Schrijven

Hoe vaak gebeurt het nog dat je een stukje geschreven tekst onder ogen krijgt?

Ik heb het over letters en woorden die met een pen op papier geschreven zijn.

Als het gebeurt, is het hoogstwaarschijnlijk door een kind op papier gezet in opdracht van een leraar.
De kans dat je je het geschrevene zonder moeite zal kunnen ontcijferen is niet erg groot. Mooi schrijven is een kunst die bijna niemand nog beheerst.

Het is niet verwonderlijk dat je bijna geen handschrift meer ziet, bijna iedereen gebruikt het tekstverwerkingsprogramma van de computer en de printer.

Onderwijsexpert Maurice de Hond vindt het zelfs niet meer nodig dat kinderen met de hand leren schrijven. Hij heeft het over overbodige “krulletters”, en toont daarmee aan dat hij er geen weet van heeft dat het makkelijker is letters aaneen te schrijven en dat de extra haaltjes en boogjes dus een functie hebben. Hij verwart waarschijnlijk kalligrafie met het cursief koordschrift dat op de meeste basisscholen onderwezen wordt (nog wel…)

Ik schreef al eens dat het een uitzondering is een foutloos stukje proza aan te treffen, hetzelfde kan gezegd worden met betrekking tot een goed leesbare handgeschreven tekst.

Ik ken maar weinig mensen die nog mooi schrijven kunnen. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen.

Ik heb leren schrijven met de kroontjespen. De houder (die door veel kinderen in de loop der jaren werd opgegeten) en het pennetje kreeg je van school, het inktpotje zat achter een schuifje verzonken in je tafeltje en van moeders werd verwacht dat ze een inktlap maakten.

Deze lap diende ertoe om je pen af en toe schoon te maken en was gemaakt van enkele laagjes zeemleer en stof, bijeengehouden door een knoop. Op de lange duur werd deze inktlap helemaal blauw.

Mijn taalschriftje 1962 (?)

Ik vond schrijven met een kroontjespen heel erg moeilijk. Regelmatig bleef de scherpe pen haken in het papier en ontstond een vlek. Achter in je schriftje zat een vloeiblad dat overtollige inkt kon absorberen, maar het kwaad was al geschied. De kans was groot dat je opnieuw moest beginnen.

Ik mocht blij zijn dat ik niet linkshandig was, dan zou ik ook nog het probleem hebben gehad dat je met je hand over de zojuist geschreven letters ging, waarvan de inkt nog niet opgedroogd was.

Er kwam een moment dat we overschakelden op een gewone balpen, voor mij was dat een zegen. Deze pen werd ook door school verstrekt, o wee als je hem kwijtraakte!

Van Sinterklaas kreeg ik een vierkleurenbalpen. Door middel van knopjes kon je telkens een anders gekleurde stift uitschuiven: blauw, rood (spelen dat je de meester was), zwart en de mooiste: groen! Ik was er heel blij mee, maar mocht hem op school niet gebruiken, want dat was slecht voor mijn handschrift.

Ik heb altijd een voorliefde gehouden voor mooie pennen, ik kwam erachter dat ik ze het liefst had met een brede punt. Dat schreef het lekkerst.

Ik heb jarenlang een prachtige Parkerpen gebruikt, ik kocht de vullingen bij firma Akkerman in de Kalverstraat.
Ik kon niet zonder mijn succesagenda, die een mooie leren omslag had. Hierin zat een lusje, waarin mijn favoriete pen precies paste. Ik gebruikte hem tientallen keren per dag.

Er kwam een moment dat ik bij het aanbreken van een nieuw kalenderjaar geen nieuwe Succesagenda meer kocht. Ik hield al mijn afspraken bij in mijn Blackberry en op mijn computer. De mooie Parkerpen gebruikte ik niet meer. Hij was eens uit elkaar gevallen waarna ik alle delen met sterke tweecomponentenlijm weer aan elkaar had vastgelijmd. Toen hij leeg was kwam ik erachter dat ik er geen nieuwe vulling meer in kon plaatsen. In mijn lade liggen nog drie nieuwe.

Ik schrijf nu wel weer vaak, ik maak vaak aantekeningen in een van mijn boekjes.

Ik ontdekte een nieuw merk: de Stabilo pointball 0,5. Het is een feest hiermee te schrijven en je kunt ze in alle kleuren krijgen, ook groen!

 

 

 

 

 

 

 

 

In memoriam Dominee ter Linden

Afgelopen zondag overleed dominee Nico ter Linden.

We kennen hem van de periode waarin hij predikant was van de Westerkerk in Amsterdam.

Hij voltrok ons huwelijk in 1990 en doopte onze beide zoons.

Voorafgaand hieraan praatten we met hem, hoog boven op zijn kamer in de Westerkerk. Het waren geen moeilijke gesprekken, ter Linden was geen zware dominee.
Ik had er moeite mee wetenschap en geloof met elkaar te verzoenen, hij had hier begrip voor. Zijn opvatting: Wat in de Bijbel staat is wel waar, maar niet echt gebeurd viel bij mij in goede aarde.

Het feit dat mijn vrouw uit een Katholiek nest kwam en ik uit een Nederlands Hervormd vormde ook totaal geen beletsel.

De trouwceremonie in de Westerkerk was prachtig. Onze familie was aanwezig en ook cursisten van mijn Taalschool uit alle delen van de wereld. Ter Linden hield een mooie preek en markeerde op deze manier het begin van een mooi huwelijk dat na 27 jaar nog steeds in volle bloei staat en twee prachtige zonen heeft opgeleverd.

 

Later leidde hij de begrafenisdiensten van eerst mijn vader en later mijn moeder.

 

Bij zijn afscheid van de Westerkerk waren alle paren uitgenodigd die hij in de loop der tijd in de echt had verenigd. Toen hij hen in de volle kerk vroeg op te staan gaven ook wij daar gehoor aan, het was een ontroerend moment. Ik denk dat hij voor heel veel mensen veel heeft betekend.

Ik zag hem enkele jaren geleden het laatst in de kerk van het Leger des Heils in Almere. Ik had hem uitgenodigd om te spreken op de jaaropening van stichting Prisma. Hij was de gave van het woord niet kwijtgeraakt en was nog even aimabel als vroeger.

Een fijne dominee is heengegaan. Hij ruste in vrede.

 

 

Lepeltjes

De vriendin van mijn zoon deed voor het eerst mee aan ons sinterklaasfeest.
We vierden dit op traditionele wijze met te veel cadeautjes en plagerige gedichten.

Sedertdien weet Sophie hoe ze mij moet karakteriseren als men wil weten wat voor man ik ben: ze kan vertellen dat ik theelepeltjes spaar.

Die mededeling berust niet op onwaarheid, want de goedheiligman schonk mij inderdaad enkele roerijzertjes.

Laat ik eens uitleggen hoe dit zo ver heeft kunnen komen.

Enige jaren geleden logeerden we in een gehuurd huisje ergens in de provincie.
We genoten van de omgeving, het weer en van de maaltjes die we voor onszelf kookten. Regelmatig dronken we een lekker kopje koffie.

Het viel me op dat het roeren in die koffie me zo prettig afging en stelde vast dat het formaat van het lepeltje hiermee te maken had. Het was niet zo’n petieterig klein dingetje, dat amper boven het oppervlak uitkwam, maar een fors uitgevallen, stevig exemplaar.

Bij nadere bestudering bleek de beeltenis aan het uiteinde een bekende stripfiguur te zijn: Lambiek uit Suske en Wiske. Die kende ik nog van vroeger!

Ik hield wel van deze stripboeken, waarvan de titels zo prettig allitereerden, maar kon me niet goed identificeren met de hoofdpersonen: Suske was wel stoer, maar zat altijd met dat zusje. Mijn zusjes leken helemaal niet op haar. Lambiek was nogal dom en wat was nu eigenlijk zijn relatie tot Sidonia? Jerommeke was natuurlijk hartstikke sterk, maar zijn naam beviel me niet en hij praatte bovendien raar. Ik zou me nooit kunnen vereenzelvigen met een persoon wiens beheersing van de taal zo rudimentair was.

Ik was erg gesteld geraakt op het lepeltje, maar het behoorde natuurlijk tot de inventaris van het huisje. Ik wilde het graag meenemen naar huis en ging over tot een actie die waarschijnlijk juridisch niet door de beugel kan: ik verving het aantrekkelijke lepeltje door een ander exemplaar, dat ik in de plaatselijke dorpswinkel had aangeschaft. Ik geloof dat de toren van Nunspeet erop prijkte. Ik was er zeker van dat de kwaliteit van het Nunspeet-kleinood niet onderdeed voor die van het door mij begeerde object, zodat de eigenaar van het huisje in geen enkel opzicht benadeeld zou worden.

Mijn snode daad is niet aan het licht gekomen, de nieuwe bewoners van het huisje roeren volstrekt tevreden hun thee met de toren van Nunspeet en ik kies elke keer mijn favoriete lepeltje als ik thuis koffie heb gezet.

Sedertdien houd ik mijn ogen open of er wellicht nog ergens een vergelijkbaar lepeltje opduikt. Dat zou vast net zo lekker in de hand liggen.

Ik denk dat ik er vrede mee zou hebben gehad als in mijn leven verder geen andere lepeltjes uit de Suske en Wiskeserie waren opgedoken. (Dat er sprake was van een serie had mijn echtgenote op internet ontdekt).

Niet lang geleden stond mijn vrouw erop dat we een grote doos met theelepeltjes in de Kringloopwinkel zouden doorzoeken. Ze scoorde enkele aanwinsten met Westfries motief (piepkleine Alkmaarse kaasdragers!) en ik stuitte plotseling op een exemplaar dat me bekend voorkwam: het was Sidonia!

Opgetogen rekenden we af (75 eurocent) en vanaf dat moment kon ik uit twee lepeltjes kiezen als ik roeren moest.

Mijn vrouw was inmiddels niet meer te houden. Via Marktplaats bestelde ze Barabas, Jerommeke, Suske en Wiske en de Zwarte Madam met het plan ze mij als sinterklaascadeautje te schenken.

Ongelukkigerwijs arriveerde het pakje enkele dagen te vroeg, waarna mijn vrouw het ostentatief (en ongeopend) voor iedereen zichtbaar in de woonkamer liet liggen.

Nu houd ik niet van verassingen en al helemaal niet van ongeopende pakjes. Begrijpelijkerwijs stond mijn echtgenote niet toe dat ik het aan haar geadresseerde pakketje openmaakte zodat ik mij tandenknarsend moest blijven afvragen wat er in zou kunnen zitten.

Dit werd duidelijk toen we het sinterklaasfeest vierden.

In het mooie gedicht dat Sinterklaas had geschreven werd mijn aangeboren nieuwsgierigheid en behoefte zaken onder controle te hebben aangestipt. (Er is een verwijzing naar een brief die ik jaren geleden, toen we nog in Amsterdam woonden in de gemeenschappelijke brievenbus had aangetroffen. De afzender was de ceremoniemeester van ons aanstaande huwelijk. Hoewel de brief geadresseerd was aan onze bevriende buren was ik ervan overtuigd dat hij voor mij bestemd was en had ik er even in gekeken).

Dit was het gedicht:

Beste Martin
Vanaf de tijd dat je op m’n knie zat,
Via de momenten dat je soms een slokje te veel ophad,
Tot de vele jaren in onderwijsland
En nu weer vaak in bridgeverband;
De Sint ziet en kent jou al een hele tijd.
Wat al die jaren blijft is je nieuwsgierigheid.

Je wilt altijd alles weten, daarin lijken we op elkaar,
Er zijn echter grenzen aan, voorwaar.
Is de brief gericht aan de buren,
Dan mag je er ABSOLUUT NIET in gluren!!
Staat er op een brief niet jouw naam maar die van je vrouw,
Dan is deze post zeker niet voor jou.

Ik boog natuurlijk deemoedig het hoofd, na deze kastijding van de goede Sint.

Naar lepeltjes hoef ik verder niet te zoeken, ik heb er nu meer dan genoeg.

 De lepeltjes in kwestie.

 

Hoewel……

Niet het bezitten is het doel
Maar het verzamelen is zo cool.

(vrij naar Vasalis).

Serie: the Handmaid’s Tale

Toen bleek dat er een televisieserie gemaakt was van het boek The Handmaid’s Tale van de Canadese schrijfster Margaret Atwood besloot ik het te herlezen.

Ik had het vlak na verschijning gelezen (1986), het heeft in de tussentijd niet aan waarde ingeboet. Je zou Atwood, gezien de recente ontwikkelingen in Amerika, zelfs profetische gaven kunnen toedichten.

Ze wordt vaak in een adem genoemd met George Orwell, die anno 1948 met 1984 een vergelijkbare dystopische roman had geschreven.

In beide boeken is de democratie opzijgeschoven om plaats te maken voor een totalitair systeem. Bij Orwell is vooral de socialistische heilstaat Rusland te herkennen, in de roman van Atwood is de macht overgenomen door religieuze conservatieven. Dit laatste is niet eens zo’n heel onaannemelijk gegeven.

De serie is losjes gebaseerd op het boek, het heeft geen zin beide voortdurend met elkaar te vergelijken. De schrijvers van de serie hebben zich heel wat vrijheden veroorloofd ten aanzien van Atwood’s verhaal, maar dat was te verwachten. Eén ervan is wel interessant om te vermelden: in de serie worden de nieuwe machthebbers voorgesteld als fanatici die hun machtshonger overgieten met een religieus sausje, kennelijk om steun te verkrijgen van gelovige mensen. Ze hebben echter ook een ecologisch kantje: ze zijn er trots op CO2-emissie te hebben teruggebracht en promoten kleinschalige biologische landbouw. Raadselachtig.

De serie is geweldig: spannend verhaal, goede opbouw en mooi acteerwerk. Je wordt niet blij natuurlijk, je kunt jezelf de vraag stellen in hoeverre een dergelijk toekomstbeeld realistisch is. Gezien de broosheid van ons Westerse democratisch stelsel en het nietsontziende fanatisme waarmee het (vooral in Amerika) stelselmatig ondermijnd wordt acht ik het niet uitgesloten dat we uiteindelijk geconfronteerd worden met een vergelijkbare machtsovername.

De hoofdrol wordt gespeeld door Elisabeth Moss, wat een fantastische actrice!

 

 

We zagen haar kort geleden toevallig ook in Top of The Lake II, een andere aanrader.

 

 

The Handmaid’s Tale (roman)          8

The Handmaid’s Tale (de serie)        9

Top of the Lake                                 8 ½

 

Videoland

We zijn lid geworden van Videoland, omdat we de serie op geen enkele andere manier konden zien. Er is geen DVD en hij zit ook niet op Netflix.

Videoland heeft verder niet zo veel van mijn gading in de aanbieding, ze hebben vooral veel Nederlandse series. Ik zit nu dus met een moreel probleem: zeg ik na de eerste twee gratis weken mijn abonnement op of blijf ik nog even lid? We zitten ook al op Netflix en zullen hoogstwaarschijnlijk pas weer van Videoland gebruikmaken als The Handmaid’s Tale II uitkomt (dit voorjaar).

 

Kan je tijdens het zwemmen constructieve ideeën krijgen?

In eerdere posts vertelde ik al over mijn wekelijkse zwempartij, waarbij we tijdens het baantjes trekken intensief discussiëren over maatschappelijke kwesties. Soms wijzen we elkaar ook op publicaties die ons standpunt verhelderen.
Onlangs kreeg ik weer een mailtje en reageerde hier aldus op:

Beste A.

Je stuurt me regelmatig mailtjes met daarin een link naar een website waarop alarmerende berichten te zien zijn, meestal met betrekking tot de Islam.

Ik heb me voorgenomen om waar mogelijk buiten mijn bubble te treden en klik er dus regelmatig op. Plichtsgetrouw kijk ik rond en word meestal niet vrolijk. De commentaren zijn meestal reactionair, vaak discriminerend en buitengewoon vooringenomen.

Ik liet mij door zo’n site een keer verleiden tot een ietwat badinerend commentaar, wat me op een flink aantal boze en giftige reacties kwam te staan. Mijn gezellige kleine blog werd in twee dagen ineens door 1300 mensen bekeken.

De laatste link die je me stuurde was naar een Duitse site (Die Welt). Het dagblad Die Welt wordt tot de conservatieve media gerekend, de site zal wel dezelfde signatuur dragen.

Probleem is, dat ik de Duitse taal onvoldoende machtig ben om het stuk dat je me aanraadde te lezen en te begrijpen. Engels en zelfs Frans zou wel lukken, maar met Duits ben ik al in de tweede klas van de middelbare school gestopt.

Je geeft zelf als commentaar “onze hoop voor de toekomst”, het zal dus wel over onderwijs gaan. Jammer genoeg kan ik dus niet mijn mening geven.

Ik kan dit stuk niet lezen, maar ik denk niet dat ik veel mis. Jou kennende zal de boodschap ervan ongetwijfeld pessimistisch zijn. Je hebt het altijd over het gevaar van de om zich heen grijpende islamisering en vindt daar op vele plekken bewijs van.

Net als Wilders blijf je voortdurend voorbeelden aandragen van dingen die mis (dreigen te) gaan. We zijn allemaal ziende blind, de PVV is de enige partij die doorheeft wat er aan de hand is.

Op een aantal terreinen is er inderdaad sprake van bedenkelijke ontwikkelingen en we leven inderdaad in een tijd waarin terroristische aanslagen elk moment en op elke plaats kunnen worden gepleegd.

Statistisch gezien is de kans dat je overlijdt door een val van het keukentrapje groter dan dat je door een terrorist gedood wordt, maar statistiek zegt niet zoveel als het jezelf betreft of iemand die je dierbaar is. De media zouden hier wel wat genuanceerder over kunnen schrijven. Kranten als de Telegraaf varen er wel bij gevaren levensgroot af te schilderen, dat verkoopt veel beter dan de nuance.

Zoals ik je al meerdere keren tijdens ons baantjeszwemmen verteld heb, is een discussie over hoe groot nu werkelijk de dreiging is, niet echt interessant. Hier speelt perceptie een belangrijke rol: jij ziet geen sprankje licht en ik geloof stellig dat de overgrote meerderheid van de Moslims geen kwade bedoelingen heeft.

Waar je wel uitgebreid over moet praten is: wat kan Nederland (de overheid, de mensen) doen om de situatie te verbeteren? Je weet dat ik een belangrijke rol heb weggelegd voor het onderwijs en ik ben ook een groot voorstander van de dialoog.

Van jou (en van de PVV) hoor ik nooit ideeën op dit gebied.

Net als Wilders beperk je je enerzijds tot het steeds weer aanvoeren van misstanden enerzijds en zogenaamde oplossingen anderzijds: Moskeeën sluiten, de Koran verbieden, verplichte assimilatie, Moslims “terug naar hun eigen land” en de grenzen sluiten.

Dit zijn geen echte oplossingen omdat ze onuitvoerbaar zijn, in strijd zijn met de (grond)wet of internationale verdragen en ook immoreel zijn.

Wilders zingt nu al jaren hetzelfde liedje, voortdurend scheldend en kritiek leverend, maar heeft nog niet een keer een werkbare suggestie gedaan om echt iets aan de problemen te doen. Hij zit inmiddels zo vast in zijn eigen repertoire en is zo beperkt in zijn visie dat hij niets anders meer kan doen. Het is geen toeval dat zijn partij inmiddels op zijn retour is.

Je wordt langzamerhand immuun voor zijn populistische haatzaaierij, we kennen zijn standpunten inmiddels wel.

We mogen echter nooit onverschillig worden met betrekking tot zijn opmerkingen over de democratie en rechtsstaat. In zijn obsessie om gelijk te krijgen zet hij de bijl in de wortels van onze samenleving. Hij spreekt onder meer over een nepparlement en neprechters. Dit is voor een volksvertegenwoordiger met een grote aanhang volstrekt onaanvaardbaar gedrag.

Je maakte je boos over een wethouder die zei dat de PVV een bruin randje heeft, maar als je Wilders’ ideeën vergelijkt met die van de NSB zal je heel veel overeenkomsten vinden. Zeer verhelderend is het boekje De eeuwige terugkeer van het fascisme door Rob Riemen (Atlas Amsterdam 2010). Je mag het uiteraard van me lenen.

Dat een man als Wilders de onderbuikgevoelens van talloze bange Nederlanders mobiliseert is moreel verwerpelijk, maar hoort bij de vrijheid van meningsuiting.

Dat hij diezelfde maatschappij die volgens hem zo bedreigd wordt onderuithaalt door de legitimiteit van onze democratie en rechtsapparaat in twijfel te trekken is volstrekt onacceptabel. Een democratische rechtsorde is fragiel en kan gemakkelijk kapot gemaakt worden, zoals in veel landen aangetoond is en wordt. Dit op het spel zetten is spelen met vuur en dus uitermate ondoordacht.

Zullen we op onze volgende zwemochtend eens kijken of we constructieve ideeën kunnen verzamelen om de wereld een klein beetje beter en veiliger te maken?

Groet,

Martin

 

Racisme

Lang geleden liep ik stage op de Joke Smit Scholengemeenschap in Amsterdam.

Ik gaf les aan volwassenen, de meesten waren niet in Nederland geboren. Er was een deskundigheidsbevorderingsbijeenkomst georganiseerd, ik mocht erbij zijn.

De gastspreker was een medewerker van de Anne Frankstichting. Om de discussie aan te zwengelen begon hij met een aantal confronterende uitspraken, één ervan was deze: jullie zijn je er niet van bewust, maar jullie zijn allemaal racisten.

Ik was erg verbaasd, want ik wist dat mijn collega’s stuk voor stuk enthousiast en zeer professioneel lesgaven aan anderstalige cursisten uit alle delen van de wereld. Het leek mij volslagen onmogelijk dat mensen met racistische ideeën dit werk dag in dag uit met zo’n overtuiging konden doen.

Ik herinner me niet meer precies hoe de inleider zijn stelling onderbouwde. Hij had het erover dat wij allemaal wit waren, dat onze taal wit was en ook de formulering van onze toetsvragen gebaseerd was op een wit wereldbeeld.

In die tijd was het gebruikelijk dat onderliggende structuren werden blootgelegd en mensen zich ervan bewust moesten worden hoe groot cultuurverschillen kunnen zijn.

Het blanke privilege dat oorzaak was van zoveel leed bij niet-blanken moest aan de kaak worden gesteld. De verkondigers van die boodschap waren in die tijd vaak nog roomser dan de paus.

Er is wel het een ander veranderd sinds die dagen, waarin het ineens niet meer politiek correct was om te spreken van gastarbeiders, (later mocht de term allochtoon ook niet meer gebruikt worden) maar de holier than thou-puristen liggen nog steeds op de loer.

Niet lang geleden zagen we hier weer een voorbeeld van in de zwartepietendiscussie: men droeg T-shirts met de weinig genuanceerde uitspraak “Zwarte Piet is racisme”.

Het staat voor mij buiten kijf dat we af moeten van de traditionele zwarte piet. Als mensen last hebben van deze ouderwetse en denigrerende black-face cultuur (die in de meeste landen lang geleden al is afgeschaft) moeten we ermee stoppen. Een feest moet feestelijk zijn en ik weet zeker dat het kinderen geen bal kan schelen als we voortaan regenboog,- of schoorsteenpieten hebben. Ze zullen Sinterklaas nog steeds fantastisch spannend vinden en er vreselijk opgewonden door raken.

Anders ligt het al er een beroep op ons wordt gedaan ons koloniale verleden onder ogen te zien. Beelden moeten worden verwijderd, straatnamen veranderd en in het Rijksmuseum moeten bijschriften worden aangepast.

Van blanken wordt verwacht dat zij zich schuldig voelen aan de verschrikkelijke gevolgen van de slavernij.

Met dit laatste heb ik moeite: ik weet dat er slavenhandel werd bedreven door de Nederlandse VOC en dat Nederland een van de laatste landen was die de slavernij afschaften (1863) maar word toch niet graag afgerekend op de misdaden van mijn verre voorvaderen.

Het is lastig hierover te discussiëren: als je niet oplet word je al gauw in de verkeerde hoek neergezet, alsof je heimelijk toch een racist bent. Om elke schijn te vermijden houd je dus maar je mond, ook als je je ten onrechte beticht voelt van verkeerde gedachten.

In zo’n geval is het prettig de zaak eens vanuit een heel andere invalshoek belicht te zien worden. In de Volkskrant van 2 januari schrijft filosoof Sebastien Valkenberg een krachtig betoog. (Zie het origineel).

Hij stelt dat we ons moeten realiseren dat slavernij al heel lang bestaat en dat iedereen eraan meedeed. De suggestie dat zij uitsluitend samenhangt met het kolonialisme klopt niet.

De echte vraag is hoe het komt dat zo’n ingeburgerd gebruik grotendeels ophield te bestaan. De Europese Verlichting bracht ook op dit gebied vooruitgang.

Als we dan toch op zoek gaan naar de unieke bijdrage van het Westen aan de slavernij… die is erin gelegen dat het de discussie over het voortbestaan ervan heeft geopend.

De docenten op de Joke Smitschool waren in eerste instantie overdonderd door het verwijt van de Anne Frank-man, maar stelden zich al snel waardig teweer tegen de onzin-aantijging.
Ik weet niet meer welke argumenten ze gebruikten, maar herinner me wel dat ik trots op hen was. Hun opstelling was voor mij een inspiratie in mijn verdere onderwijsloopbaan.
Deze confrontatie heeft er wel voor gezorgd dat ik sedertdien een forse hekel heb aan zeloten.

 

Ten slotte twee praktijkervaringen uit het nog niet eens zo verre verleden:

* Toen de kinderen van groep acht geschminkt en verkleed moesten worden als zwarte piet stond de Surinaamse leerlinge erop dat ook zij zwarte verf op haar gezicht zou krijgen en rode lippenstift. Dat gebeurde ook.

* Op de dag van het bezoek van Sinterklaas aan onze school troffen de kinderen ’s ochtends hun klaslokaal in wanorde aan. De Pieten waren die nacht geweest en hadden een cadeautje in ieders laatje gelegd. Maar dom als ze waren hadden ze ook rommel gemaakt en zinnen in krom Nederlands op het bord geschreven. Hier en daar hadden ze zwarte handafdrukken achtergelaten. (Het is de schoonmaker nooit gelukt die weer weg te poetsen).

Ik vond destijds alleen dat laatste een probleem….

 

De nieuwjaarskaart

Direct na Sinterklaas vallen de eerste kerstkaarten al op de mat.

Er zijn altijd verstandige mensen die ervoor hebben gezorgd dat alles tijdig piekfijn voor elkaar was.
Ze hebben in januari al kaarten gekocht, want dan zijn ze in de aanbieding, die netjes opgeborgen en tevoorschijn gehaald samen met de voorgedrukte adresstickers. Speciale kerstzegels gekocht, een avondje plakken en klaar is kees.

Anderen hebben internet ontdekt en maken zich er makkelijk vanaf: beetje knippen en plakken, leuk spreukje bedacht en hopla, op de mail. Wie wil mag het bericht zelf uitprinten.

Wij vormen een categorie apart. Omdat we altijd te laat zijn met dit soort dingen sturen we de kaarten altijd na de kerst. We weten dat het nooit op tijd lukt, dus we hebben al geleerd er geen kerstwensen meer op te zetten. Een keer waren we zo laat, dat de brievenbussen al dicht gemaakt waren in verband met oudjaar.

Mijn echtgenote is te trots om genoegen te nemen met een kant-en-klaarkaartje. Hoewel het haar veel artistieke tranen en transpiratie kost ontwerpt ze elk jaar weer een originele kaart. Mijn bijdrage bestaat meestal uit het bedenken van de tekst, wat mij niet al te veel hoofdbrekens kost.

Dit jaar hoefde ik helemaal niet in actie te komen. Omdat onderwijsmensen, zoals bekend, altijd heel lang vakantie hebben en ze ontwenningsverschijnselen had (geen nakijkwerk!) heeft Greet dit jaar alles zelf gedaan, ik hoefde de kaarten zelfs niet op de post te doen!

Ze werd dit keer geïnspireerd door een recente familiefoto, die zij met behulp van een knap grafisch computer-programma omtoverde tot een prachtig bewerkte kaart.

 

 

Tot in het nieuwe jaar!

 

2 jaar bloggen

Op 1 januari 2016 kwam ik “in de lucht” met mijn eerste blogpost op Martinhoudthetbij.

Na 100 posts maakte ik pas op de plaats en schreef een stukje over mijn ervaringen tot dan toe (28 juni 2016).
We zijn nu twee jaar verder, tijd om opnieuw de balans op te maken.

Cijfers.

Eerst maar wat getallen. Ik postte 238 berichten, kreeg 186 reacties en er werd 17796 keer op een van mijn berichten geklikt (ik ben niet zo verwaand dat ik schrijf dat zoveel mensen het bericht ook lazen).

De succesvolste post werd 3024 keer aangeklikt (Salvage Hunters). De meest succesvolle maand was oktober 2017: 2459 views. In 2016 bezochten gemiddeld 15 mensen per dag mijn blog, in 2017 was dat gestegen tot 35.

29 mensen namen een abonnement, ze krijgen automatisch bericht als ik weer wat geschreven heb.
Hulde aan deze lezers, ze hebben aantoonbaar oog voor kwaliteit.

Spam

In de krochten van internet gebeurt veel waar we absoluut geen weet van hebben. Ik heb de beschikking over een toolkit, waarin onder andere een spamfilter zit. Ik heb dit filter aangezet en dat is maar goed ook, want 3532 reacties vielen in die categorie.
Daarnaast zijn ook nog 66434 kwaadaardige inlogpogingen verijdeld. Ik heb geen idee wat dit betekent maar ben blij dat er op mij gelet wordt.

Mijn post “Hollandse meesters” was aanleiding voor een spammer mij de opdracht “Kauf Viagra!” te sturen. Ik ging er niet op in. Een ander stuurt mij tientallen berichten in het Russisch, een taal die ik jammer genoeg niet machtig ben. Iwan’s zielenroerselen worden aan mij dus niet geopenbaard.

Op de een of andere manier riep mijn bericht “Kijkgenot” (bij nadere beschouwing inderdaad misschien een wat wonderlijke titel) de meeste spamreacties op. Zo kreeg ik de kans gay pics te downloaden (niet gedaan) en ontving ik honderden adviezen die betrekking hadden op katten. (What to do with a cat that pees everywhere).

Gelukkig kreeg ik ook uitgebreid complimenten van Xuong Sao Truong (die ik overigens niet tot mijn kennissenkring kan rekenen):

You are in reality a good webmaster. It kind of feels that you’re doing any distinctive trick. Also the contents are masterpiece you’ve done a great job in this subject!

Reacties

Met grote regelmaat reageerden mensen op mijn berichten. Leuk om op die manier weer eens iets te horen van oude collega’s of verre familieleden. Een enkele keer kon via mijn blog een contact gelegd worden (mijn bericht over de Hervormde Pedagogische Akademie werd gelezen door veel oud-leerlingen). Ook gebruikten enkele volslagen onbekenden mijn blog als chatbox: ze communiceerden over het programma Salvage Hunters op Discovery.

Niet altijd even prettig

Als ik schrijf heb ik bekenden voor ogen waarvan ik weet dat ze mijn posts waarderen. Je realiseert je amper dat je vanuit je kleine kamertje letterlijk de wereld bestrijkt.

Ik ben niet zo geheimzinnig, dus heb geen reden veel te verbergen. Dat levert bijna nooit problemen op, maar er was een moment dat ik toch twijfelde of ik wel verstandig bezig was. (Zie hierover mijn blog van 29 oktober 2017).

Gelukkig was het een eenmalige gebeurtenis, ik laat me er niet door van de wijs brengen.

Waar schreef ik over?

Het is wellicht makkelijker uit te zoeken wat ik niet behandelde. Ik vermoed dat de meeste lezers de variëteit wel waardeerden, met één uitzondering: mijn stukjes over bridge werden slechts door een zeer select groepje op waarde geschat. Zij die deze prachtige sport niet kennen gaven grif toe de blogs die over bridge gingen direct over te slaan. Ze noemden het abracadabra en een van hen maakte een vergelijking met het onsterfelijke Jiskefet-item Stiften (zie mijn blog van 28 mei 2016).

Ik ontleen zelf aan alles veel plezier: de verslagjes over belevenissen op Terschelling, de herinneringen aan mijn jeugd, maar ook kritische stukjes over de schermpjes en de onderwijsadviseurs.

Op mijn visitekaartje staat: blogger en publicist (gelukkig een volkomen onbeschermde titel)  deze termen dekken de lading perfect.

Als je naar mijn introductiepagina kijkt, zie je hoe ik bloggen positioneer ten opzichte van Twitter en Facebook: Als Twitter snel en druk kletsen is, en Facebook gezellig babbelen, dan is bloggen volgens deze analogie een goed gesprek.

Ik denk niet dat ik er altijd in geslaagd ben voldoende afstand tot Facebook te bewaren, enkel blogs hebben gevaarlijk weinig gewicht.

Een heel enkele keer werd een stuk van mij gepubliceerd, waar ik natuurlijk wel trots op ben.

Ik betrap mezelf erop dat ik gedurende de dag vaak de vraag stel: zit hier een blog in? Soms droom ik zelfs dat ik aan het bloggen ben…

Stijl

Ik heb gedurende het schrijven ontdekt dat je langzamerhand je eigen stijl ontwikkelt. Blogs vormen nog geen genre: het zijn geen korte verhalen, geen essays en hebben ook niet het karakter van krantenartikelen. Ze lijken waarschijnlijk nog het meest op columns. Sinds ik mijn blog bijhoud is mijn waardering voor columnisten toegenomen: zij moeten met grote regelmaat en op commando stukjes publiceren. Ik houd het meest van Sheila Sitalsing, Bert Wagendorp, Aleid Truijens en Sylvia Witteman.

Ik let natuurlijk erg op mijn zinsbouw, de grammatica en de spelling. Ik ben lang niet altijd helemaal tevreden over mijn teksten, maar mijn ambitie gaat niet zover dat ik net zolang schaaf tot alles perfect is. Taalfouten zullen er niet in zitten, ook clichés probeer ik te vermijden, maar mijn zinsbouw is niet altijd even mooi.

Af en toe twijfel ik eraan of ik niet te kort van stof ben. Moet ik niet vollediger zijn? Moet ik het niet nog beter uitleggen? Dan herinner ik mezelf eraan dat bij een blog alles mag. Tevreden druk ik op het knopje publiceren.

SEO

Search Engine Optimization is ook een instrument in mijn toolkit. Mijn stukken worden beoordeeld volgens een aantal vaste criteria, zoals aantal woorden, aantal links naar andere sites en hoe vaak er in het stuk naar de titel verwezen wordt. Dit zijn allemaal belangrijke elementen met betrekking tot de vindbaarheid op internet. Als ik een hoge SEO score krijg is de kans het grootst dat mijn stuk vaak aangeklikt wordt.
Aangezien Martinhoudthetbij.nl geen commerciële doelstelling kent hecht ik hier weinig waarde aan (wat wel grappig is: ik krijg altijd een goede waardering voor de lengte van mijn stukjes. Meer dan 300 woorden: excellent!)

Plezier

Een ding is zeker: ik ontleen erg veel plezier aan het bloggen en ben van plan er nog een tijdje mee door te gaan.

Er kleeft wel een nadeel aan het feit dat ik mijn wederwaardigheden publiceer: als ik een nieuwtje wil vertellen hoor ik regelmatig dat men al op de hoogte is, ze hebben mijn blog gelezen….

Dank aan al mijn lezers!

 

 

 

 

Zwemmen in je eentje

Aangezien mijn zwemmaatje ergens in een warm land vertoeft zwem ik deze keer in mijn eentje. Een uur lang dus alleen maar baantjes trekken, dan gaat de tijd wel langzaam.

Ik ben natuurlijk niet de enige in het zwembad. Naast commissaris Bullebak, wiens belevenissen ik in januari 2017 al beschreef zijn er meer vaste klanten. Zo is er de pezige Amsterdammer, die elke week komt maar al na een half uur uit het water stapt. Hij heeft op alles een gevat weerwoord en wil graag dat je zijn leeftijd raadt. Hij maakt seksistische grapjes tegen de badjuffrouw, maar dat mag als je bejaard bent.

Ik fantaseer over de geschiedenis die een buitenlandse zwemmer met zich meedraagt. Ik heb hem een paar woorden horen zeggen, genoeg om te weten dat hij hier niet geboren is. Ik heb voor mezelf vastgesteld dat hij een vluchteling uit Syrië is, die gewend was vaak te zwemmen en deze gewoonte hier voortzet. Het is een lange, kalende man, wiens lichaam ontstellend behaard is. Voor zijn hoofd heeft hij geen shampoo nodig, voor de rest van zijn lijf wel. De signalen die binnenkomen op mijn empatische antenne vertellen me dat hij eenzaam is en  graag contact zou maken met anderen. Ik hoop maar dat ik mij vergis en dat hij een dergelijke boodschap helemaal niet uitzendt, want ik heb nog geen woord met hem gewisseld en zou dus als Gutmensch hopeloos tekort schieten. Ik pas de techniek van de omkering toe en stel mezelf de vraag of ik in Damascus prijs zou stellen op aandacht van een dikke meneer in een slechtzittende zwembroek. Ik betwijfel het.

Achter elkaar laten twee oudere dames zich voorzichtig in het water zakken. De een heeft een neon-roze badpak aan, de bikini van de ander licht oranje op. Ik denk dat ze hier vandaag voor het eerst zijn, ik had hun oogverblindende zwemuitrusting nog nooit gezien.

De badjuf haalt een voor een de luxaflex zonweringen op. Die zijn neergelaten om de zwemmers van het voorgaande uur privacy te geven. Dat zijn merendeels islamitische vrouwen, die niet gemengd willen/mogen zwemmen en ook niet door mannen bekeken willen worden.

Als mijn zwemmaatje er was geweest zou hij zich hier weer vreselijk over opgewonden hebben. Hij vindt het absurd dat dergelijke maatregelen genomen worden. Hij beschouwt het als het zoveelste bewijs dat de Islam hier steeds meer vaste voet aan de grond krijgt.

