Zwemmen met Wilders II

In mijn blog van   4 april j.l.  schreef ik over mijn wekelijkse zwempartij met A., wiens politieke stellingname ik verafschuw. Hij stemt PVV en vindt Trump een geweldige president.

Omdat ik geloof in het openhouden van de dialoog discussieer ik volop met hem, wat het baantjeszwemmen een stuk minder saai maakt.

Hij beloofde te reageren op mij stuk, maar deed dat tot nu toe niet. Hij handelt hiermee geheel overeenkomstig zijn grote voorman: die heeft ook heel veel praatjes maar krijgt nooit wat voor elkaar.

Niet zelden blijft A. steken in het opsommen van kwalijke Moslim-praktijken. De Islam is er op uit de wereld te veroveren en mensen zoals ik hebben dat niet door. Hij maakt de vergelijking met WO II en vindt dat er draconische maatregelen nodig zijn om de dreiging het hoofd te bieden: de Koran verbieden, moskeeën sluiten, iedereen die het niet met hem eens is het land uit en de grenzen dicht.

Hij wil ten koste van alles onze cultuur behouden en heeft en passant veel kritiek op onze democratie en rechtsstaat (net als Wilders).

Net zomin als de leider van de PVV kan hij preciseren wat “onze cultuur” precies inhoudt. (Hooligans? Tattoos? “Daar moet een piemel in”?)

Gisteren kwam toch de beloofde reactie, A. stuurde een linkje naar een toespraak van een Egyptenaar. Deze man vertelt in een uitgebreid betoog dat hij heel goed snapt dat westerlingen niet van Moslims houden. Die brengen immers alleen maar geweld en dragen niets bij aan de menselijke beschaving.

Dit filmpje

Beste indrukwekkend en duidelijk een ander geluid dan we gewend zijn uit Arabische hoek.

In deze tijd van gemanipuleerde media en propagandageweld is het natuurlijk wel verstandig te kijken naar de bron. Die is in dit geval MEMRI TV:

Exploring the Middle East and South Asia through their media, MEMRI bridges the language gap between the West and the Middle East and South Asia, providing timely translations of Arabic, Farsi, Urdu-Pashtu, Dari, and Turkish media, as well as original analysis of political, ideological, intellectual, social, cultural, and religious trends.

Founded in February 1998 to inform the debate over U.S. policy in the Middle East, MEMRI is an independent, nonpartisan, nonprofit, 501(c)3 organization.

Wikipedia zegt het volgende over MEMRI:

Critics charge that despite portraying itself as neutral,[5] it aims to portray the Arab and Muslim world in a negative light through the production and dissemination of incomplete translations and by selectively translating views of extremists while deemphasizing or ignoring mainstream opinions.[6]

Er worden voorbeelden gegeven van manipulatie, selectieve representatie en verkeerde vertalingen die een verkeerde suggestie wekken.

Wikipedia laat ook de andere kant zien: beschuldigingen worden ontkend en critici wordt verweten dat ze blind pro-arabisch zijn.

Ik stuurde A. vóór ik de bron controleerde deze reactie:

Hoi A.

Weinig tegen in te brengen, goed betoog. Waren er maar meer Arabische mensen zoals hij. Ik vermoed dat hij geen Moslim is….
Waar het natuurlijk om gaat, is wat je als land, als Europa, doet om je te beschermen tegen de gruwelijke terroristische aanslagen en hoe je omgaat met Moslims die in Nederland (komen) wonen.
Ik pleit voor een enerzijds intelligente, resultaatgerichte aanpak om gevaar af te wenden en anderzijds voor een humanitair beleid.

Juist als je veel kritiek hebt op Arabische landen, omdat daar mensenrechten worden geschonden, onwettigheid heerst en er geen onderscheid is tussen kerk en staat moet je blij zijn in een land te wonen waar er wel vrijheid van meningsuiting is, onafhankelijke rechtspraak en de kerk het niet voor het zeggen heeft.
Als je voorstander bent van nietsontziende discriminatie, voor het sluiten van de grenzen zodat vluchtelingen aan hun lot worden overgelaten ontken je juist de waarde van een democratische rechtsstaat als de onze. Dan ben je geen haar beter dan de landen waar je zoveel kritiek op hebt.

Een groeiend probleem

Voor mij illustreert wat hier gebeurt een probleem dat steeds groter wordt: A. probeert mij te overtuigen door mij een filmpje te laten zien dat zijn standpunt onderschrijft. Ik noem het een goed betoog. Maar de bron blijkt dus nogal dubieus te zijn.

Trump (of zijn woordvoerders) baseren zich voortdurend op nieuws dat vaak verzonnen is, maar goed in hun straatje past en bekritiseren daarnaast voortdurend de pers als die onwelgevallige berichten publiceert (“fake news”).

Mijn mening is natuurlijk ook voor een groot deel beïnvloed door de informatie die ik krijg. Het is niet uitgesloten dat ook deze informatie min of meer gekleurd is.

Hoe moet een mens anno 2017 betrouwbare informatie vinden?

Gelukkig laat ik mij ook leiden door mijn principes. En blijf in gesprek met andersdenkenden.

