Ups-and-downs

Ik heb altijd al veel interesse gehad in dat fantastische, grote, krankzinnige land aan de andere kant van de oceaan: de Verenigde Staten van Amerika.

Ik heb talloze Amerikaanse boeken gelezen en films gezien, ik ben gefascineerd door de geschiedenis en inmiddels geobsedeerd met de politiek.

Er gaat geen dag voorbij of ik word weer geconfronteerd met een idiote actie van de president, of met de volledige verloedering van democratie en rechtsstaat.

Ik kan nog enig begrip opbrengen voor de republikeinse politici die Trump door dik en dun steunen, als ze dat niet doen zijn ze hun baan kwijt. Maar het blijft me verbazen dat er talloze Trump-aanhangers zijn die alle kritiek wegwuiven en hem vaak volkomen tegen hun eigen belang in onvoorwaardelijk steunen.

Veel downs dus: de leugens en vuilspuiterij in de campagne, en de akelige rol die de sociale media spelen in de meningsvormen. Plus het gruwelijke vooruitzicht dat we nog vier jaar opgescheept zitten met een incompetente volslagen narcist.

Maar ook ups: ik zag de documentaire over (onder andere) Alexandria Ocasio-Cortez. Ze is onlangs verkozen in het Huis van Afgevaardigden en moest het niet alleen opnemen tegen haar Republikeinse tegenstrevers in de Bronx, maar ook tegen het establishment van haar eigen partij. Dat had er zonder meer op gerekend dat hun geroutineerde kandidaat weer zou winnen, terwijl die niet eens in New York woont!  Cortez vroeg zich terecht af hoe je dan je kiezers goed kan vertegenwoordigen.

Zij zelf is geboren en getogen in de Bronx en werkte er als serveerster. Haar ouders hebben een Puerto-Ricaanse achtergrond.

Wat een geweldige vrouw! Amerika moet haar tot president kiezen, maar ze kan dat pas worden als ze 35 jaar is, ze is pas 30.

Haar standpunten zijn stuk voor stuk gericht op het verbeteren van de omstandigheden van de arme Amerikanen, ze wil onder andere een belastingpercentage van 70 voor mensen die meer dan 10 miljoen hebben.

Ze oogt jong, enthousiast en oprecht en kan geweldig debatteren. Ik zou het wel weten als ik in Amerika woonde.

AOC komt ook voor in de documentaire Fahrenheit 11/9 van Michael Moore. Ik kende hem van Fahrenheit 9/11 (over de aanslag op de Twin Towers), Bowling for Columbine en Where to Invade Next.

11/9 is de dag dat Trump officieel verkozen werd, in 2016. Moore stelt de terechte vraag: What the fuck happened? maar toont begrip voor de miljoenen mensen die op hem gestemd hebben. Hij legt genadeloos bloot dat het Amerikaanse politieke systeem hopeloos aan de grond is gelopen, steeds minder mensen hebben er vertrouwen in. Bij de laatste verkiezingen stemden 62 miljoen mensen op Trump, 65 miljoen op Clinton en 100 miljoen helemaal niet.

In de nieuwe race voor de verkiezingen van 2020 is Amerika meer gepolariseerd dan ooit. Jammer genoeg zijn de Democraten verdeeld en konden ze alleen maar met een kandidaat komen die al 50 jaar binnen hetzelfde vastgeroest systeem functioneert. Daar zal weinig vernieuwends uitkomen…

In de documentaire is gelukkig ook veel aandacht voor het enthousiasme van mensen die het niet met the Donald eens zijn: zo worden we weer herinnerd aan de fantastische massale acties van leerlingen en studenten.

Halverwege de documentaire bekroop me een akelig gevoel: was Moore nou bezig de zaak te manipuleren? De indruk werd gewekt dat Trump het tijdens zijn rally’s in het bijzonder gemunt had op zwarte aanwezigen. Het leek alsof hij ze beschimpte en de aanwezigen aanspoorde hen de deur uit te werken. Maar Trump zou nooit zo stom zijn om op deze manier zwarte kiezers van hem te vervreemden.

Ik kende de beelden, maar wist bijna zeker dat het doelwit van Trump tegenstanders waren, die binnen hadden weten te komen en protesteerden.

Waarom deed Moore dit nu? Hij bediende zich van valse trucs die je vooral vanuit Republikeinse hoek verwacht. Hij kan toch uit een overvloed aan feitelijk, ongemanipuleerd materiaal putten om zijn punt te maken?

 

Het werd nog erger. Moore liet zien hoe president Obama enkele jaren geleden een bezoek bracht aan Flint, de armste stad van Amerika die zwaar geleden heeft onder de crisis. De gouverneur had geregeld dat het drinkwater van de inwoners niet langer uit het relatief schone Lake Huron kwam, maar uit de plaatselijke rivier die sterk vervuild was. Alle kinderen hadden een veel te hoog percentage lood in hun bloed.

Tot mijn grote teleurstelling werd getoond dat Obama kennelijk de kant koos van de gouverneur en de inwoners zelfs vernederde door nadrukkelijk om een glas water te vragen en daarvan te drinken. Het leek erop dat zijn boodschap was dat de klachten niets voorstelden.

Mijn idool was van zijn voetstuk gevallen. Ik had dit nooit verwacht van Obama.

Nu bevind ik mij in de gelukkige omstandigheid dat ik in een huis woon met iemand die over de juiste reflexen beschikt. Greet ging fact-checken en kwam er al gauw achter dat Moore een compleet verkeerd beeld had geschetst: Obama had de mensen op hun gemak willen stellen door erop aan te dringen dat iedereen zijn drinkwater moest filteren. Als je dat deed was het water veilig en hij liet dat zien.

Moore had het verhaal gemanipuleerd en liet een vrouw out of context zeggen dat ze heel erg teleurgesteld was in Obama, maar verzuimde beelden te tonen van de duizenden enthousiaste bewoners die Obama uitgeleide deden.

Obama is dus weer terug op zijn voetstuk, maar Michael Moore heeft voor mij afgedaan.

In een tijd als deze, waar ontzettend gelogen wordt, waar voortdurend vals of onjuist nieuws te zien en te horen is zouden integere filmmakers er op moeten letten dat zij zich beslist niet schuldig maken aan leugens of manipulatie.

 

In de tussentijd maak ik mij grote zorgen over de toekomst van Amerika, ook wanneer Trump niet gekozen wordt. Want dan dreigt er groot gevaar.

Maar dat is een ander verhaal.

 

Het lelijke beeldje

Het verdient aanbeveling goed na te denken voor je iets via internet aanschaft.

Je kunt je aankoop niet van dichtbij bekijken noch bevoelen.

Ik had rondgekeken op de veilingsite Catawiki en mijn oog was gevallen op een art-deco beeldje, dat mij wel mooi leek.

Toen ik het uitpakte (het was helemaal uit Italië) gekomen ontdekte ik dat ik van doen had met een uit kunststof gegoten kleinood, dat eigenlijk een lampje was.

Ook de omstandigheid dat snoer en stekker goudkleurig waren gaf aanleiding tot de conclusie dat ik eigenaar was geworden van een zuiver stukje kitsch.

Tussen fitting en beeldje zat een gleuf, die deed vermoeden dat er een onderdeel ontbrak.

Gelukkig had ik er niet veel voor betaald. Ik besloot er het beste van te maken en kwam er via google achter dat er een gekleurd rond schermpje voor het lampje had moeten zitten.

Deze zomer deed ik weer mee met een workshop glas-in-lood en maakte dit keer twee raampjes. Eén van de twee was bedoeld voor mijn beeldje.

Het spreekt voor zichzelf dat we nu niet meer van kitsch kunnen spreken, aangezien een belangrijk onderdeel handmatig en kunstzinnig vervaardigd is. Dit unicum zorgt ervoor dat mijn knullige aankoop toch nog een bevredigend einde kent.

Oordeel zelf!

Beelden op Terschelling

Terschelling in Corona-tijd is wel wat saaier dan normaal. Alle evenementen zijn afgezegd, we konden derhalve niet bridgen en evenmin concerten bezoeken.

Toch hebben we er drie heerlijke weken doorgebracht.

Veel fietsen dus, genieten van de natuur en je bezighouden met activiteiten waaraan geen andere mensen tegelijkertijd deelnemen.

We hadden natuurlijk voor voldoende lectuur gezorgd, we hebben er beiden wel een metertje doorgejaagd. Heerlijk.

Er was ons ter ore gekomen dat er in de duinen ter hoogte van Formerum interessante beelden te zien waren, die een plekje hadden gekregen in een van de talrijke oude bunkers die Terschelling rijk is. Een plaatselijke kunstenaar was op het idee gekomen iets te doen met een grote berg bakstenen die hij daar had aangetroffen.

Na een eerste mislukte poging (we waren niet ver genoeg van de gebaande paden afgeweken) vonden we ze.

Een man en vrouw zitten ontspannen in de raamopening, hun hond zit verderop.

Ik moet denken aan de prachtige baksteen-beelden waarmee architecten van de Amsterdamse School woningen in Amsterdam gedecoreerd hebben. Ze zijn daar ook vaak op bruggen te vinden.

Het is mogelijk dat niet iedereen hier meteen een trouwe viervoeter in herkent, maar voor mij is er geen twijfel aan.

 

 

 

 

Dit blog mag op ruime belangstelling rekenen, maar het aantal lezers zal wel niet zo hoog oplopen als bij het Facebookbericht over dit onderwerp dat mijn echtgenote plaatste. Ze kreeg honderden likes en reacties, verreweg de meeste positief, hoewel er ook iemand was die het maar onzin vond dat “de natuur op deze manier weer ontsierd wordt”.

 

Ik heb bewondering voor de kunstenaar die zoveel moeite heeft gedaan op zo’n afgelegen plek iets moois te maken en hoop dat veel mensen een kijkje gaan nemen.

 

 

 

 

Zwerven op Youtube

UOGB

Wie speelt er nou ukelele?
Ik herinner me dat ik wel eens Hawaïaanse muziek hoorde, daarin wordt vaak ukelele gespeeld. Brigitte Kaandorp had er ook eentje, maar dat was waarschijnlijk omdat ze expres een beetje een lullige indruk wilde maken.

Want het blijft natuurlijk een raar gezicht, een volwassene met zo’n poppengitaartje.

Ik weet niet waarom ik bleef haken bij een opname van het  Ukelele Orchestra of Great Britain, een gezelschap van acht Engelsen, die zich uitsluitend bedienen van dit instrument. Ze kunnen er van leven!
De aanvoerder ziet eruit als de tweede bediende van het onderdelenmagazijn, maar hij is briljant.

Het zijn natuurlijk heel knappe musici die mooie muziek maken, maar ze presenteren ook een komische act. Ze steken de draak met zichzelf, dat is misschien wel de enige manier waarop je te werk kunt gaan als je zo’n instrument bespeelt.

Het doet een beetje denken aan de Harlem Globetrotters: stuk voor stuk uitmuntende basketballers, maar helaas niet lang genoeg. Ze maakten dus maar een show van hun sport en zetten boomlange “echte” spelers voor gek met hun virtuoze balbeheersing.

Ik heb nooit een echt optreden meegemaakt, dat moet een heel aparte ervaring zijn. Ik zag natuurlijk wel menig filmpje op Youtube, deze vind ik het bijzonderst.
Ik weet uit ervaring hoe moeilijk het is je eigen partij vast te houden in een koor, hoe moet het zijn om je eigen lied te blijven zingen terwijl je collega’s allemaal tegelijkertijd hun eigen nummer ten gehore brengen? En hoe zorg je ervoor dat het ook nog een beetje goed klinkt?

Verder maken ze er natuurlijk het beste van gedurende de lockdown, dit vind ik een heel mooi voorbeeld. Let vooral op de rol van de bas-ukelele (die heb je ook!)

Sarah Cooper

Ook haar kwam ik tegen toen ik Youtube afstruinde.

Razendknappe satire, nu eens niet door een typetje, ook niet door een montage waarbij alle stupiditeiten van Trump op een rijtje worden gezet, maar door het simpelweg mee-mimen van zijn woorden.

Op geen enkele manier kan de complete krankzinnigheid van de Amerikaanse president beter worden aangetoond: echt kijken!
Ze heeft er nog veel meer gemaakt!

And?

En tot slot zomaar een grappig plaatje:

E-bike

In juli 2017 werd mijn eerste e-bike thuis afgeleverd door een meneer die was ingehuurd om fietsen te bezorgen, maar niet veel verstand van fietsen had. Dat heb je ervan als je een fiets online koopt.

De Sparta beviel wel goed, het was een fijne fiets, maar op 16 april vorig jaar werd hij gestolen. Hij stond op slot en ook aan de ketting, maar dat had niet geholpen.

Gelukkig was ik goed verzekerd en nam me voor de nieuwe fiets dit keer gewoon bij de fietsenmaker te kopen.

Ik was niet erg tevreden over de online fietswinkel, vond dat je beter je plaatselijke middenstander kunt ondersteunen en vooral: het is prettig om naar een mens toe te kunnen gaan als je service nodig hebt.

Ik bleek de kleine lettertjes van mijn verzekering niet goed te hebben gelezen, ik kreeg geen geld uitgekeerd maar mocht (moest) bij dezelfde onlinewinkel een nieuwe uitzoeken.

Ik was er niet blij mee, maar kon toch moeilijk afzien van de uitkering. Bij de Fietsenwinkel bestelde ik precies dezelfde fiets die ik eerder had gehad. Die had ik destijds met zorg uitgezocht en was prima bevallen.

Mijn fiets zat niet meer in het assortiment. Ik probeerde dit nog even als argument te gebruiken om alsnog mijn fiets elders te mogen kopen, maar dat lukte niet.

Met onze vakantie op Terschelling in zicht (de fiets is dan onmisbaar) begon de tijd te dringen.

Omdat enkele fietsen die ik aanvankelijk uitkoos een lange levertijd hadden kwam ik uiteindelijk uit bij eentje die weliswaar duurder was dan mijn oude en die ook alleen leverbaar was in damesmodel (je kunt ook zeggen: unisex), maar die direct leverbaar was.

Binnen twee weken na de diefstal kon ik alweer opstappen, dat was dus heel snel.

Ik ben nu de trotse bezitter van een Brinckers e-bike. De naam suggereert een oernederlands product, maar hij komt voor het grootste deel uit China.

Ik hoef niet meer mijn been over het zadel te zwaaien bij het op-en afstappen, maar blijf dat uit gewoonte doen.

 

Hij bevalt gelukkig goed, ik had een paar aanloopproblemen: ik moest zelf de moeren die het achterwiel op zijn plaats houden extra aandraaien (hard remmen had het wiel scheefgetrokken omdat ze aanvankelijk niet goed aangedraaid waren) en ik had al snel een lekke achterband. Deze moest meteen vervangen worden, want hij was van inferieure kwaliteit.

Ik heb mijn nieuwe fiets dus inmiddels ruim een jaar en heb er inmiddels ruim 1700 km mee afgelegd.

Daar komen hopelijk heel wat bij als we weer heerlijk op Terschelling gaan fietsen!

 

Ja meneer

Toen ik directeur werd van een basisschool bleek dat de kinderen de teamleden – en dus ook mij – aanspraken met juf + voornaam of meester + voornaam.
De ervaring leerde dat kinderen hier geen enkele moeite mee hadden.  Voor hen was dit even natuurlijk als het gegeven dat ze hun vinger op moesten steken als ze een vraag wilden stellen.

Ik vond het wel grappig op deze manier de aanspreektitel terug te krijgen die ik al lang kwijt was sinds ik in andere onderwijssoorten terecht was gekomen.

Het deed me ook denken aan de anekdote die mijn zus vertelde over haar vriend Ron, die ook onderwijzer was. Die had zojuist zijn intrek genomen in zijn nieuwe flatwoning toen de buurman zich kwam voorstellen: “Ik ben drs. de Vries”.

Ron had toen heel ad rem de begroeting beantwoord met: “Aangenaam, ik ben meester Bezemer”, waarna de buurman in zijn nopjes terugkeerde naar zijn eigen woning in de overtuiging dat het trappenhuis verrijkt was met nog een academicus.

Het beviel me wel dat de kinderen juf Annelies en meester Martin zeiden, ik vind het goed dat het verschil in rol tussen leerling en leraar op deze manier bevestigd wordt.
We verwachtten van de kinderen ook dat ze de leerkrachten met u aanspraken, wat ik een goede vormende gewoonte vind, bedoeld om kinderen duidelijk te maken dat je door niet iedereen te tutoyeren je respect toont aan volwassenen die over veel meer levenswijsheid beschikken. Dat niet elk groot mens dit respect verdient laat ik maar even in het midden.

Anno 2020 wordt nog maar weinig aandacht besteed aan aanspreekvormen. We zeggen geen excellentie meer tegen ministers en ik geloof dat je zelfs de koning met meneer mag aanspreken.

Ik was als kind onder de indruk als mijn vader zich meldde na het opnemen van de telefoon: “U spreekt met Minnema”. Ik vroeg me af welke leeftijd je bereikt moest hebben om je voornaam weg te laten. De tijd heeft me ingehaald.

