Bridgen op Terschelling

We zijn nu al voor de vierde of vijfde keer naar de jaarlijkse grote bridgedrive op Terschelling geweest. Over het algemeen treffen we het met het weer, ook dit keer was het prachtig.

De lente komt eraan en we kunnen vast een voorproefje nemen op ons lange verblijf in de zomer.

Het toernooi vindt plaats in Hotel Schylge, prachtig gelegen aan de Waddenzee even buiten West.

We hadden er ook een kamer genomen, dus hoefden niet ver. Vanaf de derde verdieping is er een prachtig uitzicht over het water, voor het hotel liggen er een paar boten in de jachthaven, dat is in de zomer wel anders.

Omdat we in de zomer ook op donderdagavond meedoen op de plaatselijke bridgeclub hebben we inmiddels een aantal aardige Terschellingers leren kennen.

Ze begroetten ons hartelijk, zodat we ons meteen weer thuis voelden.

Ik houd erg van Terschelling: je vindt er mijn favoriete landschap (duinen, bossen en heide) en er heerst altijd een heel prettig, ontspannen sfeertje.

De pret begon voor ons al op donderdag: ik ontvoerde mijn meisje van de school waar ze werkt en nam haar mee naar Harlingen, waar we nog even konden eten voordat we op de snelle boot stapten.

Omdat we al op donderdagavond aankwamen hadden we de hele vrijdag om lekker op het eiland rond te dwalen. Het waaide hard, maar de zon scheen en de natuur begon al uit te lopen.

De bridgedrive bestond uit twee ronden: een op vrijdagavond en de andere op zaterdagmiddag. Je plaatst je na de eerste ronde in een van de lijnen (de sterkste spelers komen in de A-lijn, de zwakste in de E-lijn; zo speel je dus de tweede ronde tegen spelers van je eigen niveau). Het paar dat eerste wordt in de A-lijn krijgt de hoofdprijs: een weekendje in hotel Schylge. De andere winnaars krijgen Terschellinger producten. Er deden 66 paren mee.

Vorig jaar werden we tweede, we vonden dat we dit jaar maar eens de hoofdprijs moesten winnen. Het liep een beetje anders.

 

Er zijn nogal wat bridgers onder mijn abonnees, dus ik ontkom er niet aan enkele mooie spellen te bespreken. Een aantal lezers haakt nu af, ik weet dat wat straks komt voor hen volkomen onbegrijpelijk is…

Dit doet me denken aan de eerste keer dat mijn ouders kennis maakten met mijn Westfriese schoonouders.
Het gesprek kwam op kaarten en mijn moeder deelde mee dat ze de ene kaart niet van de andere kon onderscheiden. Eigenlijk was ze hier wel een beetje trots op en rekende op bijval.
Die kreeg ze echter van mijn nuchtere schoonouders, die zelf graag een kaartje legden, niet. “Dat is dan knap stom”, stelde mijn schoonvader genadeloos vast.

Ik raakte aan de praat met een van onze Friese tegenstanders, een boomlange kerel met grote handen en rode wangen, die aannam dat ik (met mijn Friese vader) wel van jongs af aan gekaart had. Toen ik vertelde dat dit beslist niet het geval was (mijn vader kon alleen kwartetten) kon hij met zekerheid vaststellen dat we dan niet katholiek waren, wat inderdaad klopt. Maar mijn vrouw komt wel uit een katholiek nest…

Lezers die niets van bridge (willen) weten kunnen nu afhaken (of meteen naar de laatste alinea gaan om te kijken hoe het afliep).

Eerst een spel dat niet zo goed voor ons afliep:

Mijn partner Zuid paste, West opende 1 Klaver en ik gaf een informatiedoublet. (Wij hebben Ghestem niet op onze kaart staan). Oost bood 3 Klaver, Zuid paste en West bood 3SA. Het zag ernaar uit dat mijn partner heel weinig punten had, maar waarschijnlijk in klaveren flink tegenzat (ik had er immers niet één).
Ik besloot dus te passen, er vast van overtuigd dat de tegenstander kwetsbaar gevoelig down zou gaan. (Ik doubleerde niet omdat ze dan misschien naar 4 Klaver zouden vluchten). Ik wist natuurlijk wel dat de leider een stop zou hebben in mijn mooie 6-kaart ruiten, maar was er van overtuigd dat ik op tijd weer aan slag zou komen (met schoppenaas of harten) om de downslagen te incasseren.
Greet zat immers dwars met klavers en zou aan slag gekomen een van die kleuren inspelen.
Ik startte dus met ruitenaas en vervolgde met de heer en een kleintje. Ik wist dat de leider geen ruiten meer had en dat mijn resterende 3 ruiten nu hoog waren.

Jammer genoeg hadden de tegenstanders wel erg veel klaveren: 6 slagen achter elkaar, waar ik het een en ander op moest weggooien. Ik gooide drie harten en een schoppentje weg en moest tot mijn spijt ook twee van mijn kostbare ruitentjes laten gaan. (Ik kon hartenheer niet kaal zetten). Greet kon met haar armzalige klaverboer in drieën geen tegenwicht bieden.
De leider maakte dus een ruitenslag en 6 klaverslagen en had nog twee slagen nodig.
Ik zag het gevaar al aankomen: de leider gooide mij in met schoppen en ik kon na mijn ene ruitentje (onze vierde slag) niets anders doen dan harten in de vork van de tegenstander spelen.
3 SA contract, en een nul voor ons…..

Dit spel liep wat beter:

Ik opende (als Oost) in de tweede hand met 2R (we spelen de zwakke 2 ook in ruiten). Eigenlijk een ruitenplaatje te weinig, maar kort in de hoge kleuren, dus hopelijk een beetje storend.
Zuid doubleerde, Greet paste met haar 3 punten en Noord ging in de denktank. Na rijp beraad besloot ze te passen, hiermee maakte ze van haar partner’s informatiedoublet een strafdoublet.
Ik paste natuurlijk ook en moest even slikken toen de dummy open ging. Eén ruitje maar op tafel…
Maar de goden waren ons goedgezind, beide hoge heren zaten goed tov de azen, dus ik kwam eraf met twee down. 500 punten voor de tegenstander, maar die zouden toch wel een manche moeten kunnen maken met 28 punten. 3SA in NZ wordt inderdaad 4 keer gemaakt, (maar het gaat ook twee keer down).
Dit spel leverde ons 66% op.

