De tolk van Java

Lang geleden werkte ik op een school in de Amsterdamse Kinkerbuurt en ontmoette op een ouderavond de vader van een van mijn leerlingen.

Hij stelde zich voor als Raymond Westerling en ik herkende hem meteen als de beruchte kapitein die dienst had gedaan in Indonesië tijdens de politionele acties. Er werd van hem verteld dat hij gevangenen had laten martelen en dat hij sommigen standrechtelijk had geëxecuteerd.

Ik deed mijn best me te concentreren op het gesprek over zijn dochter, maar moest na afloop wel even slikken.

Ik wist van hem omdat ik altijd al een bijzondere interesse gehad heb in onze voormalige kolonie. Ik heb heel wat boeken gelezen, documentaires gezien en bezoek al jarenlang de Pasar Malam in Den Haag om wat sfeer op te snuiven.

Een zekere ongezonde Tempo Doeloe-mentaliteit kan mij niet ontzegd worden. Ik kijk naar de foto’s van blanken op plantages, comfortabel gezeten in rotanstoelen op de veranda van hun koloniale villa terwijl ze bediend worden door eerbiedig inlands personeel. Voor elk klusje een bediende, ze mochten blij zijn dat ze een betrekking hadden. Ons Indië, de Gordel van Smaragd…

Een van mijn vrienden is als baby naar Nederland gekomen (ik maak het verhaal altijd mooier door te zeggen dat hij op de boot geboren is) en heeft mij veel verteld over zijn Indo-familie.

Ik wist wat er zich had afgespeeld in de Tweede Wereldoorlog en ook dat Nederland maar wat graag de koloniale verhoudingen na afloop weer in ere wilde herstellen. Alles zou worden als vroeger en we zouden weer volop profiteren van de rijkdommen van onze overzeese gebiedsdelen.

Het was een beetje anders gelopen: de Indonesiërs hadden gezien dat de machtige blanke bezetter verslagen werd door een ander Aziatisch volk en ontdekt dat het dus ook anders kon.

Men wilde dat er een eind kwam aan de koloniale overheersing en dat Indonesië onafhankelijk zou worden. Er brak een verschrikkelijk wrede periode in de geschiedenis van Indonesië aan. Vooral tijdens de Bersiap (het machtsvacuüm dat ontstond na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945) werden talloze blanken, Indo’s, Chinezen en van collaboratie verdachte inlanders vaak op gruwelijke wijze vermoord.
Met name Amerika drong er na de Tweede Wereldoorlog op aan bij de Europese staten dat ze hun voormalige koloniën zouden opgeven.

Nederland stribbelde tegen en probeerde met harde hand het gezag te herstellen. Met dit doel werden twee politionele acties ondernomen, een eufemisme voor koloniale oorlog.

Het liep op een mislukking uit. Nederlandse strijdkrachten begingen oorlogsmisdaden maar konden niet winnen en uiteindelijk werd de onafhankelijkheidsverklaring getekend.

Heel veel Indische Nederlanders moesten vluchten naar Nederland omdat ze niet meer veilig zouden zijn als ze bleven.
Nederland deed mooie beloften aan met name ex-soldaten van het KNIL maar kwam die niet na.

Grote groepen Indo’s moesten in Nederland een bestaan opbouwen. Ze hadden problemen met heimwee, discriminatie en wennen aan de Nederlandse samenleving. Twintig jaar later zouden jonge Molukkers gewelddadig aandacht opeisen voor het onrecht dat hen was aangedaan.

Dit is de achtergrond van de hoofdpersonen in De tolk van Java, van Alfred Birney. Het boek won de Libris Literatuurprijs 2017 en werd een bestseller.

Ik las het boek en was een beetje teleurgesteld.

Die meeste aandacht gaat uit naar de vader van de hoofdpersoon, die eerst tegen de Japanners vocht en daarna optrad als tolk voor de Nederlandse strijdkrachten. De titel tolk is misleidend, omdat hij veel meer deed dan vertalen. Hij martelde vrijheidsstrijders en vocht volop mee.

De vader heeft zelf een verschrikkelijke jeugd gehad, moest daarna uitwijken naar Nederland omdat hij de koningin altijd trouw was gebleven en behandelt zijn kinderen dan net zo wreed als hij zelf gewend was.

Hij kreeg deze kinderen met een Nederlandse vrouw uit Helmond. Ze hadden elkaar als correspondentievrienden leren kennen.

De vader voert een schrikbewind uit en werkt voortdurend aan zijn memoires, rammelend op een oude Remington schrijfmachine.
Het boek laat bij toerbeurt zoons (een tweeling) en vader aan het woord, vaak spreekt de jongen zijn vader toe. Het middelste gedeelte bestaat uit het levensverhaal van de vader, de zoon beschikt over het manuscript.
Er is een heel duidelijk verschil in schrijfstijl: ik kom er niet achter of dit inderdaad een gevolg is van het letterlijk citeren uit het manuscript, of dat Birney op deze manier authenticiteit wilde verlenen aan het gedeelte dat aan zijn vader wordt toegeschreven.

Birney zelf schrijft goed, maar heeft geen literaire stijl. Hij bedient zich vaak van spreektaal en brengt weinig psychologische diepgang aan.

Als hij zijn vader aan het woord laat ziet het er nogal onbeholpen uit. Ik heb er af en toe moeite mee te geloven dat iemand werkelijk op deze manier over zichzelf schrijft.
Voorbeeld: er komen zeker vier passages voor waarin de hoofdpersoon zich moet melden bij een meerdere. Elke keer vertelt hij dat hij stram in de houding gaat staan en salueert.

Een onderhoudend boek, dat waarschijnlijk heel dicht tegen de werkelijkheid aanzit, maar dat volgens mij de vele loftuitingen niet helemaal waard is.

Kapitein Raymond Westerling wordt één keer genoemd in het boek, maar speelt geen enkele rol….

 

De tolk van Java         6

 

 

Factfulness

Het zijn geen blijde tijden voor de pessimisten onder ons.  Als je het hoofd niet in het zand gestoken hebt is er ook weinig reden om de wereld zonniger in te zien.

Je kunt bijna geen kant uitkijken of je wordt geconfronteerd met wat allemaal fout gaat.
Het meest deprimerende voorbeeld hiervan is niet lang gelden gekozen tot president van de Verenigde Staten.

Gelukkig biedt humor soms een uitweg

 

 

 

Verder helpt het erg als je het laatste boek van Hans Rosling leest:

Factfulness; ten reasons we’re wrong about the world – and why things are better than you think.

 

Rosling is medicus en statisticus. Hij benadert alle problematiek vanuit de beschikbare data en blijft erop hameren dat dit de enig juiste methode is.

 

Het is slecht gesteld met de feitenkennis, niet alleen bij leken maar ook bij talloze gezelschappen van wetenschappers en beleidsmakers. Door de jaren heen nam hij elke gelegenheid te baat de groepen die hij toesprak te testen op hun feitelijke kennis van de situatie in de wereld, het resultaat was iedere keer bedroevend. Een chimpansee zou het in de meeste gevallen beter hebben gedaan.

Hij legde zijn gehoor vragen voor als:

In all low-income countries across the world today, how many girls finish primary school? (20, 40 or 60 %).
En:
How many of the world’s 1-year-old children today have been vaccinated against some disease? (20, 50 or 80 %)?

De juiste antwoorden zijn 60% en 80%.
Heel veel mensen hebben een veel negatiever beeld van de situatie op de wereld dan gerechtvaardigd is.
Punt is, dat op grond van deze pessimistische kijk heel veel fout beleid wordt gemaakt en heel veel geld verkeerd wordt uitgegeven.
Rosling voert een kruistocht tegen vooroordelen gebaseerd op slechte of onvolledige informatie en “gut-feeling”. Hij pleit voor zorgvuldig beleid gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.

Rosling toont aan dat we af moeten van het vage onderscheid tussen rijke, ontwikkelde landen en arme onontwikkelde. Er is de laatste decennia ongelooflijk veel veranderd, de oude terminologie is niet meer geschikt.
Hij gebruikt in zijn boek een indeling die gebaseerd is op inkomen: als je op grond hiervan statistieken opmaakt zijn die veel zuiverder dan wanneer je uitgaat van geografische of demografische overeenkomsten.

Een steeds terugkomend fenomeen in zijn presentaties is het stippendiagram. Op een grafiek met x- en y-as wordt data geprojecteerd in de vorm van grote en kleine gekleurde balletjes. Aan de hand van hun positionering wordt de informatie gepresenteerd, in een geanimeerde versie kan ook nog de factor tijd worden ingevoerd: de ballen worden dan groter of kleiner en verschuiven over de grafiek. Grafisch mooi, effectief en indrukwekkend.

De schrijver laat zien dat onderzoeksgegevens van de VN er heel duidelijk op wijzen dat er op heel veel terreinen in vergelijking met 100 jaar geleden ongelooflijk veel vooruitgang is geboekt.
Probleem is dat onze zienswijze door allerlei denkfouten (zoals verkeerd generaliseren, het “enkele perspectief-instinct” en het “urgentie-instinct”) systematisch te pessimistisch wordt ingekleurd. Hij stelt deze fouten in tien hoofdstukken achter elkaar aan de orde en geeft mooie voorbeelden.

Je zou bijna denken dat Rosling een blij ei is, en geen oog heeft voor wat wel degelijk mis is op de wereld.
Dat is hij gelukkig niet, hij erkent dat er nog heel veel moet gebeuren en dat er reële bedreigingen zijn, maar wil ons er graag van overtuigen dat de wereld tegelijkertijd bad kan zijn, maar ook better. Hij geeft het voorbeeld van zijn eigen grootvader, die 100 jaar geleden geboren werd. Die leidde een totaal ander leven dan hij. Ga maar na wat er in al die tijd veranderd/verbeterd is. En dat binnen drie generaties!

Of we nu zo blij moeten zijn met zoveel nieuwe muziekopnamen en mobiele telefoons is de vraag, maar er is toch wel heel veel reden om wat minder pessimistisch te zijn.

Nu nog even de beleidsmakers overtuigen…..

 

Factfulness                 9

Er staat een flink aantal Ted-talks op Youtube, dit is een korte

 

 

De lagere school

Uitgevers zijn altijd op zoek naar boeken die ze kunnen uitgeven die niet zoveel gekost hebben en toch veel geld opbrengen.

Marktonderzoek heeft ongetwijfeld aan het licht gebracht dat nostalgie het erg goed doet.

Als het aantal levensjaren toeneemt treden nostalgische gevoelens wellicht ook meer op de voorgrond.
Iedereen (behalve Henk Krol) weet dat pensionado’s over het algemeen goed in de slappe was zitten, dus ligt het voor de hand deze steeds groter wordende groep te paaien.

Het getuigt dus van briljant zakelijk inzicht dat er steeds meer boeken verschijnen die het verleden in beeld brengen en ook vaak romantiseren.

Ik heb een aardig aantal in bezit: fotoboeken over de vijftiger jaren (heerlijk zwart-wit en in elke straat maar twee auto’s), het grote jaren 50 en 60 boek en Gouden jaren van Annegreet van Bergen.

 

 

 

Mijn nieuwste aanwinst is De lagere school van Wim Daniëls.

De titel zegt het al, het boek gaat over de voorloper van de basisschool.
Ik zat zelf op een lagere school in Amsterdam en gaf er later ook les. Ik maakte de overgang van het oude systeem naar het nieuwe mee en zag er naar uit alle oude herinneringen weer eens op te halen.

Toen ik het boek doorbladerde kwamen moest ik meteen denken aan:

  • De meester die vertelde aan de hand van de schoolplaten (wij rekten de les expres door onbenullige vragen over details te stellen die de meester geduldig allemaal beantwoordde).
  • Het voorlezen uit verschrikkelijk spannende boeken.
  • De schoolmelk. Als het jouw beurt was mocht je met een scherp potlood gaatjes in de aluminium doppen prikken. Soms werden de kratten bij de kachel gezet omdat de inhoud gedeeltelijk bevroren was; toen wij de flesjes mochten leegdrinken zat er nog steeds een klont bevroren water in, de overgebleven romige vloeistof smaakte heel vies.
  • Het klaar-overen: ik behoorde tot de verkozen elite en voelde me apetrots en heel erg belangrijk met de witgekalkte koppel en spiegelei.
  • Het overblijven, boterhammen met theeworst waar ik na verloop van tijd zo’n genoeg van kreeg dat ik ze niet meer opat. Het kwam niet in mij op mijn moeder te vertellen dat ik liever ander broodbeleg had, er kwam pas verandering toen mijn moeder voor de derde achtereenvolgende dag het onaangebroken pakje brood in mijn schooltas aantrof.
    Als de andere kinderen naar huis gingen mocht ik boeken lezen uit de schoolbibliotheek.
  • Het afscheid na de zesde klas. Ik vormde met vriendjes een bandje dat muziek playbackte en zong een liedtekst die mijn grote zus had geschreven.
  • Mijn tijd als hospitant (vroeger heette je kwekeling), gedurende enkele maanden bij de meester die ik ook als kind had gehad. Als hij aan het begin van de dag “eerbiedig” tegen de kinderen zei vlogen ook mijn handen automatisch in de bidstand.
  • De allereerste dag op de Bilderdijkschool, waar ik drie dagen in de week les zou geven aan de zesde klas. Het hoofd van de school stond de andere twee dagen voor de klas. In mijn bijzijn scheurde hij de enveloppe open waarin de rekenopgaven van de Cito-eindtoets zaten. Die zou de volgende dag worden afgenomen, ik moest ter voorbereiding maar even kijken welke lastige onderwerpen aan de orde zouden komen, die kon ik dan even met de klas doornemen.
    Ik stelde als nieuwkomer geen vragen, maar heb mij in mijn eigen onderwijscarrière nooit meer schuldig gemaakt aan dergelijk frauduleus handelen.