Ik werp dan tegen dat het hier maar over een uur in de week gaat en dat het toch niet zoveel moeite is dit te regelen. De kans bestaat dat deze vrouwen anders helemaal niet zouden komen zwemmen en daarmee dus wellicht hoognodige gezonde lichaamsbeweging zouden missen. Dit maakt dit geen enkele indruk op hem.

Ik trek mijn baantjes en ontmoet regelmatig een gezellig keuvelend stel dames, waarvan de ene een pleister op haar neus heeft. Ik controleer iedere keer of die er nog wel zit, want ik gruwel bij het idee dat hij aan de oppervlakte zou drijven en dat ik er dan met mijn gezicht tegenaan zwem. Het doet me denken aan het Jan van Galenbad, waar ik als kind zwom. Je moest daar altijd door een laag badje waden voor je in het zwembad kon duiken. In dat voetenbad dreven altijd enkele broodkorsten en een paar pleisters, waar ik heel erg vies van was.

Als gewone zwemmer maak ik gebruik van het linkergedeelte van het bassin. Rechts zijn enkele banen gecreëerd, ze worden begrensd door lange touwen met kunststof drijvers. Hier zwemmen de serieuze atleten. Ze hebben allemaal een brilletje op en verplaatsen zich met ongelooflijke snelheid door het water, onvermoeibaar zwemmen ze baantje na baantje. Ik verbaas me erover dat ze nooit tegen de kant aan botsen, ze gaan immers zo hard en zitten de hele tijd met hun gezicht in het water. Ze voelen kennelijk wanneer ze er zijn en keren dan op vernuftige wijze om waarbij ze bijna geen tijd verliezen.

Een van de brilletjes zwemt in ons gedeelte, je kunt wel zien dat het hier om een aquatische veterane gaat. Wij worden verondersteld rondjes te zwemmen (dat heet carrousel), maar zij houdt zich hier niet aan. Ze zwemt consequent heen en weer, wij moeten elke keer uitwijken omdat er zich anders een botsing zou voordoen.

Eigenlijk zou iemand haat moeten vertellen dat zij zich aan de regels moet houden, maar niemand durft.

Ter variatie zwem ik af en toe op mijn rug. Dat gaat mij verbazend goed af, ik kan mij nog van vroeger herinneren dat ik er destijds een grote hekel aan had. Het moest van de badmeester, maar ik haalde meestal maar een halve baan. Dan moest ik me proestend omkeren omdat ik steeds water in mijn neus kreeg. Ik houd koers door naar het plafond te kijken, vroeger telde ik de tegels om te weten wanneer de kwelling was afgelopen. Nu laat ik dat na, waardoor ik weleens heel hard met mijn hoofd tegen de kant aan kom.

Ik beredeneer dat mijn drijfvermogen er sinds mijn kindertijd flink op vooruit gegaan is, omdat het vetpercentage ongetwijfeld iets gestegen is.

Als je niemand hebt om mee te praten gaan je gedachten met je op de loop. Archimedes komt langs, ik kan zijn wet foutloos citeren. Ik stel mezelf de vraag of mijn lichaam ook zou blijven drijven als ik verdronken was. Of zou ik op de bodem belanden? De Amerikaanse term voor een verdronken persoon is floater, dus ik denk het eerste.

Na drie kwartier vind ik het welletjes, ik ben weer erg trots op mezelf. Ik zwem in de richting van het trappetje en laat een dame voorgaan die er gelijk met mij is ingegaan. Zij heeft zwijgend en gedisciplineerd haar baantjes gezwommen en hield hierbij het hoofd opvallend hoog boven water. Het heeft erin geresulteerd dat haar kapsel nog helemaal droog is. Knap!

Ik voel me erg sportief als ik na het zwemmen onder de douche sta. Ik ben nog net geen Kromowidjojo, maar het scheelt niet veel.

Christmas Carols

Het is langzamerhand traditie rond de kerst Christmas Carols te zingen voor het goede doel. Het wereldmuziekkoor El Mishito, versterkt met leden van enkele andere Almeerse koren doet dit inmiddels voor de zesde keer.

We slaan drie vliegen in een klap: we maken (hopelijk) mensen blij door voor hen te zingen, we halen geld op voor Zingen voor je Leven (een stichting die mensen ondersteunt die met kanker te maken krijgen) en we mogen zelf lekker los: wat is er mooier dan meerstemmig Gloria te mogen zingen?
Als het echt niet anders kan wil ik voor de gelegenheid wel een rode muts opzetten, ritmisch met een belletje schudden tijdens Jingle Bells gaat me echter te ver. Er zijn grenzen.

We zijn tot nu toe twee keer in actie gekomen, er volgen nog enkele optredens.
We mochten acte de présence geven op het Provinciehuis in Lelystad, waar voor moegestreden ambtenaren en politici een dinertje was georganiseerd. Iemand had het een goed idee gevonden het door ons te laten opluisteren. Het is een aparte ervaring als je publiek je beschouwt als geluidsbehang. Er werd lekker gedineerd en volop doorgepraat terwijl wij op gevoelige wijze Silent Night en Oh Come, All Ye Faithful ten gehore brachten. Alles voor het goede doel.

Ik weet nu hoe een barpianist zich moet voelen.

Het tweede optreden viel in beduidend betere aarde: een jarige had ons als cadeau gekregen, we zongen in de huiskamer. Dit keer was het koor groter dan het gehoor, maar we klonken prachtig. De feestvierders zongen uiteindelijk enthousiast mee met We Wish you a Merry Christmas.

Filmpje. (Carols is met een r, de bassen stonden uiterst rechts. Je hoort ze wel, maar ziet ze niet).