Niet meer op weg naar de Staten

Post van de griffie van Provinciale Staten Flevoland:

Uitslagenavond!

U bent van harte uitgenodigd voor de uitslagenavond van de Provinciale Statenverkiezingen op woensdag 20 maart, vanaf 20:30 uur tot laat in het Provinciehuis.

Omroep Flevoland bouwt in het provinciehuis een studio en doet vanaf 22.00 uur live verslag van de verkiezingen. Van 20:30 – 22:00 uur treedt Jan Terlouw jr. op. Jan zingt en speelt piano.
We verwachten de eerste uitslagen rond 23:00 uur en de voorlopige uitslagen van de hele provincie rond middernacht. Op deze avond kunt u napraten over de campagne en de verkiezingsdag en vooruitblikken op de uitslagen. Er zijn meerdere schermen aanwezig waarop u de nieuwsberichten kunt volgen. We hopen u hier te ontmoeten!

 

Het was een wonderlijke avond. Omdat ik de laatste trein moest halen vertrok ik om 12 uur, er was toen nog geen splintertje nieuws met betrekking tot de uitslag. Later ontdekte ik dat die pas om drie uur ’s nachts kwam..

Die uitslag was heel goed: de bovenste vier kandidaten van mijn partij komen in de Staten en zullen 28 maart worden geïnstalleerd. Ze verdienen hun zetel, want ze hebben zich heel erg ingespannen voor de campagne. De nummers vijf en lager zullen niet erg teleurgesteld zijn, de verwachting was dat er drie of vier zetels voor GL zouden zijn.

Het provinciehuis was al aardig gevuld toen ik aankwam. Als je een tas bij je had moest je daarin laten kijken door een bewaker, vreemd genoeg kwamen er ook mensen door de achterdeur binnen die niet gecontroleerd werden.

Er was een studio opgezet, met een presentatietafel, camera’s en veel lampen. Om 22.00 uur kwam Omroep Flevoland in de lucht, aan de tafel zaten bobo’s zoals de commissaris van de koning die uitvoerig werden geïnterviewd. Wij konden hier geen woord van verstaan, ik geloof ook niet dat dit de bedoeling was.

Jan Terlouw jr. had een zwarte hoed op en zong onverstoorbaar terwijl hij zichzelf begeleidde op een vleugel. Op de lijst van ondankbare beroepen moet het zijne wel een heel hoge plaats innemen. Er luisterde niemand.

Er waren erg veel mensen op de been, het was vol en warm en in dergelijke omstandigheden valt het niet mee een zinnig gesprek te voeren. Urenlang deed ik mijn best me communicatief op te stellen, maar dat lukte mij zoals gewoonlijk in een dergelijke ambiance niet echt goed. Ik ben niet zo goed in smalltalk en als ik een toepasselijke bijdrage had bedacht aan een gesprek was het onderwerp ervan inmiddels al twee keer veranderd. Of mijn gesprekspartner was inmiddels alweer in gesprek met een ander. Maar omdat je elkaar toch niet echt goed kon verstaan zou mijn boodschap waarschijnlijk toch niet aangekomen zijn.

Belangrijke mensen van Omroep Flevoland (want voorzien van een headset een microfoon met rode plopkap) liepen spiedend rond om te kijken wie ze voor een gesprekje zouden kunnen strikken. Ik vermeed zorgvuldig oogcontact uit angst dat mij de microfoon onder de neus geduwd zou worden. Ik had geen idee wat ik in dat geval zou moeten zeggen. Gelukkig was ik een te kleine vis en hoefde ik deze beproeving niet te doorstaan.

Naarmate de avond vorderde besefte ik dat mijn vrouw thuis waarschijnlijk meer wist over de uitslagen terwijl ik me toch heel dicht bij het vuur bevond.
Er deed zich dus de paradoxale situatie voor dat te midden van al dat mediageweld niemand een idee had van de stand van zaken: er stonden twee beeldschermen, maar er viel niets te verstaan. Steeds meer mensen raadpleegden hun telefoontje, maar ook dat bood geen nieuws.

Gelukkig was er een overvloed aan lekkere hapjes en drankjes. Je kon zelfs een rood geruit puntzakje patat krijgen! Omdat er verder toch niet veel te doen was maakte ik maar volop van dat aanbod gebruik.

Ik vertrok dus om 12 uur en vraag me af of de hele club werkelijk tot 3 uur gebleven is.

Op maandag 25 maart wordt de officiële uitslag bekend gemaakt, er zal wel geen restzetel inzitten voor GL. We horen dan ook hoeveel voorkeurstemmen iedereen gekregen heeft. Ik ben benieuwd, want er zijn heel wat mensen die mijn naam op de kandidatenlijst hebben gezien en hebben aangekondigd op mij te zullen stemmen.

Ik hoop dat ze niet voor de verleiding bezweken zullen zijn om op het laatste moment toch te kiezen voor boy-wonder Baudet.

Volgens mijn berekeningen zou je met ongeveer 250 voorkeurstemmen een hogergeplaatste kandidaat kunnen verdringen, maar ik weet zeker dat ik niet zó populair ben!
Bovendien: ik zou dat beslist ook niet willen.

Ik neem weer plaats aan de zijlijn en stel me tevreden met de interessante nieuwe ervaringen die ik de laatste maanden heb opgedaan.

Bridgen op Terschelling

We zijn nu al voor de vierde of vijfde keer naar de jaarlijkse grote bridgedrive op Terschelling geweest. Over het algemeen treffen we het met het weer, ook dit keer was het prachtig.

De lente komt eraan en we kunnen vast een voorproefje nemen op ons lange verblijf in de zomer.

Het toernooi vindt plaats in Hotel Schylge, prachtig gelegen aan de Waddenzee even buiten West.

We hadden er ook een kamer genomen, dus hoefden niet ver. Vanaf de derde verdieping is er een prachtig uitzicht over het water, voor het hotel liggen er een paar boten in de jachthaven, dat is in de zomer wel anders.

Omdat we in de zomer ook op donderdagavond meedoen op de plaatselijke bridgeclub hebben we inmiddels een aantal aardige Terschellingers leren kennen.

Ze begroetten ons hartelijk, zodat we ons meteen weer thuis voelden.

Ik houd erg van Terschelling: je vindt er mijn favoriete landschap (duinen, bossen en heide) en er heerst altijd een heel prettig, ontspannen sfeertje.

De pret begon voor ons al op donderdag: ik ontvoerde mijn meisje van de school waar ze werkt en nam haar mee naar Harlingen, waar we nog even konden eten voordat we op de snelle boot stapten.

Omdat we al op donderdagavond aankwamen hadden we de hele vrijdag om lekker op het eiland rond te dwalen. Het waaide hard, maar de zon scheen en de natuur begon al uit te lopen.

De bridgedrive bestond uit twee ronden: een op vrijdagavond en de andere op zaterdagmiddag. Je plaatst je na de eerste ronde in een van de lijnen (de sterkste spelers komen in de A-lijn, de zwakste in de E-lijn; zo speel je dus de tweede ronde tegen spelers van je eigen niveau). Het paar dat eerste wordt in de A-lijn krijgt de hoofdprijs: een weekendje in hotel Schylge. De andere winnaars krijgen Terschellinger producten. Er deden 66 paren mee.

Vorig jaar werden we tweede, we vonden dat we dit jaar maar eens de hoofdprijs moesten winnen. Het liep een beetje anders.

 

Er zijn nogal wat bridgers onder mijn abonnees, dus ik ontkom er niet aan enkele mooie spellen te bespreken. Een aantal lezers haakt nu af, ik weet dat wat straks komt voor hen volkomen onbegrijpelijk is…

Dit doet me denken aan de eerste keer dat mijn ouders kennis maakten met mijn Westfriese schoonouders.
Het gesprek kwam op kaarten en mijn moeder deelde mee dat ze de ene kaart niet van de andere kon onderscheiden. Eigenlijk was ze hier wel een beetje trots op en rekende op bijval.
Die kreeg ze echter van mijn nuchtere schoonouders, die zelf graag een kaartje legden, niet. “Dat is dan knap stom”, stelde mijn schoonvader genadeloos vast.

Ik raakte aan de praat met een van onze Friese tegenstanders, een boomlange kerel met grote handen en rode wangen, die aannam dat ik (met mijn Friese vader) wel van jongs af aan gekaart had. Toen ik vertelde dat dit beslist niet het geval was (mijn vader kon alleen kwartetten) kon hij met zekerheid vaststellen dat we dan niet katholiek waren, wat inderdaad klopt. Maar mijn vrouw komt wel uit een katholiek nest…

Lezers die niets van bridge (willen) weten kunnen nu afhaken (of meteen naar de laatste alinea gaan om te kijken hoe het afliep).

Eerst een spel dat niet zo goed voor ons afliep:

Mijn partner Zuid paste, West opende 1 Klaver en ik gaf een informatiedoublet. (Wij hebben Ghestem niet op onze kaart staan). Oost bood 3 Klaver, Zuid paste en West bood 3SA. Het zag ernaar uit dat mijn partner heel weinig punten had, maar waarschijnlijk in klaveren flink tegenzat (ik had er immers niet één).
Ik besloot dus te passen, er vast van overtuigd dat de tegenstander kwetsbaar gevoelig down zou gaan. (Ik doubleerde niet omdat ze dan misschien naar 4 Klaver zouden vluchten). Ik wist natuurlijk wel dat de leider een stop zou hebben in mijn mooie 6-kaart ruiten, maar was er van overtuigd dat ik op tijd weer aan slag zou komen (met schoppenaas of harten) om de downslagen te incasseren.
Greet zat immers dwars met klavers en zou aan slag gekomen een van die kleuren inspelen.
Ik startte dus met ruitenaas en vervolgde met de heer en een kleintje. Ik wist dat de leider geen ruiten meer had en dat mijn resterende 3 ruiten nu hoog waren.

Jammer genoeg hadden de tegenstanders wel erg veel klaveren: 6 slagen achter elkaar, waar ik het een en ander op moest weggooien. Ik gooide drie harten en een schoppentje weg en moest tot mijn spijt ook twee van mijn kostbare ruitentjes laten gaan. (Ik kon hartenheer niet kaal zetten). Greet kon met haar armzalige klaverboer in drieën geen tegenwicht bieden.
De leider maakte dus een ruitenslag en 6 klaverslagen en had nog twee slagen nodig.
Ik zag het gevaar al aankomen: de leider gooide mij in met schoppen en ik kon na mijn ene ruitentje (onze vierde slag) niets anders doen dan harten in de vork van de tegenstander spelen.
3 SA contract, en een nul voor ons…..

Dit spel liep wat beter:

Ik opende (als Oost) in de tweede hand met 2R (we spelen de zwakke 2 ook in ruiten). Eigenlijk een ruitenplaatje te weinig, maar kort in de hoge kleuren, dus hopelijk een beetje storend.
Zuid doubleerde, Greet paste met haar 3 punten en Noord ging in de denktank. Na rijp beraad besloot ze te passen, hiermee maakte ze van haar partner’s informatiedoublet een strafdoublet.
Ik paste natuurlijk ook en moest even slikken toen de dummy open ging. Eén ruitje maar op tafel…
Maar de goden waren ons goedgezind, beide hoge heren zaten goed tov de azen, dus ik kwam eraf met twee down. 500 punten voor de tegenstander, maar die zouden toch wel een manche moeten kunnen maken met 28 punten. 3SA in NZ wordt inderdaad 4 keer gemaakt, (maar het gaat ook twee keer down).
Dit spel leverde ons 66% op.

Na de voorlaatste ronde stonden we eerste, als we de laatste 4 spellen dus redelijk zouden spelen hadden we goede kans te winnen.
We speelden de laatste ronde tegen goede tegenstanders, maar die hadden een beetje pech en eindigden met maar 30%.
We wachtten dus vol vertrouwen de uitslag af, want om te winnen moest het paar dat vlak onder ons stond het beter doen dan 70% en dat is praktisch onmogelijk.
Maar bridge is wreed: we werden tweede omdat het winnende paar in de laatste ronde 89% had gescoord. Hun tegenstanders hadden geen zin meer en hadden er met de pet naar gegooid.

We gingen dus naar huis met Terschellinger producten, waar we natuurlijk ook erg blij mee waren.
En we betalen volgend jaar onze hotelkosten zelf wel weer…..

 

Op weg naar de Staten II

De verkiezingen komen eraan, de spanning stijgt.

De Groen Links fractie in de Provinciale Staten van Flevoland telde 2 leden, hoeveel zullen het er in de komende periode worden?

Er vinden huis-aan-huisbezoeken plaats, er worden lezingen gehouden en debatten gevoerd.
Voor die laatste twee activiteiten kom ik, als nummer zeven van de lijst, niet in aanmerking. Ik mag wel meedenken en praten over inhoud en koers en over de invulling van de campagne.

De benoemingscommissie die adviseerde over de totstandkoming van de lijst stelde voor mij op de achtste plek te zetten, waar ik volkomen vrede mee had: ik was immers nieuwkomer en had mijn sporen volstrekt nog niet verdiend in de partijorganisatie.

Hoewel er vaak gefulmineerd wordt tegen “achterkamertjespolitiek” en het elkaar toespelen van leuke baantjes¹ begrijp ik heel goed dat men in situaties als deze liever mensen naar voren schuift die al hebben laten zien wat ze waard zijn.

Toen ik directeur van een school was nam ik ook het liefst kandidaten aan die ik al in praktijk bezig had gezien als LIO (leraar in opleiding). Ik kon een redelijke inschatting maken van hun capaciteiten, houding en inzet. Ik verwachtte niet voor verrassingen geplaatst te worden, wat altijd wel mogelijk is als je iemand hebt aangenomen die je alleen maar door middel van een sollicitatiegesprek hebt kunnen beoordelen.

Ik leerde mijn medekandidaten kennen en kon heel goed zien dat de nummers 1 tot 4 inderdaad een stuk beter gekwalificeerd waren dan ik. Het zou niet fair geweest zijn als men mij had “geparachuteerd” en een plek boven hen had toebedeeld.

Met betrekking tot de gedachtegang die de commissie gevolgd moet hebben toen ze besloten wie moest worden voorgedragen is er sprake van voortschrijdend inzicht.

Ik ontdekte dat verreweg de meeste leden van PS witte mannen van rond de 60 zijn.
Groen Links wilde dat beeld doorbreken en is daarin geslaagd: bij de eerste 6 kandidaten zijn 3 vrouwen, en ze zijn allemaal een stuk jonger dan 60. Een heeft een Marokkaanse achtergrond, een ander een Surinaamse.

Pas op plaats 7 en 8 kwamen twee oude witte mannen (de oorspronkelijke nummer 7 trok zich terug).

In Vrij Nederland van maart staat een groot artikel over de PS verkiezingen. Het bestaat uit een onderzoeksverslag en een reportage over drie maande meelopen in de Staten van Groningen.

Het onderzoek is interessant, de reportage valt wat tegen. Wie de geschiedenis en reputatie van Vrij Nederland kent (de pont van half acht!) is niet onder de indruk van 16 bladzijden waarvan maar 7 door tekst in beslag worden genomen.

Uit het onderzoek komt naar voren dat er wel het een en ander mag gebeuren qua samenstelling van de PS, zeker in Flevoland.

Je zou dus kunnen zeggen dat ik als oudere witte man “slachtoffer” ben van modern beleid, maar ik zie dat zelf totaal niet zo (ik ben geen PPV’er!). Ik heb er het volst vertrouwen in dat de gekozen leden het prima gaan doen en ik beschouw mijn deelname aan het proces als een interessante en leerzame ervaring.

Ik ga mijn hogergeplaatste collega’s natuurlijk in de komende tijd wel plagen: ik vertel ze dat ik vanzelfsprekend als senior een geweldig netwerk heb opgebouwd en dat men massaal op mij gaat stemmen, zodat ik hen met mijn voorkeursstemmen zal passeren. Het zijn zulke keurige en aardige jongens en meisjes dat ze me vast zullen geloven…

Op 20 maart is er “verkiezingsavond” in het provinciehuis, dan wordt bekend hoeveel zetels elke partij in de wacht heeft gesleept. De officiële uitslag is twee dagen later.

¹ Je wordt overigens niet rijk als je tot Statenlid benoemd wordt: je moet er minstens twee dagen per week voor uittrekken en verdient daar €868,- netto mee…

 

Over Trump

Ik maak er geen gewoonte van, maar ik kon het niet laten onderstaand stuk integraal over te nemen.
We raken inmiddels steeds meer gewend aan het gedrag van de Amerikaanse president, zijn leugens zijn niet meer te tellen en hij is een schande voor het land.

Iemand maakte me attent op dit artikel, ik merkte dat ik het prettig vond om alles weer even op een rijtje te hebben, zodat ik weer haarfijn weet hoe het ook al weer zit.

Someone asked “Why do some British people not like Donald Trump?”

Nate White, an articulate and witty writer from England, wrote this magnificent response:

“A few things spring to mind.

Trump lacks certain qualities which the British traditionally esteem.

For instance, he has no class, no charm, no coolness, no credibility, no compassion, no wit, no warmth, no wisdom, no subtlety, no sensitivity, no self-awareness, no humility, no honour and no grace – all qualities, funnily enough, with which his predecessor Mr. Obama was generously blessed.

So for us, the stark contrast does rather throw Trump’s limitations into embarrassingly sharp relief.