Ik was daarna actief in veel andere onderwijssectoren en kwam terug toen de basisschool al lang een feit was. Voor mij was het grootste verschil dat er nu kleuters in de school rondliepen, die je heel vertrouwd een handje gaven als je met ze opliep.

In De lagere school komt in 32 hoofdstukjes heel veel langs, toch valt het boek een beetje tegen.

Daniëls baseert zich op zijn eigen ervaringen (hij is een jaar ouder dan ik), gesprekken met anderen en wat research.
Het boek is een beetje onevenwichtig: hier en daar lijkt het de pretentie te hebben volledig te zijn, wat onmogelijk is. Af en toe wordt uitgeweid over de voorgeschiedenis van het Nederlandse onderwijsstelsel maar heel veel komt niet aan bod.
Ik heb natuurlijk niet geturfd, maar ik heb de indruk dat hij nogal veel uitgaat van de situatie op katholieke lagere scholen in het zuiden van Nederland. Dat hij zelf op de Noord-Brabantse Sint-Jozefschool zat zal ongetwijfeld een rol spelen.

Hij maakt verder af en toe vergelijkingen met de stand van zaken op de basisschool anno 2018 en slaat hier af en toe de plank mis.

Het boek is mooi verzorgd, maar ik begrijp niet waarom de vormgever ervoor heeft gekozen de citaten uit oude kranten in schrijfmachineletters te zetten. Ik heb er begrip voor dat hij grafisch onderscheid wil maken tussen de tekst van de schrijver en die van de krant, maar deze oplossing is ronduit lelijk en wekt ook nog een verkeerde associatie: bij schrijfmachineletters denk je aan een brief, niet aan een krantenartikel.

De ondertitel van het boek luidt Toen alles nog heel anders was. Dat is goed geformuleerd, Daniëls maakt zich gelukkig niet schuldig aan romantisering (“Toen alles beter was”).

Al met al dus een lichte teleurstelling. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de schrijver zich er een beetje makkelijk van af gemaakt heeft. Nostalgie verkoopt, maar je bent het aan je lezers verplicht zo volledig mogelijk te zijn en goede research te plegen.

 

De Lagere school                  6 ½

 

 

Over lezen

Van alle geneugten die er voor een mens bestaan is lezen wel de fijnste.
Eten, drinken en televisiekijken komen in de buurt en ook de vleselijke lusten zijn niet te versmaden, maar er gaat niets boven een mooi boek.

In een mensenleven wordt er op verschillende manieren gelezen.

Aanvankelijk lezen

Je kent de letters en probeert van die letters woorden te maken. Als je niet dyslectisch bent en over voldoende verstand beschikt gaat dit allengs sneller en kan je al snel hele zinnen lezen.
Je bent nog wel beperkt tot je eigen taal. Ik herinner mij tandartsbezoeken waarbij ik in de wachtkamer weleens een tijdschrift ter hand nam. Arts en Auto kon mij niet boeien, de Punch leek aantrekkelijker. De teksten waren echter onbegrijpelijk voor mij en zelfs de onderschriften van de cartoons (de punchlines!) ontgingen mij.
Het moet de combinatie van angst (ik zou mij moeten onderwerpen aan de pijnlijke behandelingen van tandarts Spies, in die tijd werd een kind nog niet gerustgesteld) en de niet begrepen grapjes zijn die mij een aversie tegen deze humoristische publicatie heeft bezorgd die tot de dag van vandaag aanhoudt.

Het gretige lezen

Als je eenmaal een beetje vlot kan lezen zie je overal je kans schoon. Gulzig en kritiekloos neem je alles tot je, je gaat er volledig in op. In mijn geval moest mijn moeder het boek uit mijn handen trekken om ervoor te zorgen dat ik niet te laat op school kwam.

Ik las de bibliotheek leeg en beleefde de avonturen van Arendsoog, Biggles, de jongens van de Kameleon en die van de Bob Eversboeken ademloos en intens alsof ze mij zelf overkwamen.

Het lezen met rode oortjes

Er komt een moment dat je vader je wil vertellen over de hoed en de rand, maar je hebt al lang  Jan Wolkers ontdekt en van hem geleerd wat grote mensen met elkaar doen.

Je wordt kritischer

Jammer genoeg komt er een moment dat je niet meer klakkeloos aanneemt wat je leest. Je realiseert je dat de hoofdpersonen van de Bob Eversboeken kennelijk nooit naar school hoeven en dat het toezicht door hun ouders wel erg rudimentair is. Ze reizen de hele wereld door, niemand vraagt om een paspoort en er is ook altijd genoeg geld.

Je begint ook oog te krijgen voor mooi taalgebruik en leest wel eens een zin (of heel boek) over omdat je de formulering of de karakteropbouw zo mooi vond.
Je kijkt met weemoed naar de stapels Alistair Maclean en Desmond Bagley-boeken en realiseert je dat je ze nooit meer zult herlezen. Ik heb ze op Koninginnedag allemaal verkocht.

Het wow-lezen

Met spijt zie je dat er steeds minder pagina’s van dat prachtige boek resteren, je sluit het uiteindelijk met een diepe zucht en zou het liefst weer op pagina 1 beginnen.
Je denkt nog regelmatig aan bepaalde episodes en karakters en gaat onmiddellijk op zoek naar meer boeken van die schrijver. Als het mooie boek onderdeel was van een serie rust je natuurlijk niet vóór je alle delen hebt verslonden (uiteraard in de goede volgorde).

                

Denk aan Sjöwall en Wahlöö, Chaïm Potok, Trevanian, Clavell en Irving (om er zo maar een paar te noemen).

Het burn-out-lezen

Boeken kunnen ook troost geven en je even wegvoeren van het voortdurende piekeren. Zo las ik het complete oeuvre van O’Brian en kon me bezighouden met allerlei nautische aangelegenheden op Engelse oorlogsbodems in de 19e eeuw in plaats van met problemen op het werk en met mijn gezondheid.
Ik kijk wel eens naar de ruggen van die 20 boeken en twijfel: zal ik ze nog eens lezen? Wordt het een feest van herkenning of zal blijken dat ik destijds zo gepreoccupeerd was dat ik ze heb doorgeploegd zonder er een woord van in me op te nemen? Of word ik door herlezing weer teruggebracht naar die nare periode?

