Toekomstdrive 2018

Het bridgedistrict Gooi en Ommelanden organiseert elk jaar een Toekomstdrive.

Deze drive is speciaal voor cursisten, de bedoeling is dat zij op deze manier kennis maken met de manier waarop je een drive speelt.

Er worden 21 spellen gespeeld, in zeven ronden. De spellen zijn speciaal op moeilijkheidsgraad geselecteerd en er zijn twee lijnen: een voor echte beginners en een voor iets gevorderden.

Dit jaar deden 28 paren mee, 11 meer dan vorig jaar.

De deelnemers kwamen uit lesgroepen in het Gooi en in Almere. Er waren vooral veel cursisten van het Denken en Doenproject, dat op dit moment in Almere wordt uitgevoerd.

Op zaterdag 28 april had om 13.00 uur bijna iedereen het Denksportcentrum van Almere gevonden en het aangeboden kopje koffie opgedronken. We konden beginnen.
De deelnemers kregen een loopbriefje, zodat ze precies konden zien aan welke tafels ze moesten spelen en tegen wie.

Voor de spelers hadden de biddingboxen geen geheimen meer, hier is volop mee geoefend. Maar niet iedereen kon overweg met de kastjes, waarin de administratie moet worden bijgehouden. De speler die Noord zit moet het spelnummer invoeren, het contract en het resultaat.
Gelukkig was er volop hulp aanwezig van de begeleidende docenten.

Al gauw deed zich het merkwaardige bridgedrivefenomeen voor: de geanimeerde gesprekken verstommen, het wordt stil in de zaal want iedereen concentreert zich op het bieden. Na een halfuur zijn de eerste tafels klaar met spelen en begint het geroezemoes weer.

Na veel heen en weergeloop (waar is tafel B6?) vindt iedereen zijn plekje weer voor de volgende ronde en wordt het weer stil.

Voor veel beginners is een halfuur niet lang om drie ingewikkelde spellen te bieden en te spelen, maar de wedstrijdleider probeerde er toch een beetje de vaart in te houden. Het was immers wel de bedoeling dat iedereen om zes uur de avondmaaltijd thuis zou kunnen gaan gebruiken…

Na 12 spellen was het tijd voor een welverdiende pauze, na een kwartier was iedereen terug om de laatste drie ronden af te werken.

Hier en daar zag je rode hoofden van de inspanning en hoorde je gezucht en gekreun.

Kwamen ze in spel 13 niet te hoog? De paren die netjes op tweehoogte bleven deden het goed, want er zit geen manche in.
De leiders die hun speelplan maakten (allemaal natuurlijk!) zagen dat ze drie of vier slagen zouden moeten afgeven, afhankelijk van waar de Klaverheer en de Ruitenheer zich bevonden. Je zou ze er allebei uit kunnen snijden, maar dan moet je wel voldoende entrees hebben…

Uiteindelijk lukte het vier paren om in het juiste contract te komen, een paar ging jammer genoeg een down, maar Ank en Ton Maarseveen haalden zelfs tien slagen, goed voor 100%

Er kon op spel 7 klein slem SA geboden worden, maar dit was nog een beetje te moeilijk. Bijna iedereen bleef steken in 3SA en maakte dit met overslagen. Eén paar was wel heel overmoedig en bood 7 SA. Dat ging eentje down.

De catering verblijdde iedereen aan het eind van de middag nog met een lekker loempiaatje en toen was iedereen uitgespeeld.

De uitslag liet op zich wachten, want de computer vertoonde kuren. Vier specialisten kregen het niet voor elkaar  de complete uitslag uit de printer te laten rollen, dus er kon alleen een voorlopige eindstand zonder percentages voorgelezen worden.

In het slot-toespraakje complimenteerde de wedstrijdleider de aanwezigen: hij had geen enkel onderscheid kunnen zien met een gewone speelavond: het leek wel alsof alle aanwezigen al hun leven lang gebridged hadden en zelfs de bediening van de kastjes ging helemaal goed.

Hij wees de bridgers erop dat er nu een deur voor hen geopend was: er worden overal in het land drives georganiseerd waar ze vanaf nu aan mee kunnen doen en ze zijn natuurlijk van harte welkom als lid van een van de Gooise bridgeverenigingen.

De drie paren die in beide lijnen het hoogst geëindigd waren mochten een prijsje uitzoeken dat door de NBB beschikbaar was gesteld.

Het was een geslaagde middag, na afloop ging iedereen tevreden naar huis.
Er was een boekje beschikbaar met de gespeelde spellen, voorzien van deskundig commentaar.

Dank aan de wedstrijdleiding (Wolter Jan Mulder, Ed Nijhuis, Carel Horstmeier, Gerrie Zijlstra en Martin Minnema) en aan de NBB.

 

De frequentiestaten van de Toekomstdrive zijn nu beschikbaar op de site van BC Almere, de spelverdelingen niet omdat deze spellen vaker gebruikt moeten worden.
Klik hier. 

De einduitslag:

 

The Seekers

Toen mijn vader eens, lang geleden, een nummer van de Beatles op de radio hoorde was hij wel gecharmeerd van wat hij hoorde. “Hoe heet dit combo?” vroeg hij aan mijn zus.

In de tijd dat de Beatles en de Rolling Stones nog voor velen te ver gingen waren er gelukkig ook nog beschaafde muziekgezelschappen te beluisteren die heerlijke easy listening produceerden.

De Seekers hoorden daarbij. 3 Australische mannen en een vrouw waren in 1963 een sensatie, niet alleen in hun thuisland maar ook in Amerika en Groot Brittannië.
Vaders in die tijd zouden er geen enkel bezwaar tegen hebben als hun dochter met een van de frisse gitaristen, Keith of Bruce, zou thuiskomen. Ze zongen netjes in harmonie en hadden een keurig kapsel.

De derde man was Athol Guy, hij bespeelde de contrabas en had een indrukwekkend bril. Het montuur hiervan wekte bij mij associaties op met een van de toen ook heel populaire Thunderbirds.

De troefkaart van het gezelschap was ongetwijfeld Judith Durham, een begaafde sopraan. Ze zong buitengewoon helder en bovendien zeer goed verstaanbaar.

Hun carrière begon op cruiseschepen, waar ze optraden voor de passagiers.

Het repertoire bestond vooral uit bekende liedjes die ze mooi meerstemmig ten gehore brachten. De bekendste waren
I’ll Never Find Another You
A World of Our Own 
Morningtown Ride 
Someday, One Day
Georgy Girl 
The Carnival Is Over

Australian music historian Ian McFarlane described their style as “concentrated on a bright, uptempo sound, although they were too pop to be considered strictly folk and too folk to be rock.”

Sidney Myer Music Bowl in Melbourne

Het is een wonderlijk gezicht: een compleet gevuld muziekstadion met 200.000 aandachtig luisterende fans. Deze konden rekenen op veilige prettige luistermuziek met af en toe een religieus tintje.
“Open up the Pearly Gates” ging inderdaad over de hemel en was geen verborgen toespeling op fellatio.

Durham ging in 1968 haar eigen weg en de jongens moesten het verder zonder haar stellen. Ze noemden zichzelf The New Seekers, een dappere poging overeind te blijven nadat hun grootste talent en publiekstrekker hen in de steek had gelaten.

Maar aardige jongens en meisjes laten het nooit op een definitieve breuk uitlopen. Ze kwamen na vele jaren weer bij elkaar en traden ook weer op.

Ik ben vooral gecharmeerd van I’ll Never Find Another you en A World of Our Own en ga deze nummers inbrengen in de muziekcommissie van ons koor El Mishito. Wellicht komen ze op ons repertoire.

De tekst van de liedjes is mierzoet en ouderwets romantisch, maar dat vind ik in deze tijd waarin de sociale media overspoeld worden met haat, leugens en laster niet zo’n bezwaar.
De muziek is heel geschikt voor een koor, het is prachtig meerstemmig en er is een mooie solo voor een sopraan. We moeten wel kijken of er niet teveel verloren gaat door het gebrek aan begeleiding: we moeten het immers zonder gitaar en bas doen.  Wie weet: wordt vervolgd!

 

The Seekers                       8

 

 

 

 

 

 

 

 

Postzegels 2

Ik schreef ongeveer een jaar geleden over mooie postzegels die ik had gekocht. Het ging om een setje ontworpen door Jan van Krimpen dat na de tweede wereldoorlog in gebruik kwam.

Zelf nog meegemaakt

Ik was er van overtuigd dat ik als kind deze postzegels regelmatig op post had aangetroffen. Zo stond me bij dat ik eens een met een van Krimpenpostzegel gefrankeerde verjaardagkaart van mijn grootmoeder had ontvangen, die ze geadresseerd had aan “Den Jongenheer Martin”. Ik vond dat wel chique en was ervan overtuigd dat mijn oma beter klassenbewustzijn had dan, bijvoorbeeld, mijn klasgenootjes.

