De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugen van Rutger Bregman staat al weken in de toptien van bestverkochte boeken.

Ik begrijp dat, want het is een goed boek.

 

Bregman heeft een verfrissende kijk op de hedendaagse samenleving, de tittel zegt het al.

Hij onderbouwt zijn stelling met talloze voorbeelden en vraagt zich terecht af hoe het komt dat bijna iedereen zo’n negatief mensbeeld heeft. Vraag een willekeurige burger hoe het met de mensheid gesteld is en hij zal met een pessimistisch verhaal komen.

We denken allemaal dat de criminaliteit stijgt, dat we steeds individualistischer worden en minder geneigd zijn elkaar te helpen, maar de cijfers tonen iets anders aan: we hebben het beter dan ooit en we zijn veel minder egoïstisch dan we denken.

Ons sombere wereldbeeld heeft gevolgen voor ons eigen bestaan, maar leidt ook al decennialang tot regeringsbeleid dat hierop afgestemd is.

Denk bijvoorbeeld aan het beeld dat met name door de VVD wordt opgeroepen dat mensen in een uitkeringssituatie er een potje van maken: ze willen niets, hangen aan de staatsruif en profiteren van de welwillendheid van de argeloze belastingbetaler.

Als gevolg hiervan worden mensen gekort, scherp gecontroleerd en verplicht tot een tegenprestatie.

Ook op het terrein van economie, strafrecht en belasting denkt men vooral in termen van winstbejag en pogingen tot bedrog of ontduiking. Denk hierbij aan de schandalige manier waarop vermeende fraudeurs behandeld zijn.

De schrijver heeft uitgebreid literatuuronderzoek gedaan en heeft ontdekt dat er heel veel mythen bestaan waaraan het Gesundenes Volksempfinden zich laaft.

Neem het voorbeeld van een bericht uit new York: een vrouw werd meerdere malen gestoken, riep luidkeels om hulp en niemand reageerde. Meer dan 50 buurtbewoners hadden haar hulpkreten gehoord en niemand belde de politie.

Uit deze gebeurtenis kwam zelfs een term voort die ook ingang vond in de psychologie: het Bystander-effect. Als gevolg van dit effect denkt iedereen dat een ander wel zal helpen en doet zelf dus niets. De theorie zegt dus, dat je beter maar één omstander kunt hebben dan meer als je verdrinkt….

Bregman heeft de zaak uitgezocht. Hij ontdekte dat er wel degelijk meerdere mensen de politie hebben gebeld en dat het slachtoffer ook niet eenzaam en alleen is overleden.

Ik las de roman Lord of the Flies van William Golding toen ik een jaar of 12 was. Te jong, want ik hield er slapeloze nachten aan over. In dit boek is een groepje kostschooljongens op een onbewoond eiland geheel op zichzelf aangewezen en alles loopt uit de hand. De sterken nemen de macht over en de zwakkeren zijn het slachtoffer. Het eindigt zelfs in moord.

Bregman vindt het verslag van een werkelijk gebeurde schipbreuk, waarin kinderen echt zichzelf gedurende maanden in leven moesten houden en ontdekte dat dit in volstrekte harmonie gebeurde.

De bekende psychologische experimenten waarin proefpersonen in een gevangenis-setting werden gebracht en waarin zij anderen een schok moesten toedienen in een nagebootste leer-situatie bleken naderhand ernstige methodologische tekortkomingen te vertonen en er was gesjoemeld met de uitkomsten.

De oorspronkelijke uitkomsten (mensen volgen blind bevelen op en zijn tot alles in staat) bleken helemaal niet te kloppen.

Bregman duikt diep de geschiedenis in en vertelt ons dat de mens in het jager-verzamelaartijdvak prima samenwerkte en geen energie stak in oorlog.

Ik keek naar de serie “De kracht van de kringloopwinkel” en vond hierin volop bewijs van Bregman’s stelling. Heerlijk om te zien hoe vrijwilligers zich daar inspannen om hun woonomgeving een beetje mooier en leefbaarder te maken.

Ergens wordt een deskundige geciteerd die voorrekent dat het helemaal niet zo dom is om je medemensen in principe te vertrouwen, er van uit te gaan dat ze deugen. In verreweg de meeste gevallen zal je niet teleurgesteld worden. Heel af en toe loop je tegen een rotzak aan, dat is nooit te vermijden. Maar als je al die tijd niet op je hoede hebt hoeven zijn, en als je steeds de mensen vriendelijk tegemoet bent getreden heb je heel veel energie bespaard en ook veel leuke ervaringen opgedaan….

Laat dit nu net een levensles zijn die ik altijd al toepaste! En ik ben tot nu toe nog maar een of twee keer een echte menselijke rat tegengekomen….

In deze tot pessimisme aanleiding gevende somberder tijden is het heerlijk om eens een boek te lezen dat ons uitzicht biedt op mogelijke positieve verandering.

 

De meeste mensen deugen               8 ½

 

Wie denkt dat Rutger Bregman een lieve naïeve jongeman is zonder tanden moet dit filmpje maar eens bekijken.

De host van een Amerikaans televisieprogramma dat door Fox wordt uitgezonden dacht Bregman voor zijn karretje te kunnen spannen maar wordt volledig in zijn hemd gezet. Hij voelt zich zo gepakt dat hij zelfs begint te schelden….

Een diepe kloof

We hebben het er thuis vaak over dat het steeds moeilijker wordt (politieke) meningen te delen met anderen. Mensen zijn heel vaak overtuigd van hun eigen gelijk en zijn nauwelijks bereid naar een ander te luisteren.

Heel vaak zit men in zijn eigen bubbel waar je alleen geluiden van gelijkgestemden hoort.

Het lijkt er wel eens op dat andersdenkenden niet alleen overtuigd moeten worden van hun ongelijk maar zelfs gevloerd moeten worden.

In de VS ligt het politieke debat volledig op zijn gat. Er is totaal geen samenwerking meer tussen Republikeinen en Democraten en als een idee of voorstel van de “tegenpartij” komt wordt het automatisch de grond in geboord.

Het gaat allang niet meer over de inhoud, alleen nog maar over macht(-sbehoud).

Ik vond het een goed plan toen mijn zoon voorstelde samen een boek te lezen over dit onderwerp. Hij koos The Righteous Mind van Jonathan Haidt en ik schafte twee exemplaren aan via Amazon.

Ik heb het boek inmiddels uit en zal het tijdens de kerstdagen uitgebreid met Bas bespreken.

 

Ik hoop dat hij me een beetje kan helpen overzicht te krijgen, want het boek is geen easy-read.

Het is een wetenschappelijke verhandeling die zich begeeft op het terrein van de sociale psychologie, politieke analyse en het morele denken.

Jonathan Haidt is sociaal- en cultureel psycholoog en verbonden aan de Universiteit van Virginia.

Het boek probeert uit te leggen waarom mensen op het gebied van politiek en religie zo erg verdeeld zijn. Haidt stelt dat dit niet is omdat sommige mensen goed zijn en anderen slecht. Dat zou te kort door de bocht zijn.

Ons brein is ontworpen voor groep-achtige rechtvaardigheid; we zijn sterk intuïtieve wezens van wie de onderbuikgevoelens onze strategische redeneringen aandrijven.

This makes it difficult – but not impossible – to connect with those who live in other matrices, which are often built on different configurations of the available moral foundations.

So the next time you find yourself seated beside someone from another matrix, give it a try. Don’t just jump right in. don’t bring up morality until you’ve found a few points of commonality or in some other way established a bit of trust. And when you do bring up issues of morality, try to start with some praise, or with a sincere expression of interest. We’re all stuck here for a while, so let’s try to work it out.

Haidt gelooft in het mechanisme van de vrije markt (mits de grote corporaties in toom gehouden worden en niet de kans krijgen winst te maken terwijl grote delen van de kosten gedragen worden door de belastingbetaler; denk aan milieuvervuiling en belastingontduiking terwijl wel gebruikgemaakt wordt van de infrastructuur).

Our politics will become more civil when we find ways to change the procedures for electing politicians and the institutions and environments within we interact.

Hij zegt verder dat we de groeiende problemen op Amerikaans politiek terrein niet kunnen aanpakken met het afleggen van beloften en een voornemen om aardiger te zijn.

Ik schreef dat dit boek geen easy read is, maar dat komt eerder doordat ik niet aan één stuk doorlees en omdat ik gelijktijdig ook andere boeken lees.
Haidt bouwt zorgvuldig zijn redenering op en geeft veel goed toegankelijke voorbeelden. Maar als je andere dingen tussendoor leest raak je soms de draad kwijt.

Wonderlijk genoeg ben ik toevallig een Nederlands boek aan het lezen dat heel veel overeenkomsten vertoont met het boek van Haidt: De meeste mensen deugen van Rutger Bregman.

Bregman is de advocaat van de aanname dat mensen niet van nature slecht zijn, sterker nog: de meeste mensen deugen. Vreemd genoeg is er een allesoverheersende overtuiging dat de mensen van nature egoïstisch en slecht zijn. Bregman heeft een sterk betoog waarin hij deze bestrijdt.

Haidt zit op dezelfde golflengte. Hij stelt dat ons al 50 jaar verteld wordt dat we fundamenteel zelfzuchtig zijn. Maar dit is niet waar:

We all have the capacity to transcend self-interest and become simply a part of a whole. It’s not just a capacity, it’s the portal to many of life’s most cherished experiences.

Het effect van twee boeken met vergelijkbare inhoud tegelijk lezen is dat je ze door elkaar gaat halen. Af en toe betrap ik Bregman erop dat hij een anekdote twee keer vertelt, maar dan realiseer ik me dat ik het betreffende verhaaltje waarschijnlijk bij Haidt had gelezen…

Samenvattend kan je stellen dat Haidt goed uitlegt hoe het komt dat er zo’n diepe kloof ontstaan is in de Amerikaanse samenleving, maar uiteindelijk weinig ideeën te berde brengt om deze kloof minder diep te maken.

Bregman is onverwoestbaar optimistisch. Ik heb zijn boek nog niet uit, ben benieuwd met welke aanbevelingen hij komt.

Ik ben ook nieuwsgierig naar de gevolgtrekkingen van mijn zoon. Dat wordt een interessant kerst-gesprek!

 

 

 

 

Niet echt

Een van de leukste elementen van postzegels verzamelen is de onverwachte vondst.

Je hebt een stapeltje zegels voor je en bekijkt ze een voor een. Heel veel zegels ken je al en je hebt een beetje je buik vol van wéér een koning Boudewijn of een generaal Franco.

Dan ineens heb je iets bijzonders in handen. Een zegel die je nog nooit gezien hebt. Je pakt het vergrootglas erbij en probeert erachter te komen hoe oud de zegel is en uit welk land hij komt.

Ik ben vooral geïnteresseerd in oude postzegels (ongeveer tot 1950) en vind dat er vooral in de Art Deco -periode (rond 1920) prachtige kunstwerkjes zijn gemaakt.

Onlangs stuitte ik weer op een paar intrigerende zegels. Op het eerste gezicht leken ze Russisch te zijn, maar een landaanduiding ontbrak en ook de catalogi boden geen uitkomst.

Gelukkig is er het internet. Ik vond een artikel dat speciaal aan mijn mooie vondst was gewijd, er was echter een probleem: het was geheel in het Russisch en die taal ben ik niet machtig.

Ik besloot een poging te wagen de tekst door een vertaalmachine te halen. Ik kon niet zomaar delen kopiëren, dus stuurde ik de tekst door naar mijn eigen e-mailadres. Toen ik hem daarin opende verscheen tot mijn grote verbazing het aanbod rechtsboven in beeld: Tekst vertalen? Ik klikte op ja en ogenblikkelijk stond daar het verhaal in het Nederlands!

Ongelooflijk. De vertaling was hier en daar niet zo goed, maar ik kon heel makkelijk de informatie vinden waar ik naar op zoek was.

De zegels die ik gevonden heb zijn onderdeel van een serie van zeven (ik heb er vijf), gemaakt door Marco Fontano in 1922.

Deze Italiaan had geld nodig en besloot dat uit de zakken van hebberige filatelisten te kloppen.

Hij was nog nooit in Rusland geweest, maar dat weerhield hem er niet van een serie postzegels te maken die uit dat land hadden kunnen komen.

De serie heeft de naam “Odessa Grind” gekregen.

Postzegelverzamelaars wilden graag zegels hebben uit de nieuwe Sovjetrepubliek  die na de revolutie was ontstaan, maar niemand wist hoe die eruitzagen.

Fontano wilde ze maar al te graag tegemoetkomen.

Zijn zegels vonden aanvankelijk veel aftrek, maar er rees al snel twijfel. Er stonden maar twee woorden op de kunstwerkjes: “mail” en “wrijven”.

Bovendien kwam de stijl helemaal niet overeen met de echte postzegels, die inmiddels ook op de markt kwamen. Het artikel spreekt over “Mystieke sfeer met magische gebogen figuren, fladderende panelen (?) en theatrale gewaden”. Dit in tegenstelling tot de realistische echte zegels, waarop vooral dappere arbeiders en boerinnen te zien waren in heroïsche poses.

Vanuit Rusland kwamen ook verontwaardigde reacties. Men noemde de vervalsingen decadent en contrarevolutionair.

Fontano liet zich niet van de wijs brengen en produceerde nog een tweede serie, nu met portretten van sovjethelden. Jammer genoeg wist hij niet dat Zinovjev en Trotski inmiddels uit de gratie waren geraakt. Hij was er ook niet van op de hoogte dat Lenin verboden had zijn beeltenis voor een postzegel te gebruiken.

Het zal vaak gebeuren dat vervalsingen stilletjes uit beeld verdwijnen. Ze worden niet opgenomen in catalogi en veel verzamelaars willen ze niet in hun album hebben.

Maar er zijn uitzonderingen, deze is er een van. De zegels geven een prachtig beeld van de tijd en vertellen ook een interessant verhaal.
Ze doen me sterk denken aan de mooie Nederlandse postzegels die Jan Toorop ontworpen heeft.

Bij mij krijgen ze dus een ereplaats in mijn verzameling.

 

Maar wat een ironie: het is mogelijk dat mijn exemplaren nep zijn. Want de oorspronkelijk Fontano-zegels zijn op hun beurt ook weer vervalst….