Witteman en Carmiggelt

Sylvia Witteman beschrijft in haar laatste column de ongemakkelijke positie waarin een goedbedoelende persoon met het multiculthart op de goede plaats terecht kan komen als ze de enige witte blijkt te zijn te midden van allemaal bruine mensen.

Ze schrijft verder dat ze als enige getuige is van een winkeldiefstal: een mevrouw laadt haar boodschappentas vol en vertrekt zonder te betalen.

Witteman weet niet goed wat ze moet doen en verlaat in verwarring de winkel in de wetenschap dat ze er niet terug kan komen. Ze moet de lekkere sambal voortaan ergens anders kopen.

Het toeval wilde dat ik juist gisteren een verhaal van Carmiggelt las, waarin een vergelijkbaar thema voorkomt. Het heet Elders IV en staat in de bundel Ze doen maar (Amsterdam 1976).
Hij schrijft over een kleine dorpswinkel in Frankrijk, waar een vrouw elke dag haar kostje bij elkaar steelt. Zowel de winkeleigenaar als de klanten zijn zich hiervan bewust maar grijpen niet in. De eigenaar berekent (met stilzwijgende instemming van zijn clientèle) iedereen een klein beetje extra voor de boodschappen. Op deze manier betalen alle klanten samen voor de arme vrouw die zelf niet genoeg geld heeft en anders verhongeren zou.
Ze kan op deze manier de illusie bewaren dat ze weliswaar steelt, maar niet afhankelijk is van de goedertierenheid van anderen.
Aan het slot van het verhaal wordt duidelijk dat deze kleine winkel met zijn prachtige charitatieve systeem niet lang meer zal bestaan: tegen de grote supermarkten valt niet te concurreren.

 

Ik stuurde Witteman een mailtje waarin ik haar wees op het bestaan van bovenstaand verhaal. Ik weet dat zij net als ik een groot liefhebber is van de Amsterdamse columnist en denk dat ze het leuk vindt dat ze hierop attent gemaakt wordt.

Ik gaf haar bovendien in overweging zichzelf de vraag te stellen of in de Surinaamse winkel die zij bezocht wellicht niet eenzelfde stilzwijgende afspraak is gemaakt met betrekking tot de vrouw met het hoedje.
Als dat zo is kan ze met een gerust hart daar haar favoriete sambal blijven kopen.

 

 

Carmiggelt was geen bridger

Enige tijd geleden heb ik het plan opgevat het complete oeuvre van Simon Carmiggelt te lezen. Geen geringe taak, zijn bibliografie beslaat vier A’4-tjes. Ik ben inmiddels bij boek nummer 24 en heb er nog geen genoeg van.

Ik lees elke dag een paar verhaaltjes, ze zijn maar kort, en sla af en toe via Marktplaats mijn slag als de voorraad boeken opraakt.

Carmiggelt is een meester in beschrijven en karakteriseren van personen. Hij kan “gewone” mensen prachtig tot leven wekken, hun belevenissen zijn vaak heel herkenbaar.

Zijn verhalen zijn natuurlijk wel gedateerd. Het valt me op hoe vaak hij woorden, citaten of namen gebruikt, die nu bij heel veel lezers vraagtekens zullen oproepen. In Carmiggelt’s wereld zijn vrouwen soms nog juffrouw, lopen obers en kelners rond, hebben auto’s een choke en ben je stokoud als je 69 jaren telt. Hij vertrouwt erop dat je Gorter en Rimbaud kunt plaatsen en gebruikt het woord billijk als hij niet duur bedoelt.

Mij stoort het niet, ik houd wel van archaïsch taalgebruik en berust er met betrekking tot de namen en citaten in dat mijn generatie minder weet dan de vorige. Hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden van elke generatie.

Mooi bridgeverhaal

Af en toe ontmoeten twee hobby’s elkaar. In de bundel Je blijft lachen kwam ik het verhaal Eender tegen.
Carmiggelt observeert een echtpaar dat zojuist heeft deelgenomen aan een bridgedrive. Hij en zijn vrouw zijn aanvankelijk jaloers op hen, omdat ze zoveel eendracht uitstralen en kennelijk zo genieten van hun gezamenlijk tijdverdrijf. Aan het slot blijken de zaken iets gecompliceerder te liggen.

 

Hij voert het bridgende echtpaar sprekend in, maar er klopt niet veel van wat ze zeggen. Carmiggelt is duidelijk zelf geen bridger.

“Kijk, als ik open met een kleine harten, dan heb ik toch drie heren nodig, Jan?”

“Tja, met twee Sans ga ik toch zó down, Lies, als ik niet weet waar ’t klaveraas zit?” “Tuurlijk, dat kon je ook niet weten, want ……” Enzovoort.* 

*Je kunt niet openen met een kleine harten, je kunt er wel eentje bijspelen.
Ik kan me geen enkele situatie voorstellen waarbij het van belang is drie heren te bezitten om te mogen bieden. Als je maar genoeg punten hebt doet het er niet toe welke plaatjes je hebt. Je gaat niet met 2 sans down, je kan in een sanscontract down gaan. Twee Sans Atout kan inderdaad een verkeerd contract zijn als de positie van klaveraas cruciaal is. Als die in de veilige hand zit is er geen vuiltje aan de lucht, maar als de verkeerde kant aan slag komt wordt er dwars door je harten gespeeld (de heer stopt dan niet meer) en kom je onherroepelijk in dwang of krijgt afgooiproblemen.

 Wonderlijk tijdverdrijf

Bij mensen die niets van bridge weten schemert vaak door dat ze het eigenlijk maar raar vinden dat anderen zich ermee bezighouden. Een lezeres van dit blog vertelde me dat ze bij het lezen van mijn bridge-stukje associaties had met de fantastische sketch van Jiskefet (Stiften).

Mijn moeder ging nog een stapje verder: ze vond alle kaartspellen raar. Had dit wellicht iets te maken met haar Calvinistische opvoeding? Ze ontleende een zekere superioriteit aan het feit dat ze zich niet met dergelijke onzin inliet. Toen ze mijn schoonvader ontmoette, die een enthousiast klaverjasser was, verklaarde ze trots dat ze de ene kaart niet van de andere kon onderscheiden. Ze verwachtte waarschijnlijk bijval, maar ontlokte slechts de terechte opmerking: ”Dat is dan knap stom”. Gelukkig kon ze daar wel om lachen.

Ook Roald Dahl schreef  over bridgers

Het verhaaltje van Carmiggelt deed me denken aan het prachtige korte verhaal van Roald Dahl: My Lady, my Dove. Hierin komen ook twee bridgende echtparen voor, waarvan er een vals speelt….
Aan het eind zit natuurlijk weer zo’n magnifieke Roald Dahl-twist.  Lezen!

 

 

 

 

Buiten je bubble

In een van mijn zwembaddiscussies met een Wildersfan (zie mijn blog en deze) kreeg ik het verwijt dat ik eens uit mijn Volkskrantbubble moest komen en de zaken ook eens van een andere kant moest bekijken.

A. stuurde me een link naar een site waar ik inderdaad nog nooit op geweest was: The PostOnline. Hij wilde graag dat ik een vraaggesprek las met een Zweedse hoogleraar, die ontslagen was.
Hij wilde hiermee bewijzen dat je geen kritiek mag uiten op de Islam, want dat kost je je baan.

Het is een vreemde gewaarwording rond te struinen op een site die inderdaad nogal anders is dan de Volkskrant. Ik schreef:

Hoi A.
Ik vind het fascinerend om deze site te bekijken. Ik kom er niet goed achter wat precies de achtergrond is, men noemt zich onafhankelijk, maar op de een of andere manier ademen alle artikelen toch wel ongeveer dezelfde sfeer. Het doet me een beetje aan GeenStijl denken: zogenaamd overal tegenaan schoppen, maar het zijn toch wel opmerkelijk vaak linkse schenen.

Op zoek naar meer informatie over the PostOnline vind ik onder de kop FAQ het volgende:

Wat is ThePostOnline precies?
ThePostOnline is een platform zonder ideologie of dogma’s. ThePostOnline is beslist niet van zijn eigen moraal overtuigd. Daarom is ons motto ook: ‘Voorbij het eigen gelijk’. Verder maken we nieuws, het liefst nieuws dat andere media bewust of onbewust laten liggen. Daarom is ons andere motto ook: ‘Als u slaapt zijn wij wakker’.

Verder valt op dat er flink gehengeld wordt naar donaties, misschien omdat de hoofdredacteur, Bert Brussen, als motto pecunia non olet heeft.

De toon is enigszins schertsend, Pietje-Bell achtig maar vooral ook erg slachtofferig: de linkse elite en moraalridders hebben het op ons voorzien, terwijl we toch zo objectief zijn!
Een kop als deze doet anders vermoeden:

Ik bekeek op verzoek van A. het volgende filmpje en gaf dit commentaar

Het verhaal over de Zweedse hoogleraar: we moeten aannemen dat het hier over een soort Berufsverbot gaat, maar er zijn weinig feiten: hij klaagt dat hij het alleen maar heeft gehad over John Stuart Mill, en dat hij op grond daarvan ontslagen is. Maar ik hoor dat de universiteit eerst enkele gesprekken heeft georganiseerd en toen een procedure is gestart. Dat klinkt best zorgvuldig.
Ik neem aan dat ook in Zweden de ontslaggrond en -procedure door de rechter kunnen worden getoetst, dat heeft hij zo te zien niet geprobeerd.
Elke universiteit (elke werkgever) heeft het recht werknemers te ontslaan, maar dat mag nooit op grond van slechte onderbouwing gebeuren. Ik vermoed dus dat er hier sprake was van rechtmatige gronden. Ik kan aan het filmpje verder geen informatie ontlenen.

Vind je het niet een wat huilerig verhaal? ” Ik had het alleen maar over Stuart Mill en toen zat er een bekeerde moslima in de zaal die zei dat ik niet neutraal was en nu ben ik ontslagen!”

Misschien denk je dat de situatie in Zweden erger is dan in Nederland? Hier mogen academici als Jansen, Hirsi Ali en Baudet toch gewoon volop hun mond opendoen? Wilders is volgens mij geen academicus, anders kon die er ook nog bij.

Ten slotte begon ik aan een artikel over Joshua Mitchell, een Amerikaanse hoogleraar die wijst op het gevaar van de Islam en kritiek heeft op de Westerse houding. Ook na herlezing kon ik er geen touw aan vastknopen.

Het lijkt erop dat de verslaggeefster (Sietske Bergsma) aangeslagen was op het thema anti-Islam en daarom het hele verhaal gepubliceerd heeft, ondanks het feit dat de inhoud volstrekt onduidelijk is.

De manier waarop Bergsma zichzelf voorstelt is trouwens ook veelzeggend:

Sietske Bergsma (de wereld, vorig millennium) is schrijfster en ’schreckliches Kind’ sub rosa. Inlevend en doordacht. Bewust gehuwd moeder. Zelfreinigend.

Ze noemt zichzelf Bewust gehuwd moeder, een grapje naar aanleiding van de term Bewust Ongehuwde Moeder. Zij moet hier natuurlijk niks van hebben, veel te links-elitair.
Nogal oubollig, want de laatste keer dat iemand het nog over BOM-moeders had was veertig jaar geleden.

