Drain addict

Als je vroeger wilde aangeven dat iemand op de laagste trap stond van de maatschappelijke ladder zei je dat hij putjesschepper was.

Bij toeval stuitte ik op Youtube op een serie filmpjes van wat het Australische equivalent moet zijn.
Deze man maakt het in orde als je riool verstopt is. Hij noemt zichzelf “drain addict”, vanwege de intelligente wijze waarop hij zijn werk benadert zou ik hem de suggestie aan de hand willen doen de titel drain brain aan te nemen.

We zien hem niet vaak met zijn gezicht in beeld, maar hij laat precies zien wat hij allemaal doet. Hij heeft een wat grove, ongeduldige motoriek: hij smijt nogal met de spullen en als hij van zijn bestelwagen naar de put loopt waar hij zijn ontstoppende werk moet doen zien we beurtelings links en rechts zijn handen in beeld verschijnen. Of hij oefent in het marcheren of een beetje leven in het saaie film-moment probeert te krijgen is onduidelijk.

We krijgen tot in detail de smerige aspecten van zijn werk te zien, gelukkig ontbreekt de geur-component.

Hij draagt werkhandschoenen, maar die lijken een beetje voor de vorm. Ze reiken maar tot zijn polsen en de rommel spat regelmatig over zijn hele arm heen.

Meestal draagt hij een korte broek en korte laarsjes, waarin ook regelmatig vloeistof terechtkomt.

Zijn techniek bestaat eruit dat hij een slang inbrengt (inderdaad dwars door de prut heen die uit de verstopte pijp is opgeborreld) met een spuitstuk erop. Hij zet dan de kraan open en door de speciale constructie duwt de slang zich steeds verder de ondergrondse pijp in, je kan zien dat de slang van de haspel afgewonden wordt.

Er ontstaat natuurlijk flink wat geborrel, de vieze prut komt aanvankelijk nog verder omhoog, maar op een gegeven moment is een doorbraak bereikt en zakt het peil weer.

Elke keer als hij ter plekke arriveert constateert hij welgemoed dat het gaat om een blocked drain. Eigenlijk weten we dat al, het is net of een onderwijzer iedere ochtend vaststelt: klas met kinderen! Of een huisarts: ziek persoon!

Hij gaat voortvarend aan het werk, met wat duw- en trekwerk probeert hij een doorgang voor de slang te forceren en niet zelden haalt hij met de slang ook een assortiment “wet wipes” of boomwortels omhoog.

Het komt regelmatig voor dat het smerige water over zijn gereedschap loopt, maar hier doet hij niet moeilijk over.

De rioolontstopper heeft ook altijd een plastic rat bij zich, die hij op een strategische plek posteert voor hij aan het werk gaat. Hij noemt hem liefdevol Ratty en geeft hem maïskorrels te eten waarvan hij steevast een aantal ongeschonden exemplaren aantreft.

In Australië eten ze kennelijk veel mais en verteren ze het slecht. Soms vindt hij ook vriendjes om met Ratty te spelen: een kakkerlak, grote spin of felgroene sprinkhaan.

Als de klus erop zit gooit hij alle vaste bestanddelen met zijn handen weer in het riool en spuit hij netjes de werkplek schoon.

Ik stel me voor dat hij dan lekker zijn boterhammetjes gaat oppeuzelen.

Waarom kijkt een mens naar dit soort dingen? (Het youtubekanaal heeft 100.000 volgers!). Ik zou het echt niet weten, misschien doordat er een zekere aantrekkingskracht uitgaat van probleemoplossing? Of uit blijdschap dat ik hier mijn brood niet mee hoef te verdienen?

Ik voeg geen linkje toe omdat jullie vast wel wat beters te doen hebben dan te kijken naar dit soort rioolverhalen……

Berlijn

We brachten een bezoek aan onze zoon in Berlijn. Hij loopt daar stage. We reisden per trein en bleven drie dagen.

Berlijn is een fijne stad. Het is er druk, maar nergens overvol en de meeste mensen waren aardig.

De Gedächtniskirche maakte een grote indruk op mij. Er is denk ik geen beter symbool denkbaar voor de verschrikkingen van de tweede wereldoorlog.

Er is in de jaren vijftig een nieuwe kerk naast de ruïne gebouwd, de wanden zijn van opengewerkt beton. In de openingen zit dik blauw glas. Er hangt een schitterend goudkleurig Christusbeeld. Heel indrukwekkend.

Bas heeft een tijdelijke slaapplaats in een woning waar nog enkele huisgenoten vertoeven. Het is niet veel maar het voldoet. We hebben ook zijn werkplek gezien: een ruimte in een kantoorgebouw waarin veel kleine ondernemingen en startups zitten. Zijn baas was heel tevreden over hem.

Voetgangers moeten wachten als het rode mannetje zichtbaar is en kunnen gaan lopen bij groen licht. De meeset Berlijners houden zich hieraan.

Het was een gouden greep dat we vooraf twee go-as-you-please tickets hadden aangeschaft. We konden op elke bus, tram en metro stappen zonder ons te hoeven bekommeren om geldige kaartjes. Wij moesten onze tickets op de eerste dag activeren, daarna zouden ze 72 uur geldig zijn. Ze gaven ook toegang tot musea.
Ik zag kans het mijne te verknoeien door het tweemaal af te stempelen. Gelukkig heeft het geen problemen opgeleverd.

We hebben de dagen ten volle benut: we bezochten twee musea, hebben Checkpoint Charlie geïnspecteerd en zijn ook in de koepel op de Rijksdag geweest. In de buurt hiervan zijn ook gedenkplekken voor de omgebrachte joden, zigeuners en homo’s.

Verder zagen we de Brandenburger Toren (en herinnerden ons de filmbeelden van een triomfantelijke Hitler die er onderdoor reed) en de Siegesaule. De gouden vleugels van de engel blonken in het zonlicht.

De Fernsehturm is van alle kanten te zien, hij is dan ook 360 meter hoog.

We aten twee keer met Bas in een opgeknapte markthal. Hierin bevonden zich allemaal eettentjes en voedselwinkels. Er heerste een gezellige huiselijke sfeer, die bewerkstelligd werd door het meubilair dat rechtstreeks uit de kringloopwinkel leek te zijn gekomen.
De Duitsers zijn een vleesminnend volk. De porties bevatten vooral veel vlees en aardappelen, groente werd in prettig kleine porties opgediend.

Wat me opviel in de talloze opschriften (in het Duits en in het Engels) is dat de Duitsers geen enkele reserve hebben in het vermelden van de gruwelen van de oorlog en in het nemen van de verantwoordelijkheid daarvoor.

Ik las gedurende de reis het nieuwste boek van John leCarré. Hierin komt een man aan het woord die erg op Duitsland gesteld is. Hij zegt: “What other country had ever repented its crimes to the world? Had Turkey apologized for slaughtering the Armenians and Kurds? Had America apologized to the Vietnamese people? Had the Brits atoned for colonizing three-quarters of the globe and enslaving numberless of its citizens?”

Ik ben het met hem eens.

We hebben bijna altijd een zitplaats in de bussen en metro’s waar we instappen. Een mannenstem geeft het advies ons goed vast te houden: “Hold on tight during the ride”, waarin hij het laatste woord uitspreekt als right. Het rijmt leuk, maar is natuurlijk geen correct Engels.

Het Checkpoint Charlie is inmiddels geheel overgenomen door de commercie. In een gigantische winkel worden allerlei souvenirs verkocht, je kunt ook stukjes van de Muur kopen. In een werkplaats zie ik twee jongens stukjes beton op kaartjes plakken.

Een klein fragment kost al gauw 10 euro, er liggen zelfs brokken die het honderdvoudige hiervan moeten opbrengen.

Op de meeste brokstukken zijn restjes graffiti te zien. Uiteraard wordt de authenticiteit hier zonder meer door gewaarmerkt.

Buiten verkoopt een Turk nep-russische hoofddeksels. Bontmutsen en zwieppetten met indrukwekkende ordetekens. Het zou me niet verbazen als ze in China gefabriceerd zijn.

Op de Rijksdag, het gebouw waar het Duitse parlement vergadert, is een koepel gebouwd die je mag betreden. Een looppad spiraalt omhoog en helemaal bovenaan heb je een indrukwekkend uitzicht op Berlijn. Vanuit de koepel kijk je neer op de grote vergaderzaal.


We zijn er samen met een Franse schoolklas,  de leerlingen hebben meer aandacht voor elkaar en de selfies die genomen moeten worden dan voor deze historische plaats.

In Osnabrück herkent een afhaler een reiziger die uit onze trein stapt. Ik probeer de uitdrukking op zijn gezicht te benoemen: blij? opgetogen? Ik kom uit bij het mooie woord verheugd.

Ik ben er niet achtergekomen waar  je nu eigenlijk voor gewaarschuwd wordt.

Berlijn is een heel fijne stad. We hebben lang niet alles gezien, dus moeten nog minstens een keer terug.

Welcome Aboard

Als kind verslond ik boeken over vliegtuigen en vliegers. Ik kende de meeste typen vliegtuigen en had een kaartsysteem met de namen en logo’s van alle luchtvaartmaatschappijen van de wereld. Ik kon dus omhoogkijken en vaststellen dat er een DC-8 van Lufthansa overvloog.

Ik wist zeker dat ik later piloot zou worden en had voor mezelf alvast een cockpit gebouwd met een doorgezaagd autostuur (want iedereen weet dat ze in een vliegtuig altijd halve sturen hebben) en gekleurde knijpers die dienden als schakelaars, want daarvan zitten er honderden in een echte cockpit. De co-piloot moet er altijd heel veel van in een andere stand zetten, vóór de captain langzaam twee of vier (afhankelijk van het aantal motoren) handels naar achteren trekt waarmee hij de motoren tot meerder omwentelingen aanzet. Het vliegtuig begint langzaam te rollen en stijgt uiteindelijk op.
Dan moet voorlopig het laatste knopje worden omgezet (dat van het landingsgestel) en kunnen de mannen in het blauw achteroverleunen, genieten van het uitzicht boven de wolken en wachten tot de knappe stewardess hun een kopje koffie komt brengen.

Ik werd lid van de KLM-jeugdbrigade (ik weet niet meer of het echt zo heette) en ontving een verrassingspakket met daarin een paar prachtige posters, die jarenlang mijn jongenskamer gesierd hebben en een vreselijk mooie speld die ik tot mijn grote spijt al heel snel kwijt was.

Er kon dus met betrekking tot mijn carrière niets meer misgaan, ware het niet dat je voor de vliegersopleiding een Atheneumdiploma nodig had. En om dat diploma te halen moest je een wiskundeknobbel hebben.

Ik kwam er na vier jaar achter dat mijn knobbel niet groot genoeg was, of de verkeerde vorm had.
Ik werd dus onderwijzer, ook een mooi beroep maar met wat minder glamour.

Uiteraard heb ik nooit mijn enthousiasme met betrekking tot vliegtuigen verloren, ik houd er nog steeds heel erg van erover te lezen en vind het ook heerlijk om een middagje op Schiphol door te brengen.

Het Aviodome in Lelystad beschikt onder andere over een prachtige Constellation (koningin van de lucht) en er staat ook een Boeing 747. Wat is dat een gigantisch vliegtuig. Fascinerend.

 

Met echt vliegen heb ik een probleempje. Het beeld van met z’n allen opgesloten zitten in een smalle buis die met levensgevaarlijke snelheid heel hoog boven de onmetelijke oceaan vliegt boezemt mij grote angst in.
Als het om reizen gaat neem ik veel liever de trein.

Ik vermoed dat behalve mijn gebrekkige beheersing van de wiskunde mijn vliegangst ook wel een belemmering had kunnen vormen voor mijn aanvankelijke beroepskeuze.

Als luchtvaartafficionado en KLM-fan moest ik natuurlijk overgaan tot de aanschaf van Welcome Aboard!, een eeuw KLM.

 

Het is een prachtig boek, geschreven vanwege het 100-jarig jubileum van onze nationale luchtvaartmaatschappij.

De auteurs hebben gekozen voor een thematische benadering en een opbouw waarin vijf theoretische hoofdstukken worden afgewisseld met verhalende teksten (en veel foto’s) over de KLM en de KLM-mers.

Er is heel veel te bekijken, de auteurs hadden toegang tot het bedrijfsarchief, maar het geheel valt toch wat tegen.

Ik had gerekend op spannende verhalen, bijvoorbeeld over de eerste vlucht op Indië of de beroemde vlucht van de Uiver die deelnam aan een luchtrace naar Melbourne.

Ze worden wel verteld, maar ik kan niet zeggen dat het enthousiasme er vanaf spat.

Het boek is informatief en onderhoudend, maar de jonge vliegtuig-enthousiasteling in mij werd niet wakker.

Welcome Aboard
Bram Bouwens en Frido Ogier                                 7


Er is een mooi raakpunt met mijn postzegelhobby: Christiaan de Moor ontwierp een fraaie postzegel met het portret van Albert Plesman (de grondlegger van de KLM) en ik kwam in het bezit van een bijzondere brief.

 

Deze is in 1946 naar het Central Post Office van New York gestuurd met het verzoek hem onmiddellijk te retourneren aan de afzender.
Die was het vooral te doen om de bijzondere stempels en om het gedenkwaardige gegeven dat zijn brief mee was gegaan met de eerste trans-Atlantische vlucht van de KLM.

In Europa II

Ik las de twee kloeke boeken In Europa van Geert Mak destijds ademloos uit. Ik was bijzonder te spreken over zijn stijl en onderwerpkeuze en schreef er eerder over.

 

Hij heeft nu de draad weer opgepakt waar zijn vorige werk eindigde: 1999. Zijn nieuwe boek heet Grote verwachtingen, ik ben halverwege en denk dat het net zo goed is als In Europa.

Datzelfde kan ik niet zeggen van de televisieserie die op dit moment wordt uitgezonden. Je denkt dat het een direct vervolg is op de eerste, die een geweldige aanvulling vormde op het boek.

Weliswaar begint Mak weer elke aflevering met “Waar waren we ook weer gebleven?”, maar daarna lijkt het of zijn bemoeienis minimaal is.

De serie is gemaakt door Roel van Broekhoven en Stefanie Brouwer, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze een beetje meeliften met Geert Mak.

Inhoudelijk is hij helemaal niet slecht, integendeel, gisteravond was weer een heel boeiend portret van een vrouw die na 75 jaar de boodschap krijgt dat de stoffelijke resten van haar verdwenen ouders gevonden zijn. Ze waren in een gletsjerspleet gevallen en omdat er zoveel ijs gesmolten is kwamen hun lichamen tevoorschijn.

De makers argumenteren dat ze aan de hand van persoonlijke verhalen inzicht geven in de geschiedenis die zich nu afspeelt. “Op heterdaad betrapt” noemen ze het.

Ik vind de constructie wat gezocht.  Mooie documentaires worden min of meer geforceerd onder de paraplu van Geert Mak gebracht, ze zouden ook net zo goed buiten die context kunnen zijn uitgezonden. Maar deze manier van presenteren trekt natuurlijk veel meer aandacht….

