Over lezen, eten en eetlezen

Ik houd ervan drie of vier boeken gelijktijdig te lezen. Het gaat meestal om een roman, een groot boek met plaatjes en een non-fictiewerk.
Ik lees steeds enkele bladzijden of een hoofdstuk en pak dan een ander boek. Het geeft me de gelegenheid het gelezene een beetje te laten bezinken, voorkomt overflow door teveel informatie en soms is een boek zo spannend dat ik er even van moet loskomen.
Bijkomend voordeel is, dat je lekker lang met een boek doet. Bovendien is het verdriet minder groot als je er één uit hebt: je hebt er immers nog twee of drie?

Soms is het bij een boek lastig om erin te komen, ook dat probleem wordt verzacht door de omstandigheid dat je kunt uitwijken naar een boek waar je al lekker in zit.

Je ziet dat hierover is nagedacht.

 

Af en toe is er wel sprake van bij-effecten: zo kon het gebeuren dat ik na het overstappen van het briljante The Splendid and the Vile (over Churchill) naar een Amerikaanse thriller in verwarring kwam omdat de mensen zich ineens heel anders gedroegen en ook heel anders praatten.

Op dit moment ben ik deze boeken  aan het lezen: (later meer hierover)

Mijn geliefde is mogelijk nog een enthousiaster lezer dan ik. Ze kan zich urenlang begraven in een boek en pas weer aan de oppervlakte komen als het uit is.
Maar ze leest maar één boek, niet zoals ik meerdere gelijktijdig.

Wat heeft dit nu met eten te maken?
Ik realiseerde me dat ik eet net zoals ik lees: ik neem steeds hapjes van verschillende onderdelen van de maaltijd, ik houd van de afwisseling en als het goed is passen de verschillende smaken goed bij elkaar.
Doet niet iedereen dat? Ik dacht van wel, tot tijdens de maaltijd mijn aandacht getrokken werd door het eetgedrag van mijn echtgenote: ik zag dat ze eerst alle groenten opat, daarna de gebakken aardappeltjes en tot slot het stukje vlees!
Hier is duidelijk sprake van een parallel: we benaderen allebei ons voedsel en het leesvoer op vergelijkbare wijze!

(Voor de goede orde: je zou uit het bovengenoemde voorbeeldmenu kunnen opmaken dat we elke dag aardappelen en groenten eten, maar dat is absoluut niet het geval! Ik ben de kok in huis en wij hebben een wereldkeuken).

We gedogen elkanders bizarre eet- en leesgewoontes, hoewel ze natuurlijk helemaal verkeerd zijn.

Op een punt zijn we echter gelukkig puur gelijkgestemd: is er een groter genoegen dan met een bord boterhammen naast je een boek op te pakken? Er gaat niets boven eetlezen!

 

 

The Queen’s Gambit

We maken ons op voor vele uren heerlijk Angelsaksisch onderdompelen in de serie The Crown, waarvan het vierde seizoen net beschikbaar is gekomen.

Eerst moesten we nog The Queen’s Gambit afkijken, voorwaar ook geen straf!

Tussen alle rommel op Netflix zit af en toe een juweeltje verborgen, The Queen’s Gambit is er zo eentje.
Toen ik las dat het zou gaan om een jonge vrouw die geweldig kan schaken zat ik even in dubio. Ik ben verslingerd aan een ander denkspel en weet niets van schaken (wat mij er overigens niet van weerhouden heeft mee te kijken als anderen zich hiermee bezighielden, en commentaar te leveren. Zo waarschuwde ik spelers op het moment dat ze een zet wilden doen toch vooral op hun toren te letten en vroeg ik hen of het niet tijd was om te rokeren- een term die mij niets zegt maar die ik weleens heb horen bezigen).

De serie is zo goed dat het helemaal niet uitmaakt als je niet kan schaken. Je ontkomt er natuurlijk niet aan om een aantal sessies in beeld te brengen, maar ze zijn aantrekkelijk en gevarieerd verbeeld.
De meeste waardering gaat uit naar de hoofdrolspeelster, Anya Taylor-Joy. Zij draagt de film, ze speelt de rol van de intrigerende hoofdpersoon meesterlijk.
Ze is heel erg authentiek en maakt het verhaal volkomen geloofwaardig.

Verder is het smullen wat betreft de aankleding: alles is over-the-top jaren zestig. Die kostuums! Die auto’s! En dan de gebouwen waarin gefilmd werd, de makers hebben net zolang gezocht tot ze de perfecte locaties gevonden hadden.

 

Er zitten een paar ongerijmdheden in (kan je volkomen ongedeerd een frontale botsing overleven in een tijd waarin er nog geen veiligheidsgordels of kreukelzones waren?) en een rekenkundige blunder: leerlingen moeten eerst heel gecompliceerde wiskundesommen oplossen, enkele lessen later staan er sommen van het niveau 18 – 7 op het bord.

Verder begrijp ik ook niet goed dat topschakers na elke zet opschrijven wat ze gedaan hebben. Als je zo goed bent (denk aan snel- en simultaanschaken) hoeft dat toch niet?
Ik weet niet of de vergelijking hout snijdt, maar ik weet na afloop van elk bridgespel dat ik gespeeld heb precies het verloop. En ik ben echt geen topbridger….

Maar het blijft een steengoede serie, een aanrader!

 

The Queen’s Gambit             9.

 

 

Dit is een link naar de site, hier vind je ook een trailer.

 

Stond het maar op papier

 

Mijn zoon stuurde me een link naar een belangwekkend essay, geschreven door Dirk Philipsen, een Amerikaanse hoogleraar.

Nu vind ik het nog steeds lastig een stuk tekst tot me te nemen vanaf een beeldscherm. Op de een of andere manier vind ik het veel prettiger van papier te lezen.

Hoe zou dat komen, het feit dat ik het het grootste gedeelte van mijn leven zonder de zegeningen van de computer heb moeten stellen even daargelaten?

Ik denk dat de voornaamste reden is, dat je niet weet hoe lang een stuk is (er staat wel: 4500 woorden, maar dat is niet hetzelfde als zelf een inschatting maken door even vooruit te bladeren in je papieren bron). Ik denk dat je onbewust met de lengte van het betoog rekening houdt als je de schrijver volgt in zijn redenering.
(Als je weet dat je aan het eind van een stuk bent aangeland, kun je er ook op rekenen dat de schrijver aan het afronden is). Je hebt als het ware meer “macht” over de tekst.

Verder is het lastig dat je niet even streepjes kunt zetten.

Ook je visuele geheugen werkt niet als je de tekst in stukjes voor je neus op je scherm ziet verschijnen. Als ik iets in een krant of tijdschrift wil teruglezen kan ik zonder moeite de juiste plek vinden. Er moet zich in mijn hoofd een soort beeld van de complete tekst genesteld hebben, dat ik kan raadplegen als ik een passage nog eens wil lezen. Op de een of andere manier weet ik dat ik (bijvoorbeeld) rechtsboven op de linker pagina moet kijken.
Als ik een tekst op de computer heb gelezen kan ik veel slechter iets terugvinden.

Ecologisch bezien is het natuurlijk volstrekt verwerpelijk zo’n stuk uit te printen, dus aan die verleiding geef ik niet toe.
Ik trek overigens wel de grens bij het formaat van het scherm: ik zal nooit een wat langere tekst op mij telefoon lezen.

Genoeg gezeurd over de perikelen van een ongeoefend schermlezer, nu over de inhoud van het essay.

De titel verwijst naar het moment dat je zou kunnen aanmerken als het begin van alle ellende: toen de grootgrondbezitters in Engeland de gemeenschappelijke weiden (de “commons”) inpikten zodat kleine boeren er niet zomaar meer gebruik meer van konden maken. Ze werden langzaamaan volledig afhankelijk van de rijken.

In een heel helder betoog bevestigt Philipsen wat we eigenlijk allemaal al weten: er moet echt een eind komen aan de ongelimiteerde groei. Te lang en te vaak wordt geluisterd naar de economische “wet” dat stilstand achteruitgang betekent.

We meten welvaart nog steeds in geld, maar iedereen weet dat echte welvaart wel wat meer inhoudt dan een goedgevulde portemonnee.

Mensen zijn van nature ingesteld op samenwerking, maar individualiteit wordt steeds meer de norm. De inkomensverschillen worden steeds groter, terwijl er eigenlijk voldoende middelen voorhanden zijn om alle mensen op de wereld te verzekeren van een menswaardig bestaan.

Inmiddels zijn we natuurlijk ook in hoog tempo de grondstoffen aan net opmaken en onze leefomgeving aan het vergiftigen.

Hierbij enkele citaten om je lekker te maken en de oorspronkelijk link.  Echt lezen!

Social and economic prosperity depends on the wellbeing of all, not just the few.

Cultures that fundamentally departed from this awareness usually did not, in the long run, fare well, from the Roman Empire to Nazism or Stalinism. Will neoliberal capitalism be next? Rather than acknowledge the endless variety of things that had to be in place to make our individual accomplishments possible, it is grounded in the immature claim that our privileges are ‘earned’, made possible primarily by private initiative.