Plus, we like a laugh. And while Trump may be laughable, he has never once said anything wry, witty or even faintly amusing – not once, ever.

I don’t say that rhetorically, I mean it quite literally: not once, not ever. And that fact is particularly disturbing to the British sensibility – for us, to lack humour is almost inhuman.

But with Trump, it’s a fact. He doesn’t even seem to understand what a joke is – his idea of a joke is a crass comment, an illiterate insult, a casual act of cruelty.

Trump is a troll. And like all trolls, he is never funny and he never laughs; he only crows or jeers.

And scarily, he doesn’t just talk in crude, witless insults – he actually thinks in them. His mind is a simple bot-like algorithm of petty prejudices and knee-jerk nastiness.

There is never any under-layer of irony, complexity, nuance or depth. It’s all surface.

Some Americans might see this as refreshingly upfront.

Well, we don’t. We see it as having no inner world, no soul.

And in Britain we traditionally side with David, not Goliath. All our heroes are plucky underdogs: Robin Hood, Dick Whittington, Oliver Twist.

Trump is neither plucky, nor an underdog. He is the exact opposite of that.

He’s not even a spoiled rich-boy, or a greedy fat-cat.

He’s more a fat white slug. A Jabba the Hutt of privilege.

And worse, he is that most unforgivable of all things to the British: a bully.

That is, except when he is among bullies; then he suddenly transforms into a snivelling sidekick instead.

There are unspoken rules to this stuff – the Queensberry rules of basic decency – and he breaks them all. He punches downwards – which a gentleman should, would, could never do – and every blow he aims is below the belt. He particularly likes to kick the vulnerable or voiceless – and he kicks them when they are down.

So the fact that a significant minority – perhaps a third – of Americans look at what he does, listen to what he says, and then think ‘Yeah, he seems like my kind of guy’ is a matter of some confusion and no little distress to British people, given that:
* Americans are supposed to be nicer than us, and mostly are.
* You don’t need a particularly keen eye for detail to spot a few flaws in the man.

This last point is what especially confuses and dismays British people, and many other people too; his faults seem pretty bloody hard to miss.

After all, it’s impossible to read a single tweet, or hear him speak a sentence or two, without staring deep into the abyss. He turns being artless into an art form; he is a Picasso of pettiness; a Shakespeare of shit. His faults are fractal: even his flaws have flaws, and so on ad infinitum.

God knows there have always been stupid people in the world, and plenty of nasty people too. But rarely has stupidity been so nasty, or nastiness so stupid.

He makes Nixon look trustworthy and George W look smart.

In fact, if Frankenstein decided to make a monster assembled entirely from human flaws – he would make a Trump.

And a remorseful Doctor Frankenstein would clutch out big clumpfuls of hair and scream in anguish:

‘My God… what… have… I… created?

If being a twat was a TV show, Trump would be the boxed set.”

 

Een kopje koffie van de commissaris

Ik was uitgenodigd in het Provinciehuis in Lelystad om de aftrap mee te maken van de Provinciale Statenverkiezingen.

De pers kon kennismaken met de kandidaten, er was voorlichting over de verdere gang van zaken en de kieswijzer ging officieel online.

De commissaris van de koning heette ons welkom en liep rond met de koffiekan.

Op een groot scherm werden citaten geprojecteerd uit de verschillende verkiezingsprogramma’s, de uitdaging was er de juiste partij aan te verbinden. Dat viel niet mee, aangezien de meeste uitspraken tot het genre open deur behoorden. In een van de uitspraken werd de Verlosser genoemd, het was voor Jezus Leeft dus niet moeilijk die op te eisen.

Ik zat aan tafel met de lijsttrekker van Respect, een man die zijn haar droeg in een lange gevlochten staart, die uit de gemeenteraadsfractie van PVV Almere was gestapt en nu zijn geluk beproefde bij Provinciale Staten.

Hier en daar zag je ontspannen mannen van 50+, die het klappen van de zweep al kenden: huidige statenleden die verwachtten er in de volgende lichting weer bij te zijn.

De griffier stelde zich ook voor: een zelfverzekerde mevrouw die je volgens mij beter niet dwars kan zitten. Ze benadrukte dat de griffie er is om de statenleden in alles terzijde te staan.

Nadat de pers zijn werk had gedaan (omroep Flevoland had vooral belangstelling voor de Partij van de Dieren) kregen we te horen hoe de gang van zaken verder zou zijn.

Op 20 maart kunnen alle kiesgerechtigden hun stem uitbrengen van 7.30 u tot 21.00 uur. Daarna worden de stemmen geteld. Die avond is er een uitslagenavond georganiseerd door omroep Flevoland op het provinciehuis. De voorlopige uitslagen worden verwacht rond middernacht.

De officiële uitslag wordt bekendgemaakt op 22 maart (het aantal stemmen per kandidaat en het aantal voorkeurstemmen en de verdeling van de eventuele restzetels). Er zijn 41 zetels beschikbaar.

Degenen die gekozen zijn moeten dan een serie formaliteiten doorlopen en worden daarna op 28 maart beëdigd.

De provincie Flevoland heeft de lijsttrekkers in de gelegenheid gesteld een promotiefilmpje op te nemen, waarin ze 1 minuut de tijd krijgen zich aan de kiezers voor te stellen.

15 partijen hebben hiervan gebruik gemaakt, het Forum voor Democratie niet.

We hebben een werkgroepje opgericht, dat heel optimistisch “toekomstige GL-fractie” heet. Binnen dit groepje worden de taken verdeeld: ieder van ons neemt op zich twee partijprogramma’s van de tegenstanders te analyseren en we spreken af wie welke debatten voert in de aanloop naar de verkiezingen.

Mijn taak was de Dieren te bekijken en de PVV.

De programma’s

Het verkiezingsprogramma van de Partij van de Dieren zit goed in elkaar en heeft een grote overlap met dat van Groen Links.

