Argus

Ik las dat enkele oud-journalisten plannen hadden een nieuw blad te maken, er moesten artikelen in komen zoals de legendarische reportage de pont van kwart over 7 in Vrij Nederland.
Ik abonneerde me terstond toen ik hoorde dat het eerste nummer verschenen was.

Het valt niet tegen. Ik merkte dat ik Argus net zo soepel en met net zoveel plezier lees als mijn lijfblad de Volkskrant. Opvallend genoeg kan ik niet hetzelfde zeggen met betrekking tot Vrij Nederland of de Haagse Post. Ik koop wel eens een los nummer van deze weekbladen (inmiddels is VN al geen weekblad meer) en ervaar steeds een lichte teleurstelling. Vroeger waren ze beter…

De opmaak is mooi, er is een mooi Art-nouveau achtig lettertje gevonden voor de titel en de rubrieken, de opmaak is prettig en de gebruikte taal zorgvuldig.

De inhoud is gevarieerd, er staan geen adembenemende stukken in maar ook geen saaie.
Het langste artikel is van Ben Haveman, een stuk over Theo Bouwman (“een van de drijvende krachten achter Argus“). Het is behoorlijk kritisch, Bouwman is niet onbesproken.
Ik las alles, met uitzondering van het recept voor broccolisoep. Ik houd niet van broccoli. Afbeeldingen zijn meestal in zwart-wit.

Filosoferend over de wat fletse aanblik van het medialandschap bleek dat de bedenkers van dit blad een gevoel van weemoed met elkaar deelden. Het klassieke opinieweekblad bestaat niet meer.

De makers van Argus blijven tegen de stroom in geloven dat journalistiek behalve op “nieuws” drijft op nieuwsgierigheid, een dwarse kijk op de werkelijkheid, wantrouwen, een glimlach, passie, compassie, persoonlijke visie en gezonde ijver.
Heel belangrijk: wat met plezier is geschreven, wordt over het algemeen met plezier gelezen. En we geloven in wat tegenwoordig “print” wordt genoemd. Argus is en blijft een papieren krant.

We zijn niet afhankelijk van adverteerders of aandeelhouders. We hoeven ons niet in bochten te wringen om doelgroepen te behagen. We trekken pen en notitieblok en stappen gretig op de wereld af, zoals ons rolmodel Argus zou doen, de ijverige verslaggever van de Rommeldamse courant, het lijfblad van Ollie B. Bommel. We blijven trouw aan onszelf en aan de lezer. Eigenlijk hebben we met Argus gewoon de auteurskrant in het leven geroepen die we zelf graag zouden willen lezen.
(Rudie Kagie en Kees Schaepman, hoofdredactie).

Ik herinnerde me nog van heel lang geleden hoe Argus eruit zag: de journalist had een spitse snuit, een sigaret in zijn mondhoek en droeg een hoed met in de band een perskaart. Toen ik de titelafbeelding zag was ik verbaasd: Argus droeg een baret.
Maar mijn geheugen had me toch niet in de steek gelaten: dit is Argus in gesprek met Joost.

 

Over twee weken verschijnt aflevering twee.

Argus:        8

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *