Wat gebeurt er met de krant?

Wie ervan houdt uitgebreid met de krant opengeslagen aan de eettafel te zitten, om systematisch het nieuws door te nemen onder het genot van een kop koffie moet op zijn tellen passen.

De krant in papieren vorm heeft zijn langste tijd gehad.

We zagen natuurlijk allang dat er steeds meer aandacht uitgaat naar de digitale editie. Steeds vaker wordt daarnaar verwezen en je krijgt de indruk dat je een beetje achterloopt als je je nieuwsgaring beperkt tot de papieren uitgave.

De recentste aanwijzing is het aanbod van de Volkskrant voor de vakantieperiode, waarin je ver van huis bent. We waren eraan gewend dat de krant kon worden doorgestuurd naar je vakantieadres, maar dat aanbod is er niet meer. Je kunt de bezorging voor een tijdje laten stoppen of de krant bij vrienden laten bezorgen. Jij zelf moet dan in den vreemde gebruik maken van je tablet.

Ik heb er een hekel aan teksten vanaf een beeldscherm te lezen: je hebt geen overzicht van begin en eind, je kunt niet controleren of je alles hebt gehad en raakt af en toe de weg kwijt.

Daar komt nog bij dat ik niet van swipen houd. Soms gebeurt er niets als ik het doe, op een ander moment vliegen er ineens drie pagina’s door het beeld. Er is hier sprake van een voor de mens onnatuurlijke bezigheid.

Enige tijd geleden lag onze krant ’s morgens niet op de deurmat. Telefonische navraag leerde dat er een grote technische storing was, en dat de krant later bezorgd zou worden.
Ik vond dit volstrekt geen probleem: ik vind het een wonder dat het zo vaak goed gaat, dus heb er alle begrip voor als het een keertje misgaat.

We hebben hem echter nooit ontvangen, men ging ervan uit dat je je wel behelpen kon met de digitale versie.

Aangezien ik dat een verkeerd uitgangspunt vind en omdat er in de volgende dagen geen woord gewijd werd aan de niet verschenen krant besloot ik een mailtje te sturen aan de hoofdredacteur, Philippe Remarque.

Geachte heer Remarque

Het was een verrassing toen ik afgelopen maandag geen krant op de deurmat vond. 
Na een telefoontje kwam ik erachter dat er een grote storing in de drukkerij was geweest en dat de krant later bezorgd zou worden.
Ik had hier alle begrip voor: het is een wonder dat het niet vaker gebeurt! De krant later lezen, of zelfs de volgende dag, is ook geen probleem. Dat doe ik ook als ik op vakantie ben.
De krant is echter niet meer gekomen, via internet begreep ik dat we in de plaats daarvan gratis de digitale versie ter beschikking hadden.
Tevergeefs wachtte ik de dagen erna op een verklaring. Geen woord!

Met het digitale aanbod is het alsof je een lekkere maaltijd bestelt en dan een tube ruimtevaartvoedsel krijgt voorgeschoteld. Alle beloofde ingrediënten zitten erin, en het is ook nog eens sneller en efficiënter.

Ik ben al veertig jaar abonnee van de Volkskrant, van een krant dus. Eentje die je op de eettafel kunt uitspreiden, die een prachtig overzicht biedt over wat je lezen wil of al gelezen hebt, en waarbij je niet hoeft te swipen.

Vóór u me wegzet als ouderwetse brombeer, die nog in de kroontjespen gelooft: ik bezit een fantastische computer waar ik heel veel plezier van heb. In mijn studeerkamer, achter mijn bureau. De krant lees ik in de huiskamer, zoals het hoort.

Dat er technische problemen waren vindt u waarschijnlijker nog vervelender dan ik. Het is uw verantwoordelijkheid dat de abonnees hun krant krijgen. 

Dat dit nu een keertje niet gebeurde is natuurlijk helemaal niet erg. Eens in de veertig jaar is een mooi track record. Maar dat er verder geen enkel woord aan besteed wordt baart me zorgen. 
Is het nu al zover dat de traditionele  papieren krant eigenlijk al niet meer meetelt? Moeten we binnenkort allemaal van het scherm gaan lezen?
Dat zou mij uitermate droevig stemmen. De krant is een meneer, en die meneer hoeft nog lang niet dood.

Met vriendelijke groet

Martin Minnema

 

Ik wachtte een week op bericht terug en stuurde toen een reminder.