Als je moet benoemen waarin we verschillen zou je kunnen zeggen dat de PvdD nog wat strenger in de vegetarische/veganistische leer is en het lijkt er een beetje op dat ze de dieren soms belangrijker vinden dan de mensen.

Het programma van de PVV stelt inhoudelijk weinig voor. Zoals te verwachten vind je er een tirade in tegen immigranten, een pleidooi voor meer nationale volkscultuur en meer asfalt.
Ze zijn ook vóór uitbreiding van vliegveld Lelystad.

Voor de rest zijn ze vooral tegen van alles.

Ik ben niet onder de indruk van het niveau van programma’s en presentaties. Men houdt zich nogal op de vlakte en probeert hier en daar nogal goedkoop te scoren (“werk, werk en nog een werk!”).

Soms is het tenenkrommend, een enkele keer nogal grappig (als de lijsttrekker van Jezus Leeft zegt dat hij “op de Noorderplassen staat”. Wij zijn daar niet zo verbaasd over, omdat zijn Heiland immers ook over water kon lopen.

Als je alle filmpjes van de lijsttrekkers hebt gezien rest er nog één: Taart voor Judith. Ik dacht even dat het hier ging om nog een obscure splinterpartij, maar we zien hier het bezoek dat de Commissaris van de Koning (Leen Verbeek) bracht aan een meisje dat net 18 was geworden en dus straks mee mag stemmen.

Stemmenwijzer en stemtracker

Ik deed de Stemmenwijzer en kwam erachter dat mijn standpunten voor 75% overeenkomen met die van Groen Links en voor 79% met die van de PvdD…..

Mijn mening bleek bij enkele van de 28 stellingen af te wijken van het GL standpunt:

  • GL wil geen hulp verlenen aan vissers die in financiële problemen zijn gekomen (ik ben niet zo hardvochtig)
  • Ik vond dat de Provincie zich aan haar kerntaken moest houden.
  • GL wil nieuwe mestverwerkingsfabrieken toestaan (ik dacht dat die niet groen waren)
  • Ik wil niet dat de provincie geld steekt in de ontwikkeling van sporttalenten, GL Flevoland dus wel…
  • Tot mijn afgrijzen is GL vóór raadgevende referenda (ik ben daar mordicus tegen: kijk eens naar Brexit)
  • In het verkiezingsprogramma van GL staat dat wij luisteren naar de deskundigen als het gaat om de handelwijze rond de Oostvaardersplassen. Toch moet afschot volgens de stemwijzer verboden worden. Dat lijkt mij tegenstrijdig.

Ik scoorde gelukkig beter bij de Stemmentracker (waarin gekeken wordt hoe de partijen daadwerkelijk stelling hebben genomen in de afgelopen periode). Groen Links 80%, PvdA 75% en PvdD 60%.

Ik ben inmiddels aardig ondergedompeld in het wereldje van Provinciale Staten. De verwachting is, dat GL drie of vier zetels zal halen. Ik sta op nummer 7, dus de kans is niet groot dat ik erin kom.

Maar ja, de kiezer moet zich uitspreken, en wie weet…..

 

 

De drijvende brandkast

In de eerste Wereldoorlog viel menig schip ten prooi aan de oorlogshandelingen. Er waren veel slachtoffers te betreuren, maar ook de post die door de schepen vervoerd werd ging verloren.

Dat bracht een slimme Nederlandse uitvinder op het idee de post van en naar onze koloniën te laten vervoeren in een grote brandkast die zich aan dek van de mailboten bevond. Als het schip zonk bleef deze brandkast drijven.

Via een ingenieus systeem van geluids- en lichtsignalen zou ze na de ramp kunnen worden gevonden en geborgen. De inhoud was op die manier behouden en kon alsnog haar bestemming bereiken.

De uitvinder heette Cor van Blaaderen. Hij stak veel geld in het project en wist zelfs toestemming te verkrijgen een speciale zegel te laten drukken die mensen op de post moesten plakken als ze wilden dat die in de brandkast vervoerd werd.

Deze zegels waren er in verschillende waarden en werden ontworpen door Leo Gestel en Lion Cachet.

Jammer genoeg duurde het erg lang voordat zijn onderneming van de grond kwam. De eerste reis met brandkast was pas in 1920 en er was veel te weinig belangstelling. Van Blaaderen had gerekend op vele duizenden brieven en pakjes, maar uiteindelijk bleef het bij 600 poststukken naar Indië en 450 terug.

De prachtige zegels zijn nu uiterst zeldzaam. Voor een complete serie (ongestempeld) moet je € 975,- neertellen. Gek genoeg zijn gestempelde exemplaren nog duurder (want zeldzamer).

Ik heb er twee voor een zacht prijsje op de kop kunnen tikken, de andere heb ik ook, maar dat zijn facsimiles (latere herdrukken).

 

Ik heb dit prachtige verhaal sober opgeschreven, want ik heb de meeste informatie uit een artikel van mijn bijna-naamgenoot Marten Minkema gehaald. Hij heeft het allemaal veel mooier en uitgebreider verteld, volg deze link.

Leo van Gestel

Er was even iets niet in orde

Van een trouwe abonnee hoorde ik dat er geen berichtjes meer kwamen over een nieuwe post. (Dank Jeanet!)

Ik belde met een aardige medewerker van Exelmedia (mijn host), die me vertelde dat ik een beetje moest opruimen, Jetpack (de plugin die de reacties regelt) had niet meer voldoende ruimte. Ik kon ook wat geheugen bijkopen.
Liever dan oude posts opruimen (die zijn immers geschreven voor de eeuwigheid?) betaal ik voor wat extra ruimte.

Ik heb nu 1Gb extra geheugen, dus nu moet alles weer werken.

Je kunt nu de blogs inhalen die je gemist hebt!

Huis aan huis voor de goede zaak

Iedereen heeft het erover dat er zo’n grote kloof is tussen de politiek en de “gewone mensen”, de kiezers. Dit geldt voor de Tweede kamer, maar vergeleken hiermee staan Provinciale Staten op nog veel grotere afstand. Wellicht hebben we wel eens gehoord van de commissaris van de Koning, maar wie kent een Statenlid, of een Gedeputeerde? Wie maakt wel eens een vergadering van PS mee?

Ik ben meerdere malen in het gebouw van de Tweede kamer geweest en heb enkele keren een vergadering van de gemeenteraad bijgewoond, maar was nog nooit in de vergaderzaal van Provinciale Staten geweest.

Dat gemis heb ik in korte tijd goed gemaakt: ik woonde een vergadering bij in Lelystad en mocht plaatsnemen in de zaal van het Provinciehuis in Den Bosch.

Om de politiek dichterbij te brengen besloot de campagneleider van Groen Links dat we Huis aan Huisbezoeken moesten afleggen, om in gesprek te komen met bewoners van Almere.
Afgelopen zaterdag was het zo ver, met een groep van 16 Groen Linksers belden we aan in enkele straten in Almere Poort.

Hieraan voorafgaand kregen we koffie en thee in het huis van een sympathisant, die ons bij terugkomst ook voorzag van linzensoep (wat anders?) om weer een beetje warm te worden.

Ik kreeg een groen plastic poppenjasje, dat XL bleek te zijn, maar waar een heer van zeker postuur de rits natuurlijk niet van dicht kan krijgen.

Ik werd in het kader van leeftijdsdifferentiatie gekoppeld aan Shadi, een vijftienjarig (!) enthousiaste Groen Linkse gymnasiaste. Ze had al ervaring, dus ik kon de kunst van haar afkijken.

Bij heel veel huizen werd niet opengedaan en op nogal wat deuren was een sticker geplakt die erop wees dat men niet gediend was van mensen aan de deur.

We kwamen niet langs om iets te verkopen of om te collecteren, maar besloten dat deze fijne burgers
ons hoogstwaarschijnlijk zouden onderbrengen in de categorie geloofsovertuigers, dus aan huizen met een dergelijke sticker gingen we maar voorbij.
Voor je er erg in hebt heb je zomaar een pitbull aan je been.

 

Wat maakten we verder nog mee?

• Af en toe deed iemand het raam open van de bovenverdieping om te kijken wie aangebeld had. We probeerden met het hoofd in de nek onze boodschap af te leveren, maar meestal had men geen belangstelling.

  • Er waren überhaupt erg veel mensen die niet met ons wilden praten.
  • Een mevrouw keek ons nadrukkelijk aan door het ruitje van haar voordeur, draaide zich om en verdween weer. Ik dacht dat ze even haar kunstgebit ging indoen, maar na een minuut wachten kwamen we tot de conclusie dat ze kennelijk het gesprek met ons niet wenste aan te gaan.
  • Als een bewoner ons wel te woord stond was hij blij met ons aanbod een flyer achter te laten, hij kon dan op een nette manier van ons afkomen.
  • Omdat het koud was en ik mijn middag nuttig wilde besteden koos ik voor een directe benadering: ik vroeg of men al wist waar ze in maart op gingen stemmen. Meestal viel een verwilderde blik mij ten deel, omdat op 19 januari de Provinciale Statenverkiezing nog niet zo’n prominente plaats inneemt in de beleving van Poortbewoners.
  • Een bewoner wist het wel en verzekerde ons “dat we ons geen zorgen hoefden te maken”. Dat deden we dus maar niet.
  • Een ervaren oude campagnevoerder nam mij al snel ter zijde en vertelde dat het er toch vooral om ging om ”verhalen bij de mensen te halen”. Hij bedoelde waarschijnlijk dat mijn benadering iets te confronterend was.
  • Meestal was men wel tevreden over het wonen in Almere Poort en had dus niet zoveel verhalen.
  • Toen we bij het zoveelste huis onverrichterzake wilden verdergaan kwam net de bewoonster aanlopen. Haar zoontje vertelde ons bedremmeld dat we voor de deur stonden van wat “eigenlijk hun huis” was. Ik stelde hem gerust dat we er niet op uit waren het van hem af te pakken.
  • Zoeken naar een bel als je je aan de tuinzijde van een huis bevindt heeft weinig zin.

Shadi liet van elke folder die ze in de brievenbus achterliet kunstig het logo van Groen Links er precies uitsteken, zodat absente bewoners bij thuiskomt onmiddellijk konden zien wat ze gemist hadden.

Hoeveel zielen hebben we die middag gewonnen? Is de kloof een beetje kleiner geworden?

We zullen het zien op 20 maart!

 

foto’s van Hicham Ismaili Alaouli

Een a-typische filatelist

Sedert een aantal maanden heb ik mij verdiept in de wereld van de postzegelverzamelaars.

Ik schreef hier eerder al een blog over, dit is de laatste over dit onderwerp. (Ik krijg nu al verwijten dat ik toch wel een erg saaie hobby heb).

Het a-typische element van mijn verzamelliefde is, dat ik volstrekt niet geïnteresseerd ben in wat de reguliere filatelist in extase kan brengen: een bijzonder stempel, een “plaatfout” of een aparte perforatie. Voor hem gaat het allemaal om schaarste: hoe minder ervan is, hoe leuker het wordt.
Ik voel me aangetrokken door de afbeelding op een postzegel, de rest laat me koud.

Mijn voornemen was een verzameling op te bouwen van alle Nederlandse zegels uit de tijd dat we nog guldens hadden, dus tot 2001. Dat is aardig gelukt, ik mis er nog 25, maar die zal ik nooit in bezit krijgen omdat ze heel zeldzaam en daarom heel duur zijn. De meeste zijn ongestempeld en goed te bekijken.

Vooral de oudere zegels zijn een lust voor het oog, ze zijn met heel veel liefde en vakmanschap gemaakt.

Ik ben dus op jacht geweest, op Marktplaats, Catawiki en de Verzamelaarsmarkt en ben op die manier in contact gekomen met een aantal lotgenoten en experts.

