Over Trump

Ik maak er geen gewoonte van, maar ik kon het niet laten onderstaand stuk integraal over te nemen.
We raken inmiddels steeds meer gewend aan het gedrag van de Amerikaanse president, zijn leugens zijn niet meer te tellen en hij is een schande voor het land.

Iemand maakte me attent op dit artikel, ik merkte dat ik het prettig vond om alles weer even op een rijtje te hebben, zodat ik weer haarfijn weet hoe het ook al weer zit.

Someone asked “Why do some British people not like Donald Trump?”

Nate White, an articulate and witty writer from England, wrote this magnificent response:

“A few things spring to mind.

Trump lacks certain qualities which the British traditionally esteem.

For instance, he has no class, no charm, no coolness, no credibility, no compassion, no wit, no warmth, no wisdom, no subtlety, no sensitivity, no self-awareness, no humility, no honour and no grace – all qualities, funnily enough, with which his predecessor Mr. Obama was generously blessed.

So for us, the stark contrast does rather throw Trump’s limitations into embarrassingly sharp relief.

Plus, we like a laugh. And while Trump may be laughable, he has never once said anything wry, witty or even faintly amusing – not once, ever.

I don’t say that rhetorically, I mean it quite literally: not once, not ever. And that fact is particularly disturbing to the British sensibility – for us, to lack humour is almost inhuman.

But with Trump, it’s a fact. He doesn’t even seem to understand what a joke is – his idea of a joke is a crass comment, an illiterate insult, a casual act of cruelty.

Trump is a troll. And like all trolls, he is never funny and he never laughs; he only crows or jeers.

And scarily, he doesn’t just talk in crude, witless insults – he actually thinks in them. His mind is a simple bot-like algorithm of petty prejudices and knee-jerk nastiness.

There is never any under-layer of irony, complexity, nuance or depth. It’s all surface.

Some Americans might see this as refreshingly upfront.

Well, we don’t. We see it as having no inner world, no soul.

And in Britain we traditionally side with David, not Goliath. All our heroes are plucky underdogs: Robin Hood, Dick Whittington, Oliver Twist.

Trump is neither plucky, nor an underdog. He is the exact opposite of that.

He’s not even a spoiled rich-boy, or a greedy fat-cat.

He’s more a fat white slug. A Jabba the Hutt of privilege.

And worse, he is that most unforgivable of all things to the British: a bully.

That is, except when he is among bullies; then he suddenly transforms into a snivelling sidekick instead.

There are unspoken rules to this stuff – the Queensberry rules of basic decency – and he breaks them all. He punches downwards – which a gentleman should, would, could never do – and every blow he aims is below the belt. He particularly likes to kick the vulnerable or voiceless – and he kicks them when they are down.

So the fact that a significant minority – perhaps a third – of Americans look at what he does, listen to what he says, and then think ‘Yeah, he seems like my kind of guy’ is a matter of some confusion and no little distress to British people, given that:
* Americans are supposed to be nicer than us, and mostly are.
* You don’t need a particularly keen eye for detail to spot a few flaws in the man.

This last point is what especially confuses and dismays British people, and many other people too; his faults seem pretty bloody hard to miss.

After all, it’s impossible to read a single tweet, or hear him speak a sentence or two, without staring deep into the abyss. He turns being artless into an art form; he is a Picasso of pettiness; a Shakespeare of shit. His faults are fractal: even his flaws have flaws, and so on ad infinitum.

God knows there have always been stupid people in the world, and plenty of nasty people too. But rarely has stupidity been so nasty, or nastiness so stupid.

He makes Nixon look trustworthy and George W look smart.

In fact, if Frankenstein decided to make a monster assembled entirely from human flaws – he would make a Trump.

And a remorseful Doctor Frankenstein would clutch out big clumpfuls of hair and scream in anguish:

‘My God… what… have… I… created?

If being a twat was a TV show, Trump would be the boxed set.”

 

Een kopje koffie van de commissaris

Ik was uitgenodigd in het Provinciehuis in Lelystad om de aftrap mee te maken van de Provinciale Statenverkiezingen.

