Twee mooie series

We hebben het deze zomer goed getroffen met de series die we keken. Zoals bekend is er heel veel rommel op de markt, de kunst is de kwaliteit eruit te zeven.

Als een serie door HBO gemaakt is weet je bijna zeker dat je goed zit.

Show me a Hero lijkt eigenlijk meer op een documentaire dan op een spannend verhaal. De serie is dan ook gebaseerd op een true story en verder niet opgepimpt of spannender gemaakt.

 

 

 

Synopsis

In an America generations removed from the greatest civil rights struggles of the 1960s, the young mayor of a mid-sized American city is faced with a federal court order that says he must build a small number of low-income housing units in the white neighborhoods of his town. His attempt to do so tears the entire city apart, paralyzes the municipal government and, ultimately, destroys the mayor and his political future. From creator David Simon (HBO’s Treme and The Wire) and director Paul Haggis (Crash), and based on the nonfiction book of the same name by Lisa Belkin, the six-part HBO Miniseries presentation Show Me a Hero explores notions of home, race and community through the lives of elected officials, bureaucrats, activists and ordinary citizens in Yonkers, NY.

(deze tekst komt van Amazon).

Het geeft een inzichtelijk beeld van de verhouding die er in Amerika bestaat tussen de rechterlijke macht en de gemeentepolitiek. Ik was erg verbaasd te zien dat de rechter de councilmen uiteindelijk dwong om voor het plan te stemmen. Als ze dat niet zouden doen moesten ze de gevangenis in! Hoe zit het met  “zonder last en ruggespraak” van de gekozen officials en met de scheiding der machten?

Je krijgt verder een goede inkijk in de machinaties binnen de plaatselijke politiek in de USA. Treurig is, dat iemand die oorspronkelijk van goede wil is en het hart op de juiste plaats heeft zitten toch vermalen wordt in de opportunistische, valse politieke praktijk.

De titel is ontleend aan een citaat van Scott Fitzgerald:

Show me a Hero:            8

 

Heel andere koek is The Affair, een weinig aanlokkelijke titel, die vrij veel weg geeft.
Ik zit altijd heel erg ongemakkelijk in mijn stoel te draaien als op televisie mensen elkaar bedriegen of voorliegen. (Het ergste in dit opzicht is een undercoveragent, die elk moment ontmaskerd kan worden, maar dit terzijde).

 

Je moet het bedrog maar voor lief nemen en ook de steeds terugkerende weinig verhullende seks-scenes (op de een of andere manier ligt het laken altijd zo dat de genitaliën toevallig net uit beeld zijn), want het is een fantastische serie.

Winner of the Golden Globe for Best Television Series–Drama and Best Actress in a Television Series–Drama (Ruth Wilson), The Affair is a provocative and suspenseful look at how many stories are involved in every love affair. Noah Solloway (Dominic West) is a New York City schoolteacher and happily married father who finds himself powerfully attracted to waitress Alison Lockhart (Wilson) while vacationing with his family on Long Island. But nothing is as simple as boy-meets-girl, as both sides of the romance are explored by a detective investigating a murder.

(deze tekst komt van Amazon).

Voor mij is het altijd heel belangrijk dat de gebeurtenissen geloofwaardig zijn en de karakters realistisch.
Ik ben er stellig van overtuigd dat er zat mensen zijn zoals Noah en Alison (en hun echtgenoten) en dat in het echte leven het er net zo aan toe gaat.

Het acteren is geweldig (vooral Ruth Wilson!) en de dialogen knap geschreven. (Te vaak weten mensen in Amerikaanse series onder alle omstandigheden precies wat ze moeten zeggen en weten ze dat altijd ook nog bijzonder goed onder woorden te brengen).

 

De regisseur heeft gekozen voor een heel bijzondere aanpak: het verhaal wordt vanuit twee gezichtspunten verteld en dat is duidelijk te zien; de woordkeus, het gedrag en zelfs de kleding verschillen in de elkaar afwisselende narratieven.

Heel langzaam (het grote voordeel van een serie boven een bioscoopfilm is dat men de tijd heeft) wordt het verhaal opgebouwd, we krijgen volop de kans de hoofdrolspelers te leren kennen.
Een bijzondere rol is weggelegd voor de plaats van handeling: Montauk, een schitterende badplaats die op het uiterste puntje ligt van Long Island, ongeveer 200 mijl van New York.

 

Ik had de serie een tijdje geleden op DVD aangeschaft, toen we Netflix kregen bleek dat The Affair ook via deze dienst te zien is.
Maar Netflix op de camping is een ramp, dus het kwam goed uit dat we hem op schijf hadden.
Er is inmiddels een tweede seizoen (en zelfs een derde, geloof ik), daar heb ik wat ambivalente gevoelens bij (meer is niet per definitie altijd leuk), maar ik wil natuurlijk wel graag weten hoe het verder gaat. Dat gaan we op Netflix bekijken.

