was voor mij een compleet nieuw verschijnsel dat er betaald moest worden, ik had het nog nooit eerder gedaan en heb ook nergens een aanwijzing gezien dat het moest.

 

U moet €41,96 betalen. Dit bedrag bestaat uit de vastgestelde parkeertijd (met een minimum van één uur), vermenigvuldigd met het uurtarief plus €38,10 voor de kosten voor het opleggen van de aanslag.

Hier is semantisch wel wat op aan te merken: het uurtarief is vermenigvuldigd met de vastgestelde parkeertijd en niet andersom. Zoals het er nu staat bestaat een bedrag uit een tijd.

Mijn vrouw had netjes de parkeerschijf in het zicht gelegd, met onze aankomsttijd van 13.00 uur. Wat zijn we toch een brave burgers. Hieruit heeft de ambtenaar kunnen opmaken dat de auto er al 2 uren en 34 minuten stond toen hij controleerde. Het uurtarief is 1,40 euro. Zo kom je dus op een bedrag van €3,59. Die andere 38 euro zijn voor de mooie groene enveloppe

 

Ik ga natuurlijk netjes betalen, brave burger nietwaar, maar de gebruikte taal intrigeert me. Er wordt nergens over een boete gesproken, terwijl dat natuurlijk wel aan de orde is. Wat bezielt de gemeente Amsterdam alles te behandelen alsof het over een belastingkwestie gaat?
Vreemd genoeg wordt in andere publicaties stelselmatig over parkeerheffing gesproken.
Worden mensen misschien minder boos als ze denken dat ze belasting betalen in plaats van een boete?

Wonderlijk.

Ik kan in beroep gaan, op internet wordt heel helder uitgelegd hoe dat moet. Ik kan ook een foto opvragen, die als bewijsstuk dient.

Ik doe dat laatste en stel me voor dat ik een opname van mijn auto te zien krijg in flagrante delicto, maar dat valt een beetje tegen.

 

Volgende keer ga ik weer lekker met de trein.

Bijnamen

Heel lang geleden zat ik in militaire dienst. Ik droeg harer majesteit’s wapenrok, zoals mijn vader het noemde.

Ik sliep op een kamer met 7 anderen, die net als ik een iets hogere opleiding hadden dan BLO. Men noemde ons de intellectuelen, want er was eens een boek op onze kamer aangetroffen. Ons werk bestond uit het bedienen van de radar, hiervoor was inderdaad enige intelligentie vereist.

Op een andere kamer sliepen de tirailleurs. Deze jongens hadden weinig tot geen onderwijs genoten. Hun taak was een cordon rondom een langzaam rijdende tank te vormen. Zij moesten de klappen van de vijand opvangen, de tank was daar natuurlijk veel te kostbaar voor. De term kanonnenvlees lijkt voor hen uitgevonden.

Een van deze tirailleurs werd tomaat genoemd. Het was een grote, lompe jongen die door moeder natuur niet met een overdosis intelligentie begiftigd was. Hij kreeg net als alle andere huzaren elke maand zijn wedde, maar had de grootst mogelijke moeite hiervan rond te komen. Zijn geld was meestal na twee dagen al op, de rest van de maand moest hij sigaretten bietsen en probeerde hij geld te lenen bij anderen. Dat laatste lukte als snel niet meer, omdat hij je nooit terugbetaalde.

Hij ontleende zijn bijnaam niet aan een affiliatie met de Socialistische Partij, maar werd zo genoemd omdat hij altijd zo’n rood hoofd had.

Bijnamen zijn makkelijk als je moeite hebt met het onthouden van namen.

De meeste bijnamen zijn nogal voor de hand liggend en daarom ook een beetje saai. Iemand lange Jaap noemen omdat hij een bovengemiddelde lengte heeft getuigt niet echt van fantasie. Ook tomaat lag nogal voor de hand, maar klinkt wel beter dan aardbei of biet.

Het wordt al wat leuker als je iemand een bijnaam geeft die juist tegenovergesteld is aan het meest voor de hand liggende: iemand “shorty” noemen terwijl het een boom van een kerel is.

Het kan nog mooier. Ik las in een van de voortreffelijke stukjes die Guus Luijters schrijft voor het Parool (ze gaan altijd over mijn geboortestad Amsterdam) de volgende prachtige passage:

Marten Wijbenga laat mij en een lange kale man een foto zien, waarop zijn vader en dekknecht Kees de Boorder staan afgebeeld. “Hij werd Boerenkees genoemd,” zegt Marten. “Er waren drie dekknechten, een uit Friesland, een uit Drente en Kees. Kees kwam uit de Jordaan, vandaar, Boerenkees.”
“Zoals ik altijd ‘krullenkop’ heette,” zegt de kale man.

Het zijn mooie voorbeelden van sterke bijnamen, de eerste is het knapst omdat er een dubbele omkering in zit. Niet alleen is Kees duidelijk geen boer, hij is een geboren Jordanees, maar zijn bijnaam is des te grappiger omdat de anderen veel eerder voor deze bijnaam in aanmerking zouden komen. Zij zijn immers in Friesland en Drenthe geboren (en iedereen weet dat daar de boeren vandaan komen).

Het doet me denken aan een van mijn eigen acties op dit gebied.

Onze buurman van een paar huizen verderop was getrouwd met een Japanse. Toen ik eens iets over hem wilde vertellen aan mijn vrouw kon ik niet op zijn naam komen. Om duidelijk te maken over welke buurman ik het had zei ik: “Je weet wel, die Chinees”.

Hoewel de buurman helemaal geen Chinees is en zelfs niet in aanmerking voor die benaming kan komen vanwege de afkomst van zijn echtgenote begreep mijn vrouw toch onmiddellijk over wie ik het had. De kronkels van de menselijke geest!

De radar. Te moeilijk voor tomaat.

De tirailleurs. Helemaal achterin: tomaat.

 

De stukjes van Guus Luijters

Er is post!

