Over lezen

Van alle geneugten die er voor een mens bestaan is lezen wel de fijnste.
Eten, drinken en televisiekijken komen in de buurt en ook de vleselijke lusten zijn niet te versmaden, maar er gaat niets boven een mooi boek.

In een mensenleven wordt er op verschillende manieren gelezen.

Aanvankelijk lezen

Je kent de letters en probeert van die letters woorden te maken. Als je niet dyslectisch bent en over voldoende verstand beschikt gaat dit allengs sneller en kan je al snel hele zinnen lezen.
Je bent nog wel beperkt tot je eigen taal. Ik herinner mij tandartsbezoeken waarbij ik in de wachtkamer weleens een tijdschrift ter hand nam. Arts en Auto kon mij niet boeien, de Punch leek aantrekkelijker. De teksten waren echter onbegrijpelijk voor mij en zelfs de onderschriften van de cartoons (de punchlines!) ontgingen mij.
Het moet de combinatie van angst (ik zou mij moeten onderwerpen aan de pijnlijke behandelingen van tandarts Spies, in die tijd werd een kind nog niet gerustgesteld) en de niet begrepen grapjes zijn die mij een aversie tegen deze humoristische publicatie heeft bezorgd die tot de dag van vandaag aanhoudt.

Het gretige lezen

Als je eenmaal een beetje vlot kan lezen zie je overal je kans schoon. Gulzig en kritiekloos neem je alles tot je, je gaat er volledig in op. In mijn geval moest mijn moeder het boek uit mijn handen trekken om ervoor te zorgen dat ik niet te laat op school kwam.

Ik las de bibliotheek leeg en beleefde de avonturen van Arendsoog, Biggles, de jongens van de Kameleon en die van de Bob Eversboeken ademloos en intens alsof ze mij zelf overkwamen.

Het lezen met rode oortjes

Er komt een moment dat je vader je wil vertellen over de hoed en de rand, maar je hebt al lang  Jan Wolkers ontdekt en van hem geleerd wat grote mensen met elkaar doen.

Je wordt kritischer

Jammer genoeg komt er een moment dat je niet meer klakkeloos aanneemt wat je leest. Je realiseert je dat de hoofdpersonen van de Bob Eversboeken kennelijk nooit naar school hoeven en dat het toezicht door hun ouders wel erg rudimentair is. Ze reizen de hele wereld door, niemand vraagt om een paspoort en er is ook altijd genoeg geld.

Je begint ook oog te krijgen voor mooi taalgebruik en leest wel eens een zin (of heel boek) over omdat je de formulering of de karakteropbouw zo mooi vond.
Je kijkt met weemoed naar de stapels Alistair Maclean en Desmond Bagley-boeken en realiseert je dat je ze nooit meer zult herlezen. Ik heb ze op Koninginnedag allemaal verkocht.

Het wow-lezen

Met spijt zie je dat er steeds minder pagina’s van dat prachtige boek resteren, je sluit het uiteindelijk met een diepe zucht en zou het liefst weer op pagina 1 beginnen.
Je denkt nog regelmatig aan bepaalde episodes en karakters en gaat onmiddellijk op zoek naar meer boeken van die schrijver. Als het mooie boek onderdeel was van een serie rust je natuurlijk niet vóór je alle delen hebt verslonden (uiteraard in de goede volgorde).

                

Denk aan Sjöwall en Wahlöö, Chaïm Potok, Trevanian, Clavell en Irving (om er zo maar een paar te noemen).

Het burn-out-lezen

Boeken kunnen ook troost geven en je even wegvoeren van het voortdurende piekeren. Zo las ik het complete oeuvre van O’Brian en kon me bezighouden met allerlei nautische aangelegenheden op Engelse oorlogsbodems in de 19e eeuw in plaats van met problemen op het werk en met mijn gezondheid.
Ik kijk wel eens naar de ruggen van die 20 boeken en twijfel: zal ik ze nog eens lezen? Wordt het een feest van herkenning of zal blijken dat ik destijds zo gepreoccupeerd was dat ik ze heb doorgeploegd zonder er een woord van in me op te nemen? Of word ik door herlezing weer teruggebracht naar die nare periode?

Vier boeken tegelijk

Waar ik vroeger genoeg had aan de krant en een roman (voor mijn werk moest ik ook al erg veel lezen) heb ik nu een stapeltje boeken bij mijn favoriete leesplek liggen. Ik lees uit elk een verhaal, hoofdstuk of onderdeel en neem dan monter het volgende boek ter hand en verdiep me daar weer in.
Dit bevalt mij uitstekend. Het grootste voordeel is dat mij dus niet het diepe gat toegaapt dat ontstaat als men een mooi boek uit heeft. Er moet dan een opvolger gezocht worden en dat is niet eenvoudig.  Als het ene boek uit is kunnen de andere drie het verlies opvangen.

Ik krijg gelegenheid het gelezene op mij in te laten werken en doe lekker lang met ieder boek.

Op dit moment lees ik (naast krant en tijdschriften) The Punch van Noah Hawley, een bridgeboek, een bundel met verhalen van Carmiggelt en Familieziek van Adriaan van Dis.

Het allerlekkerste lezen: op vakantie

We gaan pas over ruim een maand weg, maar ik ben al goed voorbereid. Ik kan straks kiezen welke lectuur mij zal vergezellen:

Carmiggelt Drie bundels (ik heb er inmiddels 33 gelezen)
Geert Mak Het huis van orde en papier (het laatste boek van hem dat ik nog niet gelezen heb, zuinig bewaard)
7 spannende boeken Zorgvuldig geselecteerd uit de Thrillergids van Vrij Nederland
Alfred Birney De tolk van Java (Indië blijft trekken)
Wim Daniëls De lagere school (jeugdsentiment)
Noah Hawley A Conspiracy of Tall Men
Jesse Klaver De mythe van het economisme
Philip Roth The Plot against America (een must-read nu hij dood is)
Annie M.G. Schmidt Die van die van u (prachtige dundrukuitgave)
Hans Rosling Factfulness (“why progress is so often secret and silent”)
Mary Lawson Road Ends (omdat ze zo mooi kan schrijven)
Tom Hanks Uncommon Type (korte verhalen)
Paul Mendelson The Right Way to Play Bridge

Bij de caravan of op een terrasje. Is er iets mooiers denkbaar?

 

 

 

De verhalen van Vrij Nederland

Ooit was ik abonnee van Vrij Nederland, maar er kwam een moment waarop ik mijn abonnement opzegde, ik weet de reden niet meer.

Ik herinner me de prachtige bijlagen die toen verschenen, meestal geschreven door Gerard van Westerloo of Elma Verhey.

Geert Mak, een van mijn favoriete schrijvers, sprak lovend over het boek De pont van kwart over zeven, de beste journalistieke verhalen.
Ik kocht het boek en het was een feest van herkenning. Er staan 17 prachtige verhalen in, de meeste van van Westerloo, vier schreef hij samen met Verhey.

Ik herinnerde mij vooral het titelverhaal: alle passagiers van de pont van kwart over zeven die van Amsterdam Noord naar het Centraal Station vaart op een willekeurig werkdag, werden opgezocht en geïnterviewd. Het stuk werd in 1981 gepubliceerd.

Het kan zijn dat de term “ruggengraat van onze maatschappij” hierin voor het eerst gebruikt werd. Van Westerloo laat uitgebreid de gewone, hardwerkende mensen aan het woord die trouw elke dag naar hun werk gaan en de maatschappij draaiende houden.

In dit verhaal en ook in het prachtige Lijn 16 komt heel duidelijk naar voren dat de gewone werkende man/vrouw niet veel meer begrijpt van de veranderingen in de maatschappij. Ze ergeren zich aan de uitkeringstrekkers, de criminelen en het gebrek aan gezag. Ze voelen zich machteloos en trekken zich terug in hun eigen huis, dat ze vaak in een paleisje hebben omgetoverd. Ze missen de saamhorigheid van vroeger en hebben het idee dat het helemaal verkeerd gaat in de samenleving en dat zij de prijs moeten betalen.

Mij vallen twee dingen op: deze verhalen werden geschreven in de jaren 80, maar hebben niets aan actualiteit ingeboet. Vervang de Centrumpartij door de PVV en de interviews hadden ook dit jaar kunnen zijn afgenomen. Ze tonen aan dat er nog steeds een enorme kloof zit tussen de beleidsmakers en de mensen die er de gevolgen van ondervinden.
Verder valt mij op dat er niets verbloemd werd in de verhalen: er wordt geen zalvende links-tolerante sluier over de teksten gelegd, de mensen krijgen (terecht) volop de kans te vertellen hoe zij de dingen ervaren. Vooral Surinamers en Turken moeten het ontgelden, waarschijnlijk waren er in die tijd nog niet zoveel Marokkanen.

Van Westerloo had een scherp oog, ik vind vooral zijn conclusie erg mooi in De vlucht in de stacaravan: mensen voelen zich bedreigd en hopen op de camping iets terug te vinden van de geïdealiseerde buurt waar ze vroeger woonden.

 

De pont van kwart over zeven                                 9


Vrij Nederland van 4 april 1998

 

Ik mocht zelf ook ooit een rol spelen in een VN-rapportage. Ik werd in 1998 benaderd door Elma Drayer en Kees Schaepman voor een rapportage die moest gaan over de studenten die in 1977 eindexamen hadden gedaan aan de Hervormde Pedagogische Akademie in Amsterdam. De titel van het verhaal verraadt de strekking: Onderwijzers zonder klas.

De journalisten hadden bijna iedereen achterhaald, één studente is inmiddels overleden.

Ze namen de tijd: iedereen werd uitvoerig geïnterviewd, met mij waren ze ook een hele middag bezig. Het leverde een groot artikel op, ruim 6 A3-pagina’s met veel foto’s.
Als bekroning brachten ze ons bij elkaar in café Eik en Linde, precies tegenover onze oude school aan de Plantage Middenlaan, het was een leuke ervaring elkaar weer eens te ontmoeten.
De teneur van het artikel is dat veel studenten teleurgesteld of gefrustreerd raakten en dat de meesten uiteindelijk niet voor de klas kwamen te staan.

Het is een vreemde ervaring te lezen wat een verslaggever uiteindelijk gedestilleerd heeft uit een interview dat hij met je had: accenten worden verkeerd gelegd (ik had niet gezegd dat ik het pech vond te moeten hospiteren bij de meester die ik ook als kind had gehad) en feiten verkeerd vermeld (ik was niet “hoofd van de afdeling buitenland” en heb ook de lerarenopleiding Nederlands niet voltooid, maar Engels en Geschiedenis). Ik vond het wel bedenkelijk dat ze twee zo makkelijk te checken stukjes informatie niet goed hadden. Wat zei dat over de rest van het verhaal?

Ten slotte: wat schreven ze in die tijd lange artikelen! Ik ben bang dat vandaag de dag niemand meer tijd heeft voor zulke “longreads”.

 

Ik kreeg onlangs van mijn vrouw een abonnement op Vrij Nederland cadeau. De cirkel is rond.

Americana III

Het was tijd me nog wat verder te verdiepen in dat fantastische land aan de overkant van de Atlantische Oceaan.
De Verenigde Staten, land van de bevrijders, van geweldige literatuur, techniek en onbegrensde mogelijkheden maar ook land van Trump, krankzinnig wapenbezit en oerconservatieve fundamentalistische Darwin-ontkenners.

Ik koos voor De geschiedenis van de Verenigde Staten van Frans Verhagen.

 

In negen hoofdstukken behandelt hij verschillende tijdvakken in de geschiedenis van de VS, beginnend bij de eerste Europeanen die zich vestigden in 1612 en eindigend in 2017.

Tijdens het lezen ontdek je dat je al veel weet van Amerika, maar vaak weet je niet precies hoe het zit. Dan is zo’n compleet overzicht natuurlijk heerlijk om te lezen. Je krijgt inzicht in de geschiedenis, de maatschappelijke verhoudingen en de politiek.
Verhagen ziet kans de situatie waarin Amerika nu beland is, met een verschrikkelijke president, een tot op het bot verdeelde samenleving en talloze burgers die nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden goed te verklaren vanuit historisch perspectief.

 

Begrijp jij Amerika nog? Van dezelfde schrijver begint waar het andere boek ophoudt.

Verhagen maakt vooral de periode tussen de crisis van 2008 en de verkiezing van president Trump inzichtelijk. We zien de geweldige verschillen tussen de kusten en het binnenland, de nadelen van het (verouderde) politieke systeem, de steeds groter geworden inkomstenverschillen en de verpestende rol van de media.

Hij geeft eerlijk toe dat hij, net zomin als heel veel anderen, het verlies van Clinton voorspeld had. Hij had de boosheid en angst van heel grote groepen blanke middenstanders onderschat en geen oog gehad voor de slimheid van Trump. Die had als geen ander door dat veel Amerikanen zo wanhopig waren dat ze op de enige kandidaat stemden die in hun ogen verandering teweeg zou kunnen brengen.

Verhagen heeft een mooie heldere stijl en verveelt geen moment. Een aanrader!

 

We reisden met de trein naar Assen, waar in het Drents Museum de prachtige expositie The American Dream te zien was. Ondertitel: Amerikaans Realisme 1945-1965.
(Gelijktijdig was in de Kunsthalle in Emden (Duitsland) American Realism te zien, over de periode 1965-2017).

 

In de tentoonstelling (die jammer genoeg inmiddels niet meer te bezoeken is) werden bijna 60 werken (schilderijen, foto’s en beelden) getoond van Amerikaanse kunstenaars.

Publiekstrekker waren twee doeken van Hopper, ik vind het een belevenis om met je neus bovenop zo’n origineel meesterwerk te staan.

 

   Wyeth, Andrew

 

Raphael Soyer                        Roy Lichtenstein

Toen ik de schilderijen bekeken had ging ik op een bankje zitten en zette een koptelefoon op. Ik luisterde naar een speciale playlist, met nummers als Strange Fruit van Billie Holiday, We shall Overcome van Pete Seeger, het dieptreurige Dear John, We shall not be moved en We’ve gotta get out of this place van The Animals.

Deze lijst is nog steeds te beluisteren op Spotify.

Ik nam als waardige afsluiting in het museumcafé een Coca Cola en onionrings.

Verhagen:                        8

The American Dream:  8

 

Wat is er aan de hand met mijn krant?

Af en toe richt de hoofdredacteur van de Volkskrant zich tot zijn lezers en vermeldt dan terloops dat er weer een rondleiding op de krant was voor trouwe lezers.
Ik vraag me dan af wanneer ik hiervoor uitgenodigd zal worden. Ik weet niet precies wanneer mijn abonnement inging, ik denk bijna veertig jaar geleden. Dat is vast nog niet lang genoeg. Ik vermoed dat dat ze wachten met uitnodigen tot hun eerbiedwaardige oude lezers lichtjes zijn gaan dementeren om op deze manier te voorkomen dat de redactie onder een stortvloed van grijze kritiek bedolven wordt.

Want zoals zoveel eerbiedwaardige instituten moet ook mijn krant de gesel der Vernieuwing verduren.

Dat de krant zich op een gegeven moment niet meer zag als vertolker van het Rooms gedachtengoed was natuurlijk prima, ik kon ook leven met de verkleining van het formaat.

Meer moeite had ik met de creatie van een magazine dat wel geschreven lijkt voor een doelgroep die louter bestaat uit welgestelde, jonge, hippe, modebewuste gearriveerde dertigers.
Elke keer lees ik met verbazing over lichte en ruime lofts die omgetoverd zijn tot fijne leefomgeving voor Annemieke (interior designer en influencer), Joachim (creatief ondernemer) en hun kinderen Flip, Sanne en Mees. We zien welke enige hebbedingetjes ze om zich heen hebben verzameld (ontworpen door een bevriende kunstenaar) zoals de houtkachel van €6500 die ze bijna nooit hoeven aan te steken, maar die ze moesten hebben.

Ik kan kennisnemen van reportages over reizen naar een heel ver land en kan vast noteren welke ervaringen ik daar vooral niet mag missen (dat enige bistrootje waar ze het varken nog in zijn geheel serveren, die winkel waar je sloffen kunt kopen van lamaleer en dat tochtje in een open boot waar je op eigen kracht door stroomversnellingen mag roeien!)

Als ik weet welke kleren ik moet aanschaffen om aan de nieuwste mode te voldoen en likkebaardend heb mogen lezen welke lekkernijen je in Oost Kapelle kan eten voor €85 pp (gemarineerde zeekraal op een bedje van Sint Jacobsschelpenschuim met een geraffineerde dressing van limoencrème als begeleiding van een op de huid gebakken vergeten vissoort!) kom ik tot rust bij de pagina waar verteld wordt welk modern vormgegeven of juist vintage voorwerp beslist niet mag ontbreken in mijn huis (een zitbol geheel vervaardigd uit slierten plastic die uit zee zijn opgevist!).

De andere zaterdagbijlage (die sir Edmund heet, vraag me niet waarom) is sinds kort op glad papier gedrukt. We moeten het cryptogram nu schuin onder de lamp houden om te kunnen zien wat we ingevuld hebben.

En dan is er de app. Ik ben bang dat mijn vertrouwde papieren krant binnen afzienbare tijd hiervoor plaats zal moeten maken.  Ik moet ervoor zorgen om op tijd dood te gaan als ik dit niet meer wil meemaken.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de digitale uitgave er best mooi uitziet.
Aangezien er op tweede pinksterdag geen krant was heb ik mij laten verleiden de krant op mijn tablet te lezen. Het viel niet tegen, het zag er gelikt uit.

Maar ik zal nooit een fan worden, want er gaat niets boven echt bladeren. Een krant moet naar inkt ruiken, moet knisperen, je moet in een oogopslag kunnen zien wat erin staat en je moet er stukjes uit kunnen knippen.

Blijft er een argument over om toch blij te zijn met de app: voor sommige mensen zal het heel prettig zijn dat je de krant nu ook kunt lezen als je ver weg op vakantie bent.

Maar ook dit gaat voor mij niet op, want de krant wordt mij nagestuurd en ik kan hem op mijn favoriete vakantie-eiland nog dezelfde dag bij de receptie van de camping ophalen…. (Fantastisch geregeld, overigens).

Ik blijf dus maar abonnee en wacht geduldig op een brief van Philip Remarque: “Beste trouwe lezer, het is mij een genoegen u uit te nodigen voor een bezoek. Wij zullen met genoegen luisteren naar al uw loftuitingen”.

 

 

The Assault on Reason door Al Gore

Ik las The Assault on Reason, geschreven door voormalig vice-president Al Gore. Een indrukwekkend boek, dat veel inzicht geeft in de Amerikaanse democratie.

Centraal aandachtspunt van Gore is de manier waarop de Founding Fathers (George Washington, John Adams, Thomas Jefferson, James Madison, Benjamin Franklin, John Jay en Alexander Hamilton) vorm hebben gegeven aan de grondwet van de VS.

