Enschede

 

In het Rijksmuseum Twenthe is een prachtige tentoonstelling te zien: Lief en Leed. Er is een prachtige serie meest 17e -eeuwse schilderijen waarop  we tal van families zien, meestal in harmonieuze poses.
In werkelijkheid is er veel verdriet: er was een hoge kindersterfte, dus veel van de kinderen op de schilderijen leefden niet meer toen de schilderijen af waren of waren daarvoor al gestorven.
Hun beeltenis diende als herinnering voor de andere familieleden.

De rest van het gebodene kon mij niet erg bekoren. In een serie “schatkamers” exposeren hedendaagse kunstenaars hun werk en mochten een keuze maken uit het depot van RMT. Als verassing kan je dus tussen allerlei onbegrijpelijke rommel ineens een Breitner of Toorop ontwaren.

Op weg naar de Museumfabriek kom je door de wijk die in het jaar 2000 getroffen werd door een enorme ramp: de ontploffing van de vuurwerkfabriek.  Er vielen 23 doden (onder wie vier brandweermannen) en ongeveer 950 mensen raakten gewond.

200 woningen gingen verloren en ook omliggende bedrijven liepen grote schade op. Het RMT bleef behouden, maar werd ernstig beschadigd.

Een gebied van 42 hectare werd volledig verwoest. Het ziet er nu prachtig uit, het viel ons wel op dat er voornamelijk dure villa-achtige huizen waren gebouwd.

 

De Museumfabriek is geen simpel bouwsel, je raakt er al snel de weg kwijt.

We besteedden de meest tijd aan de tentoonstelling Dansen met de vijand, over Roosje Glaser die kans zag de tweede wereldoorlog te overleven. Ze werd verraden door een concurrent, die met lede ogen aanzag hoe haar dansschool het won van de zijne, mishandeld en op transport gesteld naar een concentratiekamp. Er werden medische experimenten op haar uitgevoerd en ze werd heel erg ziek, maar ze bleef leven. Na de oorlog vestigde ze zich in Zweden.

Er wordt een vrij lange documentaire getoond, gemaakt naar aanleiding van het boek dat haar neef over haar leven schreef. Indrukwekkend.

De rest van het museum is interessant, we mochten plaatsnemen in een huiskamer waarin achtereenvolgens middels projectie een aantal inwoners van Enschede aan het woord kwamen. Op het moment van hun verschijnen paste de woonkamer zich aan het nieuwe personage aan: er draaiden andere voorstellingen voor en ook de uitstalling in de kast veranderde.

Elders komt het textielverleden van Enschede ruimschoots aan bod.

Leuk museum, wel een beetje donker.

 

Lief en Leed:               8

Museumfabriek:         8

 

Oosterwold

De meeste mensen die naar Almere verhuizen kiezen voor een ruime eengezinswoning in een van de bestaande stadsdelen.

Sinds kort is er ook woongelegenheid voor mensen die graag een grote lap grond hebben waar ze groene activiteiten op willen ontplooien.

In Oosterwold, een enorm groot gebied tussen Almere en Zeewolde mag je je eigen huis bouwen, vooropgesteld dat je woning niet meer oppervlakte beslaat dan 12% van je land. De rest mag gras zijn, of een bloemenveld, open water of je kunt er groente verbouwen.

De gemeente heeft gezorgd voor elektriciteit, water en glasvezelkabel.  Dat betekent dat jij (of het collectief waar je deel van uitmaakt) moet zorgen voor riolering en de wegen.

De huizen moeten een helofytenfilter hebben, waarin het afvalwater gezuiverd wordt voordat het geloosd wordt.

 

Het ligt voor de hand dat heel veel bewoners alternatieve energiebronnen hebben en ook in andere opzichten hun ecologische voetafdruk zo klein mogelijk houden.

We namen deel aan een excursie die door Groen Links Flevoland was georganiseerd en konden van dichtbij enkele projecten bekijken.

Projectontwikkelaars krijgen in Oosterwold geen kans, des te meer ruimte is er voor allerlei kleine projecten die vaak samenhangen met het wonen in een dergelijke gemeenschap.

Zo hoorden we het verhaal van Johan Smits, die fruitbomen kweekt. Hij heeft een mooi aanbod voor medebewoners van Oosterwold: hij legt een boomgaard aan op jouw land en onderhoudt die als hij gedurende vier jaar tussen de aanvankelijk nog piepkleine nieuwe boompjes zijn eigen fruitbomen mag laten opgroeien. Na vier jaar, als de bomen meer ruimte nodig hebben en fruit beginnen te produceren haalt hij die weg om ze te verkopen.

Zo kan hij met heel weinig investeringen zijn bedrijfje opbouwen.

 

Een andere bewoner heeft een uit de hand gelopen moestuin en ziet kans door zoveel mogelijk gebruik te maken van arbeidsextensieve methoden ieder jaar een rijke opbrengst te oogsten.

 

 

 

De excursie eindigde op een grote boerderij, waar stadsboeren biologisch boeren. Ze hebben grote plannen om ook een winkel op te zetten waar al het plaatselijk verbouwde voedsel kan worden verkocht. In hun prachtige stal (ze noemen het zelf hun koeienpaleis) is ook nog wat ruimte voor een startend houtbewerkingsbedrijfje.

Ook de hooischuur heeft antroposofische vormen en wordt de hooitempel genoemd.

Als je Oosterwold bezoekt word je meteen enthousiast van dit sympathieke en inspirerende initiatief. Je ruikt de geur van vers bouwhout en geniet van de bloemenzee.

We hoorden dat er heel veel belangstelling is voor de beschikbare kavels, die alle afmetingen kunnen hebben. De grondprijs is laag.

Hadden wij maar groene vingers…..

 

 

De geboorte van een filatelist

In een van mijn vorige blogs kondigde ik aan dat ik van plan was de eerste 1000 postzegels die in Nederland werden uitgebracht te verzamelen.

Hoe is de stand?

Mijn verzamelwoede heeft inmiddels ruim 850 zegeltjes opgeleverd, het zal behoorlijk wat moeite kosten de laatste ook nog te bemachtigen. Sommige liggen volledig buiten mijn bereik, ze kosten een vermogen.

Het spreekt voor zichzelf dat ik mij hier beslist niet door laat ontmoedigen. Ik speur dagelijks Catawiki en Marktplaats af en probeer goedkoop partijtjes te bemachtigen waarin zich nog enkele ontbrekende postzegels bevinden.

Wat een feest als de postbode weer een pakje brengt!

Om wat meer achtergrondinformatie te vinden over zegels die ik erg mooi vind schafte ik Postzegelkunst van Christiaan de Moor (’s Gravenhage 1960) aan. Ik las dit boek met aandacht en stak een hoop op.

Nog niet tevredengesteld leerde ik van het bestaan van het Handboek Postwaarden. Dit werk heeft de pretentie alles te behandelen wat met postwaarden te maken heeft. Postwaarden is de verzamelnaam voor postzegels, maar ook alle andere postale publicaties, zoals luchtpostbrieven, briefkaarten en postwissels.

Dit standaardwerk, waaraan in 1994 begonnen werd, wordt nog steeds twee keer per jaar aangevuld. Tot mijn verbazing is de opzet niet chronologisch of naar onderwerp. In schijnbaar willekeurige volgorde verschijnen hoofdstukken (of zelfs delen daarvan). Het is de bedoeling dat de abonnee alles zelf bijhoudt, uiteindelijk zal hij dan eigenaar zijn van het complete werk.

Onder de indruk van dit monumentale werk zocht ik contact met de redactie en kreeg snel antwoord van de hoofdredacteur.

Beste Martin,

Leuke e-mail!! Het Handboek Postwaarden Nederland is een van de twee bezigheden in mijn leven. Het andere is neurowetenschappen, waarbij ik heb ontdekt hoe incontinentie bij ouderen ontstaat (is een hersenziekte). Daar wil ik binnenkort in de Verenigde Staten nog proberen iets tegen te doen.

Wat het Handboek betreft ben ik daar inderdaad vanaf 1993 mee bezig. Het is een beschrijving geworden van de totstandkoming van de postwaarden in Nederland tot en met 1988, waarna PTT KPN werd. Van de emissies na 1989 doen we alleen de emissies die voor 1989 al aan de kantoren waren. Voor de goede orde, we behandelen niet alleen postzegels, maar ook alle andere postwaarden. Het Handboek is een wetenschappelijk product, gebaseerd op de archiefstukken van de Posterijen, later PTT, nu aanwezig in het Nationaal Archief in Den Haag. Verder worden ook de archiefstukken van het Museum Joh. Enschedé, nu in het Noord-Hollands Archief in Haarlem, nauwkeurig bestudeerd. De wetenschappelijke opzet betekent dat wij niet even alle emissies op een simpele wijze behandelen, maar heel nauwkeurig en dus betrekkelijk traag. Deze opzet heb je intussen wel gezien. Het betreft A-, B-, C-, D-, E-, F-, G-, en I-emissies, waarbij A betekent permanente frankeerzegels, B = bijzondere frankeerzegels, C = toeslag-emissies, D = luchtpostzegels etc. etc. We werken met vier mensen, ondergetekende als de hoofd-auteur, maar Ruud van den Heuvel voor de getallen, Jan Vellekoop voor de taal en de specifieke filatelistische nuances en Michael Brekelmans voor de archiefstukken. Deze combinatie is heel bijzonder en produceert wetenschappelijk verantwoorde en hoog-niveau artikelen. Drukker en uitgever Joh. Enschedé Amsterdam heeft jou naar mij doorgezonden omdat ik eventueel nog afleveringen kan leveren die je nog niet bezit. Is dat het geval? Laat me dat even weten. Ben je ondertussen abonnee geworden door aanmelding bij Joh. Enschedé Amsterdam?

Subliem dat je zo geïnteresseerd bent!

M.v.g.

Gert Holstege

Prof. dr. Gert Holstege
Emeritus Professor Rijksuniversiteit Groningen

 

Hij gaf me ook nog de volgende tip (hier is duidelijk een heel echte filatelist aan het woord):

Verzamel de zegels ook op stuk, brief, briefkaart, drukwerk, binnenland, buitenland etc. etc., zodat daarmee wordt aangegeven waarom ze werden uitgegeven. Op deze manier kun je op jezelf de geschiedenis in gaan!

Via Marktplaats heb ik de delen I tm VI op de kop getikt, het laatste supplement is van december 2010, dus ik moet nog op 16 aanvullingen de hand zien te leggen.

 

 

 

 

Ik ben inmiddels aan het monumentale werk begonnen en merkte het volgende op:

  • Er is een tijd geweest dat er volop (prent)briefkaarten verstuurd werden. Ik zie bijna nooit meer een ansichtkaart en helemaal nooit meer een gewone briefkaart.
  • Je leest over het bestaan van “postwissels”. Die werden misschien nog gebruikt toen ik heel klein was, maar ik heb er nooit zelf eentje gebruikt of gekregen.
  • Wie weet nog wat een monster zonder waarde is?
  • Iedereen klaagt momenteel over de administratieve last waaronder veel beroepsbeoefenaars gebukt gaan. Maar wat bestonden er vroeger ook verschrikkelijk veel formulieren! En alles moest worden geparafeerd, gestempeld en rondgezonden.
  • Een briefkaart hoefde maar met een halve cent gefrankeerd te worden, als men er maar niet méér op zette dan de naam van de afzender. Dit bracht een zuinige klant ertoe te schrijven: “van Hartemans Gefeliciteerdmans.” De PTT moest ook rekening houden met afzenders die hun postzegels insmeerden met een vettige substantie, zodat de inkt van het poststempel na ontvangst weer weggeveegd zou kunnen worden. De zegel kon dan nog een keer gebruikt worden!
  • Het is dus niet toevallig dat men de term “vernietigen” gebruikt voor stempelen.
  • Ik houd het meest van ongestempelde postzegels, dan kan je goed zien hoe ze eruitzien. Maar talloze echte verzamelaars willen juist alleen maar gestempelde exemplaren en halen allerlei toeren uit dit voor elkaar te krijgen (ze sturen zelfs post aan zichzelf).
  • In het Handboek staan talloze poststukken die hun weg gevonden hebben, ik lees geïnteresseerd de namen van de ontvangers en verstuurders. De juiste titulatuur wordt natuurlijk in acht genomen, en een brief kan ook gericht zijn aan een jongejuffrouw. Op de een of andere manier ziet een adres zonder postcode er mooier uit dan met…
  • Ik lees gestaag verder en sta versteld van wat er allemaal achter de schermen van Tante Pos gebeurde en gebeurt.
  • Ik verheug me over de hoofdstukken die uitgebreid zullen ingaan op de wordingsgeschiedenis van mijn favoriete postzegels.

Meer later!

Zomaar een paar mooie:

 

 

 

 

Bijhouden

Observeert u even mee?

Als je gewend bent geraakt aan een soft-close bril op de toiletpot zal het je vroeg of laat gebeuren dat in een vreemde wc (waar nog een ouderwets toilet is) de bril met een luide knal op de porseleinen pot valt.

Ik heb me al neergelegd bij foute taalconstructies zoals ABN bank en een percentage van 20%, maar waarom heeft niemand bezwaar tegen de uitdrukking ZZP’er?

Vind je het fijn als mensen je verjaardag weten omdat ze daar door Facebook aan herinnerd zijn?

Ik heb geen Facebook account maar voel me soms “Facebook-gebruiker by proxy” als mensen mij hun tablet of telefoon onder de neus houden met het dringende verzoek vooral even te kijken wat er nu toch weer voor geweldigs te zien is.

De volgende dingen zijn mij nooit uitgelegd:

  • Wat zijn procentpunten?
  • Waarom rijden baanwielrenners altijd achter zo’n rare motor?
  • Wat is, bij de Tour de France, de buitencategorie?
  • Waarom staan gedichten nooit normaal in de krant, maar altijd met backslashes?
  • De koffers die acteurs in films dragen zijn altijd leeg. Zit de vakbond daarachter? Of zijn de regisseurs bang dat de filmsterren blessures oplopen?
  • Bijtelling.

Er moet altijd iets Engels zitten in de naam van kinderdagverblijven: Kidsworld , Smallsteps, Small Society of Happy Kids.

Vrouwen noemen iemand die dik is niet dik maar fors.

Landbouwvoertuigen zijn altijd geel, soms groen of rood, maar nooit blauw.

Een echtpaar kan vele jaren innig getrouwd zijn, waarbij de vrouw haar mans’ naam droeg maar in de overlijdensadvertentie wordt zij ineens weer onder haar meisjesnaam vermeld.

Als een overledene in het bezit was van een hond getuigt een pootafdruk van dat beest in de overlijdensadvertentie dat ook Fikkie zijn baasje mist.

We kennen het woord beduimeld. Bij bridgen krijgt dat woord een eigen betekenis als je kijkt naar het paskaartje, dat honderden keren per speelavond met duim en wijsvinger uit de biddingbox wordt gehaald en weer teruggestopt; iedere keer met de duim op dezelfde plek.

Ik zag ergens de karakterisering tokkie-racisten en hockey-racisten. Ik kan me er alles bij voorstellen.

Aleid Truyens gaat zaterdag in haar Volkskrantcolumn vast iets zeggen over het voorstel van de Onderwijsraad om tot één lerarenopleiding te komen. Ze vindt dat er nu al veel te weinig eerstegraders voor de klas staan, dat wordt nog veel minder als dit voorstel werkelijkheid wordt.

Als een vrouw zegt: “Vind je het hier ook een beetje koud?” wil ze dat je de kachel aanzet.

Als iemand zegt: “Je wilt niet weten wat….” Dan vinden ze dat je dat juist wel moet weten.

Op internet wordt een titel soms ingekort. Ik kreeg een mailtje van het ABP: alles over uw pens.

De volgorde van werkwoorden in een zin is soms anders dan we gewend zijn, maar ook mooier:  “…niet zeggen kan” in plaats van niet kan zeggen en “….ons niet vinden wil” in plaats van ons niet wil vinden.

Kinderen noemen de buren of vrienden van hun ouders nooit meer oom of tante.

In het bridgespel winnen de Heer en het Aas het van de Vrouw. Ik maakte in een les de fout te zeggen dat je de vrouw soms van twee kanten kan pakken. Metoo.

Soms ben ik verbaasd dat iemand al weet wat ik wilde vertellen. Het betreft dan een lezer van mijn blog.