Over taal

 

Je houdt van taal en dus vallen je af en toe dingen op.

Welkom achter de computer

Als ik mijn computer aanzet verschijnt in het scherm: welkom. Dat is de omgekeerde wereld, want het apparaat heeft een tijdje geslapen en wordt door mij wakker gemaakt. We bevinden ons bovendien in mijn huis. Moet ik hem dus niet verwelkomen?

snoopy computerJe leest vaak dat mensen achter de computer zitten. Het voorzetsel achter geeft niet goed aan welke positie de gebruiker inneemt. Het lijkt me erg lastig de computer te moeten bedienen terwijl het beeldscherm naar de andere kant gericht is.

Ze kunnen er ook niets aan doen.

Ik heb me voorgenomen geen taalnazi te worden en dus geen blog te wijden aan taalfouten.
Soms moet je een voornemen even vergeten.
De corrector van de Volkskrant is op vakantie en kan dus niet liefdevol de verkeerde verwijswoorden verbeteren die (jonge?) verslaggevers gebruiken. Uit de kranten van vandaag en gisteren:
“ Laura Verster, wiens vrije geest….”
“ Een meisje die hem thuis uitnodigt”
“ …een computerspelletje, maar wel een heel knappe”.

Ik zie ook nog heel vaak dat er een apostrof gebruikt wordt in niveaus.

hele worstHet onderscheid tussen het bijwoord heel en het bijvoeglijk naamwoord hele is verdwenen. Men heeft het over een hele warme worst en denkt hiermee verteld te hebben dat de temperatuur van het bekende Hema-artikel erg hoog was.

 

Word jij ook zo moe van een percentage van 12 procent?

Geweld tegen personen

Je hoort nooit meer de term een pak slaag. Op de een of andere manier klinkt dit vergoelijkend. De dader is niet fout en het slachtoffer heeft niet erg geleden. Als nu iemand klappen heeft gekregen wordt al gauw gezegd dat hij in elkaar geslagen is. De term wordt dus ook gebruikt als het slachtoffer slechts licht beschadigd is.
Prachtig eufemisme: ik hoorde de ene vrouw over een andere zeggen dat ze nogal fors was. Ze bedoelde natuurlijk dik, maar dit klinkt veel prettiger.

“Ik wist niet dat je kwaad werd”. Dat wist je natuurlijk wel, anders zou je deze zin niet uitspreken.

“Wat krijgt u van me?” Je vraagt de winkelier hiermee een voorspelling te doen die betrekking heeft op jouw toekomstig handelen. Dat weet je zelf toch beter?

 

Paulien CWat is taal toch leuk. Vanavond is er een college van Pauline Cornelissen over taalfouten. Ik ga natuurlijk kijken.

 

Karl Jenkins

Ik stuitte een tijdje geleden op de cd The Peacemakers van Karl Jenkins.
peacemakers coverIk hoorde een nummer op de radio en was geïntrigeerd.

 

Voor veel mensen ligt het voor de hand dat je dan je favoriete nummers downloadt op I-tunes, maar dat zit nog niet in mijn systeem.
Ik koop een cd omdat ik een nummer mooi vind en hoop dat de rest van de cd net zo goed bevalt.
Soms komt dat uit, een enkele keer ook niet. Meestal draai ik de cd dan steeds minder en vergeet hem.
Het kan ook dat je de muziek zo mooi vindt dat je nog meer wil horen.

Het filmpje

Dit was het geval bij Karl Jenkins.
Ik weet niet zo goed wat ik aanmoet met zijn “boodschap”, hij haalt naast mijn helden Mandela en King ook Anne Frank, Gandhi en de Dalai Lama van stal en je zou kunnen zeggen dat het er allemaal een beetje pompeus uitziet.

Toch heb ik geen moeite gedaan uit te zoeken of hij tot de geaccepteerde kunst wordt gerekend of wellicht meer past in de hoek van Saint Preux en André Rieux.
Soms moet je muziek gewoon accepteren zonder achterliggende kennis. Je vindt iets mooi. Punt.

Ik draai de Peacemakers vaak en geniet er van. Ik weet dat Jenkins voor deze cd een enorm koor bij elkaar geeft gebracht: het klinkt fantastisch.

the armed man coverIk kocht later the Armed Man, ik vind dit ook erg mooi.
Opvallend is, dat Jenkins een nummer opneemt waar je Arabische religieuze muziek hoort, als ik me niet vergis een oproep tot gebed.
We associëren deze klanken jammer genoeg steeds vaker met de uitwassen van de Islam.
Ik weet heel weinig van niet-westerse muziek, maar vind dit erg mooi.

filmpje 

Ik zou zeggen: oordeel zelf!

(Ik was van plan enkele audiobestanden toe te voegen, maar om onduidelijke redenen lukt dit niet grrr…).

 

 

 

 

Leesvoer

Lezen tijdens de vakantie

Ik was 17 jaar toen ik voor het eerst zonder mijn ouders op vakantie ging. De reisbestemming was Joegoslavië, ik ging er met mijn vriend Johan naar toe, we reisden met de trein.
Er ging veel mis, die maand dat we kampeerden in Kraljeviça. De belangrijkste oorzaak hiervan was dat we veel te weinig geld hadden. We leefden van rijst met elke dag een ander pakje soeppoeder, heel af en toe konden we ons een biertje veroorloven (dwè pivèh, twee bier).

Veel erger was, dat ik na enkele dagen al niets meer te lezen had. Vanwege onze benarde financiële positie  konden we ons geen andere pleziertjes veroorloven dan zwemmen en lezen, dus toen mijn lectuur op was moest ik een oplossing zoeken voor de momenten dat ik niet in het water lag.
Ik las nog geen Engels in die tijd, dus struinde ik de hele camping af op zoek naar Nederlanders met Nederlandstalige lectuur. Ik maakte kennis met boeken die ik anders waarschijnlijk nooit onder ogen zou hebben gekregen: Zuster Hendriks vindt het geluk en De stille boerenhoeve.
Ik was de koning te rijk toen ik een lekker dik boek van Willy Heinrich mocht lenen,  het moet als titel hebben gehad De ketens van haar hart, het kan ook Getekend door het verleden zijn geweest. Tot mijn grote verdriet moest ik het boek al na enkele dagen afstaan, de bezitter ervan verliet de camping. Ik ben er dus nooit achtergekomen of Hilde nu de man van haar dromen heeft gevonden of niet.

In de hierop volgende jaren maakte ik lange fietsreizen. Als je fietst telt elk onsje bagage, dus je moet zorgvuldig selecteren. Ik had het absolute minimum  aan boeken in mijn tas gestopt.
Op de camping kan je heel fijn lezen, vooral na een vermoeiende fietstocht. Ik was halverwege mijn Len Deighton, het begon net spannend te worden, toen ik de bladzij omsloeg en tot mijn grote schrik ontdekte dat een compleet katern van het boek onbedrukt was. Heel veel hagelwitte bladzijden. Pas na lang doorbladeren hernam het verhaal zich midden in een zin, maar ik was de verhaallijn natuurlijk helemaal kwijt.  Grote boosheid op een Franse camping.

Je gelooft het niet, maar tijdens een andere reis was ik helemaal verdiept in een boek van Elmore Leonard toen ik na het omslaan tot mijn verbijstering in een compleet andere roman verzeild was geraakt. Op de drukkerij had men een heel katern verwisseld. Ik las ineens over paus Johannes XXIII en kon wederom het oorspronkelijke verhaal wel vergeten.

Je zou bijna geloven dat er een vloek rust op mijn leesactiviteiten in de vakantie, maar de narigheid is gelukkig tot de hierboven beschreven incidenten beperkt gebleven.
Ik herinner me een heerlijke vakantie waarin ik, met mijn rug tegen een boom gezeten, volkomen gegrepen was door Dune van Frank Herbert. Nu ik met de auto op vakantie ga kan ik onbekommerd een grote stapel lectuur meenemen.
Ik ga op Terschelling drie weken lang heerlijk lezen en series kijken.

Welke boeken gaan mee?

Stephen King is een van mijn favoriete schrijvers. Ik kan niet zeggen dat ik alles van hem gelezen heb, want hij heeft heel veel boeken geschreven. Ze zeggen weleens dat King sneller schrijft dan zijn lezers kunnen lezen. Het verhaal gaat dat zijn uitgever weigerde weer een nieuw boek van hem uit te brengen omdat King zijn eigen markt verpestte. Omdat hij het schrijven niet kon laten publiceerde hij een aantal boeken onder het pseudoniem Richard Bachman.

FindersDit boek is de tweede van een trilogie. De hoofdpersonen komen terug, dat is altijd prettig.
King heeft vaak als onderwerp: gewone mensen overkomt iets heel akeligs, maar ze komen er uiteindelijk toch goed van af.
Heel Amerikaans, je moet er van houden (vergelijk het maar met hamburgers).

 

 

Ik las nog niet eerder een boek van Anthony Doerr, maar deze roman kreeg de All the lightPulitzer Prize for Fiction 2015. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de tweede wereldoorlog. WO II heeft mij altijd gefascineerd.

In this magnificent, deeply moving novel, the stories of Marie-Laure and Werner illuminate the ways, against all odds, people try to be good to one another.

Ik ben klaar om deeply moved  te worden in deze troublesome times.

The dustIk ken Louis de Bernières van zijn magistrale Captain Correlli’s Mandolin en Birds Without Wings.
Dit boek speelt in de eerste wereldoorlog, in Engeland. Ik heb gelezen dat het ook over de RAF gaat, ik verwacht dus te kunnen lezen over de heldendaden van de vliegers in hun Sopwith Camels tegen de Duitsers in hun Fokkers.
Biggles revisited!

Louis de Bernières is in the direct line that runs through Dickens and Evelyn Waugh…he has only to look into this world, one senses, for it to rush into reality, colours and touch and taste. (Evening Standard).

Non-fictie

Het is goed om tijdens het lezen van een roman af en toe een uitstapje te nemen, dan krijgen de hoofdpersonen even rust.
Ik lees bijna altijd twee boeken tegelijk: een roman en een non-fictieboek.

onder correctorenAanbevolen voor iedereen die lezen en taal een feest vindt.
Het is van alles wat: serieus, satire, feit, fictie, taal en teken.

 

 

Er wordt bijna nergens zoveel over gepraat als over eten. Heel vaak worden met grote stelligheid meningen verkondigd die  moeten doorgaan voor feiten.
voedingsmythesIk ga lezen over deze voedingsmythes, “niets heerlijkers om te lezen dan dat de meeste voedingsadviezen fabels zijn zonder wetenschappelijke onderbouwing” (De Volkskrant).
Ik zal ontdekken dat mijn overgewicht niets te maken heeft met mijn voedselinname en wordt veroorzaakt door de genetisch bepaalde zwaarte van mijn botten.

 

 

Tussendoor leer ik één voor één alle fouten af die ik nog steeds aan de bridgetafel maak.

52 mistakes
Daarna ga ik mijn (bridge)partner het leven zuur maken met mijn superieure kennis (“zag je nu echt niet dat je die slag op tafel moest nemen?”)

 

Come rain come shine, Terschelling, we komen eraan!

 

Over woorden

Bommen

Niet lang geleden zei iemand: “Hij bomde op de tafel”.
Ik begreep de spreker niet goed, want ik kende dit woord alleen als zelfstandig naamwoord en van de uitdrukking “dat kan me niks bommen”.
Een snelle  zoektocht op internet bracht gedeeltelijk uitkomst:

ow. [gelijkvloeiend] (ik bomde, heb gebomd), galmen, gedurig en vervelend kloppen.

(ow zal wel onovergankelijk werkwoord betekenen, gelijkvloeiend zegt me niets).

Je spreekt al zestig jaar Nederlands (toegegeven, de eerst vier niet vlekkeloos) en je bent dit woord nog nooit tegengekomen. Wonderlijk.
duizend bommenMijn ego kwam in de knel toen ik las dat volgens het Centrum voor Leesonderzoek 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord “bommen” kennen.
Ze hebben het dan ongetwijfeld over de gewone betekenis van het woord.

Het woordenboekenspel

We speelden weleens het woordenboekspel: een voor een zoek je een moeilijk woord op in de dikke van Dale. Je geeft de anderen opdracht de betekenis ervan op een briefje te schrijven. De kans is groot dat niemand de betekenis weet, dit mag de spelers er niet van weerhouden een zo plausibel mogelijke definitie uit de duim te zuigen. Zij leveren de briefjes in en de (verzonnen) betekenissen worden een voor een voorgelezen. De correcte omschrijving zit er ook tussen. Ieder kiest nu de (in zijn ogen) juiste betekenis.

dikke van  daleEr zijn punten te verdienen voor degenen die de juiste betekenis kenden en voor hen wier definitie door andere spelers werd gekozen als correcte omschrijving.
Ik heb het spelletje vaak gespeeld en dit viel me op:

  • Soms denken spelers een moeilijk woord gevonden te hebben waarvan niemand de betekenis kent. Dat kan tegenvallen: sommige mensen hebben een grote woordenschat.
  • Wie nooit een woordenboek raadpleegt heeft het lastig als hij probeert een definitie te formuleren. Als je verkeerde terminologie gebruikt weet iedereen dat je iets hebt verzonnen.
  • Omgekeerd kan je de anderen zand in de ogen strooien door je verzonnen betekenis juist heel woordenboekachtig te formuleren (“uit het oud-Engels, alleen nog gebruikt door agrariërs in de Achterhoek”).
  • Het is cruciaal dat de voorlezer vlot en neutraal de teksten opleest. Als hij duidelijk moeite heeft een tekst te lezen komt die kennelijk niet uit het woordenboek.
  • Wat zijn er nog ontzaglijk veel woorden waarvan je nog nooit gehoord hebt!

Woordenschat

Tot voor kort had het Nederlands het grootste woordenboek ter wereld: het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) met meer dan 430.000 woorden.
Dit is op 24 maart 2011 ingehaald door het Oxford English Dictionary (OED) met ongeveer 600.000 woorden.
Deze woordenboeken bevatten niet alleen hedendaagse woorden, maar ook woorden uit het verleden. Desondanks zijn ze natuurlijk niet compleet.

IJsbrekerLeraren NT2 gaan ervan uit dat een anderstalige goed kan functioneren in de Nederlandse samenleving als hij een woordenschat van 1500 woorden heeft opgebouwd.

 

 

 

 

Ik heb een blauwe maandag psychologie gestudeerd. Je kon studiepunten verdienen door mee te doen aan een experiment.
Ik kreeg als taak bij een lange reeks van woorden telkens aan te geven of ik deze woorden kende of niet. Dat leek me een leuke opdracht: ik zou ze weleens wat laten zien! Bij de eerste vijf woorden kon ik naar waarheid een vinkje zetten in het vakje “bekend”. Het zesde woord kwam mij volkomen onbekend voor. Ik nam me voor de betekenis ervan later op te zoeken.

Steeds vaker moest ik erkennen dat ik woorden niet kende, op het laatst zat er niet één bekende meer bij.
Volledig gedesillusioneerd verliet ik de testruimte. Ik had helemaal niet zo’n grote woordenschat als ik dacht!

Later hoorde ik dat het er in de test helemaal niet om ging erachter te komen hoeveel woorden de proefpersoon kende. Er werd onderzocht hoe eerlijk men antwoordde. In de lange rij met woorden zaten heel veel niet bestaande woorden.
Hoe gaat iemand ermee om als blijkt dat hij veel woorden niet kent? Blijft hij eerlijk, of gaat hij op een gegeven moment aanvinken dat hij de betekenis van onzinwoorden kent?
Mijn geblutste ego kreeg weer een boost, want het was niet zo slecht gesteld met mijn woordenschat en ik was tot het eind eerlijk gebleven.

En dan zijn er ook nog de vreemde talen. Maar daarover een andere keer.

 

 

 

Kronkel

Ik kreeg het boek Carmiggelt gedundrukt cadeau.

Boontjes tekst 2Het verscheen ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag (7 oktober 2013) en bevat honderd van zijn mooiste verhalen.

Het is een mooie uitgave, lang en smal met een leeslintje. Het papier is heel dun, de aanleiding voor deze bijzondere vormgeving is een gedicht van Carmiggelt.

 

 

Hierin liet hij een dichter die in de hemel vriendelijk ontvangen wordt, fantaseren:
Hij zag zich al gedundrukt door van Oorschot en mompelde: “Ga ik dan niet teloor, God?”

De verhalen zijn prachtig, ik geniet van het prachtige taalgebruik, de mooie omschrijvingen en de knappe observaties.
Het feit dat bijna alles zich in Amsterdam afspeelt is voor mij natuurlijk geen onbelangrijk gegeven.

Hij knikte en wierp een peinzende blik over de gracht, die zich steeds meer hulde in het aansluipend duister. Mooi was Amsterdam en zwaarmoedig.

Ik nam me voor zijn boeken te gaan verzamelen, het lijkt me een leuk project om in antiquariaten en bij boekenstalletjes af en toe een boek aan te treffen dat ik nog niet heb. De sport is natuurlijk de boeken alleen tweedehands te kopen. Ik lees dat Carmiggelt ruim 10.000 verhalen schreef, dus ik kan nog even voort..

cover KroeglopenIk zou graag alleen maar mooie uitgaven scoren, maar ik denk dat dit lastig wordt. Ik vind veel covers niet aantrekkelijk.
Er zou een mooie reeks uitgegeven moeten worden met zijn complete werken.

 

De verleiding is groot een aantal voorbeelden te geven van Carmiggelt’s prachtige taalgebruik, maar dat worden dan losse zinnetjes buiten de context. Ik kan beter twee complete verhalen opnemen, dat is een beter eerbetoon.

Ik herinner me dat Carmiggelt vroeger vaak aan het eind van de avond op de televisie een verhaal voorlas. Ik kan het inleidende muziekje nog altijd neuriën en kan me zijn gegroefde hoofd en melancholieke oogopslag nog heel helder voor de geest halen. Kijk nog maar eens. 

De inhoud van de verhalen is gedateerd. Er zijn dames en juffrouwen, de heren nemen beleefd hun gleufhoed af. Het gaat vaak over mannen die onder de plak zitten en mislukte huwelijken, veel speelt zich af in de kroeg. Het gaat bijna altijd om “gewone mensen”. Ze zijn vaak ongelukkig, maar ze dragen hun lot.
En Carmiggelt schrijft het op.

De oorlog is nog heel prominent aanwezig in veel van hun verhalen.
Twee mannen wachten op hun beurt in een postkantoor en wisselen ervaringen uit, niet helemaal op dezelfde golflengte. Het verhaal Boontjes staat in deze bundel, (ik kon de tekst niet downloaden van internet, dus deze scan moet volstaan). 

Boontjes tekst

Boontjes tekst 1

 

Rolschaatsen is een van mijn oude favorieten, het is van invloed geweest op mijn ideeën over onderwijs en ouderschap.

De hoofdonderwijzer keek uit zijn papieren op en zei: ‘O ja, meneer Van Driel – gaat u zitten, neemt u plaats, alstublieft. Ik moest u even laten wachten, maar eh… ik zit tot over mijn oren in ’t werk. Zo… Juist… Kijk eens hier, meneer Van Driel, ik heb u even laten kommen, want ik dacht in de laatste tijd telkens, ik moet meneer Van Driel tóch eens even laten kommen. Die Hans van u, meneer Van Driel, dat is een heel eigenaardige jongen…’

Hij leunde achterover en nam met een koket gebaar zijn bril af; de staalblauwe ogen keken te hard en te koel om het goedige blonde baardje helemaal wáár te maken. Ernstig vervolgde de geschoolde docentenstem: ‘Kijk eens, ik wil niet zeggen dat Hans achterbaks is. Dat woord wil ik niet gebruiken…’

Dat zou ik je niet raden óók, dacht de vader driftig. Maar hij zei: ‘Ach, Hans is een beetje stil, he…’

‘Ja, ja, stil, dat is het woord.’ (De bril ging weer op.) ‘Maar dan niet stil uit verlegenheid, meneer Van Driel. Eerder uit hoogmoed. En die hoogmoed, die past ‘m niet. Als ik dat jongmens door de gangen en door de lokaliteiten zie lopen, denk ik altijd: Jij hebt ’t een beetje te hoog in je bol vrind: En waren zijn prestaties in de lessen nu nog van dien aard, dat je zou kunnen zeggen: ’t jong is iets bijzonders, dan was ik de eerste om te zeggen: allá. Maar die prestaties zijn maar heel minnetjes, meneer Van Driel. Onze Hans is allerminst een hoogvlieger…’

Hij keek de vader aan met een glimlach, die niet vrij scheen van een soort leedvermaak.

Hij heeft de pest aan ‘m, dacht de man en zijn hart werd warm van redeloze liefde.

‘Ik zal u eens een voorbeeld geven van zijn merkwaardig “gedrag”,’ zei de hoofdonderwijzer. ‘In de vierde geef ik op ’t moment geschiedenis. Bij alles wat ik hier al te verhapstukken heb, schijnt dat er nog bij te kunnen. Soit. Ik geef geschiedenis. En ik hou ervan om in zo’n les eens een grapje te maken. Dat ontspant even de aandacht, nietwaar? Dat lucht op. Dan schatert zo’n klas het uit. Ja, de hele klas, behalve Hans, meneer Van Driel. Behalve Hans. Ik heb dat heerschap laatst eens een keer naar voren gehaald en ik heb tegen hem gezegd: “Jongen, luister eens, kun jij lachen?” Toen zegt hij: “Ja meneer.” Toen zeg ik: “Waarom lach je dan nooit mee als ik eens een grapje vertel?” Toen zegt me die jongen: “Ik vind uw grapjes niet geestig, meneer.” Ja, begrijp me goed, meneer Van Driel, het laat mij siberisch, of die jongen mijn grapjes geestig vindt of niet. Misschien zijn ze wel niet geestig. Ik ben maar een doodgewone schoolmeester. Maar de mentaliteit, meneer Van Driel. Voor een jongen van tien. Die niks presteert. Ik kan u zijn voorlopige cijferlijst wel even voorlezen…’

Hij begon te rommelen in zijn papieren. De vader dacht: Het liefst zou ik hem nu op zijn gezicht timmeren. Maar dat kan niet. Daar zou Hans voor moeten opdraaien. Maar later… Als hij van school is…

‘He, ik geloof dat een van de collega’s het cijferboekje heeft op het moment,’ zei de hoofdonderwijzer. ‘Maar geen nood, ik kan het u straks door de telefoon wel even voorlezen.’

‘Heel graag,’ sprak de vader. En hij dacht haatdragend: Als Hans van school is, kan ik die vent gewoon voor de poort opwachten. Kom nou maar op. Eerst eens flink aan die baard rukken. Wanneer komt Hans er eigenlijk af?

‘Hoe laat is u thuis?’

‘Over twee jaar’, zei de man.

‘Pardon?’

‘Over twee uur’, verbeterde hij snel.

Toen hij aan het eind van de middag de huiskamer binnentrad, vond hij de jongen, lezend op de bank. Hij ging ernaast zitten, legde zijn arm om zijn schouder en zei: ‘Zo Hans…’

‘Dag pap.’

Hij voelde het harde jongenslichaam terugwijken, al niet meer gediend van dit soort tedere aanrakingen. De man nam zijn arm weg en zei: ‘Zeg Hans, die rolschaatsen, die je zo graag hebben wou… Ik heb ze gekocht. Ze staan in de gang.’

Even later zag hij, uit het raam hangend, hoe de jongen er stralend mee over straat reed.

‘Ze zijn mieters, pap!’

De man knikte met een benarde glimlach.

‘Rotsik’, dacht hij.

Carmiggelt stierf in 1987. Hij verdient een 10.

Gainsborough

We reisden per trein (eerste klasse!) naar Enschede, naar het Rijksmuseum Twenthe. We zagen kans dit niet erg indrukwekkend ogend cultuurpaleis te bereiken vlak vóór er een geweldige hagel-regenbui losbarstte.

We konden dus in droge staat de tentoonstelling bezichtigen over de schilder Gainsborough.
Gainsborough leefde in de 18e eeuw en is vooral beroemd geworden vanwege zijn portretten. Vreemd genoeg ging zijn hart veel meer uit naar het schilderen van landschappen, maar omdat hij een goede boterham verdiende aan het portretteren van gefortuneerde tijdgenoten bleef hij dit doen.

dochters GainsboroughPubliekstrekker is het prachtige dubbelportret van zijn dochters, ooit ruw in tweeën gehakt en verdeeld over twee eigenaren, later werden de helften gelukkig weer herenigd.