Vier boeken tegelijk

Waar ik vroeger genoeg had aan de krant en een roman (voor mijn werk moest ik ook al erg veel lezen) heb ik nu een stapeltje boeken bij mijn favoriete leesplek liggen. Ik lees uit elk een verhaal, hoofdstuk of onderdeel en neem dan monter het volgende boek ter hand en verdiep me daar weer in.
Dit bevalt mij uitstekend. Het grootste voordeel is dat mij dus niet het diepe gat toegaapt dat ontstaat als men een mooi boek uit heeft. Er moet dan een opvolger gezocht worden en dat is niet eenvoudig.  Als het ene boek uit is kunnen de andere drie het verlies opvangen.

Ik krijg gelegenheid het gelezene op mij in te laten werken en doe lekker lang met ieder boek.

Op dit moment lees ik (naast krant en tijdschriften) The Punch van Noah Hawley, een bridgeboek, een bundel met verhalen van Carmiggelt en Familieziek van Adriaan van Dis.

Het allerlekkerste lezen: op vakantie

We gaan pas over ruim een maand weg, maar ik ben al goed voorbereid. Ik kan straks kiezen welke lectuur mij zal vergezellen:

Carmiggelt Drie bundels (ik heb er inmiddels 33 gelezen)
Geert Mak Het huis van orde en papier (het laatste boek van hem dat ik nog niet gelezen heb, zuinig bewaard)
7 spannende boeken Zorgvuldig geselecteerd uit de Thrillergids van Vrij Nederland
Alfred Birney De tolk van Java (Indië blijft trekken)
Wim Daniëls De lagere school (jeugdsentiment)
Noah Hawley A Conspiracy of Tall Men
Jesse Klaver De mythe van het economisme
Philip Roth The Plot against America (een must-read nu hij dood is)
Annie M.G. Schmidt Die van die van u (prachtige dundrukuitgave)
Hans Rosling Factfulness (“why progress is so often secret and silent”)
Mary Lawson Road Ends (omdat ze zo mooi kan schrijven)
Tom Hanks Uncommon Type (korte verhalen)
Paul Mendelson The Right Way to Play Bridge

Bij de caravan of op een terrasje. Is er iets mooiers denkbaar?

 

 

 

De verhalen van Vrij Nederland

Ooit was ik abonnee van Vrij Nederland, maar er kwam een moment waarop ik mijn abonnement opzegde, ik weet de reden niet meer.

Ik herinner me de prachtige bijlagen die toen verschenen, meestal geschreven door Gerard van Westerloo of Elma Verhey.

Geert Mak, een van mijn favoriete schrijvers, sprak lovend over het boek De pont van kwart over zeven, de beste journalistieke verhalen.
Ik kocht het boek en het was een feest van herkenning. Er staan 17 prachtige verhalen in, de meeste van van Westerloo, vier schreef hij samen met Verhey.

Ik herinnerde mij vooral het titelverhaal: alle passagiers van de pont van kwart over zeven die van Amsterdam Noord naar het Centraal Station vaart op een willekeurig werkdag, werden opgezocht en geïnterviewd. Het stuk werd in 1981 gepubliceerd.

Het kan zijn dat de term “ruggengraat van onze maatschappij” hierin voor het eerst gebruikt werd. Van Westerloo laat uitgebreid de gewone, hardwerkende mensen aan het woord die trouw elke dag naar hun werk gaan en de maatschappij draaiende houden.

In dit verhaal en ook in het prachtige Lijn 16 komt heel duidelijk naar voren dat de gewone werkende man/vrouw niet veel meer begrijpt van de veranderingen in de maatschappij. Ze ergeren zich aan de uitkeringstrekkers, de criminelen en het gebrek aan gezag. Ze voelen zich machteloos en trekken zich terug in hun eigen huis, dat ze vaak in een paleisje hebben omgetoverd. Ze missen de saamhorigheid van vroeger en hebben het idee dat het helemaal verkeerd gaat in de samenleving en dat zij de prijs moeten betalen.

Mij vallen twee dingen op: deze verhalen werden geschreven in de jaren 80, maar hebben niets aan actualiteit ingeboet. Vervang de Centrumpartij door de PVV en de interviews hadden ook dit jaar kunnen zijn afgenomen. Ze tonen aan dat er nog steeds een enorme kloof zit tussen de beleidsmakers en de mensen die er de gevolgen van ondervinden.
Verder valt mij op dat er niets verbloemd werd in de verhalen: er wordt geen zalvende links-tolerante sluier over de teksten gelegd, de mensen krijgen (terecht) volop de kans te vertellen hoe zij de dingen ervaren. Vooral Surinamers en Turken moeten het ontgelden, waarschijnlijk waren er in die tijd nog niet zoveel Marokkanen.

Van Westerloo had een scherp oog, ik vind vooral zijn conclusie erg mooi in De vlucht in de stacaravan: mensen voelen zich bedreigd en hopen op de camping iets terug te vinden van de geïdealiseerde buurt waar ze vroeger woonden.

 

De pont van kwart over zeven                                 9


Vrij Nederland van 4 april 1998

 

Ik mocht zelf ook ooit een rol spelen in een VN-rapportage. Ik werd in 1998 benaderd door Elma Drayer en Kees Schaepman voor een rapportage die moest gaan over de studenten die in 1977 eindexamen hadden gedaan aan de Hervormde Pedagogische Akademie in Amsterdam. De titel van het verhaal verraadt de strekking: Onderwijzers zonder klas.

De journalisten hadden bijna iedereen achterhaald, één studente is inmiddels overleden.

Ze namen de tijd: iedereen werd uitvoerig geïnterviewd, met mij waren ze ook een hele middag bezig. Het leverde een groot artikel op, ruim 6 A3-pagina’s met veel foto’s.
Als bekroning brachten ze ons bij elkaar in café Eik en Linde, precies tegenover onze oude school aan de Plantage Middenlaan, het was een leuke ervaring elkaar weer eens te ontmoeten.
De teneur van het artikel is dat veel studenten teleurgesteld of gefrustreerd raakten en dat de meesten uiteindelijk niet voor de klas kwamen te staan.

Het is een vreemde ervaring te lezen wat een verslaggever uiteindelijk gedestilleerd heeft uit een interview dat hij met je had: accenten worden verkeerd gelegd (ik had niet gezegd dat ik het pech vond te moeten hospiteren bij de meester die ik ook als kind had gehad) en feiten verkeerd vermeld (ik was niet “hoofd van de afdeling buitenland” en heb ook de lerarenopleiding Nederlands niet voltooid, maar Engels en Geschiedenis). Ik vond het wel bedenkelijk dat ze twee zo makkelijk te checken stukjes informatie niet goed hadden. Wat zei dat over de rest van het verhaal?

Ten slotte: wat schreven ze in die tijd lange artikelen! Ik ben bang dat vandaag de dag niemand meer tijd heeft voor zulke “longreads”.

 

Ik kreeg onlangs van mijn vrouw een abonnement op Vrij Nederland cadeau. De cirkel is rond.