 

 

Leesvoer voor de vakantie

Als je op vakantie gaat is het van het grootste belang dat je voldoende boeken meeneemt. Stel je voor dat je een lekker plekje in de schaduw op een Terschellings terrasje hebt gevonden en dat je dan zonder lectuur zit!

Ik lees veel, maar tijdens vakanties ga ik pas echt los. Dat geldt ook voor mijn echtgenote. Het eerste wat we doen als we onze caravan neergezet hebben is het boekenplankje vullen, de ervaring leert dat het aan het eind van de vakantie bijna leeg is.

Ik maakte vast een inventarisatie en kwam erachter dat ik over voldoende non-fictie beschik, maar dat er te weinig romans klaarstaan. Het liefst zou ik krakers meenemen zoals The Goldfinch van Donna Tartt, The Corrections van Frantzen of de nieuwste Irving, maar ik ben nog niets van dat kaliber op het spoor.

Ik herinnerde me dat ik vroeger rond deze tijd altijd de detective en thrillergids van Vrij Nederland zorgvuldig doornam. Ik koos altijd een paar boeken uit die vier of vijf sterren kregen.

Toevallig ligt de nieuwste net in de winkel, ik besloot om hier weer een selectie uit te maken.

Ik heb hem inmiddels uit, er staan 618 titels in, waarvan 8 met vijf sterren zijn beloond. De VN-thriller van het jaar is Zijn bloedige plan (His Bloody Project) van Graeme Macrae Burnet.

Ik kan er niet goed achter komen welke criteria er worden gehanteerd om een boek in de gids op te nemen. Tot mijn verbazing ontbreken al mijn favoriete auteurs (James W. Hall, Carl Hiaasen, Tony Hillerman, Elmore Leonard, Trevanian, L.R. Wright en zelfs John leCarré!) Het kan zijn dat niet al hun titels in het Nederlands zijn vertaald, of niet meer verkrijgbaar zijn (sommige auteurs leven niet meer), maar het is heel vreemd dat er niet één van hun boeken in voorkomt.

Wat me wel opvalt, is dat er heel veel Nederlandse en Vlaamse thrillers in staan. Verder zijn er opvallend veel boordelingen met maar een ster, of twee. Enkele boeken kregen er zelfs niet een.

Het is wel grappig om in zulk kort tijdbestek zoveel korte beschrijvingen van plots te zien langskomen. Wat heel vaak terugkomt: de hoofdpersoon heeft een groot verlies geleden (familielid dood) en moet een nieuw leven opbouwen. Verder herken je heel vaak het gegeven dat de hoofdpersoon ergens aan lijdt, of een probleem heeft Ze zijn aan de drank, hebben een midlife crisis of zelfs de ziekte van Parkinson.

De meeste boeken trekken me niet aan. Als ze minder dan vier sterren krijgen vallen ze in ieder geval af. Ik vertrouw maar op de redactie, hoewel die me in het verleden wel eens teleurgesteld heeft.

Ik kies uiteindelijk voor de thriller van het jaar en nog een paar vijf-sterrenboeken. Ik heb ze besteld bij Amazon, de meeste kosten maar een paar Pond. Het duurt wel lang voor ze bezorgd worden, ik verwacht ze 22 juli.

 

 


De trilogie van Emilie Schepp (Memento, Narcotica en Post Mortem) leek me ook wel wat, die Scandinaviërs kunnen over het algemeen goed schrijven. Wat zou ik graag de Millennium trilogie voor het eerst lezen….

Als cadeautje kreeg in deze week van het spannende boek een novelle van Deon Meyer. Benieuwd of deze beter vertaald is dan zijn eerste boek.

 

 

Vakantie: ik ben er klaar voor!

 

 

Reclame

Als je klaar bent met kijken naar een serie op DVD, of een interessant televisieprogramma ga je vaak nog even surfen.
Hoe groot is de kans dat je dan op iets stuit waarnaar je nog wel wat langer wil kijken? Het ene na het andere Amerikaanse schreeuwprogramma komt langs (als het publiek niet schreeuwt doen de acteurs dat wel). Het verbaast me hogelijk dat er mensen die deze vaak zwaar gescripte sensatieprogramma’s leuk vinden.

De kans is echter veel groter dat je kanaal na kanaal op reclame stuit. Het lijkt wel of er op een doorsnee avond meer reclame dan gewone programma’s wordt uitgezonden.
Ook hierbij stel ik mezelf de vraag: hoeveel mensen kijken echt met enige aandacht naar reclame? Ik zap er altijd van weg, sommige programma’s bekijk ik expres later omdat ik de reclame dan kan doorspoelen.

Er wordt ontzettend veel verdiend met reclame, ik vraag me altijd af of er niet sprake is van een geweldige hype. Die slimme reclamejongens vertellen producenten natuurlijk dat je er echt niet aan ontkomt veel te investeren in reclame als je je product wil verkopen. We gaan er allemaal van uit dat dit zo is.

Ik denk dat ik nauwelijks beïnvloed word door reclame. De stapels folders in de brievenbus gaan meteen bij het oud papier, radio met reclameboodschappen luister ik niet en ik bekijk ook geen advertenties in de krant of tijdschriften.

Ik kan me niet heugen dat ik naar een winkel ben gegaan om iets te kopen waar ik middels reclame op opmerkzaam ben gemaakt.

Ik ben me ervan bewust dat dit laatste lang niet voor iedereen geldt: ik weet dat er kinderen zijn die hun ouders gek maken door speelgoed te eisen waarvoor fors reclame is gemaakt.

(De L.O.L. verrassingspop spant de kroon. Je koopt voor €10 (!!) een plastic bal waarin wat rommeltjes zitten en twee plastic popjes. Je kunt aan de buitenkant niet zien welke. Effect is dus dat kinderen hun verzameling compleet willen hebben en dus steeds weer een nieuwe bal willen hebben).

Ik zie ook regelmatig volwassenen in de winkel staan met een folder in hun hand, op zoek naar een artikel waarover ze gelezen hebben.

Het ergste effect van de alomtegenwoordige reclame is, dat sommige mensen denken grappig te zijn door een reclameslogan of-deuntje te herhalen. Niet alleen maken ze hiermee duidelijk dat ze over een uiterst plat en primitief gevoel voor humor beschikken, maar ze fungeren ook als onbezoldigde doorgeefluiken.

 

Hoe komt het dat ik niet gevoelig ben voor reclame en een ander wel?

 

De eerste aanwijzing is wellicht dat ik niet van winkelen houd. Ik krijg het vaak te warm, ik ben ontsteld door het aanbod (laatst liep ik in een Actionwinkel; wat een rommel!) en heb nooit de aanvechting iets te kopen. Soms kom je, in een vreemde stad, in de verleiding een winkelstraat door te lopen. Je realiseert je dan dat zo’n straat er in elke plaats hetzelfde uitziet: een Blokker, een Hema en een Trekpleister.

Soms moet je wel eens een winkel binnengaan, bijvoorbeeld als je een nieuw kledingstuk nodig hebt. Ik wil dan in vijf minuten weer buitenstaan, anders gaat het over. Het spreekt voor zichzelf dat mijn vrouw mij er niet bij wil hebben als ze zin heeft in shoppen.

Ook in winkels die mij uit ideële overwegingen zouden moeten aanspreken kan ik niet slagen. Ik werd vroeger somber als ik in de Slegte rondliep. Het woord ramsj zegt wel genoeg.

Theodore Dalrymple, (mijn favoriete Engelse conservatieve knorrepot, die heel erg veel weet en mooie essays schrijft) houdt ervan in antiquariaten rond te snuffelen en vindt altijd wel iets van zijn gading. Hij leest die oude beschimmelde boeken ook altijd van de eerste tot de laatste bladzijde!

This is also one of the pleasures of browsing in second-hand bookshops: a recollection or association evoked by chance is more pleasurable than one that is systematically searched for.
(Chinese puzzles in Out Into The Beautiful World).

De Kringloper maakt me ook depressief. Het idee spreekt mij erg aan, waarom zou je iets nieuw kopen als een artikel er nog prima uitziet en voor een fractie van de prijs te koop is? Het is voor het milieu natuurlijk ook veel beter als dingen hergebruikt worden.
Maar ik zie steeds het boedeltje van oma voor me, waaruit na haar overlijden door de familie de waardevolle onderdelen verwijderd zijn. De rest wordt ter beschikking gesteld aan de arme mensen.

Ben ik dan wars van alle materiële zaken? Nee! Ik houd net zoveel van mooie en leuke spullen als ieder ander.

Ik koop die echter niet omdat ik ze toevallig aantref in een winkel, maar met voorbedachten rade.

Het komt erop neer dat wanneer ik iets nodig heb, ik eerst uitzoek wat ik wil hebben, hoeveel het kost en wat de kwaliteit is. Pas als ik dat weet ga ik naar een winkel (om er dan achter te komen dat ze net niet hebben wat ik in gedachten had…). Ik doe dit omdat ik weet dat ik er niet op hoef te rekenen dat ik in de winkel goed advies zal krijgen, want de productkennis van de doorsnee verkoper reikt meestal niet verder dan de bediening van zijn mobiele telefoon.

Ik voel me schuldig tegenover de plaatselijke middenstand, maar moet toegeven dat ik erg graag gebruik maak van Internetwinkels.

Af en toe geef ik me nog over aan een snuffelsessie: ik heb een lijstje met de titels van boeken van Carmiggelt en Mak die ik nog niet heb. Als ik er daar een van ontdek in een tweedehands boekwinkel kan mijn dag niet meer stuk.

Maar met reclame kunnen ze wat mij betreft wel stoppen!

 

 

Smack the Pony

Ik stuitte op een oud filmpje van Smack the Pony, dat schitterende Engelse clubje gekke vrouwen. Ik heb het even nagezocht: de sketches werden van 1999 tot 2003 uitgezonden.

Als je van taal houdt en van Engels in het bijzonder is dit een heel mooie: Insensitive teacher

Nog een leuke voor onderwijsmensen: EAAFL

Deze behoort, denk ik, tot de klassiekers: Water

Ik kan nog wel wat langer doorgaan, daarom houd ik het hier maar bij. Nog eentje dan, de mooiste: Goodbye.
(Let vooral op het laatste zinnetje: “Can we have a little chat?”)

Smack the pony:       9

In Nederland hebben we Toren C, ook grappig, maar je kunt wel zien dat deze vrouwen schatplichtig zijn aan hun Engelse zusters.

 

 

 

Brief van de dag

De Volkskrant bestempelt iedere dag een ingezonden brief tot Brief van de dag.

Vandaag heeft deze brief als titel Ik stem nóóit meer groen links.

De briefschrijver introduceert zichzelf eerst, hij gaat er kennelijk van uit dat hij zijn geloofwaardigheid hiermee vergroot. Het kan ook zijn dat hij indruk wil maken op de lezers.
We lezen dat hij afgestudeerd is in de algemene sociale wetenschappen, nota bene Prius rijdt en soms geitewollen sokken en sandalen draagt.

Tsjonge, we weten nu dat we zijn brief aan Jesse Klaver serieus moeten nemen.

Jay Legerstee uit Wijk bij Duurstede stemt zijn leven lang al op Groen Links, maar wil nu graag laten weten dat hij dit nóóit meer gaat doen. (Let op de twee accents aigu. Ze vertellen ons dat we zijn hartenkreet net zo moeten uitspreken als een kleuter dat doet: ik speel nóóit meer met je!)

Hij doet dit door Jesse Klaver een brief te schrijven, maar vreemd genoeg publiceert hij deze in de krant.

Femke Halsema krijgt een sneer, die heeft ook al iets fout gedaan, ze ging een aantal jaar (sic) geleden liever op vakantie. Hier heeft hij zich destijds manmoedig overheen gezet, maar Klaver laat nu op dit thema de formatie klappen en dit slaat echt alles.

Hij vindt dat Klaver, nu hij zo dicht bij de macht was het niet had mogen laten lopen, want 90% van Nederland vindt dat migratie beperkt moet worden.

Als 90% van Nederland iets vindt moet je je daar natuurlijk aan aanpassen.
Bij welk percentage mag je je principes nog wel overeind houden?

“En ik denk voor vele anderen met mij”. Wil je alsjeblieft niet voor mij denken?

De Sociale Wetenschapper leeft in een echte wereld, Klaver in een idealistische droomwereld. Hij maakt een politieke blunder, dat ligt aan zijn leeftijd.

Klaver gaat nu met zijn principes lekker in de oppositie zitten, terwijl hij zoveel had kunnen bereiken op mobiliteit en schone lucht, ook voor zijn twee kleine kinderen.
Hij vindt het onbegrijpelijk en ook gewoon koppig. Hij is zeer teleurgesteld.

Nog afgezien van het matige taalgebruik, de ego-streling en het gezond-verstand denken klopt de kern van zijn betoog inhoudelijk niet: Klaver heeft een genuanceerd standpunt mbt migratie en maakt onderscheid tussen mensen die voor geweld vluchten en economische migranten.

Legerstee heeft jaren op een idealistische, principiële partij gestemd en vindt het nu opeens vreemd dat er een idealistisch standpunt wordt ingenomen.

Hij gaat er van uit dat Groen Links in de regering veel zou kunnen bereiken, maar zou kunnen weten dat dit in de praktijk heel erg moeilijk zal zijn. VVD en CDA hebben een rechtse agenda, zijn groot en machtig en Groen Links bekleedt een minderheidspositie. Rutte is een geslepen politicus, die als een kabinet eenmaal gevormd is bij weerstand ongetwijfeld het argument zal gebruiken dat de partijen nu eenmaal binnenboord zijn en daarom maar akkoord moeten gaan met zijn plannen.

Onze geitenwollen Priusrijder kiest duidelijk voor Nederlandse belangen en laat vluchtelingen in de kou staan.

Ik ben heel blij Klaver dat niet doet.

Reacties van leraren op stuk over onderwijskritiek

Ik kreeg enkele reacties op mijn blog van 6 juni waarin ik schreef dat ouders wat vaker de kant van de school zouden moeten kiezen en niet die van hun prinsjes of prinsesjes.

Een docent verzuchtte dat ze liever had dat leerlingen hun tijd en energie staken in de voorbereiding op hun toetsen dan in het klagen over het resultaat ervan.
Leerlingen leren niet en verwachten toch goede cijfers. Ze zijn diep gewond als de lerares niet ingaat op al hun bezwaren.
Werkelijk alles wordt ter discussie gesteld, waarbij het onrecht vooral door middel van vergelijkingen aan de kaak wordt gesteld: “De andere klas mocht een horror-story schrijven en wij kregen een ander onderwerp”.

 

Een andere leraar stuurde me onderstaande mailwisseling, waarin gesuggereerd wordt dat de slechte resultaten van de leerling te wijten zijn aan de leraar. Het zinnetje: “mijn zoon was gewend aan het nakijken van zijn vorige leerkracht” intrigeert me.
De coach van haar zoon vindt het ook een goed idee het werk door een tweede leraar te laten nakijken, waarmee hij zijn collega dus diskwalificeert en de ouders extra munitie geeft.

—-Origineel Bericht—-

Onderwerp : Geschiedenis cijfer

Beste meneer X.

Ik wil graag de aandacht vestigen op het volgende.

Mijn zoon kwam vandaag thuis met weer een 3 voor geschiedenis. Hij heeft altijd goede cijfers voor geschienis gehaald. Sinds hij u als leerkracht heeft is dit veranderd. Ik weet dat hij er hard voor geleerd heeft. De stof goed kende en begreep.

Na zijn vorige 3 heb ik  gevraagd of het PTA  ook nog door een andere leerkracht nagekeken kon worden. O. was immers gewend aan het nakijken van zijn vorige leerkracht .Zijn coach vond dit ook een goed idee en het zou ook gebeuren. Tot op heden is dit echter nog niet gebeurd.   Nu dus weer een 3. Wij hebben het gevoel dat het nakijken van de PTA’s door verschillende leerkrachten op verschillende manieren gebeurd,

Ik vind dit een ernstige kwestie.

Ik stel weer voor om nu beide PTA,’s door een tweede docent na te laten kijken. Zo niet, dan wil ik graag samen met O. een gesprek met u.

 

Met vriendelijke groeten, mevrouw Y

 

Onderwerp: Antw.:⁨ Geschiedenis cijfer⁩

Beste mevrouw Y,

Het nakijken van schoolexamens Geschiedenis verschilt niet per leerkracht, immers houden wij allen hetzelfde correctievoorschrift aan en bespreken wij onze resultaten. Het vragen aan een andere docent om nogmaals een schoolexamen na te kijken vind ik eerlijk gezegd buitengewoon vreemd: het suggereert dat de mate van subjectiviteit dusdanig hoog is dat de slechte resultaten van O. aan de beoordeling van de eigen docent zou liggen. Dat zou niet bepaald professioneel zijn. Desalniettemin hebben de heer X en ikzelf bij O. destijds aangegeven dat het bij wijze van uitzondering mogelijk is. Het feit dat hij hier geen gebruik van heeft gemaakt zegt meer over hemzelf: hij heeft gewoon nooit het contact gezocht met mijn collega!

O. heeft inderdaad wederom een zeer teleurstellend examen gemaakt. Ik begrijp dat hij, en u,  dit willen wijten aan mijn nakijken. Zelfs nog voordat ik het examen überhaupt met de leerlingen heb kunnen bespreken. Dat vind ik werkelijk belachelijk. Heeft u eigenlijk wel door hoe vaak O. zijn huiswerk niet op orde had / zijn spullen niet bij zich had / geen enkele inzet toonde in de lessen? Ik heb dat elke keer netjes aangevinkt in het schooladministratiesysteem, dat kunt u ook zien. Ik vind het echt bizar dat O. de reden voor zijn slechte functioneren niet bij zichzelf zoekt maar bij anderen, en met name ook dat u hem daarin steunt. Bent u dat volgend jaar ook van plan bij de HBO-instelling waaraan O. zal studeren?

Dat noem ik pas een ernstige kwestie.

Met vriendelijke groet,

X

 

Ik vind het antwoord van deze leraar geweldig. Ik wist niet dat leraren dit anno 2017 nog durven/mogen!

We buigen gelukkig nog niet allemaal voor de klant-is-koning-terreur.

 

Mooi Almere

In November schreef ik een blog over de geluidsschermen die zijn opgetrokken langs de spoorlijn.
NS is nu zo’n beetje klaar, ze hebben hun werkterrein netjes achtergelaten. De geluidsschermen functioneren goed, de kale taluds zijn inmiddels volop begroeid met (vooral) prachtig geel koolzaad.

 Zo zag het er in november uit.

 

En nu zo.

 

Het is een feest om langs het spoor te rijden, het knalgele koolzaad domineert, maar er zijn ook andere bloemen te zien.

    

Naast klaprozen zie je ook korenbloemen, mijn favoriet.

 .  

Ook mooi: de paarse distel. 

Wat is mooier dan voorjaar in Almere? Ik wil geen kwaad woord over mijn woonplaats horen!

 

Almere in de lente: 10

Grand Designs

Via Netflix stuitten we op de serie Grand Designs. Het is een productie van Channel 4, ik kwam er later achter dat SBS in Nederland afleveringen heeft uitgezonden.
Op Netflix staat alleen het laatste seizoen (12).

We waren onmiddellijk gegrepen. In elke aflevering wordt de bouw van een huis beschreven, de plannen vooraf, de uitwerking en – vooral – de problemen.

Het is natuurlijk interessant om te kijken wat er allemaal bij de bouw van een huis komt kijken; (soms is het resultaat fantastisch, soms ben je wat minder enthousiast), maar nog leuker is de kennismaking met de eigenaars van het nieuwe huis.
Er is een enorme variatie: van heel rijke mensen die zich nauwelijks op de bouwplaats laten zien tot mensen die bijna niets te besteden hebben en dag in dag uit aan het zwoegen zijn (ze lijden verschrikkelijk, op een dag was zelfs de thee bevroren).

Je leeft met ze mee en hoopt dat alles goed gaat. Je ontdekt dat je sommige mensen heel aardig en sympathiek vindt en anderen onuitstaanbaar.

Het lijkt wel of mensen minder sympathiek zijn naarmate ze meer geld hebben….

Er wordt een vast stramien gehanteerd. De presentator (Kevin McCloud) stelt de betrokkenen voor, laat hen iets vertellen over de plek van hun nieuwe huis en over hun plannen. Hij informeert naar het budget, de manier waarop ze alles georganiseerd hebben en vraagt wanneer ze denken in hun huis te kunnen trekken.

Er is een computeranimatie waarin geshowd wordt hoe de nieuwe woning eruit komt te zien.

Dan wordt de bouw gevolgd. McCloud komt regelmatig met de filmploeg op bezoek en bekijkt de vorderingen (of het gebrek daaraan).

We zien de vertwijfeling, angst en soms woede van de mensen als de bouw niet helemaal volgens plan loopt. Soms valt er wel het een en ander op te merken als het gaat over de interactie tussen de cliënten enerzijds en de architect en bouwers anderzijds.

Overigens: soms komt er helemaal geen architect of bouwvakker aan te pas, sommige toekomstige eigenaren bouwen hun huis helemaal zelf op met hulp van vrienden.

De serie begon in 1999, als je die oude afleveringen bekijkt valt op hoe snel dingen veranderd zijn: de brilmonturen, dikke tv’s en auto’s horen duidelijk bij een ander tijdperk. Er is geen mobiele telefoon in zicht en de bouwers leggen nog kilometers kabel omdat WiFi nog niet bestond.

Ook komt pas in latere episodes het milieu wat meer in beeld. Daarvóór is er weinig aandacht voor hergebruik, milieubelasting en beperking van het energiegebruik.

McCloud stelt kritische vragen aan de eigenaren en aan architecten en bouwers, maar is aan het eind altijd heel erg positief. Hij prijst het eindproduct uitvoerig, het zou immers geen fair play zijn als hij de hoofdrolspelers op die manier teleur zou stellen.

We leren dat er een aantal gouden regels is waaraan je je moet houden als je een huis bouwt: zorg dat je alles heel goed van tevoren hebt uitgezocht (het is erg vervelend als je er tijdens de bouw achterkomt dat er een vergunning nodig is). Neem een architect in de arm en vooral ook een opzichter die voor jou de bouw, de planning, de aannemers en de leveranciers in de gaten houdt. Veel mensen vervullen zelf die rol, maar dit levert altijd problemen op. Maak een zorgvuldige planning maar houd rekening met tegenvallers. Verander tussentijds niet van plan en ten slotte: zorg dat je een “contingency”- bedrag achter de hand hebt, want er komen altijd extra kosten bij.

Tot onze verbazing hebben we nog niet één keer meegemaakt dat een project mislukte. Het huis is niet altijd helemaal klaar als de episode afgesloten wordt, maar de nieuwe bewoners geven altijd stralend een rondleiding en we weten dat alles goed zal komen.
Sterker nog: hoewel er altijd sprake is van (forse) budgetoverschrijdingen en daaruit voortvloeiende financiële problemen is de inrichting bijna altijd perfect en was er kennelijk toch nog genoeg geld voor een aantal peperdure apparaten of meubels.

Als de aflevering afgelopen is kijken we of er misschien nog een revisit is. In dat geval krijgen we nog een extraatje: McCloud gaat na een of twee jaar nog een keer langs om te kijken hoe het er dan voorstaat. De mensen hebben dan vaak de tuin mooi op orde en genieten nog steeds volop.

Je went gelukkig een beetje aan het gezwollen taalgebruik van McCloud. Hij spreekt ons altijd ernstig toe, heeft het over de geweldige risico’s, de visie, de creativiteit en vooral het doorzettingsvermogen van de bouwers en bereidt ons er altijd op voor dat het weleens helemaal verkeerd kan aflopen. Hij houdt de spanning erin (“ but then disaster strikes”) en we zien beelden van lekkage, overstromingen, instortende muren en constructiefouten.

Maar zoals gezegd, alles komt uiteindelijk goed en Kevin is daar altijd heel verbaasd over.

(We vragen ons af of de BBC niet af en toe bijspringt met een paar duizend pond als de mensen het heel moeilijk hebben (Kevin werkt af en toe wel mee) en of mislukte projecten wellicht niet uitgezonden worden).

Gegrepen door de afleveringen op Netflix ging ik op zoek naar meer. Ik ontdekte dat er inmiddels 12 seizoenen zijn uitgebracht op DVD en heb tot nu toe kans gezien de meeste tweedehands op de kop te tikken. Wat is er leuker dan een pakje uit de UK te ontvangen met weer een felbegeerde serie?

Ik mis alleen nog de series 5.2 (die jaargang bestond uit drie series) en 9. Hiervan is alleen een heel duur tweedehands exemplaar beschikbaar, in “acceptable state” (“minor scratches”).
Er zijn ook Australische afleveringen (13 en 14), maar deze zijn heel kostbaar en bovendien Regio 4, dus niet geschikt voor onze DVD-speler.
Onze vriendin die in Engeland woont heeft beloofd voor ons op zoek te gaan. Ze houdt ervan om in thriftshops te snuffelen.

Er komt natuurlijk een moment dat we alles gezien hebben (er zijn 160 episodes gemaakt in 17 series). Dan vallen we in een groot gat.

Om de schok wat minder groot te maken heb ik inmiddels ook al wat andere DVD’s aangeschaft: Man Made Home (waarin Kevin McCloud zelf het een en ander bouwt), en Restoration Man (verbouw in plaats van nieuwbouw). We kunnen dus nog even voort!

 

Grand Designs         9

Bekijk deze clip.

Altijd kritiek op het onderwijs: waar komt dat toch vandaan?

Het onderwijs in Nederland ligt onder vuur. De kwaliteit is onvoldoende, te weinig leerlingen halen de eindstreep en te veel zitten er thuis. Leraren zijn onvoldoende in staat tegemoet te komen aan de verschillen, er werken te veel vrouwen en nu wordt op het Zadkine College ook al met de resultaten gesjoemeld.

Tijdens een verjaardagsvisite komt het onderwijs steevast een keer langs: iedereen kent wel een waardeloze school, een leraar die niets van kinderen snapt of een leerling die gruwelijk is benadeeld.

Ook de pers en de politiek laten zich niet onbetuigd: bijna elke dag komt wel iemand aan het woord die de vinger op een zere onderwijsplek legt. Wat opvalt is, dat Nederland heel veel experts op onderwijsgebied telt. Iedereen is ervaringsdeskundige en voelt zich vrij een (meestal hard) oordeel te vellen.

Tot overmaat van ramp blijken leraren nu ook te zakken op de ladder van maatschappelijke waardering. Waar vroeger de docent in hoog aanzien stond, heeft hij nu nauwelijks meer achting dan een begrafenisondernemer.

Als je op zoek gaat naar de oorzaak van alle kritiek en de lage waardering stuit je op (vermeend) laag niveau of de slechte kwaliteit van de opleidingen. Scholen gaan niet met hun tijd mee en komen niet tegemoet aan de wensen en verwachtingen van de leerlingen en hun ouders.

Ik gebruik het woord wensen, maar had beter kunnen spreken van eisen. Nooit eerder werd het onderwijs geconfronteerd met zoveel mondigheid en al dan niet gerechtvaardigde oproepen tot flexibiliteit. Nederlanders is geleerd dat ze recht hebben op onderwijs, dat zij klant zijn en dus koning. De school moet het verwachte product leveren en wel meteen.
Als dat niet gebeurt zal in eerste plaats de leerling luid protesteren (100 keer per dag), daarna de ouders en als die ook niet hun zin krijgen wordt niet zelden een advocaat ingeschakeld. De school staat met de rug tegen de muur en kan niets anders doen dan alles zo goed mogelijk uitleggen, uitgebreid dossiers bijhouden en continu de strijd aangaan.
Ondertussen moet rekening gehouden worden met negatieve publiciteit (leve de sociale media), kostbare rechtszaken en familieleden die verhaal komen halen.
En daar is dan ook nog de inspectie die op volle oorlogssterkte uitrukt als de resultaten onder de maat blijken te zijn.

De school probeert kritiek voor te zijn en communiceert zich suf. Er wordt heel veel tijd gestoken in gesprekken, verslaglegging en begeleiding.

Tijdens een gesprek met de ouders: “Mijn zoon staat een drie voor wiskunde. Wat denkt u hieraan te gaan doen?”
Er is een tijd geweest dat je kon zeggen: kunnen we ons niet beter afvragen wat uw zoon daaraan gaat doen?

Het is niet zo verwonderlijk dat er veel kritiek is op het onderwijs, want er klinkt voortdurend en van alle kanten de roep om vernieuwing. Iedereen is het erover eens dat dit noodzakelijk is. Je impliceert dan natuurlijk wel dat het onderwijs zoals het nu is niet deugt.

Deze overtuiging heeft inmiddels bij alle leerlingen, ouders en beleidmakers postgevat.

Het zal niet meevallen het respect en het noodzakelijke overwicht weer terug te krijgen. Leerlingen zijn mondig en assertief en de schoolleiding is er huiverig voor een duidelijk standpunt in te nemen, bang voor leerlingverlies en slechte publiciteit.

Maar het is natuurlijk de leraar die aan de frontlinie staat en de prijs betaalt: hij wordt slecht betaald, heeft grote kans op een burnout en kan steeds minder tijd besteden aan zijn kerntaak.

Leraren hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel en werken hard, maar zijn ook maar mensen. Hoe vaak zal het gebeuren dat een docent geen zin heeft in nog meer conflicten en voor de makkelijke weg kiest? Geef die leerling maar een voldoende, geef hem maar zijn diploma…

In Rotterdam hebben twee leraren de verleiding niet kunnen weerstaan.

Zullen we nu eens met z’n allen afspreken dat het beter is voor onze prinsjes en prinsesjes als we wat vaker de kant van de school kiezen?

En zullen we dat vreselijke woord vernieuwing nu eens een tijdje niet gebruiken?

 

 

 

 

e-bikes

Ik rijd inmiddels tien jaar op een Gazelle Orange fiets, hij bevalt me prima.

Nu is het wel zo, dat het bij ons in Almere steeds harder waait. De wind waait ook veel vaker dan vroeger de verkeerde kant op, zodat ik er tegenin moet fietsen.

Daarbij komt ook nog eens dat de hellingen steiler zijn geworden.

Ik weet dit, omdat ik steeds harder moet hijgen als er weer een op mijn pad ligt en mijn benen voelen veel moeier.

Steeds vaker word ik ingehaald door andere fietsers, die ogenschijnlijk zonder enige inspanning de benen rond krijgen. Als ik ze jaloers na kijk neem ik regelmatig waar dat er zich onder de bagagedrager een verdachte verdikking bevindt. Een accu!

Tot voor kort vond ik dat deze mensen vals speelden. Ze deden zich voor als sportieve fietsers maar lieten zich stiekem helpen door een motortje.

Ik maakte grappen over echtparen die elk een fiets van hetzelfde merk bereden, zadeldekjes van schapenwol hadden en op een bankje gezeten hun medegebrachte boterhammetjes oppeuzelden. Ze reikten elkaar de thermosfles aan en zouden ongetwijfeld snel weer huiswaarts gaan.

Toen bleek dat het afzien van bier, suiker in mijn koffie en te veel mayonaise geen noemenswaardig effect had op mijn lichaamsgewicht (een gewicht dat ik elke kilometer met mij mee moet nemen) besloot ik met mijn tijd mee te gaan.

Dat was niet moeilijk. Het waren niet meer alleen bejaarden die zich per elektrische fiets verplaatsten, het begon hip te worden! Ik hoefde mij dus niet meer te schamen en zou mijn aankoop makkelijk kunnen verantwoorden aan mijn zoons.

Dat laatste viel inderdaad hard mee, vooral omdat ik hun mijn oude fiets in het vooruitzicht stelde. Als Amsterdammers zaten zij regelmatig zonder vervoermiddel omdat men fietsen daar als algemeen bezit beschouwt.

Mijn vrouw was wat moeilijker om te krijgen. Zij heeft immers aanzienlijk minder ballast mee te sjouwen en heeft nog niet helemaal door hoe hip een e-bike is.

Het vooruitzicht om zich hijgend op een gewone fiets te moeten voortbewegen terwijl ik er fluitend elektrisch naast reed was echter zo onaantrekkelijk dat ze zich gewonnen gaf.

Mijn argument dat we nu natuurlijk vaker zouden gaan fietsen (met onze nieuwe speeltjes) heeft haar uiteindelijk over de streep getrokken.

Niet lang geleden bestelden we twee nieuwe Sparta e-bikes, type M8i.

Ik heb flink wat research gedaan, de Consumentenbond gaf deze fiets een 8,4. (De Batavus Stream kreeg zelfs een 8,5 maar de levertijd was veel langer.)

De fietsen hebben een middenmotor (en zijn dus geen middenmoter) en zijn van aluminium.

Specificaties:

Sparta M8i Herenmodel 57 cm, damesmodel 48 cm.

Black/White

Accu ion 300 (120 km actieradius) met snelle lader (4 uur)

Geveerde zadel-en stuurpen

Walk assist (als je ermee loopt kan je de motor aanzetten!)

8 versnellingen

Fluisterstil

Max 25 km/uur

Gemiddelde actieradius 115 km

Powerboost (je kunt wat extra “gas” geven als je wil inhalen of tegen een helling op moet)

Led display met snelheid, resterende actieradius en afgelegde kilometrs)

5 ondersteuningsstanden

Hydraulische velgrem

Anti-lekbanden

Gewicht 24,6 kg

5 jaar garantie op alle onderdelen

Haal-en brengservice bij onderhoudscontract (€50)

Verzekerd tegen diefstal en schade voor €7,26 per maand

Prijs: €2165 per fiets.

We verwachten de fietsen vanaf 20 juni.

Zijn er ook minpuntjes?

Op de ANWB-site staat maar één gebruikersrecensie en die is behoorlijk negatief…. (Maar dit is een notoire brompot)

Op de site van de Consumentenbond zijn de waarderingen veel gunstiger.

Er wordt verschillend gedacht over de term Fluisterstil.

We hebben gekozen voor de “gewone” accu, je kunt ook zwaardere krijgen (tegen meerprijs). Ik verwacht dat de actieradius niet op de opgegeven waarde zal uitkomen.

De fietsen zijn erg zwaar, ik verwacht dat er maar één op de fietsendrager kan.

Webwinkel

We hebben uiteindelijk gekozen voor Fietsenwinkel.nl.
Liever waren we in zee gegaan met een plaatselijke leverancier, het is altijd prettiger als je de winkel in kan lopen als zich een probleem heeft aangediend.

De winkel die wij op het oog hadden rekende echter €600 meer voor de fietsen en communiceert slecht of niet via e-mail. We hadden toen al een halfuur in de zaak gewacht, maar het was er erg druk.

Het geld

We hebben 4459,97 betaald (incl. afleveringskosten, onderhoudscontract, snelle lader en verzekering). We zullen nog wat geld moeten uitgeven aan fietstassen en kettingsloten.

(b)Logboek

Het spreekt voor zichzelf dat ik een logboek ga bijhouden, hiervan zal ongetwijfeld het een en ander op mijn blog verschijnen.

Terschelling here we come!

Als zelfs hij voor deze fiets kiest…….