De voormalige kolonie werd een republiek en het was van groot belang de grondslagen en waarborgen zorgvuldig vast te leggen.
De democratie moest zo vormgegeven worden dat geen enkele partij teveel macht kon krijgen en dat de burgers uiteindelijk de doorslag moesten geven. Een systeem van checks and balances tussen de staatkundige instituties (wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht: het Congres – bestaande uit the House of Representatives en de Senaat – , de rechterlijke macht en de regering) moest hiervoor zorgen (volksvertegenwoordigers en regering worden voor bepaalde tijd benoemd, rechters juist voor het leven).

In de geest van de Verlichting en als jonge voorbeeldnatie moest Amerika geen enkele ruimte bieden aan machthebbers die terug wilden naar een autocratische maatschappij.
Jefferson sprak over “Eternal hostility against every form of tyranny over the mind of man“.

Our Founder’s faith in the viability of representative democracy rested on their trust in the wisdom of a well-informed citizenry, their ingenious design for checks and balances, and their belief that the rule of reason is the natural sovereign of a free people.

Het belangrijkste middel om de democratie in stand te houden was het publieke debat.

The very idea of self-government depends on an open and honest debate as the preferred method for pursuing the truth – and a shared respect fort he rule of reason as the best way to establish the truth.

Het grote probleem is, dat het debat is niet eerlijk meer is. Het wordt niet meer op papier gevoerd, zoals vroeger, maar via de televisie.

Gore stelt, dat de drukpers een two-way system was, iedereen kon er gebruik van maken. Voor tv geldt dit niet. Tv is one-way. Je hebt heel veel geld nodig om toegang te krijgen. Commercials worden door politieke kandidaten gekocht met geld dat door “elites” gedoneerd werd. Uiteraard zijn leden van die “elites” geïnteresseerd in het kopen van bepaalde politieke resultaten.

Desinformatie

Machtige partijen verkrijgen toegang tot het publiek via een kliek bestaande experts, commentatoren en “reporters”.  Hij. Noemt ze Propagandists pretending to be journalists.

Through multiple overlapping outlets covering radio, television, and the Internet, they relentlessly force-feed the American people right-wing talking points and ultraconservative dogma disguised as news and infotainment – 24 hours a day, 7 days a week, 365 days a year.

Mensen wordt op deze manier angst aangejaagd: ze zorgen ervoor dat mensen eerder op het formaat van de ramp dan op de waarschijnlijkheid focussen.

Hij signaleert Pseudoscientific front groups sowing confusion in the public’s mind about global warming.

They issue one misleading “report” after another, pretending that there is significant disagreement in the legitimate scientific community in areas where there is actually a broad-based consensus.

Hier zitten rijke rechtse ideologen en de olie, kolen en mijnindustrieën achter.

Burgers lezen en schrijven minder

Ook een rol speelt dat mensen steeds minder lezen en schrijven. Ze worden beïnvloed door een bombardement van televisiecommercials en simplistische panacea verkleed als oplossingen elke keer als zich een nieuwe dreiging aandient.
Gore constateert een overreactie op vermeende bedreigingen en te weinig op echte, zoals de klimaatveranderingen.

President George W. Bush

De democratie wordt op meer manieren bedreigd. Met name ex-president Bush moet het ontgelden.
Gore gaat uitgebreid in op diens functioneren, zijn “legal manouvres” en zijn gewoonte degenen die kritiek op hem hebben te verwijten dat ze terroristenknuffelaars zijn.

De invasie van Irak was een enorme politieke blunder, gebaseerd op aantoonbaar verkeerde informatie en ontraden door talloze deskundigen.

Guantanomo Bay volkomen onconstitutioneel en in strijd met alle Amerikaanse waarden.

Onder Bush was sprake van een gedurige opeenstapeling van presidentiële macht, controlerende instituties werden buiten spel gezet met het argument dat in oorlogstijd de president voldoende bewegingsruimte moet hebben om te handelen in het belang van de veiligheid van de natie.

Gore vindt dit een uiterst gevaarlijke ontwikkeling. Het Congres moet oordelen over oorlog en vrede en de macht van de president moet worden beteugeld.

Hij maakt een vergelijking met het Romeinse rijk. Hier gold de regel dat een legeraanvoerder bij terugkomst van een campagne in het rijk nooit in die functie terug mocht keren in Rome. Hij moest voor die tijd afstand doen. Caesar gehoorzaamde niet aan die regel en vanaf dat moment was Rome geen republiek meer.

Our Founders were keenly aware that the history of the world proves that republics are fragile.

The survival of freedom depends upon the rule of law. The rule of law depends in turn upon the respect each generation of Americans has for the integrity with which our laws were written, interpreted, and enforced

Once violated, the rule of law is in danger. Unless stopped, lawlessness grows. The greater the power of the executive grows, the more difficult it becomes for the other branches to perform their constitutional roles.

Terwijl onder Bush de president steeds meer macht kreeg werd ook het justitiële systeem ondermijnd. Elke president probeert opperrechters van zijn politieke kleur te installeren, maar nu werden ook lagere rechters gepaaid met congressen en snoepreisjes, waar ze de conservatieve benadering leerden “particularly toward environmental law and regulations”. Steeds meer vonnissen werden in hoger beroep herroepen ten gunste van grote vervuilende ondernemingen.

In the name of security, this administration has attempted to relegate the congress and the courts tot the sidelines and replace our democratic system of checks and balances with an unaccountable executive. And all the while, it has constantly angled for new ways to exploit the sense of crisis for partisan gain and political dominance.

Rijkdom neemt de plaats in van de rede.

Gore constateert dat wealth has replaced reason at the center of our representative democracy.
Omdat congresleden voor hun herverkiezing heel erg afhankelijk zijn van commercials moeten ze constant aan fundraising doen. Dit maakt hen uiterst kwetsbaar voor invloed van “special interest groups” (zoals de tabaks- en wapenlobby).
Volksvertegenwoordigers spenderen inmiddels meer tijd aan het regelen van hun herverkiezing dan aan het debat.

Het ontbreekt tegenstanders van deze ontwikkelingen aan geld om op vergelijkbare manier campagne te voeren.

Dit alles heeft een fnuikend effect op het vertrouwen van de mensen in de politiek.

If the information and opinions made available in the marketplace of ideas come only from those with enough money to pay a steep price of admission, then all of those citizens whose opinions cannot be expressed in a meaningful way are in danger of learning that they are powerless as citizens and have no influence over the course of events in our democracy – and that their only appropriate posture is detachment, frustration, anger.

De kern van dit boek, dat Gore schreef in 2007, is dit:

The rule of reason is the true sovereign in the American system. Our self-government is based on the ability of individual citizens to use reason in holding their elected representatives, senators and presidents accountable for their actions. When reason itself comes under assault, American democracy is put at risk.

Wat moet er gebeuren?

Uiteraard heeft de schrijver ook ideeën over het pad dat moet worden ingeslagen om de gevaarlijke ontwikkelingen het hoofd te bieden.
Uiteraard denkt hij hierbij aan goed onderwijs, waarbij leerlingen vooral moeten leren informatie goed te analyseren en op waarde te schatten, maar er is meer nodig:

The remedy for what ails our democracy is not simply better education (as importants as that is) or civic education (as important as that can be) but the reestablishment of a genuine democratic discourse in which individuals can participate in a meaningful way -a conversation of democracy in which meritorious ideas and opinions from individuals do, in fact, evoke a meaningful response.

Hij denkt dan, in 2007, dat er een uiterst belangrijke rol is weggelegd voor het Internet (nog met een hoofdletter gespeld).

No citizenry can be well informed without a constant flow of honest information about contemporary events and without a full opportunity to participate in a discussion of the choices that the society must make.

Hij schreef: “Internet is sufficiently developed and secured as an independent, neutral medium”  ….

Hij ziet ook een rol weggelegd voor mensen zoals ik, bloggers:

Some have genuinely interesting things to say, while others do not, but what is most significant about blogging may be the process itself. By posting their ideas online, bloggers are reclaiming the tradition of our Founders of making their reflections on the national state of affairs publicly available.

Trump

Het laatste hoofdstuk van het boek is een update. Gore schrijft over de laatste ontwikkelingen, de verkiezing van Trump is natuurlijk een van de belangrijkste.

Hij erkent dat internet niet het ideale medium is dat hij voor ogen had, als opvolger van het geschreven woord en tegenhanger van de televisie.
Amerikanen kijken meer televisie dan ooit en op het internet vind je steeds meer “echo chambers”: waarin de gebruikers voornamelijk of zelfs uitsluitend gezichtspunten tegenkomen die ze al delen.
Hij signaleert ook het fake news, met de kanttekening dat dit er altijd is geweest.

Het is een wonderlijke ervaring te lezen over het presidentschap van George W. Bush, waarin heel veel kwalijke ontwikkelingen in gang zijn gezet. Als je Bush al een slechte president vindt, wat moet je dan van Trump denken?

Op internet circuleren grappige toespelingen hierop, kijk bijvoorbeeld hiernaar: https://www.youtube.com/watch?v=lpkRFHSpvGI&t=29s

Gore is verbazingwekkend mild over Trump. Hij probeert vooral te verklaren hoe het mogelijk was dat hij aan de macht kwam en ziet eerder de slechte (economische) situatie in de VS als oorzaak van zijn verkiezing dan de capriolen van de man zelf.

Hij constateert dat de crisis die in 2016 heerste het meeste pijn opleverde voor de blanke onderklasse omdat die het vaakst in urbane gebieden wonen. In slechte economische tijden is er meer spanning op raciaal en anti-emigratiegebied. Er was waarschijnlijk ook sprake van een sluimerend afkeer voor de eerste zwarte Amerikaanse president.
De ongelijkheid in inkomen was toegenomen en je kon spreken van spirituele schade aan verwachtingen en dromen met betrekking tot de toekomst. In 2016 werden in de VS meer drugs gebruikt dan tabak. Voor het eerst ging de verwachte levensduur omlaag.
Minderheden hadden de indruk dat er meer aandacht was voor gelijke rechten voor gays, ze voelden zich politiek machteloos want zelf maakten ze geen vooruitgang.

Hier speelde Trump heel handig op in.

Mensen wilden zelfs stemmen op iemand die door de elites veroordeeld was “ if that’s what it takes to get the attention of those who are responsible for messing things up in this country”.

Hij besluit zijn boek met de hoopvolle constatering dat heel veel jonge stemmers de voorkeur hadden gegeven aan Clinton (55 tegen 37%). Overigens won Sanders het bij hen weer met een ruime mate van Clinton: 73 tegen 37%…..

Ik heb het boek met veel plezier gelezen, hoewel het dus al een beetje gedateerd is gaf het me een goed inzicht in het Amerika van vandaag.

The Assault on Reason                      8

 

 

 

 

 

 

Ik moet nog even kijken of ik kan

Iemand wees mij op een Ted-Talk filmpje, waarin een introverte jonge vrouw het publiek voorhield, dat er niets mis is met introvert zijn, sterker nog: de wereld zou een betere plaats zijn (is dat niet een mooi anglicisme?) als verlegen mensen wat meer aandacht zouden krijgen.

Ik was het roerend met die stelling eens. Naar mijn mening zijn er veel te veel grote monden op aarde en is het vreemd dat luidruchtige, dominante types zo vaak de dienst uitmaken.

 

 

Toen ik de bespreking las van Ik moet nog even kijken of ik kan (zowel Sylvia Witteman als Aaf Brandt Corstius schreven erover) leek het me een goed idee het boek aan te schaffen. Het is geschreven door Liesbeth Smit en heeft als ondertitel De stille revolutie van de introverte mens.

Smit is zelf een innie en vertelt dat ongeveer 30 % van ons introvert is. Dat zijn bijna 6 miljoen mensen!

 

Introversie is binnen de persoonlijkheidspsychologie een wetenschappelijk geaccepteerde pool van het menselijke persoonlijkheidsspectrum. Waarbij aan de ene kant introversie staat, en aan de andere kant extraversie. Hoewel vrijwel ieder mens zich beweegt in de ruimte daartussen, zul je een natuurlijke voorkeur voelen voor een van de twee. Introversie is een naar binnen gekeerde levensoriëntatie. Daarbij geven introverten vaak de voorkeur aan introversie; ze krijgen energie van reflectie en beschouwing en verliezen die energie door sociale interactie. Bij extraverten is dit precies andersom. Kortom: een introvert geeft energie in contact met anderen, een extravert krijgt het dan juist. Gedragskenmerken die aan introverten worden toegekend zijn bedachtzaamheid, een observerende, denkende en rustige instelling, goed kunnen luisteren en gevoeligheid voor geluid of sociale drukte.

Introversie is geen klinische diagnose of ziekte, maar zowel een persoonlijkheidspool als een opzichzelfstaande eigenschap. Dat betekent dat je als extravert dus best bepaalde introverte eigenschappen kunt bezitten, maar geen introverte persoonlijkheid hebt. Andersom kan ook: een introvert kan prima extraverte eigenschappen hebben en toch geen extravert zijn. Waarschijnlijk is introversie voor ongeveer 45 procent aangeboren.