Ik heb goed rondgekeken, maar ben niet erg onder de indruk. Ik ga maar weer terug naar mijn Volkskrant.

The Post Online:                4

 

 

 

 

Vijf sterren lezen

Sinds 1980 verschijnt een keer per jaar de Detective en Thrillergids als bijlage bij Vrij Nederland. In deze gids wordt een overzicht op schrijver gegeven van alle boeken op dit gebied die in het Nederlands vertaald en verkrijgbaar zijn.

Ik houd van het genre, dus ik zorg dat ik elk jaar een exemplaar te pakken krijg. Ik lees de besprekingen en maak een lijstje van de boeken die vijf sterren krijgen.
Daar selecteer ik er weer een paar van om mee te nemen op vakantie.
Als het oorspronkelijk Engelstalige boeken zijn koop ik de Engelse uitgave, bij Scandinavische thrillers (die vaak erg goed zijn) ben ik afhankelijk van de vertaling.

De meeste boeken zijn voor minder dan 10 pond te koop bij Amazon, ik kan dus voor relatief weinig geld een stapeltje laten komen.
Wat is er fijner dan een doos met nieuwe boeken open te maken? Ik bekijk de covers, snuffel even aan elk boek en zet ze dan weg. Het spreekt vanzelf dat ik er nog niet in lees.
Ik verkneukel me vast op het moment dat ik op de camping zit en eindelijk genoeg tijd/ruimte/gelegenheid heb de boeken een voor een te verslinden.

Het stapeltje boeken dat ik voor de grote vakantie aanschafte is inmiddels behoorlijk geslonken, ik heb heel wat heerlijke uurtjes kunnen lezen.

De kwaliteit van de boeken wisselde. Van sommige kon ik me absoluut niet voorstellen dat de recensent ze vijf sterren waard vond. Soms rammelde het verhaal, een andere keer was de plot ongeloofwaardig of het taalgebruik ondermaats.

The Natural Way of Things door Charlotte Woods spelt zich af in Australië. Een groep vrouwen is samengebracht in het achterland van Australië, afgesloten van de rest van de wereld als straf voor hun gedrag.

Het boek roept herinneringen op aan Waiting voor Godot van Samuel Beckett (iedereen wacht op een mysterieus personage dat nooit komt) en Lord of the Flies van William Golding (wat gebeurt er met mensen die samen opgesloten zitten en vreselijke dingen meemaken?)
De uitgever vergelijkt deze roman met A Handmaid’s Tale van Margaret Atwood. Dat vind ik nogal gezocht. Atwood beschrijft een complete maatschappij die gebaseerd is op ondergeschiktheid van de vrouw, Woods maakt nergens duidelijk waarom de vrouwen gestraft worden en door wie.
Het boek laat een onbevredigende indruk achter, het verhaal stopt ook abrupt. We moeten raden hoe het met de hoofdpersonen afloopt.

The Darkest Secret van Alex Marwood is een pareltje. Een prachtige mystery novel met een fraaie twist aan het einde. De karakters zijn goed beschreven (wat kunnen mannen toch klootzakken zijn en vlak ook de vrouwen niet uit), de plot is goed bedacht. Je krijgt geleidelijk steeds meer inzicht door middel van een knappe verhaalstructuur. De schrijver neemt de tijd de hoofdpersonen uitgebreid te beschrijven zodat hun handelingen geloofwaardig worden.
Op bladzijde 332 (hoofdstuk 39) wordt nog een nieuw karakter geïntroduceerd, die een rol speelt bij een belangrijk verhaalelement. We lezen iets over zijn achtergrond en zijn bestaan en leren hem een beetje kennen. Dan doet hij een belangrijke ontdekking en verdwijnt weer helemaal uit beeld.
Het getuigt van groot schrijverschap als je zo durft te schrijven.
Toen ik het boek bijna uithad wist ik dat het niet goed zou aflopen, maar de wending op de laatste bladzij had ik niet zien aankomen…

The Natural Way of Things                     6
The Darkest Secret                                    8

 

Gelukkig heb ik nog 70 cm ongelezen boeken staan…

 

 

 

De berging van een Engelse bommenwerper

Mijn interesse is gewekt door een boek dat op de toonbank ligt in de tentoonstellingsruimte van het bunkermuseum op Terschelling. Ik wil het aanschaffen, wijs op het betreffende boek en vraag aan de medewerker om een exemplaar.

“Let’s we forget” zegt hij tegen zichzelf en zoekt achter zich in de kast.

Hij heeft waarschijnlijk niet door dat hij de titel verkeerd gelezen heeft, hij had op dat idee kunnen komen omdat “Let’s we forget” grammaticaal incorrect is.*
De goede titel is Lest We Forget.. Het is begrijpelijk dat de verkoper verkeerd leest, het woordje lest komt niet vaak voor.

Het boek is een verslag van de berging van een bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog, de titel verwijst naar de heldenrol van de omgekomen bemanningsleden en spoort ons aan hen niet te vergeten.

Lest we forget
De berging van de Vickers Wellington uit het IJsselmeer.
Door Peter Boomsma en Ruurd Kok

Sinds kort staan naast de ingang van het bezoekerscentrum een vliegtuigmotor met omgebogen propeller en een landingsgestel. Vissers kregen die in hun net en hebben ze aan het museum geschonken.
De onderdelen zijn van een Wellington bommenwerper, waarvan er een aantal zijn neergestort in het IJsselmeer. Een daarvan is niet lang geleden geborgen, het boek doet nauwkeurig verslag van de berging.

Het is fascinerend de reconstructie te lezen van de nacht in 1941 waarop een Engelse bommenwerper met Poolse bemanning opstijgt op weg naar Duitsland, maar niet terugkeert: een Duitse jager heeft hem neergeschoten.
De lichamen van drie bemanningsleden spoelen aan, de andere worden nooit gevonden, tot 2017: dan worden de stoffelijk overschotten van de andere twee bemanningsleden aangetroffen in het wrak: Maciej Socharski en Henryk Sikorski. Het lijk van Stanislaw Pisarski was tijdens de oorlog aangespoeld bij Urk, maar miste het rechterbeen, resten daarvan werden in het vliegtuigwrak aangetroffen…

Het boek heeft als invalshoeken de verschillende disciplines die een rol spelen bij een omvangrijke operatie als deze: van de ambtenaren die toestemming moeten verlenen tot de opdrachtgever (een zandwinningsbedrijf dat zijn gang zonder berging niet kan gaan), de bergers, de leden van de explosieven-opruimingsdienst, de archeoloog en de journalisten. Veel van hen worden geïnterviewd.

Nadeel van deze aanpak is, dat er nogal wat dubbelingen voorkomen en dat er over andere (in mijn ogen zeer interessante) aspecten zeer snel heengestapt wordt omdat deze voor experts zo vanzelfsprekend zijn dat ze het vermelden niet waard zijn.
Zo zou ik heel graag weten hoe men nu precies de stalen wand heeft gebouwd midden in het IJsselmeer, en hoe men de zaak droog kreeg en hield. Ik had ook graag een ooggetuigenverslag gezien van wat er gebeurt aan de lopende band, als alle brokstukken worden bekeken en geïnventariseerd.

Het boek heeft verder een hoog ons-kent-ons gehalte. Het is waarschijnlijk onvermijdelijk dat de deelnemers elkaar flink wat schouderklopjes geven, wat ik wel bedenkelijk vind is dat er erg veel reclame gemaakt wordt. De zandwinningsmaatschappij en de bergingsonderneming worden vele malen met naam genoemd en flink geprezen. De schrijver van het boek (die een rol speelde als professionele voorlichter) zet ook zichzelf even in het zonnetje…
Naar mijn smaak had het boek wat meer over de omgekomen bemanningsleden en het vliegtuig zelf mogen gaan, maar het heeft me niet teleurgesteld. Ik weet nu in ieder geval een stuk meer over wat er allemaal komt kijken bij een project als dit. En ik had er natuurlijk maar wat graag aan meegedaan!

Lest We Forget                    7

 

* Nu we het toch over grammatica hebben: het woordje lest lijkt het meest op ons Nederlandse woord opdat. Een goede vertaling zou dus zijn: Opdat wij niet vergeten. We zien dat in de vertaling een ontkenning niet mag ontbreken. Lest moet dus vertaald worden met opdat + ontkenning.
Wie de Engelse constructie in de derde persoon enkelvoud zou willen gebruiken moet er rekening mee houden dat een subjunctive dan op zijn plaats is: Lest he forget (en niet forgets). Vergelijk met God save the Queen (opdat God de koningin bescherme).

Terschelling bijgehouden II

Slimme Duitsers

We maakten opnieuw de bunkerwandeling, we hoefden niet bang te zijn dat alles hetzelfde zou zijn als vorig jaar. De vrijwilligers zitten niet stil, er is weer heel wat bijgekomen.

Naast de opgeviste motor van een Engelse WO II bommenwerper is ook het restant te zien van een Udet Boje. Dit was een uitvinding van de hoogste luchtmachtofficier, Ernst Udet. Hij vond dat er iets geregeld moest worden voor de piloten die in het Kanaal terecht kwamen nadat hun vliegtuig was neergeschoten. Ze moesten een veilig heenkomen hebben, waar ze konden wachten op redding.

Hij liet vierkante boeien ontwerpen, die op regelmatige afstand voor de kust van Frankrijk verankerd werden.
In deze boeien was plaats voor enkele vliegers. Er was voedsel en droge kleding, een radio om hulp in te roepen en zelfs gezelschapsspelletjes waren niet vergeten.


In de praktijk hebben deze boeien nooit dienstgedaan: door hun vierkante vorm waren ze erg windgevoelig en de verankering deugde niet. De meeste sloegen op drift en strandden.
De RAF gebruikte de boeien ook als schietschijf.
Een van de lobster-pots, zoals ze door de Engelsen genoemd werden, spoelde aan op Terschelling en is onlangs met veel moeite opgegraven.

 

Bridge

Als we op de camping staan gaan we op donderdagavond meebridgen op de Bridgeclub Terschelling. Dat is deze zomer vier keer geweest, we mochten ook nog de Terschellinger eer verdedigen tijdens een kroegendrive. Dat laatste was niet zo geslaagd, we werden voor de zoveelste keer verslagen door onze tegenstanders, die elk jaar hun boot speciaal in West aanleggen om ons te vernederen.

De gewone bridgeavonden verliepen beter, op 10 augustus werden we zelfs eerste!

Het gebeurt vaak dat je wint omdat je een aantal cadeautjes hebt gekregen, dat was bij ons ook het geval.
Spel 9 was niet zo’n ingewikkeld spel. De voornaamste moeilijkheid is erachter te komen of je 6 Harten moet spelen of (het iets beter scorende) 6 SA.
6 Harten lijkt veiliger, vooral omdat de schoppen wel eens erg zwak zouden kunnen zijn. Maar ook voor 6 Harten is schoppenaas of -heer nodig……
Twee paren bereikten het onverslaanbare 6 SA, wij boden en maakten 6 H, toch nog goed voor 65% omdat 4 paren het slem niet boden (met 33 punten).  Een paar bood 6 SA en zag kans 2 down te gaan. Hoe is me een raadsel.

