Culinaria

Lang geleden logeerden mijn vrouw en ik in een vrij chique hotel. We besloten in het bijbehorende restaurant te eten.

Toen we de menukaart met een elegant gebaar gepresenteerd kregen verbaasde mijn echtgenote zich over het feit dat er geen prijzen achter de gerechten vermeld stonden. Ik begreep er niets van, omdat mijn exemplaar wel degelijk aangaf welk vermogen hier gevraagd werd voor het aangebodene. Voor de prijs van een voorgerechtje zou men elders twee complete menu’s aanbieden.

Het restaurant ging ervan uit dat de man de rekening zou betalen en dat het onnodig was het vrouwtje te vermoeien met financiële details.

Dit gebeurde lang geleden. Vandaag de dag zouden de obers van een restaurant dat een dergelijk paternalistische, seksistische gedragslijn hanteerde met de in fraai kalfsleder gestoken spijskaart om de oren gemept worden.

Ik kan me niet herinneren hoe het eten smaakte, wel dat ik drie keer controleerde of ik wel voldoende geld bij me had.

Restaurant ’t Golfje of de Wigwam?

Ik voel me niet erg op mijn gemak in een duur restaurant.

Gevolg is, dat we bijna altijd terechtkomen in een eetgelegenheid die de status van snackbar net ontstegen is. We kunnen meestal een keuze maken uit een schnitzel, saté of een hamburger. (Er zit gelukkig wel altijd patat bij).
We zaten eens in een strandtent aan de boulevard van Scheveningen en hadden uitzicht op de kok, die omwille van de overzichtelijkheid het eten na het bakken teruglegde op het bordje waarop ook de rauwe producten hadden gelegen.

Smulrol

Ik ontdekte dat de snackbar waar ik vroeger weleens iets haalde als ik moest overwerken, van naam veranderd is. Hij heette destijds “By the Way”, wat ik aanvankelijk wel een grappige naam vond.

Zegt de ene obees tegen de ander: “By the way, vergeet je niet straks nog even een picanto, mexicano en shoarmarol te halen?”

Toen ik erachter kwam dat de eigenaar op deze naam gekomen was omdat zijn eetgelegenheid zich aan de weg bevond, was mijn Anglofiele ziel gekrenkt en besloot ik hem voortaan te boycotten.

Habbekrats en Ooievaar

Niet lang geleden behaalde mijn zoon zijn Hbo-diploma. Om dit te vieren besloten we uit eten te gaan, het feestvarken mocht een restaurant uitzoeken. Toen hij terloops liet vallen dat de eetgelegenheid van zijn keuze gewoonlijk al maanden van tevoren volgeboekt was, werd het mij zwaar te moede. Ik wist al wat mij te wachten stond: grote borden, met een plasje in het midden waarin kunstig een torentje gebouwd is van ondefinieerbare delicatessen.

Nooit een duidelijke, stevige hap.

Het restaurant heette Habbekrats en Ooievaar (of was het: Dagmars en Vandikhout, of Kaagman en Kortekaas?) en bevond zich in een smal steegje vlakbij de Dam in Amsterdam.

Ik keek om me heen toen we naar onze tafel werden geleid: we bevonden ons in een voormalig bedrijfspand, men had nauwelijks moeite gedaan de vroegere functie te verhullen. De muren waren deels bestudeerd ongestuuct gelaten, er bevond zich zwaar metalen hijsmateriaal aan het plafond en hier en daar stond een object met tandwielen en krukassen dat in een vorig leven ongetwijfeld goede diensten had bewezen bij de fabricage van onmisbare voorwerpen.

Ik hoopte natuurlijk tegen beter weten in dat ik een verantwoorde keuze zou kunnen maken (tussen schnitzel, saté en een hamburger), maar we kregen niet eens een menu. De vriendelijke hipster die ons verwelkomde bood ons slechts de keus tussen een vier- en een zesgangenmenu. Omdat hij het helemaal niet over geld had leek het mij prudent om voor het eerste te kiezen. Toen de jongen met het knotje even niet oplette stak ik vier vingers op, om mijn tafelgenoten ertoe te brengen niet te opteren voor de zes gangen.

Ik besloot assertief te zijn en informeerde nonchalant of er wellicht een mogelijkheid bestond te vernemen wat op ons bord verschijnen zou. Toen hij hoorde dat twee disgenoten niet van vis hielden fronste hij zorgelijk de wenkbrauwen. Er zat in elke gang wel iets van vis, maar hij zou met de kok gaan praten om te kijken of er iets te regelen viel.

Ik was erg blij met dit vertoon van soepele klantvriendelijkheid.

Ik wist niet wat ik te eten kreeg en ook niet wat ik ervoor betalen moest, maar de ober zou zijn best voor me doen!

De wijnkaart kwam en mijn zoon liet zien dat hij een man van de wereld was: hij vroeg de sommelier om advies. Die liet zich natuurlijk niet onbetuigd en even later werd er eerbiedig een stoffige fles ontkurkt.

In afwachting van nieuwe grote borden met kunstig gerangschikte stukjes voedsel (in een plasje) probeerden we een gesprek gaande te houden. Dat werd bemoeilijkt door het feit dat alle andere gasten tegelijkertijd hetzelfde probeerden te doen.

Na de vierde gang mocht ik afrekenen. Tijdens de wandeling terug naar het station bedacht ik van welke uitgaven ik het komende kwartaal maar beter kon afzien.

 

Zullen we vanavond thuis eten?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *