Americana III

Het was tijd me nog wat verder te verdiepen in dat fantastische land aan de overkant van de Atlantische Oceaan.
De Verenigde Staten, land van de bevrijders, van geweldige literatuur, techniek en onbegrensde mogelijkheden maar ook land van Trump, krankzinnig wapenbezit en oerconservatieve fundamentalistische Darwin-ontkenners.

Ik koos voor De geschiedenis van de Verenigde Staten van Frans Verhagen.

 

In negen hoofdstukken behandelt hij verschillende tijdvakken in de geschiedenis van de VS, beginnend bij de eerste Europeanen die zich vestigden in 1612 en eindigend in 2017.

Tijdens het lezen ontdek je dat je al veel weet van Amerika, maar vaak weet je niet precies hoe het zit. Dan is zo’n compleet overzicht natuurlijk heerlijk om te lezen. Je krijgt inzicht in de geschiedenis, de maatschappelijke verhoudingen en de politiek.
Verhagen ziet kans de situatie waarin Amerika nu beland is, met een verschrikkelijke president, een tot op het bot verdeelde samenleving en talloze burgers die nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden goed te verklaren vanuit historisch perspectief.

 

Begrijp jij Amerika nog? Van dezelfde schrijver begint waar het andere boek ophoudt.

Verhagen maakt vooral de periode tussen de crisis van 2008 en de verkiezing van president Trump inzichtelijk. We zien de geweldige verschillen tussen de kusten en het binnenland, de nadelen van het (verouderde) politieke systeem, de steeds groter geworden inkomstenverschillen en de verpestende rol van de media.

Hij geeft eerlijk toe dat hij, net zomin als heel veel anderen, het verlies van Clinton voorspeld had. Hij had de boosheid en angst van heel grote groepen blanke middenstanders onderschat en geen oog gehad voor de slimheid van Trump. Die had als geen ander door dat veel Amerikanen zo wanhopig waren dat ze op de enige kandidaat stemden die in hun ogen verandering teweeg zou kunnen brengen.

Verhagen heeft een mooie heldere stijl en verveelt geen moment. Een aanrader!

 

We reisden met de trein naar Assen, waar in het Drents Museum de prachtige expositie The American Dream te zien was. Ondertitel: Amerikaans Realisme 1945-1965.
(Gelijktijdig was in de Kunsthalle in Emden (Duitsland) American Realism te zien, over de periode 1965-2017).

 

In de tentoonstelling (die jammer genoeg inmiddels niet meer te bezoeken is) werden bijna 60 werken (schilderijen, foto’s en beelden) getoond van Amerikaanse kunstenaars.

Publiekstrekker waren twee doeken van Hopper, ik vind het een belevenis om met je neus bovenop zo’n origineel meesterwerk te staan.

 

   Wyeth, Andrew

 

Raphael Soyer                        Roy Lichtenstein

Toen ik de schilderijen bekeken had ging ik op een bankje zitten en zette een koptelefoon op. Ik luisterde naar een speciale playlist, met nummers als Strange Fruit van Billie Holiday, We shall Overcome van Pete Seeger, het dieptreurige Dear John, We shall not be moved en We’ve gotta get out of this place van The Animals.

Deze lijst is nog steeds te beluisteren op Spotify.

Ik nam als waardige afsluiting in het museumcafé een Coca Cola en onionrings.

Verhagen:                        8

The American Dream:  8

 

Americana II

Er was een tijd dat je ervoor moest zorgen op tijd thuis te zijn als je geen aflevering van je favoriete serie op tv wilde missen.
Toen kwam de mogelijkheid programma’s op te nemen, je kon naar de videotheek, of je kocht DVD’s.

Dit is inmiddels helemaal achterhaald, iedereen kijkt naar een betaalzender.
Wij kozen voor Videoland (omdat we The Handmaid’s Tale wilden zien) en Netflix.

Kijken naar deze Amerikaanse aanbieder is een gemengd genoegen.
Prettig is, dat er een aantal leuke en interessante films/documentaires/series te zien is.

Als je een serie aan het kijken bent krijg je als je Netflix opnieuw opstart meteen het aanbod de draad weer op te pakken, vaak is er ook de optie de introductie over te slaan (dat is na verloop van tijd wel handig, dan ken je de intro inmiddels wel).

Wat ik niet fijn vind, is dat mij op grond van een ondoorgrondelijk algoritme voortdurend een groot aantal aanbevelingen wordt gedaan. Netflix vertelt me dat een serie voor 93% overeenkomt met mijn voorkeur. Nergens is te vinden hoe ze aan dat percentage komen en vaak klopt er geen bal van.

Ik ben gewend goed uit te zoeken welke series de moeite van het kijken waard zijn. Ik lees recensies en beoordelingen en noteer titels.
Daarmee benader ik de zoekmachine en word meestal teleurgesteld: staat niet op Netflix. Wel worden mij trouwhartig heel andere films aangereikt waarvan de naam enigszins lijkt op wat ik zocht.

Dat benadert voor mij het toppunt van stupiditeit: je zoekt film A, maar neemt ook genoegen met een film waarvan de titel enkele letters gemeenschappelijk heeft met de door jou gezochte film.

Zouden ze in het geboorteland van Netflix werkelijk zo stom zijn?

We proberen natuurlijk veel aangeboden series, maar haken meestal al na vijf minuten af. Wat hebben ze in Amerika toch een ontstellende berg puin dat door moet gaan voor amusement.

Er staan ook veel documentaires op Netflix, maar op de een of andere manier hebben we daarmee nog niet veel geluk gehad: we probeerden er een paar, maar vonden dat in de meeste heel erg veel gepraat wordt en dat het tempo nogal laag ligt.

Films: er staan nooit nieuwe op, ik voel me niet aangetrokken tot het aanbod.

We gebruiken Netflix nu een paar maanden en zijn tot de overtuiging gekomen dat deze dienst zich voornamelijk richt op kijkers die het eigenlijk niet zo erg veel kan schelen waar ze naar kijken (als het maar beweegt). Dit wordt gedemonstreerd door het feit dat men nooit stopt: als je klaar bent met de ene aflevering wordt de volgende al opgestart en als de serie afgelopen is begint ongevraagd een nieuwe….

Netflix is dus maar zeer ten dele geschikt voor kijkers als wij. We zullen ons best moeten doen er de pareltjes uit te zoeken.

Die zijn er gelukkig wel. Ik kan aanraden uit de top-50:

The Crown
House Of Cards
Fargo
Luther
Broadchurch
Homeland

Gelukkig is er ook nog die andere Amerikaanse club: Amazon. Ik wilde heel graag The Florida Project zien en bestelde de DVD.

Wat een schrijnend prachtige film, die een haarscherp beeld geeft van de Amerikaanse samenleving. Maar je wordt er niet blij van…

 

 

Wordt vervolgd.

Wat is er aan de hand met mijn krant?

Af en toe richt de hoofdredacteur van de Volkskrant zich tot zijn lezers en vermeldt dan terloops dat er weer een rondleiding op de krant was voor trouwe lezers.
Ik vraag me dan af wanneer ik hiervoor uitgenodigd zal worden. Ik weet niet precies wanneer mijn abonnement inging, ik denk bijna veertig jaar geleden. Dat is vast nog niet lang genoeg. Ik vermoed dat dat ze wachten met uitnodigen tot hun eerbiedwaardige oude lezers lichtjes zijn gaan dementeren om op deze manier te voorkomen dat de redactie onder een stortvloed van grijze kritiek bedolven wordt.

Want zoals zoveel eerbiedwaardige instituten moet ook mijn krant de gesel der Vernieuwing verduren.

Dat de krant zich op een gegeven moment niet meer zag als vertolker van het Rooms gedachtengoed was natuurlijk prima, ik kon ook leven met de verkleining van het formaat.

Meer moeite had ik met de creatie van een magazine dat wel geschreven lijkt voor een doelgroep die louter bestaat uit welgestelde, jonge, hippe, modebewuste gearriveerde dertigers.
Elke keer lees ik met verbazing over lichte en ruime lofts die omgetoverd zijn tot fijne leefomgeving voor Annemieke (interior designer en influencer), Joachim (creatief ondernemer) en hun kinderen Flip, Sanne en Mees. We zien welke enige hebbedingetjes ze om zich heen hebben verzameld (ontworpen door een bevriende kunstenaar) zoals de houtkachel van €6500 die ze bijna nooit hoeven aan te steken, maar die ze moesten hebben.

Ik kan kennisnemen van reportages over reizen naar een heel ver land en kan vast noteren welke ervaringen ik daar vooral niet mag missen (dat enige bistrootje waar ze het varken nog in zijn geheel serveren, die winkel waar je sloffen kunt kopen van lamaleer en dat tochtje in een open boot waar je op eigen kracht door stroomversnellingen mag roeien!)

Als ik weet welke kleren ik moet aanschaffen om aan de nieuwste mode te voldoen en likkebaardend heb mogen lezen welke lekkernijen je in Oost Kapelle kan eten voor €85 pp (gemarineerde zeekraal op een bedje van Sint Jacobsschelpenschuim met een geraffineerde dressing van limoencrème als begeleiding van een op de huid gebakken vergeten vissoort!) kom ik tot rust bij de pagina waar verteld wordt welk modern vormgegeven of juist vintage voorwerp beslist niet mag ontbreken in mijn huis (een zitbol geheel vervaardigd uit slierten plastic die uit zee zijn opgevist!).

De andere zaterdagbijlage (die sir Edmund heet, vraag me niet waarom) is sinds kort op glad papier gedrukt. We moeten het cryptogram nu schuin onder de lamp houden om te kunnen zien wat we ingevuld hebben.

En dan is er de app. Ik ben bang dat mijn vertrouwde papieren krant binnen afzienbare tijd hiervoor plaats zal moeten maken.  Ik moet ervoor zorgen om op tijd dood te gaan als ik dit niet meer wil meemaken.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de digitale uitgave er best mooi uitziet.
Aangezien er op tweede pinksterdag geen krant was heb ik mij laten verleiden de krant op mijn tablet te lezen. Het viel niet tegen, het zag er gelikt uit.

Maar ik zal nooit een fan worden, want er gaat niets boven echt bladeren. Een krant moet naar inkt ruiken, moet knisperen, je moet in een oogopslag kunnen zien wat erin staat en je moet er stukjes uit kunnen knippen.

Blijft er een argument over om toch blij te zijn met de app: voor sommige mensen zal het heel prettig zijn dat je de krant nu ook kunt lezen als je ver weg op vakantie bent.

Maar ook dit gaat voor mij niet op, want de krant wordt mij nagestuurd en ik kan hem op mijn favoriete vakantie-eiland nog dezelfde dag bij de receptie van de camping ophalen…. (Fantastisch geregeld, overigens).

Ik blijf dus maar abonnee en wacht geduldig op een brief van Philip Remarque: “Beste trouwe lezer, het is mij een genoegen u uit te nodigen voor een bezoek. Wij zullen met genoegen luisteren naar al uw loftuitingen”.

 

 

Americana I

Op de een of andere manier steekt in mijn bezigheden de VS van Amerika de laatste tijd steeds de kop op.

Jammer genoeg trekt Trump op dit moment de meeste aandacht.

Iedere keer geconfronteerd worden met deze verschrikkelijke president is geen pretje, je zou je eraan willen onttrekken als dat mogelijk was, maar als het gaat om andere aspecten van dit enorme land vind ik het meestal erg interessant.

