C-perikelen

Ik had me voorgenomen in mijn blog geen aandacht te schenken aan de C-crisis, maar ik moet hierop terugkomen.

De reden is, dat ik erachter ben gekomen dat ik volstrekt niet toegerust ben met de karaktereigenschappen die passen bij het lijdzaam ondergaan van een noodsituatie.

Anderen hebben misschien een probleem met het gedwongen thuiszitten. Dit is voor mij niet zo lastig. Ik heb mijn boeken en postzegels, en we proberen goede documentaires, series en films te vinden.

Dit is waar ik moeite mee heb:

  • Het journaal en de krant kunnen het over niks anders hebben.
  • Er komt zelfs een mevrouw ruim aan het woord die vertelt over hoe leuk knutselen is. Ze laat ons zien hoe je rammelaars maakt waarmee je over negen maanden goede sier kunt maken.
  • Mensen wachten keurig in de rij voor de supermarkt maar nemen een overdreven afstand van zes meter in acht. Dat is een bespottelijke rij.
  • De medewerkers dragen een hesje met het verzoek anderhalve meter afstand te bewaren.
  • Lubach had een grappig item over die vereiste afstand, maar hield zijn verontwaardiging over mensen die er slordig mee omgaan iets te lang en te luid vol.
  • Een meneer heeft stokken van de juiste lengte gemaakt en stelt die beschikbaar aan buurtgenoten.
  • De Cor-van-der Laken (kritisch lid van AVRO en ANWB) kunnen weer heerlijk hun gang gaan.
  • Een vrouw draaide zich wanhopig van me af toen ik even te dichtbij kwam.
  • Een andere mevrouw informeerde op luide toon of de knopjes van het pin-apparaat wel regelmatig schoongemaakt werden.
  • Baudet en Wilders gaan weer vol op het orgel en proberen een electoraal slaatje uit de crisis te slaan.
  • Grapperhaus zegt dat we toch afgesproken hebben ons aan de regels te houden. Die truc paste ik voor de klas ook altijd toe. We hebben opdrachten gekregen, niets afgesproken.
  • Vergaderen via het internet: niemand wordt voordelig in beeld gebracht door het kleine cameraatje boven het beeldscherm. Iedereen praat door elkaar heen, mensen kunnen het juiste knopje niet vinden en informeren voortdurend of zijzelf en anderen er nog zijn.

Samen sterk doorstaan we de crisis! Ik word niet goed van die geforceerde saamhorigheid en al dat “respect”.

Gelukkig houden sommige columnisten het hoofd koel. Sitalsing wijst terecht op het verbazingwekkende gemak waarmee fundamentele vrijheden in de koelkast worden gezet (in moeilijke tijden hebben mensen weer behoefte aan een sterke leider!) en Wagendorp durft ons te wijzen op de cijfers: de gewone griep eist al sinds mensenheugenis zijn tol en hier maakt nooit iemand zich druk om. Hij stelt terecht dat je niet meteen een moordenaar bent als je niet voortdurend van je volledige instemming met alle maatregelen getuigt.

Ik ga straks misschien nog een ommetje maken. Ik hoop dat ik geen bekenden tegenkom, want vóór je er erg in hebt maak je deel uit van een gevaarlijke verboden samenscholing!

 

 

Een interessant experiment

Iedereen heeft verstand van onderwijs. Je leest nogal eens dat IT-specialisten een oplossing weten voor alle problemen in het onderwijs: E-learning!

Er moet uiteraard voortdurend vernieuwd worden en wat ligt dan meer voor de hand dan die ouderwetse man of vrouw voor de klas af te schaffen en over te stappen op onderwijs-op-afstand?

De voorstanders hebben een unieke kans in de schoot geworpen gekregen: de scholen zijn dicht en het onderwijs moet nu op een andere manier worden vormgegeven. Internet speelt hierbij natuurlijk een uiterst belangrijke rol.

Als de crisis voorbij is kunnen we onze conclusies trekken: hebben de leerlingen net zoveel geleerd als wanneer ze “gewoon” les hadden gekregen?
Ik heb mijn twijfels. We vragen erg veel van de leerlingen. Ze moeten voldoende zelfdiscipline opbrengen om de opdrachten te maken en ze kunnen niet even snel verder geholpen worden als ze vast komen te zitten.
Instructie is noodgedwongen niet meer gebaseerd op interactie. De docent vertelt zijn verhaal en kan niet meteen inspelen op vragen of reageren op non-verbale signalen van de klas.

Nog meer dan normaal staan de leerlingen bloot aan de verleidingen van de schermpjes. Op school zijn ze gedwongen er gedurende enkele uren niet op te kijken, thuis houdt niemand ze tegen.

Als ze opdrachten moeten maken is de verleiding erg sterk hulpbronnen aan te boren, zelf oplossingen verzinnen is lastig en niemand ziet het als je even spiekt..

In dit digitale tijdperk hebben scholen zich al gewapend tegen valsspelen. Als leerlingen zelf een werkstuk moeten produceren wordt hun tekst standaard aan een plagiaat-check onderworpen.

Lastiger wordt het hen te betrappen als ze een vertaling moesten maken en hierbij gebruik gemaakt hebben van een vertaalprogramma.

Slimme leerlingen hebben Deepl ontdekt. Deze vertaalrobot lijkt volstrekt niet meer op zijn enigszins onbeholpen voorgangers en is uitermate gemakkelijk in het gebruik.

Ik ben nieuwsgierig naar de kwaliteit van het programma en onderwerp het aan een kleine test.

We zijn niet groen genoeg.
Omdat het struweel dreigde van ons te winnen hebben we onze tuin enkele jaren geleden betegeld, waarmee we dus een eind hebben gemaakt aan onze bijdrage aan een beter milieu in onze woonplaats.
Gelukkig biedt rederij Doeksen, die onze overvaart naar Terschelling verzorgt, aan onze tocht voor het luttele bedrag van 50 eurocent ecologisch te compenseren.
Van dit aanbod maken we natuurlijk gretig gebruik, waardoor we ons dus en stuk minder schuldig voelen.
Hoewel er dus geen bomen en nauwelijks planten te vinden zijn verlang ik toch erg naar het moment dat ik weer in onze tuin kan zitten.
De natuur is hardnekkig. Op de plaats waar eens een boompje stond zijn de stenen wat verzakt. Op die plaats heeft zich stof en zand verzameld. Hierin zijn zaadjes beland en nu zijn we getuige van de komst van pioniervegetatie.

Nadat ik een stukje van mijn vorige blog heb geknipt en geplakt verschijnt in een oogwenk deze vertaling:

We’re not green enough.
Because the thicket was in danger of disappearing from us, we tiled our garden a few years ago, thus putting an end to our contribution to a better environment in our hometown.
Fortunately, shipping company Doeksen, which takes care of our crossing to Terschelling, offers to ecologically compensate our trip for the mere sum of 50 eurocents.
Of course we make eager use of this offer, which makes us feel a lot less guilty.
Although there are no trees and hardly any plants to be found I still long for the moment when I can sit in our garden again.
Nature is persistent. On the spot where once stood a little tree the stones have subsided a bit. On that spot dust and sand has collected. Seeds have ended up here and now we are witnessing the arrival of pioneer vegetation.

(Translated with www.DeepL.com/Translator (free version))

  • De eerste zin is niet goed vertaald. Deepl begrijpt mijn woordspeling “de tuin wint van ons” niet. In het Nederlands heeft het woord struweel een beetje ouderwetse, oubollige lading. Dit blijft niet overeind met het gebruik van thicket.
  • .. Doeksen which takes care of our crossing klinkt niet helemaal goed.
  • Het komt me voor dat de Nederlandse constructie “heeft zich stof en zand verzameld” correct is. Het is vertaald met dust and sand has collected. Hier lijkt me sprake van discongruentie tussen onderwerp en persoonsvorm: het onderwerp is meervoud, dan moet de persoonsvorm dat ook zijn.

Ondanks deze tekortkomingen vind ik dit een zeer acceptabele vertaling.

En nu andersom:

A classic stamp is a postage stamp of a type considered distinctive by philatelists, typically applied to stamps printed in the early period of stamp production, e.g., before about 1870. However, as L. N. Williams puts it, “the term has never been satisfactorily defined”. Definitions have included stamps issued before 1900, although not all stamps issued before 1900 are considered “classic”, while some stamps issued in the first few years after 1900 are considered “classic.” Williams suggests that the classic period extends from 1840 to 1875, and James A. Mackay, in his World of Classic Stamps, New York (1972) applied the term to stamps produced from 1840 to 1870.

(Bron: Wikipedia)

Een klassieke postzegel is een postzegel van een type dat door filatelisten als onderscheidend wordt beschouwd, die meestal wordt aangebracht op postzegels die in de vroege periode van de postzegelproductie, bijvoorbeeld vóór ongeveer 1870, zijn gedrukt. Echter, zoals L. N. Williams het zegt, “de term is nooit bevredigend gedefinieerd”. In de definities zijn ook stempels van vóór 1900 opgenomen, hoewel niet alle stempels van vóór 1900 als “klassiek” worden beschouwd, terwijl sommige stempels die in de eerste jaren na 1900 zijn uitgegeven, als “klassiek” worden beschouwd. Williams suggereert dat de klassieke periode zich uitstrekt van 1840 tot 1875, en James A. Mackay, in zijn World of Classic Stamps, New York (1972) paste de term toe op postzegels die werden geproduceerd van 1840 tot 1870.

(Vertaald met www.DeepL.com/Translator (gratis versie))

  • Deepl gaat hier de mist in bij de vertaling van de eerste zin. Het is onduidelijk waar “die” naar verwijst en “aangebracht” als vertaling van “applied” deugt niet. Toegepast of toegeschreven aan zouden hier beter zijn geweest.
  • Probleem is, dat de Engelse formulering ook niet sterk is. (Kan je een type “applyen”?)

Voor de rest heb ik er niet veel op aan te merken.

Terug naar de vraagstelling

Als leerlingen niet zelf hebben gewerkt, maar vertalingen inleveren die door dit programma zijn gemaakt zal de leraar er grote moeite mee hebben dit te onderkennen of te bewijzen.

In enkele gevallen zal hij als argument kunnen aanvoeren dat de vertaling te goed is: de leerling heeft nooit eerder blijk gegeven van een dergelijke beheersing van de taal. Maar dit is lastig vol te houden als de betreffende leerling (of diens ouders) het verontwaardigd van de hand wijst.

Er zitten dus nogal wat lastige aspecten aan onderwijs-op-afstand.

Ik wacht met spanning de evaluatie af, maar zal niet verbaasd zijn als we moeten concluderen dat E-learning toch niet die wonderbaarlijk succesvolle vervanger van de ouderwetse man/vrouw voor de klas zal blijken te zijn.

 

 

De natuur vecht terug en het ABP bemoeit zich overal mee

We zijn niet groen genoeg.

Omdat het struweel dreigde van ons te winnen hebben we onze tuin enkele jaren geleden betegeld, waarmee we dus een eind hebben gemaakt aan onze bijdrage aan een beter milieu in onze woonplaats.

Gelukkig biedt rederij Doeksen, die onze overvaart naar Terschelling verzorgt, aan onze tocht voor het luttele bedrag van 50 eurocent ecologisch te compenseren.

Van dit aanbod maken we natuurlijk gretig gebruik, waardoor we ons dus en stuk minder schuldig voelen.

Hoewel er dus geen bomen en nauwelijks planten te vinden zijn verlang ik toch erg naar het moment dat ik weer in onze tuin kan zitten.

De natuur is hardnekkig. Op de plaats waar eens een boompje stond zijn de stenen wat verzakt. Op die plaats heeft zich stof en zand verzameld. Hierin zijn zaadjes beland en nu zijn we getuige van de komst van pioniervegetatie.

Ik volg deze ontwikkeling met grote interesse en vraag me af hoe onze tuin eruit zou zijn als we er enkele jarenlang geen voet meer zouden zetten. Zouden de stenen dan geheel overwoekerd worden en zou de natuur onze aanval dan definitief gepareerd hebben?
Zijn we dan groen genoeg?

 

Hoe gaat het inmiddels met het afvallen?

Sinds 1 januari ben ik streng voor mezelf en er is inderdaad al wat af. Geen spectaculaire hoeveelheid, maar dat moet ook niet want niemand zal mij nog herkennen als ik graatmager rond zou strompelen.

Ik kreeg post van het ABP en was verbaasd dat zij op de hoogte waren van mijn pogingen gewicht te verliezen.
Kennelijk voelen ze zich niet alleen verantwoordelijk voor het beheer van het geld dat ik door de jaren heen bij hen gestald heb, maar bemoeien zich nu ook met de voortgang van mijn vermageringsproces, want in de onderwerpregel van hun e-mail stond: pens overzicht.

Drain addict

Als je vroeger wilde aangeven dat iemand op de laagste trap stond van de maatschappelijke ladder zei je dat hij putjesschepper was.

Bij toeval stuitte ik op Youtube op een serie filmpjes van wat het Australische equivalent moet zijn.
Deze man maakt het in orde als je riool verstopt is. Hij noemt zichzelf “drain addict”, vanwege de intelligente wijze waarop hij zijn werk benadert zou ik hem de suggestie aan de hand willen doen de titel drain brain aan te nemen.

We zien hem niet vaak met zijn gezicht in beeld, maar hij laat precies zien wat hij allemaal doet. Hij heeft een wat grove, ongeduldige motoriek: hij smijt nogal met de spullen en als hij van zijn bestelwagen naar de put loopt waar hij zijn ontstoppende werk moet doen zien we beurtelings links en rechts zijn handen in beeld verschijnen. Of hij oefent in het marcheren of een beetje leven in het saaie film-moment probeert te krijgen is onduidelijk.

We krijgen tot in detail de smerige aspecten van zijn werk te zien, gelukkig ontbreekt de geur-component.

Hij draagt werkhandschoenen, maar die lijken een beetje voor de vorm. Ze reiken maar tot zijn polsen en de rommel spat regelmatig over zijn hele arm heen.

Meestal draagt hij een korte broek en korte laarsjes, waarin ook regelmatig vloeistof terechtkomt.

Zijn techniek bestaat eruit dat hij een slang inbrengt (inderdaad dwars door de prut heen die uit de verstopte pijp is opgeborreld) met een spuitstuk erop. Hij zet dan de kraan open en door de speciale constructie duwt de slang zich steeds verder de ondergrondse pijp in, je kan zien dat de slang van de haspel afgewonden wordt.

Er ontstaat natuurlijk flink wat geborrel, de vieze prut komt aanvankelijk nog verder omhoog, maar op een gegeven moment is een doorbraak bereikt en zakt het peil weer.

Elke keer als hij ter plekke arriveert constateert hij welgemoed dat het gaat om een blocked drain. Eigenlijk weten we dat al, het is net of een onderwijzer iedere ochtend vaststelt: klas met kinderen! Of een huisarts: ziek persoon!

Hij gaat voortvarend aan het werk, met wat duw- en trekwerk probeert hij een doorgang voor de slang te forceren en niet zelden haalt hij met de slang ook een assortiment “wet wipes” of boomwortels omhoog.

Het komt regelmatig voor dat het smerige water over zijn gereedschap loopt, maar hier doet hij niet moeilijk over.

De rioolontstopper heeft ook altijd een plastic rat bij zich, die hij op een strategische plek posteert voor hij aan het werk gaat. Hij noemt hem liefdevol Ratty en geeft hem maïskorrels te eten waarvan hij steevast een aantal ongeschonden exemplaren aantreft.

In Australië eten ze kennelijk veel mais en verteren ze het slecht. Soms vindt hij ook vriendjes om met Ratty te spelen: een kakkerlak, grote spin of felgroene sprinkhaan.

Als de klus erop zit gooit hij alle vaste bestanddelen met zijn handen weer in het riool en spuit hij netjes de werkplek schoon.

Ik stel me voor dat hij dan lekker zijn boterhammetjes gaat oppeuzelen.

Waarom kijkt een mens naar dit soort dingen? (Het youtubekanaal heeft 100.000 volgers!). Ik zou het echt niet weten, misschien doordat er een zekere aantrekkingskracht uitgaat van probleemoplossing? Of uit blijdschap dat ik hier mijn brood niet mee hoef te verdienen?

Ik voeg geen linkje toe omdat jullie vast wel wat beters te doen hebben dan te kijken naar dit soort rioolverhalen……

Guus Luijters II

Als ik goed ben ingelicht schrijft Guus Luijters niet meer in het Parool.

Ik las een tijdlang zijn prachtige stukjes, mijn zus stuurde mij trouw elke keer de link naar de oogst van de afgelopen maand.

Ik schreef er ook over en kreeg daar zelfs een reactie van Luijters zelf op. Hij vond mijn stukje leuk maar was er niet tevreden over dat ik hem een epigoon van Carmiggelt had genoemd.

Gelukkig is Luijters niet helemaal verdwenen: hij publiceert nog in Argus, een prettig oudemannenblad dat volgeschreven wordt door gepensioneerde journalisten. Argus verschijnt eens in de twee weken.

Luijters (ik moet steeds oppassen dat ik niet Guus Kuijer schrijf, want dat is zijn broer) heeft de titel Klein Geluk gehandhaafd en blijft schrijven over zijn geliefde Amsterdam.

In zijn laatste bijdrage schrijft hij over een ober die steeds flesjes laat omvallen. Hij wil zijn vriend aanstoten om hem opmerkzaam te maken op de klunzige medewerker maar stoot daarbij zijn eigen biertje om.

Om de een of andere reden deden de gebeurtenissen me denken aan de keer dat een ober van het strandpaviljoen de bestellingen volstrekt willekeurig over het terras verdeelde, voor mijn geliefde aanleiding hem een fooi van een geeltje te geven. Het leven is vol verrassingen.

Hier had ik weer een associatie bij: we zaten op het terras van een strandtent bij Hoorn (Terschelling). Hier zette de ober met veel aplomb de drankjes neer voor alle klanten die rond de tafel zaten en benoemde ze enthousiast (“een appelsap én een witbier én een jus d’orange”) maar maakte zich er niet druk om wie wat besteld had.

De klanten begonnen prompt half geamuseerd, half geïrriteerd die verfrissingen uit te ruilen, maar de ober was al weg en informeerde goedgeluimd aan een ander tafeltje naar wat de mensen wilden drinken.

Zouden Luijters en ik dezelfde ober hebben getroffen? Heeft die in de tussentijd zijn leven een klein beetje gebeterd door niet meer het hele terras in verwarring te brengen maar zich te beperken tot één tafel?

 

Over het nut van trapleuningen

Wie naar beneden wil doet er goed aan de voeten goed op de trapreden neer te zetten en er niet een over te slaan.

Nadat ik al eens onderuit was gegaan bij het afdalen van de trap die naar de zolder leidt (weinig flatteus holderdebolder naar beneden, met als gevolg een rijk kleurenpalet dat zich in de dagen erna op mijn rug vormde) verloor ik nu het contact met de aarde op weg van de eerste verdieping naar de huiskamer.

De betreffende trap

Ik had gelukkig de trapleuning met mijn rechterhand stevig vast, zodat mijn neergang zich niet geheel ongecontroleerd kon afspelen (bijvoorbeeld met het hoofd eerst), maar de landing op mijn rug en linkerelleboog vond toch wel met een dusdanige impact plaats dat alle lucht uit mijn longen werd geperst.

Toen ik naar adem happend de schade opnam (ik verwachtte een deerlijk verbrijzelde elleboog) zag ik tot mijn verbazing dat zich tussen mijn ring en vinger twee grote lange splinters hadden genesteld.

Ik moet tijdens mijn val wanhopig hebben geprobeerd met mijn linkerhand houvast te vinden aan de trapstijl, waarbij mijn trouwring een flinke splinter moet hebben afgehakt.

Je zou denken dat dit proces grote schade zou moeten hebben aangericht aan ring of vinger, maar tot mijn grote verbazing mankeerden beide niets.

Wel viel Greet bijna flauw toen ze mij twee enorme splinters uit mijn hand zag trekken.

De trap is er niet ongeschonden vanaf gekomen…

 

Kreunend en steunend kwam ik overeind (iets wat Greet vervolgens met grote overdrijving nadeed ten overstaan van mijn zoon, die hiermee een prima instrument had gevonden waarmee hij zijn vader uitvoerig kon plagen). Ik was iets van mijn waardigheid kwijtgeraakt.

 

Wonderzalf en rust hebben mij er weer bovenop geholpen. Ik moest diezelfde avond lesgeven in het buurthuis en bereidde mijn cursisten erop voor dat ik dit keer wellicht niet geheel mijn flamboyante zelf zou zijn en dat ik misschien wat vreemde bewegingen zou maken en af en toe een licht gekreun zou uitstoten. Ze moesten hieruit niet opmaken dat ik een orgastische beleving had, maar het toeschrijven aan mijn onfortuinlijke duikeling van die middag.

 

Er is nog een lichtpuntje: ik hoef niet bang te zijn nog eens te vallen, omdat ons huis maar twee trappen heeft, die ik nu allebei heb gehad.