Het Schip

Een bezoek aan museum het Schip stond al lang op mijn verlanglijstje.

We hadden eerder al meegedaan aan architectonische wandel, – en fietstochten, een bustocht en een rondleiding, die allemaal betrekking hadden op het thema Amsterdamse School.

We kenden het bezoekerscentrum en het prachtige postkantoortje, maar waren nog niet in het nieuwe museum, dat gehuisvest is in een oude basisschool.

Het museum is kleiner dan ik me voorgesteld had. De begane grond wordt in beslag genomen door de garderobe, het winkeltje en een kantine. Vanuit deze ruimte kan je het vroegere schoolplein op, waar nu prachtig AS straatmeubilair staat uitgestald.

Wel een probleempje voor de mensen die een kopje koffie zitten te drinken: iedere keer als de deur opengaat krijg je de volle laag van de koude buitenlucht.

 

De eerste verdieping is geheel gewijd aan de Amsterdamse School, veel informatie maar relatief weinig voorwerpen.

Op de zolder was een tijdelijke expositie over Gaudi. Heeft een groot gedeelte van de collectie hiervoor plaats moeten maken?

Enige tijd geleden bezochten we een expositie over de Amsterdamse School in het Stedelijk Museum van Amsterdam, daar was toen ongeveer drie keer zoveel te zien als hier….

Er was om het uur een rondleiding, maar die hadden we een tijdje geleden al gedaan.

Als die nieuw voor je is en als je ook een kijkje kunt nemen in het prachtige postkantoor is het de moeite van een tocht naar Amsterdam waard. Nu was het allemaal wat mager.

 

 

 

Gelukkig hebben we uitgebreid kunnen bijkletsen met een oude vriendin, met wie we op stap waren.

Museum het Schip                  6.

Klok

Mijn liefde voor de Amsterdamse-Schoolstijl was door ons bezoek weer opgelaaid, ik keek op Catawiki en zag een prachtige klok te koop staan. Ik bood €90,- en het leek er lange tijd op dat hij voor mij zou zijn. Maar 1 minuut vóór de veiling sloot werd ik overboden. Een ander ging ook meebieden, uiteindelijk ging hij weg voor €185,-

Mijn zwager, die veel verstand van klokken heeft, vond het verstandig dat ik niet meer geboden heb, omdat zo’n oude klok vaak eerst moet worden opgeknapt en dat kan in de papieren lopen.

Ik wacht mijn kans af, het lukt me vast er binnenkort een op de kop te tikken.

 

Website museum het Schip.

 

Eerdere blogs over de Amsterdamse School:

http://martinhoudthetbij.nl/piet-kramer-bruggenbouwer-amsterdamse-school/

http://martinhoudthetbij.nl/wonen-amsterdamse-school/

http://martinhoudthetbij.nl/nieuw-licht/

 

 

 

 

Huis aan huis voor de goede zaak

Iedereen heeft het erover dat er zo’n grote kloof is tussen de politiek en de “gewone mensen”, de kiezers. Dit geldt voor de Tweede kamer, maar vergeleken hiermee staan Provinciale Staten op nog veel grotere afstand. Wellicht hebben we wel eens gehoord van de commissaris van de Koning, maar wie kent een Statenlid, of een Gedeputeerde? Wie maakt wel eens een vergadering van PS mee?

Ik ben meerdere malen in het gebouw van de Tweede kamer geweest en heb enkele keren een vergadering van de gemeenteraad bijgewoond, maar was nog nooit in de vergaderzaal van Provinciale Staten geweest.

Dat gemis heb ik in korte tijd goed gemaakt: ik woonde een vergadering bij in Lelystad en mocht plaatsnemen in de zaal van het Provinciehuis in Den Bosch.

Om de politiek dichterbij te brengen besloot de campagneleider van Groen Links dat we Huis aan Huisbezoeken moesten afleggen, om in gesprek te komen met bewoners van Almere.
Afgelopen zaterdag was het zo ver, met een groep van 16 Groen Linksers belden we aan in enkele straten in Almere Poort.

Hieraan voorafgaand kregen we koffie en thee in het huis van een sympathisant, die ons bij terugkomst ook voorzag van linzensoep (wat anders?) om weer een beetje warm te worden.

Ik kreeg een groen plastic poppenjasje, dat XL bleek te zijn, maar waar een heer van zeker postuur de rits natuurlijk niet van dicht kan krijgen.

Ik werd in het kader van leeftijdsdifferentiatie gekoppeld aan Shadi, een vijftienjarig (!) enthousiaste Groen Linkse gymnasiaste. Ze had al ervaring, dus ik kon de kunst van haar afkijken.