Youtube probeert erachter te komen waar je belangstelling naar uitgaat en presenteert je vervolgens tot vervelens toe filmpjes die je volgens hun algoritme wel zal kunnen waarderen.
Omdat ik weleens wat bekeek over houtbewerking werd ik op het spoor gezet van twee interessante projecten: jonge Amerikanen bouwen hun eigen boot.

In de huiskamer kun je tegenwoordig niet meer om Netflix heen. We zijn dol op series en dit kanaal biedt hier een overvloed van aan.
Ik lees veel Amerikaanse literatuur en ben ook verzot op non-fictie die betrekking heeft op dit magnifieke land. Ik las The Assault On Reason van Al Gore, Geschiedenis van de Verenigde Staten door Frans Verhagen en ben net begonnen in Begrijp jij Amerika nog? Van dezelfde schrijver.

Ten slotte: we bezochten het Drents Museum in Assen, waar op dit moment de expositie The American Dream te zien is.

Acorn to Arabella

Op deze site kan je de bouw volgen van de Arabella. Steve en Alix zijn twee jonge Amerikanen die in Massachusetts (in het NO van Amerika) 8 jaar hebben uitgetrokken om uiteindelijk het ruime sop te kunnen kiezen in hun zelfgebouwde boot.
Ze leven heel spaarzaam en doen een beroep op geïnteresseerden om hen te sponsoren.

Ze komen heel sympathiek over en zijn in mijn ogen “echt Amerikaans”: Steve is kaal van boven maar heeft een woeste baard en gaat af en toe een squirell schieten om op te eten.

Ze zijn volledig zelfvoorzienend en gaan geen enkele uitdaging uit de weg.

 

We are building a 38’ wooden sailboat designed in 1934 by William Atkin.  Atkin calls this particular boat “Ingrid” but our vessel will be named “Arabella”, once built we intend to take her to the most far flung corners of the world.  We are documenting every aspect of the build as we go, we hope to inspire and educate people along the way and to experience as much of this wonderful world as possible in the process.

When we say “build” we mean just that, from scratch, in our front yard, with our own two hands. Everything for Arabella will be sourced as locally as possible, this is very important to us. 99% of the lumber will be harvested from our property, the logs cut to length, any extra will become firewood to heat the smelter, steam box and us.  The logs will get milled into boards on a small portable sawmill, the boards then will be shaped into a boat.  We need 12,000lbs of scrap lead for a ballast keel and we must build a smelter, melt the lead and pour it into a mold we make.  There is a lot that goes into building a boat of this size!

Dit is hun site, vandaag verscheen net de nieuwste aflevering (van de ruim 50).

Salt & Tar en de Rediviva

Een jong Amerikaans echtpaar begon ook helemaal vanaf nul met de bouw van hun houten zeilboot. Ze werkten op een stuk land in Washington (de staat, in NW Amerika) dat ze van vrienden hiervoor mochten gebruiken. Daarna verhuisden ze hun boot naar California.

 

Salt & Tar is a husband and wife duo determined to build a 35 foot custom George Buehler designed wooden gaff ketch sailboat; documenting their undertaking. Now, 2.5 years into the project at the age of 25, Garrett and Ruth Jolly have transported the project to the San Francisco Bay Area. It began up a hill in Washington state. Equipped only with a 5000W generator, a few power tools, and resolution Rediviva has grown from a stack of lumber to a boat. Continuing the project in the Napa Valley Boatyard with better access to civilization and the launch ramp! You can also check out their blog, https://saltandtar.org , kept for more or less up-to-date information on the project. The couple tries to get an episode out at least once a month. Stay tuned for the book is far from being closed.

Je komt hier op hun site, waar je (inmiddels) 31 afleveringen kunt zien.

Ik ben diep onder de indruk van het doorzettingsvermogen van deze jongen mensen. Ze bieden alle problemen het hoofd (onder andere ijskoude lange winters!) en blijven bescheiden en aardig.
Ze zijn kennelijk gek op elkaar, ik vind vooral Ruth heel charmant.

