Hermes/Mercurius

Er zijn nogal wat postzegels waarop een mythologisch figuur te zien is. Het gaat hier om Hermus (de Griekse god) of zijn Romeinse alter ego Mercurius.

Ik wist dat Hermus de god van de handel was, in het Beursgebouw van Amsterdam staat zijn beeltenis.

Ik keek even op Wikipedia:
Je kunt hem herkennen aan zijn attributen: vleugeltjes aan zijn helm en aan zijn sandalen. Meestal heeft hij ook een staf, de Keryheion (Caduceus in het Latijn). Dit is het kenmerk van een onderhandelaar en geeft vrije doorgang. Het is een symbool voor vrede, bescherming, genezing en eenheid.
De staf heeft ook vleugeltjes, en twee kronkelende slangen. (Niet verwarren met de Esculaap, want die heeft maar één slang).
Wikipedia leert ons ook dat hij de zoon was van oppergod Zeus en Maia, een bergnimf.
Hij is ook god van de reizigers, wegen en dieven. De combinatie van handel en diefstal ligt voor de hand, maar ik vroeg me af waarom Hermes dan zo vaak een belangrijk motief op postzegels was. Toen las ik dat hij ook boodschapper van de goden was en dan begrijp je de link met post en postzegels.

De mooiste Hermes-motieven vind je op zegels uit Suriname en Curacao.

De volgende afbeeldingen zijn van zegels uit Duitsland, Kroatië, Bosnië, Oostenrijk en België.

De Griekse post had Hermes vanaf het allereerste begin als onderwerp.

Maar Frankrijk, Uruguay en Brazilië hadden hem ook.

Italië volstond met een onderdeel.

Wie doorzoekt vindt er vast nog veel meer, maar op moderne zegels zul je hem niet meer aantreffen.

Twee kleine vrouwtjes

We zagen drie seizoenen van de Serie Victoria, waarin de hoofdrol wordt gespeeld door de actrice Jenna Coleman, die slechts 1.60 meet. Het schijnt dat de echte Victoria ook erg klein was, vandaar.

De serie is niet slecht, maar kan niet tippen aan dat andere recente koningsdrama The Crown.
De kostuums zijn prachtig (dat vrouwen geen corset meer willen snap ik heel goed, maar waarom zijn vrouwen ooit opgehouden met het dragen van zulke prachtige jurken?) en ook de kapsels.
De decors en verdere aankleding zijn wat minder, ook het aantal figuranten houdt niet over.
Op de een of andere manier is het voor de makers moeilijk de grandeur en majesteitelijkheid van Victoria te laten zien terwijl die toch wel indrukwekkend moet zijn geweest: ze was heerseres van een gigantisch wereldrijk en Engeland was in die tijd nog volop een standenmaatschappij.
Dit geldt volstrekt niet voor haar opvolgster in The Crown. Daar is Elizabeth op en top de vorstin, geen twijfel over mogelijk.

We ontdekken dat het Engelse koningshuis in die tijd nauwe banden onderhield met andere (Duitse!) vorstenhuizen in Europa, iedereen kende elkaar en het lot van de Franse koning en de Duitse keizer ontging Victoria dus niet.
Echtgenoot Albert was van Duitse huize en dat blijven we de ganse serie horen. Engels met een Duits accent is al niet zo prettig en als het dan ook nog uitgesproken wordt door een Engelse acteur (die geen verstand heeft van wat Duitsers moeilijk uit te spreken vinden) gaat het behoorlijk irriteren.
Victoria ontwikkelt een soort aardappel achter in haar keel, waarschijnlijk om daarmee cachet aan haar verschijning te geven, ook dat is op een gegeven moment niet fijn meer om te horen.

Een mager zesje dus, vooral omdat we steeds aan The Crown moeten denken….

We zagen nog een kleine actrice aan het werk, Shira Haas in Unorthodox, een prachtige serie op Netflix. Ze speelt Esty, een jonge vrouw die ontsnapt aan het beklemmende Joods-orthodoxe milieu waarin ze opgroeide.
Het acteren is fantastisch (er wordt heel veel Jiddisch gesproken), de verhaallijn realistisch en goed uitgewerkt en de decors en kostuums zijn heel erg goed.
De afleveringen spelen afwisselend (via flashbacks) in New York en in Berlijn. Deze laatste stad hebben we onlangs bezocht, dus er was veel blije herkenning.
Ik vond vooral de uitwerking van de cultuurclash indrukwekkend. Het is anno 2020 kennelijk nog heel goed mogelijk in volstrekte afzondering je eigen cultuur vast te houden en Middeleeuwse gebruiken en gewoonten te hanteren alsof secularisatie en emancipatie nooit bestaan hebben.

 

Deze serie verdient een negen en een half.

Jugendstil, art nouveau en art deco

Ik vervulde mijn militaire dienstplicht voor een groot deel in Seedorf, Duitsland. Boven mijn bed hing een poster die ik destijds mooi vond. Er stond een topless meisje op, met een bloemenkrans in haar haar, temidden van sierlijke ranken. Het moet een reproductie van een schilderij van Mucha zijn geweest¹, ik vermoed dat ik het destijds mooi vond niet omdat hij het geschilderd had, maar om twee andere redenen.
Ik houd het er maar op dat mijn poster een smaakvol statement was in een masculiene omgeving waarin vrouwen vaker op een andere, minder subtiele wijze waren afgebeeld. Denk aan het genre nonnen met ezels.
Toen de ouders een weekendje op bezoek zouden komen, en de nacht op onze slaapzaal zouden doorbrengen werden de kasten wat anders gepositioneerd zodat de ergste porno aan het oog onttrokken was.
Mijn mooie poster mocht zichtbaar blijven.

Was ik toen al liefhebber van Art Nouveau of Jugendstil? Waarschijnlijk wel.

Het is niet toevallig dat ik postzegels in deze stijl erg mooi vind, ik heb er inmiddels al aardig wat.
Ik zocht op internet wat informatie op: de stijl ontstond rond 1890 en wordt gekenmerkt door lange vloeiende lijnen, oogt haast sensueel, vrouwelijk, en bevat vaak ornamenten uit de natuur (bladeren, bloemen, ranken). Hij was niet zo heel lang populair,  en werd opgevolgd door Art Deco (geometrische motieven, ronde lijnvormen, scherp afgegrensde contouren, vaak uitgesproken kleuren; fascinatie met machines en moderniteiten). Als reactie hierop kwam de  Arts and Crafts op.

Art Nouveau en Art Deco (genoemd naar de Franse tentoonstelling Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels modernes in 1925) hadden grote invloed op het ontwerp van meubilair, boeken en posters en industrieel design.

Rond 1900 werden in veel landen postzegels uitgebracht die een of meer kenmerken vertoonden van Art Nouveau of Art Deco. Vaak zijn Gotische of Japanse motieven zichtbaar en in Scandinavië en Zwitserland greep men terug op de Middeleeuwen.
Groot Brittannië en de Verenigde Staten hebben bijna geen zegels in dit genre.

Ik heb een selectie gemaakt van de mooiste.

 

 

Nederland had ook prachtige ontwerpen:

 

Wie durft nog te beweren dat postzegels saai zijn?

 

¹Ik kan me de voorstelling nog goed voor de geest halen, maar voortschrijdend inzicht vertelt me dat ik waarschijnlijk toch geen poster had met werk van Mucha.
Onderzoek op internet leert namelijk dat al zijn dames kuis gekleed waren…
Het zou best kunnen dat de kunstenaar die mijn poster maakte door hem geïnspireerd was.

Mierzoet, maar o wat lekker…..

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Humor

Er worden nieuwe regels geïmplementeerd (“afspraken” zoals, ze ook wel genoemd worden). In deze crisis grijpen regelneefjes hun kans.
In het winkelcentrum is een ingewikkeld systeem van hekken en pijlen op de grond opgezet om ervoor te zorgen dat de mensenstromen zich niet tegen elkaar in bewegen.

Een meneer heeft het niet helemaal begrepen en wordt staande gehouden door een beveiliger. Je zou denken dat deze handhaver het tot zijn taak zou rekenen verwarde klanten even  te laten zien wat de bedoeling is, maar deze gemankeerde BOA vindt het nodig de man een lesje te leren. Hij moet terug om de route daarna goed af te leggen.

“Ben je nou helemaal belazerd”, riposteerde de klant. “Van mij kan je een coronaklap voor je harses krijgen!”

Zo had het moeten gaan, maar ja, niet iedereen is zo goed in het bedenken van snedig geformuleerde tegenwerpingen als ik. Achteraf.

De arme man keerde zich gedwee om en verliet het winkelcentrum, dat dan weer wel.

Ik heb al een paar grappen gehoord over de crisis, ik vind het een goed teken als mensen in staat blijken de humor overeind te houden.

In Argus, het vermakelijke blaadje dat wordt volgeschreven door oud-journalisten die er geen genoeg van kunnen krijgen, vond ik een mooie bloemlezing.

Ik heb er een paar verzameld:

 

Op sociale media komt ook heel veel langs,  we zitten niet op facebook, maar dit filmpje wil ik toch graag delen:

 

 

Het valt niet mee om dik te zijn.

Er zijn meerdere redenen waarom ik niet graag op de Intensive Care terecht zou komen, misschien is wel de belangrijkste dat ik mij ervan bewust ben dat het tot de taak van de verpleegkundigen behoort om regelmatig patiënten te keren.
Ik zal er zelf niet veel van merken, want ik heb begrepen dat ze daar allemaal in kunstmatige slaap op hun buik liggen, maar de verpleging heeft het al moeilijk genoeg.

Een gezet persoon moet accepteren dat hij in het intermenselijk contact te maken heeft met nogal wat open deuren en goedbedoeld advies.

Het gaat natuurlijk bijna altijd over eten. Mensen vertellen mij wat ik wel en niet moet eten en vervallen vaak in een uitgebreide monoloog over hun eigen eetgewoonten.

Mijn statuur suggereert frequent bezoek aan een MacDonald’s en dat moet natuurlijk bekritiseerd dan wel afgeraden worden.

Er is een gouden regel die voor mij in al dit soort gesprekken bewezen wordt: wat lekker is, is ongezond en omgekeerd.

Met het heilig licht in de ogen vertellen zij wier BMI picobello is me welk gruwelijk lijden obesitas kan veroorzaken.

Ze realiseren zich niet dat ik daar zelf natuurlijk ook wel eens een enkele gedachte aan gespendeerd heb. Dat gaat helemaal vanzelf als je voortdurend het equivalent van een forse kleuter mee moet torsen. Als je een kleuter op je schouders hebt zegt die nog weleens iets leuks, maar de dag moet nog aanbreken dat mijn buik grappig uit de hoek komt.

Als ik vertel dat er erg veel prettige activiteiten zijn die de mens in zittende toestand kan uitvoeren wordt meewarig met het hoofd geschud.

Weer komt er een verhaal van wat men zelf allemaal pleegt te doen op het gebied van lichaamsbeweging. Enthousiast wordt het aantal uren genoemd dat in sportscholen wordt doorgebracht. Niemand vertelt de waarheid: dat het uitermate stompzinnig, geestdodend en vooral sáái is om voortdurend zwetend dezelfde handeling te herhalen.

Simpele, repetitieve handelingen zijn wellicht aanlokkelijk voor onze medemensen die een plaatsje bekleden hoog binnen het autistisch spectrum, normale mensen hebben het na vijf minuten wel gezien.

Fietsen en wandelen zijn erg handige middelen om ergens te komen waar men moet zijn. Als men nergens hoeft te wezen en na verloop van tijd gewoon weer thuiskomt is er dus sprake van een tamelijk nutteloze exercitie.

Er zal nooit eens iemand zijn die zegt: oké, je bent wat te zwaar, so what?

Als er geen preek komt kunnen je gesprekspartners het ook over een andere boeg gooien:

  • We zijn allemaal slachtoffer van de eetcultuur! Overal is voedsel te krijgen, het meest slechte eten is goedkoop en voor gezond eten moet je veel geld betalen.
  • We zijn eigenlijk nog jagers-verzamelaars: het was destijds heel verstandig je vol te stoppen als de gelegenheid zich voordeed. Je wist maar nooit hoe lang de volgende maaltijd op zich zou laten wachten.
  • Het is allemaal zo cultuur-bepaald! In onderontwikkelde landen is het juist een teken van welvaart en voorspoed als je veel vet hebt. Een mager stamhoofd kan niet rekenen op respect van zijn onderdanen.

De ergsten zijn natuurlijk zij die verkondigen dat ze kunnen eten wat ze willen, ze komen toch niet aan! Ze zeggen dat op verontschuldigende toon met een uitgestreken gezicht, je zou ze een schop voor hun zelfgenoegzame kont willen geven.

Maar een dik persoon mag dat niet. Hij moet geïnteresseerd en dankbaar luisteren naar alle verhalen en adviezen en mag alleen maar knikken.

Gelukkig zijn er heel knappe wetenschappers die onomstotelijk hebben bewezen dat lichaamsomvang vooral genetisch bepaald is. Je bent niet dik omdat je teveel eet, maar omdat je vader het ook was!

Zo mag ik het horen.

 

 

 

 

Amsterdamse School in het Noorden

Als je de term Amsterdamse School hoort denk je natuurlijk in de eerste plaats aan de hoofdstad.

Ik las een prachtig boek waaruit bleek dat deze kunststijl op meer plaatsen te vinden is, met name in Groningen.

Ik houd erg van de Amsterdamse School: baksteen in golvende vormen, brede kozijnen en veel glas-in-lood. Deze stijl werd vooral toegepast in het begin van de vorige eeuw, de bekendste voorbeelden vind je in de Spaarndammerbuurt, waar sinds kort ook een AS-museum gevestigd is (het Schip).

Toen ik nog op de Amstelkade woonde kwam ik vaak langs het prachtige gebouw van de Dageraad en bezocht ik de naastgelegen bibliotheek. Later heb ik veel meer AS-gebouwen bezocht.

Stadjerspaleizen is een prachtig geïllustreerd boek waarin een uitgebreid beeld wordt geschetst van Amsterdamse School-uitingen in Groningen.

Ik keek mijn ogen uit. Niet alleen zijn er heel veel prachtige huizen en andere gebouwen te vinden, ze zijn voor een groot deel ook nog in prachtige staat (of heel mooi gerestaureerd) en vooral: heel erg kleurig!
Dat ben ik helemaal niet gewend, ik kan me geen enkel AS-gebouw in Amsterdam voor de geest halen dat uitbundig gekleurd is.

In Groningen spatten de primaire kleuren ervan af.

 

Het boek is bijzonder mooi vormgegeven, er staan talrijke prachtige foto’s in en de schrijfster heeft voor de koppen de Mokum Karbouw als letter gekozen, die duidelijk geïnspireerd is op de AS typografie.

In haar voorwoord vertelt van der Horst dat ze  vormgeving en fotografie voor haar rekening heeft genomen en dat haar uitgever het een goed idee vond dat ze ook “maar even verantwoordelijk moest zijn voor de gehele inhoud”.

Er is dus geen corrector aan de publicatie te pas gekomen, en dat is te zien. Er staan nogal wat slordige druk- en taalfouten in, die afbreuk doen aan de inhoud.

Ik ga vast een keer naar Groningen om met eigen ogen alles te bekijken waar dit boek me op opmerkzaam heeft gemaakt.

 

Stadjerspaleizen                      7 ½