Spel 17 is heel interessant omdat hier de check-back-Stayman conventie geweldig zijn werk deed:
De bieding: Noord past. Oost biedt 1 Ruiten, Zuid past ook en West biedt 1 Schoppen. Oost heeft als rebid 1 SA (2 Harten zou reverse zijn). West vraagt nu dmv 2 Klaver aan haar partner diens hand nader te omschrijven. Ik antwoordde  2 Harten (partner, ik heb een vierkaart Harten die ik in eerste instantie niet noemen kon).
Greet (West) dacht de bieding te besluiten met 3 SA. Ik was echter nog niet uitgepraat. Ik wist nu dat Greet niet op zoek was geweest naar een vierkaart Harten (dan zou ze wel 4H hebben geboden), maar naar een driekaart steun voor haar 5-kaart Schoppen. En die had ik ook! Heel vaak is 3 SA het eind van de bieding, dit keer niet. De manche in een hoge kleur heeft de voorkeur boven 3 SA, dus ik bood nog 4 Schoppen. Uitkomst Ruiten 5, 4+ 2 gemaakt (een klaver introeven, dan is de rest vrij. Je geeft alleen Schoppen Heer af).
Niemand bood slem (je hebt ook maar 29 punten), twee paren misten de manche, 4 paren zaten in het heel gevaarlijk 3 SA (gaat net goed omdat de Harten 4-4 zitten) en twee paren hadden maar 1 upslag in 4S. 95%.

Porsche

Regelmatig rijdt er langzaam een stokoude rode tractor over het kampeerterrein. Hij heeft een vorklift waarmee hij de grote containers met vuilnis kan vervoeren. De motor produceert een luid, stampend geluid.

 

Op het eerste gezicht dateert het mooie mechanische werkpaard uit de jaren twintig, maar enige research leert dat hij zo’n 60 jaar oud is.
Tot mijn verbazing zie ik dat het hier om een Porsche gaat. Bij deze merknaam denk je meestal aan een ander soort vervoermiddel.

Niet lang geleden las ik in de Volkskrant de rubriek Vakantieliefde. Hierin beschrijft Corine Koole romantische ontmoetingen vanuit twee gezichtspunten.
Toen ik de volgende passage las:

De volgende dag trof ik hem vlak voor ons vertrek aan op de rode trekker waarmee ze op de camping het vuilnis wegbrengen. Zo’n ouderwetse Porsche die zo’n enorme herrie maakt. Hij stapte af en geleund tegen de tractor kuste hij mij opnieuw, net lang genoeg om mij te laten merken dat hij geen spijt had van de nacht ervoor.

en er ook nog sprake was van een duinmeertje wist ik dat ze op camping de Kooi had gestaan.

Hier staat het hele verhaal.

Zou dit de jongen zijn met wie ze het tentje is ingedoken?

Friet

Als je vanuit West langs het water van de Waddenzee fietst voert het fietspad je direct na de Stayokay (vroeger heette dat jeugdherberg) even landinwaarts. Je komt dan langs een piepklein bouwseltje, dat bij nader inzien een zeecontainer is waarvan het achterste driekwartdeel is afgezaagd. Dit is vast de kleinste friettent van Nederland.
Je kunt er alleen friet en ijs kopen. Als je wilt kan je zelf je friet snijden, wat bij mij herinneringen oproept aan snackbar Marja in Amsterdam. Daar stond ook zo’n fritessnijder, maar daar mocht ik toen natuurlijk niet aankomen.
Als je je portie hebt gekregen (met mayonaise, niet met die vermaledijde fritessaus) kan je op een houten bankje plaatsnemen en gaan genieten.
Wat is het lekker! Van buiten een heerlijk knapperig korstje en zacht van binnen.
Hier kan zelfs de Vlaamse frites uit de Voetboogsteeg in Amsterdam niet aan tippen. Ik denk dat het zelfs lekkerder is dan de patat die je in Den Haag kan eten bij Bik.

Friteria (ondanks de vreselijke naam)          10+

Vallende sterrentocht

We kochten twee kaartjes à 40 euro voor een tochtje met zeilschip Willem Jacob op de avond van 13 augustus 2017.
Astronomen hadden uitgerekend dat er deze nacht heel veel vallende sterren (wat natuurlijk helemaal geen vallende sterren zijn) te zien zouden zijn.
De boot zou ver van het vervuilende licht voor anker gaan, zodat je rustig naar boven kon kijken zonder afgeleid te worden.

We hadden enige moeite de klipper te vinden, ze lag als derde aangemeerd, zodat we over twee andere schepen moesten klauteren om aan boord te kunnen komen. We werden niet verwelkomd en kregen ook geen hulp. Gelukkig belandde geen van ons tussen de wal en het schip. Of tussen het schip en het schip.
Aan boord van het prachtige voormalige vrachtschip uit 1889 bleek dat er heel wat meer belangstellenden waren.
Er bevond zich een gezelschap dat al enkele dagen op weg was met dit schip, wij mochten ons voor enkele uurtjes bij hen voegen.
Dat is niet zo’n heel fijne constructie: het bestaande gezelschap beschouwt je min of meer als indringer en jij voelt je een beetje tweederangspassagier.
De organisatie vond meevaarders laten aanmonsteren kennelijk wel lucratief, want ze hadden er heel wat geboekt. Het was lastig een goed plekje te vinden en je kon de waddengids (die een boeiend verhaal vertelde over het leven op het wad) en astronoom Peer niet goed verstaan omdat je niet dichtbij hen kon komen.
Zeilen op een oud zeilschip is prachtig, maar je zit als landrot altijd op de verkeerde plaats, je wil wel helpen maar weet niet aan welk touw je moet trekken. Als het dan ook nog donker en koud wordt….
Het schip voer gedurende enige tijd van het eiland weg, waarbij met ontstellend veel moeite de grote zware zeilen werden gehesen (ook de zwaarden moesten omhoog en weer omlaag). Gelukkig gingen we maar een keer overstag: je moet dan heel goed opletten dat je niet van boord geveegd wordt door de giek. Je zou dan in het koude zeewater belanden zonder zwemvest, want die waren op.
Na een tijdje gingen we voor anker, wat eigenlijk niet nodig was geweest want we zaten aan de grond. De schipper maakte zich zorgen, maar ik zei niets tegen mijn medereizigers, want dan worden ze alleen maar ongerust.
We waren ook nog over een boei heen gevaren. De schipper had die niet gezien, omdat de waddenman op het voordek stond te praten over roerdompen en zeevalken.

Toen het schip stillag gingen we allemaal naar boven kijken. Nu diende zich de persoon aan die altijd deel uitmaakt van een gezelschap dat voorlichting krijgt van een deskundige: de man die alles beter weet dan de gids. Als hij een vraag stelt is dat niet omdat hij geïnteresseerd is in het antwoord, maar om te laten blijken hoeveel hij weet.
Als Peer ons probeerde uit te leggen waar Cassiopeia zich bevond, of Pegasus, kwam hij ertussendoor met een nog onbegrijpelijker verhaal. Voor mij lijken alle sterren op elkaar, ik kan alleen de Grote Beer vinden (de steelpan).


Het was net zo erg als een gesprek tussen twee vogelaars: ze hebben het voortdurend over zaken waar je niets van afweet (en ook niet zo vreselijk in geïnteresseerd bent).

Ik had het koud, ik lag niet lekker op de harde dekplanken en ik moest opletten dat er niet iemand in het donker bovenop mijn hoofd ging staan.
Op aanraden van Peer ging iedereen op een gegeven moment aan bakboordzijde zitten, omdat je aan stuurboord last had van vuurtoren de Brandaris. Die doen ze nooit uit, zelfs niet als we vallende sterren moeten zien. Het werd nog voller. De boot kon gelukkig niet kapseizen, we lagen immers op een zandplaat.

Toen het tijd was om te vertrekken werd (weer met ongelukkige passagiers zwetend aan de lieren) het anker gelicht en kon de motor ons met veel lawaai vlot trekken.
We waren blij weer voet aan wal te kunnen zetten. Overigens een knap staaltje stuurmanskunst van schipper Ruth: in het donker aanmeren.

Ik heb twee vallende sterren gezien.

 

Zeilen op een mooie klipper als je daarvoor gekozen hebt (overdag):    8

Zeilen als tweederangs passagier als je eigenlijk voor vallende sterren komt (’s nachts):      4

http://www.willemjacob.nl/nl/het_schip/

 

Terschelling, tot volgend jaar!

Leesvoer voor de vakantie

Als je op vakantie gaat is het van het grootste belang dat je voldoende boeken meeneemt. Stel je voor dat je een lekker plekje in de schaduw op een Terschellings terrasje hebt gevonden en dat je dan zonder lectuur zit!

Ik lees veel, maar tijdens vakanties ga ik pas echt los. Dat geldt ook voor mijn echtgenote. Het eerste wat we doen als we onze caravan neergezet hebben is het boekenplankje vullen, de ervaring leert dat het aan het eind van de vakantie bijna leeg is.

Ik maakte vast een inventarisatie en kwam erachter dat ik over voldoende non-fictie beschik, maar dat er te weinig romans klaarstaan. Het liefst zou ik krakers meenemen zoals The Goldfinch van Donna Tartt, The Corrections van Frantzen of de nieuwste Irving, maar ik ben nog niets van dat kaliber op het spoor.

Ik herinnerde me dat ik vroeger rond deze tijd altijd de detective en thrillergids van Vrij Nederland zorgvuldig doornam. Ik koos altijd een paar boeken uit die vier of vijf sterren kregen.

Toevallig ligt de nieuwste net in de winkel, ik besloot om hier weer een selectie uit te maken.

Ik heb hem inmiddels uit, er staan 618 titels in, waarvan 8 met vijf sterren zijn beloond. De VN-thriller van het jaar is Zijn bloedige plan (His Bloody Project) van Graeme Macrae Burnet.

Ik kan er niet goed achter komen welke criteria er worden gehanteerd om een boek in de gids op te nemen. Tot mijn verbazing ontbreken al mijn favoriete auteurs (James W. Hall, Carl Hiaasen, Tony Hillerman, Elmore Leonard, Trevanian, L.R. Wright en zelfs John leCarré!) Het kan zijn dat niet al hun titels in het Nederlands zijn vertaald, of niet meer verkrijgbaar zijn (sommige auteurs leven niet meer), maar het is heel vreemd dat er niet één van hun boeken in voorkomt.

Wat me wel opvalt, is dat er heel veel Nederlandse en Vlaamse thrillers in staan. Verder zijn er opvallend veel boordelingen met maar een ster, of twee. Enkele boeken kregen er zelfs niet een.

Het is wel grappig om in zulk kort tijdbestek zoveel korte beschrijvingen van plots te zien langskomen. Wat heel vaak terugkomt: de hoofdpersoon heeft een groot verlies geleden (familielid dood) en moet een nieuw leven opbouwen. Verder herken je heel vaak het gegeven dat de hoofdpersoon ergens aan lijdt, of een probleem heeft Ze zijn aan de drank, hebben een midlife crisis of zelfs de ziekte van Parkinson.

De meeste boeken trekken me niet aan. Als ze minder dan vier sterren krijgen vallen ze in ieder geval af. Ik vertrouw maar op de redactie, hoewel die me in het verleden wel eens teleurgesteld heeft.

Ik kies uiteindelijk voor de thriller van het jaar en nog een paar vijf-sterrenboeken. Ik heb ze besteld bij Amazon, de meeste kosten maar een paar Pond. Het duurt wel lang voor ze bezorgd worden, ik verwacht ze 22 juli.

 

 


De trilogie van Emilie Schepp (Memento, Narcotica en Post Mortem) leek me ook wel wat, die Scandinaviërs kunnen over het algemeen goed schrijven. Wat zou ik graag de Millennium trilogie voor het eerst lezen….

Als cadeautje kreeg in deze week van het spannende boek een novelle van Deon Meyer. Benieuwd of deze beter vertaald is dan zijn eerste boek.

 

 

Vakantie: ik ben er klaar voor!

 

 

Brief van de dag

De Volkskrant bestempelt iedere dag een ingezonden brief tot Brief van de dag.

Vandaag heeft deze brief als titel Ik stem nóóit meer groen links.

De briefschrijver introduceert zichzelf eerst, hij gaat er kennelijk van uit dat hij zijn geloofwaardigheid hiermee vergroot. Het kan ook zijn dat hij indruk wil maken op de lezers.
We lezen dat hij afgestudeerd is in de algemene sociale wetenschappen, nota bene Prius rijdt en soms geitewollen sokken en sandalen draagt.

Tsjonge, we weten nu dat we zijn brief aan Jesse Klaver serieus moeten nemen.

Jay Legerstee uit Wijk bij Duurstede stemt zijn leven lang al op Groen Links, maar wil nu graag laten weten dat hij dit nóóit meer gaat doen. (Let op de twee accents aigu. Ze vertellen ons dat we zijn hartenkreet net zo moeten uitspreken als een kleuter dat doet: ik speel nóóit meer met je!)

Hij doet dit door Jesse Klaver een brief te schrijven, maar vreemd genoeg publiceert hij deze in de krant.

Femke Halsema krijgt een sneer, die heeft ook al iets fout gedaan, ze ging een aantal jaar (sic) geleden liever op vakantie. Hier heeft hij zich destijds manmoedig overheen gezet, maar Klaver laat nu op dit thema de formatie klappen en dit slaat echt alles.

Hij vindt dat Klaver, nu hij zo dicht bij de macht was het niet had mogen laten lopen, want 90% van Nederland vindt dat migratie beperkt moet worden.

Als 90% van Nederland iets vindt moet je je daar natuurlijk aan aanpassen.
Bij welk percentage mag je je principes nog wel overeind houden?

“En ik denk voor vele anderen met mij”. Wil je alsjeblieft niet voor mij denken?

De Sociale Wetenschapper leeft in een echte wereld, Klaver in een idealistische droomwereld. Hij maakt een politieke blunder, dat ligt aan zijn leeftijd.

Klaver gaat nu met zijn principes lekker in de oppositie zitten, terwijl hij zoveel had kunnen bereiken op mobiliteit en schone lucht, ook voor zijn twee kleine kinderen.
Hij vindt het onbegrijpelijk en ook gewoon koppig. Hij is zeer teleurgesteld.

Nog afgezien van het matige taalgebruik, de ego-streling en het gezond-verstand denken klopt de kern van zijn betoog inhoudelijk niet: Klaver heeft een genuanceerd standpunt mbt migratie en maakt onderscheid tussen mensen die voor geweld vluchten en economische migranten.

Legerstee heeft jaren op een idealistische, principiële partij gestemd en vindt het nu opeens vreemd dat er een idealistisch standpunt wordt ingenomen.

Hij gaat er van uit dat Groen Links in de regering veel zou kunnen bereiken, maar zou kunnen weten dat dit in de praktijk heel erg moeilijk zal zijn. VVD en CDA hebben een rechtse agenda, zijn groot en machtig en Groen Links bekleedt een minderheidspositie. Rutte is een geslepen politicus, die als een kabinet eenmaal gevormd is bij weerstand ongetwijfeld het argument zal gebruiken dat de partijen nu eenmaal binnenboord zijn en daarom maar akkoord moeten gaan met zijn plannen.

Onze geitenwollen Priusrijder kiest duidelijk voor Nederlandse belangen en laat vluchtelingen in de kou staan.

Ik ben heel blij Klaver dat niet doet.

De krant van vandaag

Mijn oog viel op een advertentie in de krant.

De tekst begint met Wist je dat…., een aandachttrekker die wij vroeger al in de schoolkrant gebruikten. Er volgde dan meestal een serie niet zo heel interessante ontboezemingen die alleen voor insiders te begrijpen waren. Wist je dat de rector steunzolen draagt en toch erg van wandelen houdt?

Ons wordt verteld dat ruim 80% van alle longkankergevallen veroorzaakt wordt door roken.
Je zou dus een oproep verwachten om met roken te stoppen, maar het is een aansporing tot regelmatige controle.

Dan wordt de toon een beetje verongelijkt: wij vinden dat, wanneer je dit wilt, je jezelf moet kunnen laten onderzoeken. Met én zonder verwijzing van de huisarts. Want jij voelt je lichaam het best aan. (De huisarts voelt je lichaam natuurlijk helemaal niet goed aan!)

Het lijkt er dus op dat mensen in dit voornemen gedwarsboomd worden. Door wie wordt niet verteld.
Maar gelukkig is daar de firma Prescan, die er is zodat jij zolang mogelijk kunt genieten van het leven.

Het lijkt de laatste tijd een beetje mode worden om bozig te klagen dat “ze” erop uit zijn je in het pak te naaien. Luister maar naar Wilders en Trump: de hele wereld wil hen pootje lichten.

