Kleur ontketend

Kleur ontketend

Moderne kunst in de lage landen 1885-1914

We bezochten de tentoonstelling Kleur Ontketend in het prachtige Haagse Gemeentemuseum. Dit museum is, net als het nieuwe Rijksmuseum in Amsterdam, zo’n mooi gebouw dat een bezoek de moeite waard is, zelfs als er geen bijzondere expositie is.

Het was een feest. Zaal na zaal vol met prachtige schilderijen, allemaal even kleurig. Ik houd vooral erg van het werk van van Dongen, Sluijters en Wouters, ik heb een grote voorliefde voor figuratieve kunst.

Voor het affiche is terecht Kees van Dongen’s Portret van Dolly (1909) gekozen. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

dolly

Ik kocht de bijbehorende catalogus en las elke dag enkele bladzijden. Ik vind het bijzonder interessant om over de achtergronden van schilders en hun werk te lezen.

Uit het voorwoord:

Kleur ontketend voert ons terug naar de roerige tijd van het begin van de twintigste eeuw. In een korte periode voltrok zich niet alleen in de maatschappij maar ook in de kunst een ware metamorfose. De industriële revolutie uit de 19e eeuw – en de vele wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen die mede daardoor konden plaatsvinden – versnelde de revolutionaire veranderingen in de samenleving. Ook in de kunst volgden de nieuwste ontwikkelingen elkaar in rap tempo op. Met recht kan de periode 1885-1914 daarom een moderne renaissance worden genoemd, waarin de schilderkunst zich ontwikkelde van het impressionisme naar de abstracte kunst. Ook de kunstenaars in de Lage Landen speelden hierbij een belangrijke rol.

De groeiende bekendheid met het werk van de inmiddels overleden landgenoot Vincent van Gogh en de stimulerende kracht die uitging van Jan Toorop, leidden ertoe dat een groep jonge Nederlandse kunstenaars met verve het penseel oppakte. Jan Sluijters, Leo Gestel en bovenal ook Piet Mondriaan maakten een ommezwaai van Haagse school-achtig werk naar schilderijen die knetterden van kleur, als in vuur en vlam gezet door de felle contrasterende tonen.

Kleur, voorheen altijd in toom gehouden door de restricties van de zichtbare werkelijkheid, was daarmee eindelijk ontketend.

Nel KMSKA - Herfst - Rik Wouters (1913) Rik-Wouters-68-71691 van Dongen 1 van Dongen 2 van Dongen 3 Wouters 1

jan sluijters Elsje van Lier jan sluijters margrietje nolet  jan sluijtersjan sluijters onb

Theo van R Margery

Théo_Van_Rysselberghe_(1862-1926)_-_Mevrouw_Henry_Van_de_Velde-Sèthe_(1921)_-_28-02-2010_13-11-02

Van links naar rechts, van boven naar beneden:

Rik Wouters                       De strijkster
Rik Wouters                       Herfst
Rik Wouters                       Zelfportret
van Dongen                        Beaumonde en boksgevechten
van Dongen                        La femme au béret
van Dongen                        Brigitte Bardot
Rik Wouters                       Lezende vrouw
Jan Sluijters                        Portret van Elsje van Lier
Jan Sluijters                        Portret van Margrietje Nolet
Jan Sluijters                        Lies met Tarzanboek
Jan Sluijters                        Portret van Berthilde van Abbe
Théo Van Rysselberghe   Margery
Théo Van Rysselberghe   Maria Sèthe aan het harmonium

 

Bekijk op internet dit filmpje.

Het ornament

 

Morgenster

Al toen ik een kleine jongen was had ik de gewoonte te kijken of er iets van mijn gading te vinden is bij spullen die een ander heeft weggegooid. Je weet maar nooit.

Er waren in Amsterdam ook mannen die hier hun beroep van hadden gemaakt: ze fietsten ’s morgens vroeg met een bakfiets door alle straten waar het vuilnis aan de weg was gezet. Ze werden morgensterren genoemd.

Ik herinner me dat ik eens een ogenschijnlijk goed functionerende olie-radiator meegenomen had en dat ik die meteen uittestte. Aanvankelijk gebeurde er niets, maar na verloop van tijd begon het ding grote stinkende rookwolken te produceren. Mijn moeder belde de brandweer en al snel stormden acht brandweermannen de trap op. Ze zagen meteen dat er niets voor hen te spuiten was en volstonden ermee het walmende apparaat vanaf het balkon op straat te gooien. Het heeft nog weken gestonken in huis.

Een andere keer vond ik pornografische dia’s, die ik een plaatsje gaf in mijn vaders collectie. Op een avond was de dominee op bezoek om te kijken naar de vakantiedia’s. Mijn vader had heel wat uit te leggen toen mijn vondst in beeld kwam. Ik heb het zelf niet gezien, ik lag natuurlijk al lang in bed, maar kan me er heel goed een voorstelling maken: hoe mijn vader steeds wanhopiger moet hebben verteld dat hij echt geen enkel idee had waar deze dia’s vandaan kwamen. De dominee zal ongetwijfeld begripvol geknikt hebben, terwijl hij er natuurlijk niets van geloofde…

Ondanks deze minder geslaagde ervaringen bleef ik uitkijken naar voorwerpen die nog van pas zouden kunnen komen.

