Mooi hout

Hout is een prachtig materiaal. Misschien had ik timmerman moeten worden, maar het is anders gelopen.

Ik heb wel regelmatig meubels zelf gemaakt, een tafel voor de kinderen (met bijpassende stoeltjes die er precies onder pasten), een grote wand/boekenkast waarin ook een eettafel was opgenomen en hoogslapers voor de kinderen. Ik maakte er een patrijspoort in en er was ook een geheim vak.

DSC_0001

Mijn pronkstuk was het familiekastje. Geïnspireerd door een meubel dat we in hotel New York hadden gezien maakte ik een dressoir waar ik nu nog steeds trots op ben. Greet heeft het geschilderd en gebruikte hiervoor motieven van de Navajo’s.

 

DSC_0004 DSC_0003 DSC_0002
Zij schilderde afbeeldingen van de familie op de panelen: Ben met (zoals altijd) twee voorwerpen, in elke hand één. Bas had een boek bij zich en ik werd afgebeeld met twee van mijn beroepsattributen: een schoolboek en een krijtje. Greet schilderde zichzelf op de zijkant waarvan ik geen foto kon maken.

Ik herinner me nog dat ik het heel moeilijk vond goed te zagen. Vaak had ik een millimetertje te veel of te weinig. Vooral het feit dat de zaag een of twee millimeter opeet vond ik lastig.
De laatste jaren heb ik niets meer gemaakt, Ikea verkoopt voor weinig geld heel mooie spullen waarvan de onderdelen wel goed in elkaar passen….

Phil Koomen

Af en toe wordt mijn belangstelling weer geprikkeld, zoals de keren dat we een bezoek brachten aan onze vrienden in Engeland, Phil en Esmyr.
Philip is meubelmaker van beroep en maakt prachtig design op maat. Afgelopen jaar had hij een tentoonstelling in een museum in Henley-on-Thames. Hij werkt met verschillende soorten hout en maakt gebruik van de tekening van het materiaal. Hij legt ook vaak hout in.

cabinetfearndetail1 phil-and-esmyr-at-rrm
Dit is zijn website.

Salvage Hunters

sh clarcs stoolOok in het programma Salvage Hunters (op Discovery, zie mijn blog hierover) komen regelmatig mooie houten meubels aan bod. Het gaat dan vaak om antieke spullen die soms jarenlang verwaarloosd zijn en er na een opknapbeurt weer prachtig uitzien (“from junk to gem”).
Ik vind het leuk om te zien hoe ze de meubels vinden (en vervolgens voor een prikje kopen), maar nog interessanter is het proces waarin ze weer toonbaar worden gemaakt. Het is volstrekt geen probleem als het hout oud is of gebutst, dat maakt het juist nog mooier.

Vloggers

Op zoek naar meer stuitte ik op Youtube op weer een ander soort filmpjes: vloggers laten precies zien hoe ze dingen maken of opknappen.
Ik kan er uren naar kijken, ik ben vooral onder de indruk van de prachtige houtverbindingen die ze toepassen. Overigens hebben ze allemaal wel een prachtige workshop met heel moderne houtbewerkingsmachines. Als ik die had gehad zou ik er nooit een millimetertje naast gezeten hebben en zou ik ook de mooiste dingen hebben gemaakt…

Amerikanen zijn gek op hout (ze hebben er ook heel veel van), maar maken veel meubels in Wild-West stijl of van dat zware, donkere soort dat je vaak op tv ziet in Amerikaanse “gezellige” restaurants. Niet helemaal mijn smaak.

WandelEen van de vloggers maakt ook vaak gebruik van “reclaimed wood”. Je gelooft je ogen niet hoe een paar oude balken, versplinterd en vol spijkers toch prachtige planken kunnen opleveren.
Hij struint echter ook junkyards af en scoort dan afgedankte meubelen. Hij maakt ze weer mooi of gebruikt de panelen om een nieuwe tafel of kast te maken.
Matthias Wandel is wat ik een wood-nerd zou willen noemen: hij is in staat een week te besteden aan een ingewikkelde geconstrueerde contraptie waarmee hij vervolgens een aantal gaten precies op de goede plek kan boren. Zijn werkstukken zijn ongelooflijk stevig, maar daarmee ook een beetje lomp.
Zijn site.    Een voorbeeld van zijn werkwijze. (Let ook op zijn Canadese accent).

LynnLynn, van Darbin Onvar, is een Amerikaanse met een heerlijk Zweeds accent. Zij maakt ook dingen in haar workshop en haar man filmt dat. Bijvoorbeeld dit filmpje.

 

Ik kan hier geen genoeg van krijgen, ik word er helemaal rustig van. Wat  wel heel erg opvalt is het feit dat ze gebruikmaken van maten in inches. Heel lastig!

Ikea of Amsterdamse school?

We stonden op het punt een kast bij Ikea te kopen, maar een bezoek aan het Stedelijk Museum (Amsterdamse School interieurs) bracht ons op andere gedachten. Er staat heel veel op Marktplaats en het is niet duur! Ik bracht een bod uit op een Amsterdamse School-kastje en Greet kocht een idem toilettafel.

theekastje

toiletmeubel

Ik heb er nu al zin in alles mooi op te knappen en te poetsen!

Reciprocity – a short story

Als je leraar Engels bent moet je je vak bijhouden. In dit kader, als vingeroefening, een kort verhaal. In het Engels.

 

There had been a mistake at the check-in for their flight from Washington to New York. Emily ended up on the other side of the aisle from her husband. When she asked a flight attendant to fix the problem Jake told her not to bother. The flight would take only 40 minutes; they could endure not sitting next to each other for such a short period of time. His chivalrous attitude was probably influenced by the fact that an attractive young woman occupied the seat next to him. Soon the young woman and her husband were engaged in a lively conversation. She could tell that he was using his funny Irish accent again, it never failed to make people laugh.

She changed her view to the man she was sitting next to, who was engrossed in a Sudoku puzzle.

Soon the plane was airborne and her husband now really hit it off with his traveling companion. At one moment he embraced her, hugging her close to his chest, minutes later he put his hand on her knee, whispering confidentialities in her ear. The woman seemed not to object to the rather intrusive way he treated her.

Emily was not surprised, Jake always got away with such behaviour. She did however condemn the woman. Nowadays women should not allow men to harass or fondle them. She was a feminist and would never tolerate being treated so disrespectfully.

She looked again at the nondescript man sitting next to her. He had put away his Sudoku and had closed his eyes.

Emily tried to disengage herself from the humiliating spectacle her husband was creating and started to fantasize. What would happen if she put her hand on the knee of the man next to her? He probably would slap her hand and get angry with her.

Emily and Jake had been married for twenty-four years and she had learned not to mind his womanising. It was part of his character and they shared a liberal view towards traditional matrimonial values. Marriage should not be a cage; one should not feel restricted by it. Partners should allow one another to experiment and should not be jealous. Jake had no difficulty whatsoever to put their convictions into practise.

Beneath the plane the suburbs of Baltimore came into view.

There was of course the possibility that the dozing man would not object to her hand on his knee, would welcome it even.

When they were engaged she had been proud of her husband-to-be. He had such sound ideas about the nature of a truly modern relationship between husband and wife. He succeeded in eliminating all her doubts. The only way to keep a relation healthy was by giving each other breathing space. They both knew that one in every three marriages failed, theirs was going to last forever. They would grow old together.

She had been nervous when she introduced Jake to her parents. She knew for certain that her father was not going to agree with the ideas of his future son-in-law. But Jake had been very wise, he never brought up the subject.

One evening, when Jake was away having a great time with a female colleague, Emily had invited a friend to their house. Tim was a very nice boy, shy and timid. He had been one of her classmates, Emily knew that he‘d had a crush on her. She had resolved to show her husband that she too, had no problem whatsoever with the terms of their engagement. She planned to sleep with Tim and knew for sure that Jake would not mind in the least.

She knew, because the old-fashioned notion of infidelity had come up in one of their endless conversations. Jake had pronounced the word condescendingly. He ‘d even encouraged her to meet other men, telling her that it was going to be a revelation for her.

But nothing happened between Tim and her, she had been unable to overcome her inhibitions. She had also felt that it would be unfair towards Tim to use him as a tool to reciprocate her husband’s ventures. Tim had been the gentleman she had expected him to be, he had made no overtures because she was a married woman.

She studied the fabric of her neighbour’s pants and in her mind gently touched the inside of his thigh. Maybe he was waiting for her to make a move? Maybe, as she touched his leg he would grab her fingers and pull her hand towards his crotch, encouraging her to follow up on her bold move?

She cringed at the thought of it and clutched her hands between her own thighs, to safeguard them from wandering into dangerous territory.

She looked out of the window. There were no clouds, so she was able to see the streets and houses of Philadelphia way down.

She’d come to the conclusion that she was an incorrigible bourgeois, completely unable to disengage from her old fashioned upbringing. Jake had reasoned that her inability to live up to their principles was her problem, not his, and that she should not stop trying to live up to them.

She had tried, but to no avail. She had busied herself with her job and their two children. Not once had she been able to balance the scales.

She smiled to herself. She knew what was going to happen if she put her hand on his leg: nothing at all. Since he had an artificial leg he would not feel anything. He would doze on completely unaware that he was accosted by the lady next to him.

The “fasten your seatbelt” lights came on. She looked at her husband who had fallen asleep. She studied his still handsome face and decided to let him sleep until the plane had landed. She was looking forward to meeting her two sons who would be waiting for them on JFK.

Together they would celebrate the 25th anniversary of their marriage. Their happy marriage.

Wonen in de Amsterdamse school

interieur AS

 

Deze expositie is tot 29 augustus 2016 te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Als groot liefhebber van de Amsterdamse School architectuur kon ik deze tentoonstelling over interieurontwerpen natuurlijk niet missen.

Ik had me een voorstelling gemaakt van veel meubilair zoals we dat ook in Tuschinski aantreffen, en daarin werd ik niet teleurgesteld. Zelfs de belichting leek op die in een bioscoop.

In de eerste zaal staat een verzameling klokken, de meeste nogal druk, op het barokke af. Hildo Krop, wiens werk ik bewonder, was de ontwerper van één model, dat acht keer terugkwam (met acht verschillende wijzerplaten).

De andere zalen leveren een feest van herkenning op: prachtige zware houten tafels en stoelen, vaak met mooie gekleurde stof bekleed.DSC_0010

DSC_0005

Het interieur van het Scheepvaarthuis was nadrukkelijk aanwezig, wat vooral in het oog springt zijn de prachtige ornamentele lampen en het glas in lood.

In een ander zaal kwam de grafische kant van de Amsterdamse School aan bod, de tentoonstelling eindigde met een Indisch interieur.

Uit de folder

De Amsterdamse school typeert zich door uitgesproken vormen. In de architectuur is dit te zien aan golvende baksteengevels, decoratief metselwerk en gebeeldhouwde details. In andere disciplines is de Amsterdamse School net zo uitgesproken:

Opvallend kleurgebruik
Intense en contrasterende kleuren, vaak afgezet tegen zwart. Veel gebruik van de secundaire kleuren paars, oranje en groen. Meubelen werden soms in felle kleuren gebeitst of met rijk gekleurde, zware fluwelen stoffen bekleed.

Bijzondere details
Ribbels, kartels, golven en gebeeldhouwde details, vaak afgeleid van organische vormen. Soms gaat dit gecombineerd met voorstellingen in houtsnijwerk.

Fantasierijke vormen
Expressieve, vaak ongebruikelijke vormen: afgerond, puntig of juist peervormig.

Grillig of geometrisch
Er bestaan twee varianten: een expressieve, met uitbundige vormen, felle contrasterende kleuren en grillige lijnen. En een strakkere, meer geometrische stijl, vooral in de grafische vormgeving, beïnvloed door de typografie van het tijdschrift Wendingen.

Een prachtige tentoonstelling, ik realiseerde me echter wel dat ik zelf toch liever niet zou willen wonen in een dergelijk interieur. Het is allemaal nogal massief en ondanks de kleuren ook wel wat somber. De ornamenten zijn erg druk, niet bepaald een rustpunt voor het oog.

Verschillende Amsterdamse instellingen vieren dit jaar het 100-jarige bestaan van de Amsterdamse School. Ik ga het goed in de gaten houden! 100jaaramsterdamse school.nl

Marktplaats

Ik kon het niet laten even te kijken wat een verzamelaar hier kan vinden. Een korte rondgang leert dat er voor de liefhebber best veel kansen liggen.

Voor dit lampje wordt € 125,- gevraagd, het buffet is geprijsd op €375,- en het theekastje moet €195,- opbrengen.

lampje 125  buffet 375theekastje 195

Toekomstdrive

Zaterdagmiddag deed een groot aantal van onze Denken en Doen cursisten mee aan de Toekomstdrive, die was georganiseerd door het district Gooi – en Ommelanden.

DSC_0023De drive was alleen bestemd voor bridgers in opleiding uit het district, de spellen waren hierop afgestemd.
Er deden zelfs vier kinderen mee! DSC_0025

 

DSC_0027

DSC_0028 DSC_0029

DSC_0031

 

Een drive als deze is een ideale gelegenheid voor beginnende bridgers te wennen aan het deelnemen aan een wedstrijd zonder meteen voluit in het diepe te worden gegooid. Het tempo is rustig (drie, in plaats van vier spellen per halfuur), de sfeer gemoedelijk.

Er waren lekkere hapjes en drankjes en natuurlijk leuke prijzen.

Er deden naar schatting 20 deelnemers mee die op dit moment les volgen in het kader van Denken en Doen.

