Geert Mak 2

Ik lijd aan Makmania.

Het begon met Reizen zonder John en de levens van Jan Six, sedertdien probeer ik al zijn boeken te pakken te krijgen en ben inmiddels op de helft.

x Het stadspaleis
x Het eiland
x Een kleine geschiedenis van Amsterdam
x De eeuw van mijn vader
x Reizen zonder John
x In Europa 1 en 2
x De levens van Jan Six
Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis
x De brug
x Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis
De hond van Tisma
Thuis in de tijd (bundel met Baudet)
In de ban van de krekel, in de ban van de mier
Het ontsnapte land
Lopen met van Lennep
Gedoemd tot kwetsbaarheid
Nagekomen flessenpost
The Amsterdam dream
x De engel van Amsterdam
Wandelingen door het historisch Amsterdam
De goede stad
x Hoe God verdween uit Jorwerd

 

Ik heb al het een en ander via Marktplaats gevonden en ben van plan er een gewoonte van de maken bij boekenstalletjes en tweedehandsboekwinkels uit te kijken naar de titels die ik nog niet heb.
Ik heb dan drie dingen om te zoeken (en te vinden): Mak, Carmiggelt en mooie grote kunstboeken. Wat een kick als ik iets van mijn gading vind!

Ik schreef al eerder over Geert Mak; wat steeds opvalt is zijn persoonlijke, vriendelijke stijl. Hij neemt de tijd zijn indrukken zorgvuldig weer te geven, hij duikt echt in de karakters van de mensen die hij spreekt of waarover hij vertelt en tegelijkertijd geeft hij een schat aan informatie.

In Hoe God verdween uit Jorwerd beschrijft hij uitgebreid het leven op het platteland en dat van de mensen uit Jorwerd in het bijzonder. Er valt veel te leren voor een stadsmens.

Je leert van melk- en mestquota, van melkmachines, boerenleenbanken en traditie.

Ik voelde me aangesproken door de uitleg die Mak geeft aan het traditionalisme waarvan vaak sprake is bij boeren. Een boer is volkomen afhankelijk van zijn land en zijn vee. Hij heeft maar een doel voor ogen: zijn bedrijf moet overeind blijven. De technieken die hiervoor nodig zijn, zijn generatie na generatie overgeleverd.  Als je de zaken aanpakt zoals je vader het deed en ook diens vader is de kans op succes (of in ieder geval: overleven) het grootst.  Je gaat niet lichtzinnig zomaar over op een nieuwe aanpak.
In de laatste eeuw is veel misgegaan omdat de boeren stappen moesten nemen die van buiten (of van boven) waren ingegeven. Schaalvergroting bijvoorbeeld. Zij moesten veel geld lenen om te investeren omdat ze anders de concurrentie niet aan zouden kunnen.

 

Ik heb net De brug uit, boekenweekgeschenk van 2007. Hierin beschrijft Mak het leven op en rondom de Galatabrug in Istanbul.
Het boekje is nog maar tien jaar oud en toch al volstrekt niet meer actueel. Er is heel erg veel gebeurd in de afgelopen jaren, met de autocratische strapatsen van Erdogan als triest hoogtepunt.

Mak heeft zich gedurende lange tijd volledig ondergedompeld in de gemeenschap en vertelt mooie verhalen.

In vond deze passage erg inzichtelijk, vooral als je de houding van veel Turkse Nederlanders probeert te begrijpen:

Sinds zo’n driekwart eeuw is het begrip eer grotendeels uit de westerse rationaliteit verwijderd. De bijbehorende emoties kennen we nog wel – het was bijvoorbeeld evident dat de Amerikanen na 11 september 2001 moesten terugslaan, naar wie en welk land deed er minder toe – maar we kunnen ze vaak niet meer beredeneren. We denken in termen van schuld en moraliteit, met alle bijbehorende nuances. “Eer” is altijd een zaak van zwart-wit, maagd of hoer, erbij of verschopt, een totaal andere denkwereld dan de subtiele, analytische, eeuwig ambivalente overwegingen en compromissen van het liberale Westen. Vandaar ook dat het ons, Noord-Europeanen, moeite kost om iets te begrijpen van samenlevingen waar eer en respect nog zwaar meetellen.

Ik heb me iets verkeken op Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis. Het boek is door Geert Mak samengesteld, het zijn dus verhalen van anderen.

Interessant, maar ik mis natuurlijk Mak’s literaire stijl als belangrijke component.