De pers kon kennismaken met de kandidaten, er was voorlichting over de verdere gang van zaken en de kieswijzer ging officieel online.

De commissaris van de koning heette ons welkom en liep rond met de koffiekan.

Op een groot scherm werden citaten geprojecteerd uit de verschillende verkiezingsprogramma’s, de uitdaging was er de juiste partij aan te verbinden. Dat viel niet mee, aangezien de meeste uitspraken tot het genre open deur behoorden. In een van de uitspraken werd de Verlosser genoemd, het was voor Jezus Leeft dus niet moeilijk die op te eisen.

Ik zat aan tafel met de lijsttrekker van Respect, een man die zijn haar droeg in een lange gevlochten staart, die uit de gemeenteraadsfractie van PVV Almere was gestapt en nu zijn geluk beproefde bij Provinciale Staten.

Hier en daar zag je ontspannen mannen van 50+, die het klappen van de zweep al kenden: huidige statenleden die verwachtten er in de volgende lichting weer bij te zijn.

De griffier stelde zich ook voor: een zelfverzekerde mevrouw die je volgens mij beter niet dwars kan zitten. Ze benadrukte dat de griffie er is om de statenleden in alles terzijde te staan.

Nadat de pers zijn werk had gedaan (omroep Flevoland had vooral belangstelling voor de Partij van de Dieren) kregen we te horen hoe de gang van zaken verder zou zijn.

Op 20 maart kunnen alle kiesgerechtigden hun stem uitbrengen van 7.30 u tot 21.00 uur. Daarna worden de stemmen geteld. Die avond is er een uitslagenavond georganiseerd door omroep Flevoland op het provinciehuis. De voorlopige uitslagen worden verwacht rond middernacht.

De officiële uitslag wordt bekendgemaakt op 22 maart (het aantal stemmen per kandidaat en het aantal voorkeurstemmen en de verdeling van de eventuele restzetels). Er zijn 41 zetels beschikbaar.

Degenen die gekozen zijn moeten dan een serie formaliteiten doorlopen en worden daarna op 28 maart beëdigd.

De provincie Flevoland heeft de lijsttrekkers in de gelegenheid gesteld een promotiefilmpje op te nemen, waarin ze 1 minuut de tijd krijgen zich aan de kiezers voor te stellen.

15 partijen hebben hiervan gebruik gemaakt, het Forum voor Democratie niet.

We hebben een werkgroepje opgericht, dat heel optimistisch “toekomstige GL-fractie” heet. Binnen dit groepje worden de taken verdeeld: ieder van ons neemt op zich twee partijprogramma’s van de tegenstanders te analyseren en we spreken af wie welke debatten voert in de aanloop naar de verkiezingen.

Mijn taak was de Dieren te bekijken en de PVV.

De programma’s

Het verkiezingsprogramma van de Partij van de Dieren zit goed in elkaar en heeft een grote overlap met dat van Groen Links.

Als je moet benoemen waarin we verschillen zou je kunnen zeggen dat de PvdD nog wat strenger in de vegetarische/veganistische leer is en het lijkt er een beetje op dat ze de dieren soms belangrijker vinden dan de mensen.

Het programma van de PVV stelt inhoudelijk weinig voor. Zoals te verwachten vind je er een tirade in tegen immigranten, een pleidooi voor meer nationale volkscultuur en meer asfalt.
Ze zijn ook vóór uitbreiding van vliegveld Lelystad.

Voor de rest zijn ze vooral tegen van alles.

Ik ben niet onder de indruk van het niveau van programma’s en presentaties. Men houdt zich nogal op de vlakte en probeert hier en daar nogal goedkoop te scoren (“werk, werk en nog een werk!”).

Soms is het tenenkrommend, een enkele keer nogal grappig (als de lijsttrekker van Jezus Leeft zegt dat hij “op de Noorderplassen staat”. Wij zijn daar niet zo verbaasd over, omdat zijn Heiland immers ook over water kon lopen.

Als je alle filmpjes van de lijsttrekkers hebt gezien rest er nog één: Taart voor Judith. Ik dacht even dat het hier ging om nog een obscure splinterpartij, maar we zien hier het bezoek dat de Commissaris van de Koning (Leen Verbeek) bracht aan een meisje dat net 18 was geworden en dus straks mee mag stemmen.

Stemmenwijzer en stemtracker

Ik deed de Stemmenwijzer en kwam erachter dat mijn standpunten voor 75% overeenkomen met die van Groen Links en voor 79% met die van de PvdD…..

Mijn mening bleek bij enkele van de 28 stellingen af te wijken van het GL standpunt:

  • GL wil geen hulp verlenen aan vissers die in financiële problemen zijn gekomen (ik ben niet zo hardvochtig)
  • Ik vond dat de Provincie zich aan haar kerntaken moest houden.
  • GL wil nieuwe mestverwerkingsfabrieken toestaan (ik dacht dat die niet groen waren)
  • Ik wil niet dat de provincie geld steekt in de ontwikkeling van sporttalenten, GL Flevoland dus wel…
  • Tot mijn afgrijzen is GL vóór raadgevende referenda (ik ben daar mordicus tegen: kijk eens naar Brexit)
  • In het verkiezingsprogramma van GL staat dat wij luisteren naar de deskundigen als het gaat om de handelwijze rond de Oostvaardersplassen. Toch moet afschot volgens de stemwijzer verboden worden. Dat lijkt mij tegenstrijdig.

Ik scoorde gelukkig beter bij de Stemmentracker (waarin gekeken wordt hoe de partijen daadwerkelijk stelling hebben genomen in de afgelopen periode). Groen Links 80%, PvdA 75% en PvdD 60%.

Ik ben inmiddels aardig ondergedompeld in het wereldje van Provinciale Staten. De verwachting is, dat GL drie of vier zetels zal halen. Ik sta op nummer 7, dus de kans is niet groot dat ik erin kom.

Maar ja, de kiezer moet zich uitspreken, en wie weet…..

 

 

Twee Friese museums

De laatste keer dat we in het Fries Museum waren keken we naar de expositie van Alma Tadema, deze keer was er de mooie tentoonstelling Rembrandt en Saskia.

Weer erg veel grijze museumjaarkaartkoppies, maar gelukkig niet al te druk.

Frieslands meest beroemde bruidspaar ooit vormt de rode draad in Rembrandt & Saskia: Liefde in de Gouden Eeuw. Aan de hand van het koppel ontdekken bezoekers hoe het er aan toeging in een societyhuwelijk tijdens de zeventiende eeuw. Van de eerste hofmakerij, sprookjesachtige bruiloften en het stichten van een gezin tot de donkere kanten van het huwelijk zoals kindersterfte en overspel. Huwelijksportretten, intieme schetsen en persoonlijke voorwerpen vertellen hoe lief en leed gedeeld werd in de Gouden Eeuw.

Wat een feest om je te vergapen aan al die prachtige schilderijen! Trots en zelfbewust hebben de rijke burgers zich laten vereeuwigen, maar je weet dat in die dagen veel kinderen vóór hun vijfde levensjaar stierven en dat mensen niet zo oud werden. Sommige kinderen stonden wel op het schilderij, maar leefden al niet meer toen het af was.

 

Topstuk is het schilderij dat Rembrandt van Saskia maakte. Hij hield het eerst in eigen bezit, maar moest het uiteindelijk verkopen. Het kwam in Duitsland terecht en is nu voor het eerst in 250 jaar weer in Nederland.

In de vide van het museum hangt het werk, gigantisch uitvergroot. Ik schat dat het wel 12 meter hoog is, maar het kan die enorme vergroting makkelijk hebben: de details zijn nog steeds heel precies en sprekend.

Er is nog veel meer te zien in het museum: op de bovenste verdieping werk van éric van Hove. Hij maakt replica’s van motorblokken, maar bewerkt de onderdelen op een heel bijzondere manier. Apart.

De tentoonstelling ferhaal fan Fryslân gaat over de geschiedenis van Friesland en er is ook nog een vaste tentoonstelling, het Fries verzetsmuseum. Hier zijn we niet aan toe gekomen, dat is iets voor de volgende keer.

 

Als je toch in Friesland bent kan je net zo goed nog een museum meepakken. We bezochten het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek.

In vijf aan elkaar gekoppelde grachtenpandjes staat een ontstellende hoeveelheid spullen uitgestald, die niet allemaal evenveel met scheepvaart te maken hebben. Zo is er een zaal met alles over schaatsen en de Elfstedentocht en een andere vol met zilverwerk.

Er waren ook nogal wat interieurs te bewonderen, ik moet zeggen dat ik op een gegeven moment ga gapen als er weer een kamer opdoemt met oude meubelen en snuisterijen, waar voor de gelegenheid een etalagepop in klederdracht in heeft plaatsgenomen.

Het is niet helemaal zeker dat ik alle ruimtes heb bezocht, de plattegrond bood niet echt uitkomst.

Als schepenliefhebber viel het me wel op dat de gemotoriseerde scheepvaart nogal onderbedeeld was.

 

Fries Museum             8

Scheepvaartmuseum  6

 

 

 

De drijvende brandkast

In de eerste Wereldoorlog viel menig schip ten prooi aan de oorlogshandelingen. Er waren veel slachtoffers te betreuren, maar ook de post die door de schepen vervoerd werd ging verloren.

Dat bracht een slimme Nederlandse uitvinder op het idee de post van en naar onze koloniën te laten vervoeren in een grote brandkast die zich aan dek van de mailboten bevond. Als het schip zonk bleef deze brandkast drijven.

Via een ingenieus systeem van geluids- en lichtsignalen zou ze na de ramp kunnen worden gevonden en geborgen. De inhoud was op die manier behouden en kon alsnog haar bestemming bereiken.

De uitvinder heette Cor van Blaaderen. Hij stak veel geld in het project en wist zelfs toestemming te verkrijgen een speciale zegel te laten drukken die mensen op de post moesten plakken als ze wilden dat die in de brandkast vervoerd werd.

Deze zegels waren er in verschillende waarden en werden ontworpen door Leo Gestel en Lion Cachet.

Jammer genoeg duurde het erg lang voordat zijn onderneming van de grond kwam. De eerste reis met brandkast was pas in 1920 en er was veel te weinig belangstelling. Van Blaaderen had gerekend op vele duizenden brieven en pakjes, maar uiteindelijk bleef het bij 600 poststukken naar Indië en 450 terug.

De prachtige zegels zijn nu uiterst zeldzaam. Voor een complete serie (ongestempeld) moet je € 975,- neertellen. Gek genoeg zijn gestempelde exemplaren nog duurder (want zeldzamer).

Ik heb er twee voor een zacht prijsje op de kop kunnen tikken, de andere heb ik ook, maar dat zijn facsimiles (latere herdrukken).

 

Ik heb dit prachtige verhaal sober opgeschreven, want ik heb de meeste informatie uit een artikel van mijn bijna-naamgenoot Marten Minkema gehaald. Hij heeft het allemaal veel mooier en uitgebreider verteld, volg deze link.

Leo van Gestel

Lampje

Hoe lang is het geleden dat ik een kinderboek las?

Best lang, het kan heel goed zijn dat ik nog op de Pedagogische Akademie zat.

Ik kreeg een boekbespreking onder ogen, zag het prachtig vormgegeven omslag en wist dat ik het boek moest lezen.

Lampje, door Annet Schaap, is bekroond met de Gouden Griffel 2018 en kreeg de Woutertje Pieterse prijs en de Nienke van Hichthumprijs..

 

Wat een prachtig boek! Het is een kinderboek, maar het taalgebruik is volstrekt niet kinderachtig.

 

Dit is een verhaal over de zee. Over geheimzinnige zeewezens en woeste piraten. Over het Zwarte Huis van de Admiraal, waarvan ze zeggen dat er een monster woont. Over een grijze vuurtoren op een eiland dat nog net vastzit aan het vaste land. Over Lampje, de dochter van de vuurtorenwachter, die iedere avond de eenenzestig treden beklimt om het licht aan te steken. Over een stormachtige avond, waarop de lucifers op zijn en alles misgaat.

Maar vooral over dapper zijn en meer kunnen dan je ooit had gedacht.

 

Schaap creëert een heel interessante wereld waarbinnen Lampje (de hoofdpersoon) haar weg moet vinden. Deze wereld is losjes opgezet: de schrijfster doet geen moeite ons precies te vertellen waar en wanneer het verhaal zich afspeelt, dat is ook niet belangrijk.

En passant komen er nogal wat belangrijke thema’s langs: dood, liefde, trouw en trots.
De meisje en vrouwen zijn zelfbewust en laten niet met zich sollen.

De illustraties zijn ook van de hand van Schaap, ze illustreerde meerder boeken, dit is het eerste dat ze ook schreef. Ze zijn een lust voor het oog.

Annet Schaap

 

Een fantastisch boek, lezen!

 

Lampje van Annet Schaap                  9

 

 

Er was even iets niet in orde

Van een trouwe abonnee hoorde ik dat er geen berichtjes meer kwamen over een nieuwe post. (Dank Jeanet!)

Ik belde met een aardige medewerker van Exelmedia (mijn host), die me vertelde dat ik een beetje moest opruimen, Jetpack (de plugin die de reacties regelt) had niet meer voldoende ruimte. Ik kon ook wat geheugen bijkopen.
Liever dan oude posts opruimen (die zijn immers geschreven voor de eeuwigheid?) betaal ik voor wat extra ruimte.

Ik heb nu 1Gb extra geheugen, dus nu moet alles weer werken.

Je kunt nu de blogs inhalen die je gemist hebt!

Commentaar van likmevestje

In de Volkskrant las ik dit hoofdredactioneel commentaar, wat me de volgende reactie ontlokte.

In de Volkskrant van 2 februari laat Peter Giesen namens de hoofdredactie zijn licht schijnen over de problematiek van ordeproblemen in de klas.

Het zal hem niet te veel tijd gekost hebben, het commentaar is gemakzuchtig en ondeskundig.

Hij vertelt iets over Passend Onderwijs en zegt dat er goede redenen waren (niet alleen financiële) om die in te voeren: “in principe is het beter om leerlingen op een gewone school te plaatsen dan op een speciale school die scholieren met problemen isoleert en soms ook stigmatiseert”. Dit slappe argument werd bij de invoering veelvuldig gebruikt om de ordinaire bezuiniging van een mooi sausje te voorzien.
Ik ken ouders die heel dankbaar zijn dat hun kind speciaal onderwijs heeft genoten in kleine groepen en met voldoende aandacht van de leraar, maar geen ouders die klagen over stigmatisering. Zestig jaar geleden werd een kind nog wel eens uitgescholden voor BLO’er, tegenwoordig speelt dat volstrekt niet meer.

Het oude verhaaltje wordt weer van stal gehaald dat scholen voldoende moeten worden toegerust en leerkrachten niet voldoende bekwaam zijn. “Handelingsverlegen” is daar het mooie eufemisme voor. School noch leraar kunnen ooit voldoende toegerust zijn om het hoofd te bieden aan wat in wezen een maatschappelijk probleem is: elders in dezelfde krant verwoordt Aleid Truijens het kernachtig: de ouders en de leerlingen zijn de baas, niet de leraren.

Decennialang wordt van alle kanten kritiek op leraren gegeven: ze gaan niet met hun tijd mee, het onderwijs is nooit goed en moet altijd vernieuwd worden. Ouders en leerlingen zijn hier inmiddels volledig van overtuigd, stellen zich als ontevreden klant op en zitten er meteen bovenop als de school iets onwelgevalligs doet ten aanzien van het prinsje of prinsesje.

De schoolleiding, met de hete adem van de Inspectie in de nek, eist voortdurend verantwoording en bedelft de leraar onder afvinklijstjes en protocollen met betrekking tot schriftelijke verslaglegging. De leraar is meer tijd kwijt aan administratie dan aan onderwijs en wordt op cruciale momenten niet gesteund door het management, dat bang is leerlingen te verliezen.