Ik kwam die kaart toevallig weer tegen. Als ik het poststempel probeer te ontcijferen kom ik op het jaartal 1969. Hij moet gestuurd zijn ter ere van mijn 14e verjaardag.
Maar er zit helemaal geen bijzondere postzegel op en ook de tenaamstelling is heel gewoontjes.
Ik moet me maar troosten met de prachtige afbeelding die mijn beppe koos:

Blijkbaar kan je door je eigen geheugen in de maling worden genomen.

Snailmail

Wie stuurt in de 20e eeuw overigens nog een brief of een kaartje?
Mijn zoon had enige jaren terug het plan opgevat iemand met een echte brief te verblijden. Toen ik de enveloppe zag ontdekte ik dat hij de naam en het adres van de ontvanger keurig in de rechterbovenhoek van de enveloppe geschreven, op de plaats waar de postzegel zou moeten worden geplakt.

Nog niet alles is verloren

Ik citeer hierbij een prachtige passage uit een van de columns van Guus Luijters in het Parool:

Bij zo’n oranje brievenbus kregen een stuk of acht peuters in parmantige jasjes brievenbusles van hun juf. De juf was niet ouder dan zesentwintig schatte ik. Het mocht dus haast een wonder heten dat zij nog wist wat een brief was en dat je hem om hem ergens heen te sturen in een brievenbus moest doen.
Zou ze weten dat er een postzegel op moet, bedacht ik, zorgelijk als ik nu eenmaal ben. En waar je zo’n postzegel kopen kan? En kregen de kinderen wel een cijfer?
Nadat de laatste peuter opgetild was om in de gleuf van de brievenbus te kijken vervolgde het groepje huppelend en kwetterend zijn weg.

Lijm is lekker

Het gaat trouwens niet goed met mijn mooie oude postzegels. Een papiervisje heeft zich vergrepen aan de postzegel van 1 cent. Je kunt zien dat het een bescheiden beestje is want hij beperkt zich tot de laagste denominatie, maar fraai is het niet.
Ik heb maar een nieuw setje gekocht, hopelijk laat hij dit met rust.

 

Hartzorgen

Wanneer er reclame wordt vertoond op de televisie zap ik meestal zo snel mogelijk weg. Vaak kom ik dan terecht in weer een andere commercial, want het stikt ervan.

Een heel enkele keer blijf ik kijken, de laatste keer was dat toen een filmpje werd vertoond over hartfalen.
Hierin lopen een vrouw, haar man en een hondje door de natuur. De vrouw houdt een groot rood voorwerp vast, dat haar hart blijkt te zijn! Later klampt het ding zich aan haar been vast terwijl ze de trap op loopt.
Het feit dat haar hart zich dus buiten haar borstkas bevindt schijnt niet van belang te zijn, waar we op moeten letten is, of het wel goed functioneert.

Het filmpje is gemaakt in opdracht van Novartis Pharma en lijkt als doel te hebben mensen erop alert te maken dat het wel eens fout kan gaan met hun hart.

Als 60+-er met overgewicht ben ik mij er zeer van bewust dat ik tot de doelgroep behoor, dus zelfs een infantiel filmpje over dit onderwerp houdt mijn aandacht even vast.

Ik herken enkele symptomen, dus bezoek ik de bijbehorende website om meer te weten te komen.
Vreemd genoeg gaat men er hier meteen van uit dat je hartfalen hebt. Meestal moet je eerst een soort testje doen om te kijken of er inderdaad iets aan de hand is.
Deze stap wordt overgeslagen, kennelijk kan een persoon zelf vaststellen dat zijn klachten te maken hebben met zijn hart.

Ongemakken

Wanneer u hartfalen heeft is het soms moeilijk in te schatten welke ongemakken door uw hartfalen veroorzaakt worden, ze komen geleidelijk en kunnen lijken op ouderdomskwaaltjes, zoals:
sneller vermoeid zijn en snel buiten adem raken. Het is echter niet altijd logisch om met ongemakken van hartfalen te moeten leven. Geef inzicht in uw ongemakken door deze te bespreken met uw cardioloog zodat uw cardioloog mogelijk uw ongemakken kan verminderen.

Ik heb het zinnetje “Het is niet altijd logisch om met ongemakken van hartfalen te moeten leven” meerder keren gelezen, maar kan er eigen lijk geen touw aan vastknopen.

Pas als je verder kijkt wordt geadviseerd met de huisarts te gaan praten.
Eigenlijk gaat men ervan uit dat je meteen met je cardioloog gaat praten. Heeft iedereen een cardioloog?

Je kunt een vragenlijst invullen (de ongemakkenmonitor) die je mee kunt nemen voor dit gesprek. Aan de manier van vragenstellen wordt ook hier weer gesuggereerd dat de diagnose al gesteld is (“Ik voelde mij veilig door de zorg van het ziekenhuis”).

 Ten slotte krijg je het advies ook eens te kijken op hart.volgers.org. Als je dat doet kom je meteen in een omgeving terecht waar iedereen al patiënt is (“Ik heb een tweeslippige aortaklep, ervaringen met ablatie en boezemfibrilleren”). Ze zijn daar ook een beetje verbaasd over de commercial:

HART VOLGERS OP TV

Misschien heeft u het al gezien, maar hart.volgers wordt ingezet bij een tv commercial. Het is niet onze commercial, maar wij worden getoond zodat ongeruste mensen op een makkelijke manier een cardioloog kunnen benaderen.

Inhoudelijk hebben we niets met de commercial te maken. Natuurlijk staan we wel achter de boodschap dat als u verandering merkt en het niet helemaal herkent, dat u contact opneemt met uw huisarts. De campagne loopt deze weken en gaat over hartfalen. Als u vragen heeft, laat het ons weten. Er zijn pakketten en informatie beschikbaar. Ook via de site www.hartfalen.nl 

Let op dat hier wel als eerste suggestie wordt gegeven dat je met je huisarts moet gaan praten.

Je kunt ook nog een informatiepakket aanvragen. Dat ga ik maar niet doen.
Ik denk dat ik beter eens met dokter Batman kan gaan praten (zo heet mijn huisarts).

Ik ben er niet helemaal uit. Is dit nu een rare campagne, of ben ik te kritisch?
Heeft Novartis commerciële (bij)bedoelingen? Zij verdienen er toch niet aan als mensen met een cardioloog gaan praten? Wel als die artsen vervolgens hun medicijnen voorschrijven.
Is dit dan hun drijfveer? Of zijn er uitsluitend menslievende motieven in het spel?

Zeg het maar!

 

 

 

 

Een stortvloed van informatie

Je hoort van alle kanten berichten over nepnieuws en gemanipuleerde informatie.

Er is inderdaad sprake van een zorgelijke situatie, hoewel je niet moet denken dat het iets van deze tijd is: de geschiedenis is er vol van.
Het is natuurlijk wel zo dat de onjuiste of onvolledige informatie tegenwoordig heel erg sophisticated wordt verspreid en buitengewoon snel. Internet speelt hier natuurlijk de belangrijkste rol.

Ik ben niet zo erg bang door fake news te worden misleid. Ik kan meestal wel aardig beoordelen of de bron betrouwbaar is en als ik twijfel kan ik vrij gemakkelijk uitsluitsel omtrent het waarheidsgehalte krijgen.

Wat ik veel lastiger vind, is het beoordelen van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek.
Niet lang geleden las ik dat er geen bewijs is gevonden voor de aanname dat de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg ertoe hebben geleid dat er meer verwarde personen lange tijd niet de zorg en aandacht krijgen die ze nodig hebben.
De opstellers van het rapport hadden gekeken naar officiële cijfers, maar de schrijver van het artikel zette hier meteen een vraagteken bij. Kon het niet zo zijn dat er wel degelijk minder goede zorg wordt verleend door de officiële instanties, maar dat nu andere partijen deze last op de schouders hadden gekregen? De politie bijvoorbeeld, of buren?

Normaal gesproken laat ik mij graag leiden door objectief wetenschappelijk onderzoek.
Ik bracht in een discussie naar voren dat ik had gelezen dat er geen sprake is van een stijging in criminaliteit, zoals door veel mensen wordt gedacht (hierin ongetwijfeld beïnvloed door de Telegraaf), maar juist van een daling!
Mijn discussiepartner voerde aan dat er wel degelijk meer misdaad was, maar dat er steeds minder aangifte wordt gedaan.
Ik vermoed dat hier nauwelijks sprake van is (en hoe groot is de wetsovertreding als men niet eens bereid is aangifte te doen?), maar kan dit niet bewijzen.

Er speelt een wonderlijk mechanisme op dit gebied: ik heb de indruk dat veel mensen het prettig vinden om te zwelgen in onterechte negativiteit. Is het makkelijker om pessimistisch te zijn dan optimistisch?
Je zou kunnen zeggen dat mensen zaken liever wat somberder bekijken dan te lichthartig.

Dan is er ook nog het probleem dat er methodologisch nogal eens tekortkomingen zijn. Elma Drayer in de Volkskrant belicht de berichtgeving rond het zorgwekkend hoge percentage studenten met een burnout. Ze raadpleegde de onderzoekscijfers en constateert dat de groep respondenten veel te klein is om significante conclusies te kunnen trekken.

Veel onderzoekers maken gebruik van vragenlijsten en baseren hun bevindingen op de antwoorden van de respondenten. Er worden statistische bewerkingen op de data losgelaten om de foutenmarge zo klein mogelijk te laten zijn, maar ik twijfel aan de oprechtheid en eerlijkheid van de invullers.
Mijn eigen ervaringen op dit gebied (ik werkte een tijd lang bij een opinie-onderzoekbureau en ben deelnemer geweest aan heel wat psychologisch onderzoek) hebben me sceptisch gemaakt.

Het valt niet mee je standpunt te bepalen.
Er rest je eigenlijk maar een optie: je gezond verstand gebruiken, je oren en ogen goed openhouden en op basis hiervan de veelheid van informatie proberen te behappen…

 

Boek

Confucius heeft gezegd dat een man in zijn leven een boom moet planten, een zoon moet verwekken en een boek moet schrijven.

Ik ben al aardig op weg. Toen we in ons huis kwamen wonen plantte ik er een pijnboompje van ongeveer 1.50 m voor.  Nu is de boom hoger dan het huis.
Ik kreeg twee prachtige zonen, mijn grootste levensvreugde.

Maar met dat boek wil het niet zo vlotten.
Het ontbreekt me in de eerste plaats aan inspiratie, daarnaast lijkt het me een enorm gedoe: schrijven, opsturen naar een uitgever en keer op keer afgewezen worden.

Een echte schrijver is bereid veel teleurstellingen te incasseren, weet van geen opgeven en luistert goed naar kritiek. Hij is bereid keer op keer aan zijn zinnen te schaven en begint desnoods opnieuw.
Ik beantwoord niet aan dat beeld. Ik vind het stom als men mijn ingezonden stukken niet plaatst (their loss!) en de keren dat een redacteur zich met mijn teksten meende te moeten bemoeien accepteerde ik dat volstrekt niet.

Mijn methode bestaat er uit dat ik lang over een onderwerp nadenk, de tekst in mijn hoofd voorbereid en dan als het moment rijp is voor de computer ga zitten. De woorden en zinnen komen er dan vrij snel uit, ik maak dankbaar gebruik van de spellingcontrole (zo sloeg ik zojuist in het woordje dankbaar de n aan in plaats van de b, waar Word mij onmiddellijk op opmerkzaam maakte door middel van rode kringeltjes) en lees de tekst een keer goed door. Ik pas hem hier en daar nog een beetje aan en dan is hij klaar.

Ik steek mijn energie vervolgens liever in een nieuw verhaal dan in het editen van iets wat al af is.

Ik ben me ervan bewust dat ik met deze instelling nooit zou kunnen functioneren in een redactie en er nimmer een boek zal verschijnen met mijn naam op de cover.

En daarom ben ik gaan bloggen! Hiermee heb ik volledige vrijheid en kan ik schrijven hoe ik wil en waarover ik wil. Leve het internet!

Een boom, een zoon en een blog

Zou Confucius, als hij geweten had wat bloggen is, ook gezegd kunnen hebben dat een man een boom, een zoon en een blog moet produceren?
Ik betwijfel het. Een boek is een boek: een stapel papier met een band eromheen.

Hoe komt het toch dat iets wat alleen in digitale vorm bestaat, zoals muziek en teksten die je kunt downloaden niet echt als bezit telt?

Als ik mooie muziek hoor wil ik graag de CD bezitten en als ik geïnteresseerd ben in een artikel, of in een boek, wil ik het van papier lezen en niet van het scherm. Ik wil het in mijn hand kunnen houden.
Mijn kast puilt uit van de honderden DVD’s die ik gekocht heb.

Je iets eigen-maken

Ik kwam deze passage tegen in een boek van Guus Kuijer*:

Wanneer je een kind dat nog niet kan lezen herhaaldelijk een van de schitterende boekjes van Dick Bruna voorleest, zul je merken dat het boos wordt wanneer je ook maar één zin verandert of overslaat. Het kind heeft zich namelijk het verhaal eigen gemaakt. Het is zijn verhaal geworden. Verander je het, dan onteigen je het.
Een klein kind vat een verhaal niet op als iets dat is gemaakt, maar als iets dat ís en er altijd is geweest en moet blijven zoals het was.

Dit komt mij heel bekend voor. Als ik een mooi stuk muziek hoor dan vind ik de uitvoering die ik het eerst beluisterde, (meestal de studioversie), de enige echte. Andere artiesten kunnen niet tippen aan de originele uitvoerder en zelfs live-uitvoeringen klinken verkeerd.

Neem nou Me and Bobby McGee, er gaat toch niets boven de prachtige uitvoering van Janis Joplin op de LP Pearl?

Je zou kunnen zeggen dat alle blogs die ik geschreven heb het equivalent zijn van een boek, en dat ik van Confusius dus dood mag gaan, maar het knaagt toch. Een boek is een boek en een verzameling enen en nullen op internet is niet hetzelfde.
Zolang de teksten alleen digitaal te lezen zijn tellen ze niet echt mee.

Betty the Book Machine

Toen ik in the American Book Centre op Betty the Book Machine stuitte was mijn interesse gewekt.

Betty staat in Amsterdam, haar zusje (Bettytoo) in Den Haag en maakt van jouw verzamelde teksten een echt boek, waar je bij staat!

Ik bezocht de site en keek verlekkerd toe hoe een boek uit Betty gleed, in de handen van de schrijfster. Een boek met een gekleurde cover, mooi gelijmd en met een eigen ISBN nummer.

Ik pleegde een beetje research en ontdekte dat je waarschijnlijk niet meer dan €100 betaalt voor je eigen boek! Stel je voor!

Een blik in de toekomst

Er is bezoek. We hebben een goed gesprek, we hebben het op een gegeven moment over boeken. “By the way, wist je dat ik er ook een geschreven heb?” Je loopt naar de boekenkast en trekt er achteloos een boek uit. “Kijk maar”.
Op naar het Boekenbal!

 

Heb ik wat met Confusius?
Nou nee, ik heb zelfs eigenlijke een hekel aan aforismen. Maar soms zijn ze handig als kapstok.

 

 

*Guus Kuijer: Hoe word ik gelukkig? blz 45.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

https://www.abc.nl/betty

The Assault on Reason door Al Gore

Ik las The Assault on Reason, geschreven door voormalig vice-president Al Gore. Een indrukwekkend boek, dat veel inzicht geeft in de Amerikaanse democratie.

Centraal aandachtspunt van Gore is de manier waarop de Founding Fathers (George Washington, John Adams, Thomas Jefferson, James Madison, Benjamin Franklin, John Jay en Alexander Hamilton) vorm hebben gegeven aan de grondwet van de VS.

De voormalige kolonie werd een republiek en het was van groot belang de grondslagen en waarborgen zorgvuldig vast te leggen.
De democratie moest zo vormgegeven worden dat geen enkele partij teveel macht kon krijgen en dat de burgers uiteindelijk de doorslag moesten geven. Een systeem van checks and balances tussen de staatkundige instituties (wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht: het Congres – bestaande uit the House of Representatives en de Senaat – , de rechterlijke macht en de regering) moest hiervoor zorgen (volksvertegenwoordigers en regering worden voor bepaalde tijd benoemd, rechters juist voor het leven).

In de geest van de Verlichting en als jonge voorbeeldnatie moest Amerika geen enkele ruimte bieden aan machthebbers die terug wilden naar een autocratische maatschappij.
Jefferson sprak over “Eternal hostility against every form of tyranny over the mind of man“.

Our Founder’s faith in the viability of representative democracy rested on their trust in the wisdom of a well-informed citizenry, their ingenious design for checks and balances, and their belief that the rule of reason is the natural sovereign of a free people.

Het belangrijkste middel om de democratie in stand te houden was het publieke debat.

The very idea of self-government depends on an open and honest debate as the preferred method for pursuing the truth – and a shared respect fort he rule of reason as the best way to establish the truth.

Het grote probleem is, dat het debat is niet eerlijk meer is. Het wordt niet meer op papier gevoerd, zoals vroeger, maar via de televisie.

Gore stelt, dat de drukpers een two-way system was, iedereen kon er gebruik van maken. Voor tv geldt dit niet. Tv is one-way. Je hebt heel veel geld nodig om toegang te krijgen. Commercials worden door politieke kandidaten gekocht met geld dat door “elites” gedoneerd werd. Uiteraard zijn leden van die “elites” geïnteresseerd in het kopen van bepaalde politieke resultaten.