In deze advertentie wordt de indruk gewekt dat je je vooral niet moet laten ringeloren en dat het van een onafhankelijke en sterke geest getuigt als je je ondanks alle weerwerk toch laat onderzoeken.

Gelukkig staat Prescan voor je klaar, uit liefde voor het leven.

Ten slotte komen de longen weer even terug, maar die worden natuurlijk meegenomen vanaf €890.
Je bent wel gek als je dit niet doet. Voor je er erg in hebt om je in aanmerking voor een postscan! De intake kost trouwens ook nog €60.

(De total scan is trouwens niet zo heel erg total, want Echo hart, Hartfilm, Longfunctieonderzoek, Consult cardioloog, Laboratoriumonderzoek, Maagonderzoek en Darmonderzoek krijg je alleen als je kiest voor het premiumpakket. Dat kost €1100 extra.)

Wanneer gezondheidszorg en commercie elkaar omarmen krijg ik altijd een onbehaaglijk gevoel.

Examenkoorts

In dezelfde krant kwam ik een staaltje verkeerde beeldspraak tegen. Olaf Tempelman schrijft over leerlingen die met hun examen bezig zijn.
Hij bespreekt met een docent dat het resultaat vaak verrassingen oplevert.

Een leraar zegt het zo: leerlingen die het boven verwachting goed doen, lijken op leerlingen die onverwacht terugvallen. ‘Het is soms een dubbeltje dat op zijn kant valt’.

Welk vak zou die leraar geven?

Madrigalen van Monteverdi

We bezochten op uitnodiging van mijn zoon een voorstelling van de Madrigalen van Monteverdi. Deze voorstelling werd gegeven in het decoratelier van de Nationale Opera in de Bijlmer.
Mijn zoon zit in het bestuur van Creative Community Heesterveld. Deze organisatie verzorgde een expositie in de ontvangstruimte.

Het eerste wat opvalt is de grootte van het gebouw. Omdat hier enorme decors moeten worden gemaakt en opgeslagen heeft het een kolossaal vloeroppervlak. Je kunt wel vijf minuten lopen en dan ben je nog steeds niet aan het eind.

In dit gebouw is een complete voorstellingsruimte gecreëerd, met houten wanden, een groot toneel en een tribune. Op de grond ligt rood zand, verder is alleen een rotsblok te zien waarop tijdens de voorstelling regelmatig iemand neerzijgt.

Hoog boven aan de wand bevindt zich een scherm waarop in twee talen de tekst wordt vertoond. Ik heb gehoord dat hiervoor de toepasselijke term boventiteling wordt gebruikt.

Ik weet niet veel van opera, ik denk dat ik er nog niet eerder een bezocht.
Ik had er al wel vaak geluisterd, maar het zou me niet verbazen als ik vooral highlights heb gehoord. De tussenstukken staan vaak niet op cd.
Die vormen natuurlijk wel een belangrijk onderdeel, want de essentie van opera is toch dat er een verhaal wordt verteld dat voor de gelegenheid op muziek is gezet.

Hiermee stuit ik op mijn belangrijkste bezwaar tegen opera, dat ik ook tegen het fenomeen musical heb: het wonderlijke gegeven dat de acteurs ineens in gezang uitbarsten.

Voor een ongeoefend oog als het mijne ontrolt zich dus het schouwspel van een aantal in lappen gehulde zangers die op blote voeten door het zand sjokken en onderwijl kerkelijke muziek uit de Middeleeuwen ten gehore brengen. Ze hangen wat tegen het rotsblok, of tegen elkaar en gaan af en toe in het zand liggen.

Aan de boventiteling te zien zijn ze vooral bezig met klagen. Af en toe is er een duet, maar meestal zingen ze in hun eentje.
Ze worden begeleid door een orkest van negen mensen, waarvan er enkele op authentieke instrumenten spelen. Het spinet (of het klavecimbel) neemt een belangrijke plaats in.

Het voelt haast als heiligschennis: ik vond het allemaal niet zo bijzonder.
In de tweede acte vochten twee geharnaste ridders enigszins klungelig met elkaar, best spectaculair, maar als je Game of Thrones gewend bent….

Madrigalen
Van Arianna is alleen het Lamento bewaard gebleven, waarin de Kretenzische koningsdochter haar verlangen naar de dood bezingt als haar geliefde Theseus haar verlaten heeft*. Il ballo delle Ingrate en Il combattimento di Tancredi e Clorinda maken beide deel uit van het Achtste Madrigalenboek. Ook in deze werken is de dood het centrale thema: in een dans laten vrouwen die al gestorven zijn zien wat de levenden te wachten staat als ze zich tegen de kunsten van Amor verzetten. Il combattimento toont de zinloosheid van elke oorlog of strijd. In een tweegevecht doodt Tancredi een vermeende vijand, die zijn geliefde Clorinda blijkt te zijn

Op de site is te zien hoe goed alles is voorbereid en hoeveel vakmanschap erbij komt kijken, maar de bottom-line is toch dat je zit te kijken en luisteren naar een vrij saai schouwspel van zangers die in een onverstaanbare taal stokoude muziek vertolken. Bach, Beethoven en Mozart moesten allemaal nog geboren worden.

* Ik veerde op toen ik begreep wat de thematiek is van de tweede acte: Ariadne is door Theseus achtergelaten op een eiland, nadat ze hem geholpen heeft te ontsnappen aan haar vader.
Ik had niet lang geleden een verhaal gelezen van Mark Haddon in zijn boek The Pier Falls. De personages worden niet met name genoemd, maar het gaat overduidelijk over Theseus en Ariadne.
Ariadne komt heel triest aan haar einde. Het verhaal is mooi geschreven, maar ik werd er helemaal depri van.

 

Madrigalen                  6
The Pier Falls              8