Pake en beppe

Ik stuitte op een naambordje dat ik lang geleden van mijn tante kreeg.
Het geëmailleerde metalen plaatje was ooit eigendom van mijn grootvader, mijn pake, die al lang niet meer leeft.
Hij heette Minne Minnema, wij delen dus voorletter en achternaam.

Ik realiseerde me dat ik heel weinig van hem weet. Ik was nog heel klein toen hij overleed. Mijn beppe is veel later overleden, die heb ik nog wel gekend.

Ik vond wat oude foto’s, maar bedacht dat ik eigenlijk ook wilde weten wanneer ze geboren en gestorven waren.
Ik besloot op onderzoek uit te gaan. Mijn eerste actie was een mailtje naar de gemeente Súdwest-Fryslân, waar de woonplaats van mijn grootouders onder valt. Ik was er van uit gegaan dat dit Folsgare was, omdat ik mij heel goed herinner dat mijn vader ons altijd wees op het zadeldaktorentje dat die plaats markeert. “Hier is een heel beroemd en belangrijk persoon geboren” placht hij altijd te zeggen.

Ik kreeg al snel antwoord, ik werd gebeld door een ambtenaar van het gemeentehuis. Zij vertelde me dat ze op onderzoek kon uitgaan, maar dat dit waarschijnlijk geld ging kosten. Ze zou de papieren archieven moeten raadplegen en dergelijk zoekwerk kost ongeveer 9 euro per kwartier.
Ze raadde me aan zelf te zoeken op de site allefriezen.nl, dat zou me wat geld kunnen besparen. Ze deed zelf al een voorzetje en stuurde me per mail haar eerste zoekresultaat.

Ik vond vrij snel de geboortedata en trouwdatum van mijn Friese grootouders, het is me niet gelukt de overlijdensdatum van beppe te vinden. Ik denk dat zij ongeveer 1970 is gestorven.

Minne Minnema
Geboren in Scharnegoutum op 29 juli 1889, overleden in Sneek op 7 april 1960.

Aaltje Sybranda
Geboren in Scharnegoutum op 15 juli 1890, overleden in Sneek ongeveer 1970.

Ze trouwden op 15 mei 1915 en kregen vier kinderen: Jelle, Siebe, Klaas en Tine.
Jelle was mijn vader. Hij en mijn ooms en tante zijn inmiddels ook overleden.

Links pake en beppe, helemaal rechts mijn oom Siep.

Mijn Friese grootouders hadden het niet breed. Op hun trouwakte staat dat hij landarbeider was, ik weet dat zij een tijdlang een klein verlieslijdend winkeltje hadden dat o.m. veevoer verkocht (mijn vader ging er prat op dat hij afkomstig was uit een zakenmilieu) en er is nog een foto van mijn pake als pompbediende.

Ik was vijf toen mijn pake overleed, ik herinner me niets van hem. Beppe kan ik me nog wel goed voor de geest halen. Zij placht mij verjaardagskaarten te schrijven gericht aan “den jongenheer Martin”, wat ik wel sjiek vond.
Verder bracht ze vaak een roltsje drop voor ons mee.

(Pake met mijn zusjes)

 

Pake als pompbediende                              In de huiskamer

Het is mooi om onderaan de trouwakte hun beider handtekening te zien, ruim honderd jaar geleden gezet…..:

 

 

 

DWDD slaat de plank mis

Het is de week van het korte verhaal. In De Wereld Draait Door besteedt Matthijs van Nieuwkerk hier aandacht aan, op zich een loffelijk streven.

Ik ben niet zo’n heel grote fan van DWDD. De meeste onderwerpen worden er in noodtempo doorheen gejaagd en je ziet altijd dezelfde gezichten. Het is wel bijzonder dat van Nieuwkerk het experiment niet schuwt en niet alleen maar kiest voor “veilige” onderwerpen. In zijn programma is plaats voor Jazz, ballet, opera en literatuur. Ik vermoed dat het voor heel wat kijkers de eerste keer zal zijn dat ze met kunstuitingen als deze geconfronteerd worden.
De kans bestaat dus dat mensen er door worden aangestoken en zich er wat verder in gaan verdiepen.

Als dat zo is: chapeau voor van Nieuwkerk. De cultuurkloof is een beetje minder diep geworden.

Toen ik de uitzending over het korte verhaal bekeek bekroop me een gevoel van onbehagen.
Men was op het idee gekomen een compleet kort verhaal voor te lezen. De keus viel op Cat in the Rain van Hemingway, het beste korte verhaal.

Ik houd van korte verhalen en heb er ook een aantal van deze beroemde Amerikaanse auteur gelezen. Ik vond Hills Like White Elephants prachtig en heb dit ook in mijn lessen gebruikt.


Ik was dus blij verrast met de keuze voor een verhaal van Hemingway.  Maar toen kwam het: gewoon een verhaal voorlezen is natuurlijk te saai voor prime time. Er was wat aankleding nodig: Matthijs stelde door middel van een vraag (die zoals gebruikelijk door een overvloed aan informatie meer op een antwoord leek) de inleider voor, de voorlezeres, de animator, de vertaler en de geluidsman.
Deze waren allemaal nodig om het verhaal over het voetlicht te krijgen.

Zoals wel vaker gebeurt schoot DWDD zijn doel volledig voorbij. Het is al tricky om te spreken van het beste korte verhaal: dat bestaat niet. Er zijn talloze prachtige verhalen, maar elke lezer bepaalt zelf wat hij ervan vindt.
Een verhaal die status toekennen wekt veel teveel valse verwachtingen.
Je moet het genre verkennen en na verloop van tijd ontdek je wat je mooi vindt, wat je boeit en welke schrijvers je aanspreken.

Als je het arme verhaal dan ook nog van allerlei toeters en bellen gaat voorzien (voorgelezen door Annechien Steenhuizen!, met beeld, met geluid!) kan de onderneming alleen maar op een teleurstelling uitdraaien.

De essentie van literatuur is dat de lezer zelf, ongestoord en geconcentreerd de woorden van de schrijver tot zich neemt. Als het goed is ontstaan op deze manier beelden en voelt de lezer zich aangesproken. Hij bewondert de woordkeus van de auteur en denkt nog eens na over wat hij heeft gelezen.

DWDD heeft met deze goedbedoelde actie de plank volledig misgeslagen.

Idealistisch motief:                   9
Uitvoering:                                 6

Via deze link kan je de uitzending zelf bekijken.

Het betreffende korte verhaal van Hemingway (Cat in the Rain) is hier in PDF te lezen:

https://elearn.uni-sofia.bg/pluginfile.php/159906/mod_resource/content/1/E.%20Hemingway%20-%20A%20Cat%20in%20the%20Rain.pdf 

Britse humor op Youtube

Een wonderlijke eigenschap van Youtube is, dat je -zodra je ergens belangstelling voor hebt getoond – daarna gebombardeerd wordt met vergelijkbare filmpjes.

Aan de ene kant angstwekkend: iemand zit over je schouder mee te kijken, aan de andere kant wel handig. Je hoeft niet meer zelf op zoek en je komt zo nog eens in contact met iets waar je zelf niet zo gauw aan gedacht zou hebben.

De laatste tijd staat mijn scherm vol met fragmenten uit Engelse comedyshows waarvan ik het bestaan niet kende, want ze worden uitgezonden op Channel 4 en ITV. Deze zenders zitten niet in het pakket van onze kabelaar.

Ik bekijk deze stukjes met grote bewondering, ik houd erg van Britse humor en we zien hier grootmeesters in het genre.

Lee Mack                                                   Rob Brydon

De spelshows dienen voornamelijk als vehikel voor comedians zoals Rob Brydon, Jimmy Carr, Jon Richardson, Sean Lock, Lee Mack en David Mitchell. Zij grijpen elke gelegenheid aan om grappen te maken, elkaar te plagen of voor schut te zetten.

Jon Richardson                                             Sean Lock

Wat het spektakel zo bijzonder maakt, is dat er heel weinig van tevoren afgesproken of ingestudeerd is. De Britten zijn meesters in het improviseren.

(Als je naar Amerikaanse producties kijkt zie je dat die van begin tot eind gescript zijn, later wordt er een lachband onder gezet zodat de kijkers weten wanneer ze moeten lachen).

David Mitchell

 

De deelnemers zijn geselecteerd op basis van hun humoristische gaven:

Wit
Dit Engelse begrip kan het best vertaald worden met het vermogen woorden te gebruiken op slimme en humoristische wijze.

Thinking on your feet
De deelnemers kunnen ongelooflijk snel inspelen op vragen of opmerkingen van de anderen, ze staan bijna nooit met hun mond vol tanden.

Rant
De comedians proberen elkaar voortdurend de loef af te steken. Af en toe ziet een van hen kans een geweldige rant (tirade) te lanceren waar de anderen niet tussen kunnen komen.

Waar ze kunnen nemen ze elkaar te grazen, vaak aan de hand van (al dan niet vermeende) karaktertrekken. Zo wordt net gedaan alsof Jon Richardson geen vriendin kan krijgen en een beetje autistisch is (hij houdt ervan stickers precies binnen de lijntjes te plakken), wordt Rob Brydon geplaagd met zijn geringe lengte en het feit dat hij een Welshman is en vergelijken ze Jimmy Carr met een Duplopoppetje.

Jimmy Carr 

David Mitchell studeerde in Cambridge, hem wordt voortdurend voor de voeten geworpen dat hij tot de geprivilegieerde klasse behoort en Lee Mack is trots op zijn arbeidersachtergrond.

Rachel Riley                                             Susie Dent

Het zijn voornamelijk mannen die de grappen maken, maar vlak de vrouwen niet uit: Susie Dent presideert over het woordenboek en bepaalt of gevonden woorden wel of niet door de beugel kunnen en Rachel Riley laat met speels gemak zien welke rekenkundige oplossingen de spelers hadden kunnen vinden, want zij is behalve bloedmooi ook een afgestudeerd wiskundige.

In tegenstelling tot de keurige BBC doen de commerciële zenders in Engeland niet moeilijk over een scheldwoord hier en daar en seksuele woordspelingen. Er wordt niets weggepiept!

Er komen ook gasten voorbij, een van de leukste is Alex Horne (met zijn Horne section), hij verzorgt het muzikale gedeelte.

De hierboven beschreven comedians zijn captain van een team waarin ook andere bekende Engelse mediasterren zitten. Die mogen meedoen maar worden natuurlijk finaal van de sokken geblazen door de beroepsgrappenmakers.

Dit alles uiteraard in het allermooiste Engels. Het is net of deze taal uitgevonden is om grappen in te maken.

Ik heb ontdekt dat er af en toe op de BBC ook afleveringen worden uitgezonden van Would I Lie to You, daar kijk ik natuurlijk naar.
Voor de rest moet ik het hebben van de filmpjes op Youtube, heel aangenaam om naar te kijken. Het zijn  korte fragmenten met highlights uit deze shows:

Would I Lie to You
QI
Countdown
8 Out Of 10 cats does Countdown

 

Heerlijk om te zien! Een aanrader.

Twee voorbeelden: (de rest moet je zelf maar bekijken op Youtube):

Noel
(Alex Horne)

Carrot in the box
(compleet gek spelletje)

 

 

 

 

 

Willem Wilmink Notabene!

We waren uitgenodigd door vrienden. We zouden een bridgedrive spelen, er was een lekker dinertje en tussendoor een optreden.

We wisten niet wat ons te wachten stond, we werden verrast door een liedjesprogramma van kleinkunstgroep Notabene. Drie muzikanten verzorgden een prachtig programma van een uur, het was fantastisch.

Notabene bestaat uit zangeres Marieke Moll, pianist Jan Deckers en Michiel Smit op de contrabas. De laatste kenden we al van optredens (ook bij de familie Janssen thuis) van het Almeers Jeugd-filharmonisch orkest (zie mijn blog van juni 2016).

Notabene bracht allemaal nummers van de in 2003 overleden Willem Wilmink.

Ik kende al heel wat werk van hem (Frekie, de voorkant, de meisjes uit vervlogen dagen, adieu café, Hilversum III), maar de liedjes die ik nu hoorde waren nieuw voor mij.

Jan Deckers is muziekleraar in Almere, hij is getrouwd met Marieke Moll. Marieke is de stiefdochter van Willem Wilmink.

Deckers praatte de liedjes aan elkaar, door te vertellen over zijn schoonvader.

Tijdens het luisteren realiseerde ik me dat ik al veel wist van Wilmink. Ik bewonder hem als dichter en heb veel van zijn materiaal gebruikt in mijn taallessen.
Ik vond een bloemlezing (Het kind is vader van de man) en zijn autobiografie (Hier is prins zonneschijn) in mijn boekenkast.

Het optreden verliep vlekkeloos. Deckers speelde piano en viool, Moll accordeon, piano en klarinet. Smit bespeelde de bas en zong een enkele keer mee.

Het mooist nummer vond ik Ben Ali Libi, over een joodse artiest die in de oorlog is vermoord. Deze zinnen zijn de laatste tijd weer behoorlijk actueel:

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar?

Hoe vaak maak je dit anno 2018 nog mee, een echt optreden tussen de schuifdeuren?
Jan en Ans, veel dank voor deze unieke ervaring!

Tot slot nog een gedichtje van Wilmink:

Slaapliedje:

Het schaap heeft slaap,
de koe is moe,
het varken doet de oogjes toe.

Het paard kijkt over
’t prikkeldraad
en denkt: Het is ontzettend laat.

De kip zegt zacht
nog één keer: Tok.
En ach, daar slaapt ze
op haar stok.

De boer kruipt ook
het bed maar in,
lekker dicht
bij zijn boerin.

Herman Finkers over Wilmink, hij leest ook zelf Echtpaar in de trein

De site van Notabene

 

Schrijven

Hoe vaak gebeurt het nog dat je een stukje geschreven tekst onder ogen krijgt?

Ik heb het over letters en woorden die met een pen op papier geschreven zijn.

Als het gebeurt, is het hoogstwaarschijnlijk door een kind op papier gezet in opdracht van een leraar.
De kans dat je je het geschrevene zonder moeite zal kunnen ontcijferen is niet erg groot. Mooi schrijven is een kunst die bijna niemand nog beheerst.

Het is niet verwonderlijk dat je bijna geen handschrift meer ziet, bijna iedereen gebruikt het tekstverwerkingsprogramma van de computer en de printer.

Onderwijsexpert Maurice de Hond vindt het zelfs niet meer nodig dat kinderen met de hand leren schrijven. Hij heeft het over overbodige “krulletters”, en toont daarmee aan dat hij er geen weet van heeft dat het makkelijker is letters aaneen te schrijven en dat de extra haaltjes en boogjes dus een functie hebben. Hij verwart waarschijnlijk kalligrafie met het cursief koordschrift dat op de meeste basisscholen onderwezen wordt (nog wel…)

Ik schreef al eens dat het een uitzondering is een foutloos stukje proza aan te treffen, hetzelfde kan gezegd worden met betrekking tot een goed leesbare handgeschreven tekst.

Ik ken maar weinig mensen die nog mooi schrijven kunnen. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen.

Ik heb leren schrijven met de kroontjespen. De houder (die door veel kinderen in de loop der jaren werd opgegeten) en het pennetje kreeg je van school, het inktpotje zat achter een schuifje verzonken in je tafeltje en van moeders werd verwacht dat ze een inktlap maakten.

Deze lap diende ertoe om je pen af en toe schoon te maken en was gemaakt van enkele laagjes zeemleer en stof, bijeengehouden door een knoop. Op de lange duur werd deze inktlap helemaal blauw.

Mijn taalschriftje 1962 (?)

Ik vond schrijven met een kroontjespen heel erg moeilijk. Regelmatig bleef de scherpe pen haken in het papier en ontstond een vlek. Achter in je schriftje zat een vloeiblad dat overtollige inkt kon absorberen, maar het kwaad was al geschied. De kans was groot dat je opnieuw moest beginnen.

Ik mocht blij zijn dat ik niet linkshandig was, dan zou ik ook nog het probleem hebben gehad dat je met je hand over de zojuist geschreven letters ging, waarvan de inkt nog niet opgedroogd was.

Er kwam een moment dat we overschakelden op een gewone balpen, voor mij was dat een zegen. Deze pen werd ook door school verstrekt, o wee als je hem kwijtraakte!