Als je hen volgt krijg je een heel goede inkijk in een andere kant van Amerika, die meestal onbelicht blijft: beetje hippie-achtig, onafhankelijk, niet-materialistisch en principieel.
Trump mag een voorbeeld aan ze nemen!

 

Wordt vervolgd

 

Leesplezier

Laatst vroeg een bezorgde grootvader mijn advies. Het ging niet zo goed met zijn kleinzoontje op school, wat kon hij daaraan doen?

Misschien had hij verwacht dat ik hem een of ander huiswerkinstituut zou aanbevelen, of anders een instructief computerprogramma, maar mijn advies luidde anders.

Ik ried hem aan zijn kleinzoon vooral veel buiten te laten spelen en zoveel mogelijk boeken te laten lezen. Dan zou alles volgens mij wel goed komen.

Er is op dit moment veel discussie over de positie van het literatuuronderwijs. De leeslijsten op de middelbare school worden almaar korter. Aan de omstandigheid dat leerlingen meestal kiezen voor de dunste boeken verandert natuurlijk niets (Oeroeg van Hella Haasse en Het gouden ei van Tim Krabbé blijven immens populair). De moderne talen worden op het gebied van verplichte literatuur ook nog eens gekoppeld aan het Nederlands.

Nu was het bericht te lezen dat aankomende leraren Nederlands niets meer hoeven te lezen van vóór 1900.
Hierop wordt door de gestaalde kaders van het literatuuronderwijs bitter gereageerd: als zelfs de leraren al geen kennis hebben genomen van Multatuli, Piet Paaltjens en de Ferguut, hoe moet het dan met de leerlingen?

Ik heb een blauwe maandag MO Nederlands gestudeerd en herinner me nog goed dat ik me verschrikkelijk zat te ergeren toen ik Floris ende Blancefloer en Van de Vos Reinaerde moest lezen. Ik las alles wat me onder de ogen kwam, maar kon hier niet doorkomen.
Je leest om meer te weten te komen en hebt daarvoor begrijpelijke taal nodig. Je moet niet hoeven te puzzelen om erachter te komen wat er staat!

Ik ben er dus niet zo rouwig om dat deze oude jongens van de lijst af zijn gehaald.

Ik vind het wel erg jammer dat kinderen steeds minder boeken lezen en steeds vaker met schermpjes in de weer zijn. Er is een heel groot verschil tussen het lezen van een roman en het raadplegen van een stukje informatie via Google.
Het is mijn vaste overtuiging dat het lezen van literatuur een onmisbaar onderdeel is van het opgroeiproces.

Er zijn ruwweg drie stromingen te onderscheiden in de discussie over (verplicht) lezen: traditioneel geldt de opvatting dat leerlingen op school in contact gebracht moeten worden met een breed aanbod van literatuur, ze kunnen dan van alles proeven en kunnen met behulp van deze ervaring vaststellen waar hun belangstelling naar uit gaat. Ze hebben dan een goede beginsituatie om verder zelfstandig te lezen.
Een ander uitgangspunt is, dat het er vooral om gaat dat kinderen lezen, het is niet belangrijk wat ze lezen. Geen verplichte lijst dus en Suske en Wiske is ook goed.

Een groeiende groep is van mening dat lezen uit de tijd is. In onze wereld nemen de snelle massamedia de belangrijkste plaats in en is een trage papieren informatiedrager volkomen gedateerd.

In het debat rondom het gebruik van de computer voor het leren wordt kennis vaak verward met informatie: van het laatste is op internet een overweldigende overvloed aanwezig, maar om die informatie te ordenen, te schiften en te beoordelen heeft een leerling kennis nodig en die komt niet vanzelf.
Met betrekking tot lezen heerst vaak hetzelfde misverstand. Grasduinen door alle mogelijke teksten op het web is volstrekt niet hetzelfde als het zorgvuldig lezen van een verhaal of boek.
Literaire teksten trekken de lezer het verhaal in, laten hem kennismaken met de belevingswereld van anderen en doen een beroep op zijn empatisch vermogen. Ze zullen de lezer in staat stellen zelf beelden te vormen bij het gelezene en inspireren hem met een uitgekiende woordkeus en literaire vorm.
Teksten die men op het scherm tegenkomt zijn bijna altijd van een heel ander kaliber.

Onlangs las ik over nog weer een andere benadering: vereenvoudig (wereld)literatuur of bied samenvattingen aan. De leerling zal dan nieuwsgierig worden naar het origineel.

Het spreekt voor zichzelf dat bij dit voorstel mij de rillingen over de rug lopen. Het doet denken aan menig boekenkast in de huizen van generatiegenoten van mijn ouders. Hier stonden keurig in het gelid, voorzien van goudgeletterde keurige banden de vereenvoudigde en ingekorte versies van klassiekers als Moby Dick, Wuthering Heights en Great Expectations. Zij waren speciaal geselecteerd door Reader’s Digest en stelden de lezers in staat mee te praten over deze meesterwerken zonder daar overdreven veel moeite voor te hoeven doen.

Ik vroeg me bij het aanschouwen van deze gemutileerde werken altijd af welke diepgezonken creaturen zich beschikbaar hadden gesteld als literatuurverkrachter.
Ik hoop dat het hun tot het einde der tijden verboden wordt iets anders dan doktersromans te lezen.

Mijn eigen leesgeschiedenis

De discussie roept bij mij herinneringen op aan de leeslessen op de lagere school. We kregen een in bruin papier gekaft schoolboek dat al door heel veel kinderhanden was gegaan en werden geconfronteerd met fragmenten van jeugdboeken.
Er was altijd eerst een inleiding:
Beer Ligthart is door een akelige val blind geworden. Niets kan hij meer zien en dat maakt de wereld ineens heel anders. Beer zal alles opnieuw moeten leren.
Dan vielen we plotseling in het verhaal, bij hoofdstuk 5 of zo, en als we er dan net een beetje in begonnen te komen hield het alweer op en begon weer een ander verhaal.
Ik was hier altijd boos over; waarom konden we niet meer lezen? Ik wilde graag weten wat er precies gebeurd was en vooral: hoe het afliep.

Je zou denken dat ik dan zelf op zoek ging in de bibliotheek, maar dit is nooit bij me opgekomen. Op de een of andere manier heb ik destijds nooit de link gelegd tussen de fragmenten uit mijn schoolboek en de originele boeken. Ik vermoed dat mijn onderwijzer ook nooit dit voor de hand liggende verband heeft gelegd en mij dus ook nooit de goede kant heeft op gewezen.

Ik weet niet meer hoe oud ik was toen ik mijn eerste bibliotheekkaart kreeg, wel dat ik er maximaal gebruik van heb gemaakt.
Onze bibliotheek stond aan de Bos en Lommerweg en ik was er kind aan huis. Er brak een moment aan dat ik alle boeken die bij mijn leeftijdscategorie hoorden had gelezen. Ik kreeg speciale dispensatie, mij werd alvast een gele kaart verstrekt, hoewel ik daar nog geen recht op had. Vanaf dat moment kon ik ook boeken voor jongvolwassenen lenen.
Er was een limiet gesteld aan het aantal boeken dat je per keer mocht meenemen. Vaak stond ik in tweestrijd: welk boek zou ik noodgedwongen achterlaten? Ik bedacht een list en verstopte het boek dat ik niet mee mocht nemen achter andere boeken. Een ander kind zou het dan niet in kunnen pikken en ik zou het dan de volgende keer kunnen lenen. Toen ik later zelf in een bibliotheek werkte ontdekte ik dat ook contemporaine kinderen zich van deze truc bedienden. Ik zette de verborgen boeken meedogenloos weer op hun juiste plek, zoals de bibliothecaressen uit mijn kinderjaren ook gedaan moeten hebben.

Terugdenkend aan mijn leeshonger als kind besef ik dat er een beperkte tijdsperiode is waarin je kritiekloos ondergedompeld kan zijn in steeds weer een nieuw boek. De periode begint als je een beetje vlot kan lezen, dus als je ongeveer 7 jaar bent en komt ten einde als je in de puberteit komt. Je bent dan wat wereldwijzer en accepteert niet meer blind alles wat je voorgeschoteld wordt.

Wat een geweldige, prachtige periode is dat! Ik placht met mijn voeten op de gaskachel te zitten, volslagen in beslag genomen door mijn boek (Pim Pandoer: de schrik van de Imbosch!) dat door mijn moeder uit mijn handen moest worden getrokken om mij naar school te krijgen.


Als ik aan het rondsnuffelen ben in een tweedehandsboekenwinkel krijg ik af en toe weer een boek in handen dat ik destijds verslonden had (Bob Evers!) en dan komt het extatische gevoel weer een beetje terug.  Ik kom in de verleiding het betreffende boek te kopen en te herlezen, maar weet beter. Je kunt de herinneringen beter intact laten.

Mijn ouders besteedden volstrekt geen aandacht aan het soort boeken dat ik las. Ik wist van andere ouders dat die op de leeftijdscategorie letten (mijn vriend Henk kreeg voor zijn verjaardag een boek dat bestemd was voor lezers vanaf 16 jaar; zijn moeder beloofde het hem te geven als hij die leeftijd bereikt zou hebben) of controleerden of er in het kinderboek wel voldoende mens-maatschappij problematiek aan de orde kwam (de hoofdpersoon moest liefst een gehandicapt zoontje zijn van gescheiden lesbische ouders).
Dit was waarschijnlijk de reden dat ik wel alle boeken las van Willy van der Heide, die fout was geweest in de oorlog, maar geen “echte” jeugdliteratuur.

Er kwam natuurlijk een moment dat ik boeken wel degelijk op hun literaire kwaliteit selecteerde dus het is toch nog goed gekomen. Ik las zelfs een heel oud boek: de Max Havelaar.

Ik denk met groot genoegen terug aan alle prachtige boeken die ik gelezen heb en breng nog elke dag menig uurtje lezend door.

Ik gun elk kind de ervaringen die ik zelf heb gehad met het gedrukte woord.

Wees dus heel erg blij als je kind van lezen houdt en maak je vooral niet druk of hij wel de juiste boeken leest.

Dus: lekker buiten spelen en dan heerlijk genieten van een boek!

Col Canto voert het Requiem van Mozart uit

Op een zonnige zondagmiddag woonden we een prachtige uitvoering van het Requiem van Mozart bij.

Wij hadden een plekje bemachtigd in de Leger des Heilskerk vlakbij station Muziekwijk, waar het stuk werd gezongen door het projectkoor Col Canto.

Dit koor bestaat uit amateurs van verschillende Almeerse koren, die uitgebreid geoefend hebben onder leiding van de nieuwe dirigent, Mark Walter.

Ze zongen het Requiem niet voor de eerste keer, we zagen al eens eerder een uitvoering. We hoorden van vele kanten het commentaar dat het nu een stuk beter klonk dan de vorige keer, daar kan ik me bij aansluiten.

Er was ook begeleiding van een orkest, een gedeelte van de muzikanten is afkomstig van het Almeers Jeugd Symfonisch orkest, dat we ook kennen van andere uitvoeringen.

Het Requiem van de grote componist is een van mijn favoriete muziekstukken.
Het tempo lag iets lager dan ik gewend ben, maar de harmonie was prachtig.
Het stuk heeft heel mooie partijen voor met name de sopranen, die voluit gingen. Het risico is dan altijd dat het zingen bij de hoogste noten dan overgaat in gegil, maart dat gebeurde gelukkig niet.
De strijkers hadden niet helemaal hun dag, ik hoorde iemand zeggen dat de instrumenten ontstemd waren geraakt door de hoge temperatuur. Daar houden we het maar op.

 

Veel lof voor de nieuwe dirigent, die naar eigen zeggen de lat hoog legt. Dit wordt door de koorleden op prijs gesteld.

Een mooie ervaring, complimenten voor de uitvoerders.
Volgend jaar staat het Requiem van Brahms op het programma. Ik heb al even geluisterd, het kan wat mij betreft niet tippen aan Mozart, maar ik ga natuurlijk wel weer luisteren.

 

Col Canto Almere, En Suite en AJSO                      8

 

Mondriaanhuis Amersfoort

Onze vriendin uit Engeland was in Nederland, we ontmoetten elkaar in Amersfoort.

Wat is er te doen in deze stad? Mijn vrouw dacht dat ik dit wel zou weten, ik was immers 4 maanden in de Bernhardkazerne gelegerd geweest?
Er kwam niets bij me op, omdat het inmiddels 40 jaar geleden is dat ik ’s konings wapenrok droeg en ik mijn vrije tijd destijds voornamelijk in kroegen placht door te brengen.

Internet bracht uitkomst, we gingen naar het Mondriaanhuis.

 

Dit museum is gevestigd in een fraai grachtenpand, dat in Mondriaan’s tijd dienstdeed als school. Zijn vader was er hoofd, de familie bewoonde de zolder.

Er is niet zoveel werk van Mondriaan te zien, de gids posteert zich naast het rek met ansichtkaarten en houdt daar zijn verhaal.
Als je de schilderijen in het echt wil zien moet je naar andere musea. Zijn bekendste werk, Victory Boogie Woogie, hangt in het gemeentemuseum van Den Haag.

Hier kun je ontdekken hoe zijn werk geleidelijk veranderde van realistische landschappen tot abstracte composities met de karakteristieke lijnen en vlakken. Dompel je onder in zijn dynamische leven en reis mee van Amersfoort via Parijs naar Londen en uiteindelijk naar New York. In zijn op ware grootte Parijse atelier zie je hoe Mondriaan zijn eigen werkruimte geheel naar zijn hand zette. New York beleef je door de ogen van de kunstenaar zelf. In 3d ervaar je zijn artistieke zoektocht die leidde tot zijn absolute meesterwerk, de Victorie Boogie Woogie.

(De folder van het museum)

 

In een andere ruimte werd een soort documentaire vertoond op een manier die past bij zijn werk: op dertien televisieschermen in een compositie van vlakken en zwarte balken.

 

Ik was enigszins teleurgesteld over het nagebouwde Parijse atelier, tot ik hoorde (toen we alweer buiten stonden), dat ik een gedeelte gemist had. Ik had het trappetje moeten bestijgen…

 

We gebruikten de lunch in Logement de Gaaper, een aangenaam etablissement waar je wel even moet wachten op je eten, maar dan heb je ook wat. Ik kan het broodje eiersalade met spek van harte aanbevelen.

 

 

 

Je moet ook altijd nog even een kerk van binnen bekijken.

De Sint Joriskerk heeft zwaar te lijden gehad van de beeldenstorm. De hooligans avant la lettre hadden flink huisgehouden, de kerk koestert de weinige elementen die de aanslag hebben overleefd.

 

We aanvaardden de terugtocht in een Engelse auto, waarin het stuur rechts zit. Uit ervaring wijs geworden nam ik achterin plaats, niet naast de bestuurster. Op deze plek had ik bij mijn vorige bezoek aan Engeland gezeten en machteloze doodsangsten uitgestaan. In Nederland zou het waarschijnlijk nog enger zijn.

 

Mondriaanhuis:                                                         7

Auto’s met het stuur aan de verkeerde kant:          2

Adressen van de sites:
Mondriaanhuis

De Gaaper