Ik bestel regelmatig iets via internet, het is altijd weer leuk als de pakketbezorger aanbelt. Soms is de bestelling voor de buren, dan mag ik als hulppostkantoor fungeren, maar meestal is het voor mij.
Ik breng het pakje naar binnen, pak er een kopje koffie bij en maak het voorzichtig open. Dan ben ik blij verrast met de inhoud, net als Mr. Bean als hij de verjaardagskaart openvouwt die hij zojuist voor zichzelf geschreven heeft.

Sinds kort hebben we een nieuwe pakketbezorger, die veel plezier in zijn werk heeft.

Als ik opendoe presenteert hij mij het pakket als een sommelier die de fles ter inspectie voorhoudt aan de gast. Hij houdt het een beetje schuin zodat ik het goed kan bewonderen en vertelt me wie de afzender is. Hij ziet kans BolCom Amerikaans uit te spreken, de tweede o klinkt als een a.
Als het een pakje van Amazon is maakt hij het nog mooier, hij plakt er een e achter en spreekt de naam uit alsof die rijmt op pony.

Ik zou zijn inspanningen nog meer gewaardeerd hebben als ik een blinde Americanofiel was.

Zijn plichtsbetrachting doet me denken aan de prachtige cartoon van Sempé die een Franse postbode introduceert die zijn werk net zo serieus neemt als die van mij:

Vintage

Als deze term gebruikt wordt voor oude auto’s heb ik daar niet zo’n bezwaar tegen. De naam dekt de lading behoorlijk: je denkt meteen aan een mooie klassieke Mercedes. Als je het over een oude auto hebt zou dat zelfs een bejaarde Prius kunnen zijn.

Als iemand het over “vintage spulletjes” heeft word ik onrustig. Je komt weleens langs een winkel waar ze allerlei oude zooi kunstzinnig hebben uitgestald en dat dan rustiek noemen.
Ik zag eens een documentaire waarin getoond werd dat in China kastjes en bordjes van hout worden gemaakt, die dan kunstmatig oud worden gemaakt, want dat geeft karakter.

In het tuincentrum kijk je je ogen uit: hoe krijgen ze het voor elkaar zoveel lelijke rommel bij elkaar te krijgen?

Je ziet naast Boeddha-koppen en zogenaamd verweerde spiegels ook steeds vaker houten bordjes met een stompzinnig opschrift. Het hout is gesleten en de verf afgebladderd.
Ik vermoed dat er veel mensen zijn die denken op deze manier hun tuin artistiek en authentiek allure te kunnen geven.

Nu ben ik de laatste om te beweren dat alleen nieuwe dingen mooi zijn. Ik houd juist erg van mooie oude dingen en ben een hartstochtelijk voorstander van tweede gebruik.
Ik beschouw het als een sport om (bijvoorbeeld in kringloopwinkels) te midden van allerlei afgedankte rommel een pareltje te ontwaren.
Dat maakt een bezoek aan zo’n soort winkel weer draaglijk, want ik word er erg depri van als ik me realiseer dat ik tussen de spulletjes van allerlei overleden oma’s sta die niemand meer wilde hebben.

Het kan nog goedkoper: een oude versleten plank, aangespoeld na een lang verblijf in de zee kan prachtig zijn.
Piet Hein Eek heeft dat natuurlijk heel goed door, hij heeft een bloeiend bedrijf dat meubels vervaardigt van sloophout. (Ik vind die overigens niet mooi. Je kunt van gebruikt hout prachtige dingen maken, maar schuur dan wel eerst de oude verf eraf).

 

We brachten een bezoekje aan Strijp S in Eindhoven. Op dit voormalige Philips-bedrijventerrein zijn tientallen jonge ondernemers neergestreken, die elkaar creatief kruisbestuiven.

We liepen hier binnen bij Gusj, waar allerlei oude spullen uit alle mogelijke landen voor fikse prijzen te koop zijn. De voormalige fabriekshal vormt een ideaal decor voor alle uitgestalde waar.
Heel inspirerend en vaak ook erg mooi, maar jammer genoeg kunnen de eigenaren het niet laten er hun marketingbraaksel overheen te kotsen.

Wie dacht oprecht te houden van mooie oude dingen of kunstzinnige voorwerpen uit verre landen weet dat het hem eigenlijk te doen is om happinez & fun.

.

Je kunt dit soort winkels natuurlijk het best links laten liggen. Laat snobistische domme juppen hier hun geld maar uitgeven.

Probleem is dat we een heel mooie jaren vijftig klok zagen (vintage!), die we graag wilden hebben. Een must have dus.  Hij zou ons zóóó happy maken….

We hebben hem dus laten bezorgen en hij hangt nu in onze kamer.

 

 

Over voetbal en rolpatronen

Ik houd niet van voetbal. Er zijn leukere sporten (om aan deel te nemen en om naar te kijken), maar de voornaamste reden dat ik er een hekel aan heb is dat er zo verschrikkelijk veel over gekletst wordt.

Volwassen mannen kunnen dag in dag uit over voetbal praten, voor sommigen is het zelfs hun beroep!

Een andere reden is, dat ik er niet goed in ben.
Als klein jongetje voetbalden we op het pleintje achter ons huis. Lantaarnpalen waren de doelen en als je de bal speelde rolde hij mooi over de tegels in de richting die je voor ogen had. De afstand tussen de doelen was aanvaardbaar, als er een tegenstander voor de paal stond kon je proberen de paal hoger te raken, maar dat was moeilijker: hij liep taps toe.

 

 

Er waren soms problemen: de buren die in de huizen achter de doelen woonden waren er niet blij mee dat de bal vaak op hun balkon belandde.

En er liepen mensen over ons veld.
Ik herinner me dat ik eens een ietwat afgedwaalde pass gaf die ongelukkigerwijs precies op het achterhoofd van een passerende buurman terechtkwam. Hij had waarschijnlijk een kunstzinnig beroep, want hij had lang wit haar in een krans om zijn verder kale hoofd.
Ik heb nog steeds het beeld voor ogen van zijn hoofd, dat door de kracht van de inslag voorover sloeg, en van de haren die in een vertraagde beweging over zijn kale hoofd golfden.

Hij was zo boos over deze aanslag dat hij mij probeerde te grijpen, maar ik was jong en lenig en zorgde ervoor dat ik een dikke stenen paal tussen ons in hield.

