Over de zwakke twee en het stopkaartje

Veel bridgers hebben de Multicoloured 2 Ruiten op hun systeemkaart staan.
Dit is een mooie conventie, maar tamelijk ingewikkeld. Je kunt er heel veel instoppen, maar het komt er bijna altijd op neer dat het om een zwakke twee in harten of schoppen gaat.
Ik neem meestal niet eens de moeite om me af te vragen hoe de hand van de openaar eruit ziet, ik kan meestal aan mijn eigen hand al zien welke zwakke twee hij heeft.

Mijn partners en ik zien wel degelijk de kracht in van de zwakke twee-opening (in ieder geval een zeskaart, liefst twee plaatjes en vanaf een punt of acht) en gebruiken die dan ook volop, vaak met succes.
De tegenstanders hebben er vaak geen goede verdediging tegen en eindigen vaak te hoog, te laag of in de verkeerde speelsoort. Of ze laten ons spelen terwijl ze dat zelf hadden  moeten doen.
We hebben hier natuurlijk niet de ingewikkelde Multicoloured voor nodig. We openen gewoon op tweehoogte en kunnen dus ook 2 Ruiten zwak spelen. Regelmatig nemen tegenstanders niet de moeite op onze kaart te kijken en gaan er van uit dat het in dit laatste geval om de multicoloured gaat. Ze wijzen ons er dan gepikeerd op dat er gealerteerd moet worden, wat natuurlijk in ons geval niet hoeft omdat de opening natuurlijk is.

Afgelopen speelavond kwam dit spel langs.

Ik zat Oost en zag drie groene paskaartjes verschijnen.
In zo’n geval is het vaak verstandig ook te passen, kwetsbaar met negen punten openen is meestal geen goed idee. Maar de ervaring leert dat degene met de schoppen vaak de pineut is bij een rondpas. (In dit geval zou het niet opgegaan zijn, passen leverde OW bijna 54% op).
Maar wij hebben onze mooie zwakke twee opening tot onze beschikking, ik hoefde niet bang te zijn dat mijn partner overenthousiast zou worden (zelfs met een maximale gepaste hand zou ze niet tot leven komen) en met een beetje fantasie beantwoordde mijn hand aan de eisen voor een 2 Schoppenopening. Ik hoopte dat mijn partner wat nuttigs voor me mee zou brengen.

Omdat ik met een sprong opende legde ik natuurlijk eerst het rode stopkaartje neer en daarna mijn bod.
Mijn linkertegenstander informeerde naar de betekenis van mijn openingsbod, kreeg antwoord van mijn partner en legde 2 Harten neer.
Toen hem te verstaan werd gegeven dat hij een onvoldoende bod had gedaan veranderde hij zijn bod in 3 Harten.

Dit is natuurlijk een situatie waar eigenlijk de arbiter aan tafel geroepen moet worden. De regel dat er voor een sprong het stopkaartje moet worden vertoond is exact om een probleem als dit te voorkomen ingevoerd.
De tegenstander kan zich nooit beroepen op een vergissing, het signaalrode stopkaartje kan hem immers nauwelijks ontgaan zijn.

Vroeger kenden we het stopkaartje niet. Een arbiter kon dus nooit een eerlijk besluit nemen: heeft de speler zich echt vergist of op deze manier stiekem ongeoorloofde informatie verstrekt? (Partner: ik heb niet zoveel, verwacht niet veel punten bij mij).

Zoals gewoonlijk lieten we het er maar bij zitten (ik had zo mijn twijfels, want het betrof hier een zeer geroutineerde speler).

Noord Zuid mocht 3 Harten spelen en ging twee down (84% voor ons). De leider speelde een beetje onhandig, hij kan min 1. Lekker pûh.

Nawoord: bij nader inzien head Zuid wel degelijk een “normaal” 3 Hartenbod. Hij heeft eerst gepast, dus partner kan een hand zoals de zijne wel ongeveer verwachten. Geen reden om een trucje uit te halen.
Maar hij moet wel beter afspelen!

 

Een paskaartje en een stopkaartje voor linkshandigen.

One thought on “Over de zwakke twee en het stopkaartje”

  1. Heerlijk, weer een “Stiften” ervaring voor mij. Al lezend in Midden. Maar dan van Nederland. Ik geniet van jouw blogs over bridgen, omdat ik er totaal niets van begrijp. Ga zo door! En veel plezier samen met Greet op Terschelling! ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *