The Testaments

Het is alweer een tijdje geleden dat we onze laatste aflevering zagen van de prachtige televisieserie The Handmaid’s Tale. Ik moet eens gaan uitzoeken waar we gebleven waren, want inmiddels is er alweer een nieuw seizoen verschenen geloof ik.

Elisabeth Moss speelt haar rol voortreffelijk en verhaal en aankleding zijn erg goed.

De serie is gebaseerd op het boek van Margaret Atwood, dat ze al in 1985 schreef.

Sinds kort is er nu ook het vervolg: The Testaments.

Dit tweede boek viel me tegen. Probleem is, dat het niet zo goed in een bepaald genre is te plaatsen. Is het een psychologische roman? Een thriller, of science fiction?

De term dystopisch wordt gebruikt. De boeken passen in de traditie van 1984 (George Orwell), Fahrenheit 451 (Ray Bradbury) en Brave New World (Aldous Huxley).

In dit opzicht is het boek indrukwekkend: het fundamentalistische Christendom in Amerika is een heel belangrijke factor in de politiek, de invloed groeit. Wat zou er gebeuren als die groepering aan de macht komt? Atwood werkt dat gegeven goed uit, zeker met betrekking tot de positie van de vrouw.

Als je het boek leest als thriller heeft het tekortkomingen. Het is een zwakke kunstgreep mensen van de toekomst te laten terugkijken aan de hand van toevallig gevonden manuscripten. Het slot (met “spannende” ontsnappingsscène) wordt afgeraffeld en is verre van ingenieus.

Atwood ziet geen moment kans een reëel beeld te schetsen van Gilead, de fundamentalistische staat die na een revolutie ontstaan is. Er wordt gesproken over een oorlog waarin het land verwikkeld is, maar we krijgen geen enkel beeld van hoe het land reilt en zeilt. Het lijkt eerder op een dorpsgemeenschap van enkele honderden zielen.

 

Het boek is prachtig uitgegeven (de witte kap die de Handmaids moeten dragen is inmiddels iconisch geworden), maar de inhoud is niet navenant. Onbegrijpelijk dat het de beroemde Bookerprize van 2019 heeft gewonnen.

 

The Testaments van Margaret Atwood         6 ½

 

 

Mudlarking – het boek

Deze zomer logeerden we bij vrienden in Engeland. De gastvrouw vertelde dat ze altijd met veel plezier naar Radio 4 luisterde en dat er nu een onderwerp aan de orde was geweest dat mij vast zou interesseren: een enthousiaste mudlarkster had verteld over een boek dat ze had geschreven over haar avonturen aan de oevers van de Thames.
Ze had mijn blog gelezen (kijk hier) en ging ervan uit dat het hier om dezelfde persoon ging.

Ik kocht het boek, uiteraard bij Blackwell’s, die prachtige gigantische boekwinkel in Oxford.

Het boek heet Mudlarking, de schrijfster is Lara Maiklem. Ze is dus niet dezelfde als de hoofdpersoon van de talloze filmpjes die ik op Youtube bekeek. Dat is Nicola White.

 

Er zijn dus twee Engelse dames die er hun hobby van gemaakt hebben dag in dag uit de foreshore van Engelands beroemdste rivier af te struinen op zoek naar historische vondsten.

Nu is er buitengewoon veel te vinden, want er wonen al ruim tweeduizend jaar mensen aan de Thames, dus er zijn heel wat voorwerpen in de rivier beland en sommige daarvan kunnen in de modder gevonden worden bij laagtij.

De zee doet het waterpeil bij vloed meters stijgen, het zakt weer terug bij eb.
Mudlarkers hebben tabellen die ze gebruiken om te zien wanneer de kans op vondsten het grootst is.

Er zijn veel overeenkomsten tussen White en Maiklem, de belangrijkste wat mij betreft is hun schitterende gebruik van de Engelse taal, de ene op schrift en de andere in gesproken vorm.

Maiklem besteedt in haar boek veel aandacht aan de geschiedenis, en geeft aan de hand van thema’s een overzicht van wat er zich allemaal afspeelt en afgespeeld heeft aan de oevers van de Thames.

Ze kan ook lyrisch de natuur en de omgeving beschrijven, je krijgt enorme zin om zelf langs de waterrand te lopen en allemaal mooie vondsten te doen.

Gelukkig besteedt ze ook aandacht aan de duistere kanten: vervuiling met giftige stoffen, de rivier als open riool en plek om van je afval af te komen.

Haar aandacht gaat vooral uit naar heel oude voorwerpen, zoals restanten van Romeins aardewerk.
Een prachtige anekdote verhaalt over een Engelse 19e eeuwse boekdrukker die geen afstand wilde doen van door hem ontworpen en vervaardigde loden letters. Om te voorkomen dat iemand anders ze in handen zou krijgen gooide hij ze allemaal in het water.

Heel af en toe wordt er een letter gevonden, tot nu toe nog geen leestekens….
De titels in het boek zijn gezet in dit lettertype (Doves).

Maiklem vertelt ook haar eigen verhaal: opgegroeid als dromerig meisje op een oude boerderij, terecht gekomen in een uitzichtloze relatie waarbij ze lange voettochten langs het water maakte en zo in contact gekomen met mudlarking.

Ze heeft inmiddels een uitgebreide collectie opgebouwd, net als White. Vreemd genoeg gebruikt ze in haar boek aantekeningen en tekeningen van een collega-mudlark en zien we niets van haar eigen verzameling.

Het is een genoegen te zien hoe deskundig de beide vrouwen zijn geworden. Ik heb er bewondering voor dat ze onvermoeibaar doorgaan met speuren en hier verslag van doen in de prachtige Engelse taal.

Je zou verwachten dat White en Maiklem vriendinnen zijn die veel met elkaar optrekken, maar tot nu toe heeft geen van beiden de naam van de ander genoemd.

 

Mudlarking van Lara Maiklem                       8½

De filmpjes van Nicola White op Youtube    8½

(Dit is haar recentste post)

 

De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugen van Rutger Bregman staat al weken in de toptien van bestverkochte boeken.

Ik begrijp dat, want het is een goed boek.

 

Bregman heeft een verfrissende kijk op de hedendaagse samenleving, de tittel zegt het al.

Hij onderbouwt zijn stelling met talloze voorbeelden en vraagt zich terecht af hoe het komt dat bijna iedereen zo’n negatief mensbeeld heeft. Vraag een willekeurige burger hoe het met de mensheid gesteld is en hij zal met een pessimistisch verhaal komen.

We denken allemaal dat de criminaliteit stijgt, dat we steeds individualistischer worden en minder geneigd zijn elkaar te helpen, maar de cijfers tonen iets anders aan: we hebben het beter dan ooit en we zijn veel minder egoïstisch dan we denken.

Ons sombere wereldbeeld heeft gevolgen voor ons eigen bestaan, maar leidt ook al decennialang tot regeringsbeleid dat hierop afgestemd is.

Denk bijvoorbeeld aan het beeld dat met name door de VVD wordt opgeroepen dat mensen in een uitkeringssituatie er een potje van maken: ze willen niets, hangen aan de staatsruif en profiteren van de welwillendheid van de argeloze belastingbetaler.

Als gevolg hiervan worden mensen gekort, scherp gecontroleerd en verplicht tot een tegenprestatie.

Ook op het terrein van economie, strafrecht en belasting denkt men vooral in termen van winstbejag en pogingen tot bedrog of ontduiking. Denk hierbij aan de schandalige manier waarop vermeende fraudeurs behandeld zijn.

De schrijver heeft uitgebreid literatuuronderzoek gedaan en heeft ontdekt dat er heel veel mythen bestaan waaraan het Gesundenes Volksempfinden zich laaft.

Neem het voorbeeld van een bericht uit new York: een vrouw werd meerdere malen gestoken, riep luidkeels om hulp en niemand reageerde. Meer dan 50 buurtbewoners hadden haar hulpkreten gehoord en niemand belde de politie.

Uit deze gebeurtenis kwam zelfs een term voort die ook ingang vond in de psychologie: het Bystander-effect. Als gevolg van dit effect denkt iedereen dat een ander wel zal helpen en doet zelf dus niets. De theorie zegt dus, dat je beter maar één omstander kunt hebben dan meer als je verdrinkt….

Bregman heeft de zaak uitgezocht. Hij ontdekte dat er wel degelijk meerdere mensen de politie hebben gebeld en dat het slachtoffer ook niet eenzaam en alleen is overleden.

Ik las de roman Lord of the Flies van William Golding toen ik een jaar of 12 was. Te jong, want ik hield er slapeloze nachten aan over. In dit boek is een groepje kostschooljongens op een onbewoond eiland geheel op zichzelf aangewezen en alles loopt uit de hand. De sterken nemen de macht over en de zwakkeren zijn het slachtoffer. Het eindigt zelfs in moord.

Bregman vindt het verslag van een werkelijk gebeurde schipbreuk, waarin kinderen echt zichzelf gedurende maanden in leven moesten houden en ontdekte dat dit in volstrekte harmonie gebeurde.

De bekende psychologische experimenten waarin proefpersonen in een gevangenis-setting werden gebracht en waarin zij anderen een schok moesten toedienen in een nagebootste leer-situatie bleken naderhand ernstige methodologische tekortkomingen te vertonen en er was gesjoemeld met de uitkomsten.

De oorspronkelijke uitkomsten (mensen volgen blind bevelen op en zijn tot alles in staat) bleken helemaal niet te kloppen.

Bregman duikt diep de geschiedenis in en vertelt ons dat de mens in het jager-verzamelaartijdvak prima samenwerkte en geen energie stak in oorlog.

Ik keek naar de serie “De kracht van de kringloopwinkel” en vond hierin volop bewijs van Bregman’s stelling. Heerlijk om te zien hoe vrijwilligers zich daar inspannen om hun woonomgeving een beetje mooier en leefbaarder te maken.

Ergens wordt een deskundige geciteerd die voorrekent dat het helemaal niet zo dom is om je medemensen in principe te vertrouwen, er van uit te gaan dat ze deugen. In verreweg de meeste gevallen zal je niet teleurgesteld worden. Heel af en toe loop je tegen een rotzak aan, dat is nooit te vermijden. Maar als je al die tijd niet op je hoede hebt hoeven zijn, en als je steeds de mensen vriendelijk tegemoet bent getreden heb je heel veel energie bespaard en ook veel leuke ervaringen opgedaan….

Laat dit nu net een levensles zijn die ik altijd al toepaste! En ik ben tot nu toe nog maar een of twee keer een echte menselijke rat tegengekomen….

In deze tot pessimisme aanleiding gevende somberder tijden is het heerlijk om eens een boek te lezen dat ons uitzicht biedt op mogelijke positieve verandering.

 

De meeste mensen deugen               8 ½

 

Wie denkt dat Rutger Bregman een lieve naïeve jongeman is zonder tanden moet dit filmpje maar eens bekijken.

De host van een Amerikaans televisieprogramma dat door Fox wordt uitgezonden dacht Bregman voor zijn karretje te kunnen spannen maar wordt volledig in zijn hemd gezet. Hij voelt zich zo gepakt dat hij zelfs begint te schelden….

Een diepe kloof

We hebben het er thuis vaak over dat het steeds moeilijker wordt (politieke) meningen te delen met anderen. Mensen zijn heel vaak overtuigd van hun eigen gelijk en zijn nauwelijks bereid naar een ander te luisteren.

Heel vaak zit men in zijn eigen bubbel waar je alleen geluiden van gelijkgestemden hoort.

Het lijkt er wel eens op dat andersdenkenden niet alleen overtuigd moeten worden van hun ongelijk maar zelfs gevloerd moeten worden.

In de VS ligt het politieke debat volledig op zijn gat. Er is totaal geen samenwerking meer tussen Republikeinen en Democraten en als een idee of voorstel van de “tegenpartij” komt wordt het automatisch de grond in geboord.

Het gaat allang niet meer over de inhoud, alleen nog maar over macht(-sbehoud).

Ik vond het een goed plan toen mijn zoon voorstelde samen een boek te lezen over dit onderwerp. Hij koos The Righteous Mind van Jonathan Haidt en ik schafte twee exemplaren aan via Amazon.

Ik heb het boek inmiddels uit en zal het tijdens de kerstdagen uitgebreid met Bas bespreken.

 

Ik hoop dat hij me een beetje kan helpen overzicht te krijgen, want het boek is geen easy-read.

Het is een wetenschappelijke verhandeling die zich begeeft op het terrein van de sociale psychologie, politieke analyse en het morele denken.

Jonathan Haidt is sociaal- en cultureel psycholoog en verbonden aan de Universiteit van Virginia.

Het boek probeert uit te leggen waarom mensen op het gebied van politiek en religie zo erg verdeeld zijn. Haidt stelt dat dit niet is omdat sommige mensen goed zijn en anderen slecht. Dat zou te kort door de bocht zijn.

Ons brein is ontworpen voor groep-achtige rechtvaardigheid; we zijn sterk intuïtieve wezens van wie de onderbuikgevoelens onze strategische redeneringen aandrijven.

This makes it difficult – but not impossible – to connect with those who live in other matrices, which are often built on different configurations of the available moral foundations.

So the next time you find yourself seated beside someone from another matrix, give it a try. Don’t just jump right in. don’t bring up morality until you’ve found a few points of commonality or in some other way established a bit of trust. And when you do bring up issues of morality, try to start with some praise, or with a sincere expression of interest. We’re all stuck here for a while, so let’s try to work it out.

Haidt gelooft in het mechanisme van de vrije markt (mits de grote corporaties in toom gehouden worden en niet de kans krijgen winst te maken terwijl grote delen van de kosten gedragen worden door de belastingbetaler; denk aan milieuvervuiling en belastingontduiking terwijl wel gebruikgemaakt wordt van de infrastructuur).

Our politics will become more civil when we find ways to change the procedures for electing politicians and the institutions and environments within we interact.

Hij zegt verder dat we de groeiende problemen op Amerikaans politiek terrein niet kunnen aanpakken met het afleggen van beloften en een voornemen om aardiger te zijn.

Ik schreef dat dit boek geen easy read is, maar dat komt eerder doordat ik niet aan één stuk doorlees en omdat ik gelijktijdig ook andere boeken lees.
Haidt bouwt zorgvuldig zijn redenering op en geeft veel goed toegankelijke voorbeelden. Maar als je andere dingen tussendoor leest raak je soms de draad kwijt.

Wonderlijk genoeg ben ik toevallig een Nederlands boek aan het lezen dat heel veel overeenkomsten vertoont met het boek van Haidt: De meeste mensen deugen van Rutger Bregman.

Bregman is de advocaat van de aanname dat mensen niet van nature slecht zijn, sterker nog: de meeste mensen deugen. Vreemd genoeg is er een allesoverheersende overtuiging dat de mensen van nature egoïstisch en slecht zijn. Bregman heeft een sterk betoog waarin hij deze bestrijdt.

Haidt zit op dezelfde golflengte. Hij stelt dat ons al 50 jaar verteld wordt dat we fundamenteel zelfzuchtig zijn. Maar dit is niet waar:

We all have the capacity to transcend self-interest and become simply a part of a whole. It’s not just a capacity, it’s the portal to many of life’s most cherished experiences.

Het effect van twee boeken met vergelijkbare inhoud tegelijk lezen is dat je ze door elkaar gaat halen. Af en toe betrap ik Bregman erop dat hij een anekdote twee keer vertelt, maar dan realiseer ik me dat ik het betreffende verhaaltje waarschijnlijk bij Haidt had gelezen…

Samenvattend kan je stellen dat Haidt goed uitlegt hoe het komt dat er zo’n diepe kloof ontstaan is in de Amerikaanse samenleving, maar uiteindelijk weinig ideeën te berde brengt om deze kloof minder diep te maken.

Bregman is onverwoestbaar optimistisch. Ik heb zijn boek nog niet uit, ben benieuwd met welke aanbevelingen hij komt.

Ik ben ook nieuwsgierig naar de gevolgtrekkingen van mijn zoon. Dat wordt een interessant kerst-gesprek!

 

 

 

 

Schrijver ontdekt

Met de zomervakantie in zicht publiceert Vrij Nederland elk jaar de Detective- en thrillergids.
Ik koop altijd een exemplaar, noteer de titels van de boeken die vijf sterren krijgen en schaf er een aantal aan om lekker te kunnen lezen in de vakantie.

Het is fijn om zo’n steuntje in de rug te krijgen, want er wordt ongelooflijk veel gepubliceerd en zie maar eens kans daar op eigen kracht de juweeltjes uit te pikken.

Een enkele keer vraag je je af wat de recensent bezield heeft toen hij een boek zo gunstig waardeerde. Ik twijfel er soms aan of de beoordelaar het boek wel gelezen heeft.

Maar gelukkig stuit je af en toe op een heel goed boek en het spreekt voor zichzelf dat je dan onmiddellijk op zoek gaat naar nog meer boeken van dezelfde auteur.

 

De thrillergids zette mij op het spoor van Mick Herron, een Engelse schrijver die inmiddels zo’n vijftien boeken op zijn naam heeft staan.

Ik las de Jackson Lamb-reeks,  genoemd naar de hoofdrolspeler die een afdeling van de Britse geheime dienst leidt die bestaat uit medewerkers die een enorme professionele blunder hebben begaan, of die volstrekt niet functioneren. Het is goedkoper hen compleet zinloos werk te laten doen (in de hoop dat ze zelf ontslag nemen), dan lastige rechtszaken te voeren of op te draaien voor hoge ontslagvergoedingen.

Maar deze misfits hebben meer in hun mars dan je zou denken.
Lamb is een verschrikkelijke man met allemaal heel vieze gewoontes, die zijn ondergeschikten terroriseert en hen voortdurend met de neus op het feit drukt dat ze eigenlijk compleet uitgerangeerd zijn.
Herron heeft met Lamb een prachtig karakter gecreëerd, waar je regelmatig heel hard om moet lachen.
De plots zitten goed in elkaar, de schrijver heeft mooi taalgebruik en houdt je vernuftig op het puntje van je stoel.
Wat mij vooral bijzonder aanspreekt is de geloofwaardigheid van dialogen en handelingen.
In veel andere boeken weten mensen altijd precies wat ze moeten zeggen en doen altijd precies de juiste dingen. Ze zijn nauwelijks uit het veld geslagen door tegenslag, verwondingen of verdriet en winnen bijna altijd.
Bij Mick Herron laat iemand zijn pistool weleens vallen (en schiet niet razendsnel uit een onmogelijke positie raak), zitten de speurders soms op een totaal verkeerd spoor en zijn mensen regelmatig getraumatiseerd of op een andere manier de weg kwijt.

Ik moet nog even wachten op de nieuwe Jackson Lamb (verschijnt pas in 2021), maar heb nog een paar andere romans liggen. Heerlijk!

Nick Herron              9

Dit is het adres van zijn site

 

Madonna

 Moeder en kind is een geliefd thema voor postzegelontwerpers.

Ik heb een postzegel uit Saarland met een schitterend voorbeeld van dit motief.
Jezus is een forse peuter, maar hij moet wel groot afgebeeld worden omdat hij het belangrijkste is.

 

 

 

Tot mijn verbazing ontdekte ik dat Barbuda precies dezelfde zegel had. Ik vroeg me af wie de afbeelding gepikt had, tot ik me realiseerde dat het geen origineel ontwerp is, maar een beroemd schilderij.
Het is van Raphaël en hangt in de Sixtijnse Kapel.

 

Een beetje meer onderzoek bracht aan het licht dat  Italië, Duitsland, Viëtnam, Niger, Wallis, Belarussia, St Thmomé, Umm Al Qiwain, Nieuw Caldonië en St Kitts er ook al een gemaakt hebben met dit schilderij….

Maar mooi blijft hij.

 

 

 

 

 

 

Dit is het adres van zijn site

 

Lezen op A-1 niveau

Elke leraar NT2 (Nederlands als tweede taal) vindt het lastig om geschikte lectuur voor zijn cursisten te vinden.

Veel boeken zijn te moeilijk, andere zijn voor kinderen geschreven en daarmee niet echt interessant voor volwassen lezers.

Het is natuurlijk enorme winst als je cursisten kunt motiveren om -naast de lessen- Nederlandse teksten te lezen. Ze kunnen dan het geleerde herkennen, vergroten hun woordenschat en steken vaak inhoudelijk ook nog wat op.

We hoorden van een schrijver die in een ander land werd geboren en hier de taal moest leren, dat hij Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt las.

Geen kwaad woord over deze geweldige kinderboekenschrijver, ze verdient terecht veel waardering, maar Jip en Janneke gebruiken we toch voornamelijk om aan kinderen voor te lezen.

Als je voor jezelf leest wil je immers graag lezen over mensen met wie je je kunt identificeren en stel je ook wel wat eisen aan plot en stilistisch gehalte.

Toch zullen veel anderstaligen aanvankelijk aangewezen zijn op kinderboeken.

Gelukkig worden er ook initiatieven ontwikkeld om boekjes te maken die in eenvoudige taal geschreven zijn, maar niet kinderachtig zijn en een thematiek bevatten die volwassenen aanspreekt.

Willemijn Steutel is docent NT2 en werkt bij uitgeverij Eenvoudig Communiceren.

Ze schreef enkele informatieve boeken voor nieuwkomers (Willem-Alexander van kind tot koning en Samen leven in Nederland) in makkelijke taal.

Het is knap gedaan: er is goed nagedacht over woordkeus en zinslengte, maar er zijn geen concessies gedaan met betrekking tot de inhoud.

 

 

In Enkele reis Europa, waarvan zij de tekst verzorgde, vertellen Nieuwkomers over leven in België. Naar mijn mening is dit boekje te Belgisch gebleven. De aanname dat het zonder meer ook geschikt is voor mensen die in Nederland wonen klopt niet.
Ik ben bang dat woorden als onthaalbureau en handelsingenieur alleen maar verwarring opleveren.

Sinds kort is er nu ook een serie boekjes verschenen met verhalen over volwassen anderstaligen die in Nederland wonen. De boekjes zijn geschreven op A-1niveau en heten Een dag in…. Achtereenvolgens worden de maanden van het jaar afgewerkt.

Ik las de eerste twee: Anaraso vindt een hond en Olek wil een auto.

 

Anarosa staat bij school.
Ze wacht bij het hek.
Haar zoons Hugo en Flavio komen uit school.

Er staat een hondje bij haar been.
Anarosa aait de hond.
“Hoi, beestje. Waar kom jij vandaan?”

In 48 pagina’s wordt een spannend verhaal verteld, met een mooi eind. Ik kan me voorstellen dat ik hier als anderstalige graag mijn tanden in zou willen zetten en ook een bevredigend gevoel zou overhouden na lezing: interessant en begrijpelijk.