The Affair          8
 

De berging van een Engelse bommenwerper

Mijn interesse is gewekt door een boek dat op de toonbank ligt in de tentoonstellingsruimte van het bunkermuseum op Terschelling. Ik wil het aanschaffen, wijs op het betreffende boek en vraag aan de medewerker om een exemplaar.

“Let’s we forget” zegt hij tegen zichzelf en zoekt achter zich in de kast.

Hij heeft waarschijnlijk niet door dat hij de titel verkeerd gelezen heeft, hij had op dat idee kunnen komen omdat “Let’s we forget” grammaticaal incorrect is.*
De goede titel is Lest We Forget.. Het is begrijpelijk dat de verkoper verkeerd leest, het woordje lest komt niet vaak voor.

Het boek is een verslag van de berging van een bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog, de titel verwijst naar de heldenrol van de omgekomen bemanningsleden en spoort ons aan hen niet te vergeten.

Lest we forget
De berging van de Vickers Wellington uit het IJsselmeer.
Door Peter Boomsma en Ruurd Kok

Sinds kort staan naast de ingang van het bezoekerscentrum een vliegtuigmotor met omgebogen propeller en een landingsgestel. Vissers kregen die in hun net en hebben ze aan het museum geschonken.
De onderdelen zijn van een Wellington bommenwerper, waarvan er een aantal zijn neergestort in het IJsselmeer. Een daarvan is niet lang geleden geborgen, het boek doet nauwkeurig verslag van de berging.

Het is fascinerend de reconstructie te lezen van de nacht in 1941 waarop een Engelse bommenwerper met Poolse bemanning opstijgt op weg naar Duitsland, maar niet terugkeert: een Duitse jager heeft hem neergeschoten.
De lichamen van drie bemanningsleden spoelen aan, de andere worden nooit gevonden, tot 2017: dan worden de stoffelijk overschotten van de andere twee bemanningsleden aangetroffen in het wrak: Maciej Socharski en Henryk Sikorski. Het lijk van Stanislaw Pisarski was tijdens de oorlog aangespoeld bij Urk, maar miste het rechterbeen, resten daarvan werden in het vliegtuigwrak aangetroffen…

Het boek heeft als invalshoeken de verschillende disciplines die een rol spelen bij een omvangrijke operatie als deze: van de ambtenaren die toestemming moeten verlenen tot de opdrachtgever (een zandwinningsbedrijf dat zijn gang zonder berging niet kan gaan), de bergers, de leden van de explosieven-opruimingsdienst, de archeoloog en de journalisten. Veel van hen worden geïnterviewd.

Nadeel van deze aanpak is, dat er nogal wat dubbelingen voorkomen en dat er over andere (in mijn ogen zeer interessante) aspecten zeer snel heengestapt wordt omdat deze voor experts zo vanzelfsprekend zijn dat ze het vermelden niet waard zijn.
Zo zou ik heel graag weten hoe men nu precies de stalen wand heeft gebouwd midden in het IJsselmeer, en hoe men de zaak droog kreeg en hield. Ik had ook graag een ooggetuigenverslag gezien van wat er gebeurt aan de lopende band, als alle brokstukken worden bekeken en geïnventariseerd.

Het boek heeft verder een hoog ons-kent-ons gehalte. Het is waarschijnlijk onvermijdelijk dat de deelnemers elkaar flink wat schouderklopjes geven, wat ik wel bedenkelijk vind is dat er erg veel reclame gemaakt wordt. De zandwinningsmaatschappij en de bergingsonderneming worden vele malen met naam genoemd en flink geprezen. De schrijver van het boek (die een rol speelde als professionele voorlichter) zet ook zichzelf even in het zonnetje…
Naar mijn smaak had het boek wat meer over de omgekomen bemanningsleden en het vliegtuig zelf mogen gaan, maar het heeft me niet teleurgesteld. Ik weet nu in ieder geval een stuk meer over wat er allemaal komt kijken bij een project als dit. En ik had er natuurlijk maar wat graag aan meegedaan!

Lest We Forget                    7

 

* Nu we het toch over grammatica hebben: het woordje lest lijkt het meest op ons Nederlandse woord opdat. Een goede vertaling zou dus zijn: Opdat wij niet vergeten. We zien dat in de vertaling een ontkenning niet mag ontbreken. Lest moet dus vertaald worden met opdat + ontkenning.
Wie de Engelse constructie in de derde persoon enkelvoud zou willen gebruiken moet er rekening mee houden dat een subjunctive dan op zijn plaats is: Lest he forget (en niet forgets). Vergelijk met God save the Queen (opdat God de koningin bescherme).

Terschelling bijgehouden II

Slimme Duitsers

We maakten opnieuw de bunkerwandeling, we hoefden niet bang te zijn dat alles hetzelfde zou zijn als vorig jaar. De vrijwilligers zitten niet stil, er is weer heel wat bijgekomen.

Naast de opgeviste motor van een Engelse WO II bommenwerper is ook het restant te zien van een Udet Boje. Dit was een uitvinding van de hoogste luchtmachtofficier, Ernst Udet. Hij vond dat er iets geregeld moest worden voor de piloten die in het Kanaal terecht kwamen nadat hun vliegtuig was neergeschoten. Ze moesten een veilig heenkomen hebben, waar ze konden wachten op redding.

Hij liet vierkante boeien ontwerpen, die op regelmatige afstand voor de kust van Frankrijk verankerd werden.
In deze boeien was plaats voor enkele vliegers. Er was voedsel en droge kleding, een radio om hulp in te roepen en zelfs gezelschapsspelletjes waren niet vergeten.


In de praktijk hebben deze boeien nooit dienstgedaan: door hun vierkante vorm waren ze erg windgevoelig en de verankering deugde niet. De meeste sloegen op drift en strandden.
De RAF gebruikte de boeien ook als schietschijf.
Een van de lobster-pots, zoals ze door de Engelsen genoemd werden, spoelde aan op Terschelling en is onlangs met veel moeite opgegraven.

 

Bridge

Als we op de camping staan gaan we op donderdagavond meebridgen op de Bridgeclub Terschelling. Dat is deze zomer vier keer geweest, we mochten ook nog de Terschellinger eer verdedigen tijdens een kroegendrive. Dat laatste was niet zo geslaagd, we werden voor de zoveelste keer verslagen door onze tegenstanders, die elk jaar hun boot speciaal in West aanleggen om ons te vernederen.

De gewone bridgeavonden verliepen beter, op 10 augustus werden we zelfs eerste!

Het gebeurt vaak dat je wint omdat je een aantal cadeautjes hebt gekregen, dat was bij ons ook het geval.
Spel 9 was niet zo’n ingewikkeld spel. De voornaamste moeilijkheid is erachter te komen of je 6 Harten moet spelen of (het iets beter scorende) 6 SA.
6 Harten lijkt veiliger, vooral omdat de schoppen wel eens erg zwak zouden kunnen zijn. Maar ook voor 6 Harten is schoppenaas of -heer nodig……
Twee paren bereikten het onverslaanbare 6 SA, wij boden en maakten 6 H, toch nog goed voor 65% omdat 4 paren het slem niet boden (met 33 punten).  Een paar bood 6 SA en zag kans 2 down te gaan. Hoe is me een raadsel.

Spel 17 is heel interessant omdat hier de check-back-Stayman conventie geweldig zijn werk deed:
De bieding: Noord past. Oost biedt 1 Ruiten, Zuid past ook en West biedt 1 Schoppen. Oost heeft als rebid 1 SA (2 Harten zou reverse zijn). West vraagt nu dmv 2 Klaver aan haar partner diens hand nader te omschrijven. Ik antwoordde  2 Harten (partner, ik heb een vierkaart Harten die ik in eerste instantie niet noemen kon).
Greet (West) dacht de bieding te besluiten met 3 SA. Ik was echter nog niet uitgepraat. Ik wist nu dat Greet niet op zoek was geweest naar een vierkaart Harten (dan zou ze wel 4H hebben geboden), maar naar een driekaart steun voor haar 5-kaart Schoppen. En die had ik ook! Heel vaak is 3 SA het eind van de bieding, dit keer niet. De manche in een hoge kleur heeft de voorkeur boven 3 SA, dus ik bood nog 4 Schoppen. Uitkomst Ruiten 5, 4+ 2 gemaakt (een klaver introeven, dan is de rest vrij. Je geeft alleen Schoppen Heer af).
Niemand bood slem (je hebt ook maar 29 punten), twee paren misten de manche, 4 paren zaten in het heel gevaarlijk 3 SA (gaat net goed omdat de Harten 4-4 zitten) en twee paren hadden maar 1 upslag in 4S. 95%.

Porsche

Regelmatig rijdt er langzaam een stokoude rode tractor over het kampeerterrein. Hij heeft een vorklift waarmee hij de grote containers met vuilnis kan vervoeren. De motor produceert een luid, stampend geluid.

 

Op het eerste gezicht dateert het mooie mechanische werkpaard uit de jaren twintig, maar enige research leert dat hij zo’n 60 jaar oud is.
Tot mijn verbazing zie ik dat het hier om een Porsche gaat. Bij deze merknaam denk je meestal aan een ander soort vervoermiddel.

Niet lang geleden las ik in de Volkskrant de rubriek Vakantieliefde. Hierin beschrijft Corine Koole romantische ontmoetingen vanuit twee gezichtspunten.
Toen ik de volgende passage las:

De volgende dag trof ik hem vlak voor ons vertrek aan op de rode trekker waarmee ze op de camping het vuilnis wegbrengen. Zo’n ouderwetse Porsche die zo’n enorme herrie maakt. Hij stapte af en geleund tegen de tractor kuste hij mij opnieuw, net lang genoeg om mij te laten merken dat hij geen spijt had van de nacht ervoor.

en er ook nog sprake was van een duinmeertje wist ik dat ze op camping de Kooi had gestaan.

Hier staat het hele verhaal.

Zou dit de jongen zijn met wie ze het tentje is ingedoken?

Friet

Als je vanuit West langs het water van de Waddenzee fietst voert het fietspad je direct na de Stayokay (vroeger heette dat jeugdherberg) even landinwaarts. Je komt dan langs een piepklein bouwseltje, dat bij nader inzien een zeecontainer is waarvan het achterste driekwartdeel is afgezaagd. Dit is vast de kleinste friettent van Nederland.
Je kunt er alleen friet en ijs kopen. Als je wilt kan je zelf je friet snijden, wat bij mij herinneringen oproept aan snackbar Marja in Amsterdam. Daar stond ook zo’n fritessnijder, maar daar mocht ik toen natuurlijk niet aankomen.
Als je je portie hebt gekregen (met mayonaise, niet met die vermaledijde fritessaus) kan je op een houten bankje plaatsnemen en gaan genieten.
Wat is het lekker! Van buiten een heerlijk knapperig korstje en zacht van binnen.
Hier kan zelfs de Vlaamse frites uit de Voetboogsteeg in Amsterdam niet aan tippen. Ik denk dat het zelfs lekkerder is dan de patat die je in Den Haag kan eten bij Bik.

Friteria (ondanks de vreselijke naam)          10+

Vallende sterrentocht

We kochten twee kaartjes à 40 euro voor een tochtje met zeilschip Willem Jacob op de avond van 13 augustus 2017.
Astronomen hadden uitgerekend dat er deze nacht heel veel vallende sterren (wat natuurlijk helemaal geen vallende sterren zijn) te zien zouden zijn.
De boot zou ver van het vervuilende licht voor anker gaan, zodat je rustig naar boven kon kijken zonder afgeleid te worden.

We hadden enige moeite de klipper te vinden, ze lag als derde aangemeerd, zodat we over twee andere schepen moesten klauteren om aan boord te kunnen komen. We werden niet verwelkomd en kregen ook geen hulp. Gelukkig belandde geen van ons tussen de wal en het schip. Of tussen het schip en het schip.
Aan boord van het prachtige voormalige vrachtschip uit 1889 bleek dat er heel wat meer belangstellenden waren.
Er bevond zich een gezelschap dat al enkele dagen op weg was met dit schip, wij mochten ons voor enkele uurtjes bij hen voegen.
Dat is niet zo’n heel fijne constructie: het bestaande gezelschap beschouwt je min of meer als indringer en jij voelt je een beetje tweederangspassagier.
De organisatie vond meevaarders laten aanmonsteren kennelijk wel lucratief, want ze hadden er heel wat geboekt. Het was lastig een goed plekje te vinden en je kon de waddengids (die een boeiend verhaal vertelde over het leven op het wad) en astronoom Peer niet goed verstaan omdat je niet dichtbij hen kon komen.
Zeilen op een oud zeilschip is prachtig, maar je zit als landrot altijd op de verkeerde plaats, je wil wel helpen maar weet niet aan welk touw je moet trekken. Als het dan ook nog donker en koud wordt….
Het schip voer gedurende enige tijd van het eiland weg, waarbij met ontstellend veel moeite de grote zware zeilen werden gehesen (ook de zwaarden moesten omhoog en weer omlaag). Gelukkig gingen we maar een keer overstag: je moet dan heel goed opletten dat je niet van boord geveegd wordt door de giek. Je zou dan in het koude zeewater belanden zonder zwemvest, want die waren op.
Na een tijdje gingen we voor anker, wat eigenlijk niet nodig was geweest want we zaten aan de grond. De schipper maakte zich zorgen, maar ik zei niets tegen mijn medereizigers, want dan worden ze alleen maar ongerust.
We waren ook nog over een boei heen gevaren. De schipper had die niet gezien, omdat de waddenman op het voordek stond te praten over roerdompen en zeevalken.

Toen het schip stillag gingen we allemaal naar boven kijken. Nu diende zich de persoon aan die altijd deel uitmaakt van een gezelschap dat voorlichting krijgt van een deskundige: de man die alles beter weet dan de gids. Als hij een vraag stelt is dat niet omdat hij geïnteresseerd is in het antwoord, maar om te laten blijken hoeveel hij weet.
Als Peer ons probeerde uit te leggen waar Cassiopeia zich bevond, of Pegasus, kwam hij ertussendoor met een nog onbegrijpelijker verhaal. Voor mij lijken alle sterren op elkaar, ik kan alleen de Grote Beer vinden (de steelpan).