Bij heel veel huizen werd niet opengedaan en op nogal wat deuren was een sticker geplakt die erop wees dat men niet gediend was van mensen aan de deur.

We kwamen niet langs om iets te verkopen of om te collecteren, maar besloten dat deze fijne burgers
ons hoogstwaarschijnlijk zouden onderbrengen in de categorie geloofsovertuigers, dus aan huizen met een dergelijke sticker gingen we maar voorbij.
Voor je er erg in hebt heb je zomaar een pitbull aan je been.

 

Wat maakten we verder nog mee?

• Af en toe deed iemand het raam open van de bovenverdieping om te kijken wie aangebeld had. We probeerden met het hoofd in de nek onze boodschap af te leveren, maar meestal had men geen belangstelling.

  • Er waren überhaupt erg veel mensen die niet met ons wilden praten.
  • Een mevrouw keek ons nadrukkelijk aan door het ruitje van haar voordeur, draaide zich om en verdween weer. Ik dacht dat ze even haar kunstgebit ging indoen, maar na een minuut wachten kwamen we tot de conclusie dat ze kennelijk het gesprek met ons niet wenste aan te gaan.
  • Als een bewoner ons wel te woord stond was hij blij met ons aanbod een flyer achter te laten, hij kon dan op een nette manier van ons afkomen.
  • Omdat het koud was en ik mijn middag nuttig wilde besteden koos ik voor een directe benadering: ik vroeg of men al wist waar ze in maart op gingen stemmen. Meestal viel een verwilderde blik mij ten deel, omdat op 19 januari de Provinciale Statenverkiezing nog niet zo’n prominente plaats inneemt in de beleving van Poortbewoners.
  • Een bewoner wist het wel en verzekerde ons “dat we ons geen zorgen hoefden te maken”. Dat deden we dus maar niet.
  • Een ervaren oude campagnevoerder nam mij al snel ter zijde en vertelde dat het er toch vooral om ging om ”verhalen bij de mensen te halen”. Hij bedoelde waarschijnlijk dat mijn benadering iets te confronterend was.
  • Meestal was men wel tevreden over het wonen in Almere Poort en had dus niet zoveel verhalen.
  • Toen we bij het zoveelste huis onverrichterzake wilden verdergaan kwam net de bewoonster aanlopen. Haar zoontje vertelde ons bedremmeld dat we voor de deur stonden van wat “eigenlijk hun huis” was. Ik stelde hem gerust dat we er niet op uit waren het van hem af te pakken.
  • Zoeken naar een bel als je je aan de tuinzijde van een huis bevindt heeft weinig zin.

Shadi liet van elke folder die ze in de brievenbus achterliet kunstig het logo van Groen Links er precies uitsteken, zodat absente bewoners bij thuiskomt onmiddellijk konden zien wat ze gemist hadden.

Hoeveel zielen hebben we die middag gewonnen? Is de kloof een beetje kleiner geworden?

We zullen het zien op 20 maart!

 

foto’s van Hicham Ismaili Alaouli

Op weg naar de Staten

Eind maart 2019 hebben de kiezers zich uitgesproken. Zij hebben dan beslist hoeveel zetels elke partij krijgt in de Provinciale Staten van Flevoland.

Als veel meer mensen dan vier jaar geleden vinden dat Groen Links hun belangen het beste zal behartigen betekent dit dat er voor mij ook een stoel klaarstaat in de grote vergaderzaal van het Provinciehuis in Lelystad.

Om die plek met enige waardigheid in te kunnen nemen is het natuurlijk zaak zich goed voor te bereiden.

Drie van mijn collega-kandidaten en ik reisden hiertoe naar ’s Hertogenbosch, waar we een deskundigheidsbevorderingsbijeenkomst konden bijwonen op uitnodiging van Pro Demos: Stap naar de Staten.

ProDemos is het ‘Huis voor democratie en rechtsstaat’. ProDemos legt uit wat de spelregels zijn van de democratie en de rechtsstaat en laat zien wat je zelf kunt doen om invloed uit te oefenen – in de gemeente, het waterschap, de provincie, het land en Europa.

De bijeenkomst vond plaats in het provinciehuis van Den Bosch, een indrukwekkend gebouw, gebouwd door de architect Huig Maaskant. Het werd in 1971 geopend door koningin Juliana.

Samen met nog 80 andere kandidaat statenleden namen we plaats in de grote vergaderzaal, waar PS van Noord Brabant vergadert. Onder het oog van stadhouders en koningen, die op schilderijen vereeuwigd waren luisterden we naar verschillende functionarissen van Po Demos.

De directeur vertelde ons dat al 600 (kandidaat) statenleden ons voor waren gegaan en dat die de cursus met een 8 beoordeelden.

 

De eerste spreker was de voorzitter van de beroepsvereniging van statenleden, die twee jaar geleden is opgericht. Hij zit zelf in de PS van Zeeland en kon dus uit ervaring spreken.

Naast belangenbehartiging verzorgt deze beroepsvereniging ook cursussen voor statenleden via een digitale leeromgeving. De thema’s zijn bekend en de cursus zal eind maart online gaan.

Om te illustreren wat ons te wachten stond liet de spreker een aantal pagina’s zien uit een vergelijkbare cursus voor gemeenteraadsleden. Ze werden op schermen geprojecteerd maar waren voor ons amper leesbaar.

Nu is het didactisch gezien geen sterke actie een onderwerp te verduidelijken aan de hand van iets wat er op lijkt. Ik denk dat de spreker het beter bij woorden had kunnen laten in afwachting van de echte cursus.

Hij had de resterende tijd dan vol kunnen praten met meer interessante anekdotes uit zijn beroepspraktijk. Ik vermoed dat de meeste aanwezigen hier meer aan zouden hebben gehad.

Na de pauze kregen we een masterclass sociale media. De inleider was een vlotte mevrouw die in het dagelijkse leven flirtcoach is.

Saskia Paulissen
Mensen op een vermakelijke manier inzicht geven in hun gedrag, is wat Saskia het liefste doet. Of het nu gaat om man/vrouw communicatie, zakelijk flirten, presenteren of acteren, kenmerkend voor haar optredens zijn humor, enthousiasme en volop interactie met de groep

Ze liet ons zien hoe we ons het beste konden presenteren op Facebook en Linked-in. Ze had van tevoren al enkele deelnemers gegoogeld, zodat we aan de hand van praktijkvoorbeelden konden zien wat je beter wel en niet kan doen op de sociale media.

Gelukkig was ik er niet bij, want het is best confronterend om jezelf op zo’n groot scherm terug te zien. Je staat er niet bij stil dat we inmiddels allemaal met enkele klikken door iedereen kunnen worden gevonden.

We oefenden op elkaar, ik zat naast een jonge PvdA-kandidaat die net als ik op de zevende plek stond. “Als Asscher in de komende weken niet al te gek tekeergaat kom ik er waarschijnlijk in.” Ik troostte hem met de opmerking dat de PvdA toch nauwelijks nóg dieper kan zakken.

Paulissen vertelde ons dat we moesten zorgen voor een duidelijke foto met een neutrale achtergrond, of eentje die iets te maken had met je partij. Dus ga voor een aantal sanseveria’s staan als je van de Partij voor de Planten bent.

De bijeenkomst was vermakelijk, maar leverde niet echt veel nieuwe informatie op.

Mijn ervaring met cursusdagen als deze is dat je er altijd wel iets van opsteekt, de ene keer wat meer dan de andere. Als de kroketten maar goed zijn.

Wat natuurlijk wel heel interessant is, is dat je contact maakt met veel lotgenoten. Ik sprak met andere vertegenwoordigers van Groen Links, maar ook met kandidaten van CU, CDA, VVD en zag zelfs een Piraat!

In de bus terug naar het station voelde een toekomstig CDA-statenlid grote behoefte aan verbroedering. Hij wist dat we Groen waren, dus hield niet op tegenover ons zijn liefde voor de natuur te belijden. Toen ik hem ermee confronteerde dat hij dus in de verkeerde partij zat verzekerde hij ons dat er in het CDA wel degelijk een linkse stroming aanwezig was. (Waarschijnlijk geleid door Buma).

Al met al een leuke dag, vooral ook omdat ik volop gelegenheid heb gehad in de trein van gedachten te wisselen met mijn collega’s van de kandidatenlijst.

Maar ProDemos krijgt van mij geen 8……

 

 

(De foto is gemaakt door collega Hicham, die hem onmiddellijk op What’s app had gezet. Hoezo: effectief omgaan met sociale media!)

 

 

 

 

N.P de Koo

Ik kreeg de beschikking over enkele oude postzegelalbums en trof daar dit intrigerende plaatje aan.

Het is duidelijk geen postzegel en het hoort dus eigenlijk niet in zo’n album thuis. Ik heb het natuurlijk wel bewaard, omdat het duidelijk oud is en omdat de grafische stijl me aansprak. De belettering paste in het tijdvak rond 1920 en het onderwerp sprak me ook aan.

In de tijd dat Indonesië nog een kolonie was van Nederland was de radio een heel belangrijk communicatiemiddel. Men kon via Radio Holland telefoneren met Indië, maar dat was uiterst kostbaar (33 gulden per minuut).

De radiozender stond in Kootwijk, een prachtig kathedraalachtig gebouw met prachtige architectuur en fraaie beelden aan de gevel.

Een telegram sturen was natuurlijk minder kostbaar, dus dat zal vaker gebeurd zijn.

Onlangs stuitte ik op het boek N.P. de Koo, grafisch vormgever en interieurarchitect. Toen ik zijn werk zag wist ik bijna zeker dat mijn plaatje door hem ontworpen moet zijn.

 

 

De Koo leefde van 1881 tot 1960 en verzorgde veel drukwerk voor de PTT. Hij ontwierp ook uithangborden, interieurs en zelfs een brievenbus.

 

Daarnaast ontwierp hij stands voor tentoonstellingen en verzorgde hij o.a. het interieur van Villa Zandbergen in opdracht van de cacaofabrikant Blooker.

 

Hij was tegelijkertijd ambachtsman en kunstenaar en dat leverde prachtige resultaten op.

Het boek is mooi geïllustreerd, maar de schrijver heeft onvoldoende balans gebracht in de tekst. Er is een uitgebreid notenapparaat, maar de onderschriften (in iets kleinere letter) nemen veel teveel plaats in. Menig bladzijde heeft meer voetnoot dan basistekst.
Ook citaten zijn in een kleine letter gezet, als ze wat langer zijn levert dit een lelijk tekstbeeld op.
Je verwacht dat een boek als dit beter verzorgd zou zijn.

Bijzonder is, dat met dit plaatje een aantal van mijn belangstellingsgebieden bij elkaar komen: Indië, grafiek, Art Deco en post.

   

Villa Zandbergen

Heerlijk boek om te lezen, maar het had een betere vormgever verdiend.

 

Zadkine

We waren in Den Haag en dan is Scheveningen niet ver.

Museum Beelden aan Zee is een heerlijke plek om rond te kijken. Je bent in de duinen, een gedeelte van de collectie staat buiten en af en toe is er een bijzondere tentoonstelling.

Het museum is nu bijna helemaal uitgeruimd voor een prachtige overzichtstentoonstelling van het werk van Ossip Zadkine (1888 -1967). Er staan beelden uit verschillende Nederlandse en Franse musea en collecties.

 

Deze beeldhouwer is vooral bekend door zijn beeld De Verwoeste Stad in Rotterdam.

Er zijn 100 beelden te zien, mooi opgesteld zodat je niet meteen overdonderd wordt door de overdaad.

Je krijgt een gidsje mee, zodat je bij elk werk kort iets kunt lezen over de achtergrond. Hierin staat ook een korte biografie.

De beelden zijn van steen, hout en brons.

 

Ik heb met aandacht alle beelden bekeken, er was ook een interessante video te zien.
Ik vond het erg mooi. (Leve de Museumjaarkaart!)

 

Zadkine aan Zee                    9

 

Documentaires

Televisie is uitermate geschikt als medium voor goede documentaires. De makers kunnen met behulp van beeld en geluid de informatie zorgvuldig gedoseerd presenteren.

Archiefbeelden, interviews en commentaar vormen samen de basis van een (vaak) mooi journalistiek product.

Af en toe nodigen mijn zoons me uit een documentaire te zien die zij interessant vinden. Het zijn bijna altijd Amerikaanse die opvallen door één gemeenschappelijk element: de snelheid waarmee de informatie wordt gepresenteerd.

De kijker wordt gebombardeerd met een combinatie van beeld en commentaar waar je uitermate geconcentreerd naar moet kijken om niet de draad te verliezen.

Ik heb de gewoonte om indien mogelijk de Engelse ondertiteling aan te zetten als ik een Engelstalig programma bekijk, omdat me soms wel eens iets ontgaat van de gesproken tekst.

In documentaires zoals ik hierboven beschreef helpt dat niet echt, omdat er nog veel meer te lezen valt dan de ondertiteling. Krantenkoppen komen voorbij, of infographics die maar kort in beeld zijn.

Je wordt er doodmoe van, vooral omdat er ook nog vaak behoorlijk prominent achtergrondmuziek aanwezig is.

Als ik me beklaag bij mijn zoons vinden ze dat ik zeur. Hun valt helemaal niets speciaals op….

 

Een ander fenomeen op dit gebied is de commentaarloze documentaire. Hier zie je alleen een selectie uit  tientallen uren opnamemateriaal. Het verhaal vertelt zich als het ware zelf en de maker dringt zijn/haar eigen visie niet aan je op.

Dit kan heel mooie en indringende televisie opleveren, maar ik heb vraagtekens bij het journalistieke gehalte ervan.

De makers bepalen wat je ziet en moeten zich uiteraard beperken tot het materiaal dat ze met de camera hebben kunnen vastleggen.

Een voorbeeld: ik zag “Van verlies kan je niet betalen”, een Nederlandse documentaire van Helge Prinsen.

We zien een oud echtpaar, Adrie en Francien Trimpe, eigenaars van een groentewinkel in Vlissingen.

Ze werken hier al hun hele leven en zijn nog nooit op vakantie geweest. Inmiddels zijn ze hoogbejaard en kunnen het eigenlijk niet meer aan. Het is pijnlijk om te zien hoe ze diep voorovergebogen en strompelend voortgaan.

Ze hebben hulp van mantelzorger Ada, maar die heeft ook haar eigen leven…

De film duurt ruim en uur en geeft een prachtig beeld van deze oude mensen. Er is geen enkel commentaar, niet vooraf of achteraf en ook niet gedurende de documentaire en dat stoort me. We zien dat Ada het heel moeilijk vindt te vertellen dat ze enkele maanden op vakantie gaat naar Frankrijk, en Adrie maakt het zijn zus niet makkelijk. Hij maakt haar en vooral haar man zelfs zware verwijten. Ada belt elke dag twee keer en komt zelfs weken eerder terug, maar er is geen spoortje dankbaarheid. Er valt niet te tornen aan het arbeidsethos van de oude Adrie en iedereen moet hierin meegaan.

Wat ik mis is een kritische vraag van de documentairemaker: heeft zus Ada geen recht op vakantie? Ik zou ook graag wat meer informatie krijgen. Heeft het echtpaar geen kinderen, die hun ouders er wellicht van konden overtuigen dat ze beter konden stoppen? Wat zouden de financiële gevolgen zijn als ze de winkel zouden sluiten?

Ik stel me voor dat de makers het echtpaar maandenlang gevolgd heeft. Dit levert prachtig materiaal op, maar het lijkt mij onvermijdelijk dat je belangrijke wendingen mist, omdat er op dat moment net geen camera bij was.

Naspelen is in deze formule uitgesloten, dus het verhaal moet verteld worden met beperkte middelen.

In hoeverre wordt het hierdoor onvolledig en hoezeer wordt de informatie “gekleurd” door de keuzes van de makers met betrekking tot wat er in komt en wat niet?

Misschien kunnen we een programma als dit beter niet een documentaire noemen, omdat dan de suggestie wordt gewerkt dat het om een journalistiek product gaat en dat is het eigenlijk niet.

Laten we het gewoon een mooie film noemen, een realistisch portret.

 

Voorbeeld van een moderne Amerikaanse documentaire: de serie Explained op Netflix.

 

Hier de trailer van Van verlies kan je niet betalen.

 

 

Comm

 

Vroeger heette het Postmuseum, nu is het Comm.

 

Bij COMM ervaar je de invloed van communicatie op jezelf en op de maatschappij. De collectie geeft je de context: wie het verleden kent, begrijpt het heden en kan meedenken over de toekomst.

Omdat ik de laatste tijd veel over postzaken heb gelezen, waarin heel vaak verwezen werd naar de collectie van het Postmuseum/Comm in Den Haag wilde ik er eens een kijkje gaan nemen.

Communicatie als thema voor een museum is breed, heel breed. Als je het goed beschouwt kan eigenlijk praktisch alles onder deze noemer vallen.

Er is dan ook veel te beleven in het museum, maar ik werd er niet enthousiast van.

Overal kon je via schermen informatie tot je nemen; heel modern, maar ook overdadig. Geef me één documentaire en ik kijk met aandacht de volle dertig minuten. Hang overal televisies op en ik zie door de bomen het bos niet meer.

Hier en daar was nog iets te vinden van de oude collectie, maar het leeuwendeel daarvan is weggestopt in het depot.
Ik moest even zoeken maar vond uiteindelijk de complete collectie Nederlandse postzegels van de allereerste tot de laatste, maar ze waren niet aantrekkelijk uitgestald en heel slecht verlicht.

Dit museum is voor kinderen waarschijnlijk leuker dan voor volwassenen.

Comm Den Haag                   6

Naderhand een patatje gegeten bij BIK, dat maakte veel goed.