Americana III

Het was tijd me nog wat verder te verdiepen in dat fantastische land aan de overkant van de Atlantische Oceaan.
De Verenigde Staten, land van de bevrijders, van geweldige literatuur, techniek en onbegrensde mogelijkheden maar ook land van Trump, krankzinnig wapenbezit en oerconservatieve fundamentalistische Darwin-ontkenners.

Ik koos voor De geschiedenis van de Verenigde Staten van Frans Verhagen.

 

In negen hoofdstukken behandelt hij verschillende tijdvakken in de geschiedenis van de VS, beginnend bij de eerste Europeanen die zich vestigden in 1612 en eindigend in 2017.

Tijdens het lezen ontdek je dat je al veel weet van Amerika, maar vaak weet je niet precies hoe het zit. Dan is zo’n compleet overzicht natuurlijk heerlijk om te lezen. Je krijgt inzicht in de geschiedenis, de maatschappelijke verhoudingen en de politiek.
Verhagen ziet kans de situatie waarin Amerika nu beland is, met een verschrikkelijke president, een tot op het bot verdeelde samenleving en talloze burgers die nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden goed te verklaren vanuit historisch perspectief.

 

Begrijp jij Amerika nog? Van dezelfde schrijver begint waar het andere boek ophoudt.

Verhagen maakt vooral de periode tussen de crisis van 2008 en de verkiezing van president Trump inzichtelijk. We zien de geweldige verschillen tussen de kusten en het binnenland, de nadelen van het (verouderde) politieke systeem, de steeds groter geworden inkomstenverschillen en de verpestende rol van de media.

Hij geeft eerlijk toe dat hij, net zomin als heel veel anderen, het verlies van Clinton voorspeld had. Hij had de boosheid en angst van heel grote groepen blanke middenstanders onderschat en geen oog gehad voor de slimheid van Trump. Die had als geen ander door dat veel Amerikanen zo wanhopig waren dat ze op de enige kandidaat stemden die in hun ogen verandering teweeg zou kunnen brengen.

Verhagen heeft een mooie heldere stijl en verveelt geen moment. Een aanrader!

 

We reisden met de trein naar Assen, waar in het Drents Museum de prachtige expositie The American Dream te zien was. Ondertitel: Amerikaans Realisme 1945-1965.
(Gelijktijdig was in de Kunsthalle in Emden (Duitsland) American Realism te zien, over de periode 1965-2017).

 

In de tentoonstelling (die jammer genoeg inmiddels niet meer te bezoeken is) werden bijna 60 werken (schilderijen, foto’s en beelden) getoond van Amerikaanse kunstenaars.

Publiekstrekker waren twee doeken van Hopper, ik vind het een belevenis om met je neus bovenop zo’n origineel meesterwerk te staan.

 

   Wyeth, Andrew

 

Raphael Soyer                        Roy Lichtenstein

Toen ik de schilderijen bekeken had ging ik op een bankje zitten en zette een koptelefoon op. Ik luisterde naar een speciale playlist, met nummers als Strange Fruit van Billie Holiday, We shall Overcome van Pete Seeger, het dieptreurige Dear John, We shall not be moved en We’ve gotta get out of this place van The Animals.

Deze lijst is nog steeds te beluisteren op Spotify.

Ik nam als waardige afsluiting in het museumcafé een Coca Cola en onionrings.

Verhagen:                        8

The American Dream:  8

 

Wat is er aan de hand met mijn krant?

Af en toe richt de hoofdredacteur van de Volkskrant zich tot zijn lezers en vermeldt dan terloops dat er weer een rondleiding op de krant was voor trouwe lezers.
Ik vraag me dan af wanneer ik hiervoor uitgenodigd zal worden. Ik weet niet precies wanneer mijn abonnement inging, ik denk bijna veertig jaar geleden. Dat is vast nog niet lang genoeg. Ik vermoed dat dat ze wachten met uitnodigen tot hun eerbiedwaardige oude lezers lichtjes zijn gaan dementeren om op deze manier te voorkomen dat de redactie onder een stortvloed van grijze kritiek bedolven wordt.

Want zoals zoveel eerbiedwaardige instituten moet ook mijn krant de gesel der Vernieuwing verduren.

Dat de krant zich op een gegeven moment niet meer zag als vertolker van het Rooms gedachtengoed was natuurlijk prima, ik kon ook leven met de verkleining van het formaat.

Meer moeite had ik met de creatie van een magazine dat wel geschreven lijkt voor een doelgroep die louter bestaat uit welgestelde, jonge, hippe, modebewuste gearriveerde dertigers.
Elke keer lees ik met verbazing over lichte en ruime lofts die omgetoverd zijn tot fijne leefomgeving voor Annemieke (interior designer en influencer), Joachim (creatief ondernemer) en hun kinderen Flip, Sanne en Mees. We zien welke enige hebbedingetjes ze om zich heen hebben verzameld (ontworpen door een bevriende kunstenaar) zoals de houtkachel van €6500 die ze bijna nooit hoeven aan te steken, maar die ze moesten hebben.

Ik kan kennisnemen van reportages over reizen naar een heel ver land en kan vast noteren welke ervaringen ik daar vooral niet mag missen (dat enige bistrootje waar ze het varken nog in zijn geheel serveren, die winkel waar je sloffen kunt kopen van lamaleer en dat tochtje in een open boot waar je op eigen kracht door stroomversnellingen mag roeien!)

Als ik weet welke kleren ik moet aanschaffen om aan de nieuwste mode te voldoen en likkebaardend heb mogen lezen welke lekkernijen je in Oost Kapelle kan eten voor €85 pp (gemarineerde zeekraal op een bedje van Sint Jacobsschelpenschuim met een geraffineerde dressing van limoencrème als begeleiding van een op de huid gebakken vergeten vissoort!) kom ik tot rust bij de pagina waar verteld wordt welk modern vormgegeven of juist vintage voorwerp beslist niet mag ontbreken in mijn huis (een zitbol geheel vervaardigd uit slierten plastic die uit zee zijn opgevist!).

De andere zaterdagbijlage (die sir Edmund heet, vraag me niet waarom) is sinds kort op glad papier gedrukt. We moeten het cryptogram nu schuin onder de lamp houden om te kunnen zien wat we ingevuld hebben.

En dan is er de app. Ik ben bang dat mijn vertrouwde papieren krant binnen afzienbare tijd hiervoor plaats zal moeten maken.  Ik moet ervoor zorgen om op tijd dood te gaan als ik dit niet meer wil meemaken.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de digitale uitgave er best mooi uitziet.
Aangezien er op tweede pinksterdag geen krant was heb ik mij laten verleiden de krant op mijn tablet te lezen. Het viel niet tegen, het zag er gelikt uit.

Maar ik zal nooit een fan worden, want er gaat niets boven echt bladeren. Een krant moet naar inkt ruiken, moet knisperen, je moet in een oogopslag kunnen zien wat erin staat en je moet er stukjes uit kunnen knippen.