 

De andere portretten zijn ook erg mooi, zijn landschappen konden me niet zo bekoren.

harpiste Gportret G

 

landschap G

Wat het museum verder nog te bieden heeft is een tentoonstelling over Jaap Drupsteen (die van het VPRO-logo). Hij koppelde met behulp van een computerprogramma klanken (vooral een stampende beat) aan kleuren en vormen die op grote schermen geprojecteerd worden. Met enige verbazing bekeek ik een man en een vrouw, die met behulp van hun telefoons lange opnamen maakten van de  betekenisloze bewegende vormen en kleuren.
Zouden die dezelfde avond de opnamen gezellig hebben bekeken, samen op de bank? Of kennissen hebben uitgenodigd: beleef deze fantastische beelden samen met ons, bij een glaasje wijn en een borrelnootje?

Misschien staan de opnames ergens op een weblog!

Kijk op de site van het museum.

Gainsborough: 8

Zijn dochters: 9

Piet Kramer. Bruggenbouwer van de Amsterdamse School

Ik kocht dit boek in de winkel van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ik had daar net de tentoonstelling over Amsterdamse School-interieurs gezien.

Bruggenbouwer

(Auteurs: Sebas Baggelaar en Pim van Schaik).

Het is een heerlijk boek, alle bruggen die door Piet Kramer zijn ontworpen komen aan bod, van heel grote tot kleine houten bruggetjes in het Amsterdamse Bos.

 

 

Van-Tienhovengracht-brug-Piet-Kramer_foto-Victorien-Koningsberger-417x278Ik heb dertig jaar in Amsterdam gewoond,  over sommige bruggen heb ik misschien wel honderden keren gefietst. Het is mogelijk dat ik mijn fiets wel eens op slot heb gezet aan een van de prachtig ontworpen leuningen, met mijn hoofd op centimeters afstand van een prachtig sculptuur van Hildo Krop…
Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik er nooit zo lang bij stil gestaan heb dat ik als Amsterdammer op deze manier deelgenoot kon zijn van heel bijzonder architectonisch erfgoed. Ik ging de brug over omdat ik aan de overkant wilde zijn…

Ik woonde een aantal jaren op de Amstelkade en bezocht weleens de kapper, die zijn werk deed in een grappig klein huisje dat vlakbij de brug stond. Toen ik in het boek op bladzijde 102 was aangeland begreep ik dat het huisje ontworpen was door Kramer en hoorde bij de brug over het Amstelkanaal bij de Ferdinand Bolstraat.

Het boek geeft me de kans de schade in te halen, ik heb op mijn gemak alle foto’s bekeken en aandachtig alle teksten gelezen. Het is prachtig verzorgd.

ballenbrugWat een geweldige productie had Kramer! Hij ontwierp meer dan 300 bruggen, maar ook gebouwen, meubels en interieurs.

(Bollenbrug in het Amsterdamse Bos).

 

De bruggen moesten aansluiten bij de omgeving en zijn daardoor zeer verschillend. Ook zitbanken, kiosken, lantaarns en de typografische nummering werden bij het ontwerp betrokken, Kramer dacht zelfs na over het aansluitende groen. Zijn bruggen zijn fantasievol en rijk aan organische vormen. Hij gebruikte verschillende materialen, waaronder baksteen, natuursteen en beton. De leuningen zijn vaak van smeedijzer en hebben vormen die geïnspireerd zijn door de natuur. Kramer vond dat sculpturen een wezenlijk onderdeel uitmaakten van de architectuur van de brug. Daarom werkte hij graag samen met stadsbeeldhouwer Hildo Krop, die bereid was zijn beelden af te stemmen op de het grotere geheel van de brug.

brugbeeldWat me vooral opviel was de geweldige aandacht voor het detail, vooral zichtbaar in de vormgeving van de leuningen.

Ik ben vast van plan de komende tijd een uitstapje in mijn geboortestad te plannen, waarbij ik dan een aantal bruggen ga bekijken, en zeker ook de prachtige beelden van Hildo Krop.

Leidseplein 1

Met mijn ouders op de brug bij het Leidseplein. In het bijschrift staat als jaartal ca 1963, maar dat moet een vergissing zijn. In dat jaar was ik al acht, terwijl het kind op de foto duidelijk een peuter is.

Een welverdiende 9.