(Liesbeth Smit).

In een notendop:

VRAAG: je hebt een drukke week achter de rug. Hoe ontspan je het liefst op vrijdagavond?

A. Door een vrij-mi-bo te doen met collega’s of vrienden, of uit eten te gaan met mijn geliefde of gezin.
B. Door rustig thuis op de bank te zitten. Met tapas voor iedereen, een dekentje, een boek of Netflix.
C. Dat hangt ervan af. Soms door thuis te blijven, soms door mensen op te zoeken.

A = extravert             B = introvert              C = ambivert

 

In het boek worden veel voorbeelden genoemd van introversie: hoe gedragen innies zich, hoe reageert de buitenwereld en hoe houd je het hoofd boven water? Er is aandacht voor introverte kinderen, relaties met introverten en de werkende willy.

Je kan, uiteraard, op internet een test doen om te kijken waar je je bevindt op het introvert-extravert spectrum. Je kunt hem vinden op  https://www.16personalities.com

Ik onderwierp me aan de test en was niet verbaasd dat ik richting introversie neig, ik ben een defender: (de afbeelding die hierbij hoort geeft wel te denken…)

The Defender personality type is quite unique, as many of their qualities defy the definition of their individual traits. Though sensitive, Defenders have excellent analytical abilities; though reserved, they have well-developed people skills and robust social relationships; and though they are generally a conservative type, Defenders are often receptive to change and new ideas. As with so many things, people with the Defender personality type are more than the sum of their parts, and it is the way they use these strengths that defines who they are.

Defenders are true altruists, meeting kindness with kindness-in-excess and engaging the work and people they believe in with enthusiasm and generosity.

Defender personalities are a wonderful group, rarely sitting idle while a worthy cause remains unfinished. Defenders’ ability to connect with others on an intimate level is unrivaled among Introverts, and the joy they experience in using those connections to maintain a supportive, happy family is a gift for everyone involved. They may never be truly comfortable in the spotlight, and may feel guilty taking due credit for team efforts, but if they can ensure that their efforts are recognized, Defenders are likely to feel a level of satisfaction in what they do that many other personality types can only dream of.

 

Hoor ik erbij?

Ik kan niet zeggen dat mijn dag gemaakt was toen ik de testresultaten onder ogen kreeg, ik kreeg ook niet de opwelling onmiddellijk de lotgenotenlijn te bellen.

Het is altijd leuk om tot op zekere hoogte bevestigd te worden in je zelfbeeld en als je leest dat Obama ook een innie is kan je er zelfs een beetje trots op zijn. Blij dat ik niet bij de grote bekken hoor.

Maar zoals altijd klopt het beeld voor een flink deel ook niet. Je bent natuurlijk geneigd vooral te letten op de overeenkomsten (ik heb inderdaad niet veel op met een verjaardag waar de mensen in een grote kring zitten, zit heel graag alleen met een boek en verras mij in godsnaam niet met een surpriseparty) en de verschillen over het hoofd te zien. Zo heb ik er geen enkel probleem mee een (geïmproviseerde) speech te houden voor een groot gezelschap, ben vrij open en ook niet bang mijn mening te geven.

Gelukkig wordt de claim ook nergens gelegd dat je alleen maar introverte of extraverte eigenschappen kan hebben. De term ambivert illustreert dit prachtig (maar zorgt er ook voor dat theorieën een beetje in de lucht komen te hangen).
Als je niet oplet ben je aangeland op het niveau van een horoscoop.

Het is een vermakelijk boek, een easy read en kan mensen die met zichzelf in de knoop zitten misschien wel helpen. De schrijfster zelf heeft er erg veel aan gehad dat ze leerde de positieve kanten van haar introversie te waarderen.

Ik moet nog even kijken of ik kan                  7

 

 

 

 

 

 

 

Witteman en Carmiggelt

Sylvia Witteman beschrijft in haar laatste column de ongemakkelijke positie waarin een goedbedoelende persoon met het multiculthart op de goede plaats terecht kan komen als ze de enige witte blijkt te zijn te midden van allemaal bruine mensen.

Ze schrijft verder dat ze als enige getuige is van een winkeldiefstal: een mevrouw laadt haar boodschappentas vol en vertrekt zonder te betalen.

Witteman weet niet goed wat ze moet doen en verlaat in verwarring de winkel in de wetenschap dat ze er niet terug kan komen. Ze moet de lekkere sambal voortaan ergens anders kopen.

Het toeval wilde dat ik juist gisteren een verhaal van Carmiggelt las, waarin een vergelijkbaar thema voorkomt. Het heet Elders IV en staat in de bundel Ze doen maar (Amsterdam 1976).
Hij schrijft over een kleine dorpswinkel in Frankrijk, waar een vrouw elke dag haar kostje bij elkaar steelt. Zowel de winkeleigenaar als de klanten zijn zich hiervan bewust maar grijpen niet in. De eigenaar berekent (met stilzwijgende instemming van zijn clientèle) iedereen een klein beetje extra voor de boodschappen. Op deze manier betalen alle klanten samen voor de arme vrouw die zelf niet genoeg geld heeft en anders verhongeren zou.
Ze kan op deze manier de illusie bewaren dat ze weliswaar steelt, maar niet afhankelijk is van de goedertierenheid van anderen.
Aan het slot van het verhaal wordt duidelijk dat deze kleine winkel met zijn prachtige charitatieve systeem niet lang meer zal bestaan: tegen de grote supermarkten valt niet te concurreren.

 

Ik stuurde Witteman een mailtje waarin ik haar wees op het bestaan van bovenstaand verhaal. Ik weet dat zij net als ik een groot liefhebber is van de Amsterdamse columnist en denk dat ze het leuk vindt dat ze hierop attent gemaakt wordt.

Ik gaf haar bovendien in overweging zichzelf de vraag te stellen of in de Surinaamse winkel die zij bezocht wellicht niet eenzelfde stilzwijgende afspraak is gemaakt met betrekking tot de vrouw met het hoedje.
Als dat zo is kan ze met een gerust hart daar haar favoriete sambal blijven kopen.

 

 

Carmiggelt was geen bridger

Enige tijd geleden heb ik het plan opgevat het complete oeuvre van Simon Carmiggelt te lezen. Geen geringe taak, zijn bibliografie beslaat vier A’4-tjes. Ik ben inmiddels bij boek nummer 24 en heb er nog geen genoeg van.