Nogmaals, de films zijn mooi en goed gemaakt. Wel vreemd is de keus van de makers om het commentaar consequent te laten inspreken door een collega uit het land waarin gefilmd is. Geert Mak is de enige die (heel kort) Nederlandse teksten uitspreekt. (Niet langer terwijl hij op het spoor loopt trouwens, dit is hem door de NS verboden!). Je hoort verder Frans, Fins, Russisch, Engels en nog andere talen.
Ik begrijp niet goed wat hiervan de bedoeling is. Je gaat haast denken dat het hier om buitenlandse producties gaat…

Wie, net als ik, tegelijkertijd het boek leest en de serie bekijkt komt tot de ontdekking dat er nauwelijks overlap is. Het boek gaat systematisch in op de gebeurtenissen sinds de eeuwwisseling, beschrijft hoe de politieke processen verlopen en geeft oorzaken en gevolgen aan; de televisieserie is anekdotisch en geeft volstrekt geen totaaloverzicht.

Ik ga uiteraard het boek uitlezen en zal zeker naar de resterende afleveringen van de televisieserie kijken, maar blijf wel met een aantal vragen zitten.

Wellicht valt het binnenkort ook een tv-recensent op en krijg ik misschien wat antwoorden.

 

Seizoen 3 van The Crown

 

Wat was het weer een voortreffelijk seizoen van The Crown!

Ik heb op het puntje van mijn stoel genoten van alle afleveringen. Wat een verschil met de gebruikelijke rommel op Netflix.

De acteerprestaties van met name Olivia Colman en Josh O’ Connor (Queen Elizabeth en Charles) zijn verbluffend. Ik vond het heel jammer dat Claire Foy (seizoen 1 en 2) vervangen werd, maar Colman is minstens zo goed.

Ik ben nooit bijzonder geïnteresseerd geweest in het Engelse vorstenhuis, maar toch herken ik heel veel, bijvoorbeeld de manier van spreken en de motoriek van Charles. Method-acting op zijn best.

Ook leuk is om weer geconfronteerd te worden met wat hedendaagse geschiedenis: Wilson en Heath, de mijnstakingen en de landing op de maan.

In mijn zoektocht naar wat achtergrondinformatie stuitte ik op een heel leuke site die van alles laat zien over aflevering 3 en vast heel wat vertelt over seizoen 4.

Door foto’s van de echte gebeurtenissen te vergelijken met het televisiedrama zie je dat de aankleding heel zorgvuldig is: de kostuums, de interieurs, de decors: alles klopt.

Een anekdote die mij wel aansprak: Coleman kon het niet nalaten stiekem de nep-postzegels met haar beeltenis (in plaats van die van de echte koningin) mee te nemen. Ze hangen nu in haar wc.

Het schijnt dat de koningin ook fan is van The Crown en dat ze af en toe heimelijk een toespeling doet op de serie.

Inmiddels weet ik dat in seizoen 4 Diana haar opwachting zal maken (in de woorden van O’Connor leren we een andere kant van Charles kennen…) en we treffen Margaret Thatcher.

Als het goed is kunnen we het nieuwe seizoen dit jaar al verwachten en zullen er in totaal 6 gemaakt worden.

 

Jolly Good!

 

The Crown                9

Mudlarking – het boek

Deze zomer logeerden we bij vrienden in Engeland. De gastvrouw vertelde dat ze altijd met veel plezier naar Radio 4 luisterde en dat er nu een onderwerp aan de orde was geweest dat mij vast zou interesseren: een enthousiaste mudlarkster had verteld over een boek dat ze had geschreven over haar avonturen aan de oevers van de Thames.
Ze had mijn blog gelezen (kijk hier) en ging ervan uit dat het hier om dezelfde persoon ging.

Ik kocht het boek, uiteraard bij Blackwell’s, die prachtige gigantische boekwinkel in Oxford.

Het boek heet Mudlarking, de schrijfster is Lara Maiklem. Ze is dus niet dezelfde als de hoofdpersoon van de talloze filmpjes die ik op Youtube bekeek. Dat is Nicola White.

 

Er zijn dus twee Engelse dames die er hun hobby van gemaakt hebben dag in dag uit de foreshore van Engelands beroemdste rivier af te struinen op zoek naar historische vondsten.

Nu is er buitengewoon veel te vinden, want er wonen al ruim tweeduizend jaar mensen aan de Thames, dus er zijn heel wat voorwerpen in de rivier beland en sommige daarvan kunnen in de modder gevonden worden bij laagtij.

De zee doet het waterpeil bij vloed meters stijgen, het zakt weer terug bij eb.
Mudlarkers hebben tabellen die ze gebruiken om te zien wanneer de kans op vondsten het grootst is.

Er zijn veel overeenkomsten tussen White en Maiklem, de belangrijkste wat mij betreft is hun schitterende gebruik van de Engelse taal, de ene op schrift en de andere in gesproken vorm.

Maiklem besteedt in haar boek veel aandacht aan de geschiedenis, en geeft aan de hand van thema’s een overzicht van wat er zich allemaal afspeelt en afgespeeld heeft aan de oevers van de Thames.

Ze kan ook lyrisch de natuur en de omgeving beschrijven, je krijgt enorme zin om zelf langs de waterrand te lopen en allemaal mooie vondsten te doen.

Gelukkig besteedt ze ook aandacht aan de duistere kanten: vervuiling met giftige stoffen, de rivier als open riool en plek om van je afval af te komen.

Haar aandacht gaat vooral uit naar heel oude voorwerpen, zoals restanten van Romeins aardewerk.
Een prachtige anekdote verhaalt over een Engelse 19e eeuwse boekdrukker die geen afstand wilde doen van door hem ontworpen en vervaardigde loden letters. Om te voorkomen dat iemand anders ze in handen zou krijgen gooide hij ze allemaal in het water.