De schrijfster ziet heel goed kans lastige constructies te vermijden (geen lijdende vorm, maar: Hugo gaat in de ambulance) en maakt goed gebruik van de dialoog.
Een heel enkele keer knarst het een beetje: hoe voel jij je?

De verhalen zijn prachtig, en passant krijgen de lezers ook nog wat mee van wat in Nederland heel gebruikelijk is, maar niet in hun geboorteland (een alleenstaande moeder en een man die met een andere man wil trouwen).

De illustraties zijn mooi, het lijkt alsof de tekenaar zijn pen niet van het papier nam en de tekeningen in één lijn maakte.

Olek zoekt een auto.
Hij spaart al heel lang geld.
Hij heeft nu 2500 euro.

Olek kijkt naar een mooie, zwarte auto.
Het is de auto die hij wil.
In de auto is veel ruimte voor al zijn spullen.

Olek heeft genoeg geld gespaard.
Hij kan de auto kopen.

Vroeger gaf ik leiding aan een grote groep docenten, die NT2 gaven aan 1400 anderstalige cursisten. Ik zou Willemijn Steutel maar wat graag in mijn team hebben gehad!

Olek & Anarosa                  8 ½

 

 

Erebus

Toen ik zag dat er een nieuw boek van Michael Palin verschenen was, moest ik het natuurlijk hebben. Ik vond de cover prachtig, het onderwerp sprak me aan (ik houd van zeilschepen) en ik ben een groot bewonderaar van de schrijver. Ik heb hem natuurlijk leren kennen als lid van Monty Python, dat bastion van geweldige Engelse humor, maar zag ook meerdere tv-series waarin hij de wereld afreist.

Het boek vertelt het verhaal van de Erebus en haar zusterschip, de Terror. Deze schepen (met een bemanning van 129 koppen) verdwenen in 1846, terwijl ze een poging deden de Noord-west passage te vinden tussen Canada en de Noordpool.

Er werd nooit meer iets vernomen van de schepen, tot 2014: toen werd de Erebus ontdekt op geringe diepte.

De ondertitel is The Story of a Ship. Palin vertelt inderdaad de hele geschiedenis van de Erebus vanaf de tewaterlating in 1826 tot de verdwijning. Aan de noodlottige tocht naar de Noordpool ging nog een andere expeditie vooraf, naar Antarctica.

Hij schrijft over het schip, maar ook over haar bemanning en de vele reddingspogingen die destijds ondernomen zijn.

Het is onvoorstelbaar hoe verschrikkelijk de omstandigheden waren op een zeilschip in de negentiende eeuw: kou, honger en scheurbuik kwamen nog bovenop de “gewone” risico’s van het varen in dergelijke onherbergzame wateren op een houten scheepje van amper 30 meter lang.

Maar er was een enorme honger naar kennis en glorie: er waren toen nog letterlijk compleet maagdelijke gebieden te ontdekken.

Het boek leverde voor mij een verrassing op: er was een belangrijke rol weggelegd voor kapitein James Ross. Toen ik die naam las besefte ik dat ik geboren ben in een straat die naar hem vernoemd is: de James Rosskade in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer.

Ik heb als kind nooit stil gestaan bij het feit dat de straten in mijn buurt genoemd waren naar ontdekkingsreizigers (Amundsenweg, Fridjof Nansenhof).

Toen ik een eindje gevorderd was in het boek kreeg ik een sterk gevoel van déja vu (of misschien correcter: déja lu).

Ik ging op zoek in mijn boekenkast en vond inderdaad een boek dat ik in 1989 had gelezen, dat over dezelfde expeditie ging!

Ik las het boek destijds met een mengeling van fascinatie en gruwel: vooral de foto’s van de uitstekend geconserveerde lijken waren heel eng.

 

Palin kent het boek ook, hij noemt het in zijn bronnenlijst. Vreemd genoeg zitten er wel wat verschillen in de boeken. Palin besteedt amper aandacht aan de verhalen over kannibalisme en het fascinerende gegeven dat de bemanningsleden misschien wel gestorven zijn door het eten van voedsel uit conservenblikken. (De manier om voedsel op die manier houdbaar te maken was nog nieuw en het vermoeden bestaat dat via ondeugdelijke soldeernaden lood in het eten was gekomen).

Palin is een beschaafde gentleman en wil zich kennelijk niet verlagen tot dit soort sensationele onderwerpen.

 

Een mooi, lezenswaardig boek. Blij dat ik warm thuis zit en niet mee hoef op zo’n gruwelijke reis.

 

Michael Palin: Erebus             8

Het Grote Spoorboek

Als groot treinen-liefhebber leek het me wel wat toen Spoor, het magazine dat NS uitbrengt, 15 euro korting bood op de aanschaf van Het Grote Spoorboek.