Na de voorlaatste ronde stonden we eerste, als we de laatste 4 spellen dus redelijk zouden spelen hadden we goede kans te winnen.
We speelden de laatste ronde tegen goede tegenstanders, maar die hadden een beetje pech en eindigden met maar 30%.
We wachtten dus vol vertrouwen de uitslag af, want om te winnen moest het paar dat vlak onder ons stond het beter doen dan 70% en dat is praktisch onmogelijk.
Maar bridge is wreed: we werden tweede omdat het winnende paar in de laatste ronde 89% had gescoord. Hun tegenstanders hadden geen zin meer en hadden er met de pet naar gegooid.

We gingen dus naar huis met Terschellinger producten, waar we natuurlijk ook erg blij mee waren.
En we betalen volgend jaar onze hotelkosten zelf wel weer…..

 

Groot slem

Het gebeurt niet zo vaak dat je een groot slem kunt bieden en maken.
Dit slem kan alleen bereikt worden als je controlebiedingen op je systeemkaart hebt staan.

Met alleen azenvragen kom je er niet, omdat je er niet achter kan komen of je partner ruitenaas heeft of troefheer. Aan de eerste heb je niets, de tweede is essentieel voor slem.

Als je azen vraagt met 4 SA zal je partner als antwoord geven: één keycard. Meer kan zij je niet vertellen.

Als je eerst controles hebt geboden kan je wel met 100 % zekerheid vaststellen dat je partner schoppenheer heeft en niet ruitenaas.

En passant kom je er ook achter dat hij hartenheer en troefvrouw bezit, genoeg informatie om groot slem te bieden, dat een heel grote slagingskans heeft (je weet dan nog niet dat je tien troeven hebt, met alle honneurs).

De bieding:

Noord Oost Zuid West
  pas pas pas
1♠  [1] pas 2SA  [2] pas
4♣  [3] pas 4  [4] pas
4SA  [5] pas 5  [6] pas
5  [7] pas 6♣  [8] pas
7♠ pas pas pas

 

  1. Er is ook wat voor te zeggen deze hand met de sterke 2♣ te openen. Ik had echter twee kleuren in de aanbieding en koos ervoor deze hand sterk met deze kleuren te bieden.
  2. In ons systeem betekent dit 10+ punten en schoppensteun. Muziek in mijn oren.
  3. Schoppen wordt troef, controle in klaveren.
  4. Controle in harten (ontkent controle in ruiten, ook muziek).
  5. Azen vragen (roman Blackwood Keycard).
  6. Een of vier van de 5 keycards. (Dit moest troefheer zijn, ruitenaas was immers ontkend, de andere had ik zelf).
  7. Heren en troefvrouw vragen.
  8. Twee van de vijf. Dit moeten hartenheer en troefvrouw zijn.

De tegenpartij heeft inmiddels geen groene paskaartjes meer en legt het hoofd in de schoot.

Oost komt uiteraard uit met ruitenaas, maar die wordt getroefd.

Greet en ik maakten dus 7 ♠, een score van 100 %.

Wat is bridge toch mooi……

 

Afsluiting bridgecursus

Afgelopen week sloten we het derde blok af van de bridgecursus voor gevorderden waarvoor zich ruim 20 deelnemers hadden aangemeld. Ze haalden bijna allemaal de eindstreep, we sloten af met een feestelijke drive van 15 spellen, verdeeld over 5 ronden zodat iedereen tegen elkaar speelde.

Het was een mooi gezicht de bridgers geconcentreerd bezig te zien met het moeilijke spel van bieden en spelen. Ze zaten erbij alsof ze al jaren bridge speelden en hadden al snel geen probleem meer met het bedienen van de bridgemates, waarmee de stand werd bijgehouden.

Een aantal deelnemers speelt al op de club, ze hadden behoefte aan wat meer theorie. Een groep van elf mensen had zich gezamenlijk aangemeld: ze wilden thuis drivejes spelen en hadden het plan opgevat samen het spel leren. Veel van hen spelen ook golf, je ziet de combinatie van deze sporten steeds vaker.

De spellen waren speciaal toegespitst op de theorie die in deze reeks lessen was behandeld, ze zouden eigenlijk niet veel problemen moeten opleveren….

Spel 7 was een mooi spel, met een gezamenlijk puntenbezit van 33 moest hier een klein slem worden geboden. Het kan ook gemaakt worden, als de leider de ruiten goed behandelt (honneurs aan de korte kant eerst) en twee snits in de zwarte kleuren neemt. Een van die twee moet goed zitten, en dat is zo.

In het commentaar wordt een nogal onorthodoxe bieding gesuggereerd (2SA-6SA), die echter wel volstrekt logisch is: met minimaal 33 punten samen kunnen er nooit twee azen buitenboord zijn.

Hier en daar werden lekkere hapjes tevoorschijn getoverd, tussen de spellen door kon dus ook onder het genot van wat eten en drinken gezellig gepraat worden.

Winnaars werden (tot hun eigen verbazing) Tineke en Gerard, die als eersten een keus konden maken uit de prijsjes.

Ik kreeg van mijn cursisten als dank een diner-bon, die we binnenkort bij restaurant Bakboord te gelde gaan maken. Een mooi cadeau!
Ze hadden ook gedacht aan de kantinebeheerder, aan Frans (die meerdere keren kwam helpen met uitleg bij het spelen) en aan Greet, die met behulp van het lastige NBB rekenprogramma zorgde voor een vlekkeloze berekening van de uitslag. Die kregen een lekker doosje bonbons.

Een geslaagde cursus, met een bijzonder leuke en enthousiaste groep.

We zien elkaar ongetwijfeld terug, ik heb beloofd af en toe nog eens een clinic te verzorgen, waar we samen kunnen kijken naar wat wel en niet goed ging tijdens het spelen.

Ik verwacht dat een aantal deelnemers ook lid zal worden van de bridgevereniging Almere, want spelen op een club is voor de echte bridger natuurlijk het summum.

 

Toekomstdrive 2018

Het bridgedistrict Gooi en Ommelanden organiseert elk jaar een Toekomstdrive.

Deze drive is speciaal voor cursisten, de bedoeling is dat zij op deze manier kennis maken met de manier waarop je een drive speelt.

Er worden 21 spellen gespeeld, in zeven ronden. De spellen zijn speciaal op moeilijkheidsgraad geselecteerd en er zijn twee lijnen: een voor echte beginners en een voor iets gevorderden.

Dit jaar deden 28 paren mee, 11 meer dan vorig jaar.

De deelnemers kwamen uit lesgroepen in het Gooi en in Almere. Er waren vooral veel cursisten van het Denken en Doenproject, dat op dit moment in Almere wordt uitgevoerd.

Op zaterdag 28 april had om 13.00 uur bijna iedereen het Denksportcentrum van Almere gevonden en het aangeboden kopje koffie opgedronken. We konden beginnen.
De deelnemers kregen een loopbriefje, zodat ze precies konden zien aan welke tafels ze moesten spelen en tegen wie.

Voor de spelers hadden de biddingboxen geen geheimen meer, hier is volop mee geoefend. Maar niet iedereen kon overweg met de kastjes, waarin de administratie moet worden bijgehouden. De speler die Noord zit moet het spelnummer invoeren, het contract en het resultaat.
Gelukkig was er volop hulp aanwezig van de begeleidende docenten.

Al gauw deed zich het merkwaardige bridgedrivefenomeen voor: de geanimeerde gesprekken verstommen, het wordt stil in de zaal want iedereen concentreert zich op het bieden. Na een halfuur zijn de eerste tafels klaar met spelen en begint het geroezemoes weer.

Na veel heen en weergeloop (waar is tafel B6?) vindt iedereen zijn plekje weer voor de volgende ronde en wordt het weer stil.

Voor veel beginners is een halfuur niet lang om drie ingewikkelde spellen te bieden en te spelen, maar de wedstrijdleider probeerde er toch een beetje de vaart in te houden. Het was immers wel de bedoeling dat iedereen om zes uur de avondmaaltijd thuis zou kunnen gaan gebruiken…

Na 12 spellen was het tijd voor een welverdiende pauze, na een kwartier was iedereen terug om de laatste drie ronden af te werken.

Hier en daar zag je rode hoofden van de inspanning en hoorde je gezucht en gekreun.

Kwamen ze in spel 13 niet te hoog? De paren die netjes op tweehoogte bleven deden het goed, want er zit geen manche in.
De leiders die hun speelplan maakten (allemaal natuurlijk!) zagen dat ze drie of vier slagen zouden moeten afgeven, afhankelijk van waar de Klaverheer en de Ruitenheer zich bevonden. Je zou ze er allebei uit kunnen snijden, maar dan moet je wel voldoende entrees hebben…

Uiteindelijk lukte het vier paren om in het juiste contract te komen, een paar ging jammer genoeg een down, maar Ank en Ton Maarseveen haalden zelfs tien slagen, goed voor 100%

Er kon op spel 7 klein slem SA geboden worden, maar dit was nog een beetje te moeilijk. Bijna iedereen bleef steken in 3SA en maakte dit met overslagen. Eén paar was wel heel overmoedig en bood 7 SA. Dat ging eentje down.

De catering verblijdde iedereen aan het eind van de middag nog met een lekker loempiaatje en toen was iedereen uitgespeeld.

De uitslag liet op zich wachten, want de computer vertoonde kuren. Vier specialisten kregen het niet voor elkaar  de complete uitslag uit de printer te laten rollen, dus er kon alleen een voorlopige eindstand zonder percentages voorgelezen worden.

In het slot-toespraakje complimenteerde de wedstrijdleider de aanwezigen: hij had geen enkel onderscheid kunnen zien met een gewone speelavond: het leek wel alsof alle aanwezigen al hun leven lang gebridged hadden en zelfs de bediening van de kastjes ging helemaal goed.

Hij wees de bridgers erop dat er nu een deur voor hen geopend was: er worden overal in het land drives georganiseerd waar ze vanaf nu aan mee kunnen doen en ze zijn natuurlijk van harte welkom als lid van een van de Gooise bridgeverenigingen.

De drie paren die in beide lijnen het hoogst geëindigd waren mochten een prijsje uitzoeken dat door de NBB beschikbaar was gesteld.

Het was een geslaagde middag, na afloop ging iedereen tevreden naar huis.
Er was een boekje beschikbaar met de gespeelde spellen, voorzien van deskundig commentaar.

Dank aan de wedstrijdleiding (Wolter Jan Mulder, Ed Nijhuis, Carel Horstmeier, Gerrie Zijlstra en Martin Minnema) en aan de NBB.

 

De frequentiestaten van de Toekomstdrive zijn nu beschikbaar op de site van BC Almere, de spelverdelingen niet omdat deze spellen vaker gebruikt moeten worden.
Klik hier. 

De einduitslag:

 

Bridgers moeten btw gaan betalen

Bridge ligt zwaar onder vuur bij de Volkskrant.

Eerst schaffen ze de bridgerubriek van Kees Tammens af, dan zien ze er van af onderstaand stuk te plaatsen.
Niet getreurd, dan publiceer ik het op deze plek voor een veel selecter publiek.

Het artikel is een reactie op dit bericht in de Volkskrant van donderdag 29 maart:

Slecht plan voor bridgend Nederland

Het ziet er naar uit dat bridgeverenigingen btw moeten gaan betalen en dat hierdoor minder mensen lid zullen worden of blijven.

Dit zou heel erg jammer zijn.

Als bridgedocent en bestuurslid van een bridgeclub zie ik van nabij hoe belangrijk deze sport is voor met name ouderen. Voor hen is de wekelijkse speelavond een belangrijk punt in de week, een moment waarop ze onder de mensen verkeren en hun hersenen intensief gebruiken.

In het kader van Denken en Doen, een project dat opgezet werd om ouderen uit hun sociale isolement te halen en te stimuleren geestelijk actief te blijven voerde ik tientallen intakegesprekken.

Ouderen werden uitgenodigd bridge te leren en lid te worden van een club. Op deze manier zouden ze contacten opdoen hun brein soepel houden.

Tijdens deze gesprekken kwam iedere keer naar voren dat inwoners van onze gemeente grote behoefte hadden aan een dergelijk aanbod. Een mevrouw vertelde dat ze sinds het overlijden van haar echtgenoot elke avond voor de televisie zat en nauwelijks nog het huis uitkwam. Een ander was na een verblijf van vele jaren op de Antillen geremigreerd en had heel weinig sociale contacten.

Het tweede project is inmiddels in volle gang, 170 deelnemers zijn inmiddels enthousiast aan het bridgen. Ze ontmoeten elkaar ook buiten de lessen om, regelmatig organiseert een van hen een wedstrijdje thuis.

Een bridgester van 83 speelt meerdere keren per week en is er van overtuigd dat haar leven er heel anders uit zou zien als ze dat niet zou doen. “Ik zou wegkwijnen achter de vitrage en waarschijnlijk al behoorlijk dement zijn.”

Bridgen biedt als geen andere sport de mogelijkheid om geestelijk gezond en sociaal actief te blijven tot op zeer hoge leeftijd. Een van mijn cursisten was 99 jaar toen hij begon met de lessen.

Het lidmaatschap van een club is relatief goedkoop, toch kan de hoogte van de contributie voor sommige mensen een belemmering zijn. Een echtpaar vertelde dat zij graag geld wilden besteden aan hun kleinkinderen en dat zij nog net een autootje konden betalen, maar dat er geen geld was om het bridgen te betalen. Als de contributie wordt verhoogd zou dit de drempel nog hoger maken.

Er speelt nog een element een rol als in de toekomst btw moet worden betaald: verenigingen zullen hun financiële administratie moeten aanpassen, want er moet een aparte boekhouding worden bijgehouden. Dit levert een extra belasting op voor de bestuurders die deze taak op zich zullen moeten nemen. Deze vrijwilligers steken al erg veel tijd en energie in het draaiend houden van hun club, die zonder hun inspanningen niet zou kunnen bestaan.

Het is een feest voor het oog als je kijkt naar een zaal vol bridgers. Als de wedstrijdleider heeft aangegeven dat de wedstrijd een aanvang kan nemen wordt het ineens muisstil. Enthousiast en geconcentreerd proberen de spelers hun tegenstander te overtroeven. Tussen de ronden zwelt het lawaai weer aan: er worden geanimeerde gesprekken gevoerd, soms over het zojuist gespeelde spel maar heel vaak over andere, nog belangrijker zaken.

Het is waar dat bridgen een denksport is, die zittend kan worden uitgeoefend. De koffie wordt niet hardlopend gehaald en punten worden niet door spectaculaire lichamelijke acties gescoord. Maar onder de grijze haren gebeurt er des te meer. Goed bridge vereist analytisch denken, goed onthouden en af en toe sluwe misleiding. Daar steekt de marathon eigenlijk mager bij af.

Ik hoop dat de staatssecretaris een weg vindt om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen kunnen blijven bridgen.  Als bridge hiervoor het label sociaal-culturele activiteit moet krijgen in plaats van denksport lijkt me dat geen enkel bezwaar.

 

Waarom ik niet van Butler houd

Als het jaarprogramma van de bridgeclub wordt opgesteld is er steevast discussie over twee onderwerpen: de Kerstdrive en wel of niet Butler.

Voor de niet-bridgers die inmiddels nog niet zijn afgehaakt: bridge kent verschillende manieren om de punten te tellen.
In parenwedstrijden krijg je voor elk spel apart een score, uitgedrukt in procenten. Als je dit spel het beste hebt afgespeeld of tegengespeeld krijg je 100 %, het paar dat dit het slechtst heeft gedaan krijgt 0%.
Als de Butlertelling wordt gehanteerd wordt je score uitgedrukt in IMP’s. In deze telling worden de prestaties van jouw partnership anders gehonoreerd, de precieze manier is niet zo interessant, wel de gevolgen als je een fout maakt.
Waar je in een parenwedstrijd kan worden afgestraft met een nul voor een slecht spel, is het heel goed mogelijk dat je de wedstrijd alsnog wint. Als je bij Butler in de fout gaat kan je het voor de rest van de avond wel vergeten. Soms krijg je zo’n slechte score dat je dit zelfs niet met tien mooie andere spellen kunt “repareren”.
Omgekeerd kan je in Butler heel mager scoren, ook al heb je heel goed gespeeld. In paren wordt goed spelen altijd beloond.

Voorbeeld:

In spel 12 hebben alle paren NZ het contract van 3 SA gespeeld. Twee paren  maakten 11 slagen (3SA + 2). Ze speelden goed af (of kregen een cadeautje van de tegenstanders). In een parenwedstrijd zou dit beloond worden met een hoog percentage (ongeveer 90%). Bij de Butlertelling (zoals in dit geval) krijgen de besten één mager impje.

In spel 21 zit één paar in een heel slecht contract: klein slem ruiten.
Hun tegenstanders (laten we hen voor het gemak Frans en Martin noemen) vinden de goede uitkomst of switch niet (ze kunnen zich niet voorstellen dat hun tegenstanders zo slecht geboden hebben) en het contract wordt gemaakt.
De slecht-slem-bieders scoren hiermee 12 impen, hun onfortuinlijke tegenstanders moeten -12 noteren.
De trieste eindbalans van deze Butleravond voor Frans en Martin: -28 imps.

Reken even mee: als de goede uitkomst of switch in spel 21 wel gevonden was hadden wij niet -12 gescoord, maar iets in de buurt van +12! 24 punten in de kering dus, op één spel! De einduitslag zou dan -4 geweest zijn ipv -28.

Daarom heb ik zo’n hekel aan Butler.
Jammer genoeg zijn er ook veel aanhangers van deze absurde telling, dus een aantal avonden per jaar moet ik mij verbijten.