But what a claim it is: where would we be without the work and care of others?

Seeing ourselves as seemingly free-floating individuals, it’s both easy and convenient to indulge in the delusion that ‘I built it. I worked for it. I earned it.’

The painful flipside are the billions of those who, through no fault of their own, drew the short end of the stick. Those who were born in the wrong country, to the wrong parents, in the wrong school district – ‘wrong’ for no other reason than that their skin colour or religion or talents didn’t happen to be favoured.

The excuse for the ruthlessness of the exclusion and exploitation of others in the name of private interest was always the same: the prospect of a better future for all. Today, we should ask: has it succeeded?

This explosive creation of wealth, however, came, and continues to come, with a steep, and exponentially rising, price. Powered by fossil fuels, it is both depleting and burning up the planet. Grounded in extraction and exploitation, capitalist progress carries mounting violence and destruction in its wake

At first, modern economies succeeded in providing more calories to a starving patient. Based on this initial success, the economics profession (no doubt based on sophisticated mathematical models) concluded that more calories will forever improve health. Now dealing with a lethally obese patient, our leaders and economic advisors stubbornly resist acknowledging the obvious question: if we continue on an exponentially increasing regimen of calories, won’t we incapacitate, if not kill, the patient – ourselves?

https://aeon.co/essays/the-challenge-of-reclaiming-the-commons-from-capitalism

 

De oranje schildpad ligt op zijn rug

Vier jaar geleden ontdekte ik tot mijn verbijstering dat de Amerikanen niet Hillary Clinton, maar Trump gekozen hadden als president.

Ik was er haast lijfelijk misselijk van en heb vier jaar lang met onbegrip en walging gekeken naar wat er allemaal gebeurde in dat land waar ik zoveel van houd.

Amerika is voor mij altijd zoiets geweest als een grote broer: sterk, vriendelijk, intelligent, en grappig. Je haalt er je inspiratie vandaan en hij helpt je als je problemen hebt.

Toen het erop leek dat die oranje clown opnieuw gekozen zou worden nam ik me voor me helemaal af te sluiten van Amerika, ik wilde er niets meer mee te maken hebben.

Wat was ik blij toen Biden ineens in begon te lopen en met hoop en vrees volgde ik de ontwikkelingen.

Ik leefde hartstochtelijk mee met de Democraten en was net zo blij als zij toen bleek dat Trump godzijdank vertrekt.

Ik was diep onder de indruk van de toespraken van Biden en Harris: wat heerlijk om weer naar mensen te luisteren die niet opscheppen, niet liegen of bedriegen.

Het ging natuurlijk niet alleen om het wel of niet aanblijven van Trump. De mensen moesten nu kiezen vóór fatsoen en eerlijkheid en waren voor de taak gesteld het instituut democratie van de ondergang te redden.

Een geëmotioneerde commentator vertelde dat het nu weer mogelijk wordt zijn kinderen op te voeden met elementaire waarden zonder ieder moment weersproken te worden door de president. Hij doelde erop dat liegen verkeerd is, en waardigheid, eer en fair play belangrijke begrippen zijn.

Wat overeind blijft staan: bijna de helft van alle Amerikaanse stemmers geloofde kennelijk dat het gedrag van Trump aanvaardbaar was. Ze wilden alles accepteren om maar niet een democraat aan de macht te laten komen. Dit laatste in bijzonder mate voor de “Christenen”.

Ook de giftige invloed van de leugens en haat op de sociale media is niet weg. Trump zelf is er nog en de man kennende zal hij nog heel veel van zich laten horen.
Je zou zeggen dat er reden genoeg is hem aan te klagen: om zijn verlies te voorkomen wilde hij het land zelfs in een burgeroorlog storten. Er zitten mensen voor minder achter de tralies. Maar hij heeft een legertje aan advocaten klaarstaan, dus voorlopig zal hij nog wel vrij rondlopen.

 

De nieuwe president en vicepresident staan voor een heel zware taak, vooral omdat ze er haast niet onderuit kunnen impopulaire maatregelen aan te kondigen in het kader van het terugdringen van Covid-19. Zij moeten proberen Amerika weer een beetje fijn te krijgen.

Ik kan inmiddels weer tamelijk gerust ademhalen, mijn geloof in de goede krachten op aarde is gelukkig niet de bodem ingeslagen.
Grote broer staat bedremmeld op de stoep, ik doe de deur wijd voor hem open.