Het was net zo erg als een gesprek tussen twee vogelaars: ze hebben het voortdurend over zaken waar je niets van afweet (en ook niet zo vreselijk in geïnteresseerd bent).

Ik had het koud, ik lag niet lekker op de harde dekplanken en ik moest opletten dat er niet iemand in het donker bovenop mijn hoofd ging staan.
Op aanraden van Peer ging iedereen op een gegeven moment aan bakboordzijde zitten, omdat je aan stuurboord last had van vuurtoren de Brandaris. Die doen ze nooit uit, zelfs niet als we vallende sterren moeten zien. Het werd nog voller. De boot kon gelukkig niet kapseizen, we lagen immers op een zandplaat.

Toen het tijd was om te vertrekken werd (weer met ongelukkige passagiers zwetend aan de lieren) het anker gelicht en kon de motor ons met veel lawaai vlot trekken.
We waren blij weer voet aan wal te kunnen zetten. Overigens een knap staaltje stuurmanskunst van schipper Ruth: in het donker aanmeren.

Ik heb twee vallende sterren gezien.

 

Zeilen op een mooie klipper als je daarvoor gekozen hebt (overdag):    8

Zeilen als tweederangs passagier als je eigenlijk voor vallende sterren komt (’s nachts):      4

http://www.willemjacob.nl/nl/het_schip/

 

Terschelling, tot volgend jaar!

Terschelling bijgehouden I

Bom

We zitten voor onze caravan, een wonderlijk fluitend geluid trekt de aandacht. Twee campinggasten doen een spel: ze werpen elkaar een voorwerp toe, dat gevangen moet worden. Tijdens de vlucht maakt dit ding een raar fluitend geluid.
Ik ontdek dat het plastic speelgoed in de vorm van een vliegtuigbom is. Het geluid is een imitatie van wat je hoort als een echte bom uit het vliegtuig valt.

Op internet blijkt dat het hier gaat om een werpraket die je voor 1,99 kunt kopen.

Hebben de bedenkers van dit leuke speelgoed zo weinig verstand van zaken dat ze er een verkeerde naam aan geven (een bom is heel wat anders dan een raket)? Of proberen ze te verdoezelen dat het hier om uiterst smakeloos speeltuig gaat?
En hoe zit het met degene die zoiets koopt? (“Wat een grappig ding! Een leuk cadeautje voor de jarige!”)

Uitgebreide omschrijving
Buiten spelen is nog nooit zo gezellig geweest als met deze werpraket. Leuk om mee te spelen in de tuin, op het veld of strand. Gooi deze raketvormige bal zo ver mogelijk en de bal maakt een fluitend geluid tijdens zijn vlucht. De werpraket is gemaakt van foam en is veilig om mee te spelen.

Het moet voor de talloze kinderen die in oorlogsgebieden wonen, die dagelijks het risico lopen een echte bom op hun hoofd te krijgen een geweldige geruststelling zijn dat hun leeftijdgenootjes elders veilig kunnen spelen.

Het zeegat uit

We maken een vaartocht met reddingboot de Brandaris. Dit schip volgde in 1923 de Brandaris I op, die met man en muis was vergaan. Tot 1960 redde dit schip 525 schipbreukelingen. Toen werd het vervangen door een moderne, zelfrichtende boot.

De Brandaris is helemaal gerestaureerd en in de oude staat teruggebracht. De schipper vertelt ons dat schipbreukelingen zonder omhaal via een rond luik in een kleine ruimte werden gedirigeerd, waar ze de rest van de reis in moesten blijven. Er was wat water en wat scheepsbeschuit, er is inmiddels ook een toilet, ik weet niet hoe lang dat er al in zit. Ik probeer me er een voorstelling van te maken hoe dat geweest moet zijn: bang, nat en met vele lotgenoten op elkaar gepakt, terwijl de boot stampte en schudde. Misschien waren er wel een paar zeeziek.
Maar ja, je mocht niet klagen: het vege lijf was gered….

Ik zie een boot varen waarmee hoogstwaarschijnlijk gevist wordt en stel een geïnteresseerde vraag: “Waar vist dat schip op?” Het is de bedoeling dat de schipper hieruit kan opmaken dat zijn passagiers niet allemaal domme landrotten zijn. Ik zou op elk antwoord wijs hebben geknikt, hiermee maskerend dat ik de ene vis niet van de andere weet te onderscheiden. Ik ken alleen de visstick en het lekkerbekje.
Het antwoord is Terschellings ontnuchterend: “Op alles wat in het net komt”.