Desinformatie

Machtige partijen verkrijgen toegang tot het publiek via een kliek bestaande experts, commentatoren en “reporters”.  Hij. Noemt ze Propagandists pretending to be journalists.

Through multiple overlapping outlets covering radio, television, and the Internet, they relentlessly force-feed the American people right-wing talking points and ultraconservative dogma disguised as news and infotainment – 24 hours a day, 7 days a week, 365 days a year.

Mensen wordt op deze manier angst aangejaagd: ze zorgen ervoor dat mensen eerder op het formaat van de ramp dan op de waarschijnlijkheid focussen.

Hij signaleert Pseudoscientific front groups sowing confusion in the public’s mind about global warming.

They issue one misleading “report” after another, pretending that there is significant disagreement in the legitimate scientific community in areas where there is actually a broad-based consensus.

Hier zitten rijke rechtse ideologen en de olie, kolen en mijnindustrieën achter.

Burgers lezen en schrijven minder

Ook een rol speelt dat mensen steeds minder lezen en schrijven. Ze worden beïnvloed door een bombardement van televisiecommercials en simplistische panacea verkleed als oplossingen elke keer als zich een nieuwe dreiging aandient.
Gore constateert een overreactie op vermeende bedreigingen en te weinig op echte, zoals de klimaatveranderingen.

President George W. Bush

De democratie wordt op meer manieren bedreigd. Met name ex-president Bush moet het ontgelden.
Gore gaat uitgebreid in op diens functioneren, zijn “legal manouvres” en zijn gewoonte degenen die kritiek op hem hebben te verwijten dat ze terroristenknuffelaars zijn.

De invasie van Irak was een enorme politieke blunder, gebaseerd op aantoonbaar verkeerde informatie en ontraden door talloze deskundigen.

Guantanomo Bay volkomen onconstitutioneel en in strijd met alle Amerikaanse waarden.

Onder Bush was sprake van een gedurige opeenstapeling van presidentiële macht, controlerende instituties werden buiten spel gezet met het argument dat in oorlogstijd de president voldoende bewegingsruimte moet hebben om te handelen in het belang van de veiligheid van de natie.

Gore vindt dit een uiterst gevaarlijke ontwikkeling. Het Congres moet oordelen over oorlog en vrede en de macht van de president moet worden beteugeld.

Hij maakt een vergelijking met het Romeinse rijk. Hier gold de regel dat een legeraanvoerder bij terugkomst van een campagne in het rijk nooit in die functie terug mocht keren in Rome. Hij moest voor die tijd afstand doen. Caesar gehoorzaamde niet aan die regel en vanaf dat moment was Rome geen republiek meer.

Our Founders were keenly aware that the history of the world proves that republics are fragile.

The survival of freedom depends upon the rule of law. The rule of law depends in turn upon the respect each generation of Americans has for the integrity with which our laws were written, interpreted, and enforced

Once violated, the rule of law is in danger. Unless stopped, lawlessness grows. The greater the power of the executive grows, the more difficult it becomes for the other branches to perform their constitutional roles.

Terwijl onder Bush de president steeds meer macht kreeg werd ook het justitiële systeem ondermijnd. Elke president probeert opperrechters van zijn politieke kleur te installeren, maar nu werden ook lagere rechters gepaaid met congressen en snoepreisjes, waar ze de conservatieve benadering leerden “particularly toward environmental law and regulations”. Steeds meer vonnissen werden in hoger beroep herroepen ten gunste van grote vervuilende ondernemingen.

In the name of security, this administration has attempted to relegate the congress and the courts tot the sidelines and replace our democratic system of checks and balances with an unaccountable executive. And all the while, it has constantly angled for new ways to exploit the sense of crisis for partisan gain and political dominance.

Rijkdom neemt de plaats in van de rede.

Gore constateert dat wealth has replaced reason at the center of our representative democracy.
Omdat congresleden voor hun herverkiezing heel erg afhankelijk zijn van commercials moeten ze constant aan fundraising doen. Dit maakt hen uiterst kwetsbaar voor invloed van “special interest groups” (zoals de tabaks- en wapenlobby).
Volksvertegenwoordigers spenderen inmiddels meer tijd aan het regelen van hun herverkiezing dan aan het debat.

Het ontbreekt tegenstanders van deze ontwikkelingen aan geld om op vergelijkbare manier campagne te voeren.

Dit alles heeft een fnuikend effect op het vertrouwen van de mensen in de politiek.

If the information and opinions made available in the marketplace of ideas come only from those with enough money to pay a steep price of admission, then all of those citizens whose opinions cannot be expressed in a meaningful way are in danger of learning that they are powerless as citizens and have no influence over the course of events in our democracy – and that their only appropriate posture is detachment, frustration, anger.

De kern van dit boek, dat Gore schreef in 2007, is dit:

The rule of reason is the true sovereign in the American system. Our self-government is based on the ability of individual citizens to use reason in holding their elected representatives, senators and presidents accountable for their actions. When reason itself comes under assault, American democracy is put at risk.

Wat moet er gebeuren?

Uiteraard heeft de schrijver ook ideeën over het pad dat moet worden ingeslagen om de gevaarlijke ontwikkelingen het hoofd te bieden.
Uiteraard denkt hij hierbij aan goed onderwijs, waarbij leerlingen vooral moeten leren informatie goed te analyseren en op waarde te schatten, maar er is meer nodig:

The remedy for what ails our democracy is not simply better education (as importants as that is) or civic education (as important as that can be) but the reestablishment of a genuine democratic discourse in which individuals can participate in a meaningful way -a conversation of democracy in which meritorious ideas and opinions from individuals do, in fact, evoke a meaningful response.

Hij denkt dan, in 2007, dat er een uiterst belangrijke rol is weggelegd voor het Internet (nog met een hoofdletter gespeld).

No citizenry can be well informed without a constant flow of honest information about contemporary events and without a full opportunity to participate in a discussion of the choices that the society must make.

Hij schreef: “Internet is sufficiently developed and secured as an independent, neutral medium”  ….

Hij ziet ook een rol weggelegd voor mensen zoals ik, bloggers:

Some have genuinely interesting things to say, while others do not, but what is most significant about blogging may be the process itself. By posting their ideas online, bloggers are reclaiming the tradition of our Founders of making their reflections on the national state of affairs publicly available.

Trump

Het laatste hoofdstuk van het boek is een update. Gore schrijft over de laatste ontwikkelingen, de verkiezing van Trump is natuurlijk een van de belangrijkste.

Hij erkent dat internet niet het ideale medium is dat hij voor ogen had, als opvolger van het geschreven woord en tegenhanger van de televisie.
Amerikanen kijken meer televisie dan ooit en op het internet vind je steeds meer “echo chambers”: waarin de gebruikers voornamelijk of zelfs uitsluitend gezichtspunten tegenkomen die ze al delen.
Hij signaleert ook het fake news, met de kanttekening dat dit er altijd is geweest.

Het is een wonderlijke ervaring te lezen over het presidentschap van George W. Bush, waarin heel veel kwalijke ontwikkelingen in gang zijn gezet. Als je Bush al een slechte president vindt, wat moet je dan van Trump denken?

Op internet circuleren grappige toespelingen hierop, kijk bijvoorbeeld hiernaar: https://www.youtube.com/watch?v=lpkRFHSpvGI&t=29s

Gore is verbazingwekkend mild over Trump. Hij probeert vooral te verklaren hoe het mogelijk was dat hij aan de macht kwam en ziet eerder de slechte (economische) situatie in de VS als oorzaak van zijn verkiezing dan de capriolen van de man zelf.

Hij constateert dat de crisis die in 2016 heerste het meeste pijn opleverde voor de blanke onderklasse omdat die het vaakst in urbane gebieden wonen. In slechte economische tijden is er meer spanning op raciaal en anti-emigratiegebied. Er was waarschijnlijk ook sprake van een sluimerend afkeer voor de eerste zwarte Amerikaanse president.
De ongelijkheid in inkomen was toegenomen en je kon spreken van spirituele schade aan verwachtingen en dromen met betrekking tot de toekomst. In 2016 werden in de VS meer drugs gebruikt dan tabak. Voor het eerst ging de verwachte levensduur omlaag.
Minderheden hadden de indruk dat er meer aandacht was voor gelijke rechten voor gays, ze voelden zich politiek machteloos want zelf maakten ze geen vooruitgang.

Hier speelde Trump heel handig op in.

Mensen wilden zelfs stemmen op iemand die door de elites veroordeeld was “ if that’s what it takes to get the attention of those who are responsible for messing things up in this country”.

Hij besluit zijn boek met de hoopvolle constatering dat heel veel jonge stemmers de voorkeur hadden gegeven aan Clinton (55 tegen 37%). Overigens won Sanders het bij hen weer met een ruime mate van Clinton: 73 tegen 37%…..

Ik heb het boek met veel plezier gelezen, hoewel het dus al een beetje gedateerd is gaf het me een goed inzicht in het Amerika van vandaag.

The Assault on Reason                      8