Blijft er een argument over om toch blij te zijn met de app: voor sommige mensen zal het heel prettig zijn dat je de krant nu ook kunt lezen als je ver weg op vakantie bent.

Maar ook dit gaat voor mij niet op, want de krant wordt mij nagestuurd en ik kan hem op mijn favoriete vakantie-eiland nog dezelfde dag bij de receptie van de camping ophalen…. (Fantastisch geregeld, overigens).

Ik blijf dus maar abonnee en wacht geduldig op een brief van Philip Remarque: “Beste trouwe lezer, het is mij een genoegen u uit te nodigen voor een bezoek. Wij zullen met genoegen luisteren naar al uw loftuitingen”.

 

 

The Assault on Reason door Al Gore

Ik las The Assault on Reason, geschreven door voormalig vice-president Al Gore. Een indrukwekkend boek, dat veel inzicht geeft in de Amerikaanse democratie.

Centraal aandachtspunt van Gore is de manier waarop de Founding Fathers (George Washington, John Adams, Thomas Jefferson, James Madison, Benjamin Franklin, John Jay en Alexander Hamilton) vorm hebben gegeven aan de grondwet van de VS.

De voormalige kolonie werd een republiek en het was van groot belang de grondslagen en waarborgen zorgvuldig vast te leggen.
De democratie moest zo vormgegeven worden dat geen enkele partij teveel macht kon krijgen en dat de burgers uiteindelijk de doorslag moesten geven. Een systeem van checks and balances tussen de staatkundige instituties (wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht: het Congres – bestaande uit the House of Representatives en de Senaat – , de rechterlijke macht en de regering) moest hiervoor zorgen (volksvertegenwoordigers en regering worden voor bepaalde tijd benoemd, rechters juist voor het leven).

In de geest van de Verlichting en als jonge voorbeeldnatie moest Amerika geen enkele ruimte bieden aan machthebbers die terug wilden naar een autocratische maatschappij.
Jefferson sprak over “Eternal hostility against every form of tyranny over the mind of man“.

Our Founder’s faith in the viability of representative democracy rested on their trust in the wisdom of a well-informed citizenry, their ingenious design for checks and balances, and their belief that the rule of reason is the natural sovereign of a free people.

Het belangrijkste middel om de democratie in stand te houden was het publieke debat.

The very idea of self-government depends on an open and honest debate as the preferred method for pursuing the truth – and a shared respect fort he rule of reason as the best way to establish the truth.

Het grote probleem is, dat het debat is niet eerlijk meer is. Het wordt niet meer op papier gevoerd, zoals vroeger, maar via de televisie.

Gore stelt, dat de drukpers een two-way system was, iedereen kon er gebruik van maken. Voor tv geldt dit niet. Tv is one-way. Je hebt heel veel geld nodig om toegang te krijgen. Commercials worden door politieke kandidaten gekocht met geld dat door “elites” gedoneerd werd. Uiteraard zijn leden van die “elites” geïnteresseerd in het kopen van bepaalde politieke resultaten.

Desinformatie

Machtige partijen verkrijgen toegang tot het publiek via een kliek bestaande experts, commentatoren en “reporters”.  Hij. Noemt ze Propagandists pretending to be journalists.

Through multiple overlapping outlets covering radio, television, and the Internet, they relentlessly force-feed the American people right-wing talking points and ultraconservative dogma disguised as news and infotainment – 24 hours a day, 7 days a week, 365 days a year.

Mensen wordt op deze manier angst aangejaagd: ze zorgen ervoor dat mensen eerder op het formaat van de ramp dan op de waarschijnlijkheid focussen.

Hij signaleert Pseudoscientific front groups sowing confusion in the public’s mind about global warming.

They issue one misleading “report” after another, pretending that there is significant disagreement in the legitimate scientific community in areas where there is actually a broad-based consensus.

Hier zitten rijke rechtse ideologen en de olie, kolen en mijnindustrieën achter.

Burgers lezen en schrijven minder

Ook een rol speelt dat mensen steeds minder lezen en schrijven. Ze worden beïnvloed door een bombardement van televisiecommercials en simplistische panacea verkleed als oplossingen elke keer als zich een nieuwe dreiging aandient.
Gore constateert een overreactie op vermeende bedreigingen en te weinig op echte, zoals de klimaatveranderingen.

President George W. Bush

De democratie wordt op meer manieren bedreigd. Met name ex-president Bush moet het ontgelden.
Gore gaat uitgebreid in op diens functioneren, zijn “legal manouvres” en zijn gewoonte degenen die kritiek op hem hebben te verwijten dat ze terroristenknuffelaars zijn.

De invasie van Irak was een enorme politieke blunder, gebaseerd op aantoonbaar verkeerde informatie en ontraden door talloze deskundigen.

Guantanomo Bay volkomen onconstitutioneel en in strijd met alle Amerikaanse waarden.

Onder Bush was sprake van een gedurige opeenstapeling van presidentiële macht, controlerende instituties werden buiten spel gezet met het argument dat in oorlogstijd de president voldoende bewegingsruimte moet hebben om te handelen in het belang van de veiligheid van de natie.

Gore vindt dit een uiterst gevaarlijke ontwikkeling. Het Congres moet oordelen over oorlog en vrede en de macht van de president moet worden beteugeld.

Hij maakt een vergelijking met het Romeinse rijk. Hier gold de regel dat een legeraanvoerder bij terugkomst van een campagne in het rijk nooit in die functie terug mocht keren in Rome. Hij moest voor die tijd afstand doen. Caesar gehoorzaamde niet aan die regel en vanaf dat moment was Rome geen republiek meer.

Our Founders were keenly aware that the history of the world proves that republics are fragile.

The survival of freedom depends upon the rule of law. The rule of law depends in turn upon the respect each generation of Americans has for the integrity with which our laws were written, interpreted, and enforced

Once violated, the rule of law is in danger. Unless stopped, lawlessness grows. The greater the power of the executive grows, the more difficult it becomes for the other branches to perform their constitutional roles.

Terwijl onder Bush de president steeds meer macht kreeg werd ook het justitiële systeem ondermijnd. Elke president probeert opperrechters van zijn politieke kleur te installeren, maar nu werden ook lagere rechters gepaaid met congressen en snoepreisjes, waar ze de conservatieve benadering leerden “particularly toward environmental law and regulations”. Steeds meer vonnissen werden in hoger beroep herroepen ten gunste van grote vervuilende ondernemingen.

In the name of security, this administration has attempted to relegate the congress and the courts tot the sidelines and replace our democratic system of checks and balances with an unaccountable executive. And all the while, it has constantly angled for new ways to exploit the sense of crisis for partisan gain and political dominance.

Rijkdom neemt de plaats in van de rede.

Gore constateert dat wealth has replaced reason at the center of our representative democracy.
Omdat congresleden voor hun herverkiezing heel erg afhankelijk zijn van commercials moeten ze constant aan fundraising doen. Dit maakt hen uiterst kwetsbaar voor invloed van “special interest groups” (zoals de tabaks- en wapenlobby).
Volksvertegenwoordigers spenderen inmiddels meer tijd aan het regelen van hun herverkiezing dan aan het debat.

Het ontbreekt tegenstanders van deze ontwikkelingen aan geld om op vergelijkbare manier campagne te voeren.

Dit alles heeft een fnuikend effect op het vertrouwen van de mensen in de politiek.

If the information and opinions made available in the marketplace of ideas come only from those with enough money to pay a steep price of admission, then all of those citizens whose opinions cannot be expressed in a meaningful way are in danger of learning that they are powerless as citizens and have no influence over the course of events in our democracy – and that their only appropriate posture is detachment, frustration, anger.

De kern van dit boek, dat Gore schreef in 2007, is dit:

The rule of reason is the true sovereign in the American system. Our self-government is based on the ability of individual citizens to use reason in holding their elected representatives, senators and presidents accountable for their actions. When reason itself comes under assault, American democracy is put at risk.

Wat moet er gebeuren?

Uiteraard heeft de schrijver ook ideeën over het pad dat moet worden ingeslagen om de gevaarlijke ontwikkelingen het hoofd te bieden.
Uiteraard denkt hij hierbij aan goed onderwijs, waarbij leerlingen vooral moeten leren informatie goed te analyseren en op waarde te schatten, maar er is meer nodig:

The remedy for what ails our democracy is not simply better education (as importants as that is) or civic education (as important as that can be) but the reestablishment of a genuine democratic discourse in which individuals can participate in a meaningful way -a conversation of democracy in which meritorious ideas and opinions from individuals do, in fact, evoke a meaningful response.

Hij denkt dan, in 2007, dat er een uiterst belangrijke rol is weggelegd voor het Internet (nog met een hoofdletter gespeld).

No citizenry can be well informed without a constant flow of honest information about contemporary events and without a full opportunity to participate in a discussion of the choices that the society must make.

Hij schreef: “Internet is sufficiently developed and secured as an independent, neutral medium”  ….

Hij ziet ook een rol weggelegd voor mensen zoals ik, bloggers:

Some have genuinely interesting things to say, while others do not, but what is most significant about blogging may be the process itself. By posting their ideas online, bloggers are reclaiming the tradition of our Founders of making their reflections on the national state of affairs publicly available.

Trump

Het laatste hoofdstuk van het boek is een update. Gore schrijft over de laatste ontwikkelingen, de verkiezing van Trump is natuurlijk een van de belangrijkste.

Hij erkent dat internet niet het ideale medium is dat hij voor ogen had, als opvolger van het geschreven woord en tegenhanger van de televisie.
Amerikanen kijken meer televisie dan ooit en op het internet vind je steeds meer “echo chambers”: waarin de gebruikers voornamelijk of zelfs uitsluitend gezichtspunten tegenkomen die ze al delen.
Hij signaleert ook het fake news, met de kanttekening dat dit er altijd is geweest.

Het is een wonderlijke ervaring te lezen over het presidentschap van George W. Bush, waarin heel veel kwalijke ontwikkelingen in gang zijn gezet. Als je Bush al een slechte president vindt, wat moet je dan van Trump denken?

Op internet circuleren grappige toespelingen hierop, kijk bijvoorbeeld hiernaar: https://www.youtube.com/watch?v=lpkRFHSpvGI&t=29s

Gore is verbazingwekkend mild over Trump. Hij probeert vooral te verklaren hoe het mogelijk was dat hij aan de macht kwam en ziet eerder de slechte (economische) situatie in de VS als oorzaak van zijn verkiezing dan de capriolen van de man zelf.

Hij constateert dat de crisis die in 2016 heerste het meeste pijn opleverde voor de blanke onderklasse omdat die het vaakst in urbane gebieden wonen. In slechte economische tijden is er meer spanning op raciaal en anti-emigratiegebied. Er was waarschijnlijk ook sprake van een sluimerend afkeer voor de eerste zwarte Amerikaanse president.
De ongelijkheid in inkomen was toegenomen en je kon spreken van spirituele schade aan verwachtingen en dromen met betrekking tot de toekomst. In 2016 werden in de VS meer drugs gebruikt dan tabak. Voor het eerst ging de verwachte levensduur omlaag.
Minderheden hadden de indruk dat er meer aandacht was voor gelijke rechten voor gays, ze voelden zich politiek machteloos want zelf maakten ze geen vooruitgang.

Hier speelde Trump heel handig op in.

Mensen wilden zelfs stemmen op iemand die door de elites veroordeeld was “ if that’s what it takes to get the attention of those who are responsible for messing things up in this country”.

Hij besluit zijn boek met de hoopvolle constatering dat heel veel jonge stemmers de voorkeur hadden gegeven aan Clinton (55 tegen 37%). Overigens won Sanders het bij hen weer met een ruime mate van Clinton: 73 tegen 37%…..

Ik heb het boek met veel plezier gelezen, hoewel het dus al een beetje gedateerd is gaf het me een goed inzicht in het Amerika van vandaag.

The Assault on Reason                      8

 

 

 

 

 

 

Ik moet nog even kijken of ik kan

Iemand wees mij op een Ted-Talk filmpje, waarin een introverte jonge vrouw het publiek voorhield, dat er niets mis is met introvert zijn, sterker nog: de wereld zou een betere plaats zijn (is dat niet een mooi anglicisme?) als verlegen mensen wat meer aandacht zouden krijgen.

Ik was het roerend met die stelling eens. Naar mijn mening zijn er veel te veel grote monden op aarde en is het vreemd dat luidruchtige, dominante types zo vaak de dienst uitmaken.

 

 

Toen ik de bespreking las van Ik moet nog even kijken of ik kan (zowel Sylvia Witteman als Aaf Brandt Corstius schreven erover) leek het me een goed idee het boek aan te schaffen. Het is geschreven door Liesbeth Smit en heeft als ondertitel De stille revolutie van de introverte mens.

Smit is zelf een innie en vertelt dat ongeveer 30 % van ons introvert is. Dat zijn bijna 6 miljoen mensen!

 

Introversie is binnen de persoonlijkheidspsychologie een wetenschappelijk geaccepteerde pool van het menselijke persoonlijkheidsspectrum. Waarbij aan de ene kant introversie staat, en aan de andere kant extraversie. Hoewel vrijwel ieder mens zich beweegt in de ruimte daartussen, zul je een natuurlijke voorkeur voelen voor een van de twee. Introversie is een naar binnen gekeerde levensoriëntatie. Daarbij geven introverten vaak de voorkeur aan introversie; ze krijgen energie van reflectie en beschouwing en verliezen die energie door sociale interactie. Bij extraverten is dit precies andersom. Kortom: een introvert geeft energie in contact met anderen, een extravert krijgt het dan juist. Gedragskenmerken die aan introverten worden toegekend zijn bedachtzaamheid, een observerende, denkende en rustige instelling, goed kunnen luisteren en gevoeligheid voor geluid of sociale drukte.

Introversie is geen klinische diagnose of ziekte, maar zowel een persoonlijkheidspool als een opzichzelfstaande eigenschap. Dat betekent dat je als extravert dus best bepaalde introverte eigenschappen kunt bezitten, maar geen introverte persoonlijkheid hebt. Andersom kan ook: een introvert kan prima extraverte eigenschappen hebben en toch geen extravert zijn. Waarschijnlijk is introversie voor ongeveer 45 procent aangeboren.

(Liesbeth Smit).

In een notendop:

VRAAG: je hebt een drukke week achter de rug. Hoe ontspan je het liefst op vrijdagavond?

A. Door een vrij-mi-bo te doen met collega’s of vrienden, of uit eten te gaan met mijn geliefde of gezin.
B. Door rustig thuis op de bank te zitten. Met tapas voor iedereen, een dekentje, een boek of Netflix.
C. Dat hangt ervan af. Soms door thuis te blijven, soms door mensen op te zoeken.

A = extravert             B = introvert              C = ambivert

 

In het boek worden veel voorbeelden genoemd van introversie: hoe gedragen innies zich, hoe reageert de buitenwereld en hoe houd je het hoofd boven water? Er is aandacht voor introverte kinderen, relaties met introverten en de werkende willy.

Je kan, uiteraard, op internet een test doen om te kijken waar je je bevindt op het introvert-extravert spectrum. Je kunt hem vinden op  https://www.16personalities.com

Ik onderwierp me aan de test en was niet verbaasd dat ik richting introversie neig, ik ben een defender: (de afbeelding die hierbij hoort geeft wel te denken…)

The Defender personality type is quite unique, as many of their qualities defy the definition of their individual traits. Though sensitive, Defenders have excellent analytical abilities; though reserved, they have well-developed people skills and robust social relationships; and though they are generally a conservative type, Defenders are often receptive to change and new ideas. As with so many things, people with the Defender personality type are more than the sum of their parts, and it is the way they use these strengths that defines who they are.

Defenders are true altruists, meeting kindness with kindness-in-excess and engaging the work and people they believe in with enthusiasm and generosity.

Defender personalities are a wonderful group, rarely sitting idle while a worthy cause remains unfinished. Defenders’ ability to connect with others on an intimate level is unrivaled among Introverts, and the joy they experience in using those connections to maintain a supportive, happy family is a gift for everyone involved. They may never be truly comfortable in the spotlight, and may feel guilty taking due credit for team efforts, but if they can ensure that their efforts are recognized, Defenders are likely to feel a level of satisfaction in what they do that many other personality types can only dream of.

 

Hoor ik erbij?

Ik kan niet zeggen dat mijn dag gemaakt was toen ik de testresultaten onder ogen kreeg, ik kreeg ook niet de opwelling onmiddellijk de lotgenotenlijn te bellen.

Het is altijd leuk om tot op zekere hoogte bevestigd te worden in je zelfbeeld en als je leest dat Obama ook een innie is kan je er zelfs een beetje trots op zijn. Blij dat ik niet bij de grote bekken hoor.

Maar zoals altijd klopt het beeld voor een flink deel ook niet. Je bent natuurlijk geneigd vooral te letten op de overeenkomsten (ik heb inderdaad niet veel op met een verjaardag waar de mensen in een grote kring zitten, zit heel graag alleen met een boek en verras mij in godsnaam niet met een surpriseparty) en de verschillen over het hoofd te zien. Zo heb ik er geen enkel probleem mee een (geïmproviseerde) speech te houden voor een groot gezelschap, ben vrij open en ook niet bang mijn mening te geven.

Gelukkig wordt de claim ook nergens gelegd dat je alleen maar introverte of extraverte eigenschappen kan hebben. De term ambivert illustreert dit prachtig (maar zorgt er ook voor dat theorieën een beetje in de lucht komen te hangen).
Als je niet oplet ben je aangeland op het niveau van een horoscoop.

Het is een vermakelijk boek, een easy read en kan mensen die met zichzelf in de knoop zitten misschien wel helpen. De schrijfster zelf heeft er erg veel aan gehad dat ze leerde de positieve kanten van haar introversie te waarderen.

Ik moet nog even kijken of ik kan                  7

 

 

 

 

 

 

 

Witteman en Carmiggelt

Sylvia Witteman beschrijft in haar laatste column de ongemakkelijke positie waarin een goedbedoelende persoon met het multiculthart op de goede plaats terecht kan komen als ze de enige witte blijkt te zijn te midden van allemaal bruine mensen.

Ze schrijft verder dat ze als enige getuige is van een winkeldiefstal: een mevrouw laadt haar boodschappentas vol en vertrekt zonder te betalen.

Witteman weet niet goed wat ze moet doen en verlaat in verwarring de winkel in de wetenschap dat ze er niet terug kan komen. Ze moet de lekkere sambal voortaan ergens anders kopen.

Het toeval wilde dat ik juist gisteren een verhaal van Carmiggelt las, waarin een vergelijkbaar thema voorkomt. Het heet Elders IV en staat in de bundel Ze doen maar (Amsterdam 1976).
Hij schrijft over een kleine dorpswinkel in Frankrijk, waar een vrouw elke dag haar kostje bij elkaar steelt. Zowel de winkeleigenaar als de klanten zijn zich hiervan bewust maar grijpen niet in. De eigenaar berekent (met stilzwijgende instemming van zijn clientèle) iedereen een klein beetje extra voor de boodschappen. Op deze manier betalen alle klanten samen voor de arme vrouw die zelf niet genoeg geld heeft en anders verhongeren zou.
Ze kan op deze manier de illusie bewaren dat ze weliswaar steelt, maar niet afhankelijk is van de goedertierenheid van anderen.
Aan het slot van het verhaal wordt duidelijk dat deze kleine winkel met zijn prachtige charitatieve systeem niet lang meer zal bestaan: tegen de grote supermarkten valt niet te concurreren.

 

Ik stuurde Witteman een mailtje waarin ik haar wees op het bestaan van bovenstaand verhaal. Ik weet dat zij net als ik een groot liefhebber is van de Amsterdamse columnist en denk dat ze het leuk vindt dat ze hierop attent gemaakt wordt.

Ik gaf haar bovendien in overweging zichzelf de vraag te stellen of in de Surinaamse winkel die zij bezocht wellicht niet eenzelfde stilzwijgende afspraak is gemaakt met betrekking tot de vrouw met het hoedje.
Als dat zo is kan ze met een gerust hart daar haar favoriete sambal blijven kopen.