Heel af en toe wordt er een letter gevonden, tot nu toe nog geen leestekens….
De titels in het boek zijn gezet in dit lettertype (Doves).

Maiklem vertelt ook haar eigen verhaal: opgegroeid als dromerig meisje op een oude boerderij, terecht gekomen in een uitzichtloze relatie waarbij ze lange voettochten langs het water maakte en zo in contact gekomen met mudlarking.

Ze heeft inmiddels een uitgebreide collectie opgebouwd, net als White. Vreemd genoeg gebruikt ze in haar boek aantekeningen en tekeningen van een collega-mudlark en zien we niets van haar eigen verzameling.

Het is een genoegen te zien hoe deskundig de beide vrouwen zijn geworden. Ik heb er bewondering voor dat ze onvermoeibaar doorgaan met speuren en hier verslag van doen in de prachtige Engelse taal.

Je zou verwachten dat White en Maiklem vriendinnen zijn die veel met elkaar optrekken, maar tot nu toe heeft geen van beiden de naam van de ander genoemd.

 

Mudlarking van Lara Maiklem                       8½

De filmpjes van Nicola White op Youtube    8½

(Dit is haar recentste post)

 

De meeste mensen deugen

De meeste mensen deugen van Rutger Bregman staat al weken in de toptien van bestverkochte boeken.

Ik begrijp dat, want het is een goed boek.

 

Bregman heeft een verfrissende kijk op de hedendaagse samenleving, de tittel zegt het al.

Hij onderbouwt zijn stelling met talloze voorbeelden en vraagt zich terecht af hoe het komt dat bijna iedereen zo’n negatief mensbeeld heeft. Vraag een willekeurige burger hoe het met de mensheid gesteld is en hij zal met een pessimistisch verhaal komen.

We denken allemaal dat de criminaliteit stijgt, dat we steeds individualistischer worden en minder geneigd zijn elkaar te helpen, maar de cijfers tonen iets anders aan: we hebben het beter dan ooit en we zijn veel minder egoïstisch dan we denken.

Ons sombere wereldbeeld heeft gevolgen voor ons eigen bestaan, maar leidt ook al decennialang tot regeringsbeleid dat hierop afgestemd is.

Denk bijvoorbeeld aan het beeld dat met name door de VVD wordt opgeroepen dat mensen in een uitkeringssituatie er een potje van maken: ze willen niets, hangen aan de staatsruif en profiteren van de welwillendheid van de argeloze belastingbetaler.

Als gevolg hiervan worden mensen gekort, scherp gecontroleerd en verplicht tot een tegenprestatie.

Ook op het terrein van economie, strafrecht en belasting denkt men vooral in termen van winstbejag en pogingen tot bedrog of ontduiking. Denk hierbij aan de schandalige manier waarop vermeende fraudeurs behandeld zijn.

De schrijver heeft uitgebreid literatuuronderzoek gedaan en heeft ontdekt dat er heel veel mythen bestaan waaraan het Gesundenes Volksempfinden zich laaft.

Neem het voorbeeld van een bericht uit new York: een vrouw werd meerdere malen gestoken, riep luidkeels om hulp en niemand reageerde. Meer dan 50 buurtbewoners hadden haar hulpkreten gehoord en niemand belde de politie.

Uit deze gebeurtenis kwam zelfs een term voort die ook ingang vond in de psychologie: het Bystander-effect. Als gevolg van dit effect denkt iedereen dat een ander wel zal helpen en doet zelf dus niets. De theorie zegt dus, dat je beter maar één omstander kunt hebben dan meer als je verdrinkt….

Bregman heeft de zaak uitgezocht. Hij ontdekte dat er wel degelijk meerdere mensen de politie hebben gebeld en dat het slachtoffer ook niet eenzaam en alleen is overleden.

Ik las de roman Lord of the Flies van William Golding toen ik een jaar of 12 was. Te jong, want ik hield er slapeloze nachten aan over. In dit boek is een groepje kostschooljongens op een onbewoond eiland geheel op zichzelf aangewezen en alles loopt uit de hand. De sterken nemen de macht over en de zwakkeren zijn het slachtoffer. Het eindigt zelfs in moord.

Bregman vindt het verslag van een werkelijk gebeurde schipbreuk, waarin kinderen echt zichzelf gedurende maanden in leven moesten houden en ontdekte dat dit in volstrekte harmonie gebeurde.

De bekende psychologische experimenten waarin proefpersonen in een gevangenis-setting werden gebracht en waarin zij anderen een schok moesten toedienen in een nagebootste leer-situatie bleken naderhand ernstige methodologische tekortkomingen te vertonen en er was gesjoemeld met de uitkomsten.

De oorspronkelijke uitkomsten (mensen volgen blind bevelen op en zijn tot alles in staat) bleken helemaal niet te kloppen.

Bregman duikt diep de geschiedenis in en vertelt ons dat de mens in het jager-verzamelaartijdvak prima samenwerkte en geen energie stak in oorlog.

Ik keek naar de serie “De kracht van de kringloopwinkel” en vond hierin volop bewijs van Bregman’s stelling. Heerlijk om te zien hoe vrijwilligers zich daar inspannen om hun woonomgeving een beetje mooier en leefbaarder te maken.

Ergens wordt een deskundige geciteerd die voorrekent dat het helemaal niet zo dom is om je medemensen in principe te vertrouwen, er van uit te gaan dat ze deugen. In verreweg de meeste gevallen zal je niet teleurgesteld worden. Heel af en toe loop je tegen een rotzak aan, dat is nooit te vermijden. Maar als je al die tijd niet op je hoede hebt hoeven zijn, en als je steeds de mensen vriendelijk tegemoet bent getreden heb je heel veel energie bespaard en ook veel leuke ervaringen opgedaan….

Laat dit nu net een levensles zijn die ik altijd al toepaste! En ik ben tot nu toe nog maar een of twee keer een echte menselijke rat tegengekomen….

In deze tot pessimisme aanleiding gevende somberder tijden is het heerlijk om eens een boek te lezen dat ons uitzicht biedt op mogelijke positieve verandering.

 

De meeste mensen deugen               8 ½

 

Wie denkt dat Rutger Bregman een lieve naïeve jongeman is zonder tanden moet dit filmpje maar eens bekijken.

De host van een Amerikaans televisieprogramma dat door Fox wordt uitgezonden dacht Bregman voor zijn karretje te kunnen spannen maar wordt volledig in zijn hemd gezet. Hij voelt zich zo gepakt dat hij zelfs begint te schelden….

Niet echt

Een van de leukste elementen van postzegels verzamelen is de onverwachte vondst.

Je hebt een stapeltje zegels voor je en bekijkt ze een voor een. Heel veel zegels ken je al en je hebt een beetje je buik vol van wéér een koning Boudewijn of een generaal Franco.

Dan ineens heb je iets bijzonders in handen. Een zegel die je nog nooit gezien hebt. Je pakt het vergrootglas erbij en probeert erachter te komen hoe oud de zegel is en uit welk land hij komt.

Ik ben vooral geïnteresseerd in oude postzegels (ongeveer tot 1950) en vind dat er vooral in de Art Deco -periode (rond 1920) prachtige kunstwerkjes zijn gemaakt.

Onlangs stuitte ik weer op een paar intrigerende zegels. Op het eerste gezicht leken ze Russisch te zijn, maar een landaanduiding ontbrak en ook de catalogi boden geen uitkomst.

Gelukkig is er het internet. Ik vond een artikel dat speciaal aan mijn mooie vondst was gewijd, er was echter een probleem: het was geheel in het Russisch en die taal ben ik niet machtig.

Ik besloot een poging te wagen de tekst door een vertaalmachine te halen. Ik kon niet zomaar delen kopiëren, dus stuurde ik de tekst door naar mijn eigen e-mailadres. Toen ik hem daarin opende verscheen tot mijn grote verbazing het aanbod rechtsboven in beeld: Tekst vertalen? Ik klikte op ja en ogenblikkelijk stond daar het verhaal in het Nederlands!

Ongelooflijk. De vertaling was hier en daar niet zo goed, maar ik kon heel makkelijk de informatie vinden waar ik naar op zoek was.

De zegels die ik gevonden heb zijn onderdeel van een serie van zeven (ik heb er vijf), gemaakt door Marco Fontano in 1922.

Deze Italiaan had geld nodig en besloot dat uit de zakken van hebberige filatelisten te kloppen.

Hij was nog nooit in Rusland geweest, maar dat weerhield hem er niet van een serie postzegels te maken die uit dat land hadden kunnen komen.

De serie heeft de naam “Odessa Grind” gekregen.

Postzegelverzamelaars wilden graag zegels hebben uit de nieuwe Sovjetrepubliek  die na de revolutie was ontstaan, maar niemand wist hoe die eruitzagen.

Fontano wilde ze maar al te graag tegemoetkomen.

Zijn zegels vonden aanvankelijk veel aftrek, maar er rees al snel twijfel. Er stonden maar twee woorden op de kunstwerkjes: “mail” en “wrijven”.

Bovendien kwam de stijl helemaal niet overeen met de echte postzegels, die inmiddels ook op de markt kwamen. Het artikel spreekt over “Mystieke sfeer met magische gebogen figuren, fladderende panelen (?) en theatrale gewaden”. Dit in tegenstelling tot de realistische echte zegels, waarop vooral dappere arbeiders en boerinnen te zien waren in heroïsche poses.

Vanuit Rusland kwamen ook verontwaardigde reacties. Men noemde de vervalsingen decadent en contrarevolutionair.

Fontano liet zich niet van de wijs brengen en produceerde nog een tweede serie, nu met portretten van sovjethelden. Jammer genoeg wist hij niet dat Zinovjev en Trotski inmiddels uit de gratie waren geraakt. Hij was er ook niet van op de hoogte dat Lenin verboden had zijn beeltenis voor een postzegel te gebruiken.

Het zal vaak gebeuren dat vervalsingen stilletjes uit beeld verdwijnen. Ze worden niet opgenomen in catalogi en veel verzamelaars willen ze niet in hun album hebben.

Maar er zijn uitzonderingen, deze is er een van. De zegels geven een prachtig beeld van de tijd en vertellen ook een interessant verhaal.
Ze doen me sterk denken aan de mooie Nederlandse postzegels die Jan Toorop ontworpen heeft.

Bij mij krijgen ze dus een ereplaats in mijn verzameling.