 

 

Ten slotte: tot mijn verbazing heeft oud-PSP-er Mak een boek samen met Thierry Baudet geschreven. Ik ben erg benieuwd hoe hij uit de voeten kan met deze nep-intellectuele PVV-kwal.

 

Jorwerd:               9

De brug:               8

Ooggetuigen:      7

Grappig. Ik kocht De brug via marktplaats, maar in onze boekenkast bleek ook een exemplaar te staan. In beide boekjes zat een boekenlegger van de NS. Het moet de verzuchting zijn van iemand die op zondag 18 maart 2007 gratis reisde en in de trein in slaap is gevallen.

Grote bridgedrive op Terschelling

We gaan al een flink aantal jaartjes in de zomer naar Terschelling. Op uitnodiging van de plaatselijke bridgeclub spelen we dan op donderdagavond mee met de club. Je betaalt een kleine bijdrage en maakt kans op een leuke prijs.

In maart organiseert de club elk jaar een grote bridgedrive, waarbij ook badgasten welkom zijn.

Op 24 en 25 maart 2017 organiseert BC Terschelling een grandioos bridgeweekend in het WESTCORD HOTEL SCHYLGE ****

Uniek gelegen aan de prachtige baai van West- Terschelling

HOOFDPRIJS: Weekend op logies/ ontbijt basis voor 2 personen in een Westcord Hotel op Terschelling. BCT-prijs: voor het paar dat de 50% score het dichtst benadert. Overige prijzen: Terschellinger producten. 18.30 uur – 21.00 uur uitgebreid koud/ warm buffet! Vanaf 21.00uur prijsuitreiking.

Afgelopen weekend deden we voor de vijfde keer mee.
We maakten er een feestje van en vertrokken al op donderdagavond. We namen de avondboot, zodat we vrijdag de hele dag zouden kunnen wandelen of fietsen.

Dit jaar hebben we het bijzonder goed getroffen, het was prachtig lenteweer. Je zag overal voorjaarsbloemen en de zon scheen de hele dag.
Terschelling is een fantastisch eiland.

De drive zelf vond plaats op vrijdagavond en zaterdagmiddag. Er deden ruim 70 paren aan mee, veel  Terschellingers, maar ook flink wat mensen van de wal.
We scoorden vrijdagavond 54,11%. Dit gaf recht op een plek in de B-lijn (in de A-lijn spelen de 16 beste paren om de hoofdprijs).


Zaterdagmiddag viel de score wat tegen: 50,30%. We hadden wat misverstandjes….
Dat betekende dit jaar geen Terschellinger producten voor ons, maar
het was zo’n heerlijk weekend dat we dit helemaal niet erg vonden.

 

Spel 28 leverde 100% op, we voelden elkaar in het tegenspel perfect aan. 

De bieding ging als volgt (wij zaten NZ):

Noord          Oost           Zuid          West
pas
1 H                2R               Dbl              pas
2S                  pas             pas              3R
pas                pas             pas

Het 2R volgbod van Oost is niet zo goed, je moet eigenlijk een vijfkaart hebben, maar ik kan me voorstellen dat ze niet wilde passen (een informatiedoublet kan ook niet).
Het doublet van Zuid is negatief, belooft een 4kaart schoppen.
West dacht zich (niet kwetsbaar tegen kwetsbaar) nog wel een steunbodje van 3 ruiten te kunnen veroorloven.

Oost werd leider in 3 ruiten, uitkomst hartenvrouw.
Ik nam de vrouw over met mijn aas en speelde klaveraas. Daarna hartenheer (Zuid gooide een schopje af) en schoppen 4 voor de aas in Zuid. Ik gokte erop dat mijn partner schoppenaas zou hebben.
Greet had niet zitten slapen en begreep dat ik graag een introever in klaver wilde. Klaver 9 getroefd met de ruiten 6. Harten 4 voor troef, klaver 3 ook getroefd. De leider maakte toen de fout een schopje weg te gooien op mijn nagespeelde harten, in de hoop dat de slag voor de Boer op tafel zou zijn. Maar Greet troefde weer en gaf mij nog een klaverintroever.
Toen de rook opgetrokken was bleek de tegenpartij 4 down, goed voor 100%.

’s Avonds een buffet (zo’n maaltijd waar je eindeloos moet wachten tot je met je bordje in een rij mag gaan staan, waarna je teveel verschillende etenswaren die al enkele uren in warmhoudbakken hebben staan stoven op elkaar stapelt, zodat het een zompige brei wordt), opgegeten terwijl we de zon zagen ondergaan boven de jachthaven.

De prijsuitreiking was als vanouds. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat het bestuur de prijzen het liefst uitreikt aan leden van de eigen club.
Dat die nu juist niet zitten te wachten op cranberrythee, -zeep, -limonade, -snoepjes en -jam maakt niet uit, een prijs is een prijs.
Het paar met de laagste score in de laagste lijn kreeg de poedelprijs, ze waren niet echt blij met deze onderscheiding.

De winnaars waren er voor het eerst en kwamen bovendien niet van Terschelling. Ze ontvingen de hoofdprijs, maar getuige het enigszins zuinige commentaar van de prijsuitreikster niet helemaal van harte.

     Het was een fijn weekend.

Grote bridgedrive Terschelling:      9

 

 

 

Argus

Ik las dat enkele oud-journalisten plannen hadden een nieuw blad te maken, er moesten artikelen in komen zoals de legendarische reportage de pont van kwart over 7 in Vrij Nederland.
Ik abonneerde me terstond toen ik hoorde dat het eerste nummer verschenen was.

Het valt niet tegen. Ik merkte dat ik Argus net zo soepel en met net zoveel plezier lees als mijn lijfblad de Volkskrant. Opvallend genoeg kan ik niet hetzelfde zeggen met betrekking tot Vrij Nederland of de Haagse Post. Ik koop wel eens een los nummer van deze weekbladen (inmiddels is VN al geen weekblad meer) en ervaar steeds een lichte teleurstelling. Vroeger waren ze beter…

De opmaak is mooi, er is een mooi Art-nouveau achtig lettertje gevonden voor de titel en de rubrieken, de opmaak is prettig en de gebruikte taal zorgvuldig.

De inhoud is gevarieerd, er staan geen adembenemende stukken in maar ook geen saaie.
Het langste artikel is van Ben Haveman, een stuk over Theo Bouwman (“een van de drijvende krachten achter Argus“). Het is behoorlijk kritisch, Bouwman is niet onbesproken.
Ik las alles, met uitzondering van het recept voor broccolisoep. Ik houd niet van broccoli. Afbeeldingen zijn meestal in zwart-wit.

Filosoferend over de wat fletse aanblik van het medialandschap bleek dat de bedenkers van dit blad een gevoel van weemoed met elkaar deelden. Het klassieke opinieweekblad bestaat niet meer.

De makers van Argus blijven tegen de stroom in geloven dat journalistiek behalve op “nieuws” drijft op nieuwsgierigheid, een dwarse kijk op de werkelijkheid, wantrouwen, een glimlach, passie, compassie, persoonlijke visie en gezonde ijver.
Heel belangrijk: wat met plezier is geschreven, wordt over het algemeen met plezier gelezen. En we geloven in wat tegenwoordig “print” wordt genoemd. Argus is en blijft een papieren krant.

We zijn niet afhankelijk van adverteerders of aandeelhouders. We hoeven ons niet in bochten te wringen om doelgroepen te behagen. We trekken pen en notitieblok en stappen gretig op de wereld af, zoals ons rolmodel Argus zou doen, de ijverige verslaggever van de Rommeldamse courant, het lijfblad van Ollie B. Bommel. We blijven trouw aan onszelf en aan de lezer. Eigenlijk hebben we met Argus gewoon de auteurskrant in het leven geroepen die we zelf graag zouden willen lezen.
(Rudie Kagie en Kees Schaepman, hoofdredactie).

Ik herinnerde me nog van heel lang geleden hoe Argus eruit zag: de journalist had een spitse snuit, een sigaret in zijn mondhoek en droeg een hoed met in de band een perskaart. Toen ik de titelafbeelding zag was ik verbaasd: Argus droeg een baret.
Maar mijn geheugen had me toch niet in de steek gelaten: dit is Argus in gesprek met Joost.

 

Over twee weken verschijnt aflevering twee.

Argus:        8

 

 

 

Netflop

Er was een tijd dat je naar de videotheek ging om  een mooie film te lenen. Die stond op een videoband, later op een DVD.
Series lenen was wat lastiger: als alle afleveringen in één doos zaten had je nooit tijd genoeg om ze allemaal te zien (je moest ze op tijd weer terug brengen). Als ze apart verhuurd werden moest je steeds wachten tot jouw aflevering weer beschikbaar was.
Je kreeg wat meer geld tot je beschikking, dus je begon series te kopen, via Amazon of Bolcom. Je kon ze rustig in je eigen tempo afkijken.

De tijd schrijdt voort, er komen nieuwe ontwikkelingen, en het moment breekt aan dat je helemaal geen schijfjes meer in huis haalt en abonnee wordt van een digitale aanbieder.
Het probleem van de steeds maar groeiende stapel DVD’s (de meeste zul je nooit meer opnieuw kijken) is opgelost, maar een nieuw dient zich aan.
We kozen natuurlijk eerst voor HBO. Als een serie door hen gemaakt was, was je zeker van kwaliteit. Probleem was, dat we bijna alles al gezien hadden, het aanbod was nogal mager.

 

 
Dus stapten we na verloop van tijd over op Netflix. CDA-leider Buma kondigde tijdens de verkiezingscampagne aan dat zijn eerste daad als minister-president zou zijn het laten aanleggen van Netflix in het Torentje. Met zo’n aanbeveling kan het niet fout gaan!

Dat bleek dus nogal tegen te vallen. Het aanbod van Netflix is overweldigend, maar ook hier geldt weer: de echt goede series hebben we al gezien (House of Cards, Fargo, True Detective).
Welgemoed probeer je andere series, de meeste hebben vijf sterren.
Dan doet zich het vreemde gegeven voor, dat je helemaal sacherijnig wordt omdat er niets van je gading bij zit. Na tien minuten kijk je elkaar aan en probeer je een andere serie. Je hebt zitten kijken naar clichématig geweld, oppervlakkige karakters, slechte verhaalopbouw en volkomen ongeloofwaardige plots.

Komt het door het feit dat je de serie niet gekocht hebt (als je een behoorlijk bedrag hebt neergeteld is het zonde om af te haken)? Of wordt er steeds meer pulp geproduceerd?
Het kan natuurlijk ook zijn, dat wij steeds kritischer worden en de lat steeds hoger leggen.

Je probeert natuurlijk teleurstellingen te voorkomen. Je leest recensies, je zoekt op internet en vraagt tips.
Je komt steeds weer prachtige namen tegen van series waar je destijds heel erg van genoten hebt (Ten Feet Under, The Sopranos, The Wire, West Wing), maar die heb je dus al gezien…
Mijn zoon raadde me aan te kijken op Rotten Tomatoes, een Amerikaanse site die de publieksbeoordeling weergeeft van films en series.
Ijverig noteerde ik Jessica Jones en Stranger Things.
We hebben ze allebei uitgekeken, maar vroegen ons wel af waar die hoge waardering vandaan kwam (93 resp. 95 op een schaal van 100). In de eerste beschikt de hoofdpersoon over superkrachten, als het haar uitkomt smijt ze tegenstanders meters weg, maar lijdt desondanks een heel getroebleerd leven omdat ze ooit mentaal overweldig werd door een man met weer andere superkrachten. Je zit dus eigenlijk naar een Amerikaanse comic-serie te kijken in het genre Superman-de Hulk.
Stranger Things is Stephen Spielberg meets Stephen King. Een avonturenfilm voor jongetjes die volkomen onnodig in de jaren 70 is gesitueerd. Leuk om al die lelijke gebruiksvoorwerpen en kleding weer eens te zien, maar het voegt niets toe aan het verhaal.

Op dit moment genieten we het meest van mooie documentaires en wachten met smart op een nieuwe In Treatment of Foyle’s War.
Moeten we maar weer DVD’s gaan kopen? Of weet iemand raad en vertelt ons hoe we feilloos de goede series kunnen opsporen?

Netflix:              3

Culinaria

Lang geleden logeerden mijn vrouw en ik in een vrij chique hotel. We besloten in het bijbehorende restaurant te eten.

Toen we de menukaart met een elegant gebaar gepresenteerd kregen verbaasde mijn echtgenote zich over het feit dat er geen prijzen achter de gerechten vermeld stonden. Ik begreep er niets van, omdat mijn exemplaar wel degelijk aangaf welk vermogen hier gevraagd werd voor het aangebodene. Voor de prijs van een voorgerechtje zou men elders twee complete menu’s aanbieden.

Het restaurant ging ervan uit dat de man de rekening zou betalen en dat het onnodig was het vrouwtje te vermoeien met financiële details.

Dit gebeurde lang geleden. Vandaag de dag zouden de obers van een restaurant dat een dergelijk paternalistische, seksistische gedragslijn hanteerde met de in fraai kalfsleder gestoken spijskaart om de oren gemept worden.

Ik kan me niet herinneren hoe het eten smaakte, wel dat ik drie keer controleerde of ik wel voldoende geld bij me had.

Restaurant ’t Golfje of de Wigwam?

Ik voel me niet erg op mijn gemak in een duur restaurant.

Gevolg is, dat we bijna altijd terechtkomen in een eetgelegenheid die de status van snackbar net ontstegen is. We kunnen meestal een keuze maken uit een schnitzel, saté of een hamburger. (Er zit gelukkig wel altijd patat bij).
We zaten eens in een strandtent aan de boulevard van Scheveningen en hadden uitzicht op de kok, die omwille van de overzichtelijkheid het eten na het bakken teruglegde op het bordje waarop ook de rauwe producten hadden gelegen.

Smulrol

Ik ontdekte dat de snackbar waar ik vroeger weleens iets haalde als ik moest overwerken, van naam veranderd is. Hij heette destijds “By the Way”, wat ik aanvankelijk wel een grappige naam vond.

Zegt de ene obees tegen de ander: “By the way, vergeet je niet straks nog even een picanto, mexicano en shoarmarol te halen?”

Toen ik erachter kwam dat de eigenaar op deze naam gekomen was omdat zijn eetgelegenheid zich aan de weg bevond, was mijn Anglofiele ziel gekrenkt en besloot ik hem voortaan te boycotten.

Habbekrats en Ooievaar

Niet lang geleden behaalde mijn zoon zijn Hbo-diploma. Om dit te vieren besloten we uit eten te gaan, het feestvarken mocht een restaurant uitzoeken. Toen hij terloops liet vallen dat de eetgelegenheid van zijn keuze gewoonlijk al maanden van tevoren volgeboekt was, werd het mij zwaar te moede. Ik wist al wat mij te wachten stond: grote borden, met een plasje in het midden waarin kunstig een torentje gebouwd is van ondefinieerbare delicatessen.

Nooit een duidelijke, stevige hap.

Het restaurant heette Habbekrats en Ooievaar (of was het: Dagmars en Vandikhout, of Kaagman en Kortekaas?) en bevond zich in een smal steegje vlakbij de Dam in Amsterdam.

Ik keek om me heen toen we naar onze tafel werden geleid: we bevonden ons in een voormalig bedrijfspand, men had nauwelijks moeite gedaan de vroegere functie te verhullen. De muren waren deels bestudeerd ongestuuct gelaten, er bevond zich zwaar metalen hijsmateriaal aan het plafond en hier en daar stond een object met tandwielen en krukassen dat in een vorig leven ongetwijfeld goede diensten had bewezen bij de fabricage van onmisbare voorwerpen.

Ik hoopte natuurlijk tegen beter weten in dat ik een verantwoorde keuze zou kunnen maken (tussen schnitzel, saté en een hamburger), maar we kregen niet eens een menu. De vriendelijke hipster die ons verwelkomde bood ons slechts de keus tussen een vier- en een zesgangenmenu. Omdat hij het helemaal niet over geld had leek het mij prudent om voor het eerste te kiezen. Toen de jongen met het knotje even niet oplette stak ik vier vingers op, om mijn tafelgenoten ertoe te brengen niet te opteren voor de zes gangen.

Ik besloot assertief te zijn en informeerde nonchalant of er wellicht een mogelijkheid bestond te vernemen wat op ons bord verschijnen zou. Toen hij hoorde dat twee disgenoten niet van vis hielden fronste hij zorgelijk de wenkbrauwen. Er zat in elke gang wel iets van vis, maar hij zou met de kok gaan praten om te kijken of er iets te regelen viel.

Ik was erg blij met dit vertoon van soepele klantvriendelijkheid.

Ik wist niet wat ik te eten kreeg en ook niet wat ik ervoor betalen moest, maar de ober zou zijn best voor me doen!

De wijnkaart kwam en mijn zoon liet zien dat hij een man van de wereld was: hij vroeg de sommelier om advies. Die liet zich natuurlijk niet onbetuigd en even later werd er eerbiedig een stoffige fles ontkurkt.

In afwachting van nieuwe grote borden met kunstig gerangschikte stukjes voedsel (in een plasje) probeerden we een gesprek gaande te houden. Dat werd bemoeilijkt door het feit dat alle andere gasten tegelijkertijd hetzelfde probeerden te doen.

Na de vierde gang mocht ik afrekenen. Tijdens de wandeling terug naar het station bedacht ik van welke uitgaven ik het komende kwartaal maar beter kon afzien.

 

Zullen we vanavond thuis eten?

 

Ruitenboer

Afgelopen week werd in heel Nederland het Ruitenboer bridgetoernooi gespeeld. Voor elke speelavond zijn er spellen voorgeselecteerd, na afloop wordt een boekje uitgedeeld met commentaar.

Ik speelde dinsdag met Frans (13e met 52,23%) en donderdag met Willy (mijn eigen partner Greet moest werken) 3e met 64,39%.

Er is met elk spel meestal wel iets aan de hand, het commentaar is best leerzaam, maar niet altijd correct (zie spel 11 van donderdag).

Niet met je aas uitgekomen?

Slem is mogelijk bij spel 4 van dinsdagavond.

Het slem werd 4 keer uitgeboden (1 keer 7…), 10 paren bleven in de manche steken.

De leider moet een contrasnit nemen met klaveren: wordt de heer gedekt, dan kunnen op VB de ruitenverliezers weg. Als Oost de heer niet dekt gooi je een ruitenverliezer weg en daarna nog een op de vrouw.
Later kunnen zelfs de schoppenverliezers ook nog op de klavers weg.

Onze tegenstanders boden 4 Harten. Noord had geopend met 1 SA (vanwege de verdeling geen goede opening; je kunt hier door reverse te bieden je hand veel beter omschrijven) en kreeg een transferbod van 2 Ruiten. Het contract kwam dus in de Noordhand, ik startte met schoppen en mijn partner nam de slag met het aas.
Als het contract in de Zuidhand zit moet West beslissen of hij met schoppenaas start of niet. Als je dat niet doet gaat hij naar bed en moet je 4H +3 noteren….

Te simpel

Spel 11 van donderdagavond was ook een lastig uit te bieden slem.
Probleem is, dat je met de sterke Zuidhand geen goed rebid hebt.
De bieding zal gaan: 1S – 2K- ? Wat moet je bieden? 2 SA is uit den boze, dat belooft 13 punten (terwijl je er 19 hebt). Je kunt geen andere kleur introduceren en op welke hoogte zou je klaver moeten steunen?
Je zou een fake-bodje kunnen doen van 3H, maar je zal zien dat je partner je dan enthousiast in die kleur gaat steunen…
Er zit niets anders op dan te springen naar 3 SA. En daar past je partner natuurlijk op.

Het boekje stelt dit spel veel te simpel voor. “Zuids sprong naar 3 SA toont 18-19 punten”. Dat is niet waar, Zuid zou ook 3 SA bieden met 15 of 16 punten.

Zoals het spel zit heb je 14 slagen…..
Onze tegenstanders boden het slem niet, dus we scoorden goed.

Ruitenboer: altijd leuk,             8.

 

Trump’s wall

Trump heeft gedurende zijn campagne tientallen keren aangekondigd dat er een muur zal komen tussen de VS en Mexico. Deze zal betaald worden door Mexico.

Stephen Colbert heeft met vier deskundigen een gesprek gehad over wat dat precies inhoudt.

In een mooi opgebouwde sequentie (waarbij hij de woorden van Trump zelf als uitgangspunt neemt) rekent hij ons voor wat er allemaal bij komt kijken vooraleer Trump’s plannen gerealiseerd zijn.

Trump heeft het over een muur “so big, so strong, so powerful”; “a big wall, we’re gonna name it Trump someday maybe”; “a beautiful wall and Mexico will pay for it”.

Hij vertelt zijn enthousiaste gehoor dat “it will be a heck of a lot higher than the ceiling that you are looking at”.
Colbert heeft het nagevraagd, het plafond van de zaal is 80 voet hoog (24 meter). Als het a heck of al lot higher moet worden kom je uit op 100 voet, 30 meter.

Dan verstrekken de experts de cijfers. Een dergelijke muur vergt 200 miljoen kubieke meter beton, een werkploeg van 40 arbeiders zou er 742 jaar over doen.
Dat gaat natuurlijk veel te lang duren, hij moet af binnen Trump’s eerste termijn als president. Je hebt dan een ploeg van 12000 werkers nodig.

Ze komen samen op een kostenplaatje uit van 1 trillion dollar, dat is in het Nederlands 1 biljoen (een miljoen miljoen).

Colbert belt naar de Mexicaanse ambassade en vraagt of Mexico dit bedrag heeft klaarliggen.

Ten slotte gaan ze er nog even op in dat de muur ook ” beautiful” moet worden. De suggestie wordt gedaan er een klimmuur van te maken, maar dit zou niet helemaal recht doen aan de doelstelling.
Je kunt de muur ook behangen, aan beide zijden natuurlijk, dit zou uiteraard aardig wat rollen behang vergen….

Er gebeuren verschrikkelijk dingen in Amerika, maar shows als Saturday Night Live, de Stephen Colbert show en Conan zijn ongelooflijk knap in het satirisch benaderen van hun opzienbarende president.

Check out deze clips:

Stephen Colbert show

Conan haalt in Mexico geld op voor de muur 

Trump belt regelmatig met Obama, in dit gesprek kwam de muur ook ter sprake.

 

Guus Luijters

Je zou de naam van Sylvia Witteman kunnen noemen als de vraag gesteld wordt of Kronkel een opvolger heeft gekregen. Onder dit pseudoniem schreef Simon Carmiggelt talloze stukjes in het Parool. Ze speelden zich voor een groot deel af in Amsterdam en handelden over alle mogelijke types die hij (vaak in de kroeg) tegenkwam.

Witteman schrijft leuke stukjes, maar haalt zijn niveau niet.

Mijn zus maakte me attent op een andere mogelijke epigoon: Guus Luijters, die ook voor het Parool schrijft. Ze stuurde een link en ik las al zijn stukjes vanaf 14 september 2016.

Ik genoot ervan, vooral omdat ik ontdekte dat we heel veel thema’s gemeen hebben.
Hij is twaalf jaar ouder dan ik, maar groeide ook op in Bos en Lommer. Hij schrijft zelfs over een gevaarlijke expeditie die hij als jongetje ondernam naar de straat waar ik woonde. Hij moest daarvoor een afstand van 689 meter afleggen, van de Esmoreitstraat naar de Erik de Roodestraat.

30 JANUARI 2017, 08:09

Expedities naar de Amundsenweg

Toen de vriendin die ik op Zuid had ingeschat mij vertelde dat ze ook uit West kwam en wel van de Amundsenweg, kon ik haar vertellen dat ik als jongen Poolreiziger wou worden. En dat ik daarom net als Roald Amundsen ­mezelf wilde harden door ’s winters op het balkon te slapen.

Maar toen ik aan mijn moeder had voorgesteld mijn bed op het balkon op te maken, vroeg ze of ik helemaal betoeterd was, waarmee die kous af was.

Wat restte waren romantische tochten over de onbetreden sneeuw van het Zwarte Land dat voor mijn ogen veranderde in de sneeuwvlakten van de Zuidpool en al even gevaarlijke expedities naar de Amundsenweg en omstreken.

De Amundsenweg ligt bij de Erik de Roodestraat en dat was Rooms gebied, vandaar het ­gevaar. In het middelpunt bevond zich een grote Roomse kerk, de Sint Jozefkerk. Hij staat er nog, heb ik recent kunnen vaststellen, maar is inmiddels bezet door een Candy Castle Speel Paradijs, alles in roze, met klimnetten, glijbanen en kasteeltorens.

Om de kerk heen ligt het labyrint van een oud scholencomplex, met de Fatimaschool voor de meisjes en de Sint Dominicus voor de jongens. Er is geheimzinnige laagbouw met buitentrappen naar de verdieping en tussen de hoge huizenblokken liggen binnentuinen met vijvers en zwerfkeien, kom er eens om.

Boven iedere huisdeur hangt een tableautje met de afbeelding van een huis en daarboven R.K.C.W. en eronder D. Schaepman. “De paap was overal,” zei mijn vriendin die zelf in een huis van een socialistische onderwijzersvereniging woonde.

Door onderwijzers en leraren omringd werd ze als kind voortdurend gecorrigeerd, en als enige niet Rooms gezin aan de Amundsenweg hadden ze wel wat te verdedigen gehad.

Luijters heeft een prettige stijl, hij doet geen enkele moeite om “mooi” te schrijven, maakt ook weleens een foutje en houdt het kort.
Meestal is niet echt een compositie te herkennen. Hij schrijft op wat hij waarneemt en vindt kennelijk dat dit genoeg is. Dat is ook zo.

Ik stuitte op een aantal onderwerpen die toevallig ook in mijn stukjes een plek hebben gevonden:

Luijters Minnema
De Sint Jozefkerk aan de Erik de Roodestraat
Op zoek naar zeeglas aan de vloedlijn Ik noem het drijfglas; hebben we het over hetzelfde?
Het heerlijke gevoel bij het openslaan van een bibliotheekboek Die prachtige tijd dat je kritiekloos alles verslond dat op je weg kwam.
Een dubbeltje voor de Erepoort Ik schrijf ook vaak over Carmiggelt
Zorgvlied

Veel van zijn stukjes hebben me op ideeën gebracht, hoewel hij nogal wat ouder is dan ik voel ik een sterke verwantschap. Komt dat misschien omdat ik me nog steeds Amsterdammer voel?

