In memoriam Dominee ter Linden

Afgelopen zondag overleed dominee Nico ter Linden.

We kennen hem van de periode waarin hij predikant was van de Westerkerk in Amsterdam.

Hij voltrok ons huwelijk in 1990 en doopte onze beide zoons.

Voorafgaand hieraan praatten we met hem, hoog boven op zijn kamer in de Westerkerk. Het waren geen moeilijke gesprekken, ter Linden was geen zware dominee.
Ik had er moeite mee wetenschap en geloof met elkaar te verzoenen, hij had hier begrip voor. Zijn opvatting: Wat in de Bijbel staat is wel waar, maar niet echt gebeurd viel bij mij in goede aarde.

Het feit dat mijn vrouw uit een Katholiek nest kwam en ik uit een Nederlands Hervormd vormde ook totaal geen beletsel.

De trouwceremonie in de Westerkerk was prachtig. Onze familie was aanwezig en ook cursisten van mijn Taalschool uit alle delen van de wereld. Ter Linden hield een mooie preek en markeerde op deze manier het begin van een mooi huwelijk dat na 27 jaar nog steeds in volle bloei staat en twee prachtige zonen heeft opgeleverd.

 

Later leidde hij de begrafenisdiensten van eerst mijn vader en later mijn moeder.

 

Bij zijn afscheid van de Westerkerk waren alle paren uitgenodigd die hij in de loop der tijd in de echt had verenigd. Toen hij hen in de volle kerk vroeg op te staan gaven ook wij daar gehoor aan, het was een ontroerend moment. Ik denk dat hij voor heel veel mensen veel heeft betekend.

Ik zag hem enkele jaren geleden het laatst in de kerk van het Leger des Heils in Almere. Ik had hem uitgenodigd om te spreken op de jaaropening van stichting Prisma. Hij was de gave van het woord niet kwijtgeraakt en was nog even aimabel als vroeger.

Een fijne dominee is heengegaan. Hij ruste in vrede.

 

 

Lepeltjes

De vriendin van mijn zoon deed voor het eerst mee aan ons sinterklaasfeest.
We vierden dit op traditionele wijze met te veel cadeautjes en plagerige gedichten.

Sedertdien weet Sophie hoe ze mij moet karakteriseren als men wil weten wat voor man ik ben: ze kan vertellen dat ik theelepeltjes spaar.

Die mededeling berust niet op onwaarheid, want de goedheiligman schonk mij inderdaad enkele roerijzertjes.

Laat ik eens uitleggen hoe dit zo ver heeft kunnen komen.

Enige jaren geleden logeerden we in een gehuurd huisje ergens in de provincie.
We genoten van de omgeving, het weer en van de maaltjes die we voor onszelf kookten. Regelmatig dronken we een lekker kopje koffie.

Het viel me op dat het roeren in die koffie me zo prettig afging en stelde vast dat het formaat van het lepeltje hiermee te maken had. Het was niet zo’n petieterig klein dingetje, dat amper boven het oppervlak uitkwam, maar een fors uitgevallen, stevig exemplaar.

Bij nadere bestudering bleek de beeltenis aan het uiteinde een bekende stripfiguur te zijn: Lambiek uit Suske en Wiske. Die kende ik nog van vroeger!

Ik hield wel van deze stripboeken, waarvan de titels zo prettig allitereerden, maar kon me niet goed identificeren met de hoofdpersonen: Suske was wel stoer, maar zat altijd met dat zusje. Mijn zusjes leken helemaal niet op haar. Lambiek was nogal dom en wat was nu eigenlijk zijn relatie tot Sidonia? Jerommeke was natuurlijk hartstikke sterk, maar zijn naam beviel me niet en hij praatte bovendien raar. Ik zou me nooit kunnen vereenzelvigen met een persoon wiens beheersing van de taal zo rudimentair was.

Ik was erg gesteld geraakt op het lepeltje, maar het behoorde natuurlijk tot de inventaris van het huisje. Ik wilde het graag meenemen naar huis en ging over tot een actie die waarschijnlijk juridisch niet door de beugel kan: ik verving het aantrekkelijke lepeltje door een ander exemplaar, dat ik in de plaatselijke dorpswinkel had aangeschaft. Ik geloof dat de toren van Nunspeet erop prijkte. Ik was er zeker van dat de kwaliteit van het Nunspeet-kleinood niet onderdeed voor die van het door mij begeerde object, zodat de eigenaar van het huisje in geen enkel opzicht benadeeld zou worden.

Mijn snode daad is niet aan het licht gekomen, de nieuwe bewoners van het huisje roeren volstrekt tevreden hun thee met de toren van Nunspeet en ik kies elke keer mijn favoriete lepeltje als ik thuis koffie heb gezet.

Sedertdien houd ik mijn ogen open of er wellicht nog ergens een vergelijkbaar lepeltje opduikt. Dat zou vast net zo lekker in de hand liggen.

Ik denk dat ik er vrede mee zou hebben gehad als in mijn leven verder geen andere lepeltjes uit de Suske en Wiskeserie waren opgedoken. (Dat er sprake was van een serie had mijn echtgenote op internet ontdekt).

Niet lang geleden stond mijn vrouw erop dat we een grote doos met theelepeltjes in de Kringloopwinkel zouden doorzoeken. Ze scoorde enkele aanwinsten met Westfries motief (piepkleine Alkmaarse kaasdragers!) en ik stuitte plotseling op een exemplaar dat me bekend voorkwam: het was Sidonia!

Opgetogen rekenden we af (75 eurocent) en vanaf dat moment kon ik uit twee lepeltjes kiezen als ik roeren moest.

Mijn vrouw was inmiddels niet meer te houden. Via Marktplaats bestelde ze Barabas, Jerommeke, Suske en Wiske en de Zwarte Madam met het plan ze mij als sinterklaascadeautje te schenken.

Ongelukkigerwijs arriveerde het pakje enkele dagen te vroeg, waarna mijn vrouw het ostentatief (en ongeopend) voor iedereen zichtbaar in de woonkamer liet liggen.

Nu houd ik niet van verassingen en al helemaal niet van ongeopende pakjes. Begrijpelijkerwijs stond mijn echtgenote niet toe dat ik het aan haar geadresseerde pakketje openmaakte zodat ik mij tandenknarsend moest blijven afvragen wat er in zou kunnen zitten.

Dit werd duidelijk toen we het sinterklaasfeest vierden.

In het mooie gedicht dat Sinterklaas had geschreven werd mijn aangeboren nieuwsgierigheid en behoefte zaken onder controle te hebben aangestipt. (Er is een verwijzing naar een brief die ik jaren geleden, toen we nog in Amsterdam woonden in de gemeenschappelijke brievenbus had aangetroffen. De afzender was de ceremoniemeester van ons aanstaande huwelijk. Hoewel de brief geadresseerd was aan onze bevriende buren was ik ervan overtuigd dat hij voor mij bestemd was en had ik er even in gekeken).

Dit was het gedicht:

Beste Martin
Vanaf de tijd dat je op m’n knie zat,
Via de momenten dat je soms een slokje te veel ophad,
Tot de vele jaren in onderwijsland
En nu weer vaak in bridgeverband;
De Sint ziet en kent jou al een hele tijd.
Wat al die jaren blijft is je nieuwsgierigheid.

Je wilt altijd alles weten, daarin lijken we op elkaar,
Er zijn echter grenzen aan, voorwaar.
Is de brief gericht aan de buren,
Dan mag je er ABSOLUUT NIET in gluren!!
Staat er op een brief niet jouw naam maar die van je vrouw,
Dan is deze post zeker niet voor jou.

Ik boog natuurlijk deemoedig het hoofd, na deze kastijding van de goede Sint.

Naar lepeltjes hoef ik verder niet te zoeken, ik heb er nu meer dan genoeg.

 De lepeltjes in kwestie.

 

Hoewel……

Niet het bezitten is het doel
Maar het verzamelen is zo cool.

(vrij naar Vasalis).

Serie: the Handmaid’s Tale

Toen bleek dat er een televisieserie gemaakt was van het boek The Handmaid’s Tale van de Canadese schrijfster Margaret Atwood besloot ik het te herlezen.

Ik had het vlak na verschijning gelezen (1986), het heeft in de tussentijd niet aan waarde ingeboet. Je zou Atwood, gezien de recente ontwikkelingen in Amerika, zelfs profetische gaven kunnen toedichten.

Ze wordt vaak in een adem genoemd met George Orwell, die anno 1948 met 1984 een vergelijkbare dystopische roman had geschreven.

In beide boeken is de democratie opzijgeschoven om plaats te maken voor een totalitair systeem. Bij Orwell is vooral de socialistische heilstaat Rusland te herkennen, in de roman van Atwood is de macht overgenomen door religieuze conservatieven. Dit laatste is niet eens zo’n heel onaannemelijk gegeven.

De serie is losjes gebaseerd op het boek, het heeft geen zin beide voortdurend met elkaar te vergelijken. De schrijvers van de serie hebben zich heel wat vrijheden veroorloofd ten aanzien van Atwood’s verhaal, maar dat was te verwachten. Eén ervan is wel interessant om te vermelden: in de serie worden de nieuwe machthebbers voorgesteld als fanatici die hun machtshonger overgieten met een religieus sausje, kennelijk om steun te verkrijgen van gelovige mensen. Ze hebben echter ook een ecologisch kantje: ze zijn er trots op CO2-emissie te hebben teruggebracht en promoten kleinschalige biologische landbouw. Raadselachtig.

De serie is geweldig: spannend verhaal, goede opbouw en mooi acteerwerk. Je wordt niet blij natuurlijk, je kunt jezelf de vraag stellen in hoeverre een dergelijk toekomstbeeld realistisch is. Gezien de broosheid van ons Westerse democratisch stelsel en het nietsontziende fanatisme waarmee het (vooral in Amerika) stelselmatig ondermijnd wordt acht ik het niet uitgesloten dat we uiteindelijk geconfronteerd worden met een vergelijkbare machtsovername.

De hoofdrol wordt gespeeld door Elisabeth Moss, wat een fantastische actrice!

 

 

We zagen haar kort geleden toevallig ook in Top of The Lake II, een andere aanrader.

 

 

The Handmaid’s Tale (roman)          8

The Handmaid’s Tale (de serie)        9

Top of the Lake                                 8 ½

 

Videoland

We zijn lid geworden van Videoland, omdat we de serie op geen enkele andere manier konden zien. Er is geen DVD en hij zit ook niet op Netflix.

Videoland heeft verder niet zo veel van mijn gading in de aanbieding, ze hebben vooral veel Nederlandse series. Ik zit nu dus met een moreel probleem: zeg ik na de eerste twee gratis weken mijn abonnement op of blijf ik nog even lid? We zitten ook al op Netflix en zullen hoogstwaarschijnlijk pas weer van Videoland gebruikmaken als The Handmaid’s Tale II uitkomt (dit voorjaar).

 

Ik moet nog even kijken of ik kan

Iemand wees mij op een Ted-Talk filmpje, waarin een introverte jonge vrouw het publiek voorhield, dat er niets mis is met introvert zijn, sterker nog: de wereld zou een betere plaats zijn (is dat niet een mooi anglicisme?) als verlegen mensen wat meer aandacht zouden krijgen.

Ik was het roerend met die stelling eens. Naar mijn mening zijn er veel te veel grote monden op aarde en is het vreemd dat luidruchtige, dominante types zo vaak de dienst uitmaken.

 

 

Toen ik de bespreking las van Ik moet nog even kijken of ik kan (zowel Sylvia Witteman als Aaf Brandt Corstius schreven erover) leek het me een goed idee het boek aan te schaffen. Het is geschreven door Liesbeth Smit en heeft als ondertitel De stille revolutie van de introverte mens.

Smit is zelf een innie en vertelt dat ongeveer 30 % van ons introvert is. Dat zijn bijna 6 miljoen mensen!

 

Introversie is binnen de persoonlijkheidspsychologie een wetenschappelijk geaccepteerde pool van het menselijke persoonlijkheidsspectrum. Waarbij aan de ene kant introversie staat, en aan de andere kant extraversie. Hoewel vrijwel ieder mens zich beweegt in de ruimte daartussen, zul je een natuurlijke voorkeur voelen voor een van de twee. Introversie is een naar binnen gekeerde levensoriëntatie. Daarbij geven introverten vaak de voorkeur aan introversie; ze krijgen energie van reflectie en beschouwing en verliezen die energie door sociale interactie. Bij extraverten is dit precies andersom. Kortom: een introvert geeft energie in contact met anderen, een extravert krijgt het dan juist. Gedragskenmerken die aan introverten worden toegekend zijn bedachtzaamheid, een observerende, denkende en rustige instelling, goed kunnen luisteren en gevoeligheid voor geluid of sociale drukte.

Introversie is geen klinische diagnose of ziekte, maar zowel een persoonlijkheidspool als een opzichzelfstaande eigenschap. Dat betekent dat je als extravert dus best bepaalde introverte eigenschappen kunt bezitten, maar geen introverte persoonlijkheid hebt. Andersom kan ook: een introvert kan prima extraverte eigenschappen hebben en toch geen extravert zijn. Waarschijnlijk is introversie voor ongeveer 45 procent aangeboren.

(Liesbeth Smit).

In een notendop:

VRAAG: je hebt een drukke week achter de rug. Hoe ontspan je het liefst op vrijdagavond?

A. Door een vrij-mi-bo te doen met collega’s of vrienden, of uit eten te gaan met mijn geliefde of gezin.
B. Door rustig thuis op de bank te zitten. Met tapas voor iedereen, een dekentje, een boek of Netflix.
C. Dat hangt ervan af. Soms door thuis te blijven, soms door mensen op te zoeken.

A = extravert             B = introvert              C = ambivert

 

In het boek worden veel voorbeelden genoemd van introversie: hoe gedragen innies zich, hoe reageert de buitenwereld en hoe houd je het hoofd boven water? Er is aandacht voor introverte kinderen, relaties met introverten en de werkende willy.

Je kan, uiteraard, op internet een test doen om te kijken waar je je bevindt op het introvert-extravert spectrum. Je kunt hem vinden op  https://www.16personalities.com

Ik onderwierp me aan de test en was niet verbaasd dat ik richting introversie neig, ik ben een defender: (de afbeelding die hierbij hoort geeft wel te denken…)

The Defender personality type is quite unique, as many of their qualities defy the definition of their individual traits. Though sensitive, Defenders have excellent analytical abilities; though reserved, they have well-developed people skills and robust social relationships; and though they are generally a conservative type, Defenders are often receptive to change and new ideas. As with so many things, people with the Defender personality type are more than the sum of their parts, and it is the way they use these strengths that defines who they are.

Defenders are true altruists, meeting kindness with kindness-in-excess and engaging the work and people they believe in with enthusiasm and generosity.

Defender personalities are a wonderful group, rarely sitting idle while a worthy cause remains unfinished. Defenders’ ability to connect with others on an intimate level is unrivaled among Introverts, and the joy they experience in using those connections to maintain a supportive, happy family is a gift for everyone involved. They may never be truly comfortable in the spotlight, and may feel guilty taking due credit for team efforts, but if they can ensure that their efforts are recognized, Defenders are likely to feel a level of satisfaction in what they do that many other personality types can only dream of.

 

Hoor ik erbij?

Ik kan niet zeggen dat mijn dag gemaakt was toen ik de testresultaten onder ogen kreeg, ik kreeg ook niet de opwelling onmiddellijk de lotgenotenlijn te bellen.

Het is altijd leuk om tot op zekere hoogte bevestigd te worden in je zelfbeeld en als je leest dat Obama ook een innie is kan je er zelfs een beetje trots op zijn. Blij dat ik niet bij de grote bekken hoor.

Maar zoals altijd klopt het beeld voor een flink deel ook niet. Je bent natuurlijk geneigd vooral te letten op de overeenkomsten (ik heb inderdaad niet veel op met een verjaardag waar de mensen in een grote kring zitten, zit heel graag alleen met een boek en verras mij in godsnaam niet met een surpriseparty) en de verschillen over het hoofd te zien. Zo heb ik er geen enkel probleem mee een (geïmproviseerde) speech te houden voor een groot gezelschap, ben vrij open en ook niet bang mijn mening te geven.

Gelukkig wordt de claim ook nergens gelegd dat je alleen maar introverte of extraverte eigenschappen kan hebben. De term ambivert illustreert dit prachtig (maar zorgt er ook voor dat theorieën een beetje in de lucht komen te hangen).
Als je niet oplet ben je aangeland op het niveau van een horoscoop.

Het is een vermakelijk boek, een easy read en kan mensen die met zichzelf in de knoop zitten misschien wel helpen. De schrijfster zelf heeft er erg veel aan gehad dat ze leerde de positieve kanten van haar introversie te waarderen.

Ik moet nog even kijken of ik kan                  7

 

 

 

 

 

 

 

Kan je tijdens het zwemmen constructieve ideeën krijgen?

In eerdere posts vertelde ik al over mijn wekelijkse zwempartij, waarbij we tijdens het baantjes trekken intensief discussiëren over maatschappelijke kwesties. Soms wijzen we elkaar ook op publicaties die ons standpunt verhelderen.
Onlangs kreeg ik weer een mailtje en reageerde hier aldus op:

Beste A.

Je stuurt me regelmatig mailtjes met daarin een link naar een website waarop alarmerende berichten te zien zijn, meestal met betrekking tot de Islam.

Ik heb me voorgenomen om waar mogelijk buiten mijn bubble te treden en klik er dus regelmatig op. Plichtsgetrouw kijk ik rond en word meestal niet vrolijk. De commentaren zijn meestal reactionair, vaak discriminerend en buitengewoon vooringenomen.

Ik liet mij door zo’n site een keer verleiden tot een ietwat badinerend commentaar, wat me op een flink aantal boze en giftige reacties kwam te staan. Mijn gezellige kleine blog werd in twee dagen ineens door 1300 mensen bekeken.

De laatste link die je me stuurde was naar een Duitse site (Die Welt). Het dagblad Die Welt wordt tot de conservatieve media gerekend, de site zal wel dezelfde signatuur dragen.

Probleem is, dat ik de Duitse taal onvoldoende machtig ben om het stuk dat je me aanraadde te lezen en te begrijpen. Engels en zelfs Frans zou wel lukken, maar met Duits ben ik al in de tweede klas van de middelbare school gestopt.

Je geeft zelf als commentaar “onze hoop voor de toekomst”, het zal dus wel over onderwijs gaan. Jammer genoeg kan ik dus niet mijn mening geven.

Ik kan dit stuk niet lezen, maar ik denk niet dat ik veel mis. Jou kennende zal de boodschap ervan ongetwijfeld pessimistisch zijn. Je hebt het altijd over het gevaar van de om zich heen grijpende islamisering en vindt daar op vele plekken bewijs van.

Net als Wilders blijf je voortdurend voorbeelden aandragen van dingen die mis (dreigen te) gaan. We zijn allemaal ziende blind, de PVV is de enige partij die doorheeft wat er aan de hand is.

Op een aantal terreinen is er inderdaad sprake van bedenkelijke ontwikkelingen en we leven inderdaad in een tijd waarin terroristische aanslagen elk moment en op elke plaats kunnen worden gepleegd.

Statistisch gezien is de kans dat je overlijdt door een val van het keukentrapje groter dan dat je door een terrorist gedood wordt, maar statistiek zegt niet zoveel als het jezelf betreft of iemand die je dierbaar is. De media zouden hier wel wat genuanceerder over kunnen schrijven. Kranten als de Telegraaf varen er wel bij gevaren levensgroot af te schilderen, dat verkoopt veel beter dan de nuance.

Zoals ik je al meerdere keren tijdens ons baantjeszwemmen verteld heb, is een discussie over hoe groot nu werkelijk de dreiging is, niet echt interessant. Hier speelt perceptie een belangrijke rol: jij ziet geen sprankje licht en ik geloof stellig dat de overgrote meerderheid van de Moslims geen kwade bedoelingen heeft.

Waar je wel uitgebreid over moet praten is: wat kan Nederland (de overheid, de mensen) doen om de situatie te verbeteren? Je weet dat ik een belangrijke rol heb weggelegd voor het onderwijs en ik ben ook een groot voorstander van de dialoog.

Van jou (en van de PVV) hoor ik nooit ideeën op dit gebied.

Net als Wilders beperk je je enerzijds tot het steeds weer aanvoeren van misstanden enerzijds en zogenaamde oplossingen anderzijds: Moskeeën sluiten, de Koran verbieden, verplichte assimilatie, Moslims “terug naar hun eigen land” en de grenzen sluiten.

Dit zijn geen echte oplossingen omdat ze onuitvoerbaar zijn, in strijd zijn met de (grond)wet of internationale verdragen en ook immoreel zijn.

Wilders zingt nu al jaren hetzelfde liedje, voortdurend scheldend en kritiek leverend, maar heeft nog niet een keer een werkbare suggestie gedaan om echt iets aan de problemen te doen. Hij zit inmiddels zo vast in zijn eigen repertoire en is zo beperkt in zijn visie dat hij niets anders meer kan doen. Het is geen toeval dat zijn partij inmiddels op zijn retour is.

Je wordt langzamerhand immuun voor zijn populistische haatzaaierij, we kennen zijn standpunten inmiddels wel.

We mogen echter nooit onverschillig worden met betrekking tot zijn opmerkingen over de democratie en rechtsstaat. In zijn obsessie om gelijk te krijgen zet hij de bijl in de wortels van onze samenleving. Hij spreekt onder meer over een nepparlement en neprechters. Dit is voor een volksvertegenwoordiger met een grote aanhang volstrekt onaanvaardbaar gedrag.

Je maakte je boos over een wethouder die zei dat de PVV een bruin randje heeft, maar als je Wilders’ ideeën vergelijkt met die van de NSB zal je heel veel overeenkomsten vinden. Zeer verhelderend is het boekje De eeuwige terugkeer van het fascisme door Rob Riemen (Atlas Amsterdam 2010). Je mag het uiteraard van me lenen.

Dat een man als Wilders de onderbuikgevoelens van talloze bange Nederlanders mobiliseert is moreel verwerpelijk, maar hoort bij de vrijheid van meningsuiting.

Dat hij diezelfde maatschappij die volgens hem zo bedreigd wordt onderuithaalt door de legitimiteit van onze democratie en rechtsapparaat in twijfel te trekken is volstrekt onacceptabel. Een democratische rechtsorde is fragiel en kan gemakkelijk kapot gemaakt worden, zoals in veel landen aangetoond is en wordt. Dit op het spel zetten is spelen met vuur en dus uitermate ondoordacht.

Zullen we op onze volgende zwemochtend eens kijken of we constructieve ideeën kunnen verzamelen om de wereld een klein beetje beter en veiliger te maken?

Groet,

Martin

 

The Crown

Te midden van heel veel rommel vind je op Netflix af en toe een juweeltje.

 

The Crown is een prachtige serie over de geschiedenis van het Engelse koningshuis in de vorige eeuw. Hoofdpersoon is koningin Elizabeth II, die in 1952 haar vader (George VI) opvolgde en nu nog steeds op de troon zit. Voorganger van haar vader was diens broer Edward VIII, die het koningschap opgaf om te kunnen trouwen met de Amerikaanse Wallis Simpson.

We krijgen een fantastisch inkijkje in de Royal Family, die fier overeind blijft in de transitie van absolute monarchie naar een democratie waarin de rol van het staatshoofd een heel andere is.

Elizabeth moet als monarch aan heel wat stormen het hoofd bieden en heeft het ondertussen ook thuis niet makkelijk: haar echtgenoot (Philip Mountbatten) kan niet goed aarden in zijn (ondergeschikte) rol.

In mijn ogen verdient de actrice die Elizabeth speelt, Claire Foy, een Oscar: gezicht altijd in de plooi, op het puntje van haar stoel gezeten met de rug recht en nooit het decorum verliezend.

En dan dat heerlijke upperclass English! Het is puur genieten als Elizabeth en haar zus Margaret met elkaar converseren.

Prins Philip wordt gespeeld door een lelijke acteur, die voortdurend verongelijkt van onder zijn overhangende wenkbrauwen rondkijkt.

 

Ten slotte: de kostuums en attributen zijn een lust voor het oog. Wat maakten ze toch prachtige auto’s en vliegtuigen in die tijd!

 

Ik vraag me af of de echte koningin, die inmiddels bijna 92 is, de serie ook bekijkt. Dat moet wel een heel wonderlijke ervaring voor haar zijn.

 

 

 

 

The Crown seizoen 1 en 2:                   9

Racisme

Lang geleden liep ik stage op de Joke Smit Scholengemeenschap in Amsterdam.

Ik gaf les aan volwassenen, de meesten waren niet in Nederland geboren. Er was een deskundigheidsbevorderingsbijeenkomst georganiseerd, ik mocht erbij zijn.

De gastspreker was een medewerker van de Anne Frankstichting. Om de discussie aan te zwengelen begon hij met een aantal confronterende uitspraken, één ervan was deze: jullie zijn je er niet van bewust, maar jullie zijn allemaal racisten.

Ik was erg verbaasd, want ik wist dat mijn collega’s stuk voor stuk enthousiast en zeer professioneel lesgaven aan anderstalige cursisten uit alle delen van de wereld. Het leek mij volslagen onmogelijk dat mensen met racistische ideeën dit werk dag in dag uit met zo’n overtuiging konden doen.

Ik herinner me niet meer precies hoe de inleider zijn stelling onderbouwde. Hij had het erover dat wij allemaal wit waren, dat onze taal wit was en ook de formulering van onze toetsvragen gebaseerd was op een wit wereldbeeld.