DSC_0155Zo vond ik bij een stapel bouwafval die voor een huis lag waar verbouwd werd een oud houten ornament dat waarschijnlijk deel had uitgemaakt van een balustrade. Ik wist toen al dat we naar Almere zouden verhuizen en nam me voor dit kleine stukje Amsterdam een ereplaats te geven in onze nieuwe woning. Ik zou het siervoorwerp eerst netjes schuren en opnieuw in de verf zetten, maar 20 jaar later was ik daar nog niet aan toegekomen.

Toen kreeg ik in 2005 een uitnodiging van mijn nichtje Tanneke de Groot, die betrokken was bij de organisatie van een tentoonstelling in het Nieuw Land Erfgoedcentrum te Lelystad. De tentoonstelling heette opnieuw beginnen: zevenenveertig verhalen van Flevolanders. Ze vroeg of ik mee wilde doen.

Martin met ornament

 

Zo kwam een foto van mij met mijn ornament in het museum te hangen.

 

 

 

 

Toen de tentoonstelling was afgelopen kwam er een boekje over uit,  dit is het voorwoord:

tekst Tanneke 2

Het ornament heeft nog 10 jaar moeten wachten, maar nu heb ik mijn oorspronkelijke plan eindelijk uitgevoerd en hangt het in onze buitenkamer.

Waarom is bridge leuk?

Wat maakt bridge zo leuk?

Als ik vertel dat ik van bridge houd moet ik vaak uitleggen waarom.

Veel mensen denken dat het spel een typisch tijdverdrijf is voor oude mensen. Dat is ook zo, de gemiddelde leeftijd van bridgespelers is 64 jaar.
(Als zich een enkele keer een jong persoon vertoont op de clubavond of een drive gaat er een opgewonden rimpeling door het grijze publiek. Men kijkt op het loopbriefje in de hoop de jongeling aan de eigen tafel te mogen begroeten).

Desondanks is het leuk om lid te zijn van een club, ik speel twee avonden per week en ga er met veel plezier naar toe.
Daarnaast zit ik in het bestuur van mijn vereniging, ben ik betrokken bij een net opgerichte satelliet-club en geef ik bridgeles.

sept 15 020

Ik houd niet van andere kaartspellen, voor mij is er een te grote rol weggelegd voor toeval en geluk. Bij bridge spelen deze elementen natuurlijk ook mee, maar het gaat toch vooral om logisch nadenken, redeneren en analyseren. Psychologisch inzicht is ook niet onbelangrijk.

Een goed bridger is als een strateeg die voortdurend nieuwe informatie tot zich neemt, verwerkt en vertaalt in actie. De kunst is de informatie goed te interpreteren en de actie aan te passen aan wat er aan tafel gebeurt. Soms betekent dit dat je veel balletjes tegelijk in de lucht moet houden.

Het geeft grote voldoening als mijn partner en ik een goed contract hebben geboden en vervolgens thuis hebben gebracht, of de tegenstanders vakkundig down hebben gespeeld.

Elk spel is anders, vaak kan je vertrouwen op je ervaring en afspraken met je partner, maar soms moet je intelligent improviseren. Goed kijken wat de tegenstander doet, gebruikmaken van diens vergissingen en soms bluffen behoren ook tot het handelingsrepertoire van een succesvol bridger.

Tot nu toe had ik het over het intellectuele aspect, het sociale element is eveneens belangrijk. Tijdens en na het spelen is er volop contact met mensen van verschillende leeftijd en achtergrond, en je speelt het spel altijd samen met je partner. Met hem/haar breng je heel wat uren door, de kunst is de samenwerking goed en prettig te laten verlopen.

Er wordt weleens een vergelijking gemaakt met andere denksporten: schaken en dammen. Ik beheers deze sporten niet, Kees Tammens (bridgejournalist en topbridger) schreef er dit over:

Tammens over bridge

Ik verwacht dit spel nog vele jaren met plezier te kunnen spelen. Alzheimer zal zich hopelijk niet aandienen, want door veel te bridgen houd ik mijn brein lenig.

De buitenkamer 3: we gaan niet loungen

De inrichting

Wie het plan heeft opgevat leuke spullen te kopen voor buiten en besluit naar een tuincentrum te gaan zal grote moeite hebben iets van zijn gading te vinden. Als je smaak hebt tenminste.

Naast vele soorten lompe loungesets die vele kubieke meters in beslag nemen vallen vooral de decoratieve elementen op. Je kunt een afbeelding van Boeddha kopen, geprint op een vierkante meter zeildoek, maar ook kistjes en bordjes waarop een boodschap staat, zoals “box” of: “gezellig!”.  Ze komen rechtstreeks van de fabriek, maar vertonen tekenen van slijtage, waardoor het authentieke en rustieke karakter versterkt wordt.

We konden niet slagen en namen het besluit in eerste instantie te volstaan met spullen die we al hadden: een houten tuintafel en-bank en een klein kastje. Ik knapte de tuinmeubelen op, ze hadden flink geleden onder het buitenstaan in weer en wind. Het geeft een bijzonder genoegen oude dingen weer een nieuw leven te geven. Voordeel was, dat ze nu droog zouden staan. Greet maakte van een oude deken mooie kussens. In de garage stonden nog enkele stoelen met rechte rug, ze pasten niet bij elkaar maar wel goed in onze tuinkamer. Ze zien er vrolijk uit.

Die inrichting met oude spullen beviel ons, dus we bezochten verschillende kringloopwinkels op zoek naar meer leuke dingen.
Ik ben een groot voorstander van hergebruik en raad het studenten en andere armlastigen beslist aan een bezoek te brengen aan een kringloopwinkel. Voor heel weinig geld kan je je hele huis inrichten. Je komt dan wel thuis met de spullen van oma die na haar overlijden in haar huis overbleven nadat de familieleden alles van hun gading hadden weggehaald.

Ik word altijd een beetje treurig in een kringloopwinkel.

HeDSC_0129t is wel een leuke sport om er af en toe samen met je vrouw doorheen te lopen.  Af en toe vind je temidden van alle lelijke dingen een pareltje. Terug beneden aangekomen breng je verslag uit: “Ik zag één leuk ding, een groen tafeltje.” Heel vaak heb je allebei dezelfde dingen gezien, een compliment voor beider smaak.

sept 15 003

sept 15 005

sept 15 026  sept 15 033

Op deze manier vulden we de inventaris aan met wat extra spullen, de kamer werd nu echt een plek waar je graag wil zijn. We vulden onze potten met mooie plantjes en het feest kon beginnen: in april 2015 waren we 25 jaar getrouwd en dit moest gevierd worden!
De buitenkamer bleek heel geschikt, er was makkelijk plaats voor onze honderd gasten.

2015-04-26 14.50.22

Als finishing touch bracht ik in het tuinhek drie mooie glas-in-loodramen aan, afkomstig uit een gesloopte Amsterdamse woning. Het zonlicht valt door het glas en maakt gekleurde vlekken op de stenen.sept 15 030

Het is nu door de overkapping wel wat donkerder geworden in de woonkamer, maar als het lekker weer is staan de openslaande deuren open en zijn we bijna de hele dag buiten. We zijn heel blij met deze uitbreiding van ons leefgebied.

sept 15 024DSC_0126

Gelezen: de verzamelde werken

Volkomen verdiept in een boek met je voeten op de kachel

Ik houd van lezen vanaf het moment dat ik het leerde. Ik ben eeuwige dankbaarheid verschuldigd aan mijn juffrouw van de eerste klas. Ik herinner me dat ik met mijn voeten op de kachel zat en volkomen verdiept was in een boek.   Mijn moeder moest me het boek uit de handen trekken om me zover te krijgen dat ik naar school ging.
De leesbeleving van een leesgraag kind in de leeftijd van ongeveer 7-14 is met niets te vergelijken. Het boek wordt verslonden, je gaat helemaal op in het verhaal en je bent gelukkig nog niet zo kritisch. Dat begint als je 14 wordt, die oorspronkelijke totaal-leeservaring komt nooit meer terug.

Ik voetbalde wel, maar was toch liever verdiept in een boek dat ik uit de bibliotheek had gehaald.

Twee, misschien wel drie keer per week ging ik naar de bibliotheek, die destijds gevestigd was aan de Bos en Lommerstraat. Je mocht drie gewone boeken mee nemen en twee studieboeken. Voor die laatste had ik niet zoveel belangstelling.

Het was mij te doen om spannende boeken: Arendsoog, de Kameleon en inspecteur Arglistig. Ik was vooral verzot op series, je kende de hoofdpersonen en er was niets prettiger dan weer te kunnen beginnen aan een nieuw avontuur.

Arendsoog

Ik rustte niet voor ik alle boeken van een serie gelezen had en was verdrietig als er geen nieuwe meer waren.

Ik wilde zo graag alle boeken lezen, dat ik exemplaren die ik niet mee mocht nemen verstopte achter de andere boeken, zodat een ander kind ze niet zou vinden. Tot mijn verbazing lagen ze er nooit meer als ik terugkwam. Ik denk dat de juffrouwen van de bibliotheek me door hadden.

omslag TarzanVan de vader van een vriendinnetje mocht ik elke keer het volgende boek meenemen van de Tarzan-serie die hij compleet bezat. Ik ging helemaal op in deze boeken van Edgar Rice-Burroughs en kon mijn geluk niet op toen bleek dat meneer Albrecht nog zo’n serie bezat, van dezelfde schrijver. Dat waren de John Carter-boeken, die zich afspeelden op Mars.
Ik herinner me nog hoe ik elke keer weer opgetogen naar huis liep met weer een nieuw boek. Ze hadden een stofomslag en mooie gouden letters op de kaft. Ik kan me zelfs nog herinneren hoe ze roken…

Mijn liefde voor series is nooit bekoeld, ook nu nog vind ik het heerlijk om door te kunnen gaan met het lezen over je favoriete personages. Het meest recente voorbeeld is de Milleniumserie van Stieg Larsson. Deze schrijver is onlangs gestorven, een ander heeft de serie voortgezet. Ik heb het boek geprobeerd (The Girl in the Spiders’s Web van David Lagercrantz) maar ben halverwege teleurgesteld gestopt met lezen. Ik had het kunnen weten: een lezer moet trouw blijven aan zijn schrijvers.

Alles lezen

Jammer genoeg zijn series relatief zeldzaam, mijn leeshonger zou nooit gestild kunnen worden als ik me hiertoe moest beperken.  Gelukkig is er een alternatief: alle boeken lezen die een schrijver geschreven heeft. Je hebt dan weliswaar niet dezelfde hoofdpersonen, maar je kunt er wel vrij zeker van zijn dat je een boek leuk gaat vinden, je vertrouwt de schrijver omdat je hem/haar kent.

DSC_0177 kopie

DSC_0178 kopie DSC_0177 kopie

Het is dus een feest als er weer een nieuw boek wordt aangekondigd en een vreselijk bericht als een favoriete schrijver gestorven is.

Tijdens mijn studie Engels werd ik opmerkzaam gemaakt op fantastische schrijvers en leerde ik ook Engels lezen. Sedert die tijd lees ik bijna uitsluitend Engelse of Amerikaanse boeken.

Onregelmatig zal ik op dit blog een favoriete schrijver belichten van wie ik het hele oeuvre heb gelezen. Ik zal vertellen waarom ik de schrijver goed vind en wat er zo fijn is aan zijn boeken.

Schrijvers wier boeken ik allemaal gelezen heb in alfabetische volgorde:

  • James Clavell
  • John Irving
  • John leCarré
  • C.S. Forester (Hornblower)
  • James Hall
  • Hergé (Kuifje)
  • Carl Hiaasen
  • Tony Hillerman
  • Seth Hunter
  • Pieter Kuhn (Kapitein Rob)
  • Elmore Leonard
  • Scott Lynch
  • Henning Mankell (Wallander)
  • Patrick O’Brian
  • Chaim Potok
  • S.T. Russell
  • Sjöwall en Wahlöö
  • Trevanian
  • L.R. Wright

De buitenkamer 2: Klem tussen twee deskundigen

De bestrating

De bouw van de overkapping verliep voorspoedig. De lange rechterzijkant van de tuin en de korte kant recht tegenover het huis kregen een breed afdak, dat voor fijne schaduw zorgt en waaronder de spullen droog blijven. Onze tuin begon op een binnenplaats te lijken, dit was het effect dat we wilden bereiken.

2015-03-19 13.03.12

2015-03-19 13.03.292015-04-04 17.20.30

De timmerman (onze achterbuurman) bleek goed in zijn vak. Hard onderhandelen had opgeleverd dat hij ook verlichting zou aanbrengen. Onze andere buurman (die aan de zijkant) kreeg gratis een nieuwe schutting. Met hem hadden we dus niet onderhandeld. Het dak werd mooi afgewerkt met bitumen, er is gelukkig ook goede afwatering.

Toen het afdak er stond moesten we onze aandacht richten op de grond. Op de plek waar borders hadden gezeten en de gesneuvelde boompjes hadden gestaan bevonden zich nu kuilen.
We wilden natuurlijk een mooie vlakke bestrating voor onze buitenkamer.

In Almere is er in bijna alle wijken sprake van forse verzakking. De grond is overal opgespoten en klinkt na de bebouwing nog een aantal centimeters in. Bij ons was dit goed te zien: de oorspronkelijk bestrating lag vlak tegen de gevel wel tien centimeter hoger dan verder van het huis.  De steentjes bij de gevel lagen (deels) op de fundering, de andere niet.
Dit probleem moest ook worden opgelost.

Via internet regelde ik een stratenmaker die onze tuin zou ophogen. Op advies van de timmerman (die hier ook verstand van had) werd een plan gemaakt dat later zou blijken niet helemaal uitvoerbaar te zijn.

Er werd een heel grote berg zand voor ons huis gestort, de stratenmakers kwamen en zij begonnen aan de klus. Dat ging niet helemaal vanzelf, omdat ik grote problemen had hen te verstaan, zij beëindigden zinnen en woorden voortijdig en spraken klinkers op een heel andere wijze uit dan ik gewend was.

2015-04-09 11.26.14Al snel bleek dat zij forse kritiek hadden op de timmerman en hij op hen. Smalend wezen ze me op een paal die niet helemaal in lijn stond met de andere en ’s avonds bekeek de timmerman hoofdschuddend het werk van de Achterhoekers.  Voor een leek is het een buitengewoon ongemakkelijke positie zich tussen twee elkaar bekritiserende vakmannen te bevinden. Volgens de stratenmakers was het oorspronkelijk plan onuitvoerbaar en zij keken verwachtingsvol naar mij. Ze verwachtten dat ik met een beter plan kwam, maar ik was tot mijn spijt niet in staat met een werkbare oplossing te komen. Voorzichtig bracht ik naar voren dat ik een vakman had ingeschakeld juist omdat ik zelf geen enkel verstand van de materie heb.

Op de een of andere manier zijn we uit de impasse geraakt. De klus werd geklaard en de stratenmakers verdwenen richting Achterhoek, met achterlating van een kruiwagenlading steenafval in het perkje naast het huis en een enorme berg overtollig zand op de stoep. Ik had al ontdekt dat ze het ABN gebrekkig beheersten, maar kennelijk hadden ze ook bij de rekenles over het metrieke stelsel niet zo goed opgelet. De berg werd de volgende dag tegen betaling weer opgehaald.