Ondertussen heb ik me ook verdiept in de theorie en de geschiedenis.

Ik heb een heel interessante periode meegemaakt maar nu is het klaar. Ik beperk me tot Nederland (met een klein uitstapje naar de Overzeese Gebiedsdelen) en ga niet door met het verzamelen van zegels uit andere landen.

Door puur toeval heeft Nederland een periode doorgemaakt waarin de voor de emissie van postzegels verantwoordelijken beschikten over durf, lef en gevoel voor schoonheid. Zij zorgden ervoor dat beginnende kunstenaars een kans kregen en dat er geëxperimenteerd kon worden. Het heeft prachtige postzegelkunst opgeleverd, uniek in een wereld waar over het algemeen staatshoofden en heraldiek de boventoon voerden.

Die periode heb ik gevangen en gedurende die zoektocht heb ik veel geleerd en waargenomen. In deze blog deel ik een aantal observaties en bevindingen met mijn lezers.

Ik leun hierbij zwaar op twee publicaties: Postzegelkunst van Christiaan de Moor en het Handboek Postwaarden van G. Holstege e.a.

 

 

  • De eerste Nederlandse postzegel werd in 1852 gedrukt en had een afbeelding van koning Willem III. Hij had een waarde van 5 cent en was nog niet geperforeerd. Elke zegel die uitkomt krijgt een eigen nummer, deze postzegel is dus nummer 1. Naast frankeerzegels zijn er ook nog andere categorieën: port, luchtpost en Dienst. De laatste guldenzegel is van 2001, nummer 1983.

Daarna is er een korte periode geweest waarin de zegels een dubbele waarde-aanduiding hadden (gulden en euro), t/m nummer 2033. Vanaf nummer 2034 is alles in eurocent. Eind 2016 was men aangeland bij 3487.

  • Aanvankelijk stonden er vooral koningen en koninginnen op, dit was gebruikelijk. In die tijd was het ook erg belangrijk dat de zegels niet makkelijk konden worden nagemaakt: ze vertegenwoordigden immers een geldwaarde.
    Men maakte dus erg ingewikkelde patronen en versieringen, die moeilijk te vervalsen waren. Vanaf het begin van de twintigste eeuw hebben veel zegels een art-deco motief.
  • Er waren alleen nog maar grafische toepassingen, men maakte een gravure, die vervolgens met moderne druktechnieken werd gereproduceerd.
  • In 1931 verscheen de eerste zegel met een fotomontage, inmiddels hadden de postzegels naast koningen en koninginnen (Wilhelmina) ook andere afbeeldingen, figuratief-grafisch.
  • Naast “gewone” emissies kwamen er ook aparte series: zoals zomer-, kinder-, Olympische-, en Rode Kruiszegels.
  • Een paar beroemde kunstenaars die ook een of meer postzegels hebben ontworpen:
    de Bazel (de architect!), Pyke Koch, Jan Sluijters, Hildo Krop, Piet Kramer (nog een architect) , Crouwel, van Krimpen, Escher, Oxenaar, Max Velthuys, Bruna en Drupsteen.
  • Speciale reeksen kenden vaak een toeslag, het geld dat hiermee werd opgehaald ging naar goede doelen. De opbrengst was meestal aanzienlijk, het begon er uiteindelijk op te lijken dat ze een aanvulling vormden op de landsbegroting. Als een uitgave niet via de normale weg kon worden begroot kwam er een speciale postzegel…
    Je kan bijna spreken van crowdfunding avant la lettre.
  • Je komt er dus achter dat er altijd een aanzienlijke groep is geweest die kennelijk genoeg te besteden had om een collectie aan te leggen van alle nieuwe postzegels.
  • Wij kunnen ons nu niet meer zoveel voorstellen bij de notie dat er speciale gelegenheden waren die aanleiding vormden voor de uitgave van een speciale postzegel. Vroeger was het een manier om een onderwerp onder de aandacht van een zeer breed publiek te brengen: iedereen gebruikte immers postzegels.
  • Er was veel kinnesinne rond de toekenning van aanvragen: waarom kreeg de ene het wel voor elkaar en de ander niet? En wie moest worden geportretteerd?
    Wat opvalt is dat besluiten in die tijd nog vooral werden genomen door hooggeplaatsten: de minister had het laatste woord, maar ook jonkheren, freules, burgemeesters en invloedrijke industriëlen speelden een rol. In die kringen hield men zich traditioneel al vaak bezig met liefdadigheid.
  • Men nam geen blad voor de mond als de doelgroep benoemd moest worden: “onvolwaardige arbeidskrachten, behoeftigen, idioten en achterlijken”.
  • Er ging veel discussie vooraf aan de beslissing welke waarde de nieuwe postzegels moesten krijgen. Dit hing samen met de posttarieven, die ook wel eens daalden!
  • De PTT had een esthetisch adviseur in dienst, die verantwoordelijk was voor de afbeelding op de nieuwe zegels. Ook hier was erg veel discussie over en de uiteindelijke beslissing werd uiteindelijk helemaal boven in de organisatie genomen, vaak bemoeide de minister er zich ook mee en zelfs de koningin moest er soms bij worden betrokken, omdat er een wet was die bepaalde dat postzegels boven een bepaalde waarde de beeltenis van de vorst moesten dragen.
    De vorstin stelde ook eisen: zo wilde ze op een bepaald moment niet met diadeem afgebeeld worden, alles werd dus aangepast.
  • Een groot staatsbedrijf als de PTT kon ook een typograaf in vaste dienst hebben en er was zelfs een postzegelschool!
  • Ik was niet onder de indruk als mensen het hadden over het geschiedkundig element van postzegels verzamelen. Als je een plaatje van Michiel de Ruyter ziet weet je heus niet ineens alles van oorlogsschepen.
    Wat wel naar voren komt is de maatschappelijke context: ik noemde al de regenten die overal een dikke vinger in de pap hadden, maar de verzuiling speelt ook een grote rol. Men portretteert onbekommerd Willibrord en Bonifatius, en ook het Bijbelgenootschap krijgt zijn eigen zegel. We kunnen ons nu niet meer voorstellen dat er ooit Kamervragen over postzegels werden gesteld en dat men in augustus 1944 (dus nog vóór de hongerwinter) al aan het vergaderen was over de uitgifte van een bevrijdingszegel.
  • De Duitse bezetter controleerde of er op postzegels niet het portret stond van een Jood…
  • Zwarthandelaren kochten grote partijen postzegels op om hiermee hun zwarte geld wit te maken.
  • En toen de oorlog voorbij was werd er rekening mee gehouden of iemand “goed” of “fout” was geweest. Om die reden kon je een opdracht mislopen of mocht je hoofd niet op een postzegel komen.
  • Postzegels vertegenwoordigen natuurlijk geldswaarde en het gebeurde nogal eens dat ze gestolen werden of dat ze voor bedrijfspost bestemd waren maar privé werden gebruikt. Daar vond men wat op: na aanschaf kregen de zegels een bedrijfsperforatie. (Ik ben er enkele tegengekomen).
  • Ze werden wel eens de “aandelen van de kleine man” genoemd. In oude verzamelboeken staat vaak de waarde genoteerd, soms duizenden guldens. Daar is niets van overgebleven. Je kunt nu voor een paar tientjes verzamelingen kopen waar destijds heel veel meer geld aan uitgegeven is.
  • Als je een verzameling wilde aanleggen kon je niet om DAVO heen: deze beroemde firma gaf voorgedrukte albums uit. Je wist precies wat je al had en wat nog niet.
    Het lijkt mij een hatelijk gezicht, al die lege plekken in je mooie verzameling.
  • Ik ben er ook achter gekomen dat het niet alleen om postzegels gaat. Er zijn liefhebbers van stempels (die sparen dus gestempelde postzegels op locatie: ik heb Deventer nog niet!), formulieren, plaatfouten en maximumkaarten. Dat zijn prentbriefkaarten voorzien van een postzegel die verband houdt met de afbeelding en die ook nog eens betekenisvol gestempeld is (?)
    Als je hier obsessief mee bezig bent lijd je aan maximafilie. Echt waar.
  • Ik heb inmiddels met veel plezier de losbladige delen I tm VI van het monumentale Handboek Postwaarden gelezen. Veel droge kost, maar men heeft de gouden vondst gedaan alles te verluchtigen met originele poststukken. Je ziet het zwierige handschrift van weleer, de simpele adressering en de prachtige titulatuur (aan den hooggeboren weledelgestrenge hooggeleerde Heer..)
    Je ziet ook ongelooflijk gecompliceerde formulieren, die op twintig verschillende manieren gestempeld, geparafeerd, beschreven en beplakt zijn. Dat was pas bureaucratie!
  • Ik ben op zoek naar de vervolgdelen, als ik ze nieuw zou aanschaffen zou dat ruim €300,- kosten. Een oproep op Marktplaats leverde een reactie op, maar ik vermoed dat de aanbieder niet bona fide was. Ze nodigde me uit honderd euro + €15,- verzendkosten over te maken omdat ze “alles had” waarnaar ik op zoek was, maar liet niets meer horen toen ik haar vroeg me een scan te laten zien van enkele titels.
    Ik ben in gesprek met de uitgever en de schrijver, wie weet kan ik via die weg de hand op het missende materiaal leggen. Dit is vooral belangrijk omdat mijn lievelingsontwerpers (van Krimpen en Crouwel) hierbij zitten.
  • Mijn verzameling is nu jammer genoeg bijna compleet, ik zal niet meer het genoegen smaken een oud album open te slaan om dan een zegel te ontdekken die ik nog niet had.
  • Ik heb echter wel heel wat genoeglijke uurtjes doorgebracht en ben nu in het bezit van een prachtige collectie. Er zitten juweeltjes tussen. Kom hem maar eens bekijken, ik heb er nog heel veel over te vertellen!

Een tuintje

Enige jaren geleden hoorde je soms een vrolijk nummer op de radio, waarin de zanger zong dat hij een tuintje in zijn haar had.
Kijk en luister maar.

Ik stelde me bij deze ietwat zonderlinge bekentenis voor, dat het hier om een uit de kluiten gewassen Afrokapsel ging, waarin wat bloemen waren aangebracht. Een mooie illustratie van flowerpower.

Ik kreeg ook een wat onfrissere associatie: dat zich in de bovenop het hoofd gestapelde dreadlocks van een Reggae-artiest onder de muts ongewenste flora had genesteld.

Ik zat op het verkeerde spoor.

De muzikant zong Ik heb een tuintje in mijn hart, waarbij hij de a-klank iets langer maakte dan ABN voorschrijft en de t nauwelijks liet horen.

Vandaar dit agri-culturele misverstand.

 

Ik heb ook een tuintje, weliswaar niet in mijn hart en ook niet achter mijn huis (daar zijn alleen maar tegels), maar wel in mijn auto.

Bij de zijruit heeft zich een dapper mosje vastgezet. Het blijft ondanks de barre omstandigheden hardnekkig leven en groeit zelfs langzaam. Sinds kort heb ik er zelfs een achtertuintje bij!

Het spreekt voor zichzelf dat ik de auto niet meer was. Het spuitende water zou korte metten maken met dit sterke staaltje van pioniervegetatie.

Ik hoop nu dat zich binnenkort kleine rode bloempjes zullen vertonen.

In dat geval zal ik ook niet meer in mijn auto rijden, om te voorkomen dat ze door de rijwind zullen worden afgerukt.

Als je goed kijkt zie je dat zich een pluisje heeft vastgezet in mijn achtertuintje, het is niet uitgesloten dat hier tzt een paardenbloem uit zal groeien.

Die zal ik echter onmiddellijk verwijderen. Geen onkruid in mijn tuin!