Dans

Ik heb niet zoveel met dansen. Waarschijnlijk heeft het er iets mee te maken dat ik het niet kan.

Toen ik een jaar of vijftien was ging ik op dansles. Ik kan me niet voorstellend dat dit destijds een actie was die zijn basis vond in de uitoefening van vrije wilsbeschikking. Waarschijnlijk hebben mijn ouders een rol gespeeld. Mijn moeder placht mij naar haar hand te zetten door me voor die avond een gehaktbal in het vooruitzicht te stellen. Mijn vader was niet in alle gevallen met zijn tijd meegegaan. (Zo stelde hij zich voor dat ik tijdens mijn studie “en pension” zou kunnen gaan, waarbij een vriendelijke hospita mij zou voeden en zorg zou dragen voor mijn bewassing).

Ik leerde dus wals, tango en quickstep en zag geen kans onderwijl een knappe meid te versieren die voor mij gevallen was vanwege de uitzonderlijk vloeiende en sexy manier waarop ik mijn lichaam bewoog.

Sterker nog, niet zelden waren er te weinig meisjes en nam de dansleraar (een kleine, kalende man met puntschoenen en pommade in zijn haar) de rol van danspartner op zich.
Ik was me bewust van die schoenen omdat ik er voortdurend bovenop stond en van dat haar omdat ik er tijdens het dansen op neerkeek.

Ik ging weleens naar een dancing, maar omdat mijn talenten eerder in verbale hoek gezocht moesten worden en niet op het gebied van ritmisch bewegen kwam ik hier nauwelijks aan mijn trekken. Korte boodschappen over het lawaai van de muziek in iemands oor schreeuwen haalt het toch echt niet bij een goed gesprek.

Op de school voor volwassenenonderwijs waar ik werkte werd ook weleens een feest georganiseerd. Veel cursisten dansten naar hartenlust en wilden graag dat ik mij ook op de dansvloer zou begeven.

Vaak zei ik dan dat ik net een heel nare blessure aan mijn enkel had opgelopen, later leerde ik hen dat er in Nederland een wet bestond die personen langer dan 1.90 m verbood te dansen. Aangezien ik 1.94 mat moest ik dus tot mijn spijt dit genoegen overlaten aan kleinere mensen.

Ik kan ook niet echt enthousiast worden van het kijken naar dansen. Bij ballet lopen de meisjes steeds weg om dan weer terug te komen en balanceren ze voortdurend op hun tenen. De mannen dragen een maillot die hun geslachtsdelen beknelt. Ze tillen de meisjes op en zetten hen dan even later weer neer.

Ook bij moderne dans wordt veel heen en weer gelopen. De deelnemers steken voortdurend hun ledematen zo ver mogelijk uit en hier worden de meisjes vaak op een ingewikkelde manier over rug en schouders van de jongens van links naar rechts verplaatst.
Er zijn ook veel smachtende blikken.

Op het onuitputtelijke Youtube stuitte ik op een filmpje waarin een Chinees echtpaar dans heeft ontdekt als therapie.

Ik heb het hele filmpje uitgekeken omdat ik aangestoken werd door hun enthousiasme. Kijk maar eens!

Mijn vrouw zal ongetwijfeld een poging wagen mij op te vrolijken als ik bijkom van een ernstig auto-ongeluk. Maar ja, ik zit dan met die enkel. En die wet waaraan ik mij als brave burger houden moet.

Winkelen

Binnenkort zullen we weer boodschappen moeten doen op Terschelling. Ik ben benieuwd hoe ze daar het besmettingsrisico aanpakken.

We zijn eraan gewend dat de (meestal krappe) gangpaden in de winkels in beslag worden genomen door tieners die voor het eerst zelfstandig op pad zijn en uitvoerig met elkaar staan te overleggen of ze nu twee of drie blikken knakworst moeten kopen, en wie ervoor zal betalen. In hun karretjes staan natuurlijk al zes kratten bier, hierover hoeft niet gediscussieerd te worden.

Ze zullen zich na verloop van tijd met de volgeladen wagentjes, die notoir lastig in de hand zijn te houden op een onregelmatig wegdek, richting de Appelhof begeven, waar ze het lauwe bier vervolgens in rap tempo zullen opdrinken. Van de lege kratten worden bouwsels gemaakt, soms met meerdere verdiepingen.