Er zijn natuurlijk ook verschillen tussen ons: hij is een groot liefhebber van Jazz, een genre waarvan ik steevast buitengewoon zenuwachtig word. Hij brengt ook erg veel tijd in de kroeg door.

 

Ik kan het niet laten, als ik een oude foto zie van Amsterdam met mensen erop, kijk ik of ik mijn vader of moeder misschien zie, of mezelf. Laatst nog stond een foto van de Kalverstraat anno 1950 in de krant.

Ik zag de schoenenwinkel van Van Haren, de reusachtige Parkervulpen aan de gevel van Akkerman, de Arrowwinkel, ik zag tientallen mannen met hoeden in lichte regenjassen, vrouwen met hoedjes en omgeknoopte sjaaltjes, ik zag een auto en fietsen, maar mijn moeder met mij aan haar hand, zag ik niet.

In mijn zoektocht naar een passende illustratie bij een van mijn berichten stuitte ik wel op een foto die ik op mijn blog zette. Dit had ik heel goed kunnen zijn, aan de hand van mijn moeder bij Americain.

 

Tot slot een fraai staaltje van zijn humor:

Naar de boekwinkel op de hoek, waar ik met een van de dames een roddelig gesprekje aanknoop. Tot een al wat oudere vrouw die meeluister ons onderbreekt met de vraag wie ik ben.

“Ik ben Guus,” zeg ik.

“U schrijft toch die boeken over de Bijbel?” zegt de dame.

“Nee,” antwoord ik, “ik ben Guus Luijters. U bedoelt Guus Kuijer. Dat is mijn broer.”

“Ah, op die manier!” zegt de vrouw.

 

De stukjes van Guus Luijters:              9

Jubileumconcert El Mishito

We hebben er lang naar toegeleefd: op 5 maart was het zover, de viering van het 30-jarig bestaan van het koor El Mishito.

Op het programma stonden 23 nummers, de genodigden (ruim honderd!) konden hier anderhalf uur van genieten in Café Haddock aan het Weerwater in Almere.

Op dit moment bestaat het koor uit 16 mensen, onze dirigent is Heleen van der Heul. Voor deze gelegenheid hadden we een gastvioliste: Neeltje Bos. Chris van der Paardt had de regie.

Heleen van der Heul                                Chris van der Paardt

Neeltje Bos

Als je een optreden als dit voorbereidt met je niet alleen letten op het repertoire, maar er ook voor zorgen dat het voor het publiek een beetje leuk om te zien is.
Je kunt het het publiek niet aandoen statisch op het toneel te staat met de ogen gericht op de muziek. We moesten dus aandacht besteden aan beweging, variatie in positie, kostuums en decor.
Dat hebben we geweten….

Gelukkig bleek er in een van onze nieuwste koorleden, Chris van der Paardt, een talentvolle regisseur te schuilen. Hij gaf ons aanwijzingen die vaak schoorvoetend werden opgevolgd, vergezeld van vele vragen en suggesties. Chris is gelukkig uiterst geduldig, want hij had het niet gemakkelijk met dit gezelschap van aardige, goedbedoelende en eigenwijze koorleden.
Omdat iedereen zijn mening wilde geven en graag mee wilde denken met de opzet besteedden we op een gegeven moment meer tijd aan vraagstukken als: moet ik hier staan of 30 centimeter verderop? en: moet ik de sjaal nu om mijn hoofd doen of om mijn schouders? dan aan het zingen.
Als geëmancipeerd lid van een duidelijke mannelijke minderheid in het koor haast ik mij te zeggen dat het geslacht van de meerderheid natuurlijk geen enkele rol speelde bij deze gang van zaken.

Het leuke van zo’n gezamenlijke onderneming is, dat er vaak onvermoede talenten te voorschijn komen: ik noemde Chris al, Neeltje was bij het koor begonnen als zanger, maar bleek prachtig viool te kunnen spelen en in Wim vonden we een inventieve decorontwerper.

Wim de Haas

Hij bedacht en gaf vorm aan de mooie decoraties in de zaal en de bijpassende details op onze kostuums. Ik was zeer tevreden met het mooie strikje  voor de mannen.

 

 

 

 

Muziektechnisch is er nog wel het een en ander aan te merken op El Mishito, het kan altijd beter, maar we kijken toch terug op een geslaagde dag. Ik ben er trots op deel te mogen uitmaken van een creatief gezelschap als dit, zeker in deze tijd waarin er vaak alleen maar sprake is van passief consumeren.

 

Een van mijn favoriete nummers, Tiebe Paiom