Over walvisachtigen en een stoffig schoolplan

Een van de taken van een schooldirecteur is het schrijven van een schoolplan.

Toen het moment was aangebroken dat ik er niet meer aan ontkomen kon het mijne te schrijven keek ik eerst naar het oude plan, geschreven door mijn voorganger, dat ergens verborgen diep achter in de kast stond. Ik was er niet bijster enthousiast over en vond dat ik het niet kon gebruiken als basis voor mijn stuk.

Ik onderzocht welke eisen mijn bestuur aan vorm en inhoud stelde en deed wat research op het internet.
Aan de hand hiervan schreef ik mijn plan, en probeerde er ook werkelijk iets van te maken: ik heb er grote moeite mee dingen voor de vorm te produceren.

Toen het klaar was wist ik dat het voldoende kwaliteit had. Geen negen of tien, maar zeker wel een 7. Er stonden in ieder geval geen taalfouten in. Ik was blij dat ik mijn tijd weer kon besteden aan nuttige dingen.

Tot mijn verbazing kreeg ik het plan na verloop van tijd terug, er was een checklist bijgevoegd. Een medewerker van het bestuursbureau had mijn werkstuk doorgevlooid en vinkjes gezet als hij een onderdeel op zijn lijst terug had gevonden.
Er ontbraken nogal wat vinkjes, dus ik kreeg de opdracht mijn werk over te doen.

Op zo’n moment kan je het beste even een ommetje maken, want als je in je boosheid de telefoon oppakt kunnen er vervelende dingen gebeuren.

Ik voelde een enorme weerzin om me weer bezig te moeten houden met iets wat in mijn ogen af en goed was. Ik had het heel druk met andere, belangrijker dingen. Ik zou me nu weer moeten buigen over een schoolplan dat uitsluitend voor de vorm op een school aanwezig moest zijn. Het diende geen enkel doel, het zou de komende jaren stof staan te vangen. De school zou prima draaien ook zonder dit plan.

Maar je weet hoe de dingen gaan, ik besteedde er heel wat uren aan om ervoor te zorgen dat alle vinkjes konden worden gezet.

Ooit heeft één vader eens naar het schoolplan gevraagd. Ik gaf het hem mee en heb er nooit meer iets over gehoord.
De inspectie informeerde uiteraard ook naar het bestaan ervan, ook deze instantie bestaat bij de gratie van afvinklijstjes.

Er stonden nog meer stoffige mappen in de kast: de Protocollen.

Je kunt het zo gek niet bedenken, of een school moet er door middel van een actueel protocol op voorbereid zijn. Ze zijn meestal het resultaat van veel knip- en plakwerk en staan er alleen maar voor de vorm. Mocht een school ooit aangeklaagd worden, dan kan op het bestaan ervan gewezen worden. We zijn ingedekt!

Van het schoolpersoneel wordt vanzelfsprekend verwacht dat het adequaat optreedt in elke situatie, of daar nu een protocol voor bestaat of niet. Iedereen weet dat er op een school elk moment dingen gebeuren kunnen die niemand had kunnen voorspellen en waar dus ook geen protocol voor is geschreven.

Een leerling van groep 2 lag bewegingsloos in de gang, was niet aanspreekbaar en volledig slap; op het schoolplein gingen drie ouders met elkaar op de vuist; een gescheiden vader kwam zijn zoontje ophalen terwijl de moeder dit uitdrukkelijk verboden had, omdat het risico bestond dat haar zoontje naar het buitenland zou worden ontvoerd.  De man dreigde met geweld.

We hebben als team professioneel gehandeld en de zaken tot een goed einde gebracht, ondanks het feit dat we er geen protocol voor hadden.

Zo staan anno 2017 de zaken ervoor: controleren, indekken, afrekenen en verantwoording zijn de sleutelwoorden geworden, professionals krijgen hoe langer hoe minder ruimte hun werk zelfstandig uit te voeren zonder druk van buitenaf.

Managementlagen en Inspectie moeten hun bestaansrecht bewijzen en doen dit door voortdurend op de nek van de uitvoerders te gaan zitten.

De papierwinkel neemt absurde vormen aan, niet alleen in het onderwijs maar ook op andere terreinen.
Ik ontdekte een prachtige illustratie van de volkomen doorgeschoten bureaucratie op youtube.

Kijk dit filmpje!

Kleuters

Mijn eerste aanstelling in het onderwijs was op een lagere school. Ik werkte daar niet zo heel lang en had zo’n dertig jaar onderwijservaring in andere vormen van onderwijs opgedaan toen ik weer op een basisschool ging werken.
Een van de grootste verschillen met vroeger was voor mij de aanwezigheid van heel kleine kindertjes. Lagere school was inmiddels basisschool geworden en daar zitten ook kleuters op.

Ik zag ze langskomen, observeerde de lessen van hun juffen en praatte vaak met ze. Ik genoot van de onbevangenheid waarmee ze zich tot je richtten en het complete vertrouwen.
“Jij bent de baas van de wereld, hè?” zei er eentje tegen me. Toen ik deze bewering enigszins had gerelativeerd stelde hij vast dat ik in ieder geval wel de baas van de hele school was. En dat was zo.

Ik ontving de nieuwe ouders in mijn werkkamertje en vroeg ze altijd waarom ze voor mijn school gekozen hadden. Meestal kreeg ik een antwoord waarin de woorden normen en waarden voorkwamen. Mijn school was Protestants Christelijk en de ouders verwachtten dat zo’n school wel flink wat tegenwicht zou bieden aan de verloedering buiten de poorten.

Ik vertelde ze maar niet dat ik zelf niet zo’n duidelijk beeld had van onze aanpak op moreel terrein, ik vond het belangrijk dat we goede meesters en juffen hadden met het hart op de juiste plaats. Ik had er het volste vertrouwen in dat die hun lessen niet zouden beperken tot alleen de schoolvakken. Praten over gedrag en over goed en fout gaat vaak tussen de bedrijven door. Elke goede leerkracht weet de juiste momenten daarvoor aan te grijpen.

Bij het aannemen van nieuwe collega’s had ik eigenlijk alleen maar oog voor de pedagogisch-didactische kwaliteiten en vond het minder belangrijk of iemand en regelmatig kerkganger was.

Dat is me nog eens lelijk opgebroken toen ik werd gebeld door een boze collega-directeur. Ik had een van mijn stagiaires geadviseerd bij haar te solliciteren en had haar een lovende referentie gegeven. Tijdens het sollicitatiegesprek was duidelijk geworden dat mijn stagiaire niet Christelijk was. Ik realiseerde me dat ik daar nooit naar had gevraagd.

Dat de ouders er inderdaad op mochten rekenen dat wij ons best zouden doen de kinderen op te voeden tot prettige, sociale mensen kwam dus niet zozeer voort uit de Protestants-Christelijke identiteit van de school maar meer uit een verantwoordelijkheidsgevoel richting maatschappij: goed onderwijs draagt bij aan een betere samenleving.

Dat er goed onderwijs geleverd werd zag ik al heel snel. Ik stond versteld van de soepele en liefdevolle manier waarop de leerkrachten omgingen met al die wriemelende kleintjes. Met spelletjes, liedjes en rituelen zagen ze kans al heel snel allemaal individu’tjes samen te laten werken en op een prettige manier de dag door te komen. Er werd naar hartenlust gespeeld en geleerd en tot mijn verbazing snapten zelfs de allerjongsten dat ze af en toe geduld moesten hebben (je kunt niet allemaal tegelijk in de poppenhoek spelen) en rekening moesten houden met elkaar.

Ik wist dat de leerkrachten van groep een en twee hun vak zeer goed verstonden maar had soms toch weleens twijfel aan de goede afloop als ik een nieuw kind (dat binnenkort vier zou worden) aannam. In een geval begon het kleintje al tijdens het aannamegesprek mijn kamer te verbouwen (de moeder gaf haar lauwe pogingen haar kind in toom te houden al snel op); de juf zou  een flinke kluif hebben aan Chantal.

In een ander geval moest ik meerdere ernstige gesprekken voeren met een vader (die vaak niet kwam opdagen en anders te laat kwam) die zijn zoontje door dik en dun steunde (Arif had losse handjes, geen respect voor de juf wilde nergens aan meedoen). Hij vond dat er niets mis was met zijn zoontje en dat de school problemen zelf maar moest oplossen. Hij gaf grootmoedig toestemming hierbij geweld te gebruiken, dat deed hij zelf ook.

Arif zat regelmatig bij mij op mijn kamer en ik kwam erachter dat het een heel slim mannetje was.
Ik vertelde hem dat ik wilde dat hij naar de juf zou luisteren en dat het veel leuker zou worden op school als hij gewoon meedeed.

Het heeft een tijdje geduurd, de juf heeft erg veel tijd en aandacht geïnvesteerd, maar na verloop van tijd ging het prima met Arif, ik stond er versteld van hoe goed hij in de groep functioneerde en hoe prettig de sfeer was nadat hij was bijgedraaid. Hij kwam nog wel eens op bezoek, het was net of ik een ander jongetje voor me had. We hadden een prettig gesprek, ik prees hem uitbundig en kreeg altijd een hand bij het afscheid.

Ik schrijf dit succes volledig toe aan de bekwaamheid van de juf, de prettige pedagogische sfeer op school en de goede organisatie. Van zijn thuis-situatie moest hij het niet hebben.

Het is mijn overtuiging dat de school een ongelooflijk belangrijke rol speelt in de vorming van kinderen tot aardige, niet discriminerende, sociale mensen.

Kinderen staan aan heel veel indrukken bloot, sommige worden a-sociaal, discrimineren of zijn van haat vervuld, maar ze beginnen blanco.

Ik weet zeker dat goed onderwijs een geweldig groot verschil kan maken en
spreek dus graag mijn steun uit aan alle hardwerkende juffen en meesters die verlangen dat hun belangrijke werk naar waarde beloond wordt.

 

Ik stuitte op dit filmpje, het is een prachtige illustratie van de omstandigheid dat discriminatie niet aangeboren is, maar aangeleerd.

Vooral kijken!

Reacties van leraren op stuk over onderwijskritiek

Ik kreeg enkele reacties op mijn blog van 6 juni waarin ik schreef dat ouders wat vaker de kant van de school zouden moeten kiezen en niet die van hun prinsjes of prinsesjes.

Een docent verzuchtte dat ze liever had dat leerlingen hun tijd en energie staken in de voorbereiding op hun toetsen dan in het klagen over het resultaat ervan.
Leerlingen leren niet en verwachten toch goede cijfers. Ze zijn diep gewond als de lerares niet ingaat op al hun bezwaren.
Werkelijk alles wordt ter discussie gesteld, waarbij het onrecht vooral door middel van vergelijkingen aan de kaak wordt gesteld: “De andere klas mocht een horror-story schrijven en wij kregen een ander onderwerp”.

 

Een andere leraar stuurde me onderstaande mailwisseling, waarin gesuggereerd wordt dat de slechte resultaten van de leerling te wijten zijn aan de leraar. Het zinnetje: “mijn zoon was gewend aan het nakijken van zijn vorige leerkracht” intrigeert me.
De coach van haar zoon vindt het ook een goed idee het werk door een tweede leraar te laten nakijken, waarmee hij zijn collega dus diskwalificeert en de ouders extra munitie geeft.

—-Origineel Bericht—-

Onderwerp : Geschiedenis cijfer

Beste meneer X.

Ik wil graag de aandacht vestigen op het volgende.

Mijn zoon kwam vandaag thuis met weer een 3 voor geschiedenis. Hij heeft altijd goede cijfers voor geschienis gehaald. Sinds hij u als leerkracht heeft is dit veranderd. Ik weet dat hij er hard voor geleerd heeft. De stof goed kende en begreep.

Na zijn vorige 3 heb ik  gevraagd of het PTA  ook nog door een andere leerkracht nagekeken kon worden. O. was immers gewend aan het nakijken van zijn vorige leerkracht .Zijn coach vond dit ook een goed idee en het zou ook gebeuren. Tot op heden is dit echter nog niet gebeurd.   Nu dus weer een 3. Wij hebben het gevoel dat het nakijken van de PTA’s door verschillende leerkrachten op verschillende manieren gebeurd,

Ik vind dit een ernstige kwestie.

Ik stel weer voor om nu beide PTA,’s door een tweede docent na te laten kijken. Zo niet, dan wil ik graag samen met O. een gesprek met u.

 

Met vriendelijke groeten, mevrouw Y

 

Onderwerp: Antw.:⁨ Geschiedenis cijfer⁩

Beste mevrouw Y,

Het nakijken van schoolexamens Geschiedenis verschilt niet per leerkracht, immers houden wij allen hetzelfde correctievoorschrift aan en bespreken wij onze resultaten. Het vragen aan een andere docent om nogmaals een schoolexamen na te kijken vind ik eerlijk gezegd buitengewoon vreemd: het suggereert dat de mate van subjectiviteit dusdanig hoog is dat de slechte resultaten van O. aan de beoordeling van de eigen docent zou liggen. Dat zou niet bepaald professioneel zijn. Desalniettemin hebben de heer X en ikzelf bij O. destijds aangegeven dat het bij wijze van uitzondering mogelijk is. Het feit dat hij hier geen gebruik van heeft gemaakt zegt meer over hemzelf: hij heeft gewoon nooit het contact gezocht met mijn collega!

O. heeft inderdaad wederom een zeer teleurstellend examen gemaakt. Ik begrijp dat hij, en u,  dit willen wijten aan mijn nakijken. Zelfs nog voordat ik het examen überhaupt met de leerlingen heb kunnen bespreken. Dat vind ik werkelijk belachelijk. Heeft u eigenlijk wel door hoe vaak O. zijn huiswerk niet op orde had / zijn spullen niet bij zich had / geen enkele inzet toonde in de lessen? Ik heb dat elke keer netjes aangevinkt in het schooladministratiesysteem, dat kunt u ook zien. Ik vind het echt bizar dat O. de reden voor zijn slechte functioneren niet bij zichzelf zoekt maar bij anderen, en met name ook dat u hem daarin steunt. Bent u dat volgend jaar ook van plan bij de HBO-instelling waaraan O. zal studeren?

Dat noem ik pas een ernstige kwestie.

Met vriendelijke groet,

X

 

Ik vind het antwoord van deze leraar geweldig. Ik wist niet dat leraren dit anno 2017 nog durven/mogen!

We buigen gelukkig nog niet allemaal voor de klant-is-koning-terreur.

 

Altijd kritiek op het onderwijs: waar komt dat toch vandaan?

Het onderwijs in Nederland ligt onder vuur. De kwaliteit is onvoldoende, te weinig leerlingen halen de eindstreep en te veel zitten er thuis. Leraren zijn onvoldoende in staat tegemoet te komen aan de verschillen, er werken te veel vrouwen en nu wordt op het Zadkine College ook al met de resultaten gesjoemeld.

Tijdens een verjaardagsvisite komt het onderwijs steevast een keer langs: iedereen kent wel een waardeloze school, een leraar die niets van kinderen snapt of een leerling die gruwelijk is benadeeld.

Ook de pers en de politiek laten zich niet onbetuigd: bijna elke dag komt wel iemand aan het woord die de vinger op een zere onderwijsplek legt. Wat opvalt is, dat Nederland heel veel experts op onderwijsgebied telt. Iedereen is ervaringsdeskundige en voelt zich vrij een (meestal hard) oordeel te vellen.

Tot overmaat van ramp blijken leraren nu ook te zakken op de ladder van maatschappelijke waardering. Waar vroeger de docent in hoog aanzien stond, heeft hij nu nauwelijks meer achting dan een begrafenisondernemer.

Als je op zoek gaat naar de oorzaak van alle kritiek en de lage waardering stuit je op (vermeend) laag niveau of de slechte kwaliteit van de opleidingen. Scholen gaan niet met hun tijd mee en komen niet tegemoet aan de wensen en verwachtingen van de leerlingen en hun ouders.

Ik gebruik het woord wensen, maar had beter kunnen spreken van eisen. Nooit eerder werd het onderwijs geconfronteerd met zoveel mondigheid en al dan niet gerechtvaardigde oproepen tot flexibiliteit. Nederlanders is geleerd dat ze recht hebben op onderwijs, dat zij klant zijn en dus koning. De school moet het verwachte product leveren en wel meteen.
Als dat niet gebeurt zal in eerste plaats de leerling luid protesteren (100 keer per dag), daarna de ouders en als die ook niet hun zin krijgen wordt niet zelden een advocaat ingeschakeld. De school staat met de rug tegen de muur en kan niets anders doen dan alles zo goed mogelijk uitleggen, uitgebreid dossiers bijhouden en continu de strijd aangaan.
Ondertussen moet rekening gehouden worden met negatieve publiciteit (leve de sociale media), kostbare rechtszaken en familieleden die verhaal komen halen.
En daar is dan ook nog de inspectie die op volle oorlogssterkte uitrukt als de resultaten onder de maat blijken te zijn.

De school probeert kritiek voor te zijn en communiceert zich suf. Er wordt heel veel tijd gestoken in gesprekken, verslaglegging en begeleiding.

Tijdens een gesprek met de ouders: “Mijn zoon staat een drie voor wiskunde. Wat denkt u hieraan te gaan doen?”
Er is een tijd geweest dat je kon zeggen: kunnen we ons niet beter afvragen wat uw zoon daaraan gaat doen?

Het is niet zo verwonderlijk dat er veel kritiek is op het onderwijs, want er klinkt voortdurend en van alle kanten de roep om vernieuwing. Iedereen is het erover eens dat dit noodzakelijk is. Je impliceert dan natuurlijk wel dat het onderwijs zoals het nu is niet deugt.

Deze overtuiging heeft inmiddels bij alle leerlingen, ouders en beleidmakers postgevat.

Het zal niet meevallen het respect en het noodzakelijke overwicht weer terug te krijgen. Leerlingen zijn mondig en assertief en de schoolleiding is er huiverig voor een duidelijk standpunt in te nemen, bang voor leerlingverlies en slechte publiciteit.

Maar het is natuurlijk de leraar die aan de frontlinie staat en de prijs betaalt: hij wordt slecht betaald, heeft grote kans op een burnout en kan steeds minder tijd besteden aan zijn kerntaak.

Leraren hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel en werken hard, maar zijn ook maar mensen. Hoe vaak zal het gebeuren dat een docent geen zin heeft in nog meer conflicten en voor de makkelijke weg kiest? Geef die leerling maar een voldoende, geef hem maar zijn diploma…

In Rotterdam hebben twee leraren de verleiding niet kunnen weerstaan.

Zullen we nu eens met z’n allen afspreken dat het beter is voor onze prinsjes en prinsesjes als we wat vaker de kant van de school kiezen?

En zullen we dat vreselijke woord vernieuwing nu eens een tijdje niet gebruiken?

 

 

 

 

Maurice de Hond, Spitzer en de schermpjes

Steve Jobsscholen in de knel

Dit is de titel van een artikel in het AOB-blad. Scholen haken af van het concept, (waarbij alle kinderen een iPad krijgen). Men is niet erg te spreken over de hoge financiële bijdrage die door Maurice de Hond gevraagd wordt en de resultaten beantwoorden niet helemaal aan de verwachtingen. (Zie hier voor het volledige artikel).

Dit verbaast mij natuurlijk niet. Ik blogde al eerder over mijn confrontatie met de goeroe van de tablets, die vreselijk veel verstand van onderwijs heeft. Alle kritiek wijst hij van de hand met het argument dat het huidige onderwijs heel erg ouderwets is, als je het niet met hem eens bent ben je een fossiel.

Ik schreef ook al over Manfred Spitzer, die een boek publiceerde over de kwalijke effecten van ondoordacht computergebruik op het geheugen (Digitale Dementie). Zie hier. 

digiziekSpitzer heeft inmiddels een nieuw boek geschreven, wonderlijk genoeg bestaat dit voor een groot deel uit een herhaling van zijn vorige standpunten.

Digiziek – pleidooi voor offline leven is nog uitgebreider en citeert nog meer onderzoek.  Hij heeft het nu uitdrukkelijk ook over het wijdverbreide gebruik van de smartphone.

Stress, depressie, slapeloosheid en een verslechterde motoriek en conditie behoren allemaal tot de risico’s.

Het is ongelooflijk om te lezen hoeveel wetenschappelijk onderzoek er gedaan is op het gebied van het gebruik van de computer en smartphone. Keer op keer wordt heel duidelijk aangetoond dat er heel veel schadelijke effecten zijn van het gebruik van deze apparaten. En het gebruik neemt alleen maar toe…

De lobby van fabrikanten en leveranciers is zo sterk, dat gefundeerde kritiek geen poot aan de grond krijgt.
Spitzer maakt meerder keren de vergelijking met de situatie rondom het roken: het was al heel lang bekend dat het zeer schadelijk was, maar niemand deed er iets aan. De fabrikanten konden heel lang volhouden dat er wetenschappelijk nog geen direct verband tussen roken en longkanker was vastgesteld, ze konden altijd wel ergens een onderzoek opduikelen dat zogenaamd het tegendeel aantoonde.

Jonge mensen zitten vastgeketend aan hun mobieltje en worden diepongelukkig als ze er een tijdje geen gebruik van kunnen maken. Ze gaan ermee naar bed en ze staan ermee op. Ze besteden er zoveel tijd aan (niet zelden 12 uur per etmaal) dat andere activiteiten in het gedrang komen.

Communicatie vindt op een gegeven moment alleen nog plaats via een apparaat. Interactie en empathie staan op een laag pitje.

Spitzer maakt zich niet populair met zijn standpunt dat vooral het onderwijs uiterste terughoudendheid moet betrachten in het gebruik van digitale middelen (hoe vaak wordt kennis niet verward met informatie?). Hij heeft bakken kritiek over zich heen gekregen, terwijl hij toch steeds verwijst naar wat wetenschappelijk is aangetoond.

Opvallend is dat hij het in zijn nieuwe boek nauwelijks heeft over de traditionele activiteiten (spelen, muziekmaken, zingen, genieten van de natuur, je vervelen, dromen) als alternatief voor de alomtegenwoordige schermpjes.
In zijn vorige boek stond hij hier uitvoerig bij stil, ik vermoed dat hij juist hierom veel bagger over zich uitgestort heeft gekregen: het is heel simpel om iemand belachelijk te maken als hij pleit voor “ouderwetse” zaken.

We luisteren veel liever naar moderne betweters als Maurice de Hond.

Digiziek: 8

Svend Brinkmann – Standvastig

cover-standvastigIk las een recensie over het boek Standvastig van Svend Brinkmann. Ik las dat hij schreef over de druk die we voelen om ons te blijven ontwikkelen.

Ik heb forse kritiek op de opvatting van heel veel goeroes, deskundigen en raadgevers die vinden dat stilstand achteruitgang betekent en het dus nodig vinden om voortdurend te vernieuwen.

Ik was benieuwd wat deze Deense psycholoog hierover te melden had.

 

Hij begint zijn betoog met een pleidooi om nu eens op te houden met het zoeken naar waarheid in jezelf. Je kunt beter goed opletten wat er buiten je gebeurt en luisteren naar verstandige mensen. Hiermee is de toon gezet: heel veel (zelfhulp)deskundigen hebben het immers over niets anders dan het “jezelf ontdekken, met jezelf in het reine komen en je diepste ik ontdekken”.

Hij hanteert veelvuldig de metafoor “wortels in plaats van voeten”. Wortels staat voor: gebruik maken van traditie, ervaringen uit het verleden. Voeten: “in de accelererende cultuur heb je voeten nodig in plaats van wortels”. Je bent mobiel, stroomt, bent veranderlijk.

Het is moeilijk geworden wortel te schieten.

Het valt niet mee om anno 2016 een standpunt in te nemen waarin je pleit voor meer bezinning en minder constante vernieuwing. Je wordt gemakkelijk beschuldigd dat je rigide, conservatief of reactionair bent.

Het boek bevat aanwijzingen hoe je je het beste staan kan houden te midden van alle adviezen en coachingpraktijken. Je moet stoppen naar je innerlijke stem te luisteren (als je wilt weten hoe je pannenkoeken moet bakken zal je innerlijke stem je niet kunnen helpen) en je niet laten misleiden door de “positieve tirannie”. De ultieme uitkomst van het positivistisch denken is, dat alles mogelijk is, dat je alles kunt bereiken. Dat impliceert dus, dat als het niet lukt dit aan je zelf te wijten is. Niet hard genoeg gewerkt/onvoldoende je best gedaan.

De schrijver raadt je aan een roman te lezen in plaats van een zelfhulpboek of biografie. Daar kan ik me natuurlijk helemaal bij aansluiten. (De door mij bewonderde Aleid Truijens pleit ook onvermoeibaar voor het stimuleren van lezen bij jonge mensen).

De schrijver introduceert kort en snel nog wat oude filosofen en betrekt hun uitspraken ook bij zijn argumenten. Wat mij betreft had dit niet gehoeven, het komt ook wat oppervlakkig over.

Verder is het boek goed vertaald, maar in het geheel niet bewerkt. Hierdoor kom je als Nederlandse lezers nogal wat verwijzingen tegen naar Deense situaties en personen die je niets zeggen.

Ik herkende veel uit mijn eigen onderwijspraktijk: ik herinner me nog goed alle moeizame gesprekken die ik gevoerd heb met interimmanagers, bestuurders en coaches. Het ging er altijd om dat we moesten vernieuwen. Meer dan eens kreeg ik het predicaat “remmer”, en ik kon op een gegeven moment de term “out of the box” niet meer horen.

Een aantal citaten die mij aanspraken:

Je moet leren om naar buiten te kijken en open te staan voor andere mensen, cultuur en natuur – zonder naar binnen te kijken. Je moet leren dat je ego niet de sleutel in bezit heeft voor de essentiële gedachten over hoe je je leven moet leven, maar dat het ego als zodanig een idee is, een constructie die door de cultuurgeschiedenis is geformuleerd en op zich dus meer buitenkant dan binnenkant is.

In plaats van een netwerk te hebben moet je naar een vriendenkring streven. Het begrip vrienden” is hier iets heel anders dan momenteel wordt aangeboden en bijvoorbeeld een deel van Facebook is. Een Facebook-“vriend” is slechts een contact, en een netwerk bestaat uit relaties die zijn gebaseerd op een vorm van een contract. Een echte vriend is daarentegen een persoon die je het beste toewenst en die je bereid bent te helpen, ook als je daar zelf niets aan overhoudt.

“Je moet het gewoon positief benaderen!” is zo ongeveer het meest kwetsende wat je tegen mensen in nood kunt zeggen.

Er zijn veel dingen waartegen we nee moeten zeggen in de accelererende cultuur.

Ja zeggen tegen nieuwe uitdagingen wordt expliciet als goed beschouwd, terwijl vriendelijk nee zeggen wordt vertaald als een uiting van ontbrekende moed en bereidheid tot verandering.

Een problematische tendens binnen de coachinggolf is het idee dat als je vastgeroest bent, uitgeput, gedeprimeerd of je leeg voelt, coaching de manier is om vooruit te komen. Maar het zou kunnen zijn dat de uitputting en de leegte juist het resultáát zijn van de eis tot voortdurende zelfontwikkeling en verbetering

De zin “Ik heb er geen behoefte aan om mezelf te ontwikkelen” wordt zelden geut tijdens ontwikkelingsgesprekken met werknemers Het zou een uiting van gedecideerd verzet tegen de ideologie van deze tijd zijn.

Je ziet nooit een autobiografie met een titel zoals Geen ontwikkeling – verhalen uit mijn stabiele leven.

Misschien hebben gewoonten en routines meer potentieel dan de eindeloze oproep tot innovatie.

Alle samenlevingen hebben rituelen nodig zodat mensen op een beschaafde manier met elkaar om kunnen gaan. Het is geen veinzerij om in de publieke ruimte vanuit geritualiseerde omgangsvormen te handelen. De moderne tijd heeft een minachting veroorzaakt voor rituelen, waardoor we cultureel primitiever zijn dan de eenvoudigste stam van jagers en verzamelaars.

We zijn ons gevoel voor “civiliteit” of hoffelijkheid kwijtgeraakt. (Citaat van Richard Sennett).

Als je geen nee kunt zeggen tegen dingen die je uit de koers kunnen brengen-bijvoorbeeld omdat je bang bent iets te missen-dan wordt het moeilijk om tot rust te komen en genoegen te nemen met het bestaan.

Een leider moet niet alleen enthousiast zijn als hij “nieuwe visies” aan zijn werknemers presenteert waarop ja geknikt moet worden, maar ook als hij de vraag krijgt: “Welke onnodige maatregelen kunnen we achterwege laten?” Niet alleen om uit naam van de effectiviteit lean management toe te passen, maar om zich te concentreren op het meest essentiële in het werk van de werknemers, zodat onderzoekers kunnen onderzoeken, chirurgen kunnen opereren, docenten kunnen lesgeven en werknemers in de gezondheidszorg met mensen kunnen werken (in plaats van registratie en evaluatie).

Het verleden heeft echter het voordeel dat het steeds lichter wordt naarmate we er verder van verwijderd raken. Als iemand met innovatieplannen en “visies” over de toekomst komt, vertel hem dan dat alles vroeger beter was. Leg uit dat het idee over de vooruitgang maar een paar honderd jaar oud is en in werkelijkheid een schadelijk effect heeft. Oefen je erin om jezelf te herhalen. Zoek naar voorbeelden die mislukt zijn. Sta erop dat je het recht hebt om stil te staan.

Het kan heel vermakelijk zijn om in gesprekken met enthousiaste, op de toekomst gerichte kennissen volt houden dat alles vroeger beter was. Dat is natuurlijk niet (helemaal) juist, maar het kan dienen als nuttig correctief voor het omgekeerde dogma: dat iets noodzakelijkerwijs goed is omdat het nieuw is.

De wezenlijkste dingen in de ideeëngeschiedenis zijn geen doorbraken maar herhalingen. Renaissance betekent letterlijk wedergeboorte,

Begrippen zoals innovatie en creativiteit circuleren in allerlei organisatorische en pedagogische discoursen, waar men het gevoel voor waarde en herhaling en repetitie volledig is kwijtgeraakt. We moeten voortdurend “buiten de gebaande paden denken”. Maar gelukkig zijn er nuchtere creativiteitsonderzoekers die erop hebben gewezen dat het alleen zin heeft om buiten de gebaande paden te denken als je weet dat die paden er zijn (en hoe het daarmee gesteld is) en dat het waarschijnlijk in de meeste gevallen verstandiger is om met kleine variaties en improvisaties op bekend en beproefde thema’s op de rand van dat pad te balanceren. Iets nieuws heeft alleen zin binnen een horizon van iets bekends, en heb je geen kennis van het verleden en de tradities daarvan, dan is het niet mogelijk om iets nieuws te creëren dat gebruikt kan worden.

We kunnen onszelf alleen begrijpen als we op de hoogte zijn van de tradities waarbinnen we ons leven hebben gecreëerd en leiden.

 

Standvastig – onder alle omstandigheden jezelf blijven: 7

Alweer een theoreticus die het beter weet

In de Volkskrant van eergisteren stond een goede brief van een leerkracht die haar vraagtekens plaatst bij de zegeningen van het Passend Onderwijs.
Er wordt nu luid geklaagd dat scholen niet voldoende werk maken van dit niet lang geleden ingevoerde gedrocht en dat teveel kinderen thuis zitten.

rademaker

Vandaag stond hierop een reactie van Marc Beek uit Harderwijk. Met stijgende verbazing las ik zijn brief.

ingez-brieven-vk-2

Ik word weer heel boos als ik zo’n reactie lees. Hoe komt het toch dat er steeds weer mensen zijn die zelf geen onderwijs geven, maar wel denken dat ze praktijkmensen de les kunnen lezen?

Je gelooft het niet, maar Beek is publieksvoorlichter. Als bovenstaande brief  een proeve is van zijn bekwaamheid kan je hem beter niet in dienst nemen.
Ik zal geen goedkope grapjes maken, maar hij hij heeft een filmpje op Youtube gezet waarin hij uitvoerig ingaat op de problemen van het ouderschap. Zijn dochtertje komt in beeld, maar hij heeft het uitsluitend over zichzelf….

Ik stuurde deze reactie naar de Volkskrant, de kans is klein dat hij geplaatst wordt (ze moeten elke dag een keus maken uit heel veel brieven).

Wat Marc beter weet

Zelden zo’n kulreactie gezien op een serieus bericht uit de praktijk. Marc Beek (zelf geen onderwijsman) laat zien waarom onderwijzeres Maria Rademaker ongelijk heeft.

Zij vertelt dat Passend Onderwijs een platte bezuiniging is waarvan de kinderen de rekening krijgen gepresenteerd. Leraren zijn erg veel extra tijd kwijt aan de begeleiding van kinderen die vroeger een plek kregen in het Speciaal Onderwijs. De andere kinderen in de klas komen te kort.

Beek weet het beter. “Wat ze vergeet”, zegt hij paternalistisch, “is dat scholen extra geld hebben gekregen, maar dat dat geld niet altijd in de klas waar de behoefte leeft wordt ingezet”.

Rademaker vergeet dat helemaal niet, het is juist haar voornaamste punt. Wat na de bezuinigingen overbleef is grotendeels naar de samenwerkingsverbanden gegaan, die voornamelijk goed voor zichzelf hebben gezorgd.

“Ze vergeet ook dat deels in de sociale behoefte kan worden voorzien door de zorgverlener en de ouders van het betreffende kind te betrekken bij het onderwijs”. Overleg met deze partijen is nu juist waar zo verschrikkelijk veel tijd in gaat zitten, Beek!

Het belerende betoog gaat verder: de onderwijzeres vergeet ook nog dat het voldoen aan de behoeften van zorgkinderen alle kinderen ten goede komt.

Hoe stelt Beek zich dat voor? Hoe profiteren de kinderen in de klas ervan als de juf instructie probeert te geven met een kind op schoot dat alleen daar stil is en waar twee andere kinderen voortdurend ieders aandacht opeisen omdat ze geen tel op hun stoel kunnen blijven zitten?
Wat verbetert aan hun onderwijs als de juf elke middag tot zes uur bezig is formulieren in te vullen, verslagen te maken en gesprekken te voeren?

Ook “de inzet van assistentie in de klas” is fijn voor alle kinderen. Welke assistentie? Er is sprake van minder mensen voor de klas, niet meer!

De brief sluit af met een prachtig staaltje wensdenken: “Alle kinderen hebben immers behoefte aan maatwerk, daar hoef je geen speciale behoefte voor te hebben. In de inclusieve samenleving is er respect en ruimte voor verschillende krachten en kwetsbaarheden”.

Waar vind ik die inclusieve samenleving? Hij bedoelt toch niet de onze?

Beek weet niet alleen haarfijn uit te leggen hoe de praktijk werkelijk in elkaar zit, hij is ook helderziend: uit Rademaker’s brief kan hij opmaken dat ze een burn-out heeft gekregen. Gelukkig komt ze niet aan de kant te staan, maar kan ze rekenen op een aangepaste plek in Beek’s inclusieve samenleving.

Wat zal ze blij zijn!

Martin Minnema

 

 

 

Brexit

Hoewel ik geen grote fan van de Europese Unie ben vind ik het wel teleurstellend dat Engeland eruit gestapt is.

De omstandigheid dat 52 procent van de Britse stemmers vóór gestemd heeft is een manifestatie van een ontwikkeling die al wat langer bestaat, en die ook in Nederland flink in opkomst is, die van bange, verongelijkte mensen die denken de gevestigde orde op een heel slimme manier een hak te zetten.

In Engeland gaf dit referendum hun nu die gelegenheid,  in andere landen grijpen domme, makkelijk beïnvloedbare mensen elke kans aan hun stem (waarvan ze denken dat die origineel is en van henzelf) te laten horen.

Ze verkeren in de veronderstelling dat ze op deze manier een verandering kunnen bewerkstelligen die voor hen gunstig uitpakt: de redding is nabij als we teruggaan naar vroeger, als “onze mensen” het voor het zeggen krijgen.

Er zijn natuurlijk altijd bange, ontevreden mensen geweest, maar hun invloed is altijd marginaal geweest omdat er de dempende werking van de democratie is (zie eerst maar eens een zetel te veroveren) en vanwege de kritische rol van de pers: leugens worden aan de kaak gesteld en wie onzin verkondigt krijgt geen podium.

Er was (tot op zekere hoogte) ook een fatsoensnorm: sommige dingen zeg of doe je niet.

Er zijn echter twee factoren tamelijk nieuw: de opkomst van de nieuwe media (Facebook) en gewetenloze politici die angst en onzekerheid aanwakkeren uit puur electorale overwegingen.

Op internet heeft iedereen een stem, iedereen kan de grootst mogelijke onzin uitkramen en krijgt prompt volgers. Er is geen enkele remming meer, elke grote bek kan zijn ideeën kwijt en veel mensen missen elk vermogen zin van onzin te onderscheiden en belonen de opstellers met instemming en likes.

(Als mensen gevraagd wordt waar ze hun opvatting of overtuiging op gebaseerd hebben wordt steeds vaker Facebook genoemd als betrouwbare bron).

Hier worden vooroordelen bevestigd en haat verder aangewakkerd. Voor een verstandig tegengeluid is geen plaats.

Politici als Wilders en (in mindere mate) Roemer spelen heel handig in op de onzekerheid en angst en houden de mensen voor de gek. Ze pretenderen dat ze een oplossing hebben voor maatschappelijke problemen, maar hun plannen en ideeën zijn volstrekt niet realistisch. Ze weten dat ze hopeloos door de mand zouden vallen als ze werkelijk regeringsverantwoordelijkheid zouden krijgen maar doen alsof ze niet kunnen wachten op een plek in het kabinet.

Politici hebben natuurlijk het recht hun mening te verkondigen, maar het wordt ronduit gevaarlijk als ze tornen aan de basis van onze parlementaire democratie en rechtstaat: Wilders geeft voortdurend af op de Haagse elite (waarmee hij dan doelt op regering en parlement, terwijl hij van het laatste zelf deel uitmaakt). Verder diskwalificeert hij de rechtspraak en geeft af op media die hem kritisch benaderen.

In Amerika is Trump een grotesk voorbeeld van dit soort politicus in overtreffende trap.

Je kunt het de doorsnee burger die bang is en die zich niet gehoord voelt niet kwalijk nemen dat hij achter de demagogen aanloopt.
Ik vind het dieptreurig dat veel mensen zo weinig invoelingsvermogen hebben dat ze niets over hebben voor vluchtelingen, maar dit is hun recht.

Maar mensen die het democratisch proces verstoren (de luidruchtige demonstraties tegen asielcentra) moeten wel heel hard worden aangepakt.

Wat kunnen we doen tegen politici die hun positie misbruiken, ronduit leugens verkopen om meer stemmen binnen te halen en hiermee de gevoelens van onzekerheid en angst willens en wetens vergroten?

Je zou kunnen zeggen: de pers moet hen ontmaskeren. Maar de rol van de pers wordt steeds kleiner, ze bereiken steeds minder mensen. Ook hier is sprake van machtsmisbruik (Geen Stijl).

Wat kunnen we wel doen om het tij te keren?

  • Politici moeten heel duidelijk stelling kiezen en onophoudelijk de stem van de rede tegenover die van de demagogen stellen.
  • Politici moeten zelf het goede voorbeeld geven, ze moeten zich aan hun woord houden en onkreukbaar zijn. Alleen op die manier kan het vertrouwen in de democratie weer toenemen.
  • Stem op een partij die een verstandig geluid laat horen.

Ten slotte: het enige wat echt helpt:

  • De maatschappij moet zwaar investeren in onderwijs: goed opgeleide leraren moeten ervoor zorgen dat leerlingen kritisch leren denken, onderscheid kunnen maken tussen feiten en meningen en voldoende bagage hebben om zich staande te houden in onze samenleving waarin het steeds moeilijker wordt een goed mens te zijn.

 

 

New words

De kwaliteit van het onderwijs houdt ons allen erg bezig. Sander Dekker heeft het project Onderwijs 2032 gelanceerd, we gaan met z’n allen nadenken over hoe het onderwijs er in dat jaar uit moet zien. Het is hartverwarmend om te merken dat iedereen hier een mening over heeft en dat vooral mensen die nog nooit voor de klas hebben gestaan geweldige suggesties kunnen doen.(Zie mijn post over de Denktank).

Zou de staatssecretaris dit voor ogen hebben?

(Let vooral op de fantastische communicatie tussen docent en leerling.
Ze zegt na afloop: well done).
Je kunt aan de keuze van de te leren woorden zien dat ze zich helemaal ingebeeld heeft in de belevingswereld van haar cursist.