Toen ik mijn zonden thuis opbiechtte moest ik van mijn vader mijn excuses gaan aanbieden. We gingen samen naar het huis van de getroffen buurman, zijn vrouw deed open. Tot mijn opluchting hoorde ik dat mijn slachtoffer het bed hield in een verduisterde slaapkamer en niet gestoord mocht worden.

Voor zover ik kan nagaan heeft hij geen blijvende schade overgehouden.

Op de middelbare school moesten we op een echt voetbalveld spelen, waar ik helemaal niets aan vond: je moest ontzettend veel moeite doen om in de buurt van het vijandelijke doel te geraken en als de aanval dan werd afgebroken moest je dat hele eind weer terug naar je eigen helft. De bal wilde helemaal niet mooi rollen, hij sprong vanwege de graspollen alle kanten op. We speelden met een leren bal, die al snel kletsnat was. Hij was daardoor veel zwaarder en leverde een gevaar op als je hem zou koppen. Ik vond mijn hersenen te delicaat om ze hieraan bloot te stellen.
Ik verloor mijn belangstelling voor voetbal en zat liever binnen met een goed boek.

Als mijn zwager, die een jaar of zes ouder is dan ik, bij mijn ouders op bezoek was wilde hij graag laten zien hoe goed hij in onze familie paste door met mij te gaan voetballen. Hij ging er vanzelfsprekend van uit dat ik dat fantastisch vond en ik deed of ik het leuk vond omdat ik erg tegen hem opzag. Het was niet de eerste of de laatste keer dat wij in onze familie zo graag de ander tegemoet willen komen dat wij een activiteit uren volhouden terwijl geen van beide partijen er eigenlijk zin in had.

Ik heb kans gezien mijn aversie tegen voetbal genetisch over te dragen op mijn zoons. Een van hen heeft nog even op een club gezeten, waardoor ik genoodzaakt was regelmatig langs de zijlijn te moeten vertoeven temidden van schreeuwende fanatieke ouders. Ik kreeg koude voeten en dacht aan alle dingen die ik liever zou doen. Hij ging er gelukkig snel weer vanaf.

En dan is er nu het vrouwenvoetbal. Ik zou een geweldige hypocriet zijn als ik zou zeggen dat ik hier wel graag naar mag kijken. Hoewel het leuker is om te kijken naar de wippende paardenstaarten van nog onbezoedelde meiden dan naar de getatoeëerde armen van over het paard getilde verwende wonderboys blijft het een stomme sport.

Als wij vroeger op schoolreis gingen zongen de jongens en de meiden om de beurt een prachtig lied en hielden dit met goedkeuring van de begeleiding uren vol.

De jongens zongen:

Hup de meiden zijn niks, hup de meiden zijn niks.
Ze weten geeneens wat voetballen is.
Ze hebben een keeper, dat is zo’n genieper.
De bal rolt erdoor en de keeper staat ervoor.

Dan waren de meiden aan de beurt. Zijn protesteerden er niet tegen dat het hele vrouwelijke geslacht werd gediskwalificeerd, maar counterden fantasierijk:

Hup de jongens zijn niks, hup de jongens zijn niks.
Ze weten niet eens wat afwassen is………

 

 

 

Terschelling bijgehouden II

Slimme Duitsers

We maakten opnieuw de bunkerwandeling, we hoefden niet bang te zijn dat alles hetzelfde zou zijn als vorig jaar. De vrijwilligers zitten niet stil, er is weer heel wat bijgekomen.

Naast de opgeviste motor van een Engelse WO II bommenwerper is ook het restant te zien van een Udet Boje. Dit was een uitvinding van de hoogste luchtmachtofficier, Ernst Udet. Hij vond dat er iets geregeld moest worden voor de piloten die in het Kanaal terecht kwamen nadat hun vliegtuig was neergeschoten. Ze moesten een veilig heenkomen hebben, waar ze konden wachten op redding.

Hij liet vierkante boeien ontwerpen, die op regelmatige afstand voor de kust van Frankrijk verankerd werden.
In deze boeien was plaats voor enkele vliegers. Er was voedsel en droge kleding, een radio om hulp in te roepen en zelfs gezelschapsspelletjes waren niet vergeten.


In de praktijk hebben deze boeien nooit dienstgedaan: door hun vierkante vorm waren ze erg windgevoelig en de verankering deugde niet. De meeste sloegen op drift en strandden.
De RAF gebruikte de boeien ook als schietschijf.
Een van de lobster-pots, zoals ze door de Engelsen genoemd werden, spoelde aan op Terschelling en is onlangs met veel moeite opgegraven.

 

Bridge

Als we op de camping staan gaan we op donderdagavond meebridgen op de Bridgeclub Terschelling. Dat is deze zomer vier keer geweest, we mochten ook nog de Terschellinger eer verdedigen tijdens een kroegendrive. Dat laatste was niet zo geslaagd, we werden voor de zoveelste keer verslagen door onze tegenstanders, die elk jaar hun boot speciaal in West aanleggen om ons te vernederen.

De gewone bridgeavonden verliepen beter, op 10 augustus werden we zelfs eerste!

Het gebeurt vaak dat je wint omdat je een aantal cadeautjes hebt gekregen, dat was bij ons ook het geval.
Spel 9 was niet zo’n ingewikkeld spel. De voornaamste moeilijkheid is erachter te komen of je 6 Harten moet spelen of (het iets beter scorende) 6 SA.
6 Harten lijkt veiliger, vooral omdat de schoppen wel eens erg zwak zouden kunnen zijn. Maar ook voor 6 Harten is schoppenaas of -heer nodig……
Twee paren bereikten het onverslaanbare 6 SA, wij boden en maakten 6 H, toch nog goed voor 65% omdat 4 paren het slem niet boden (met 33 punten).  Een paar bood 6 SA en zag kans 2 down te gaan. Hoe is me een raadsel.