In die tijd was het gebruikelijk dat onderliggende structuren werden blootgelegd en mensen zich ervan bewust moesten worden hoe groot cultuurverschillen kunnen zijn.

Het blanke privilege dat oorzaak was van zoveel leed bij niet-blanken moest aan de kaak worden gesteld. De verkondigers van die boodschap waren in die tijd vaak nog roomser dan de paus.

Er is wel het een ander veranderd sinds die dagen, waarin het ineens niet meer politiek correct was om te spreken van gastarbeiders, (later mocht de term allochtoon ook niet meer gebruikt worden) maar de holier than thou-puristen liggen nog steeds op de loer.

Niet lang geleden zagen we hier weer een voorbeeld van in de zwartepietendiscussie: men droeg T-shirts met de weinig genuanceerde uitspraak “Zwarte Piet is racisme”.

Het staat voor mij buiten kijf dat we af moeten van de traditionele zwarte piet. Als mensen last hebben van deze ouderwetse en denigrerende black-face cultuur (die in de meeste landen lang geleden al is afgeschaft) moeten we ermee stoppen. Een feest moet feestelijk zijn en ik weet zeker dat het kinderen geen bal kan schelen als we voortaan regenboog,- of schoorsteenpieten hebben. Ze zullen Sinterklaas nog steeds fantastisch spannend vinden en er vreselijk opgewonden door raken.

Anders ligt het al er een beroep op ons wordt gedaan ons koloniale verleden onder ogen te zien. Beelden moeten worden verwijderd, straatnamen veranderd en in het Rijksmuseum moeten bijschriften worden aangepast.

Van blanken wordt verwacht dat zij zich schuldig voelen aan de verschrikkelijke gevolgen van de slavernij.

Met dit laatste heb ik moeite: ik weet dat er slavenhandel werd bedreven door de Nederlandse VOC en dat Nederland een van de laatste landen was die de slavernij afschaften (1863) maar word toch niet graag afgerekend op de misdaden van mijn verre voorvaderen.

Het is lastig hierover te discussiëren: als je niet oplet word je al gauw in de verkeerde hoek neergezet, alsof je heimelijk toch een racist bent. Om elke schijn te vermijden houd je dus maar je mond, ook als je je ten onrechte beticht voelt van verkeerde gedachten.

In zo’n geval is het prettig de zaak eens vanuit een heel andere invalshoek belicht te zien worden. In de Volkskrant van 2 januari schrijft filosoof Sebastien Valkenberg een krachtig betoog. (Zie het origineel).

Hij stelt dat we ons moeten realiseren dat slavernij al heel lang bestaat en dat iedereen eraan meedeed. De suggestie dat zij uitsluitend samenhangt met het kolonialisme klopt niet.

De echte vraag is hoe het komt dat zo’n ingeburgerd gebruik grotendeels ophield te bestaan. De Europese Verlichting bracht ook op dit gebied vooruitgang.

Als we dan toch op zoek gaan naar de unieke bijdrage van het Westen aan de slavernij… die is erin gelegen dat het de discussie over het voortbestaan ervan heeft geopend.

De docenten op de Joke Smitschool waren in eerste instantie overdonderd door het verwijt van de Anne Frank-man, maar stelden zich al snel waardig teweer tegen de onzin-aantijging.
Ik weet niet meer welke argumenten ze gebruikten, maar herinner me wel dat ik trots op hen was. Hun opstelling was voor mij een inspiratie in mijn verdere onderwijsloopbaan.
Deze confrontatie heeft er wel voor gezorgd dat ik sedertdien een forse hekel heb aan zeloten.

 

Ten slotte twee praktijkervaringen uit het nog niet eens zo verre verleden:

* Toen de kinderen van groep acht geschminkt en verkleed moesten worden als zwarte piet stond de Surinaamse leerlinge erop dat ook zij zwarte verf op haar gezicht zou krijgen en rode lippenstift. Dat gebeurde ook.

* Op de dag van het bezoek van Sinterklaas aan onze school troffen de kinderen ’s ochtends hun klaslokaal in wanorde aan. De Pieten waren die nacht geweest en hadden een cadeautje in ieders laatje gelegd. Maar dom als ze waren hadden ze ook rommel gemaakt en zinnen in krom Nederlands op het bord geschreven. Hier en daar hadden ze zwarte handafdrukken achtergelaten. (Het is de schoonmaker nooit gelukt die weer weg te poetsen).

Ik vond destijds alleen dat laatste een probleem….