Het is bijna onmogelijk geworden leerlingen die zich ernstig misdragen hebben van school te sturen. Directeuren die proberen het overwicht op leerlingen en ouders te heroveren hebben het ongelooflijk zwaar omdat ook zij geen steun krijgen.

Het commentaar besluit met een oproep om het vmbo te verbeteren. Dat is heel sympathiek, maar het helpt niet erg dat dit probleem wordt aangekaart alsof het alleen bestaat in vmbo-scholen. Havo en VWO worden niet genoemd.

Over stigmatiseren gesproken!

Martin Minnema


4 februari: reactie van Peter Giesen:

Geachte heer Minnema,
Jammer dat u mijn commentaar “van likmevestje” vond.
Rond de Weer Samen Naar School-operatie in de jaren negentig werd dezelfde discussie gevoerd. Ook toen waren er veel mensen, zeker in het speciaal onderwijs zelf, die vonden dat leerlingen beter af zijn in het speciaal onderwijs.
Ik vind het nog steeds een goed streven om leerlingen zo veel mogelijk in het reguliere onderwijs te plaatsen. Zo veel mogelijk: voor sommige leerlingen is het regulier onderwijs te hoog gegrepen.
Mijn opmerkingen over te grote klassen en onvoldoende toegeruste leraren waren dan ook niet bedoeld als kritiek op het onderwijs. Als passend onderwijs in de praktijk niet mogelijk blijkt, moeten weer meer leerlingen in het speciaal onderwijs worden opgevangen. Het stuk teruglezend, vind ik inderdaad dat ik duidelijker had moeten formuleren. Daar moet ik u gelijk geven.
Met vriendelijke groet,

 

Peter Giesen

Groot slem

Het gebeurt niet zo vaak dat je een groot slem kunt bieden en maken.
Dit slem kan alleen bereikt worden als je controlebiedingen op je systeemkaart hebt staan.

Met alleen azenvragen kom je er niet, omdat je er niet achter kan komen of je partner ruitenaas heeft of troefheer. Aan de eerste heb je niets, de tweede is essentieel voor slem.

Als je azen vraagt met 4 SA zal je partner als antwoord geven: één keycard. Meer kan zij je niet vertellen.

Als je eerst controles hebt geboden kan je wel met 100 % zekerheid vaststellen dat je partner schoppenheer heeft en niet ruitenaas.

En passant kom je er ook achter dat hij hartenheer en troefvrouw bezit, genoeg informatie om groot slem te bieden, dat een heel grote slagingskans heeft (je weet dan nog niet dat je tien troeven hebt, met alle honneurs).

De bieding:

Noord Oost Zuid West
  pas pas pas
1♠  [1] pas 2SA  [2] pas
4♣  [3] pas 4  [4] pas
4SA  [5] pas 5  [6] pas
5  [7] pas 6♣  [8] pas
7♠ pas pas pas

 

  1. Er is ook wat voor te zeggen deze hand met de sterke 2♣ te openen. Ik had echter twee kleuren in de aanbieding en koos ervoor deze hand sterk met deze kleuren te bieden.
  2. In ons systeem betekent dit 10+ punten en schoppensteun. Muziek in mijn oren.
  3. Schoppen wordt troef, controle in klaveren.
  4. Controle in harten (ontkent controle in ruiten, ook muziek).
  5. Azen vragen (roman Blackwood Keycard).
  6. Een of vier van de 5 keycards. (Dit moest troefheer zijn, ruitenaas was immers ontkend, de andere had ik zelf).
  7. Heren en troefvrouw vragen.
  8. Twee van de vijf. Dit moeten hartenheer en troefvrouw zijn.

De tegenpartij heeft inmiddels geen groene paskaartjes meer en legt het hoofd in de schoot.

Oost komt uiteraard uit met ruitenaas, maar die wordt getroefd.

Greet en ik maakten dus 7 ♠, een score van 100 %.

Wat is bridge toch mooi……