Er is een gemeenteverordening die bepaalt dat de uitbater van de jongerencamping geen bier op zijn terrein mag verkopen. Als gevolg proberen nu continu jongelui die alvast van hun inkopen geproefd hebben de volgeladen karren op het fietspad vergeefs in het rechte spoor te houden. Fietsers zijn blij als ze dat stukje zonder kleerscheuren zijn gepasseerd.

 

Ik deed vandaag weer boodschappen voor de hele week bij de Vomar. Voor de winkel staat de buurman, die zich keurig aan het gebod houdt dat je niet met z’n tweeën de winkel in mag. Zijn echtgenote moet allerlei moeilijk besluiten nu in haar eentje nemen.

Ik trek een kar (mandje mag niet meer) uit de rij. De kettinkjes die in vroeger tijd moesten worden losgekoppeld hangen allemaal los, ik hoef er geen muntje meer in te stoppen.
Je zou denken dat de parkeerplaats nu vol staat met verlaten wagentjes, die niet meer zijn teruggebracht omdat er geen statiegeld voor is betaald, maar ik zie er niet één.
We zijn braver dan de bedenker van het systeem had gedacht.

Het winkelende publiek manoeuvreert op een enigszins vermoeide manier langs elkaar, een enkeling draagt een mondkapje of latex handschoenen.

Mijn supermarkt kondigt met grote letters aan dat je je boodschappen gratis krijgt als je de vierde wachtende in de rij voor de kassa bent. Er zijn wel wat uitzonderingen, die zorgen er kennelijk voor dat het nooit zo ver komt. Ik heb nog nooit gezien dat iemand van dit aanbod profiteerde.

Het is inderdaad zo dat er nooit lange rijen staan voor de kassa’s. Het valt me op dat de caissières altijd erg op hun hoede zijn dat de rijen niet te lang worden. Zodra er gevaar dreigt wordt een collega aangespoord een lege kassa te bemensen.
Dat is best bijzonder, omdat zorgvuldige oplettendheid niet tot de standaarduitrusting van de gemiddelde tiener behoort. Ik denk dat als het echt zo ver komt dat een klant gratis boodschappen mee mag nemen, het aankoopbedrag wordt ingehouden op het salaris van de medewerkers. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat er een bonus in het vooruitzicht wordt gesteld als het niet gebeurt.

Sinds kort worden wij als klanten er ook van verwittigd als het kritieke moment in zicht komt. Er klinkt een ernstig vervormd akkoord, dat via elektronische weg tot stand werd gebracht en een afgrijselijk opgewekte vrouwenstem vertelt ons dat er een nieuwe kassa geopend wordt. Ze legt elke klemtoon op de verkeerde plaats.  Zou er een lint worden doorgeknipt?

Als ik sta te wachten om te mogen betalen kan ik geen kant opkijken zonder geconfronteerd te worden met Coronawaarschuwingen. Zelfs het rode balkje dat door mijn voorganger pinnig achter haar laatste artikel wordt geplaatst, om te voorkomen dat zij straks opdraait voor de kosten van mijn liederlijk bestaan bevat een waarschuwing.

Het valt me op dat het meisje achter de kassa met een zekere loomheid de boodschappen langs de scanner haalt. Als ik later zelf aan de beurt ben geweest ontdek ik dat we precies hetzelfde tempo hebben aangehouden: ik had alles in mijn tassen gestopt toen ze aankondigde dat het tijd was om te betalen. Dat voelde heel goed, je bent immers meestal verplicht je inpakwerk te onderbreken om aan je financiële verplichtingen te voldoen (eerst nog vertellen dat je geen kooppunten wilt hebben en afziet van de zegeltjes). Je bent er dan helemaal uit als je je werk weer oppakt, je uitgekiende inpakschema is in de war geraakt en je krijgt niet alles meer in je tas.

Een andere medewerkster heeft de gewoonte de kassabon netjes op te vouwen en aan je te overhandigen samen met de zegeltjes. Ze zegt dan steevast: “En hier nog de administratie”. Je pakt het pakketje aan, terwijl je eigenlijk op geen van tweeën prijs stelde.

Binnenkort zal Vomar het drie weken zonder mijn klandizie moeten stellen. Ik ben dan bezig de economie van ons mooiste eiland te ondersteunen.

 

 

Zwerven op Youtube

UOGB

Wie speelt er nou ukelele?
Ik herinner me dat ik wel eens Hawaïaanse muziek hoorde, daarin wordt vaak ukelele gespeeld. Brigitte Kaandorp had er ook eentje, maar dat was waarschijnlijk omdat ze expres een beetje een lullige indruk wilde maken.

Want het blijft natuurlijk een raar gezicht, een volwassene met zo’n poppengitaartje.

Ik weet niet waarom ik bleef haken bij een opname van het  Ukelele Orchestra of Great Britain, een gezelschap van acht Engelsen, die zich uitsluitend bedienen van dit instrument. Ze kunnen er van leven!
De aanvoerder ziet eruit als de tweede bediende van het onderdelenmagazijn, maar hij is briljant.

Het zijn natuurlijk heel knappe musici die mooie muziek maken, maar ze presenteren ook een komische act. Ze steken de draak met zichzelf, dat is misschien wel de enige manier waarop je te werk kunt gaan als je zo’n instrument bespeelt.

Het doet een beetje denken aan de Harlem Globetrotters: stuk voor stuk uitmuntende basketballers, maar helaas niet lang genoeg. Ze maakten dus maar een show van hun sport en zetten boomlange “echte” spelers voor gek met hun virtuoze balbeheersing.

Ik heb nooit een echt optreden meegemaakt, dat moet een heel aparte ervaring zijn. Ik zag natuurlijk wel menig filmpje op Youtube, deze vind ik het bijzonderst.
Ik weet uit ervaring hoe moeilijk het is je eigen partij vast te houden in een koor, hoe moet het zijn om je eigen lied te blijven zingen terwijl je collega’s allemaal tegelijkertijd hun eigen nummer ten gehore brengen? En hoe zorg je ervoor dat het ook nog een beetje goed klinkt?

Verder maken ze er natuurlijk het beste van gedurende de lockdown, dit vind ik een heel mooi voorbeeld. Let vooral op de rol van de bas-ukelele (die heb je ook!)

Sarah Cooper

Ook haar kwam ik tegen toen ik Youtube afstruinde.

Razendknappe satire, nu eens niet door een typetje, ook niet door een montage waarbij alle stupiditeiten van Trump op een rijtje worden gezet, maar door het simpelweg mee-mimen van zijn woorden.

Op geen enkele manier kan de complete krankzinnigheid van de Amerikaanse president beter worden aangetoond: echt kijken!
Ze heeft er nog veel meer gemaakt!

And?

En tot slot zomaar een grappig plaatje:

E-bike

In juli 2017 werd mijn eerste e-bike thuis afgeleverd door een meneer die was ingehuurd om fietsen te bezorgen, maar niet veel verstand van fietsen had. Dat heb je ervan als je een fiets online koopt.

De Sparta beviel wel goed, het was een fijne fiets, maar op 16 april vorig jaar werd hij gestolen. Hij stond op slot en ook aan de ketting, maar dat had niet geholpen.

Gelukkig was ik goed verzekerd en nam me voor de nieuwe fiets dit keer gewoon bij de fietsenmaker te kopen.

Ik was niet erg tevreden over de online fietswinkel, vond dat je beter je plaatselijke middenstander kunt ondersteunen en vooral: het is prettig om naar een mens toe te kunnen gaan als je service nodig hebt.

Ik bleek de kleine lettertjes van mijn verzekering niet goed te hebben gelezen, ik kreeg geen geld uitgekeerd maar mocht (moest) bij dezelfde onlinewinkel een nieuwe uitzoeken.

Ik was er niet blij mee, maar kon toch moeilijk afzien van de uitkering. Bij de Fietsenwinkel bestelde ik precies dezelfde fiets die ik eerder had gehad. Die had ik destijds met zorg uitgezocht en was prima bevallen.

Mijn fiets zat niet meer in het assortiment. Ik probeerde dit nog even als argument te gebruiken om alsnog mijn fiets elders te mogen kopen, maar dat lukte niet.

Met onze vakantie op Terschelling in zicht (de fiets is dan onmisbaar) begon de tijd te dringen.

Omdat enkele fietsen die ik aanvankelijk uitkoos een lange levertijd hadden kwam ik uiteindelijk uit bij eentje die weliswaar duurder was dan mijn oude en die ook alleen leverbaar was in damesmodel (je kunt ook zeggen: unisex), maar die direct leverbaar was.

Binnen twee weken na de diefstal kon ik alweer opstappen, dat was dus heel snel.

Ik ben nu de trotse bezitter van een Brinckers e-bike. De naam suggereert een oernederlands product, maar hij komt voor het grootste deel uit China.

Ik hoef niet meer mijn been over het zadel te zwaaien bij het op-en afstappen, maar blijf dat uit gewoonte doen.

 

Hij bevalt gelukkig goed, ik had een paar aanloopproblemen: ik moest zelf de moeren die het achterwiel op zijn plaats houden extra aandraaien (hard remmen had het wiel scheefgetrokken omdat ze aanvankelijk niet goed aangedraaid waren) en ik had al snel een lekke achterband. Deze moest meteen vervangen worden, want hij was van inferieure kwaliteit.

Ik heb mijn nieuwe fiets dus inmiddels ruim een jaar en heb er inmiddels ruim 1700 km mee afgelegd.

Daar komen hopelijk heel wat bij als we weer heerlijk op Terschelling gaan fietsen!

 

Ja meneer

Toen ik directeur werd van een basisschool bleek dat de kinderen de teamleden – en dus ook mij – aanspraken met juf + voornaam of meester + voornaam.
De ervaring leerde dat kinderen hier geen enkele moeite mee hadden.  Voor hen was dit even natuurlijk als het gegeven dat ze hun vinger op moesten steken als ze een vraag wilden stellen.

Ik vond het wel grappig op deze manier de aanspreektitel terug te krijgen die ik al lang kwijt was sinds ik in andere onderwijssoorten terecht was gekomen.

Het deed me ook denken aan de anekdote die mijn zus vertelde over haar vriend Ron, die ook onderwijzer was. Die had zojuist zijn intrek genomen in zijn nieuwe flatwoning toen de buurman zich kwam voorstellen: “Ik ben drs. de Vries”.

Ron had toen heel ad rem de begroeting beantwoord met: “Aangenaam, ik ben meester Bezemer”, waarna de buurman in zijn nopjes terugkeerde naar zijn eigen woning in de overtuiging dat het trappenhuis verrijkt was met nog een academicus.

Het beviel me wel dat de kinderen juf Annelies en meester Martin zeiden, ik vind het goed dat het verschil in rol tussen leerling en leraar op deze manier bevestigd wordt.
We verwachtten van de kinderen ook dat ze de leerkrachten met u aanspraken, wat ik een goede vormende gewoonte vind, bedoeld om kinderen duidelijk te maken dat je door niet iedereen te tutoyeren je respect toont aan volwassenen die over veel meer levenswijsheid beschikken. Dat niet elk groot mens dit respect verdient laat ik maar even in het midden.

Anno 2020 wordt nog maar weinig aandacht besteed aan aanspreekvormen. We zeggen geen excellentie meer tegen ministers en ik geloof dat je zelfs de koning met meneer mag aanspreken.

Ik was als kind onder de indruk als mijn vader zich meldde na het opnemen van de telefoon: “U spreekt met Minnema”. Ik vroeg me af welke leeftijd je bereikt moest hebben om je voornaam weg te laten. De tijd heeft me ingehaald.

Ik gebruik nog altijd mijn voor- en achternaam als ik mij voorstel en moest er een beetje om lachen toen ik Jeroen Krabbé dat hoorde doen als “Mister Krabbé”.

Maar ik blijf eraan hechten om ouderen en onbekenden zelf wel met u aan te spreken. Dat kost mij geen enkele moeite.

Ik was dus verbaasd toen ik dit stukje aantrof in mijn krant.

“Meneer” is voor deze briefschrijver een stigmatiserende en denigrerende term.

Vreemd, ik weet dat je als oudere persoon door allerlei omstandigheden van bijna alle waardigheid beroofd kan zijn, maar kan me voorstellen dat je er prijs op stelt dat dit minimale teken van respect wel gehandhaafd wordt.

Ik hoop dus dat als ik (God verhoede het) in een verzorgingshuis ben beland de verpleegkundige tegen me zegt: “Meneer Minnema, we komen u even naar het toilet helpen” en niet: “Nou Martin, het is tijd om te poepen”.

Zo behoud ik het best mijn identiteit!