Ik keek aan enkele tafels mee, het is leuk om te zien dat de cursisten inmiddels behoorlijk wat opgestoken hebben van de lessen.
Er werd veel gelachen, de spelers gingen er gemoedelijk mee om dat niet alles perfect liep.
Ze kregen na afloop een boekje mee met de spelverdelingen en deskundig commentaar. Sommige spelers doen hier niets mee, anderen bekijken de spellen en bespreken ze met elkaar. Dit is een heel goede actie, want alleen zo kom je echt verder.

DSC_0034De winnaars waren cursisten die bij mij op les zitten, het is natuurlijk altijd leuk voor een leraar als zijn cursisten het goed doen. Gefeliciteerd, Ans en Sylvia!

DSC_0033

Het kost veel tijd en energie om mensen voor te bereiden op lidmaatschap van een bridgeclub.
Ik doe het echter graag, omdat ik weet dat voor heel veel mensen bridge een bijzondere plaats in hun leven inneemt. Ze blijven alert en onderhouden volop sociale contacten. Daarnaast is er natuurlijk de satisfactie van af en toe eens een goede score behalen.
Ik ben er trots op dat ik een beetje bijdraag aan het welbevinden van een aantal mede-Almeerders.

Het juiste woord

Mijn vader kwam uit Friesland. Hij heeft ons niet Fries leren spreken, maar gebruikte af en toe wel een Friese uitdrukking, meestal hadden we geen moeite die te begrijpen.
Als je nalatig was geweest, of nonchalant, had hij daarvoor een Fries woord: sleau.

Iemand vertelt dat hij beloofd had langs te gaan bij zijn oude moeder, maar dit vergeten is. Het oude mensje heeft uren voor niets zitten wachten. Een typisch geval van sleau.

We gebruikten dit woord weleens nietsvermoedend in onze communicatie met Hollanders. We konden dan rekenen op niet-begrijpende blikken. “Wat zei je nou?”

Ook de zegswijze “Hij zag het zwerk al drijven”, (wat zoveel betekent als: hij zag aankomen dat een mislukking op handen was) behoort van huis uit tot mijn actieve woordenschat.
Omdat ik niet opgeruimd van aard ben en erop beducht ben dat zaken een teleurstellende wending kunnen nemen komt deze uitdrukking mij nogal eens van pas. Maar de mensen begrijpen niet wat ik ermee bedoel.

We leerden al snel dat we sommige woorden en uitdrukkingen thuis wel konden gebruiken, maar niet elders.

Koro

Enige tijd geleden ontdekte ik een boek dat volstaat met woorden die in de ene taal wel bestaan, maar in de andere niet. *

Ik haal bij de meeste van deze woorden mijn schouders op. Eskimo’s hebben acht woorden waarmee ze verschillende soorten ijs kunnen aanduiden. We kunnen in Nederland makkelijk toe met één.

Maar hier en daar kwam ik een juweeltje tegen, een woord dat eigenlijk in het Nederlands zou moeten worden opgenomen omdat het haarfijn een begrip omschrijft, in onze taal kan dat alleen met gebruikmaking van veel meer woorden.

Een paar voorbeelden:

Talanoa (Hindi): kletspraat als een maatschappelijk hechtmiddel. (Moet je vooral beheersen als je je gedwongen te midden van veel onbekenden bevindt, zoals in de rij voor de kassa of op een verjaardag). Ben ik niet goed in.

Njepi (Balinees): nationale feestdag waarop iedereen zijn mond houdt. O wat mooi, meteen invoeren. Op die dag mag Wilders naar Almere komen.

Shibui (Japans): de schoonheid van het verouderen. Dit moeten mijn zoons inzien als ik weer eens in gevecht ben met mijn I-phone.

Bricoleur (Frans): iemand die dingen aanpakt door maar wat aan te rommelen, zonder duidelijk plan. Hier zie ik heel veel voorbeelden van in mijn omgeving, ik noem natuurlijk geen namen.

Schlimmbesserung (Duits): een zogenaamde verbetering die alles alleen maar erger maakt. Vaak het gevolg van het optreden van een Bricoleur.

Uffda (Zweeds): een klanknabootsend woord dat gebruikt kan worden als meelevende uitroep wanneer iemand anders pijn heeft. Erg handig als je er getuige van bent dat iemand zichzelf met een hamer op de duim slaat. Er is wel het risico dat het slachtoffer denkt dat je hem in de maling neemt en dan vervolgens jou met de hamer te lijf gaat.

Razblinko (Russisch): het gevoel dat een persoon voor zijn vroegere geliefde koestert. Het is geen liefde meer (hopelijk), er zit een element in van zoete nostalgie en ook pijn. Veelzeggend dat dit mooie woord wel in het Russisch en niet in het Nederlands bestaat.

Mijn eerste vriendin heette Els en ik kwam er al snel achter dat we niet echt goed bij elkaar pasten. Maar mijn hart was gebroken toen we uit elkaar gingen. Ik luisterde keer op keer naar “If You Leave me Now” van Chicago. Dit nummer vertolkte precies mijn gevoelens.
Als ik het nu hoor heb ik meteen Razblinko.

We moeten ons op het gebied van de liefde dus nogal behelpen met de Nederlandse taal. De oude Grieken hadden het makkelijker, zij onderscheidden zes verschillende soorten liefde:

Agape: liefdadigheid, compassie, naastenliefde.

Ludus: liefde als een spel. De Engelsen zouden zeggen: fooling around.

Oragma: diepe genegenheid, de liefde van een goede, trouwe vriend.

Stoye: de liefde binnen de familie; kameraadschappelijke liefde.

Mania: de liefde zo krachtig dat deze omslaat in een obsessie.

Eros: die liefde die ons treft als een een bliksem; lust, passie, seks.

Tot slot: van de liefde naar de oorlog.

Woorden kunnen ook twee betekenissen hebben en het is van groot belang dat we de juiste kiezen:

Op 26 juli 1945 stelden Churchill, Truman en Stalin aan Japan een ultimatum: Japan moest zich overgeven, want anders… De regering van Japan was geneigd toe te geven, maar moest de vasthoudendheid van generaals en het opgefokte nationalisme van burgers weten te trotseren. Ze verklaarde dat ze het vredesvoorstel in overweging nam. In de verklaring kwam het woord mokusatsu voor. Behalve “wij nemen het in overweging”, kan het ook betekenen “wij negeren het”. De Japanse vertaler koos voor de tweede betekenis.

Toen men de fout ontdekte, was de verklaring al de wereld in en Japanse trots verhinderde het de verklaring te herroepen. De vertaling waarin van negeren van het vredesvoorstel werd gesproken, verscheen in de Amerikaanse pers en twintig dagen later doodden twee atoombommen 150.000 Japanse burgers.

 

*Koro (Chinees; zlfst. nw.) De hysterische overtuiging dat je penis steeds kleiner wordt. Door Howard Rheingold. 1988, Kosmos Utrecht.

Knooppunt Hoevelaken

Het gebeurt me heel vaak dat ik na aankomst op een feestje of verjaardag rekenschap moet afleggen hoe ik er gekomen ben.

“Ben je over de A7 gekomen of via Krommenie?”
Ik moet dan meestal het antwoord schuldig blijven omdat ik op het gebied van navigatie zwaar leun op de geografische kennis van mijn vrouw en natuurlijk op mijn TomTom.

De spreker wil vooral graag zichzelf horen en begint omstandig uit te leggen dat ik de provinciale weg langs Hoevelaken had moeten nemen, en dan niet rechtsaf bij Vinkeveen had gemoeten maar juist door had moeten rijden omdat daar veel minder stoplichten staan.

Dit soort aanwijzingen is volstrekt niet aan mij besteed. Ik zou zonder hulp nooit op mijn bestemming aankomen. Men zou mij honderden kilometers uit de route gemummificeerd aantreffen in mijn auto waar geen druppel benzine meer inzit. Onderzoek zou aantonen dat ik 12 keer hetzelfde rondje had gereden.

hockeymeisjeAls ik rijd spelen twee vrouwen de baas over mij. Met de eerste ben ik inmiddels 25 jaar getrouwd, de tweede huist in mijn TomTom. Het is een hockeymeisje dat vrolijk in het leven staat. Vaak zet ik de TomTom niet uit als ik bijna thuis ben (zelfs ik kan dan de weg wel vinden), omdat ik haar weer opgeruimd met rollende r’en wil horen zeggen: “We zijn er! Ik hoop dat je een prettige reis hebt gehad!”

Het hockeymeisje, laten we haar maar Gwendolyn noemen, is wat gedecideerder dan mijn echtgenote. Gwen houdt zelfs stug vol dat ik bij het uitrijden van mijn wijk de linker rijbaan moet nemen, terwijl die toch echt bedoeld is voor het tegemoetkomend verkeer. Mijn vrouw is weleens geneigd haar twijfels met mij te delen: “Hadden we hier niet beter rechtsaf kunnen gaan”?

Ik heb haar ermee geconfronteerd dat ze getrouwd is met een man die behoefte heeft aan duidelijke aanwijzingen (in het verkeer dan). “Ik rijd liever een eind om dan dat ik gevaarlijke toeren moet uithalen”, zeg ik als trouw Autokampioenlezer. We weten allemaal wat voor drama’s er kunnen gebeuren als oudere weggebruikers het even niet meer weten. Voor je het weet ben je spookrijder.

Op de verjaardag kan ik dus niet veel vertellen over de gevolgde route, maar dat weerhoudt me er niet van toch mijn duit in het zakje te doen.  Ik verzin ter plekke niet-bestaande wegnummers en onmogelijke topografische aanduidingen. Menig verstokte automobilist, die met mij een interessante boom op wilde zetten over zijn favoriete bezigheid (wie houdt er nu niet van autorijden?) is enkele momenten met stomheid geslagen. Dan ziet hij de humor ervan in en slaat mij waarderend op de schouder.

Ik maak mezelf nog populairder door te vertellen dat ik 80 km per uur een mooie snelheid vind. Ze weten inmiddels dat ik een grappenmaker ben en moeten hier hartelijk om lachen. Godzijdank kunnen we op steeds meer plaatsen 130 rijden en we horen op de autoradio waar geflitst wordt. Genietend van mijn populariteit dik ik mijn verhaal nog meer aan. Ik vertel dat ik op de snelweg graag in de derde versnelling rijd omdat ik dan de motor beter kan horen. Meestal vinden ze dat ik dan te ver ga: automishandeling is geen plezierig gespreksonderwerp.

Als ik vind dat het tijd is om te vertrekken (en dat is het zomaar) kondig ik aan dat we gaan fietsen. (Dat is nostalgie, omdat ons sociale leven zich vroeger placht af te spelen in Amsterdam, waar we inderdaad altijd fietsten. Op het tijdstip waarop we destijds naar huis gingen was van openbaar vervoer meestal geen sprake meer).

hoevelakenDeze opmerking veroorzaakt bij veel mensen paniek: “ Zijn jullie hier op de fiets gekomen?”
Ik kan ze meestal geruststellen, we zijn natuurlijk met de auto! Straks rijden we terug naar huis. In de derde versnelling. Via Hoevelaken.

 

Indonesisch eten

Number One Son kwam en mocht vertellen wat we zouden eten.

Hij koos voor Roedjak met saté en Gado-gado.

De Roedjak:

  • Pers een citroen uit en verwarm het sap
  • Los hierin 150 g bruine basterdsuiker op, doe er een theelepel sambal bij en een theelepel ketoembar
  • Een halve komkommer, een blikje mango, een appel en een blikje peer (snijd het fruit in stukjes)
  • Roer door elkaar

De Gado-gado:

  • Bedek de bodem van de schaal met stukjes komkommer
  • Bak witte kool en een bakje taugé, voeg op het laatst een handje voorgekookte specieboontjes toe (doe er ketjap bij en wat zout)
  • Snijd twee gekookte eieren in plakjes
  • Verdeel de roergebakken groenten over de schaal, leg hier de plakjes ei op
  • Gado-gado saus is het best (zitten stukjes pinda in), maar ik had alleen gewone satésaus (Wijko)
  • Giet de saus over de ingrediënten in de schaal en strooi er wat gedroogde gebakken uitjes over

Saté:

  • Maak een marinade van olie, sambal en uitgeknepen knoflook. Beetje zout.
  • Snijd de kip in blokjes en rijg aan de spiesjes, marineer
  • Leg de stokjes op de grill, (ik heb er één die ook tosti’s kan maken, een dubbele) keer regelmatig
  • Gewoon dezelfde satésaus erbij, merkt niemand

IMG_1108 (1)

Ik serveerde de gerechten met witte rijst, als je nasi neemt is het overkill.

We dronken er een glaasje cider bij.

Lekker! De zoon komt vaker.

Citotoets

Wiebelkoers

Het is weer raak. Er moest weer zo nodig wat verspijkerd worden in het onderwijs en nu blijkt dat er toch weer ongewenste neveneffecten zijn.

Hoe is het mogelijk dat men nu pas ontdekt dat leraren geneigd zijn hun advies af te stemmen op het opleidingsniveau van de ouders? Ik leerde al 40 jaar geleden op de Pedagogische Academie dat we daarvoor moeten oppassen.

Met veel bombarie werd de Citotoets opgedoekt terwijl iedere ervaringsdeskundige kon vertellen dat de toets een bijzonder goede voorspeller is (want zeer valide) en een zeer gewaardeerd hulpmiddel in het gesprek met leerling en ouders.

Ouders kunnen heel veel druk uitoefenen op de leerkracht van hun kind om een Havoadvies te bewerkstelligen waar een VMBO-advies beter op zijn plaats zou zijn geweest. Niet geheel onterecht heerst er grote angst bij ouders dat hun kind op het VMBO belandt. Niet alleen kan het leerklimaat daar best heavy zijn, de kans dat je kind alsnog opklimt naar een hoger schooltype is zeer klein.

Toen onze zoon van zijn onderwijzer als voorlopig schooladvies VMBO kreeg heb ik veel moeite gedaan de vervolgschool zover te krijgen dat ze een plaatsje voor hem openhielden op de afdeling HAVO. Ik vroeg hen te wachten op de uitslag van de Cito-toets, ik zou me daaraan conformeren. Uit de toets kwam een duidelijk Havoadvies, inmiddels heeft mijn zoon de HAVO succesvol afgerond.

In mijn eigen onderwijspraktijk maakte ik volop gebruik van de Citoresultaten in mijn gesprekken met leerlingen en ouders. Ik had de gewoonte om bij het bekend worden van de uitkomst van de entreetoets aan het eind van groep 7 de uitslag met de ouders en de leerling te bespreken, de leerkracht was daar natuurlijk ook bij. We konden hen dan al voorbereiden op de uitslag van de eindtoets, en konden ook samen kijken wat er in de tussenliggende periode nog moest en kon gebeuren.

In dezelfde setting bespraken we de Cito-eindtoets, ik heb nooit meegemaakt dat ouders verbaasd waren over het resultaat, een enkeling misschien in positieve zin: hun kind had op de toets beter gepresteerd dan ze gedacht hadden. Ouders hadden dan ook bijna nooit moeite met het advies dat onze school gaf mbt het vervolgonderwijs. Ik had de gewoonte om bij twijfel het hogere type te adviseren. Ik weet dat het goed is voor kinderen de lat hoog te leggen. Ik beklemtoonde altijd dat er goed contact was tussen onze school en de vervolgscholen en dat deze veel waarde hechtten aan het advies van de leraar, die het kind immers heel goed kent (in de schoolsituatie). Ik maakte in deze gesprekken ook gebruik van de terugrapportage van het vervolgonderwijs: ik kon aantonen dat ons advies in verreweg de meeste gevallen correct bleek te zijn geweest.

Ik benijd de leerkrachten niet die nu zonder ruggensteun van de Citotoets deze gesprekken moeten voeren. Ik vrees dat er docenten zullen zijn die toegeven aan de druk van assertieve (of zelfs agressieve) ouders en een te hoog advies geven. Zij zullen blij zijn af en toe een ouder tegenover zich te vinden die niet met de vuist op tafel slaat en zonder meer accepteert wat de school adviseert. Is er niet het risico dat kinderen van deze ouders bij twijfel juist het lagere advies krijgen, ook om te voorkomen dat de school uit de pas gaat lopen met betrekking tot het aantal HAVO-VWO adviezen? Het wordt immers een beetje ongeloofwaardig als er bijna geen VMBO-adviezen meer worden gegeven. Zal het vervolgonderwijs de school nog zonder meer vertrouwen?

De minister krijgt nu de kans een rechte koers te varen door te vertrouwen op de mensen uit het veld. De Citotoets moet terug, want de leerling is zoals altijd het grootste slachtoffer van verkeerde beleidsbeslissingen.

 

Over taal

Ik had me voorgesteld regelmatig over taal te zullen schrijven, omdat dit onderwerp me interesseert. Ik houd van mooi en zorgvuldig taalgebruik en erger me aan taalfouten.

Tot mijn verbazing ontdekte ik dat er veel blogs bestaan die zich specialiseren in het signaleren en bekritiseren van incorrect taalgebruik. Ik ontdekte dat deze bloggers ook wel taalpolitie, of erger nog: taalnazi’s worden genoemd.

verkeersbordHet was wonderlijk te ontdekken dat veel mensen zich kennelijk zo ergeren als ze constateren dat tegen de regels van de taal wordt gezondigd dat ze bereid zijn er veel tijd in te steken om de zondaars aan het kruis te nagelen. Grappig genoeg maken zij in hun woede soms dan ook weer taalfouten, waar anderen dan weer honend de vloer mee aanvegen. Er bestaat zelfs een term voor dit fenomeen: Muphry’s law (dus niet: Murphy’s)*.

Ik besloot dat ik hier niet bij wilde horen. Ik voelde me aangesproken door een artikel in de Huffington Post, waarin de schrijver ons voorhoudt dat taalregels aan verandering onderhevig zijn. Wat vroeger goed was is nu fout en wellicht zal wat we nu schrijven in de toekomst anders geformuleerd moeten worden.

Ik publiceer wel

Het spreekt voor zich dat ik probeer zo min mogelijk fouten te maken. Ik stel me op het standpunt dat eenieder die publiceert (en zijn schrijfsels dus niet in de bureaula laat liggen) verplicht is zijn tekst te controleren. Dit moet hij doen uit respect voor zijn lezers en omdat hij serieus genomen wil worden. Als ik spellingsfouten zie, of constateer dat iemand zondigt tegen de regels van de grammatica vraag ik me af hoe het gesteld is met de inhoud van de tekst. Als iemand geen taalkundige zorgvuldigheid betracht, hoe zuiver is dan zijn inhoudelijke redenering? Ik ben me ervan bewust dat het voor veel mensen niet makkelijk is een foutloze tekst te produceren. Maar: als je niet precies weet hoe een woord gespeld moet worden krijg je veel hulp van de tekstverwerker. Er verschijnt een rood kartellijntje onder woorden die anders gespeld moeten worden, of die de tekstverwerker niet kent (in dit stukje staan ze tot nu toe onder bloggers en Murphy’s). Het zou voor veel mensen een zegen zijn als Word je ook te hulp zou schieten als je een werkwoord verkeerd vervoegt, maar zover is de techniek nog niet. Het blijft dus worstelen met die vermaledijde d’s en t’s.

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik de spellingcontrole van mijn tekstverwerker een zegen vind. De eerste keer dat ik welgemoed meedeed aan het Nationaal Dictee werd ik wreed geconfronteerd met de vele valkuilen in onze taal. Ik maakte veel fouten…
Grammatica vind ik niet moeilijk: die is bijna altijd consequent en logisch. Ik hoef die kennis meestal echter niet bewust te gebruiken als ik schrijf, vaak gaat het vanzelf goed. Daarnaast ben ik toegerust met een alarmbelletje dat tijdens het lezen gaat rinkelen als ik een fout tegenkom.

Alarmbelletje

Hoe komt het dat sommige mensen het meteen zien als er een fout staat? Waarom blijft de werkwoordspelling voor anderen een groot mysterie? In mijn ervaring is scholing belangrijk: als je het vroeger op school goed geleerd hebt maak je weinig fouten. Ik ken echter hooggeschoolde mensen die dikke fouten maken. Ik vraag me ook wel eens af of het te maken heeft met het vermogen logisch te denken. Als je de anologie-methode correct toepast (het is hij wordt omdat het ook is: hij loopt) maak je met de persoonsvorm geen fouten meer. Toch zijn er echte bèta’s die dit niet kunnen. Heeft het te maken met het woordbeeld? Hij loopd oogt volkomen verkeerd, net als hij heeft gefietsd.

Ik denk dat mensen die gezegend zijn met een alarmbelletje verstand hebben van grammatica: zij zien in één oogopslag wat de functie van een woord is in de zin. Is het de persoonsvorm? Of is het een voltooid deelwoord? Zij worden geholpen door hun kennis van de Nederlandse zinsbouw: de persoonsvorm is altijd het tweede, soms het eerste zinsdeel, en staat dus altijd relatief vooraan in de zin. Een voltooid deelwoord staat meestal achteraan. De regels van ’t kofschip zijn zo goed verankerd dat hun ogen bij het lezen blijven haken als ze een d ontwaren op de plek waar volgens het kofschip een t had moeten staan (verscheepd) of andersom (gepaart). Dit wordt meestal aangeduid met de term taalgevoel. (Je hebt het of je hebt het niet…)

Soms werkt het alarmbelletje niet, of gaat het ten onrechte af. Mijn ervaring is, dat dit gebeurt wanneer er sprake is van tweeledigheid of onterechte analogie (als woorden maar één letter verschillen):

    • Een woord ziet eruit als een voltooid deelwoord maar fungeert als persoonsvorm (veroordeelt, beschermt), of andersom
  • Gedijdt lijkt goed (naar analogie met lijdt), maar omdat er in de infinitief geen d voorkomt (gedijen) is de correcte vorm gedijt.
  • Hij wint is goed, hij windt ook (in: hij windt er geen doekjes om)
  • Let wel even op welk werkwoord je wil gebruiken (in de Volkskrant las ik: “baadt het niet, het schaadt ook niet”).

 

Het gaat weleens mis

loesjeDe oplettende bloglezer heeft natuurlijk al door waar deze lange inleiding op uitdraait: het is een omstandige uitleg van de omstandigheden waaronder het mogelijk was dat er een dikke taalfout in een van mijn berichten stond. Mijn taalgevoelige zus (nee, geen onderdeel van de taalpolitie) maakte mij er (toch wel enigszins triomfantelijk) op attent.

In mijn beroep doen we vaak aan planning. Als dat gebeurd is vertellen we elkaar dat alles goed gepland is. Ik schreef dat er nieuwe plantjes gepland moesten worden, maar ik bedoelde natuurlijk geplant. Plannen en planten, het scheelt maar één letter.

Ik denk dat mijn alarmbelletje even stuk was ……

* Lees dit artikel in HP-de Tijd

Over de terminologie: dit artikel in “Onze Taal”