Onze buitenkamer kon nu ingericht worden.

2015-04-12 13.37.52

Wordt vervolgd.

Gezien: Unforgotten

Unforgotten (op DVD)

Soms hebben we pech: we hebben een DVD gekocht of geleend en er mankeert wat aan: het verhaal rammelt, de acteurs maken er een potje van of het ene cliché wordt op het andere gestapeld.
We houden van series, maar te vaak wordt de plot afgeraffeld: het hele verhaal wordt samengeperst zodat het binnen een aflevering past.

Af en toe stuit je op een pareltje. Dit keer was het de DVD Unforgotten, met veel bekende Britse acteurs.

Er zijn 6 afleveringen van ongeveer 45 minuten, we hebben ervan genoten.

Vaak zijn de mooiste producties door de BBC gemaakt, er is een overweldigend aanbod aan televisiedrama. Als je niet de nieuwste films koopt zijn ze bij Amazon voor weinig geld verkrijgbaar. Let er wel op dat er (Engelse) ondertitels opzitten, want zelfs doorgewinterde kijkers kunnen het spoor bijster raken vanwege de soms slechte verstaanbaarheid of als acteurs dialect spreken.
Unforgotten is een ITV-productie, meestal zijn deze wat minder goed dan die van de BBC, maar dat is hierbij niet het geval.

Het verhaal:

When the body of a young man is discovered in a derelict building, DCI Cassie Stuart (Nicola Walker) – one of the Met’s smartest detectives – is called in to investigate with her partner, DI Sunil Khan (Sanjeev Bhaskar). Jimmy Sullivan was a homeless boy, murdered in 1976 when the building was a hostel. His diary implicates four suspects; a clergyman, an eminent entrepreneur, a community worker and a wheelchair-bound husband caring for his wife. Each has a secret to hide. As their lies unravel, the people they love most begin to wonder what else they might be capable of. Nothing in this case is black and white. Can you ever really know the people closest to you? What secrets have they buried? (covertekst)

Wat deze film zo bijzonder maakte, is dat het team van de politie gewoon de ruimte en de tijd krijgt de zaak op te lossen. In andere films is er heel vaak (tijds)druk: het kost te veel, de baas hijgt de chefspeurder in de nek, het team werkt tegen of er is een tegengesteld belang in het spel.

Ook heel anders dan gebruikelijk: de leider van het onderzoek is een aardige, ongecompliceerde vakkundige vrouw. Ze ligt niet in een scheiding, heeft geen problematische kinderen, ze is geen alcoholist en niet bipolair. Ze lijdt niet aan slaapgebrek en scheldt ook niet voortdurend haar ondergeschikten uit. Ze heeft bovendien veel empathie met de slachtoffers.

Unforgotten krijgt van mij *****

unforgotten

 

De buitenkamer 1: het gevecht tegen de boompjes.

De meedogenloze natuur.

Langzaam groeide de tuin ons boven het hoofd.

Wij wisten dat we waardeloze tuiniers waren, dus toen we de tuin van ons nieuwe huis inrichtten hadden we het groen beperkt tot enkele borders en twee boompjes. (In onze vorige tuin hadden we een grasmat, die door mos en mollen volkomen ontoonbaar was geworden. Meerdere keren was ik bijna met ernstig hartfalen in het ziekenhuis beland omdat ik het gras iedere keer moest maaien met behulp van een roestige, stompe handgrasmaaier).

2015-01-22 13.19.29Twee bolacacia’s wierpen in de herfst duizenden blaadjes af die allemaal moesten worden opgeveegd (waar laat je al dat afval?) en de klimop, ooit begonnen als plantje van 65 cm woekerde inmiddels over de hele schutting en kon niet meer bevochten worden. De jungle van Nicaragua was er niets bij.

Aan de ene kant was van de oorspronkelijke border niets meer te zien: wat ooit een mooie lavendelplant was geweest was nu een verzameling stokken met aan de uiteinden nog enkele blaadjes.

Aan de andere kant waren dode en levende klimplanten volkomen in elkaar verstrengeld, ze vormden samen een kolossaal afrokapsel dat boven de schutting uitbolde. Elke zomer vluchtten we naar Terschelling om voor een tijdje verlost te zijn van deze ontembare natuurverschijnselen.

2015-02-06 13.53.54Het enige lichtpuntje was, dat de tuin gelukkig voor een groot deel bestraat was.

(Toen mijn vrouw het met haar 99-jarige vader over onze tuin had, keek deze haar misprijzend aan: “Jullie hebben helemaal geen tuin”. Ze vreesde dat haar oude vader nu de eerste symptomen van Alzheimer vertoonde, maar begreep toen ineens wat hij bedoelde. Voor een niet-stadsbewoner valt wat wij onze tuin noemen natuurlijk volstrekt niet onder die categorie).

Toen wijnranken probeerden via spleten ons huis binnen te groeien was de maat vol.

Er moest iets gebeuren!

We vonden nog wat spaargeld en maakten een plan: we zouden van de groene hel achter ons huis een lieflijke gezellige buitenkamer maken. We zouden aan het wilde woekeren een halt toeroepen, het groene gespuis met wortel en al verwijderen en alleen nog maar plantjes met mooie bloemen in potten tolereren.

We besloten een groot gedeelte van de tuin te overkappen en de grond geheel te bestraten. Dat konden we natuurlijk niet zelf, dus we riepen de hulp in van enkele professionals, later zou blijken dat de één wat meer verstand van zijn vak had dan de ander.

We vroegen offertes aan en maakten afspraken maar eerst wachtte ons een grote uitdaging: alle struiken, planten en bomen moesten weg en wij wisten dat deze zich niet zonder meer zouden overgeven.

Omdat wij allebei lid zijn van Natuurmonumenten en Groen Links stemmen konden wij het niet maken de acacia’s om te hakken. Wij gunden onze twee boompjes een tweede leven en boden ze aan op Martktplaats. Men mocht ze gratis ophalen, maar moest ze dan wel zelf uit de grond halen. Zo slim waren we wel.

Onze buurman had inmiddels lucht gekregen van onze plannen en bood tot drie keer aan de boompjes voor ons om te zagen met zijn motorzaag, die hij tot zijn spijt minder vaak kon gebruiken dan hij zich bij aankoop voorgesteld had. Hij zag zichzelf al in blokjesoverhemd en voorzien van veiligheidsbril- en helm de boompjes vakkundig een voor een omleggen, luid “Timber” roepend.

Wij wezen zijn aanbod beleefd van de hand, wetend dat we dan nog lang niet klaar zouden zijn, omdat in dat geval het wijdvertakte wortelstelsel immers nog verwijderd moest worden en dat was de grootste en lastigste klus.  Iedereen weet dat een boom onder de grond net zo groot is als erboven! Wij wisten uit ervaring hoe weerbarstig de natuur kan zijn.

Een enthousiaste Fries belde. Hij was bezig zijn tuin in te richten en zag in gedachten onze boompjes er al in staan. Hij moest ze alleen nog even uit de grond halen en ervoor zorgen dat er voldoende wortels aan zaten.

Toen hij zich de volgende dag met een aanhangwagentje aandiende vroegen we ons af hoe hij de klus zou gaan klaren. Ik had hem vooraf gevraagd welk gereedschap hij dacht te zullen gaan gebruiken (zelf had ik een forse graafmachine op rupsbanden voor ogen). Hij had luchtig geantwoord dat hij zijn vrouw zou meenemen, en een schep.

Het werd een lijdensweg. Al snel zaten ze helemaal onder de modder, want het was nog gaan regenen ook. Ik nodigde ze uit voor een kop koffie, maar die wilden ze buiten opdrinken omdat anders onze vloer vies zou worden.

Het werk schoot niet op, het boompje waarmee hij begonnen was stond na een uur nog steeds ongenaakbaar overeind en de trotse tuinbezitter begon steeds bleker te worden.

Ik voelde me schuldig dat ik hem de klus liet opknappen, vooral toen hij me vertelde dat hij net een chemokuur had afgesloten en het eigenlijk van zijn dokter rustig aan moest doen.

Het lukte ze uiteindelijk één boompje uit de grond te krijgen, maar het wortelstelsel was gereduceerd tot enkele gemutileerde uitsteeksels. Zelfs een doorgewinterde stadsmens als ik kon zien dat dit boompje nooit meer ergens zijn leven zou voortzetten. We tilden de stam op het karretje en doodmoe ving het echtpaar de terugweg naar Friesland aan. Het andere boompje hadden ze wijselijk laten staan.

2015-02-06 13.54.50Mijn oudste zoon, die spieren kweekt in de sportschool, besloot zijn agressie bot te vieren op het resterende boompje. Na een middag sjorren, hakken en trekken had hij het voor elkaar, de laatste acacia kon naar de buurman, die het hout goed kon gebruiken voor zijn open haard. Al snel hoorden wij het snerpende geluid van zijn motorzaag.

Niet lang daarna werd een geweldige stapel hout bezorgd. Met deze planken en palen ging onze andere buurman, die timmerman is, onze galerij bouwen.

Wordt vervolgd.

 

Driewerf hoera voor de inspectie

Ton van Haperen is tevreden met de inspectie

van Haperen portretIn het AOB-blad van 23 januari schrijft Ton van Haperen over het “epidemisch wantrouwen jegens de inspectie”. Hij neemt het op voor de inspectie: die doet weinig verkeerd en is noodzakelijk, een zwakke school doet kinderen tekort.

Hij maakt de vergelijking met een bedrijf: als dat slecht functioneert gaat het failliet. Een slechte school wankelt gesubsidieerd verder.

Het “naar binnen gekeerd gejammer” op scholen kost 30 miljard per jaar. De cultuur op scholen is te weinig zelfreinigend, de oorzaak is “een cocktail van anarchie, zelfgenoegzaamheid en lamlendigheid met mentale incontinentie als resultaat”.

tekst column van Kalshoven

Van Haperen is columnist en wordt geacht prikkelend en provocerend te schrijven. Zijn argumenten komen uit onverdachte hoek, want hij geeft zelf les en weet dus heel goed hoe het er op scholen toegaat.

Toch zijn er wel wat bedenkingen tegen zijn “driewerf hoera voor de inspectie”, ik besluit hem een mailtje te sturen met de vraag om wat meer uitleg:

Geachte heer van Haperen

Ik las met interesse uw column over de inspectie in Onderwijsblad 02.  Ik ben het met u eens dat er een systeem van checks and balances moet zijn, het gaat om heel veel gemeenschapsgeld en slecht onderwijs doet onze kinderen te kort.
Toch blijf ik met enkele vragen zitten:

1. Is het echt zo slecht gesteld? Ik kan me haast niet voorstellen dat in deze tijd, waar de schijnwerpers zou op het onderwijs gericht zijn, waarin besturen de mond vol hebben van good governance en zelf ook steeds meer ter verantwoording worden geroepen nog steeds scholen kunnen voortbestaan die echt slecht werk afleveren. Het management is voortdurend bezig de resultaten tegen het licht te houden en vergeet ook niet de rol van kritische ouders en leerlingen. Frank van Kalshoven (in de Volkskrant van vorige week zaterdag) spuide ook forse kritiek (op het basisonderwijs), alsof het daar een enorme puinhoop is, terwijl ruim 97% volgens de inspectie voldoet aan de norm. In het vervolgonderwijs is dit 95%.
Ik stel deze vraag vooral om een lans te breken voor die duizenden onderwijzers en leraren die elke dag heel hard hun best doen goed onderwijs te verzorgen.

2. Het is duidelijk dat inspectie nodig is, maar een van de grote bezwaren die tegen de inspectie worden aangevoerd is hun steeds verder gaande inmenging in wat er in de klas gebeurt. Inspecteurs gaan steeds meer bepalen wat leraren moeten doen. Er gaan stemmen op die zeggen dat de inspectie haar mandaat steeds verder oprekt. Onlangs verklaarde zelfs staatssecretaris Dekker dat scholen zich minder moeten aantrekken van de inspectie. Wat is uw opvatting hierover?

3. De inspectie heeft veel macht: als een school het predicaat (zeer) zwak krijgt levert dit een enorme berg extra werk op voor een school, vooral op het gebied van plannen schrijven en verantwoorden. Er is een school dus veel aan gelegen de inspecteur te vriend te houden: hoe vaak wordt gesjoemeld met de rapportage? Hoe vaak wordt gedaan aan “window-dressing”? Kunstjes die meteen worden afgeschaft als de inspecteur weg is? wat vindt u van dit (onbedoelde) bij-effect?

4. Ten slotte: u geeft zelf les, u heeft natuurlijk te maken gehad met inspectiebezoek. Hoe ervoer u de afvinklijstjes? U weet natuurlijk dat een compleet afgevinkt lijstje niet garandeert dat je een goede leraar voor je hebt en omgekeerd zijn er uitstekende leraren die lessen geven waarvoor maar heel weinig vinkjes kunnen worden uitgedeeld.

Ik zou het zeer op prijs stellen als u deze vragen zou willen beantwoorden. Met uw toestemming gebruik ik uw antwoorden voor mijn blog (net opgestart met een vooralsnog zeer beperkt aantal lezers).

Met vriendelijke groet, Martin Minnema

Vandaag kreeg ik antwoord:

Geachte heer Minnema,

Via Het Onderwijsblad ontving ik uw reactie op mijn column over de inspectie. Daarin stelt u een aantal vragen. U heeft het over onderwijzers die hun best doen. En ja, natuurlijk is dat zo. Maar er zijn ook onderwijzers die misschien hun best doen, maar er niks van kunnen. En onderwijzers die niet hun best doen. Het is een bont palet, die 200.000 leraren. En omdat er ook schoolleiders zijn die hun best doen en schoolleiders die dat niet doen, is er een inspectie. Gelukkig maar. Mijn ervaringen met de inspectie zijn ook niet negatief. Ze komen gewoon kijken en als er niks aan de hand is, gebeurt er niks. Afvinkslijstje, die autistisch invullen en afrekenen, het zal best een keer gebeurd zijn, maar ook niet vaker dan dat. Je kunt bovendien ook altijd wat terugzeggen. En ik durf de stelling wel aan dat inspecteurs in Nederland in vergelijking met hun collega’s in de Angelsaksische onderwijscultuur bepaald terughoudend zijn. Die hele negatieve houding jegens de inspectie, zowel bij leraren, schoolleiders als onderwijsvernieuwers, het is vooral emotie. En wat Sander Dekker daarvan vindt, nou ja, niet echt interessant,

Met vriendelijke groet, Ton van Haperen

Tsja, hij gaat niet echt in op mijn vragen.  Opvallend is, dat hij kennelijk helemaal geen slechte ervaringen heeft met de inspectie.
Of onderwijsvernieuwers ook zo negatief zijn over de inspectie betwijfel ik. Zij gebruiken de kritiek die de inspectie heeft op scholen juist oinspecteursm hun argumenten kracht bij te zetten. Dat is geen emotie, dat is handel. Zij willen namelijk graag de cursussen, coaching en interimmanagement verzorgen. De inspectie luistert juist weer teveel naar de onderwijsvernieuwings-goeroes die vanaf de zijkant staan te vertellen hoe wij het allemaal beter moeten doen.

 

Brief aan de burgemeester

Ik bied mijn hulp aan

Aangespoord door alle publiciteit rondom de komst van de vluchtelingen besloot ik een daad te stellen.
Ik weet uit ervaring hoe belangrijk het is dat asielzoekers zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren. Dat helpt hen integreren, bij hun zoektocht naar werk en bij het bestrijden van de verschrikkelijke verveling. Bovendien kunnen zij door hard te studeren hun aandacht op een positieve manier afleiden van hun trauma’s.

Mijn expertise bestaat uit het leiden van een taalschool: een plek waar anderstaligen les krijgen van deskundige docenten, toegespitst op hun niveau.
Op basis hiervan bood ik mijn diensten aan aan burgemeester en wethouders van Almere.

De brief

weerwindAangezien ik op de website van de gemeente geen e-mail contactgegevens vond, schreef ik een ouderwetse brief, met een postzegel:

 

Aan de heer F. Weerwind
Burgemeester van Almere

Almere, 12 september 2015

Geachte heer Weerwind

Graag vestig ik uw aandacht op bijgesloten krantenartikel, dat afgelopen woensdag in de Volkskrant werd gepubliceerd.

Ik vertel hierin over het NT2-onderwijs in Almere, dat tien jaar geleden een hoge vlucht had genomen en kwalitatief goed in elkaar zat. We gaven les aan 1400 cursisten en leverden elk kwartaal een gekwalificeerde groep af.

Sindsdien is er door verschillende politieke beslissingen en bezuinigingsmaatregelen niet veel meer van over.

De kans is echter groot dat Almere in de komende tijd plaats zal bieden aan een flink aantal asielzoekers. Zij zullen dan ook een aanbod NT2 moeten ontvangen.

Vanuit mijn achtergrond als afdelingsmanager van de Taalschool Almere bied ik hierbij mijn diensten aan als op dit gebied activiteiten moeten worden ontplooid. Ik kan adviseren en eventueel ook een rol spelen in het opzetten en leiden van een nieuw te vormen instituut.

Ik geef u in overweging mijn naam te noteren, u kunt dan een beroep op mij doen mocht hiervoor aanleiding ontstaan.

Met vriendelijke groet

M.A. Minnema
PS: ik heb een brief van gelijke strekking gestuurd aan wethouder Peeters.

Prachtig idee

leegstand-kantorenmarktIk fantaseerde erop los: er zijn genoeg leegstaande kantoorgebouwen in Almere die we zouden kunnen gebruiken, we zouden oude tijden doen herleven!
Ik zou pleiten voor een kleinschalige opzet (waarbij de school volop zou integreren in de wijk), omdat al lang aangetoond is dat een grootschalige aanpak op onvoldoende steun van de bewoners kan rekenen.

De realiteit is wat minder mooi

In eerste instantie hoorde ik niets, dus na een dag of tien belde ik op naar het stadhuis om te vragen of mijn brieven aangekomen waren.
De ambtenaar die hierover ging was niet bereikbaar. Na nog enkele pogingen in de daarop volgende dagen kreeg ik uiteindelijk de juiste persoon te pakken, die mij vertelde dat, helaas, de brieven niet te vinden waren. Zij vroeg me of ik ze alsnog wilde mailen.

Ik deed dat en kreeg uiteindelijk antwoord. Klaarblijkelijk was ik niet de enige geweest die zijn hulp had aangeboden, het raadhuis was overstelpt.
Een aardige mevrouw vertelde me dat mijn brief op de stapel zou worden gelegd bij de andere aanbiedingen (zoals een zelfgebakken taart en het aanbod met de vluchtelingen te gaan voetballen).

Ik heb al eerder projecten uitgevoerd in opdracht van de gemeente. Hier was vaak veel geld mee gemoeid, dus het werd altijd touwtrekken: de gemeente wilde het maximum en ik moest opletten dat ik kon waarmaken wat afgesproken werd.
Ik had mij er dus al op voorbereid dat ik slim zou moeten onderhandelen, ik had ook een troef achter de hand: als ik mijn netwerk inschakel zou het zomaar kunnen dat zich een aantal zeer goed gekwalificeerde (gepensioneerde) docenten aanbiedt. Kwaliteit voor weinig geld!

Maar mijn brieven hebben de geadresseerden niet bereikt en ik bevind me dus in gezelschap van taartenbakkers en voetbalvaders en dat zal wel zo blijven.

Er gaat vast wel iets gebeuren

Als de gemeente actie onderneemt op dit gebied zal er ongetwijfeld een constructie worden opgetuigd waarin hoofdzakelijk plaats is voor goedbedoelende, ongeschoolde vrijwilligers.

leeg kasteelHet had zo mooi kunnen zijn: enkele leegstaande kantoorpanden gaan fungeren als levendige centra van goed taalonderwijs, van waaruit er volop uitwisseling plaatsvindt met de wijkbewoners. Almere had een mooi voorbeeld kunnen geven aan de rest van Nederland.

Jammer!