Spel 17 is heel interessant omdat hier de check-back-Stayman conventie geweldig zijn werk deed:
De bieding: Noord past. Oost biedt 1 Ruiten, Zuid past ook en West biedt 1 Schoppen. Oost heeft als rebid 1 SA (2 Harten zou reverse zijn). West vraagt nu dmv 2 Klaver aan haar partner diens hand nader te omschrijven. Ik antwoordde  2 Harten (partner, ik heb een vierkaart Harten die ik in eerste instantie niet noemen kon).
Greet (West) dacht de bieding te besluiten met 3 SA. Ik was echter nog niet uitgepraat. Ik wist nu dat Greet niet op zoek was geweest naar een vierkaart Harten (dan zou ze wel 4H hebben geboden), maar naar een driekaart steun voor haar 5-kaart Schoppen. En die had ik ook! Heel vaak is 3 SA het eind van de bieding, dit keer niet. De manche in een hoge kleur heeft de voorkeur boven 3 SA, dus ik bood nog 4 Schoppen. Uitkomst Ruiten 5, 4+ 2 gemaakt (een klaver introeven, dan is de rest vrij. Je geeft alleen Schoppen Heer af).
Niemand bood slem (je hebt ook maar 29 punten), twee paren misten de manche, 4 paren zaten in het heel gevaarlijk 3 SA (gaat net goed omdat de Harten 4-4 zitten) en twee paren hadden maar 1 upslag in 4S. 95%.

Porsche

Regelmatig rijdt er langzaam een stokoude rode tractor over het kampeerterrein. Hij heeft een vorklift waarmee hij de grote containers met vuilnis kan vervoeren. De motor produceert een luid, stampend geluid.

 

Op het eerste gezicht dateert het mooie mechanische werkpaard uit de jaren twintig, maar enige research leert dat hij zo’n 60 jaar oud is.
Tot mijn verbazing zie ik dat het hier om een Porsche gaat. Bij deze merknaam denk je meestal aan een ander soort vervoermiddel.

Niet lang geleden las ik in de Volkskrant de rubriek Vakantieliefde. Hierin beschrijft Corine Koole romantische ontmoetingen vanuit twee gezichtspunten.
Toen ik de volgende passage las:

De volgende dag trof ik hem vlak voor ons vertrek aan op de rode trekker waarmee ze op de camping het vuilnis wegbrengen. Zo’n ouderwetse Porsche die zo’n enorme herrie maakt. Hij stapte af en geleund tegen de tractor kuste hij mij opnieuw, net lang genoeg om mij te laten merken dat hij geen spijt had van de nacht ervoor.

en er ook nog sprake was van een duinmeertje wist ik dat ze op camping de Kooi had gestaan.

Hier staat het hele verhaal.

Zou dit de jongen zijn met wie ze het tentje is ingedoken?

Friet

Als je vanuit West langs het water van de Waddenzee fietst voert het fietspad je direct na de Stayokay (vroeger heette dat jeugdherberg) even landinwaarts. Je komt dan langs een piepklein bouwseltje, dat bij nader inzien een zeecontainer is waarvan het achterste driekwartdeel is afgezaagd. Dit is vast de kleinste friettent van Nederland.
Je kunt er alleen friet en ijs kopen. Als je wilt kan je zelf je friet snijden, wat bij mij herinneringen oproept aan snackbar Marja in Amsterdam. Daar stond ook zo’n fritessnijder, maar daar mocht ik toen natuurlijk niet aankomen.
Als je je portie hebt gekregen (met mayonaise, niet met die vermaledijde fritessaus) kan je op een houten bankje plaatsnemen en gaan genieten.
Wat is het lekker! Van buiten een heerlijk knapperig korstje en zacht van binnen.
Hier kan zelfs de Vlaamse frites uit de Voetboogsteeg in Amsterdam niet aan tippen. Ik denk dat het zelfs lekkerder is dan de patat die je in Den Haag kan eten bij Bik.

Friteria (ondanks de vreselijke naam)          10+

Vallende sterrentocht

We kochten twee kaartjes à 40 euro voor een tochtje met zeilschip Willem Jacob op de avond van 13 augustus 2017.
Astronomen hadden uitgerekend dat er deze nacht heel veel vallende sterren (wat natuurlijk helemaal geen vallende sterren zijn) te zien zouden zijn.
De boot zou ver van het vervuilende licht voor anker gaan, zodat je rustig naar boven kon kijken zonder afgeleid te worden.

We hadden enige moeite de klipper te vinden, ze lag als derde aangemeerd, zodat we over twee andere schepen moesten klauteren om aan boord te kunnen komen. We werden niet verwelkomd en kregen ook geen hulp. Gelukkig belandde geen van ons tussen de wal en het schip. Of tussen het schip en het schip.
Aan boord van het prachtige voormalige vrachtschip uit 1889 bleek dat er heel wat meer belangstellenden waren.
Er bevond zich een gezelschap dat al enkele dagen op weg was met dit schip, wij mochten ons voor enkele uurtjes bij hen voegen.
Dat is niet zo’n heel fijne constructie: het bestaande gezelschap beschouwt je min of meer als indringer en jij voelt je een beetje tweederangspassagier.
De organisatie vond meevaarders laten aanmonsteren kennelijk wel lucratief, want ze hadden er heel wat geboekt. Het was lastig een goed plekje te vinden en je kon de waddengids (die een boeiend verhaal vertelde over het leven op het wad) en astronoom Peer niet goed verstaan omdat je niet dichtbij hen kon komen.
Zeilen op een oud zeilschip is prachtig, maar je zit als landrot altijd op de verkeerde plaats, je wil wel helpen maar weet niet aan welk touw je moet trekken. Als het dan ook nog donker en koud wordt….
Het schip voer gedurende enige tijd van het eiland weg, waarbij met ontstellend veel moeite de grote zware zeilen werden gehesen (ook de zwaarden moesten omhoog en weer omlaag). Gelukkig gingen we maar een keer overstag: je moet dan heel goed opletten dat je niet van boord geveegd wordt door de giek. Je zou dan in het koude zeewater belanden zonder zwemvest, want die waren op.
Na een tijdje gingen we voor anker, wat eigenlijk niet nodig was geweest want we zaten aan de grond. De schipper maakte zich zorgen, maar ik zei niets tegen mijn medereizigers, want dan worden ze alleen maar ongerust.
We waren ook nog over een boei heen gevaren. De schipper had die niet gezien, omdat de waddenman op het voordek stond te praten over roerdompen en zeevalken.

Toen het schip stillag gingen we allemaal naar boven kijken. Nu diende zich de persoon aan die altijd deel uitmaakt van een gezelschap dat voorlichting krijgt van een deskundige: de man die alles beter weet dan de gids. Als hij een vraag stelt is dat niet omdat hij geïnteresseerd is in het antwoord, maar om te laten blijken hoeveel hij weet.
Als Peer ons probeerde uit te leggen waar Cassiopeia zich bevond, of Pegasus, kwam hij ertussendoor met een nog onbegrijpelijker verhaal. Voor mij lijken alle sterren op elkaar, ik kan alleen de Grote Beer vinden (de steelpan).


Het was net zo erg als een gesprek tussen twee vogelaars: ze hebben het voortdurend over zaken waar je niets van afweet (en ook niet zo vreselijk in geïnteresseerd bent).

Ik had het koud, ik lag niet lekker op de harde dekplanken en ik moest opletten dat er niet iemand in het donker bovenop mijn hoofd ging staan.
Op aanraden van Peer ging iedereen op een gegeven moment aan bakboordzijde zitten, omdat je aan stuurboord last had van vuurtoren de Brandaris. Die doen ze nooit uit, zelfs niet als we vallende sterren moeten zien. Het werd nog voller. De boot kon gelukkig niet kapseizen, we lagen immers op een zandplaat.

Toen het tijd was om te vertrekken werd (weer met ongelukkige passagiers zwetend aan de lieren) het anker gelicht en kon de motor ons met veel lawaai vlot trekken.
We waren blij weer voet aan wal te kunnen zetten. Overigens een knap staaltje stuurmanskunst van schipper Ruth: in het donker aanmeren.

Ik heb twee vallende sterren gezien.

 

Zeilen op een mooie klipper als je daarvoor gekozen hebt (overdag):    8

Zeilen als tweederangs passagier als je eigenlijk voor vallende sterren komt (’s nachts):      4

http://www.willemjacob.nl/nl/het_schip/

 

Terschelling, tot volgend jaar!

Terschelling bijgehouden I

Bom

We zitten voor onze caravan, een wonderlijk fluitend geluid trekt de aandacht. Twee campinggasten doen een spel: ze werpen elkaar een voorwerp toe, dat gevangen moet worden. Tijdens de vlucht maakt dit ding een raar fluitend geluid.
Ik ontdek dat het plastic speelgoed in de vorm van een vliegtuigbom is. Het geluid is een imitatie van wat je hoort als een echte bom uit het vliegtuig valt.

Op internet blijkt dat het hier gaat om een werpraket die je voor 1,99 kunt kopen.

Hebben de bedenkers van dit leuke speelgoed zo weinig verstand van zaken dat ze er een verkeerde naam aan geven (een bom is heel wat anders dan een raket)? Of proberen ze te verdoezelen dat het hier om uiterst smakeloos speeltuig gaat?
En hoe zit het met degene die zoiets koopt? (“Wat een grappig ding! Een leuk cadeautje voor de jarige!”)

Uitgebreide omschrijving
Buiten spelen is nog nooit zo gezellig geweest als met deze werpraket. Leuk om mee te spelen in de tuin, op het veld of strand. Gooi deze raketvormige bal zo ver mogelijk en de bal maakt een fluitend geluid tijdens zijn vlucht. De werpraket is gemaakt van foam en is veilig om mee te spelen.

Het moet voor de talloze kinderen die in oorlogsgebieden wonen, die dagelijks het risico lopen een echte bom op hun hoofd te krijgen een geweldige geruststelling zijn dat hun leeftijdgenootjes elders veilig kunnen spelen.

Het zeegat uit

We maken een vaartocht met reddingboot de Brandaris. Dit schip volgde in 1923 de Brandaris I op, die met man en muis was vergaan. Tot 1960 redde dit schip 525 schipbreukelingen. Toen werd het vervangen door een moderne, zelfrichtende boot.

De Brandaris is helemaal gerestaureerd en in de oude staat teruggebracht. De schipper vertelt ons dat schipbreukelingen zonder omhaal via een rond luik in een kleine ruimte werden gedirigeerd, waar ze de rest van de reis in moesten blijven. Er was wat water en wat scheepsbeschuit, er is inmiddels ook een toilet, ik weet niet hoe lang dat er al in zit. Ik probeer me er een voorstelling van te maken hoe dat geweest moet zijn: bang, nat en met vele lotgenoten op elkaar gepakt, terwijl de boot stampte en schudde. Misschien waren er wel een paar zeeziek.
Maar ja, je mocht niet klagen: het vege lijf was gered….

Ik zie een boot varen waarmee hoogstwaarschijnlijk gevist wordt en stel een geïnteresseerde vraag: “Waar vist dat schip op?” Het is de bedoeling dat de schipper hieruit kan opmaken dat zijn passagiers niet allemaal domme landrotten zijn. Ik zou op elk antwoord wijs hebben geknikt, hiermee maskerend dat ik de ene vis niet van de andere weet te onderscheiden. Ik ken alleen de visstick en het lekkerbekje.
Het antwoord is Terschellings ontnuchterend: “Op alles wat in het net komt”.

Ik mag een tijdje sturen. Uit de tijd dat men mij probeerde te leren zeilen weet ik nog dat je de helmstok naar rechts moest bewegen als je wilde dat de boot naar links ging en omgekeerd. De Brandaris heeft echter een stuurwiel en dat werkt net als bij een auto. Het duurde even voor ik dat door had, het scheelde niet veel of we hadden de kust van Terschelling ineens aan stuurboord in plaats van bakboord gehad.
Ik probeer uit alle macht precies op de boei aan te varen die mij is aangewezen en richt de punt van de boeg die kant op. Maar de boot wil steeds een andere kant op en als ik corrigeer schiet de boeg weer veel te ver door.
De andere opvarenden hebben niks door en denken dat ik een ervaren zeebonk ben.
Ik ben blij dat ik in het zicht van de haven het roer weer over kan dragen aan de schipper, want aanmeren lijkt me helemaal een onmogelijke opgave gezien het feit dat er op boten, zoals bekend, geen rem zit…

 

 

 

10 million bicycles

We kochten onze mooie nieuwe e-bikes bij Fietsenwinkel.nl, via internet dus.
Mijn voornemen was wel degelijk geweest ze bij een lokale fietsenboer te kopen, want ik vind het altijd prettig naar de plek van aankoop terug te kunnen keren als iets niet in orde is. Met internet is het altijd afwachten hoe men na de transactie verder met jou als klant omgaat.
Maar de communicatie met onze plaatselijke fietsenmaker via email verliep moeizaam ( hij kan waarschijnlijk beter bandenplakken dan email beantwoorden) en het prijsverschil was wel erg groot: 500 euro.

Je krijgt een heel aardige verkoopster aan de lijn die je enthousiast te woord staat en alles voor je regelt. Ze borrelt over van enthousiasme.
Als het geld eenmaal overgemaakt is verloopt het contact wat moeizamer: de beloofde levertijd wordt niet helemaal gehaald en het blijkt heel moeilijk mijn naam correct vermeld te krijgen in het computersysteem. (Ik kreeg vandaag nog een enthousiaste mail gericht aan de heer Albert).
De fietsen worden dan toch geleverd, al is dat om kwart over vijf (in plaats van tussen 11 en 2). De bezorger (die de fietsen “rijklaar” moet afleveren) blijkt weinig met fietsen op te hebben. Hij draait de pedalen erop en trekt het stuur om en scheurt dan weg, na een foto van mij met de fietsen gemaakt te hebben. De foto is vast niet bedoeld voor Instagram, maar zal eerder hard bewijs zijn in geval ik zou willen aanvoeren de fietsen in het geheel niet ontvangen te hebben. (Zijn er zulke mensen? Kennelijk wel.)

Na enkele kilometers blijkt er bij beide fietsen een bobbel in het achterwiel te zitten. Als ik mijn klacht verwoord bij Fietsenwinkel.nl (“Het is net of ik op een kameel zit”) krijg ik aanvankelijk als reactie dat dit mooi uitkomt, met dit warme weer.
Maar na heel wat soebatten mogen we onze fietsen wegbrengen naar een winkel die bij Fietsenwinkel.nl is aangesloten. Niet echt dichtbij, maar de haal-en breng-service die onderdeel uitmaakte van het totaalpakket dat ik tegen forse betaling aangeschaft had (om mij tegen elk risico en onheil in te dekken) zou pas over tien werkdagen kunnen plaatsvinden. En dan zouden we al hoog en breed op Terschelling zitten.
De fietsenmaker constateerde dat beide achterbanden niet goed waren en vertelde ons dat we nieuwe nodig hadden. Gelukkig viel dit onder de garantie.
Hij vertelde ons ook dat hij vaak constateerde dat nieuwe fietsen die via internet waren aangeschaft slecht werden afgeleverd. “Het zou me niet verbazen als jullie sturen niet goed vastgezet zijn”. Hij controleerde het en bleek gelijk te hebben. Hij wees er ook op dat de beschermende folie nog op de fietsen zat. “Als wij een nieuwe fiets leveren kijken we alles na en zetten alles vast”.

Vurige kolen op ons hoofd. We hadden de plaatselijke middenstand nooit mogen verloochenen.

Op onze vakantiebestemming bleef mijn stuur speling vertonen, ondanks het feit dat ik alles vastgezet had wat ik aan kon draaien. Ik had er geen zin in een smak te maken met mijn mooie nieuwe fiets, dus belde ik het hulpnummer. Men had mij verteld dat reparaties pertinent via Fietsenwinkel.nl geregeld moesten worden, omdat anders de garantie vervallen zou.
Contact vanaf Terschelling bleek een moeizame aangelegenheid. Ik stelde mij de situatie voor op het Amsterdamse hoofdkwartier: vijf telefonische medewerkers hielden zich bezig met de verkoop van nieuwe fietsen, de zesde was verantwoordelijk voor de telefoontjes met verzoeken om hulp en zat haar nagels te vijlen. Ze draaide een bandje met het toepasselijke muziekje “ten million bycicles in Bejing”, af en toe onderbroken door de vraag om nog even geduld te hebben en de mededeling dat de wachtenden de vierde waren in de wachtrij.

Toen ik na vierentwintig keer het liedje inmiddels uit mijn hoofd kende werd ik eindelijk geholpen. Ik mocht mijn fiets naar een plaatselijke fietshandel brengen. Hier verhielp men mijn probleem binnen vijf minuten.

Onze e-bikes zijn fantastisch. Het is een feest om over Terschelling te fietsen. Waar we vroeger nog wel eens klaagden over hellinkjes en wind tegen, fietsen we nu vrolijk zoemend iedereen voorbij.

Fietsenwinkel.nl                            5
Sparta e-bike                                  9
Ten million bicycles in Bejing      1

Dinges

De conversaties van 60-plussers worden vaak gekenmerkt doordat ze vastlopen. Een van de deelnemers heeft een interessant stukje informatie, maar kan jammer genoeg niet volledig zijn: er is hem het een en ander ontschoten.
“Ik heb daar een fantastisch boek over gelezen. Het speelde in Italië, of in ieder geval in een warm land. Ik las het vorig jaar in de zomer (of was het twee jaar geleden?), tijdens de vakantie. Of waren we al weer terug? De hoofdpersoon had een steeds verergerende vorm van digestie, dat heet toch zo? Je weet wel wat ik bedoel, als je geheugen steeds slechter wordt. Z’n familie had het er erg moeilijk mee. Ik kan even niet op de naam van de schrijver komen, maar het was een prachtig boek!”

Op zich is het niet zo’n probleem, het kan ook best gezellig zijn als je niet altijd even accuraat bent, maar er doet zich in menige situatie inmiddels een nieuw fenomeen voor: men grijpt naar tablet of mobieltje en gaat opzoeken wat even niet paraat was.
De opzoeker onderbreekt na vijf minuten het gesprek, dat inmiddels over iets heel anders gaat, en produceert triomfantelijk het opgedolven stukje informatie. De andere aanwezigen kijken even glazig, niet begrijpend waar de spreker het over heeft, en geven een lauw knikje: ze zijn helemaal niet meer geïnteresseerd in dit onderwerp, ze hebben het inmiddels over een geweldige acteur, je weet wel, die ook in die andere mooie oorlogsfilm speelde.
De persoon die de laatste minuten druk bezig is geweest met zijn telefoon is de draad van het gesprek volledig kwijt en moet door de anderen worden bijgepraat. De aan het internet ontworstelde informatie is al snel weer door iedereen vergeten.