Ik lees elke dag een paar verhaaltjes, ze zijn maar kort, en sla af en toe via Marktplaats mijn slag als de voorraad boeken opraakt.

Carmiggelt is een meester in beschrijven en karakteriseren van personen. Hij kan “gewone” mensen prachtig tot leven wekken, hun belevenissen zijn vaak heel herkenbaar.

Zijn verhalen zijn natuurlijk wel gedateerd. Het valt me op hoe vaak hij woorden, citaten of namen gebruikt, die nu bij heel veel lezers vraagtekens zullen oproepen. In Carmiggelt’s wereld zijn vrouwen soms nog juffrouw, lopen obers en kelners rond, hebben auto’s een choke en ben je stokoud als je 69 jaren telt. Hij vertrouwt erop dat je Gorter en Rimbaud kunt plaatsen en gebruikt het woord billijk als hij niet duur bedoelt.

Mij stoort het niet, ik houd wel van archaïsch taalgebruik en berust er met betrekking tot de namen en citaten in dat mijn generatie minder weet dan de vorige. Hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden van elke generatie.

Mooi bridgeverhaal

Af en toe ontmoeten twee hobby’s elkaar. In de bundel Je blijft lachen kwam ik het verhaal Eender tegen.
Carmiggelt observeert een echtpaar dat zojuist heeft deelgenomen aan een bridgedrive. Hij en zijn vrouw zijn aanvankelijk jaloers op hen, omdat ze zoveel eendracht uitstralen en kennelijk zo genieten van hun gezamenlijk tijdverdrijf. Aan het slot blijken de zaken iets gecompliceerder te liggen.

 

Hij voert het bridgende echtpaar sprekend in, maar er klopt niet veel van wat ze zeggen. Carmiggelt is duidelijk zelf geen bridger.

“Kijk, als ik open met een kleine harten, dan heb ik toch drie heren nodig, Jan?”

“Tja, met twee Sans ga ik toch zó down, Lies, als ik niet weet waar ’t klaveraas zit?” “Tuurlijk, dat kon je ook niet weten, want ……” Enzovoort.* 

*Je kunt niet openen met een kleine harten, je kunt er wel eentje bijspelen.
Ik kan me geen enkele situatie voorstellen waarbij het van belang is drie heren te bezitten om te mogen bieden. Als je maar genoeg punten hebt doet het er niet toe welke plaatjes je hebt. Je gaat niet met 2 sans down, je kan in een sanscontract down gaan. Twee Sans Atout kan inderdaad een verkeerd contract zijn als de positie van klaveraas cruciaal is. Als die in de veilige hand zit is er geen vuiltje aan de lucht, maar als de verkeerde kant aan slag komt wordt er dwars door je harten gespeeld (de heer stopt dan niet meer) en kom je onherroepelijk in dwang of krijgt afgooiproblemen.

 Wonderlijk tijdverdrijf

Bij mensen die niets van bridge weten schemert vaak door dat ze het eigenlijk maar raar vinden dat anderen zich ermee bezighouden. Een lezeres van dit blog vertelde me dat ze bij het lezen van mijn bridge-stukje associaties had met de fantastische sketch van Jiskefet (Stiften).

Mijn moeder ging nog een stapje verder: ze vond alle kaartspellen raar. Had dit wellicht iets te maken met haar Calvinistische opvoeding? Ze ontleende een zekere superioriteit aan het feit dat ze zich niet met dergelijke onzin inliet. Toen ze mijn schoonvader ontmoette, die een enthousiast klaverjasser was, verklaarde ze trots dat ze de ene kaart niet van de andere kon onderscheiden. Ze verwachtte waarschijnlijk bijval, maar ontlokte slechts de terechte opmerking: ”Dat is dan knap stom”. Gelukkig kon ze daar wel om lachen.

Ook Roald Dahl schreef  over bridgers

Het verhaaltje van Carmiggelt deed me denken aan het prachtige korte verhaal van Roald Dahl: My Lady, my Dove. Hierin komen ook twee bridgende echtparen voor, waarvan er een vals speelt….
Aan het eind zit natuurlijk weer zo’n magnifieke Roald Dahl-twist.  Lezen!

 

 

 

 

Buiten je bubble

In een van mijn zwembaddiscussies met een Wildersfan (zie mijn blog en deze) kreeg ik het verwijt dat ik eens uit mijn Volkskrantbubble moest komen en de zaken ook eens van een andere kant moest bekijken.

A. stuurde me een link naar een site waar ik inderdaad nog nooit op geweest was: The PostOnline. Hij wilde graag dat ik een vraaggesprek las met een Zweedse hoogleraar, die ontslagen was.
Hij wilde hiermee bewijzen dat je geen kritiek mag uiten op de Islam, want dat kost je je baan.

Het is een vreemde gewaarwording rond te struinen op een site die inderdaad nogal anders is dan de Volkskrant. Ik schreef:

Hoi A.
Ik vind het fascinerend om deze site te bekijken. Ik kom er niet goed achter wat precies de achtergrond is, men noemt zich onafhankelijk, maar op de een of andere manier ademen alle artikelen toch wel ongeveer dezelfde sfeer. Het doet me een beetje aan GeenStijl denken: zogenaamd overal tegenaan schoppen, maar het zijn toch wel opmerkelijk vaak linkse schenen.

Op zoek naar meer informatie over the PostOnline vind ik onder de kop FAQ het volgende:

Wat is ThePostOnline precies?
ThePostOnline is een platform zonder ideologie of dogma’s. ThePostOnline is beslist niet van zijn eigen moraal overtuigd. Daarom is ons motto ook: ‘Voorbij het eigen gelijk’. Verder maken we nieuws, het liefst nieuws dat andere media bewust of onbewust laten liggen. Daarom is ons andere motto ook: ‘Als u slaapt zijn wij wakker’.

Verder valt op dat er flink gehengeld wordt naar donaties, misschien omdat de hoofdredacteur, Bert Brussen, als motto pecunia non olet heeft.

De toon is enigszins schertsend, Pietje-Bell achtig maar vooral ook erg slachtofferig: de linkse elite en moraalridders hebben het op ons voorzien, terwijl we toch zo objectief zijn!
Een kop als deze doet anders vermoeden:

Ik bekeek op verzoek van A. het volgende filmpje en gaf dit commentaar

Het verhaal over de Zweedse hoogleraar: we moeten aannemen dat het hier over een soort Berufsverbot gaat, maar er zijn weinig feiten: hij klaagt dat hij het alleen maar heeft gehad over John Stuart Mill, en dat hij op grond daarvan ontslagen is. Maar ik hoor dat de universiteit eerst enkele gesprekken heeft georganiseerd en toen een procedure is gestart. Dat klinkt best zorgvuldig.
Ik neem aan dat ook in Zweden de ontslaggrond en -procedure door de rechter kunnen worden getoetst, dat heeft hij zo te zien niet geprobeerd.
Elke universiteit (elke werkgever) heeft het recht werknemers te ontslaan, maar dat mag nooit op grond van slechte onderbouwing gebeuren. Ik vermoed dus dat er hier sprake was van rechtmatige gronden. Ik kan aan het filmpje verder geen informatie ontlenen.

Vind je het niet een wat huilerig verhaal? ” Ik had het alleen maar over Stuart Mill en toen zat er een bekeerde moslima in de zaal die zei dat ik niet neutraal was en nu ben ik ontslagen!”

Misschien denk je dat de situatie in Zweden erger is dan in Nederland? Hier mogen academici als Jansen, Hirsi Ali en Baudet toch gewoon volop hun mond opendoen? Wilders is volgens mij geen academicus, anders kon die er ook nog bij.

Ten slotte begon ik aan een artikel over Joshua Mitchell, een Amerikaanse hoogleraar die wijst op het gevaar van de Islam en kritiek heeft op de Westerse houding. Ook na herlezing kon ik er geen touw aan vastknopen.

Het lijkt erop dat de verslaggeefster (Sietske Bergsma) aangeslagen was op het thema anti-Islam en daarom het hele verhaal gepubliceerd heeft, ondanks het feit dat de inhoud volstrekt onduidelijk is.

De manier waarop Bergsma zichzelf voorstelt is trouwens ook veelzeggend:

Sietske Bergsma (de wereld, vorig millennium) is schrijfster en ’schreckliches Kind’ sub rosa. Inlevend en doordacht. Bewust gehuwd moeder. Zelfreinigend.

Ze noemt zichzelf Bewust gehuwd moeder, een grapje naar aanleiding van de term Bewust Ongehuwde Moeder. Zij moet hier natuurlijk niks van hebben, veel te links-elitair.
Nogal oubollig, want de laatste keer dat iemand het nog over BOM-moeders had was veertig jaar geleden.

Ik heb goed rondgekeken, maar ben niet erg onder de indruk. Ik ga maar weer terug naar mijn Volkskrant.

The Post Online:                4

 

 

 

 

Vijf sterren lezen

Sinds 1980 verschijnt een keer per jaar de Detective en Thrillergids als bijlage bij Vrij Nederland. In deze gids wordt een overzicht op schrijver gegeven van alle boeken op dit gebied die in het Nederlands vertaald en verkrijgbaar zijn.

Ik houd van het genre, dus ik zorg dat ik elk jaar een exemplaar te pakken krijg. Ik lees de besprekingen en maak een lijstje van de boeken die vijf sterren krijgen.
Daar selecteer ik er weer een paar van om mee te nemen op vakantie.
Als het oorspronkelijk Engelstalige boeken zijn koop ik de Engelse uitgave, bij Scandinavische thrillers (die vaak erg goed zijn) ben ik afhankelijk van de vertaling.

De meeste boeken zijn voor minder dan 10 pond te koop bij Amazon, ik kan dus voor relatief weinig geld een stapeltje laten komen.
Wat is er fijner dan een doos met nieuwe boeken open te maken? Ik bekijk de covers, snuffel even aan elk boek en zet ze dan weg. Het spreekt vanzelf dat ik er nog niet in lees.
Ik verkneukel me vast op het moment dat ik op de camping zit en eindelijk genoeg tijd/ruimte/gelegenheid heb de boeken een voor een te verslinden.

Het stapeltje boeken dat ik voor de grote vakantie aanschafte is inmiddels behoorlijk geslonken, ik heb heel wat heerlijke uurtjes kunnen lezen.

De kwaliteit van de boeken wisselde. Van sommige kon ik me absoluut niet voorstellen dat de recensent ze vijf sterren waard vond. Soms rammelde het verhaal, een andere keer was de plot ongeloofwaardig of het taalgebruik ondermaats.

The Natural Way of Things door Charlotte Woods spelt zich af in Australië. Een groep vrouwen is samengebracht in het achterland van Australië, afgesloten van de rest van de wereld als straf voor hun gedrag.

Het boek roept herinneringen op aan Waiting voor Godot van Samuel Beckett (iedereen wacht op een mysterieus personage dat nooit komt) en Lord of the Flies van William Golding (wat gebeurt er met mensen die samen opgesloten zitten en vreselijke dingen meemaken?)
De uitgever vergelijkt deze roman met A Handmaid’s Tale van Margaret Atwood. Dat vind ik nogal gezocht. Atwood beschrijft een complete maatschappij die gebaseerd is op ondergeschiktheid van de vrouw, Woods maakt nergens duidelijk waarom de vrouwen gestraft worden en door wie.
Het boek laat een onbevredigende indruk achter, het verhaal stopt ook abrupt. We moeten raden hoe het met de hoofdpersonen afloopt.

The Darkest Secret van Alex Marwood is een pareltje. Een prachtige mystery novel met een fraaie twist aan het einde. De karakters zijn goed beschreven (wat kunnen mannen toch klootzakken zijn en vlak ook de vrouwen niet uit), de plot is goed bedacht. Je krijgt geleidelijk steeds meer inzicht door middel van een knappe verhaalstructuur. De schrijver neemt de tijd de hoofdpersonen uitgebreid te beschrijven zodat hun handelingen geloofwaardig worden.
Op bladzijde 332 (hoofdstuk 39) wordt nog een nieuw karakter geïntroduceerd, die een rol speelt bij een belangrijk verhaalelement. We lezen iets over zijn achtergrond en zijn bestaan en leren hem een beetje kennen. Dan doet hij een belangrijke ontdekking en verdwijnt weer helemaal uit beeld.
Het getuigt van groot schrijverschap als je zo durft te schrijven.
Toen ik het boek bijna uithad wist ik dat het niet goed zou aflopen, maar de wending op de laatste bladzij had ik niet zien aankomen…

The Natural Way of Things                     6
The Darkest Secret                                    8

 

Gelukkig heb ik nog 70 cm ongelezen boeken staan…