Hier kreeg ik wel snel antwoord op, zij het niet van de hoofdredacteur zelf, maar van diens assistent.

Geachte heer Minnema,

Hartelijk dank voor uw mail, en excuus voor de late reactie. We hebben hem inderdaad over het hoofd gezien. Philippe Remarque heeft uw mail gelezen, en vanwege zijn volle agenda aan mij gevraagd of ik hem wil beantwoorden. Dat doe ik uiteraard graag.

We hebben de storing in de drukkerij op onze website aangekondigd, en de telefonisten waren inderdaad op de hoogte, maar u heeft er natuurlijk volkomen gelijk in dat er ook een bericht in de papieren krant had moeten staan. Als het nog een keer gebeurt, en dat hopen we uiteraard niet, dan doen we dat zeker weer wel. Onze excuses dat het er dit keer niet in stond.

En wij zijn hier op de Volkskrantredactie allemaal liefhebbers van papier. Het leest fijn, en het heeft nog veel meer voordelen die digitaal niet heeft, zoals inderdaad overzicht. De foto’s komen vaak beter naar voren, en je ziet als lezer ook meteen hoe lang een stuk is.

Alleen zien wij wel dat het aantal lezers dat alleen van papier leest sterk afneemt. De oplage van de krant stijgt, maar dat zijn vooral digitale lezers, waarvan een groot deel de zaterdagkrant dan ook nog wel op papier leest.

Ik denk zelf dat het zo’n vaart niet loopt met het volledig verdwijnen van de papieren krant, maar we moeten als krant wel serieus rekening houden met onze lezers op mobiel, pc en tablet.

Het komt er voor ons op neer dat we het allebei heel goed moeten doen: papier en digitaal. Zelf blijf ik voorlopig ook heerlijk van papier lezen, maar deze tijd vraagt om een nieuw evenwicht.

Met vriendelijke groet,

Melle Drenthe, Assistent hoofdredactie

 

Een sympathiek briefje, maar het neemt mijn zorgen natuurlijk niet weg.

Dat de hoofdredacteur zelf geen tijd voor mij had gehad begreep ik enkele dagen later. Hij was druk geweest met solliciteren.

Ik hoop dat zijn plaatsvervanger zich het lot aantrekt van de trouwe abonnees die verknocht zijn aan hun dagelijkse ritselende ritueel.

 

Onze nieuwe klok

Een tijdje geleden brachten we een bezoek aan museum het Schip in Amsterdam. Dit museum is geheel gewijd aan de Amsterdamse School (en gehuisvest in een oude Amsterdamse school).

We zagen daar veel moois, mijn oog viel daar ook op een  klok in deze stijl.

Ik besloot advies in winnen bij mijn zwager, die expert is op het gebied van oude klokken, (hij heeft er zelf een stuk of tien) en begon rond te kijken op internet.

Op Marktplaats was niet veel te vinden, op Catawiki werd ik soms overboden, andere kandidaten werden afgewezen door mijn adviseur.

 

Toen kwam deze voorbij:

De omschrijving luidde aldus:

Mechanisch – Meerdaags uurwerk – half uur, een gong

Object: Amsterdamse School klok
Materiaal: Hout, Eiken
Uurwerkmechanisme: Mechanisch
Gangreserve: Meerdaags uurwerk
Slag: half uur, een gong
Stijl: Art Deco
Geschatte periode: 20e eeuw
Gedateerd: 1930
Land van herkomst: Nederland
Staat: Goede staat – gebruikt met kleine tekenen van ouderdom en vlekjes
Gewicht: 2 kg
Hoogte: 25 cm
Diepte: 15 cm
Breedte: 40 cm

Amsterdamse School klok, eiken en coromandel fineer.
Klok is in goede staat, mechanisme kan niet worden gecontroleerd aangezien e.e.a. vast zit, teveel opgewonden. Dient nagekeken te worden. Met sleutel.
Alleen ophalen.

 

Op grond van de aanwijzingen van mijn zwager moest ik hier niet verder mee gaan (er moet vooral een alarmbel gaan rinkelen als er staat dat de klok nog moet worden nagekeken).

Maar we vonden hem erg mooi en de prijs was redelijk.

Ik zag kans hem in de wacht te slepen voor €65,- (hier kwam nog 9% veilingkosten bij) en hoopte maar dat de verkoper niet al te ver van mijn woonplaats woonde (de klok werd namelijk niet verstuurd).