Ik mag een tijdje sturen. Uit de tijd dat men mij probeerde te leren zeilen weet ik nog dat je de helmstok naar rechts moest bewegen als je wilde dat de boot naar links ging en omgekeerd. De Brandaris heeft echter een stuurwiel en dat werkt net als bij een auto. Het duurde even voor ik dat door had, het scheelde niet veel of we hadden de kust van Terschelling ineens aan stuurboord in plaats van bakboord gehad.
Ik probeer uit alle macht precies op de boei aan te varen die mij is aangewezen en richt de punt van de boeg die kant op. Maar de boot wil steeds een andere kant op en als ik corrigeer schiet de boeg weer veel te ver door.
De andere opvarenden hebben niks door en denken dat ik een ervaren zeebonk ben.
Ik ben blij dat ik in het zicht van de haven het roer weer over kan dragen aan de schipper, want aanmeren lijkt me helemaal een onmogelijke opgave gezien het feit dat er op boten, zoals bekend, geen rem zit…

 

 

 

10 million bicycles

We kochten onze mooie nieuwe e-bikes bij Fietsenwinkel.nl, via internet dus.
Mijn voornemen was wel degelijk geweest ze bij een lokale fietsenboer te kopen, want ik vind het altijd prettig naar de plek van aankoop terug te kunnen keren als iets niet in orde is. Met internet is het altijd afwachten hoe men na de transactie verder met jou als klant omgaat.
Maar de communicatie met onze plaatselijke fietsenmaker via email verliep moeizaam ( hij kan waarschijnlijk beter bandenplakken dan email beantwoorden) en het prijsverschil was wel erg groot: 500 euro.

Je krijgt een heel aardige verkoopster aan de lijn die je enthousiast te woord staat en alles voor je regelt. Ze borrelt over van enthousiasme.
Als het geld eenmaal overgemaakt is verloopt het contact wat moeizamer: de beloofde levertijd wordt niet helemaal gehaald en het blijkt heel moeilijk mijn naam correct vermeld te krijgen in het computersysteem. (Ik kreeg vandaag nog een enthousiaste mail gericht aan de heer Albert).
De fietsen worden dan toch geleverd, al is dat om kwart over vijf (in plaats van tussen 11 en 2). De bezorger (die de fietsen “rijklaar” moet afleveren) blijkt weinig met fietsen op te hebben. Hij draait de pedalen erop en trekt het stuur om en scheurt dan weg, na een foto van mij met de fietsen gemaakt te hebben. De foto is vast niet bedoeld voor Instagram, maar zal eerder hard bewijs zijn in geval ik zou willen aanvoeren de fietsen in het geheel niet ontvangen te hebben. (Zijn er zulke mensen? Kennelijk wel.)

Na enkele kilometers blijkt er bij beide fietsen een bobbel in het achterwiel te zitten. Als ik mijn klacht verwoord bij Fietsenwinkel.nl (“Het is net of ik op een kameel zit”) krijg ik aanvankelijk als reactie dat dit mooi uitkomt, met dit warme weer.
Maar na heel wat soebatten mogen we onze fietsen wegbrengen naar een winkel die bij Fietsenwinkel.nl is aangesloten. Niet echt dichtbij, maar de haal-en breng-service die onderdeel uitmaakte van het totaalpakket dat ik tegen forse betaling aangeschaft had (om mij tegen elk risico en onheil in te dekken) zou pas over tien werkdagen kunnen plaatsvinden. En dan zouden we al hoog en breed op Terschelling zitten.
De fietsenmaker constateerde dat beide achterbanden niet goed waren en vertelde ons dat we nieuwe nodig hadden. Gelukkig viel dit onder de garantie.
Hij vertelde ons ook dat hij vaak constateerde dat nieuwe fietsen die via internet waren aangeschaft slecht werden afgeleverd. “Het zou me niet verbazen als jullie sturen niet goed vastgezet zijn”. Hij controleerde het en bleek gelijk te hebben. Hij wees er ook op dat de beschermende folie nog op de fietsen zat. “Als wij een nieuwe fiets leveren kijken we alles na en zetten alles vast”.

Vurige kolen op ons hoofd. We hadden de plaatselijke middenstand nooit mogen verloochenen.

Op onze vakantiebestemming bleef mijn stuur speling vertonen, ondanks het feit dat ik alles vastgezet had wat ik aan kon draaien. Ik had er geen zin in een smak te maken met mijn mooie nieuwe fiets, dus belde ik het hulpnummer. Men had mij verteld dat reparaties pertinent via Fietsenwinkel.nl geregeld moesten worden, omdat anders de garantie vervallen zou.
Contact vanaf Terschelling bleek een moeizame aangelegenheid. Ik stelde mij de situatie voor op het Amsterdamse hoofdkwartier: vijf telefonische medewerkers hielden zich bezig met de verkoop van nieuwe fietsen, de zesde was verantwoordelijk voor de telefoontjes met verzoeken om hulp en zat haar nagels te vijlen. Ze draaide een bandje met het toepasselijke muziekje “ten million bycicles in Bejing”, af en toe onderbroken door de vraag om nog even geduld te hebben en de mededeling dat de wachtenden de vierde waren in de wachtrij.

Toen ik na vierentwintig keer het liedje inmiddels uit mijn hoofd kende werd ik eindelijk geholpen. Ik mocht mijn fiets naar een plaatselijke fietshandel brengen. Hier verhielp men mijn probleem binnen vijf minuten.

Onze e-bikes zijn fantastisch. Het is een feest om over Terschelling te fietsen. Waar we vroeger nog wel eens klaagden over hellinkjes en wind tegen, fietsen we nu vrolijk zoemend iedereen voorbij.

Fietsenwinkel.nl                            5
Sparta e-bike                                  9
Ten million bicycles in Bejing      1

Dinges

De conversaties van 60-plussers worden vaak gekenmerkt doordat ze vastlopen. Een van de deelnemers heeft een interessant stukje informatie, maar kan jammer genoeg niet volledig zijn: er is hem het een en ander ontschoten.
“Ik heb daar een fantastisch boek over gelezen. Het speelde in Italië, of in ieder geval in een warm land. Ik las het vorig jaar in de zomer (of was het twee jaar geleden?), tijdens de vakantie. Of waren we al weer terug? De hoofdpersoon had een steeds verergerende vorm van digestie, dat heet toch zo? Je weet wel wat ik bedoel, als je geheugen steeds slechter wordt. Z’n familie had het er erg moeilijk mee. Ik kan even niet op de naam van de schrijver komen, maar het was een prachtig boek!”

Op zich is het niet zo’n probleem, het kan ook best gezellig zijn als je niet altijd even accuraat bent, maar er doet zich in menige situatie inmiddels een nieuw fenomeen voor: men grijpt naar tablet of mobieltje en gaat opzoeken wat even niet paraat was.
De opzoeker onderbreekt na vijf minuten het gesprek, dat inmiddels over iets heel anders gaat, en produceert triomfantelijk het opgedolven stukje informatie. De andere aanwezigen kijken even glazig, niet begrijpend waar de spreker het over heeft, en geven een lauw knikje: ze zijn helemaal niet meer geïnteresseerd in dit onderwerp, ze hebben het inmiddels over een geweldige acteur, je weet wel, die ook in die andere mooie oorlogsfilm speelde.
De persoon die de laatste minuten druk bezig is geweest met zijn telefoon is de draad van het gesprek volledig kwijt en moet door de anderen worden bijgepraat. De aan het internet ontworstelde informatie is al snel weer door iedereen vergeten.

Het kan ook anders

Als je bij Formerum naar strandpaviljoen de Zandezeebar gaat, zie je bij de ingang een bord waarop staat dat dit een internetloos terras is. Klanten wordt verzocht hun telefoons en tablets in de tas te laten. “Lees een mooi boek of ga een gesprek aan met je buurman”.
We hebben in het uur dat we er zaten inderdaad geen enkele gsm gezien en ik heb enkele leuke kwinkslagen uitgewisseld met mijn buurman. Fantastisch!
Jammer dat de muziek teringhard stond.

Stoelgang

Het toiletgebouw wordt gelukkig heel vaak schoongemaakt. Met ingang van dit jaar hoef je niet meer met een rol wc-papier over de camping te lopen, in elk toilet hangt nu een heel grote rol.
Het blijft natuurlijk lastig de natuur haar loop te laten nemen als links en rechts van je wildvreemden zitten die om dezelfde reden hun tent hebben verlaten.
Sommigen van hen verkeren kennelijk in de veronderstelling dat de flinterdunne muurtjes die de toiletten van elkaar scheiden geen geluid doorlaten. Het kan ook zijn dat ze er van uit gaan dat de geluiden die ze produceren behoren bij de ruimte waarin we ons allen bevinden. Of het kan ze gewoon niks kan schelen als anderen ze kunnen horen.
Om voor ons volstrekt begrijpelijke redenen maken we geen gebruik van het piepkleine toiletje waarmee onze caravan is uitgerust.  Ik hoef hierdoor dus niet zoals anderen regelmatig over de camping te lopen met de container waarin  de oogst is opgespaard.
Maar het betekent wel dat ik gebruik moet maken van het toiletgebouw en daarbij dus blootgesteld kan worden aan de daar heersende condities, die (zoals bekend) bij veel beschaafde mensen leiden tot ernstige obstipatie.
Om dit te voorkomen kies ik listig een rustig tijdstip en een hokje dat die dag nog door niemand gebruikt is. Ik neem een puzzelboekje mee en wacht rustig op de dingen die komen gaan.

Het helpt dan niet als de campingbaas uitgerekend dat moment uitzoekt om tot herstelwerkzaamheden aan het dak over te gaan. Ik hoor lawaai, en kijk door het dakraam in de ogen van de man bij wie ik daags tevoren de kosten van ons verblijf voldaan heb. Terstond ben ik geconstipeerd tot aan mijn slokdarm
Als we elkaar weer tegenkomen groeten we natuurlijk hartelijk, net alsof hij mij niet van bovenaf heeft gadegeslagen in een tamelijk ontluisterende privépose; maar ik weet wel zeker dat ik een bijdrage geleverd heb aan de sterke verhalen over malle badgasten die hij ’s winters aan zijn Terschellinger kameraden vertelt als de koude wind over het verlaten eiland giert en alle toeristen terug zijn naar hun eigen huis. Met hun eigen toilet.

Glas in lood!

In Hoorn bevindt zich het atelier van Henny Terpstra. Ze maakt glas-in-loodramen en geeft ook workshops.

Je maakt je eigen raampje: je leert hoe je glas op maat moet snijden, hoe je de stukken in het lood bevestigt en ten slotte alles afsoldeert.
Je gaat naar huis met je eigen werkstuk, een prachtig aandenken.

http://www.glasgoed.nl/Atelier_GlasGoed/welkom.html

Greet heeft het linker raampje gemaakt, ik het rechter.

Frodo leeft!

Op de hoek van het campingterrein staat een caravan met de rug naar de andere kampeerders. De bewoners ervan kijken uit over het aangrenzende maaiveld.
Hier wordt een ongeschreven campingwet overtreden. De deurzijde behoort aan de kant van het veld te zijn, je moet groeten als je langskomt (het hoeft de tweede keer niet meer) en af en toe een praatje maken. (Als je slecht bent in small talk, zoals ik, kan je altijd over de hond beginnen. Je kunt vragen hoe vaak het beest eigenlijk schijt per dag, maar dat zal niet in goede aarde vallen. Beter is het te vragen om welk merk het gaat. Het duurt altijd even voor men je begrijpt, maar dan vinden ze het heel grappig).
Je mag ook een beetje plagen (om 11 uur ’s ochtends triomfantelijk “Goedemiddag!” tegen je zeggen als je net uit bed komt) of een grappige opmerking plaatsen, bijvoorbeeld suggereren dat je buurman maar wat graag met jouw vrouw zijn tent in zou duiken. Daar moet iedereen dan hartelijk om lachen.
Niet alleen staat de caravan verkeerd, de bewoners kijken star voor zich uit als ze zich naar het toiletgebouw begeven en zijn totaal niet interactief.

We weten alles van het oudere echtpaar dat de caravan bewoont en zo flagrant de regels overtreedt. De man is gepensioneerd patholoog-anatoom, zijn vrouw heeft nooit een dag in haar leven gewerkt. Ze wonen in Aerdenhout en hebben drie kinderen, die ook arts zijn.
We hebben onze kennis opgedaan door de beschikbare informatie zorgvuldig te analyseren, te combineren en te deduceren. Uiteraard speculeren we ook.
Zo levert het feit dat de man zich graag in badjas naar het wasgebouw  begeeft en zich daar nat scheert alsmede zijn gewoonte een Sherlock-Holmes hoedje te dragen onschatbare informatie op waaruit veel is af te leiden.
We weten nog van vorig jaar dat de bejaarde lijkenvorser en zijn vrouw  in het bezit zijn van een vrolijke bruine hond, die heel parmantig stappen kan. Hij heet Frodo, is van een heel duur ras en moet wel over een lange stamboom beschikken. Zoals bekend heeft de hond geen inspraak in wie zijn baasje wordt.
De schrik sloeg ons om het hart toen wij de eerste dag het hondje niet ontwaarden. Het zou toch niet dood zijn?
Maar gelukkig duurde het niet lang voor we hem met zijn pappa en mamma over de camping zagen lopen. Frodo leeft!

(Dit is Frodo niet, maar hij lijkt er wel op).

Intelligentsia

Ik ga douchen. Ik kies van het rijtje de meest rechtse cabine. De twee hokjes naast het mijne worden in beslag genomen door het echtpaar Einstein. Als ik mijn shampoofles laat vallen schreeuwt de vrouw verschrikt: “Wat gebeurt er?” Ze lijkt zich er niet bewust van te zijn dat andere campinggasten ook gebruik kunnen maken van de faciliteiten. Haar man antwoordt paniekerig dat hij het niet weet.
Dan stopt het warme water van haar douche.  Het koude stroomt onverminderd door. Ze gilt het uit van schrik en vertelt haar echtgenoot dat het water ineens koud is. “Daar heb ik geen last van”, zegt die triomfantelijk, tot ook bij hem het warme water op is. Je krijgt maar 5 minuten voor een euro. Nu is het zijn beurt om te schreeuwen. “Ik heb me verdomme net ingezeept!” Ik werp mijn euro in de gleuf en het water begint te stromen. Weer schrikt de vrouw en roept naar haar man: “Wat doe je nou, er stroomt allemaal water naar binnen”, zich niet realiserend dat het water van rechts komt, waar haar man niet staat.
Als ik klaar ben stap ik uit mijn hokje, de deuren van de hokjes naast me zijn nog dicht. Het echtpaar is waarschijnlijk nog bezig met probleemanalyse.

Wordt vervolgd.