Ik gebruik nog altijd mijn voor- en achternaam als ik mij voorstel en moest er een beetje om lachen toen ik Jeroen Krabbé dat hoorde doen als “Mister Krabbé”.

Maar ik blijf eraan hechten om ouderen en onbekenden zelf wel met u aan te spreken. Dat kost mij geen enkele moeite.

Ik was dus verbaasd toen ik dit stukje aantrof in mijn krant.

“Meneer” is voor deze briefschrijver een stigmatiserende en denigrerende term.

Vreemd, ik weet dat je als oudere persoon door allerlei omstandigheden van bijna alle waardigheid beroofd kan zijn, maar kan me voorstellen dat je er prijs op stelt dat dit minimale teken van respect wel gehandhaafd wordt.

Ik hoop dus dat als ik (God verhoede het) in een verzorgingshuis ben beland de verpleegkundige tegen me zegt: “Meneer Minnema, we komen u even naar het toilet helpen” en niet: “Nou Martin, het is tijd om te poepen”.

Zo behoud ik het best mijn identiteit!

Potatoes

Midden in de Atlantische Oceaan, halverwege tussen Afrika en Zuid-Amerika ligt een piepklein eilandje: Tristan da Cunha.
Het werd in 1506 ontdekt door een Portugese admiraal, die het naar zichzelf vernoemde. Overigens zette hij geen voet aan wal, omdat dat te gevaarlijk was.

Er leefden maar weinig mensen, voornamelijk schipbreukelingen.
In 1816 kwam er een Brits garnizoen, dat een oogje in het zeil te houden op napoleon, die verbannen was naar het nabijgelegen St Helena.

Er was in die tijd nog maar één oorspronkelijke bewoner, die Thomas Currie heette.
Currie beweerde dat er een grote schat op het eiland begraven lag, maar wilde niet vertellen waar. De Britten geloofden hem, want hij betaalde met goud.
Om hem aan het praten te krijgen gaven ze hem rijkelijke hoeveelheden drank. Dit maakte zijn tong echter niet losser en na verloop van tijd stierf hij aan alcoholvergiftiging.

In 1946 bemanden enkele wetenschappers een observatiestation en verveelden zich stierlijk op het “Loneliest Inhabited Island in the World”.
Allan Crawford was de leider van het station, hij kwam op het idee om een petitie in te dienen bij de Postmaster General: het eiland moest zijn eigen postzegels krijgen, dat was fijn voor de bewoners, maar ook voor langsvarende schepen en filatelisten.
Omdat hij nogal wat tijd over had ontwierp hij zelf vast een eerste setje.
Hij wist dat het heiligschennis was om de beeltenis van de koning te gebruiken, daarom koos hij voor de Engels vlag.
Probleem was, dat Tristan da Cunha geen eigen geld had. De inwoners konden het uitstekend zonder redden, ze gebruikten aardappels als ruilmiddel.
Crawford bedacht dat 4 aardappels ongeveer het equivalent was van 1 penny, dus hield beide denominaties aan voor de waardebepaling van zijn zegels.

 

De zegeltjes zijn prachtig, maar de Postmaster General was onverbiddelijk.

Tristan da Cunha heeft nog jaren moeten wachten op eigen postzegels, toen die er eindelijk waren stond er alleen maar een waardebepaling in pennies op en natuurlijk dat vermaledijde hoofd van de koningin, dat op geen enkele Engelse postzegel ontbreekt.

Ze zijn allemaal veel en veel lelijker dan de zegels van Crawford.

 

Tot slot nog een toepasselijk citaat:

“He glanced about him to make sure we weren’t overheard, leaned forward, and whispered, ‘He collects stamps.’
The family looked bewildered.
‘You mean he’s a philatelist?’ said Larry at length.
‘No, no, Master Larrys,’ said Spiro. ‘He’s not one of them. He’s a married man and he’s gots two childrens.”

― Gerald Durrell, My Family and Other Animals

 

 

Talent

Mijn vader was pedagoog en was dus niet alleen in zijn rol als vader, maar ook beroepsmatig geïnteresseerd in de vorderingen van zijn kinderen.
Van mijn oudste zus hield hij nauwgezet de taalontwikkeling bij en ook de andere kinderen volgde hij op de voet. Hij bewaarde veel van wat we meekregen van school.
Ik stuitte op een map met tekeningen en werkstukjes die ik op de kleuterschool gemaakt had, sommige dus zestig jaar oud!

Het is een wonderlijke sensatie deze creatieve uitbarstingen na zoveel tijd weer in handen te hebben. Kan het zijn dat ik me van sommige nog herinner dat ik ermee bezig was?


Het voordeel van de kleuterleeftijd is, dat je dan onbekommerd je gang gaat. Bij het stijgen der jaren word je kritischer en blijkt de kloof die gaapt tussen wat je in je hoofd hebt en uiteindelijk op papier krijgt steeds groter te worden.
Er komt een moment dat je het maar opgeeft. Op de middelbare school was ik nog even enthousiast geworden toen ik op de verstrekte lijst  van schoolmaterialen die aangeschaft moesten worden een tekendoos met inhoud ontwaarde; samen met mijn moeder ging ik naar V&D en vulde een mooie houten doos (met vakjes!). Er moest Oost-Indische inkt in, een ganzenveer, kneedgum, houtskool en zelfs een fixeerspuitje. Kwasten en penselen natuurlijk, het doosje met waterverf-rondjes past er niet meer in.
Jammer genoeg konden deze met zorg uitgezochte artikelen er niet voor zorgen dat een tekentalent zich openbaarde. Ik keek jaloers naar mijn klasgenoten, die kans zagen de mooiste tekeningen te produceren.
Ik besloot dat er geen tekenaar of schilder in mij huisde, mijn artistiek talent moest duidelijk in een andere richting worden gezocht. (Gaven de in stevige blokletters opgeschreven letters van mijn naam en leeftijd wellicht een aanwijzing?)

Aangezien bovenstaand werkje gesigneerd is, is er weinig twijfel omtrent de maker.
In de map trof ik ook een verdwaalde tekening aan van mijn oudste zus Atie.
En ik heb zo mijn twijfels over dit schooltafereel:

Ik vermoed dat deze tekening ook in de verkeerde map is terechtgekomen. Waarschijnlijk is deze ook door Atie gemaakt, of anders door mijn andere zus (de onderwerpkeuze suggereert het eerste, de taalfout op het bord het tweede).

Ik lijd er niet onder dat ik absoluut niet tekenen kan, maar ben wel een beetje jaloers op mensen die dit talent wel bezitten.

Elke zondagmiddag neemt mijn vrouw plaats voor de computer en doet mee aan een workshop portrettekenen. De lerares tekent zelf mee, geeft deskundig commentaar en vraagt de deelnemers drie portretten te maken: voor het eerste hebben ze een kwartier, voor de twee andere meer tijd.

Mijn mond valt elke keer open als ze me het eindresultaat laat zien.

Zonder meer te vergelijken met deze twee heren, die ook niet van talent gespeend waren:

Toch?

Crisisberichten

Ik leef erg mee met de mensen die op dit moment volop in onzekerheid zijn over hun toekomst: is er straks nog werk voor mij? Kan ik voorkomen dat mijn zaak failliet gaat?

Ik kan me heel goed voorstellen dat deze mensen letterlijk slapeloze nachten hebben.

Ik prijs mezelf dus heel vaak gelukkig dat ik me wat betreft werk en geld geen zorgen hoef te maken. Pensionado’s blijven voorlopig buiten schot en mijn echtgenote zit in het onderwijs, dus zij loopt geen risico haar werk te verliezen.

Aanvankelijk ging ik er van uit dat er voor mij in het dagelijkse leven amper wat was veranderd: ik houd niet van grote manifestaties waar heel veel mensen bijeen zijn, dus ik mis niets op dat gebied. Hand in hand de kameraden, oranje en rondjes op schaatsen hebben mij nooit kunnen bekoren, dus dat hier niets meer gebeurt: lauw loene.

 

Ik heb mijn boeken, postzegels en we kijken mooie films en series. We kunnen nu ook de tuin weer in, het ziet er naar uit dat onze vakantie ook door kan gaan (alleen nog even uitvissen hoe ik een saucijzenbroodje aan boord van de boot naar Terschelling eet met een mondkapje op) dus deze hele crisis gaat eigenlijk aan ons voorbij.

 

Toch is dat niet helemaal waar. Ik ben echt begaan met het lot van alle mensen die nu wel in de problemen zitten, dat houdt me serieus bezig. De krant en het journaal berichten over bijna niets anders, dus zelfs als je de andere kant op zou willen kijken lukt dat niet.

Ik moet ook niet veel hebben van alle saamhorigheidsinitiatieven en aansporingen binnen het kader van de intelligente lockdown.

  • Zoals ik al eerder schreef: er wordt voortdurend gesproken over “afspraken”, terwijl het natuurlijk gewoon om regels gaat.
  • Pijlen, strepen, hekken, quota en looprichtingen: ik houd me eraan, maar niet van harte. Regels brengen ook altijd met zich mee dat er mensen zijn die het nodig vinden de naleving ervan af te dwingen, al dan niet in officiële hoedanigheid. Hiervan gaan mijn tanden altijd knarsen.
  • Ik weet best dat degenen die nu wel doorwerken het erg druk hebben, maar het is natuurlijk wel gewoon hun werk. Ook dat ze hun werk serieus nemen en goed doen is niet bijzonder: het is veel fijner goed werk af te leveren dan slecht.
    Wat in dit verband heel wrang is: op de beroepen die nu zo bejubeld worden wordt al jarenlang zwaar bezuinigd. Ik denk dat de meeste verpleegkundigen liever een fatsoenlijk salaris hebben dan dat men voor hen met pollepels op pannendeksels slaat.
  • Ik twijfel ook een beetje aan de motieven van veel bewonderaars: zijn het dezelfde mensen die op oudejaarsavond hulpverleners aanvielen? Die iedere keer op het Malieveld en bij AZC’s hun grote bek laten horen?
  • Samen dit en samen dat. Hierbij moet ik steeds denken aan de term participatiemaatschappij. VVD en CDA hebben ons land al tijden geleden zo ingericht en gebruikten deze misleidende term om botte bezuinigingen te verhullen.
  • Rutte doet het goed, dat staat vast, maar we moeten natuurlijk niet vergeten dat onze samenleving erg kwetsbaar is geworden door de ver doorgevoerde marktwerking en het liberale denken, dat de tegenstellingen steeds groter zijn geworden nadat Rutte’s VVD decennialang het beleid vormgegeven heeft.
  • Als je terugdenkt aan alle botte bezuinigingen op met name de culturele sector valt je mond open als blijkt dat er voor de KLM zomaar miljarden uit de kast kunnen worden getrokken.

Dingen waar je pro-Corona niet veel aandacht aan besteedde blijken na twee maanden lockdown toch belangrijker dan je dacht. Zo mis ik het nu wel erg dat ik niet meer kan bridgen en, vooral, niet meer bridgeles kan geven. Ik was me er helemaal niet van bewust, maar de momenten van triomf en teleurstelling (als je goed gespeeld had of juist niet), waren toch wel heel fijne elementen van de week. De lessen waren altijd vrolijke bijeenkomsten, je kon zien dat de deelnemers wat verder kwamen en ze spraken regelmatig hun waardering uit.

Je hoort van nogal wat kanten dat er nu toch echt dingen anders moeten, dat we onze samenleving anders moeten inrichten en dat we veel meer samen moeten werken, nationaal en internationaal.
Optimisten rekenen erop dat dit ook echt gaat gebeuren. Ik houd mijn hart vast.

Het zou al een beetje helpen als Trump geen tweede termijn krijgt en dat de Brexit steeds minder hard wordt.

Ten slotte: wat zal het weer fijn zijn om naar een museum te kunnen gaan, of weer een bezoek te kunnen brengen aan onze zoon in Berlijn.
En natuurlijk: onbekommerd op bezoek gaan bij familie en vrienden!

Het komt vast allemaal goed. We houden vol!

Arme tandarts

De tandarts stond naast zijn stoel en keek naar buiten. Hij dacht terug aan de tijd dat er meerdere keren per dag een persoon in zijn stoel plaatsnam, die hij dan vervolgens langzaam onderuit liet zakken om hem vervolgens aan pijnlijke behandelingen te onderwerpen.

Hij streek met zijn hand over de plek waar zich gewoonlijk de bibberende billen van zijn slachtoffer bevonden. Nu kwam er bijna niemand meer, maar zijn assistente had voor die ochtend een afspraak gepland met een quarantainetrotseerder.

In zijn hoofd maakte hij plannen over de manier waarop hij dit hoogtepunt van de dag zou kunnen rekken. Aan welke nutteloze serie behandelingen kon hij zijn slachtoffer blootstellen?