Gelukkig viel dit mee: ik moest een ritje maken naar Badhoevedorp.

Nu was het zaak de klok aan de praat te krijgen. Ik probeerde dit natuurlijk niet zelf, een mens moet zijn beperkingen inzien.

Op internet vond ik een klokkenmaker in Almere, een alleraardigste vakman, die alleen wat moeilijk te verstaan was omdat hij in een Arabisch land geboren was en (nog) niet goed Nederlands geleerd had. Als oud- leraar Nederlands als tweede taal had ik hier uiteraard geen moeite mee. Vooral goed op de mimiek letten en af en toe knikken.

Na een week was mijn klok klaar, de reparatie kostte me €55,- (met een jaar garantie).

Hij loopt als een lier, laat elk halfuur een sonore galm horen en op het hele uur evenveel uren als de klok aanwijst.

 

 

 

Twee probleempjes. Hij tikt wel erg hard en nadrukkelijk en: wanneer moet ik hem eigenlijk opwinden?

Dagboekaantekeningen van Jayden Bontkraag

Vandaag op mijn nieuwe scooter naar de bibliotheek geweest. Vond een mooi plekje om hem te parkeren, vlakbij de deur.

Was op zoek naar boeken van mijn favoriete schrijver, Bartimëus en ben ook nog even langs de muziekafdeling gegaan om een paar cd’s te lenen van Ray Charles. Ik heb gehoord dat Jules de Corte en Andrea Bocelli ook erg de moeite waard zijn.

Je kunt nooit zorgvuldig genoeg zijn, dus ik had de skaileren afdekhoes zorgvuldig bevestigd. Stel je voor dat er een vogel poept op mijn zadel!

Over vliegen

Het is een actueel vraagstuk: hoe sta je tegenover reizen per vliegtuig?
We weten inmiddels dat vliegtuigen verantwoordelijk zijn voor een groot gedeelte van de luchtvervuiling.

We weten ook dat kaartjes soms krankzinnig goedkoop zijn en dat dit mogelijk is omdat luchtvaartmaatschappijen geen belasting hoeven te betalen op de kerosine.

Toch zijn heel veel mensen gek op reizen en het vliegtuig biedt natuurlijk geweldige mogelijkheden op dat terrein.

Ik ben inmiddels zo ver, dat ik in ieder geval nooit een belachelijk kort tripje zal maken (weekendje New York) en heel zorgvuldig alternatieven onderzoek: kan ik niet met de trein reizen, of met de boot?

De eerlijkheid gebiedt mij hierbij te vermelden dat ik eigenlijk ook helemaal niet van vliegen houd: er komt erg veel stress bij kijken (mis ik mijn vlucht niet?), je moet vaak heel lang wachten in een uiterst on-inspirerende omgeving en dan zit je vervolgens urenlang verkrampt met wildvreemde mensen in claustrofobische omstandigheden terwijl je met een gruwelijke snelheid door ijskoude lucht voortijlt, vaak boven zeeën waarin je het geen minuut zou uithouden. De motoren moeten het blijven doen, de romp moet intact blijven, en de piloten moeten hun vak beheersen, anders ben je reddeloos verloren.

Geef mij de trein maar.

De Volkskrant plaatste een brief van een mevrouw uit Monnickendam, die van vliegen houdt en vindt dat ze de schade aan het milieu voldoende compenseert met een verstandige levensstijl.

Het mooi Engelse woord smug is volkomen op haar van toepassing. Ze slaapt vast erg goed ’s nachts en is heel tevreden met de briljante wijze waarop ze mileuzeveraars op hun plaats gezet heeft.

Mij ontlokte dit domme epistel niet meer dan een diepe zucht, een andere lezer zag kans haar prachtig ironisch van een weerwoord te voorzien. Hulde, Frank Olthuis!

Het Sweelinck-quintet op Fort Nigtevecht

We waren opmerkzaam gemaakt op een bijzonder concert op een bijzondere plaats.
Vijf jonge musici van de Amsterdamse Sweelinck Academie (de jongtalentafdeling van het Amsterdamse conservatorium) speelden werken van Telemann en Mozart.

De plaats was ongewoon: we konden ze beluisteren in een donkere, ramenloze ruimte diep in Fort Nigtevecht.


Dit fort maakt deel uit van een ingewikkeld complex dat er vroeger voor moest zorgen dat de vijand Amsterdam niet kon bereiken. Rond deze stad was een verdedigingslinie aangelegd, die bestond uit gebieden die bij gevaar onder water konden worden gezet en forten op plaatsen waar dat niet kon.

Fort Nigtevecht ligt in de buurt van Abcoude, aan het Amsterdam Rijn kanaal (dat vroeger Merwedekanaal heette) en aan de Vecht.
Het wordt niet meer voor oorlogsdoeleinden gebruikt, maar maakt deel uit van het Werelderfgoed en geniet dus een beschermde status.
Natuurmonumenten zorgt voor het beheer.

Op dit moment heeft het fort een bijzondere functie:

Op het fort bevindt zich een gedenkplaats. Hier kunnen overledenen herdacht worden, samen of alleen, en met of zonder as. Bovendien kan je er zelf een gedenkteken maken.

(Informatie van de site).

Het was een prachtige ervaring. We genoten van de mooie natuur (er was zelfs een bemand ooievaarsnest) en van de rust. Later gaf een kundige gids van Natuurmonumenten een rondleiding.

Na de rondleiding begon het concert, de meisjes speelden voortreffelijk.

Geweldig om zoveel toewijding en enthousiasme te zien bij deze jonge mensen.

Een schitterende ervaring!

Het Grote Spoorboek

Als groot treinen-liefhebber leek het me wel wat toen Spoor, het magazine dat NS uitbrengt, 15 euro korting bood op de aanschaf van Het Grote Spoorboek.

Ik zou alles te weten komen over mens en materieel, stations, personeel en reizigers (voor zover dat niet al onder “mensen” was behandeld), goederen en veiligheid.

De post bracht een zwaar pakket, het Grote Spoorboek was inderdaad groot. En zwaar.
Inhoudelijk heeft het boek minder gewicht.

Dit is hoe het boek tot stand moet zijn gekomen.
Het spoor bestaat 175 jaar en men steekt de koppen bij elkaar om na te denken over hoe dit gevierd moet worden.
Het gesprek wordt gedomineerd door enkele spoorfanaten, die vreselijk veel weten van treinen.
Als iemand voorstelt een speciaal boek uit te geven zijn ze natuurlijk van harte bereid de tekst te verzorgen. Voor foto’s kunnen ze terecht bij het Spoorwegmuseum, dat heeft er tienduizenden in het archief zitten.
De PR-mensen van NS kijken een beetje zuinig: als je deze enthousiastelingen hun gang laat gaan wordt het een compleet ontoegankelijk boek vol jargon en stoomtrein-nostalgie.
Dan suggereert iemand eens te kijken naar het succes van enkele grote fotoboeken  die de afgelopen jaren het licht hebben gezien. Hierin staan talloze foto’s uit de jaren zestig en zeventig en de mensen vreten het op. Vertederd  wijzen ze elkaar op de ouderwetse interieurs en de gedateerde kleding en vertellen elkaar dat ze nog precies weten hoe alles er toen aan toe ging. Dat alles vroeger veel beter was.
Als we nu eens een groot Spoorboek maken vol met foto’s, allemaal voorzien van onderschrift? Een fijn plan, waar niemand zich een buil aan zal vallen. “Maar het moet wel leesbaar blijven! Niet teveel vaktermen, want het boek wordt niet alleen door hobbyisten gekocht!”, bezweert de bezorgde PR-man.

De heren Veenendaal, Zeilstra en de Bruijn duiken het archief in, zoeken de mooiste foto’s bij elkaar en rangschikken ze thematisch (Spoor en tijd, spoor en stations, werken bij het spoor). Ze duiden locomotieven aan met een nummer (“een net geklede jongeman, die in een keurig colbertje en een nette broek met een simpele camera een 1300 fotografeert op Amsterdam Bovendok”) en een vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord (“na jarenlange trouwe dienst wordt ze afgedankt”) en gaan ervan uit dat wij weten dat een bak een wagon is. Verder houden ze zich keurig in.

Ze letten er heel goed op dat het boek licht verteerbaar blijft.
Ze vragen onze aandacht voor sanseveria’s en narcissen in werkruimtes, de parasol van de keurige reizigster die goed van pas kan komen op een zonnige dag en de vlekkeloze uitmonstering van een amateurfotograaf.

Wie, zoals ik, gehoopt had heel wat te weten te komen over de achtergronden van het treinverkeer, graag wat interessante technische uitleg had gehad en antwoorden hoopte te vinden op prangende vragen, zoals: waarom staan alle treinen in Nederland stil als er een vlokje sneeuw valt? komt bedrogen uit.