Ik zou alles te weten komen over mens en materieel, stations, personeel en reizigers (voor zover dat niet al onder “mensen” was behandeld), goederen en veiligheid.

De post bracht een zwaar pakket, het Grote Spoorboek was inderdaad groot. En zwaar.
Inhoudelijk heeft het boek minder gewicht.

Dit is hoe het boek tot stand moet zijn gekomen.
Het spoor bestaat 175 jaar en men steekt de koppen bij elkaar om na te denken over hoe dit gevierd moet worden.
Het gesprek wordt gedomineerd door enkele spoorfanaten, die vreselijk veel weten van treinen.
Als iemand voorstelt een speciaal boek uit te geven zijn ze natuurlijk van harte bereid de tekst te verzorgen. Voor foto’s kunnen ze terecht bij het Spoorwegmuseum, dat heeft er tienduizenden in het archief zitten.
De PR-mensen van NS kijken een beetje zuinig: als je deze enthousiastelingen hun gang laat gaan wordt het een compleet ontoegankelijk boek vol jargon en stoomtrein-nostalgie.
Dan suggereert iemand eens te kijken naar het succes van enkele grote fotoboeken  die de afgelopen jaren het licht hebben gezien. Hierin staan talloze foto’s uit de jaren zestig en zeventig en de mensen vreten het op. Vertederd  wijzen ze elkaar op de ouderwetse interieurs en de gedateerde kleding en vertellen elkaar dat ze nog precies weten hoe alles er toen aan toe ging. Dat alles vroeger veel beter was.
Als we nu eens een groot Spoorboek maken vol met foto’s, allemaal voorzien van onderschrift? Een fijn plan, waar niemand zich een buil aan zal vallen. “Maar het moet wel leesbaar blijven! Niet teveel vaktermen, want het boek wordt niet alleen door hobbyisten gekocht!”, bezweert de bezorgde PR-man.

De heren Veenendaal, Zeilstra en de Bruijn duiken het archief in, zoeken de mooiste foto’s bij elkaar en rangschikken ze thematisch (Spoor en tijd, spoor en stations, werken bij het spoor). Ze duiden locomotieven aan met een nummer (“een net geklede jongeman, die in een keurig colbertje en een nette broek met een simpele camera een 1300 fotografeert op Amsterdam Bovendok”) en een vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord (“na jarenlange trouwe dienst wordt ze afgedankt”) en gaan ervan uit dat wij weten dat een bak een wagon is. Verder houden ze zich keurig in.

Ze letten er heel goed op dat het boek licht verteerbaar blijft.
Ze vragen onze aandacht voor sanseveria’s en narcissen in werkruimtes, de parasol van de keurige reizigster die goed van pas kan komen op een zonnige dag en de vlekkeloze uitmonstering van een amateurfotograaf.

Wie, zoals ik, gehoopt had heel wat te weten te komen over de achtergronden van het treinverkeer, graag wat interessante technische uitleg had gehad en antwoorden hoopte te vinden op prangende vragen, zoals: waarom staan alle treinen in Nederland stil als er een vlokje sneeuw valt? komt bedrogen uit.

Het boek past inderdaad naadloos in de serie Grote Boeken en zal een plekje vinden in mijn boekenkast.
Het zal misschien nog één keer opengeslagen worden door mijn erfgenamen, als ze zuchtend het huis moeten ontruimen.

Ik zal het niet herlezen, daarvoor is het te licht.

Het Grote Spoorboek:         5

 

Vooruit, één nostalgisch plaatje dan. Men begrijpt dat ik dit moet zijn geweest.

Wie corrigeert de ombudsman?

De Volkskrant heeft een ombudsman, wiens taak het is in de gaten te houden of de krant zich houdt aan de journalistieke ethiek. Een nieuwsmedium dat zichzelf serieus neemt wil graag verantwoording afleggen, een ombudsman kan daarbij een goed middel zijn.

Jean-Pierre Geelen heeft op dit moment die taak en hij kwijt zich daar over het algemeen goed van. Hij beschrijft het mechanisme van het verslaggevingsproces en legt af en toe fouten bloot maar komt ook op voor zijn collega’s.

Lezers leveren kritiek, vaak vindt men de aanpak van de krant te soft of juist te hard (of allebei..)

In de krant van afgelopen zaterdag gaat het over de opkomst van Baudet, die de gemoederen sterk bezighoudt.

Geelen laat zien dat een krant het niet gauw voor iedereen goed kan doen: sommige lezers vinden dat de krant een Baudetbode is, anderen klagen over Baudet-bashing.

In dit stuk laat de man die anderen de maat neemt nu zelf enkele steken vallen.

Ten eerste gaat hij helemaal los met de beeldspraak en vliegt hierbij behoorlijk uit de bocht.
Hij heeft een pakkende kop bedacht (Koers houden bij storm) en borduurt hier verder op door met een vergelijking tussen de krant en een olietanker.

Dit is een sterke metafoor, die meestal gebruikt wordt om aan te geven dat iets niet, of alleen met veel moeite te stoppen is. Een tanker is zo groot, dat niets hem van zijn koers kan brengen en zelfs bij volle kracht achteruit ploegt hij nog lange tijd voort.

Maar hoe gebruikt Geelen dit beeld? “Juist op stormachtige dagen, wanneer een grote gebeurtenis de dag of week domineert, raakt het schip op drift”. Hij heeft het over toetsenborden die in de machinekamer aan het ratelen slaan en vertelt dat er een golfvloed aan stukken en stukjes ontstaat (Is het niet vloedgolf?). “In dat kolkende krachtenspel is vooral in het begin de koers voor alle opvarenden even ongewis”.

Hij is nu echt op gang en besluit nog even voort te borduren op deze water-thematiek: “De wens om een waaier te zijn te zijn is de bron van een stroom aan kritiek. Die droogt niet op zolang de meningen in de krant blijven stromen.”

Dan blijkt dat Geelen’s nautische kennis niet verder reikt dan zijn eigen ratelende toetsenbord, want hij gaat nog even verder met zijn gebrekkige beeldspraak: “Ideaal zou zijn dat op de voorplecht een kapitein tijdens de storm de wacht hield en zou afremmen en bijsturen”.

Iedereen weet dat de kapitein op de brug hoort, vanwaar hij aanwijzingen kan geven aan de roerganger en de machinist. Op de voorplecht kan weinig uitrichten.
Het stuk eindigt in stijl: “varen bij storm vergt alle handen aan het stuurwiel”. Ook dat lijkt me niet echt praktisch of gewenst.

In het laatste stuk van het artikel doet hij uit de doeken hoe de krant te werk was gegaan bij het weergeven van “voxpopjes” (portretjes van “willekeurige” Nederlanders). Er was geen sprake van willekeurigheid, de gesprekspartners kwamen allemaal uit hetzelfde wereldje, twee waren bekenden van de auteur.

Geelen vindt dat de krant hier onjuist heeft gehandeld, maar vermeldt en passant dat de schrijfster een stagiair was, een detail dat mijn inziens niet relevant is. Stagiaires mogen per definitie fouten maken, het is de taak van hun begeleiders ervoor te zorgen dat er geen brokken gemaakt worden. Zij zijn verantwoordelijk. Het gaat dus niet aan haar op deze manier publiekelijk aan de kaak te stellen.

Het komt me voor dat de krant beter koers kan houden als Geelen aan wal blijft.

Lampje

Hoe lang is het geleden dat ik een kinderboek las?

Best lang, het kan heel goed zijn dat ik nog op de Pedagogische Akademie zat.

Ik kreeg een boekbespreking onder ogen, zag het prachtig vormgegeven omslag en wist dat ik het boek moest lezen.

Lampje, door Annet Schaap, is bekroond met de Gouden Griffel 2018 en kreeg de Woutertje Pieterse prijs en de Nienke van Hichthumprijs..

 

Wat een prachtig boek! Het is een kinderboek, maar het taalgebruik is volstrekt niet kinderachtig.

 

Dit is een verhaal over de zee. Over geheimzinnige zeewezens en woeste piraten. Over het Zwarte Huis van de Admiraal, waarvan ze zeggen dat er een monster woont. Over een grijze vuurtoren op een eiland dat nog net vastzit aan het vaste land. Over Lampje, de dochter van de vuurtorenwachter, die iedere avond de eenenzestig treden beklimt om het licht aan te steken. Over een stormachtige avond, waarop de lucifers op zijn en alles misgaat.

Maar vooral over dapper zijn en meer kunnen dan je ooit had gedacht.

 

Schaap creëert een heel interessante wereld waarbinnen Lampje (de hoofdpersoon) haar weg moet vinden. Deze wereld is losjes opgezet: de schrijfster doet geen moeite ons precies te vertellen waar en wanneer het verhaal zich afspeelt, dat is ook niet belangrijk.

En passant komen er nogal wat belangrijke thema’s langs: dood, liefde, trouw en trots.
De meisje en vrouwen zijn zelfbewust en laten niet met zich sollen.

De illustraties zijn ook van de hand van Schaap, ze illustreerde meerder boeken, dit is het eerste dat ze ook schreef. Ze zijn een lust voor het oog.

Annet Schaap

 

Een fantastisch boek, lezen!

 

Lampje van Annet Schaap                  9