Vijf minuten vóór de afgesproken tijd ging de bel. De tandarts drukte op het knopje dat de deur de deur naar de wachtkamer opende en wreef zich in zijn gehandschoende handen.

Hij bond zijn mondkapje voor, in zijn nopjes dat zijn sadistische glimlach effectief aan het oog was onttrokken. “Komt u verder”.

 

 

Ik had al een tijdje een pijnlijk gevoel in mijn kies als ik op iets hards beet. Tegen beter weten hoopte ik dat het vanzelf weg zou gaan. Toen ik op een avond voor het slapen gaan ook zonder kauwen pijn voelde wist ik dat maatregelen geboden waren. Ik maakte de volgende dag een afspraak met de tandarts.

 

Ik was natuurlijk vijf minuten te vroeg en mocht meteen door naar de behandelkamer. De tandarts wachtte mij op, hij had zijn mondkapje al omgedaan.

Geen hand deze keer, maar ik vond dat in dit geval niet echt erg. Toen we nog wel schudden gaf hij nooit een stevige handdruk. Het was altijd net of hij een dode vis in mijn hand legde.

 

De verdovende prikken werden vaardig en pijnloos gegeven. Ik dacht terug aan vijfentwintig jaar geleden, toen een chirurg in het VU-ziekenhuis mij van twee verstandskiezen beroofde. De man was klein van stuk, ik was er destijds van overtuigd dat hij zijn geringe lichaamslengte afreageerde op grote mannen die de pech hadden in zijn behandelstoel te zijn aangeland.

De kleine ivoorjager had mij gevraagd of ik het goed vond dat een aantal studenten mee zou kijken. Aangezien ik me in een academisch ziekenhuis bevond kon ik daar nauwelijks bezwaar tegen maken.

Hij vertelde zijn studenten dat het verstandig was de patiënt niet de injectiespuit te laten zien. Je moest daartoe de spuit in een vloeiende beweging van achter het hoofd der patiënt naar diens opengesperde mond brengen, zodat hij pas zou kunnen reageren als het al te laat was. De aanblik van een scherpe naald zou de patiënt er wel eens toe kunnen brengen zijn mond hermetisch te sluiten. Zonder gebruikmaking van geweld zou die dan niet meer opengaan, en dan waren de rapen gaar.

Ging deze witgejaste dwerg er nu van uit dat alleen de tandartsen-in-opleiding hem konden horen?

Ik was uitermate alert, wat heel verstandig is als men op het punt staat je ernstig lichamelijk letsel toe te brengen. Zijn uitleg had mij nog banger gemaakt dan ik al was! Maar er was besloten dat twee van mijn verstandkiezen het veld moesten ruimen en daar zou ik niet aan kunnen ontkomen. Dus ik sloot mijn ogen en gaf me over. Wat niet zo makkelijk is als je je realiseert dat er 6 paar studentenogen op je opengesperde mond gericht zijn.

 

Ik ben destijds behoorlijk ziek geweest van de dubbele extractie (zo heet dat in tandartsentaal), nu viel het mee. Er bleek echter wel een ontsteking aanwezig, die met antibiotica behandeld moest worden.

Ik moest in totaal twintig pillen slikken en dat heb ik geweten! Mijn lijf is qua antibiotica niets gewend, dus reageerde bijzonder heftig op de complete kaalslag die nu plaatsvond. Het medicijn doodde namelijk niet alleen de kwade bacteriën in mijn kaak, maar ook alle andere in mijn lijf, waarvan ik een aantal tot bevriende hulptroepen reken. Zo heb ik kleine vriendjes in mijn darmen, die er met z’n allen voor zorgen dat ik me niet vijf keer per dag naar de wc hoef te spoeden en andere achter in mijn mond (in mijn tonsillen), die de zaakjes rondom de toegang tot mijn maag regelen. Allemaal ausradiert door die Nazipillen!

Met een onaangenaam raspend gevoel in mijn keel en de wc binnen handbereik vraag ik me zorgelijk af welke andere lichaamsfuncties door de nietsontzienende zogenaamde betermakers zijn aangetast.

Nog drie pillen te gaan. Ik hoop dat er nog een klein beetje over is van mijn vertrouwde fauna en dat het die overlevenden dan lukt weer een bloeiende levensgemeenschap op te bouwen.

 

Ik heb voorlopig weer even mijn buik vol van tandartsen en pillen.