Het kan ook anders

Als je bij Formerum naar strandpaviljoen de Zandezeebar gaat, zie je bij de ingang een bord waarop staat dat dit een internetloos terras is. Klanten wordt verzocht hun telefoons en tablets in de tas te laten. “Lees een mooi boek of ga een gesprek aan met je buurman”.
We hebben in het uur dat we er zaten inderdaad geen enkele gsm gezien en ik heb enkele leuke kwinkslagen uitgewisseld met mijn buurman. Fantastisch!
Jammer dat de muziek teringhard stond.

Stoelgang

Het toiletgebouw wordt gelukkig heel vaak schoongemaakt. Met ingang van dit jaar hoef je niet meer met een rol wc-papier over de camping te lopen, in elk toilet hangt nu een heel grote rol.
Het blijft natuurlijk lastig de natuur haar loop te laten nemen als links en rechts van je wildvreemden zitten die om dezelfde reden hun tent hebben verlaten.
Sommigen van hen verkeren kennelijk in de veronderstelling dat de flinterdunne muurtjes die de toiletten van elkaar scheiden geen geluid doorlaten. Het kan ook zijn dat ze er van uit gaan dat de geluiden die ze produceren behoren bij de ruimte waarin we ons allen bevinden. Of het kan ze gewoon niks kan schelen als anderen ze kunnen horen.
Om voor ons volstrekt begrijpelijke redenen maken we geen gebruik van het piepkleine toiletje waarmee onze caravan is uitgerust.  Ik hoef hierdoor dus niet zoals anderen regelmatig over de camping te lopen met de container waarin  de oogst is opgespaard.
Maar het betekent wel dat ik gebruik moet maken van het toiletgebouw en daarbij dus blootgesteld kan worden aan de daar heersende condities, die (zoals bekend) bij veel beschaafde mensen leiden tot ernstige obstipatie.
Om dit te voorkomen kies ik listig een rustig tijdstip en een hokje dat die dag nog door niemand gebruikt is. Ik neem een puzzelboekje mee en wacht rustig op de dingen die komen gaan.

Het helpt dan niet als de campingbaas uitgerekend dat moment uitzoekt om tot herstelwerkzaamheden aan het dak over te gaan. Ik hoor lawaai, en kijk door het dakraam in de ogen van de man bij wie ik daags tevoren de kosten van ons verblijf voldaan heb. Terstond ben ik geconstipeerd tot aan mijn slokdarm
Als we elkaar weer tegenkomen groeten we natuurlijk hartelijk, net alsof hij mij niet van bovenaf heeft gadegeslagen in een tamelijk ontluisterende privépose; maar ik weet wel zeker dat ik een bijdrage geleverd heb aan de sterke verhalen over malle badgasten die hij ’s winters aan zijn Terschellinger kameraden vertelt als de koude wind over het verlaten eiland giert en alle toeristen terug zijn naar hun eigen huis. Met hun eigen toilet.

Glas in lood!

In Hoorn bevindt zich het atelier van Henny Terpstra. Ze maakt glas-in-loodramen en geeft ook workshops.

Je maakt je eigen raampje: je leert hoe je glas op maat moet snijden, hoe je de stukken in het lood bevestigt en ten slotte alles afsoldeert.
Je gaat naar huis met je eigen werkstuk, een prachtig aandenken.

http://www.glasgoed.nl/Atelier_GlasGoed/welkom.html

Greet heeft het linker raampje gemaakt, ik het rechter.

Frodo leeft!

Op de hoek van het campingterrein staat een caravan met de rug naar de andere kampeerders. De bewoners ervan kijken uit over het aangrenzende maaiveld.
Hier wordt een ongeschreven campingwet overtreden. De deurzijde behoort aan de kant van het veld te zijn, je moet groeten als je langskomt (het hoeft de tweede keer niet meer) en af en toe een praatje maken. (Als je slecht bent in small talk, zoals ik, kan je altijd over de hond beginnen. Je kunt vragen hoe vaak het beest eigenlijk schijt per dag, maar dat zal niet in goede aarde vallen. Beter is het te vragen om welk merk het gaat. Het duurt altijd even voor men je begrijpt, maar dan vinden ze het heel grappig).
Je mag ook een beetje plagen (om 11 uur ’s ochtends triomfantelijk “Goedemiddag!” tegen je zeggen als je net uit bed komt) of een grappige opmerking plaatsen, bijvoorbeeld suggereren dat je buurman maar wat graag met jouw vrouw zijn tent in zou duiken. Daar moet iedereen dan hartelijk om lachen.
Niet alleen staat de caravan verkeerd, de bewoners kijken star voor zich uit als ze zich naar het toiletgebouw begeven en zijn totaal niet interactief.

We weten alles van het oudere echtpaar dat de caravan bewoont en zo flagrant de regels overtreedt. De man is gepensioneerd patholoog-anatoom, zijn vrouw heeft nooit een dag in haar leven gewerkt. Ze wonen in Aerdenhout en hebben drie kinderen, die ook arts zijn.
We hebben onze kennis opgedaan door de beschikbare informatie zorgvuldig te analyseren, te combineren en te deduceren. Uiteraard speculeren we ook.
Zo levert het feit dat de man zich graag in badjas naar het wasgebouw  begeeft en zich daar nat scheert alsmede zijn gewoonte een Sherlock-Holmes hoedje te dragen onschatbare informatie op waaruit veel is af te leiden.
We weten nog van vorig jaar dat de bejaarde lijkenvorser en zijn vrouw  in het bezit zijn van een vrolijke bruine hond, die heel parmantig stappen kan. Hij heet Frodo, is van een heel duur ras en moet wel over een lange stamboom beschikken. Zoals bekend heeft de hond geen inspraak in wie zijn baasje wordt.
De schrik sloeg ons om het hart toen wij de eerste dag het hondje niet ontwaarden. Het zou toch niet dood zijn?
Maar gelukkig duurde het niet lang voor we hem met zijn pappa en mamma over de camping zagen lopen. Frodo leeft!

(Dit is Frodo niet, maar hij lijkt er wel op).

Intelligentsia

Ik ga douchen. Ik kies van het rijtje de meest rechtse cabine. De twee hokjes naast het mijne worden in beslag genomen door het echtpaar Einstein. Als ik mijn shampoofles laat vallen schreeuwt de vrouw verschrikt: “Wat gebeurt er?” Ze lijkt zich er niet bewust van te zijn dat andere campinggasten ook gebruik kunnen maken van de faciliteiten. Haar man antwoordt paniekerig dat hij het niet weet.
Dan stopt het warme water van haar douche.  Het koude stroomt onverminderd door. Ze gilt het uit van schrik en vertelt haar echtgenoot dat het water ineens koud is. “Daar heb ik geen last van”, zegt die triomfantelijk, tot ook bij hem het warme water op is. Je krijgt maar 5 minuten voor een euro. Nu is het zijn beurt om te schreeuwen. “Ik heb me verdomme net ingezeept!” Ik werp mijn euro in de gleuf en het water begint te stromen. Weer schrikt de vrouw en roept naar haar man: “Wat doe je nou, er stroomt allemaal water naar binnen”, zich niet realiserend dat het water van rechts komt, waar haar man niet staat.
Als ik klaar ben stap ik uit mijn hokje, de deuren van de hokjes naast me zijn nog dicht. Het echtpaar is waarschijnlijk nog bezig met probleemanalyse.

Wordt vervolgd.

 

Wordt Terschelling bedreigd?

Mijn zwager gaf me een knipsel uit het NRC.
Bederf het geheim van Terschelling niet verder, zegt de kop.

De schrijver vraagt zich af waarom hij zich iedere keer aan het eind van zijn verblijf op het eiland akelig voelt, terwijl hij er toch al jaren komt.

Terschelling is een plaats waar je een sterke band mee opbouwt, hij gebruikt de term Genius Loci: een plek, waar bepaalde indrukken bij elkaar komen die je een geluksgevoel geven.

Hij vraagt zich af wat Terschelling zo speciaal maakt, maar komt niet verder dan twee wat magere voorbeelden: het Terschellinger vlaggetje voor intimi en de heersende fietscodes, die al snel door nieuwkomers worden overgenomen.

Hij maakt een vergelijking met Amsterdam: ook daar dreigt de populariteit zichzelf te verstikken. De Sense of Place erodeert door de almaar groeiende vraag naar gastvrijheid.

In Amsterdam hebt je het Airbnb-probleem, op Terschelling de niet te stoppen beleggingsdrift in toeristenaccomodatie.

De authenticiteit slijt en wordt voelbaar. Dit is naar het lijkt slecht herstelbaar.

Doeksen (naamgenoot en vast familie van de reder die de veerboten exploiteert en hierop het monopolie heeft) besluit met een oproep om te stoppen met verdere kustbebouwing.

Ik ben ook een enthousiast bezoeker van dit mooie eiland, maar voel me meestal niet akelig als ik het verlaat: een paar weken is geweldig, thuis wacht een comfortabel huis met weer andere voordelen en geneugten. Ik voel, net als hij, een sterke band met dit stukje Friesland maar weet evenmin wat Terschelling zo bijzonder maakt.

Is het de ruimte (de stranden zijn zo breed dat heel Nederland en Duitsland er zou kunnen liggen), zijn het de fietspaden, de afwisselende natuur, de aardige behulpzame mensen die ervan doordrongen zijn dat toeristen de voornaamste inkomensbron zijn?

Of is het het rustige levensritme (de boot is net weg, maar over een paar uur gaat er weer een) en het bijna altijd mooie weer?

Ik ben verbaasd over zijn vergelijking met Amsterdam. Daar is het inderdaad niet echt leuk meer. Het geratel van de rolkoffertjes overstemt de draaiorgels en je kunt geen vijf stappen doen zonder tegen een verdwaasde toerist aan te lopen.

Voor zover ik weet is er met Terschelling niets mis. Er is hier en daar wat nieuwe bebouwing, maar dat zijn vooral gezinswoningen voor kinderen van Terschellingers.

Ik ken twee of drie nieuwbouwlocaties waar toeristenaccomodatie is verrezen, maar die storen me niet echt. Voor zover ik weet wordt de kust onberoerd gelaten, ik weet ook niet of hij de waddenkant bedoelt of de Noordzeekust.

Het enige echt lelijke toeristenoord dat ik ken is Hotel Paal 8, maar dat staat er al jaren. De welstandcommissie zat waarschijnlijk te slapen toen de plannen voor dit nepfuturistische onding werden ingediend.

Verder is er al jarenlang controverse rondom een terrein naast café de Walvis in West. Hier heeft vroeger een fabriekje gestaan en men overweegt nu hoogbouw van drie verdiepingen. Dat zou detoneren bij de rest van de verbouwing, dus er wordt fel tegen geprotesteerd. Ik ga over een paar weken kijken hoe de stand van zaken is.

Als we praten met lokale bewoners (dat doen we als we met hen bridgen) hoor je klachten over de problemen die jonge Terschellingers hebben met het vinden van een huis, over mogelijke gaswinning en de problematiek rond de erfpacht.
Ze vertellen dat het heel moeilijk is om toestemming te krijgen voor het bouwen van een (vakantie)huis en dat alles heel erg duur is.
Ik heb ze nooit gehoord over de beleggingsdrift in toeristenaccomodatie en te veel kustbebouwing.

Het doet me deugd dat de schrijver opkomt voor de belangen van mijn favoriete vakantiebestemming, maar ik herken er niet veel van.

En ik zal bij de VVV eens informeren over die fietscodes, want ik heb al die tijd rondgefietst zonder ze te kennen.

Deze foto vergezelde het artikel in de NRC. (Wij weten natuurlijk precies waar dit is).