 

 

 

Hoera voor de Denktank

kop mobieltje 2

Dit staat in de Volkskrant van vandaag, het is de kop boven een artikel dat vertelt over een nieuwe app: OnzeLes, voor de smartphone.
Met deze app kunnen leerlingen feedback geven op de les van hun docent.

Men is erachter gekomen dat het niet werkt als je kinderen vraagt wat ze van de les vinden. Er komt niets uit, het blijft bij een aantal kreten.

Leerlingen kunnen met behulp van deze app anoniem een oordeel vellen over hun docent. De app zorgt er gelukkig wel voor dat docenten niet kunnen worden afgebrand, want ze moeten evenveel positieve als negatieve punten aanklikken.

Het idee voor deze app komt van de Nationale Denktank, een jaarlijks wisselende groep van 25 studenten, pas afgestudeerden en promovendi die oplossingen zoeken voor maatschappelijke problemen. Vorig jaar stortte de Denktank zich op het onderwijs.

Van leerlingen hoorden we dat lessen vaak niet aansloten bij hun belevingswereld. Ze bleken zelf vaak goede ideeën te hebben hoe het beter kon. Alleen werd hun daar nooit naar gevraagd.

foto klas mobieltje 4Zucht. Het is weer eens zover: er is een probleem en deskundologen storten zich erop. De lessen sluiten niet aan bij de belevingswereld van de leerling. De jonge promovendi signaleren hierbij een probleem dat al ongeveer 50 jaar iedere keer de kop op steekt. Ik geloof dat Theo Thijssen er als eerste over schreef.

We vragen de leerlingen nooit naar hun ideeën. Als ik dit hoor heb ik associaties met de klacht van mensen die tegen de komst van asielzoekers zijn: “we worden niet gehoord”. Als er iemand gehoord wordt en aandacht krijgt dan is het de luidkeels schreeuwende protesteerder.

Zo is het ook in het onderwijs: de leraren luisteren zich suf naar de leerlingen, ze doen niets anders dan communiceren, raadplegen en tegemoetkomen aan de wensen van de kinderen die ze lesgeven. Kinderen weten niet beter dan dat ze voortdurend overal commentaar op mogen hebben en dat ze gezien worden als koning klant met heel veel rechten en bijzonder weinig plichten.

Hoe is het mogelijk dat een groep van (mag ik aannemen) intelligente wetenschappers zo slecht op de hoogte is van de hedendaagse lespraktijk?

Ik sta er steeds weer van versteld dat elke keer weer de suggestie wordt gewekt dat leraren lesboeren zijn, die autoritair en saai hun lesmethode staan af te draaien. De arme leerlingen moeten dit allemaal machteloos ondergaan en zijn er de dupe van.

De werkelijkheid is, dat leraren voortdurend bezig zijn cursussen te volgen, overleg te voeren en onder druk gezet worden door hun directies en de inspectie. Dit alles moet ertoe leiden dat de kwaliteit van hun lessen verbetert. Met behulp van afvinklijstjes wordt gekeken of ze wel precies doen wat van hen verlangd wordt en een van de belangrijkste criteria op grond waarvan ze beoordeeld worden is: hoe is het contact met de leerlingen?
Leraren worden verplicht bij hun leerlingen te meten hoe ze de lessen waarderen.

Hoe is het mogelijk dat de AOB, CNV Onderwijs, LAKS en JOB zo enthousiast zijn over dit initiatief dat ze alle docenten aansporen die gratis app te gaan gebruiken?

Het antwoord is: gedurende de laatste veertig jaar is het volstrekt normaal geworden om elk probleem toe te schrijven aan ondermaats presterende leraren.

Iedereen heeft verstand van onderwijs en iedereen kent wel voorbeelden van leraren die er helemaal niets van bakken.
Leraren worden bedolven onder goede raad, krijgen van alle kanten te horen dat de daling van de onderwijskwaliteit hun schuld is en laten dit lijdzaam over zich heen komen.

Al tientallen jaren zien we hetzelfde beeld: de leraar ploetert onderbetaald en overbelast verder en krijgt voortdurend de Zwarte Piet toebedeeld. Hoe is het mogelijk dat er toch nog zoveel gemotiveerde, enthousiaste docenten zijn die elke dag weer fantastische lessen verzorgen?

Wat mij verbaast is dat bijna nooit het echte probleem duidelijk boven tafel komt: leerlingen zijn gewend altijd hun zin te krijgen terwijl ze tegelijkertijd heel weinig tijd en energie in hun studie willen steken. Ze zijn voortdurend bezig met andere dingen, besteden geen enkele aandacht aan hun schoolwerk en zijn niet van hun schermpjes los te branden.
Ze worden in deze houding gesteund door hun ouders, die zelf vaak geen enkel respect voor de school hebben (maar wel willen dat hun kind een vwo-diploma haalt).

De overheid, ouder- en leerlingorganisaties, dik betaalde adviesbureaus en nu dus ook de onderwijsvakbonden: ze zijn het er allemaal over eens dat de kwaliteit van het onderwijs slecht is en dat de leraar zijn gedrag moet veranderen. Dan zal het, als bij toverslag, ineens fantastisch goed gaan en wordt de arme leerling eindelijk eens recht gedaan.

foto klas mobieltjeWat natuurlijk nog het meest triest is: er zijn altijd wel leraren te vinden die zich voor een karretje als dit laten spannen. De leraar uit het artikel gaat met de adviezen van de leerlingen aan de slag, “dat moet ook wel, want anders voelen de leerlingen zich niet serieus genomen”.

 

Mag ik even braken?

Ten slotte: we zijn met zijn allen al zo ver gekomen dat we de voorstelling van zaken rond de introductie van deze app volstrekt normaal zijn gaan vinden. De leraren doen hun werk niet goed en de leerlingen komen te kort.

Als je de werkelijkheid schetst: leerlingen voeren bijzonder weinig uit, hebben helemaal geen zin in leren en zijn eigenlijk verwende prinsjes en prinsesjes word je onmiddellijk in de conservatieve hoek gezet.

Leraren bashen is veel makkelijkere. Dat doet toch iedereen?