Van Sinterklaas kreeg ik een vierkleurenbalpen. Door middel van knopjes kon je telkens een anders gekleurde stift uitschuiven: blauw, rood (spelen dat je de meester was), zwart en de mooiste: groen! Ik was er heel blij mee, maar mocht hem op school niet gebruiken, want dat was slecht voor mijn handschrift.

Ik heb altijd een voorliefde gehouden voor mooie pennen, ik kwam erachter dat ik ze het liefst had met een brede punt. Dat schreef het lekkerst.

Ik heb jarenlang een prachtige Parkerpen gebruikt, ik kocht de vullingen bij firma Akkerman in de Kalverstraat.
Ik kon niet zonder mijn succesagenda, die een mooie leren omslag had. Hierin zat een lusje, waarin mijn favoriete pen precies paste. Ik gebruikte hem tientallen keren per dag.

Er kwam een moment dat ik bij het aanbreken van een nieuw kalenderjaar geen nieuwe Succesagenda meer kocht. Ik hield al mijn afspraken bij in mijn Blackberry en op mijn computer. De mooie Parkerpen gebruikte ik niet meer. Hij was eens uit elkaar gevallen waarna ik alle delen met sterke tweecomponentenlijm weer aan elkaar had vastgelijmd. Toen hij leeg was kwam ik erachter dat ik er geen nieuwe vulling meer in kon plaatsen. In mijn lade liggen nog drie nieuwe.

Ik schrijf nu wel weer vaak, ik maak vaak aantekeningen in een van mijn boekjes.

Ik ontdekte een nieuw merk: de Stabilo pointball 0,5. Het is een feest hiermee te schrijven en je kunt ze in alle kleuren krijgen, ook groen!

 

 

 

 

 

 

 

 

De restauratie van een historische zeilboot

Ik stuitte op een prachtige serie filmpjes, van een Engelse zeeman/botenbouwer.

Hij kocht aan de westkust van Amerika voor £ 1,- een oud houten schip uit 1910: de Tally Ho.

Deze prachtige zeilboot had jarenlang dienstgedaan als vissersboot, heeft  aan wedstrijden meegedaan, is een keer aan de grond gelopen mar werd uiteindelijk afgedankt. Het schip heeft tientallen jaren liggen rotten, maar gaat nu gered worden.

 

Leo Goolden is een sympathieke jonge Engelsman die enorm veel van zeilen en boten weet. Hij is daarnaast een geschoold timmerman, dus het project is bij hem in goede handen.
Vrienden gaven toestemming gebruik te maken van hun werkplaats, in de staat Washington. Het wrak werd daarnaartoe gebracht en we kunnen getuige zijn van de eerste stappen op weg naar een complete restauratie en uiteindelijk de terugreis naar Engeland.

 

Goolden werkt meestentijds alleen, maar ontvangt soms vrienden en bekenden, die hem gedurende enige tijd bijstaan.
Het is adembenemend hem bezig te zien: hij is onvermoeibaar, geeft nooit op, is heel handig en heeft geweldige kennis van zaken.

Op het eerste gezicht is de boot reddeloos: bijna alles is eraf gesloopt en heel veel planken zijn verrot.

De eerste 14 afleveringen zijn inmiddels op YouTube gezet, en tot nu toe is hij eigenlijk nog niet aan de opbouw begonnen.
De kielbalk kon niet gered worden, het was dus nodig een nieuwe te maken. We zien hoe hij zorgvuldig het hout uitzoekt (twee enorme balken die anderhalve ton per stuk wegen), ze met enorme moeite verplaatst en uiteindelijk aan elkaar verbindt (door middel van een prachtige constructie, een scarph).

 

Af en toe moet hij het werk stilleggen om enkele weken te werken. Hij gaat dan als bootsman of eerste stuurman mee op een zeiljacht en verdient op die manier weer wat geld om door te kunnen werken aan Tally Ho.

Het is een feest de mooi gemaakte filmpjes te bekijken.

Dit is het adres van zijn website, hier kan je ook de filmpjes vinden.

 

Ik wacht met spanning op de volgende aflevering.