Kerstdrive

Een ander punt van de discussie is de invulling van de feestelijke Kerstdrive. Er is een school die graag gewoon paren speelt, met de eigen partner. Het feestelijke element kan ingebracht worden door boom, ballen en lekkere hapjes. De winnaars krijgen een mooie prijs.
Anderen vinden kerst juist een uitstekende gelegenheid het bridgespel eens op een aparte, ludieke wijze te spelen. Vaste partnerships worden opgebroken (je moet ineens met anderen spelen), er wordt een bonus gegeven op raar spelen (zorgen dat je zo veel mogelijk down gaat, of dat je de laatste slag met ruiten 7 maakt) of er worden nieuwe regels bedacht.
Je begrijpt tot welke school een purist als ik behoort.
Deze kerst wordt het weer zuchtend wachten op de verlossende  laatste ronde.

Tot slot: na afloop van ons gezamenlijke baantjestrekken in het zwembad, (waarbij we het voortdurend over bridge hebben),  liet ik mij onder de douche  tegen mijn bridge/zwemmaatje ontvallen: “Vanavond lekker paren!”.
Het leverde enkele verwonderde blikken op.

Paren:        9
Butler:        3

Beginnende bridgers spelen hun eerste drive.

Carmiggelt was geen bridger

Enige tijd geleden heb ik het plan opgevat het complete oeuvre van Simon Carmiggelt te lezen. Geen geringe taak, zijn bibliografie beslaat vier A’4-tjes. Ik ben inmiddels bij boek nummer 24 en heb er nog geen genoeg van.

Ik lees elke dag een paar verhaaltjes, ze zijn maar kort, en sla af en toe via Marktplaats mijn slag als de voorraad boeken opraakt.

Carmiggelt is een meester in beschrijven en karakteriseren van personen. Hij kan “gewone” mensen prachtig tot leven wekken, hun belevenissen zijn vaak heel herkenbaar.

Zijn verhalen zijn natuurlijk wel gedateerd. Het valt me op hoe vaak hij woorden, citaten of namen gebruikt, die nu bij heel veel lezers vraagtekens zullen oproepen. In Carmiggelt’s wereld zijn vrouwen soms nog juffrouw, lopen obers en kelners rond, hebben auto’s een choke en ben je stokoud als je 69 jaren telt. Hij vertrouwt erop dat je Gorter en Rimbaud kunt plaatsen en gebruikt het woord billijk als hij niet duur bedoelt.

Mij stoort het niet, ik houd wel van archaïsch taalgebruik en berust er met betrekking tot de namen en citaten in dat mijn generatie minder weet dan de vorige. Hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden van elke generatie.

Mooi bridgeverhaal

Af en toe ontmoeten twee hobby’s elkaar. In de bundel Je blijft lachen kwam ik het verhaal Eender tegen.
Carmiggelt observeert een echtpaar dat zojuist heeft deelgenomen aan een bridgedrive. Hij en zijn vrouw zijn aanvankelijk jaloers op hen, omdat ze zoveel eendracht uitstralen en kennelijk zo genieten van hun gezamenlijk tijdverdrijf. Aan het slot blijken de zaken iets gecompliceerder te liggen.

 

Hij voert het bridgende echtpaar sprekend in, maar er klopt niet veel van wat ze zeggen. Carmiggelt is duidelijk zelf geen bridger.

“Kijk, als ik open met een kleine harten, dan heb ik toch drie heren nodig, Jan?”

“Tja, met twee Sans ga ik toch zó down, Lies, als ik niet weet waar ’t klaveraas zit?” “Tuurlijk, dat kon je ook niet weten, want ……” Enzovoort.* 

*Je kunt niet openen met een kleine harten, je kunt er wel eentje bijspelen.
Ik kan me geen enkele situatie voorstellen waarbij het van belang is drie heren te bezitten om te mogen bieden. Als je maar genoeg punten hebt doet het er niet toe welke plaatjes je hebt. Je gaat niet met 2 sans down, je kan in een sanscontract down gaan. Twee Sans Atout kan inderdaad een verkeerd contract zijn als de positie van klaveraas cruciaal is. Als die in de veilige hand zit is er geen vuiltje aan de lucht, maar als de verkeerde kant aan slag komt wordt er dwars door je harten gespeeld (de heer stopt dan niet meer) en kom je onherroepelijk in dwang of krijgt afgooiproblemen.

 Wonderlijk tijdverdrijf

Bij mensen die niets van bridge weten schemert vaak door dat ze het eigenlijk maar raar vinden dat anderen zich ermee bezighouden. Een lezeres van dit blog vertelde me dat ze bij het lezen van mijn bridge-stukje associaties had met de fantastische sketch van Jiskefet (Stiften).

Mijn moeder ging nog een stapje verder: ze vond alle kaartspellen raar. Had dit wellicht iets te maken met haar Calvinistische opvoeding? Ze ontleende een zekere superioriteit aan het feit dat ze zich niet met dergelijke onzin inliet. Toen ze mijn schoonvader ontmoette, die een enthousiast klaverjasser was, verklaarde ze trots dat ze de ene kaart niet van de andere kon onderscheiden. Ze verwachtte waarschijnlijk bijval, maar ontlokte slechts de terechte opmerking: ”Dat is dan knap stom”. Gelukkig kon ze daar wel om lachen.

Ook Roald Dahl schreef  over bridgers

Het verhaaltje van Carmiggelt deed me denken aan het prachtige korte verhaal van Roald Dahl: My Lady, my Dove. Hierin komen ook twee bridgende echtparen voor, waarvan er een vals speelt….
Aan het eind zit natuurlijk weer zo’n magnifieke Roald Dahl-twist.  Lezen!

 

 

 

 

Havenkomtoernooi

Voor de veertiende keer organiseerde bridgeclub Almere het Havekomtoernooi.

In dit toernooi spelen zo’n honderd paren tegen elkaar in 7 Horecagelegenheden aan de Havenkom van Almere Haven. In elk restaurant worden vier spellen gespeeld, dan moet je naar een ander.

Het is elk jaar weer een feest om mee te doen, op de een of andere manier schijnt altijd de zon. Tussen de spellen door kan je lekker even buiten zitten, de lunch is bij het derde restaurant waar je speelt.

Het is altijd afwachten wie je tegenover je krijgt: het kunnen lieve oude dametjes zijn die voor het eerst ergens anders dan in de huiskamer bridgen, het kan ook een door de wol geverfd paar zijn dat zich normaal gesproken in veel hogere bridgeregionen beweegt.

Wij kwamen ze afgelopen zaterdag allebei tegen. Samen met nog 32 paren van onze bridgeclub beproefden we onze vaardigheden en vooral ons geluk in 27 spellen. In totaal deden 112 paren mee.

Al bij de tweede ronden moesten we tegen het paar spelen dat later met een monsterscore van bijna 73% eerste zou worden. Dat wisten we niet toen we aanschoven, misschien hadden we wel nattigheid moeten voelen toen we hun systeemkaarten onder ogen kregen: zo’n beetje elk bod had een andere betekenis dan normaal en op verschillende plekken stond de aanmaning “vraag vooral naar de betekenis”.

Argeloos deed mijn partner een iets te licht tussenbod, dat direct een strikje kreeg (het werd gedoubleerd). Toen de rook opgetrokken was moesten we -3 noteren, 500 punten voor de tegenpartij en een nul voor ons. Er zat voor hen 3 SA in, maar niet kwetsbaar levert dat maar 400 punten op.

Bij het volgende spel bood mijn partner 2 Klaver nadat tegenstander Oost met 1 Schoppen geopend had, een heel normaal volgbod. Na een verhoging tot 4 Schoppen was ik aan de beurt. Ik had 11 punten, een vierkaart Schoppen tegen en ook nog eens een singleton in mijn partner’s kleur. Ik wist dat de tegenstanders hooguit 20 punten hadden, ik zat tegen in Schoppen, dus vol vertrouwen doubleerde ik.  Dat contract zouden wij eens even fijn downspelen!

Het liep even anders. 4 Schoppen gedoubleerd + 1. Weer een nul voor ons.

Dit was het spel, OW geven alleen een klaver en een ruiten af, mijn vierkaart troef deed niks….

Dat we op vijf andere tafels ruim boven de 50% scoorden en op de zesde 49% mocht niet veel meer baten, een hoge plaats zat er voor ons niet meer in. We werden uiteindelijk 24e met 56,30 %.

In Restaurant Brons vroegen enkele dames van een andere tafel na het eerste spel of wij even wilden helpen met het invoeren van de score in de bridgemate. Er was aan de tafel niemand die hier ervaring mee had.
We maakten duidelijk dat dit niet kon: we moesten de spellen zelf ook spelen. Ik bood aan na afloop de vier scores er even in te zetten. Ik kreeg een briefje met daarop de contracten en het resultaat.
Bij het invoeren realiseerde ik me dat ik er niet omheen kon ook de uitkomst in te voeren, en die wist ik niet.
Omdat de tijd drong besloot ik maar bij elk spel dat de uitkomst klaver 2 moest zijn geweest. (Ik stelde me wel even voor  dat de dames de spellen na afloop zouden gaan analyseren en dat ze vervolgens elkaar in de grijze haren zouden vliegen als ze constateerden wat de uitkomst was geweest: “Waarom ben je daar nu mee uitgekomen? Je had de klaver 2 niet eens!”)

We hadden een fijne dag, het was weer een geslaagd toernooi. Volgend jaar nieuwe kansen!

 

Terschelling bijgehouden II

Slimme Duitsers

We maakten opnieuw de bunkerwandeling, we hoefden niet bang te zijn dat alles hetzelfde zou zijn als vorig jaar. De vrijwilligers zitten niet stil, er is weer heel wat bijgekomen.

Naast de opgeviste motor van een Engelse WO II bommenwerper is ook het restant te zien van een Udet Boje. Dit was een uitvinding van de hoogste luchtmachtofficier, Ernst Udet. Hij vond dat er iets geregeld moest worden voor de piloten die in het Kanaal terecht kwamen nadat hun vliegtuig was neergeschoten. Ze moesten een veilig heenkomen hebben, waar ze konden wachten op redding.

Hij liet vierkante boeien ontwerpen, die op regelmatige afstand voor de kust van Frankrijk verankerd werden.
In deze boeien was plaats voor enkele vliegers. Er was voedsel en droge kleding, een radio om hulp in te roepen en zelfs gezelschapsspelletjes waren niet vergeten.


In de praktijk hebben deze boeien nooit dienstgedaan: door hun vierkante vorm waren ze erg windgevoelig en de verankering deugde niet. De meeste sloegen op drift en strandden.
De RAF gebruikte de boeien ook als schietschijf.
Een van de lobster-pots, zoals ze door de Engelsen genoemd werden, spoelde aan op Terschelling en is onlangs met veel moeite opgegraven.

 

Bridge

Als we op de camping staan gaan we op donderdagavond meebridgen op de Bridgeclub Terschelling. Dat is deze zomer vier keer geweest, we mochten ook nog de Terschellinger eer verdedigen tijdens een kroegendrive. Dat laatste was niet zo geslaagd, we werden voor de zoveelste keer verslagen door onze tegenstanders, die elk jaar hun boot speciaal in West aanleggen om ons te vernederen.

De gewone bridgeavonden verliepen beter, op 10 augustus werden we zelfs eerste!

Het gebeurt vaak dat je wint omdat je een aantal cadeautjes hebt gekregen, dat was bij ons ook het geval.
Spel 9 was niet zo’n ingewikkeld spel. De voornaamste moeilijkheid is erachter te komen of je 6 Harten moet spelen of (het iets beter scorende) 6 SA.
6 Harten lijkt veiliger, vooral omdat de schoppen wel eens erg zwak zouden kunnen zijn. Maar ook voor 6 Harten is schoppenaas of -heer nodig……
Twee paren bereikten het onverslaanbare 6 SA, wij boden en maakten 6 H, toch nog goed voor 65% omdat 4 paren het slem niet boden (met 33 punten).  Een paar bood 6 SA en zag kans 2 down te gaan. Hoe is me een raadsel.

Spel 17 is heel interessant omdat hier de check-back-Stayman conventie geweldig zijn werk deed:
De bieding: Noord past. Oost biedt 1 Ruiten, Zuid past ook en West biedt 1 Schoppen. Oost heeft als rebid 1 SA (2 Harten zou reverse zijn). West vraagt nu dmv 2 Klaver aan haar partner diens hand nader te omschrijven. Ik antwoordde  2 Harten (partner, ik heb een vierkaart Harten die ik in eerste instantie niet noemen kon).
Greet (West) dacht de bieding te besluiten met 3 SA. Ik was echter nog niet uitgepraat. Ik wist nu dat Greet niet op zoek was geweest naar een vierkaart Harten (dan zou ze wel 4H hebben geboden), maar naar een driekaart steun voor haar 5-kaart Schoppen. En die had ik ook! Heel vaak is 3 SA het eind van de bieding, dit keer niet. De manche in een hoge kleur heeft de voorkeur boven 3 SA, dus ik bood nog 4 Schoppen. Uitkomst Ruiten 5, 4+ 2 gemaakt (een klaver introeven, dan is de rest vrij. Je geeft alleen Schoppen Heer af).
Niemand bood slem (je hebt ook maar 29 punten), twee paren misten de manche, 4 paren zaten in het heel gevaarlijk 3 SA (gaat net goed omdat de Harten 4-4 zitten) en twee paren hadden maar 1 upslag in 4S. 95%.

Porsche

Regelmatig rijdt er langzaam een stokoude rode tractor over het kampeerterrein. Hij heeft een vorklift waarmee hij de grote containers met vuilnis kan vervoeren. De motor produceert een luid, stampend geluid.

 

Op het eerste gezicht dateert het mooie mechanische werkpaard uit de jaren twintig, maar enige research leert dat hij zo’n 60 jaar oud is.
Tot mijn verbazing zie ik dat het hier om een Porsche gaat. Bij deze merknaam denk je meestal aan een ander soort vervoermiddel.

Niet lang geleden las ik in de Volkskrant de rubriek Vakantieliefde. Hierin beschrijft Corine Koole romantische ontmoetingen vanuit twee gezichtspunten.
Toen ik de volgende passage las:

De volgende dag trof ik hem vlak voor ons vertrek aan op de rode trekker waarmee ze op de camping het vuilnis wegbrengen. Zo’n ouderwetse Porsche die zo’n enorme herrie maakt. Hij stapte af en geleund tegen de tractor kuste hij mij opnieuw, net lang genoeg om mij te laten merken dat hij geen spijt had van de nacht ervoor.

en er ook nog sprake was van een duinmeertje wist ik dat ze op camping de Kooi had gestaan.

Hier staat het hele verhaal.

Zou dit de jongen zijn met wie ze het tentje is ingedoken?

Friet

Als je vanuit West langs het water van de Waddenzee fietst voert het fietspad je direct na de Stayokay (vroeger heette dat jeugdherberg) even landinwaarts. Je komt dan langs een piepklein bouwseltje, dat bij nader inzien een zeecontainer is waarvan het achterste driekwartdeel is afgezaagd. Dit is vast de kleinste friettent van Nederland.
Je kunt er alleen friet en ijs kopen. Als je wilt kan je zelf je friet snijden, wat bij mij herinneringen oproept aan snackbar Marja in Amsterdam. Daar stond ook zo’n fritessnijder, maar daar mocht ik toen natuurlijk niet aankomen.
Als je je portie hebt gekregen (met mayonaise, niet met die vermaledijde fritessaus) kan je op een houten bankje plaatsnemen en gaan genieten.
Wat is het lekker! Van buiten een heerlijk knapperig korstje en zacht van binnen.
Hier kan zelfs de Vlaamse frites uit de Voetboogsteeg in Amsterdam niet aan tippen. Ik denk dat het zelfs lekkerder is dan de patat die je in Den Haag kan eten bij Bik.

Friteria (ondanks de vreselijke naam)          10+

Vallende sterrentocht

We kochten twee kaartjes à 40 euro voor een tochtje met zeilschip Willem Jacob op de avond van 13 augustus 2017.
Astronomen hadden uitgerekend dat er deze nacht heel veel vallende sterren (wat natuurlijk helemaal geen vallende sterren zijn) te zien zouden zijn.
De boot zou ver van het vervuilende licht voor anker gaan, zodat je rustig naar boven kon kijken zonder afgeleid te worden.

We hadden enige moeite de klipper te vinden, ze lag als derde aangemeerd, zodat we over twee andere schepen moesten klauteren om aan boord te kunnen komen. We werden niet verwelkomd en kregen ook geen hulp. Gelukkig belandde geen van ons tussen de wal en het schip. Of tussen het schip en het schip.
Aan boord van het prachtige voormalige vrachtschip uit 1889 bleek dat er heel wat meer belangstellenden waren.
Er bevond zich een gezelschap dat al enkele dagen op weg was met dit schip, wij mochten ons voor enkele uurtjes bij hen voegen.
Dat is niet zo’n heel fijne constructie: het bestaande gezelschap beschouwt je min of meer als indringer en jij voelt je een beetje tweederangspassagier.
De organisatie vond meevaarders laten aanmonsteren kennelijk wel lucratief, want ze hadden er heel wat geboekt. Het was lastig een goed plekje te vinden en je kon de waddengids (die een boeiend verhaal vertelde over het leven op het wad) en astronoom Peer niet goed verstaan omdat je niet dichtbij hen kon komen.
Zeilen op een oud zeilschip is prachtig, maar je zit als landrot altijd op de verkeerde plaats, je wil wel helpen maar weet niet aan welk touw je moet trekken. Als het dan ook nog donker en koud wordt….
Het schip voer gedurende enige tijd van het eiland weg, waarbij met ontstellend veel moeite de grote zware zeilen werden gehesen (ook de zwaarden moesten omhoog en weer omlaag). Gelukkig gingen we maar een keer overstag: je moet dan heel goed opletten dat je niet van boord geveegd wordt door de giek. Je zou dan in het koude zeewater belanden zonder zwemvest, want die waren op.
Na een tijdje gingen we voor anker, wat eigenlijk niet nodig was geweest want we zaten aan de grond. De schipper maakte zich zorgen, maar ik zei niets tegen mijn medereizigers, want dan worden ze alleen maar ongerust.
We waren ook nog over een boei heen gevaren. De schipper had die niet gezien, omdat de waddenman op het voordek stond te praten over roerdompen en zeevalken.

