Amerikaans botenbouwen en Folk muziek maken

Ik kwam op internet twee jonge Amerikaanse stelletjes tegen, die ieder op hun eigen wijze indruk maken.

Het eerste paar bestaat uit Garrett en Ruth Jolly. Zij zijn inmiddels al vier jaar bezig met het bouwen van een houten zeilboot van 10 meter lang. Ze begonnen in Washington en toen de romp klaar was verplaatsten ze het project naar San Francisco.

Ze houden een blog bij van hun vorderingen.

De tewaterlating heeft inmiddels plaats gehad, op dit moment zijn ze bezig met de motor.

Ze werken heel hard en leven van bijdragen van mensen die hun project steunen.

Voor deze twintigers is het bouwen van de Rediviva hun levensdoel, ze zijn van plan de wereld rond te zeilen als hun schip klaar is.

Ik vind het fascinerend om te zien hoe ze alle problemen bij de kop pakken en mee te maken dat het project langzaam haar einde nadert.

 

Mandolin Orange is de naam van een Amerikaans Folk duo, dat bestaat uit singer/songwriter Andrew Marlin en Emily Frantz. Hij speelt gitaar en banjo, maar voornamelijk de mandoline. Zij speelt viool en gitaar.

Ik vind hun muziek heerlijk om naar te luisteren, meestal zingt Andrew de lead en vlecht Emily hier een prachtige tweede stem omheen.

Ze zijn nog niet zo groot en beroemd en heerlijk bescheiden en onbevangen.

Je ziet hoe ze in de studio aan het werk zijn en tijdens optredens, waarvan sommige door het Amerikaanse boerenpummelpubliek niet echt gewaardeerd worden.

Het is heerlijk om naar beide stellen te kijken (Mandolin Orange is inmiddels ook getrouwd en heeft een kind). Vooral de vrouwen zijn ontzettend lief en charmant.

De mannen zijn echte Amerikanen: zeker van zichzelf en een tikje bazig.

Links:

Homepagina van de bouw van Redidiva

De video’s van dit project

Homepage Mandolin Orange

Mijn favoriete clip

En een filmpje waarin Mandolin Orange zingt over the pretty fair maid that was in her garden. Tijdens dat nummer krijgt een echte fair maiden een huwelijksaanzoek…..
Ik moet niks hebben van die rare gewoonten van mannen om en plein public te knielen voor een vrouw om haar ten huwelijk te vragen maar voor dit geval wil ik een uitzondering maken.

 

 

 

Ja zuster

Schatgraven

Binnenkort zal er weer een doos bezorgd worden vol postzegels uit de hele wereld.

Ik heb hem via Marktplaats gekocht, als hij binnen is begint het grote schatgraven: een voor een bekijk ik de zegels en bij de meeste zal het oordeel geveld worden: niks.

Heel veel zegels zijn spuuglelijk, andere zijn zo zwaar gestempeld dat je niet eens kan zien wat er op staat.

Maar af en toe zit er een pareltje tussen: eentje die ik nog niet heb, of een mooier exemplaar van een zegel die ik al had.

Het is dus afwachten of ik een goede koop heb gedaan of een teleurstellende…..

 

Ik ben een atypische postzegelverzamelaar. Waar een “echte” filatelist er alles aan doet om zijn verzameling helemaal compleet te krijgen (bijvoorbeeld alles van een land, of alle zegels rond een thema) ben ik alleen geïnteresseerd in het ontwerp.

Ik heb inmiddels een behoorlijk uitgebreide verzameling, met heel veel prachtige zegels.

Van Nederland heb ik wel zo’n beetje alles (tot aan het eurotijdperk), omdat dit nog te overzien is en omdat er heel veel prachtige Nederlandse zegels verschenen zijn. Van andere landen heb ik er soms maar eentje. Maar dan wel een heel mooie!

 

In de komende tijd ga ik er af en toe een aantal laten zien op mijn blog. Iedereen zal dan tot de ontdekking komen: wat zijn het toch juweeltjes!

Ik zoek er steeds een paar bij elkaar, die iets gemeenschappelijks hebben. Ik blijf ver weg van de afgezaagde thema’s (wist je dat je complete pakken kunt kopen met allemaal treinen of schepen?) en zal proberen originele selecties te presenteren.

Marianne

Ik begin met Frankrijk. Heel veel postzegels hebben een afbeelding van Marianne, sinds 1792 Frankrijk’s symbool van de revolutionaire idealen: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.

Toen Napoleon aan de macht was mocht ze niet afgebeeld worden, maar sinds 1944 staat ze op heel veel postzegels.

Haar voornaamste handelsmerk (behalve haar blote borsten, maar die passen niet op een postzegel) is de Frygische muts die ze altijd draagt.

Vanaf de jaren ’70 werden bekende Françaises gebruikt als model (o.a Brigitte Bardot, Mireille Mathieu en Catherine Deneuve).

Ze gaat met haar tijd mee: van enigszins schrikachtig en bescheiden naar zelfbewust en zelfs uitdagend.  Rondom de laatste editie is er een schandaaltje losgebarsten, want hiervoor heeft een lid van Pussy Riot model gestaan…

 

 

 

 

Als ik twee keer met mijn fietsbel bel

In juli 2017 werd ik de trotse eigenaar van een Sparta e-bike. Na wat kinderziekten en aanpassingen fietste ik er met heel veel plezier mee, ik ging er twee keer mee op vakantie en de teller stond op ruim 3000. Mijn vrouw had er net zo een.

Twee weken geleden werd hij op een avond gestolen. Hij stond bij het Denksportcentrum in Almere met een kabel vast aan het fietsrek. De kabel werd doorgeknipt en de fiets werd waarschijnlijk in een busje geladen.

Met de fiets was ik ook twee fietstassen kwijt, het kabelslot, een paar handschoenen en nog wat dingetjes die in de fietstas hadden gezeten.

Fietsdiefstal komt in Nederland zo vaak voor dat er een geolied mechanisme in werking gesteld kan worden: kennisgeven van de diefstal, aangifte doen en een nieuwe bestellen. De verzekering dekt het grootste deel van de kosten.

Binnen twee weken reed ik alweer op mijn nieuwe fiets. Dat is natuurlijk heel snel geregeld allemaal, maar er zijn wel wat puntjes:

  • Ik kwam erachter dat de verzekering die ik bij de ANWB afgesloten had in natura uitkeert. Je krijgt geen geld voor de verloren fiets, maar moet een nieuwe bestellen bij de winkel waar je ook je vorige had gekocht.
  • Nu had ik besloten dat ik geen fiets meer wilde betrekken van Fietsenwinkel.nl. De reden is, dat deze winkel te groot is en dat ze eerder fietsmakelaar dan              -handelaar zijn. Ik had niet zulke goede ervaringen en had me voorgenomen klant te worden van de plaatselijke fietswinkel.
  • Dat ging nu niet door, ik moest mijn nieuwe fiets weer bij Fietsenwinkel.nl kopen, als ik een goedkoper model zou uitzoeken zou ik het verschil in prijs met de oude niet terugkrijgen.
  • Vanwege mijn goede ervaringen met Sparta wilde ik er weer net zo één, maar dat was niet mogelijk: ze hebben dit merk niet meer in hun assortiment.
  • Uiteindelijk koos ik voor een Brinckers, een Nederlands fabricaat met goede recensies.
  • Het moest wel een damesmodel worden, want er was een lange levertijd voor een herenfiets. Ik vond dat niet zo erg, mijn ego kan wel een stootje hebben.
  • Aangifte doen kan tegenwoordig via internet, maar dan moet je wel digiD met bevestiging via een app op je smartphone. Die had ik niet, dus die moest worden aangevraagd. Door middel van een brief zou ik hiervoor de benodigde toegangscodes krijgen.
  • Toen ik om tijd te winnen probeerde “gewoon” aangifte te doen bleek dat je daarvoor telefonisch een afspraak moet maken en dat er dan na een week een plekje voor je zou zijn.

De verzekering kwam snel af en werd meteen overgesloten voor mijn nieuwe fiets. Kan die ook weer gestolen worden. Ik ga met deze fiets echter wel als mevrouw Minnema door het leven (moet je als Man ook maar niet op een damesfiets rijden).

Mijn echtgenote gaf me een prachtige set nieuwe fietstassen en een kettingslot cadeau.

De fiets rijdt lekker, nu maar hopen dat ik er langer van kan genieten dan van mijn Sparta.

Wat gebeurt er met de krant?

Wie ervan houdt uitgebreid met de krant opengeslagen aan de eettafel te zitten, om systematisch het nieuws door te nemen onder het genot van een kop koffie moet op zijn tellen passen.

De krant in papieren vorm heeft zijn langste tijd gehad.

We zagen natuurlijk allang dat er steeds meer aandacht uitgaat naar de digitale editie. Steeds vaker wordt daarnaar verwezen en je krijgt de indruk dat je een beetje achterloopt als je je nieuwsgaring beperkt tot de papieren uitgave.

De recentste aanwijzing is het aanbod van de Volkskrant voor de vakantieperiode, waarin je ver van huis bent. We waren eraan gewend dat de krant kon worden doorgestuurd naar je vakantieadres, maar dat aanbod is er niet meer. Je kunt de bezorging voor een tijdje laten stoppen of de krant bij vrienden laten bezorgen. Jij zelf moet dan in den vreemde gebruik maken van je tablet.

Ik heb er een hekel aan teksten vanaf een beeldscherm te lezen: je hebt geen overzicht van begin en eind, je kunt niet controleren of je alles hebt gehad en raakt af en toe de weg kwijt.

Daar komt nog bij dat ik niet van swipen houd. Soms gebeurt er niets als ik het doe, op een ander moment vliegen er ineens drie pagina’s door het beeld. Er is hier sprake van een voor de mens onnatuurlijke bezigheid.

Enige tijd geleden lag onze krant ’s morgens niet op de deurmat. Telefonische navraag leerde dat er een grote technische storing was, en dat de krant later bezorgd zou worden.
Ik vond dit volstrekt geen probleem: ik vind het een wonder dat het zo vaak goed gaat, dus heb er alle begrip voor als het een keertje misgaat.

We hebben hem echter nooit ontvangen, men ging ervan uit dat je je wel behelpen kon met de digitale versie.

Aangezien ik dat een verkeerd uitgangspunt vind en omdat er in de volgende dagen geen woord gewijd werd aan de niet verschenen krant besloot ik een mailtje te sturen aan de hoofdredacteur, Philippe Remarque.

Geachte heer Remarque

Het was een verrassing toen ik afgelopen maandag geen krant op de deurmat vond. 
Na een telefoontje kwam ik erachter dat er een grote storing in de drukkerij was geweest en dat de krant later bezorgd zou worden.
Ik had hier alle begrip voor: het is een wonder dat het niet vaker gebeurt! De krant later lezen, of zelfs de volgende dag, is ook geen probleem. Dat doe ik ook als ik op vakantie ben.
De krant is echter niet meer gekomen, via internet begreep ik dat we in de plaats daarvan gratis de digitale versie ter beschikking hadden.
Tevergeefs wachtte ik de dagen erna op een verklaring. Geen woord!

Met het digitale aanbod is het alsof je een lekkere maaltijd bestelt en dan een tube ruimtevaartvoedsel krijgt voorgeschoteld. Alle beloofde ingrediënten zitten erin, en het is ook nog eens sneller en efficiënter.

Ik ben al veertig jaar abonnee van de Volkskrant, van een krant dus. Eentje die je op de eettafel kunt uitspreiden, die een prachtig overzicht biedt over wat je lezen wil of al gelezen hebt, en waarbij je niet hoeft te swipen.

Vóór u me wegzet als ouderwetse brombeer, die nog in de kroontjespen gelooft: ik bezit een fantastische computer waar ik heel veel plezier van heb. In mijn studeerkamer, achter mijn bureau. De krant lees ik in de huiskamer, zoals het hoort.

Dat er technische problemen waren vindt u waarschijnlijker nog vervelender dan ik. Het is uw verantwoordelijkheid dat de abonnees hun krant krijgen. 

Dat dit nu een keertje niet gebeurde is natuurlijk helemaal niet erg. Eens in de veertig jaar is een mooi track record. Maar dat er verder geen enkel woord aan besteed wordt baart me zorgen. 
Is het nu al zover dat de traditionele  papieren krant eigenlijk al niet meer meetelt? Moeten we binnenkort allemaal van het scherm gaan lezen?
Dat zou mij uitermate droevig stemmen. De krant is een meneer, en die meneer hoeft nog lang niet dood.

Met vriendelijke groet

Martin Minnema

 

Ik wachtte een week op bericht terug en stuurde toen een reminder.

Hier kreeg ik wel snel antwoord op, zij het niet van de hoofdredacteur zelf, maar van diens assistent.

Geachte heer Minnema,

Hartelijk dank voor uw mail, en excuus voor de late reactie. We hebben hem inderdaad over het hoofd gezien. Philippe Remarque heeft uw mail gelezen, en vanwege zijn volle agenda aan mij gevraagd of ik hem wil beantwoorden. Dat doe ik uiteraard graag.

We hebben de storing in de drukkerij op onze website aangekondigd, en de telefonisten waren inderdaad op de hoogte, maar u heeft er natuurlijk volkomen gelijk in dat er ook een bericht in de papieren krant had moeten staan. Als het nog een keer gebeurt, en dat hopen we uiteraard niet, dan doen we dat zeker weer wel. Onze excuses dat het er dit keer niet in stond.

En wij zijn hier op de Volkskrantredactie allemaal liefhebbers van papier. Het leest fijn, en het heeft nog veel meer voordelen die digitaal niet heeft, zoals inderdaad overzicht. De foto’s komen vaak beter naar voren, en je ziet als lezer ook meteen hoe lang een stuk is.

Alleen zien wij wel dat het aantal lezers dat alleen van papier leest sterk afneemt. De oplage van de krant stijgt, maar dat zijn vooral digitale lezers, waarvan een groot deel de zaterdagkrant dan ook nog wel op papier leest.

Ik denk zelf dat het zo’n vaart niet loopt met het volledig verdwijnen van de papieren krant, maar we moeten als krant wel serieus rekening houden met onze lezers op mobiel, pc en tablet.

Het komt er voor ons op neer dat we het allebei heel goed moeten doen: papier en digitaal. Zelf blijf ik voorlopig ook heerlijk van papier lezen, maar deze tijd vraagt om een nieuw evenwicht.

Met vriendelijke groet,

Melle Drenthe, Assistent hoofdredactie

 

Een sympathiek briefje, maar het neemt mijn zorgen natuurlijk niet weg.

Dat de hoofdredacteur zelf geen tijd voor mij had gehad begreep ik enkele dagen later. Hij was druk geweest met solliciteren.

Ik hoop dat zijn plaatsvervanger zich het lot aantrekt van de trouwe abonnees die verknocht zijn aan hun dagelijkse ritselende ritueel.

 

Onze nieuwe klok

Een tijdje geleden brachten we een bezoek aan museum het Schip in Amsterdam. Dit museum is geheel gewijd aan de Amsterdamse School (en gehuisvest in een oude Amsterdamse school).

We zagen daar veel moois, mijn oog viel daar ook op een  klok in deze stijl.

Ik besloot advies in winnen bij mijn zwager, die expert is op het gebied van oude klokken, (hij heeft er zelf een stuk of tien) en begon rond te kijken op internet.

Op Marktplaats was niet veel te vinden, op Catawiki werd ik soms overboden, andere kandidaten werden afgewezen door mijn adviseur.

 

Toen kwam deze voorbij:

De omschrijving luidde aldus:

Mechanisch – Meerdaags uurwerk – half uur, een gong

Object: Amsterdamse School klok
Materiaal: Hout, Eiken
Uurwerkmechanisme: Mechanisch
Gangreserve: Meerdaags uurwerk
Slag: half uur, een gong
Stijl: Art Deco
Geschatte periode: 20e eeuw
Gedateerd: 1930
Land van herkomst: Nederland
Staat: Goede staat – gebruikt met kleine tekenen van ouderdom en vlekjes
Gewicht: 2 kg
Hoogte: 25 cm
Diepte: 15 cm
Breedte: 40 cm

Amsterdamse School klok, eiken en coromandel fineer.
Klok is in goede staat, mechanisme kan niet worden gecontroleerd aangezien e.e.a. vast zit, teveel opgewonden. Dient nagekeken te worden. Met sleutel.
Alleen ophalen.

 

Op grond van de aanwijzingen van mijn zwager moest ik hier niet verder mee gaan (er moet vooral een alarmbel gaan rinkelen als er staat dat de klok nog moet worden nagekeken).

Maar we vonden hem erg mooi en de prijs was redelijk.

Ik zag kans hem in de wacht te slepen voor €65,- (hier kwam nog 9% veilingkosten bij) en hoopte maar dat de verkoper niet al te ver van mijn woonplaats woonde (de klok werd namelijk niet verstuurd).

Gelukkig viel dit mee: ik moest een ritje maken naar Badhoevedorp.

Nu was het zaak de klok aan de praat te krijgen. Ik probeerde dit natuurlijk niet zelf, een mens moet zijn beperkingen inzien.

Op internet vond ik een klokkenmaker in Almere, een alleraardigste vakman, die alleen wat moeilijk te verstaan was omdat hij in een Arabisch land geboren was en (nog) niet goed Nederlands geleerd had. Als oud- leraar Nederlands als tweede taal had ik hier uiteraard geen moeite mee. Vooral goed op de mimiek letten en af en toe knikken.

Na een week was mijn klok klaar, de reparatie kostte me €55,- (met een jaar garantie).

Hij loopt als een lier, laat elk halfuur een sonore galm horen en op het hele uur evenveel uren als de klok aanwijst.

 

 

 

Twee probleempjes. Hij tikt wel erg hard en nadrukkelijk en: wanneer moet ik hem eigenlijk opwinden?

Over vliegen

Het is een actueel vraagstuk: hoe sta je tegenover reizen per vliegtuig?
We weten inmiddels dat vliegtuigen verantwoordelijk zijn voor een groot gedeelte van de luchtvervuiling.

We weten ook dat kaartjes soms krankzinnig goedkoop zijn en dat dit mogelijk is omdat luchtvaartmaatschappijen geen belasting hoeven te betalen op de kerosine.

Toch zijn heel veel mensen gek op reizen en het vliegtuig biedt natuurlijk geweldige mogelijkheden op dat terrein.

Ik ben inmiddels zo ver, dat ik in ieder geval nooit een belachelijk kort tripje zal maken (weekendje New York) en heel zorgvuldig alternatieven onderzoek: kan ik niet met de trein reizen, of met de boot?

De eerlijkheid gebiedt mij hierbij te vermelden dat ik eigenlijk ook helemaal niet van vliegen houd: er komt erg veel stress bij kijken (mis ik mijn vlucht niet?), je moet vaak heel lang wachten in een uiterst on-inspirerende omgeving en dan zit je vervolgens urenlang verkrampt met wildvreemde mensen in claustrofobische omstandigheden terwijl je met een gruwelijke snelheid door ijskoude lucht voortijlt, vaak boven zeeën waarin je het geen minuut zou uithouden. De motoren moeten het blijven doen, de romp moet intact blijven, en de piloten moeten hun vak beheersen, anders ben je reddeloos verloren.

Geef mij de trein maar.

De Volkskrant plaatste een brief van een mevrouw uit Monnickendam, die van vliegen houdt en vindt dat ze de schade aan het milieu voldoende compenseert met een verstandige levensstijl.

Het mooi Engelse woord smug is volkomen op haar van toepassing. Ze slaapt vast erg goed ’s nachts en is heel tevreden met de briljante wijze waarop ze mileuzeveraars op hun plaats gezet heeft.

Mij ontlokte dit domme epistel niet meer dan een diepe zucht, een andere lezer zag kans haar prachtig ironisch van een weerwoord te voorzien. Hulde, Frank Olthuis!

Het Grote Spoorboek

Als groot treinen-liefhebber leek het me wel wat toen Spoor, het magazine dat NS uitbrengt, 15 euro korting bood op de aanschaf van Het Grote Spoorboek.

Ik zou alles te weten komen over mens en materieel, stations, personeel en reizigers (voor zover dat niet al onder “mensen” was behandeld), goederen en veiligheid.

De post bracht een zwaar pakket, het Grote Spoorboek was inderdaad groot. En zwaar.
Inhoudelijk heeft het boek minder gewicht.

Dit is hoe het boek tot stand moet zijn gekomen.
Het spoor bestaat 175 jaar en men steekt de koppen bij elkaar om na te denken over hoe dit gevierd moet worden.
Het gesprek wordt gedomineerd door enkele spoorfanaten, die vreselijk veel weten van treinen.
Als iemand voorstelt een speciaal boek uit te geven zijn ze natuurlijk van harte bereid de tekst te verzorgen. Voor foto’s kunnen ze terecht bij het Spoorwegmuseum, dat heeft er tienduizenden in het archief zitten.
De PR-mensen van NS kijken een beetje zuinig: als je deze enthousiastelingen hun gang laat gaan wordt het een compleet ontoegankelijk boek vol jargon en stoomtrein-nostalgie.
Dan suggereert iemand eens te kijken naar het succes van enkele grote fotoboeken  die de afgelopen jaren het licht hebben gezien. Hierin staan talloze foto’s uit de jaren zestig en zeventig en de mensen vreten het op. Vertederd  wijzen ze elkaar op de ouderwetse interieurs en de gedateerde kleding en vertellen elkaar dat ze nog precies weten hoe alles er toen aan toe ging. Dat alles vroeger veel beter was.
Als we nu eens een groot Spoorboek maken vol met foto’s, allemaal voorzien van onderschrift? Een fijn plan, waar niemand zich een buil aan zal vallen. “Maar het moet wel leesbaar blijven! Niet teveel vaktermen, want het boek wordt niet alleen door hobbyisten gekocht!”, bezweert de bezorgde PR-man.

De heren Veenendaal, Zeilstra en de Bruijn duiken het archief in, zoeken de mooiste foto’s bij elkaar en rangschikken ze thematisch (Spoor en tijd, spoor en stations, werken bij het spoor). Ze duiden locomotieven aan met een nummer (“een net geklede jongeman, die in een keurig colbertje en een nette broek met een simpele camera een 1300 fotografeert op Amsterdam Bovendok”) en een vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord (“na jarenlange trouwe dienst wordt ze afgedankt”) en gaan ervan uit dat wij weten dat een bak een wagon is. Verder houden ze zich keurig in.

Ze letten er heel goed op dat het boek licht verteerbaar blijft.
Ze vragen onze aandacht voor sanseveria’s en narcissen in werkruimtes, de parasol van de keurige reizigster die goed van pas kan komen op een zonnige dag en de vlekkeloze uitmonstering van een amateurfotograaf.

Wie, zoals ik, gehoopt had heel wat te weten te komen over de achtergronden van het treinverkeer, graag wat interessante technische uitleg had gehad en antwoorden hoopte te vinden op prangende vragen, zoals: waarom staan alle treinen in Nederland stil als er een vlokje sneeuw valt? komt bedrogen uit.

Het boek past inderdaad naadloos in de serie Grote Boeken en zal een plekje vinden in mijn boekenkast.
Het zal misschien nog één keer opengeslagen worden door mijn erfgenamen, als ze zuchtend het huis moeten ontruimen.

Ik zal het niet herlezen, daarvoor is het te licht.

Het Grote Spoorboek:         5

 

Vooruit, één nostalgisch plaatje dan. Men begrijpt dat ik dit moet zijn geweest.

De uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen 2019

De voorlopige uitslag van de statenverkiezingen voor de provincie Flevoland is bekend. De opkomst was 53,5%.

Partij Zetels Was
Forum 8 0
VVD 6 7
PVV 4 6
Groen Links 4 2
CDA 4 5
PvdA 3 3
CU 3 3
SP 2 5
50plus 2 2
D66 2 4
Pvd Dieren 2 2
SGP 1 2
Denk 0 0
Respect! 0 0
Jezus Leeft 0 0
OPA 0 1
  41  

De officiële uitslag volgt maandag 25 maart, de kans bestaat dat er een restzetel niet naar het CDA maar naar Denk zal gaan.

Op de sites van de gemeenten kan je de processen verbaal lezen, die zijn uitgebracht door de voorzitters van de stembureaus.

Je kunt daarin zien hoeveel voorkeursstemmen er zijn uitgebracht.

Dit zijn de aantallen stemmen die op mij zijn uitgebracht:

Lelystad 4
Almere 84
Dronten 5
NOP 3
Urk 0
Zeewolde 1
  97

 

Ik vind het een prachtige score en ben er trots op dat zoveel mensen erop vertrouwden dat ik hun belangen goed behartigd zou hebben. Mijn hartelijke dank!

Dat een aantal mensen in Dronten op mij gestemd hebben verbaast me niet zo: ik heb er vrienden wonen. Maar voor zover ik weet ken ik niemand in de andere gemeenten, dus ik ben heel benieuwd wie dat zijn geweest. Het stemgeheim verhindert terecht dat ik daar ooit achter zal komen. Maar toch heel erg bedankt!

Collega Hicham Ismaili Alaoui die (zijn naam verraadt het enigszins) Marokkaanse wortels heeft is als vierde gekozen. Tot zijn eigen verbazing kreeg hij in Urk 1 voorkeurstem.
Hij is meteen afgereisd naar deze vissersplaats en werkt mee aan een artikel dat binnenkort in de krant verschijnt.

(Voorste rij van rechts naar links: Hicham, Corina, Martin, Bas, Steven, Sadhana en Iris. Bas, Corina, Steven en Hicham komen in de Staten)

Donderdagavond worden mijn collega’s geïnstalleerd, ik ben daar natuurlijk bij.

Ik wens ze veel succes in de komende zittingsperiode.

 

 

 

Niet meer op weg naar de Staten

Post van de griffie van Provinciale Staten Flevoland:

Uitslagenavond!

U bent van harte uitgenodigd voor de uitslagenavond van de Provinciale Statenverkiezingen op woensdag 20 maart, vanaf 20:30 uur tot laat in het Provinciehuis.

Omroep Flevoland bouwt in het provinciehuis een studio en doet vanaf 22.00 uur live verslag van de verkiezingen. Van 20:30 – 22:00 uur treedt Jan Terlouw jr. op. Jan zingt en speelt piano.
We verwachten de eerste uitslagen rond 23:00 uur en de voorlopige uitslagen van de hele provincie rond middernacht. Op deze avond kunt u napraten over de campagne en de verkiezingsdag en vooruitblikken op de uitslagen. Er zijn meerdere schermen aanwezig waarop u de nieuwsberichten kunt volgen. We hopen u hier te ontmoeten!

 

Het was een wonderlijke avond. Omdat ik de laatste trein moest halen vertrok ik om 12 uur, er was toen nog geen splintertje nieuws met betrekking tot de uitslag. Later ontdekte ik dat die pas om drie uur ’s nachts kwam..

Die uitslag was heel goed: de bovenste vier kandidaten van mijn partij komen in de Staten en zullen 28 maart worden geïnstalleerd. Ze verdienen hun zetel, want ze hebben zich heel erg ingespannen voor de campagne. De nummers vijf en lager zullen niet erg teleurgesteld zijn, de verwachting was dat er drie of vier zetels voor GL zouden zijn.

Het provinciehuis was al aardig gevuld toen ik aankwam. Als je een tas bij je had moest je daarin laten kijken door een bewaker, vreemd genoeg kwamen er ook mensen door de achterdeur binnen die niet gecontroleerd werden.

Er was een studio opgezet, met een presentatietafel, camera’s en veel lampen. Om 22.00 uur kwam Omroep Flevoland in de lucht, aan de tafel zaten bobo’s zoals de commissaris van de koning die uitvoerig werden geïnterviewd. Wij konden hier geen woord van verstaan, ik geloof ook niet dat dit de bedoeling was.

Jan Terlouw jr. had een zwarte hoed op en zong onverstoorbaar terwijl hij zichzelf begeleidde op een vleugel. Op de lijst van ondankbare beroepen moet het zijne wel een heel hoge plaats innemen. Er luisterde niemand.

Er waren erg veel mensen op de been, het was vol en warm en in dergelijke omstandigheden valt het niet mee een zinnig gesprek te voeren. Urenlang deed ik mijn best me communicatief op te stellen, maar dat lukte mij zoals gewoonlijk in een dergelijke ambiance niet echt goed. Ik ben niet zo goed in smalltalk en als ik een toepasselijke bijdrage had bedacht aan een gesprek was het onderwerp ervan inmiddels al twee keer veranderd. Of mijn gesprekspartner was inmiddels alweer in gesprek met een ander. Maar omdat je elkaar toch niet echt goed kon verstaan zou mijn boodschap waarschijnlijk toch niet aangekomen zijn.

Belangrijke mensen van Omroep Flevoland (want voorzien van een headset een microfoon met rode plopkap) liepen spiedend rond om te kijken wie ze voor een gesprekje zouden kunnen strikken. Ik vermeed zorgvuldig oogcontact uit angst dat mij de microfoon onder de neus geduwd zou worden. Ik had geen idee wat ik in dat geval zou moeten zeggen. Gelukkig was ik een te kleine vis en hoefde ik deze beproeving niet te doorstaan.

Naarmate de avond vorderde besefte ik dat mijn vrouw thuis waarschijnlijk meer wist over de uitslagen terwijl ik me toch heel dicht bij het vuur bevond.
Er deed zich dus de paradoxale situatie voor dat te midden van al dat mediageweld niemand een idee had van de stand van zaken: er stonden twee beeldschermen, maar er viel niets te verstaan. Steeds meer mensen raadpleegden hun telefoontje, maar ook dat bood geen nieuws.

Gelukkig was er een overvloed aan lekkere hapjes en drankjes. Je kon zelfs een rood geruit puntzakje patat krijgen! Omdat er verder toch niet veel te doen was maakte ik maar volop van dat aanbod gebruik.

Ik vertrok dus om 12 uur en vraag me af of de hele club werkelijk tot 3 uur gebleven is.

Op maandag 25 maart wordt de officiële uitslag bekend gemaakt, er zal wel geen restzetel inzitten voor GL. We horen dan ook hoeveel voorkeurstemmen iedereen gekregen heeft. Ik ben benieuwd, want er zijn heel wat mensen die mijn naam op de kandidatenlijst hebben gezien en hebben aangekondigd op mij te zullen stemmen.

Ik hoop dat ze niet voor de verleiding bezweken zullen zijn om op het laatste moment toch te kiezen voor boy-wonder Baudet.

Volgens mijn berekeningen zou je met ongeveer 250 voorkeurstemmen een hogergeplaatste kandidaat kunnen verdringen, maar ik weet zeker dat ik niet zó populair ben!
Bovendien: ik zou dat beslist ook niet willen.

Ik neem weer plaats aan de zijlijn en stel me tevreden met de interessante nieuwe ervaringen die ik de laatste maanden heb opgedaan.

Bridgen op Terschelling

We zijn nu al voor de vierde of vijfde keer naar de jaarlijkse grote bridgedrive op Terschelling geweest. Over het algemeen treffen we het met het weer, ook dit keer was het prachtig.

De lente komt eraan en we kunnen vast een voorproefje nemen op ons lange verblijf in de zomer.

Het toernooi vindt plaats in Hotel Schylge, prachtig gelegen aan de Waddenzee even buiten West.

We hadden er ook een kamer genomen, dus hoefden niet ver. Vanaf de derde verdieping is er een prachtig uitzicht over het water, voor het hotel liggen er een paar boten in de jachthaven, dat is in de zomer wel anders.

Omdat we in de zomer ook op donderdagavond meedoen op de plaatselijke bridgeclub hebben we inmiddels een aantal aardige Terschellingers leren kennen.

Ze begroetten ons hartelijk, zodat we ons meteen weer thuis voelden.

Ik houd erg van Terschelling: je vindt er mijn favoriete landschap (duinen, bossen en heide) en er heerst altijd een heel prettig, ontspannen sfeertje.

De pret begon voor ons al op donderdag: ik ontvoerde mijn meisje van de school waar ze werkt en nam haar mee naar Harlingen, waar we nog even konden eten voordat we op de snelle boot stapten.

Omdat we al op donderdagavond aankwamen hadden we de hele vrijdag om lekker op het eiland rond te dwalen. Het waaide hard, maar de zon scheen en de natuur begon al uit te lopen.

De bridgedrive bestond uit twee ronden: een op vrijdagavond en de andere op zaterdagmiddag. Je plaatst je na de eerste ronde in een van de lijnen (de sterkste spelers komen in de A-lijn, de zwakste in de E-lijn; zo speel je dus de tweede ronde tegen spelers van je eigen niveau). Het paar dat eerste wordt in de A-lijn krijgt de hoofdprijs: een weekendje in hotel Schylge. De andere winnaars krijgen Terschellinger producten. Er deden 66 paren mee.

Vorig jaar werden we tweede, we vonden dat we dit jaar maar eens de hoofdprijs moesten winnen. Het liep een beetje anders.

 

Er zijn nogal wat bridgers onder mijn abonnees, dus ik ontkom er niet aan enkele mooie spellen te bespreken. Een aantal lezers haakt nu af, ik weet dat wat straks komt voor hen volkomen onbegrijpelijk is…

Dit doet me denken aan de eerste keer dat mijn ouders kennis maakten met mijn Westfriese schoonouders.
Het gesprek kwam op kaarten en mijn moeder deelde mee dat ze de ene kaart niet van de andere kon onderscheiden. Eigenlijk was ze hier wel een beetje trots op en rekende op bijval.
Die kreeg ze echter van mijn nuchtere schoonouders, die zelf graag een kaartje legden, niet. “Dat is dan knap stom”, stelde mijn schoonvader genadeloos vast.

Ik raakte aan de praat met een van onze Friese tegenstanders, een boomlange kerel met grote handen en rode wangen, die aannam dat ik (met mijn Friese vader) wel van jongs af aan gekaart had. Toen ik vertelde dat dit beslist niet het geval was (mijn vader kon alleen kwartetten) kon hij met zekerheid vaststellen dat we dan niet katholiek waren, wat inderdaad klopt. Maar mijn vrouw komt wel uit een katholiek nest…

Lezers die niets van bridge (willen) weten kunnen nu afhaken (of meteen naar de laatste alinea gaan om te kijken hoe het afliep).

Eerst een spel dat niet zo goed voor ons afliep:

Mijn partner Zuid paste, West opende 1 Klaver en ik gaf een informatiedoublet. (Wij hebben Ghestem niet op onze kaart staan). Oost bood 3 Klaver, Zuid paste en West bood 3SA. Het zag ernaar uit dat mijn partner heel weinig punten had, maar waarschijnlijk in klaveren flink tegenzat (ik had er immers niet één).
Ik besloot dus te passen, er vast van overtuigd dat de tegenstander kwetsbaar gevoelig down zou gaan. (Ik doubleerde niet omdat ze dan misschien naar 4 Klaver zouden vluchten). Ik wist natuurlijk wel dat de leider een stop zou hebben in mijn mooie 6-kaart ruiten, maar was er van overtuigd dat ik op tijd weer aan slag zou komen (met schoppenaas of harten) om de downslagen te incasseren.
Greet zat immers dwars met klavers en zou aan slag gekomen een van die kleuren inspelen.
Ik startte dus met ruitenaas en vervolgde met de heer en een kleintje. Ik wist dat de leider geen ruiten meer had en dat mijn resterende 3 ruiten nu hoog waren.

Jammer genoeg hadden de tegenstanders wel erg veel klaveren: 6 slagen achter elkaar, waar ik het een en ander op moest weggooien. Ik gooide drie harten en een schoppentje weg en moest tot mijn spijt ook twee van mijn kostbare ruitentjes laten gaan. (Ik kon hartenheer niet kaal zetten). Greet kon met haar armzalige klaverboer in drieën geen tegenwicht bieden.
De leider maakte dus een ruitenslag en 6 klaverslagen en had nog twee slagen nodig.
Ik zag het gevaar al aankomen: de leider gooide mij in met schoppen en ik kon na mijn ene ruitentje (onze vierde slag) niets anders doen dan harten in de vork van de tegenstander spelen.
3 SA contract, en een nul voor ons…..

Dit spel liep wat beter:

Ik opende (als Oost) in de tweede hand met 2R (we spelen de zwakke 2 ook in ruiten). Eigenlijk een ruitenplaatje te weinig, maar kort in de hoge kleuren, dus hopelijk een beetje storend.
Zuid doubleerde, Greet paste met haar 3 punten en Noord ging in de denktank. Na rijp beraad besloot ze te passen, hiermee maakte ze van haar partner’s informatiedoublet een strafdoublet.
Ik paste natuurlijk ook en moest even slikken toen de dummy open ging. Eén ruitje maar op tafel…
Maar de goden waren ons goedgezind, beide hoge heren zaten goed tov de azen, dus ik kwam eraf met twee down. 500 punten voor de tegenstander, maar die zouden toch wel een manche moeten kunnen maken met 28 punten. 3SA in NZ wordt inderdaad 4 keer gemaakt, (maar het gaat ook twee keer down).
Dit spel leverde ons 66% op.

Na de voorlaatste ronde stonden we eerste, als we de laatste 4 spellen dus redelijk zouden spelen hadden we goede kans te winnen.
We speelden de laatste ronde tegen goede tegenstanders, maar die hadden een beetje pech en eindigden met maar 30%.
We wachtten dus vol vertrouwen de uitslag af, want om te winnen moest het paar dat vlak onder ons stond het beter doen dan 70% en dat is praktisch onmogelijk.
Maar bridge is wreed: we werden tweede omdat het winnende paar in de laatste ronde 89% had gescoord. Hun tegenstanders hadden geen zin meer en hadden er met de pet naar gegooid.

We gingen dus naar huis met Terschellinger producten, waar we natuurlijk ook erg blij mee waren.
En we betalen volgend jaar onze hotelkosten zelf wel weer…..