Het boek past inderdaad naadloos in de serie Grote Boeken en zal een plekje vinden in mijn boekenkast.
Het zal misschien nog één keer opengeslagen worden door mijn erfgenamen, als ze zuchtend het huis moeten ontruimen.

Ik zal het niet herlezen, daarvoor is het te licht.

Het Grote Spoorboek:         5

 

Vooruit, één nostalgisch plaatje dan. Men begrijpt dat ik dit moet zijn geweest.

Wie corrigeert de ombudsman?

De Volkskrant heeft een ombudsman, wiens taak het is in de gaten te houden of de krant zich houdt aan de journalistieke ethiek. Een nieuwsmedium dat zichzelf serieus neemt wil graag verantwoording afleggen, een ombudsman kan daarbij een goed middel zijn.

Jean-Pierre Geelen heeft op dit moment die taak en hij kwijt zich daar over het algemeen goed van. Hij beschrijft het mechanisme van het verslaggevingsproces en legt af en toe fouten bloot maar komt ook op voor zijn collega’s.

Lezers leveren kritiek, vaak vindt men de aanpak van de krant te soft of juist te hard (of allebei..)

In de krant van afgelopen zaterdag gaat het over de opkomst van Baudet, die de gemoederen sterk bezighoudt.

Geelen laat zien dat een krant het niet gauw voor iedereen goed kan doen: sommige lezers vinden dat de krant een Baudetbode is, anderen klagen over Baudet-bashing.

In dit stuk laat de man die anderen de maat neemt nu zelf enkele steken vallen.

Ten eerste gaat hij helemaal los met de beeldspraak en vliegt hierbij behoorlijk uit de bocht.
Hij heeft een pakkende kop bedacht (Koers houden bij storm) en borduurt hier verder op door met een vergelijking tussen de krant en een olietanker.

Dit is een sterke metafoor, die meestal gebruikt wordt om aan te geven dat iets niet, of alleen met veel moeite te stoppen is. Een tanker is zo groot, dat niets hem van zijn koers kan brengen en zelfs bij volle kracht achteruit ploegt hij nog lange tijd voort.

Maar hoe gebruikt Geelen dit beeld? “Juist op stormachtige dagen, wanneer een grote gebeurtenis de dag of week domineert, raakt het schip op drift”. Hij heeft het over toetsenborden die in de machinekamer aan het ratelen slaan en vertelt dat er een golfvloed aan stukken en stukjes ontstaat (Is het niet vloedgolf?). “In dat kolkende krachtenspel is vooral in het begin de koers voor alle opvarenden even ongewis”.

Hij is nu echt op gang en besluit nog even voort te borduren op deze water-thematiek: “De wens om een waaier te zijn te zijn is de bron van een stroom aan kritiek. Die droogt niet op zolang de meningen in de krant blijven stromen.”

Dan blijkt dat Geelen’s nautische kennis niet verder reikt dan zijn eigen ratelende toetsenbord, want hij gaat nog even verder met zijn gebrekkige beeldspraak: “Ideaal zou zijn dat op de voorplecht een kapitein tijdens de storm de wacht hield en zou afremmen en bijsturen”.

Iedereen weet dat de kapitein op de brug hoort, vanwaar hij aanwijzingen kan geven aan de roerganger en de machinist. Op de voorplecht kan weinig uitrichten.
Het stuk eindigt in stijl: “varen bij storm vergt alle handen aan het stuurwiel”. Ook dat lijkt me niet echt praktisch of gewenst.

In het laatste stuk van het artikel doet hij uit de doeken hoe de krant te werk was gegaan bij het weergeven van “voxpopjes” (portretjes van “willekeurige” Nederlanders). Er was geen sprake van willekeurigheid, de gesprekspartners kwamen allemaal uit hetzelfde wereldje, twee waren bekenden van de auteur.

Geelen vindt dat de krant hier onjuist heeft gehandeld, maar vermeldt en passant dat de schrijfster een stagiair was, een detail dat mijn inziens niet relevant is. Stagiaires mogen per definitie fouten maken, het is de taak van hun begeleiders ervoor te zorgen dat er geen brokken gemaakt worden. Zij zijn verantwoordelijk. Het gaat dus niet aan haar op deze manier publiekelijk aan de kaak te stellen.

Het komt me voor dat de krant beter koers kan houden als Geelen aan wal blijft.