Toen het schip stillag gingen we allemaal naar boven kijken. Nu diende zich de persoon aan die altijd deel uitmaakt van een gezelschap dat voorlichting krijgt van een deskundige: de man die alles beter weet dan de gids. Als hij een vraag stelt is dat niet omdat hij geïnteresseerd is in het antwoord, maar om te laten blijken hoeveel hij weet.
Als Peer ons probeerde uit te leggen waar Cassiopeia zich bevond, of Pegasus, kwam hij ertussendoor met een nog onbegrijpelijker verhaal. Voor mij lijken alle sterren op elkaar, ik kan alleen de Grote Beer vinden (de steelpan).


Het was net zo erg als een gesprek tussen twee vogelaars: ze hebben het voortdurend over zaken waar je niets van afweet (en ook niet zo vreselijk in geïnteresseerd bent).

Ik had het koud, ik lag niet lekker op de harde dekplanken en ik moest opletten dat er niet iemand in het donker bovenop mijn hoofd ging staan.
Op aanraden van Peer ging iedereen op een gegeven moment aan bakboordzijde zitten, omdat je aan stuurboord last had van vuurtoren de Brandaris. Die doen ze nooit uit, zelfs niet als we vallende sterren moeten zien. Het werd nog voller. De boot kon gelukkig niet kapseizen, we lagen immers op een zandplaat.

Toen het tijd was om te vertrekken werd (weer met ongelukkige passagiers zwetend aan de lieren) het anker gelicht en kon de motor ons met veel lawaai vlot trekken.
We waren blij weer voet aan wal te kunnen zetten. Overigens een knap staaltje stuurmanskunst van schipper Ruth: in het donker aanmeren.

Ik heb twee vallende sterren gezien.

 

Zeilen op een mooie klipper als je daarvoor gekozen hebt (overdag):    8

Zeilen als tweederangs passagier als je eigenlijk voor vallende sterren komt (’s nachts):      4

http://www.willemjacob.nl/nl/het_schip/

 

Terschelling, tot volgend jaar!

Over de zwakke twee en het stopkaartje

Veel bridgers hebben de Multicoloured 2 Ruiten op hun systeemkaart staan.
Dit is een mooie conventie, maar tamelijk ingewikkeld. Je kunt er heel veel instoppen, maar het komt er bijna altijd op neer dat het om een zwakke twee in harten of schoppen gaat.
Ik neem meestal niet eens de moeite om me af te vragen hoe de hand van de openaar eruit ziet, ik kan meestal aan mijn eigen hand al zien welke zwakke twee hij heeft.

Mijn partners en ik zien wel degelijk de kracht in van de zwakke twee-opening (in ieder geval een zeskaart, liefst twee plaatjes en vanaf een punt of acht) en gebruiken die dan ook volop, vaak met succes.
De tegenstanders hebben er vaak geen goede verdediging tegen en eindigen vaak te hoog, te laag of in de verkeerde speelsoort. Of ze laten ons spelen terwijl ze dat zelf hadden  moeten doen.
We hebben hier natuurlijk niet de ingewikkelde Multicoloured voor nodig. We openen gewoon op tweehoogte en kunnen dus ook 2 Ruiten zwak spelen. Regelmatig nemen tegenstanders niet de moeite op onze kaart te kijken en gaan er van uit dat het in dit laatste geval om de multicoloured gaat. Ze wijzen ons er dan gepikeerd op dat er gealerteerd moet worden, wat natuurlijk in ons geval niet hoeft omdat de opening natuurlijk is.

Afgelopen speelavond kwam dit spel langs.

Ik zat Oost en zag drie groene paskaartjes verschijnen.
In zo’n geval is het vaak verstandig ook te passen, kwetsbaar met negen punten openen is meestal geen goed idee. Maar de ervaring leert dat degene met de schoppen vaak de pineut is bij een rondpas. (In dit geval zou het niet opgegaan zijn, passen leverde OW bijna 54% op).
Maar wij hebben onze mooie zwakke twee opening tot onze beschikking, ik hoefde niet bang te zijn dat mijn partner overenthousiast zou worden (zelfs met een maximale gepaste hand zou ze niet tot leven komen) en met een beetje fantasie beantwoordde mijn hand aan de eisen voor een 2 Schoppenopening. Ik hoopte dat mijn partner wat nuttigs voor me mee zou brengen.

Omdat ik met een sprong opende legde ik natuurlijk eerst het rode stopkaartje neer en daarna mijn bod.
Mijn linkertegenstander informeerde naar de betekenis van mijn openingsbod, kreeg antwoord van mijn partner en legde 2 Harten neer.
Toen hem te verstaan werd gegeven dat hij een onvoldoende bod had gedaan veranderde hij zijn bod in 3 Harten.

Dit is natuurlijk een situatie waar eigenlijk de arbiter aan tafel geroepen moet worden. De regel dat er voor een sprong het stopkaartje moet worden vertoond is exact om een probleem als dit te voorkomen ingevoerd.
De tegenstander kan zich nooit beroepen op een vergissing, het signaalrode stopkaartje kan hem immers nauwelijks ontgaan zijn.

Vroeger kenden we het stopkaartje niet. Een arbiter kon dus nooit een eerlijk besluit nemen: heeft de speler zich echt vergist of op deze manier stiekem ongeoorloofde informatie verstrekt? (Partner: ik heb niet zoveel, verwacht niet veel punten bij mij).

Zoals gewoonlijk lieten we het er maar bij zitten (ik had zo mijn twijfels, want het betrof hier een zeer geroutineerde speler).

Noord Zuid mocht 3 Harten spelen en ging twee down (84% voor ons). De leider speelde een beetje onhandig, hij kan min 1. Lekker pûh.

Nawoord: bij nader inzien head Zuid wel degelijk een “normaal” 3 Hartenbod. Hij heeft eerst gepast, dus partner kan een hand zoals de zijne wel ongeveer verwachten. Geen reden om een trucje uit te halen.
Maar hij moet wel beter afspelen!

 

Een paskaartje en een stopkaartje voor linkshandigen.