 

Maar wat een ironie: het is mogelijk dat mijn exemplaren nep zijn. Want de oorspronkelijk Fontano-zegels zijn op hun beurt ook weer vervalst….

 

 

 

 

 

Fort Honswijk

 

Er is een tijd geweest dat Nederland zich moest wapenen tegen indringers.

Een belangrijk element in de verdediging was de Hollandse Waterlinie. Als de vijand naderde zouden grote stukken land onder water worden gezet, zodat die niet verder kon.
Verder was er een groot aantal forten met dikke muren.

We bezochten Fort Honswijk, ten zuiden van Utrecht.

Het fort is gebouwd door Willem II in 1895 en heeft, zoals bijna alle forten, nooit echt dienstgedaan. Bij mobilisatie werd er een aantal soldaten gehuisvest, er zijn na WO II gevangenen in opgesloten en er werd een tijd lang gevonden munitie ontmanteld. Maar er is nooit gevochten.

Je rijdt een tijdje langs de Lek en loopt naar het fort toe, dat ineens opdoemt als je een hoek omgaat. Je verwacht een imponerend, hooggelegen bakbeest voorzien van allemaal schietgaten, maar vreemd genoeg ligt het fort in een kom achter de rivierdijk. Ik kan me niet goed voorstellen dat de kanonnen veel kwaad kunnen aanrichten. (Later hoorde ik dat er oorspronkelijk nog een verdieping bovenop heeft gezeten. Van hieruit had men waarschijnlijk wel een vrij schootsveld).

Het is inderdaad wel een bakbeest. Het gebouw heeft een ronde vorm en de muren zijn metersdik.

We krijgen een rondleiding van een van onze vrienden, die op het terrein een klein museum heeft opgezet (hierover later meer).

We zien grote ruimtes, waar de temperatuur altijd rond de 14° is. De witgepleisterde muren zien er opvallen goed uit. Vrijwilligers zien erop toe dat alles goed bijgehouden wordt, maar het is natuurlijk erg moeilijk er een leefbare atmosfeer te creëren: koud, vochtig en bijna geen ramen. Ik heb medelijden met de soldaten die hier gelegerd waren, in hun slaapruimten lag beton, de officieren beschikten over een houten vloer.

Uit verveling hebben enkelen van hen muurschilderingen aangebracht, die na al die jaren nog goed te zien zijn.

Het fort is verder leeg, de kanonnen zijn allemaal weggehaald.

We komen in de munitiekelders, waar olielampen die achter glas stonden destijds de enige lichtbron vormden. Er mocht natuurlijk geen open vuur bij het kruit branden. Onze gids heeft gelukkig een goede lamp bij zich, want je wordt licht claustrofobisch van de smalle donkere gangen. Ik was blij toen ik weer in het licht stond.

We mogen ook kijken in de ruimte waar in de zeventiger jaren munitie onschadelijk werd gemaakt: een gevaarlijk werkje waarbij men in aparte kamers werkte die via stalen luiken met elkaar verbonden waren.

 

We lopen om een ander onderdeel van het complex heen, een langgerekte bunker waarin Prins Bernhard ooit zijn olifantengeweren uitprobeerde. Tot slot zien we het mooi gerestaureerde poortgebouw.

Het is natuurlijk een wonderlijk gegeven dat er destijds zoveel forten gebouwd zijn, die nooit dienstgedaan hebben. Forten noch waterlinie konden de Duitsers tegenhouden toen ze ons land in mei 1940 binnenvielen.

Voor de eigenaren (het rijk, gemeentes, Staatsbosbeheer) zijn ze een blok aan het been: ze moeten onderhouden en beveiligd worden en het is lastig er een renderende bestemming voor te vinden. Ondernemers, zoals horeca-exploitanten, zijn huiverig omdat er nogal wat dure aanpassingen moeten plaatsvinden om de ruimtes geschikt te maken voor gebruik. Verder is niet elk fort even goed toegankelijk en is niet zeker dat de benodigde bezoekersaantallen gehaald zullen worden.

 

Ben Gort zag wel kansen: hij huurt een aantal ruimten op het complex en heeft een klein museum opgezet. Hij heeft de ambitie om het te laten groeien en veel bezoekers te trekken.

Gort is begenadigd kunstenaar/klussenman (hij heeft bij ons enkele fantastische verbouwingen gedaan) en nu dus ook directeur van Leger Diorama Wereld.

Het museum is in de opbouwfase, (de bezoekersruimte is bijna klaar) en toont voorwerpen uit (vooral) de tweede wereldoorlog en diorama’s: heel knap geconstrueerde miniatuurvoorstellingen over episodes uit verschillende oorlogen: de eerste en tweede wereldoorlog, Vietnam, de koude oorlog en er is zelfs een minutieus nagebouwd Tiananmenplein, met de inmiddels wereldberoemde scene waarin een man een rij tanks tegenhoudt.

Het is heel interessant om getuige te mogen zijn van zo’n mooi initiatief en ik hoop dat Ben zijn jongensfantasie tot realiteit zal kunnen maken.

 

 

Ik kan een bezoek aan fort en museum van harte aanbevelen.

 

Fort Honswijk            8

Legerdioramawereld 8

 

De site van Fort Honswijk

De site van het museum

De site van Ben Gort

 

Metro Movies festival

Op uitnodiging van mijn zoon Ben, die het festival organiseert namen we de metro naar Amsterdam Zuidoost om Metro Movies te bezoeken.

Het festival vindt plaats in de tunnel waar binnenkort de A9 doorheen zal gaan.

Metro Movies is voor iedereen die van kwaliteitsfilms houdt en daarnaast festivalsfeer wilt proeven in de vorm van debatten, kunst, muziek en lekker eten. Op vrijdagavond gaan we na de opening van wethouder Kunst en Cultuur Touria Meliani in debat met stadmaker Malique Mohamud, cultureel ondernemer Angelo Bromet, creatief ondernemer Maru Asmellash en Saskia Bosnie van bewonersparticipatie adviesplatform Sabo, over de snelle veranderingen en mogelijke kansen in Zuidoost aan de hand van VPRO Tegenlicht documentaire ‘Mijn stad is mijn hart’. Vervolgens wordt de beklemmende survival horrorfilm Cutterhead vertoond, waarin drie mensen van verschillende komaf vastzitten in een ondergrondse tunnel.

Je wordt aangemoedigd het openbaar vervoer te nemen, maar uit veiligheidsoverwegingen moet je in een ruime lus naar het festival lopen, het duurt dus wel even voor we op de bestemming aankomen, waar we aanvankelijk tegengehouden worden door een bewaker die ons vertelt dat het pas om 17.00 uur begint. We wachten de resterende drie minuten en mogen dan doorlopen, als de bewaker afgelost wordt door twee nieuwe collega’s.

Er is sprake van enige overkill, want behalve wij tweeën is er nog niemand.

We hadden nog niet begrepen dat als je naar een festival gaat je natuurlijk niet op de aangekondigde begintijd verschijnt.

Aangezien er voor een festival organisatorisch heel wat uit de kast getrokken wordt (denk aan wc’s, elektriciteit, bewegwijzering, voedsel, drank en zitplaatsen) had men besloten de hele setup gedurende de dag te gebruiken voor een congres van bouwers: die zouden het vast een heel toepasselijke plek vinden.

Bij onze aankomst waren ze klaar met congresseren en luid met elkaar in gesprek over bouwzaken.

Ze moesten hard praten, want een blije dj draaide keiharde techno waar volgens mij niemand behoefte aan had.

Het is ene bijzonder ervaring in een tunnel te lopen waardoor binnenkort het verkeer zal razen. De strepen waren al op de weg geschilderd, er hingen al bordjes met aanwijzingen (als je eruit wil moet je 25 meter naar de ene, of 75 naar de andere hollen). Ook de verlichting was aangebracht en boven ons hoofd hingen gigantische ventilatoren.

Op weg naar onze zitplaatsen kwamen we langs een aantal doeken waar graffiti op was gespoten en een paar mannequins in hippe kleren.

We verzekerden ons van een plaatsje op de eerste rij en wachtten op de dingen die komen gingen.

Dat duurde even, maar dat gaf niet want er was een lichtspektakel (een moderne variant op de vloeistofdia’s van weleer) en we hadden mondvoorraad bij ons (wat eigenlijk niet mocht).

 

 

Na enige tijd kondigde een meneer aan dat we gingen kijken naar een VPRO- documentaire over Rotterdam. Die ging over de bewoners, die 206 verschillende nationaliteiten bezaten. Toch voelden ze zich heel erg Rotterdammer en kwamen graag in het hiphophuis. Probleem is, dat er allemaal dure huizen gebouwd worden en dat er op het laatst alleen nog maar plaats is voor mensen met veel geld.

Na afloop namen enkele mensen plaats op het podium en begon de nabespreking, die een uur duurde. Volgens mij zou twintig minuten ook lang genoeg zijn geweest.

De wethouder was kennelijk verhinderd.

De forumleden waren aardig en vast heel erg deskundig, maar het incrowd-, en ons-kent-ons-gehalte was erg hoog. Eén van hen, de stadmaker, (wat is dat?), had het vreselijk koud en moest met een kop thee ontdooid worden. Een ander was iets hoogs in de stadsdeelraad. Hij had met zijn mooie blauwe pak ook niet op de lage temperatuur in de tunnel gerekend. Hij deelde een dekentje met een ander pak, maar dat hielp niet echt. (Wij hadden de aanwijzingen nauwlettend opgevolgd en waren goed warm gekleed!)

De centrale vraag was of er parallellen te trekken waren tussen Rotterdam en Amsterdam Zuidoost en of we dezelfde problematiek hadden.

Nou en of!

Je kon heel goed merken dat de deelnemers van praten hun beroep gemaakt hadden. Het was dan ook niet verwonderlijk dat ze voortdurend iedereen opriepen om in gesprek te gaan, dat het hoognodig was dat de discussie geopend werd en dat er issues op de agenda moesten worden gezet. Er was onvoldoende oog voor het narratief en er was gebrek aan dialoog.

Ik weet gelukkig dat er veel leuke dingen gebeuren in Zuidoost, maar kon me niet aan de indruk onttrekken dat dit eerder ondanks dan dankzij deze praters is.

Toen het gesprek eindelijk afgelopen was gingen we een pizzaatje halen bij een van de foodtrucks. Twee Italianen hadden een schattig Tuk-tuk autootje omgebouwd tot rijdende pizza-steenoven! Ze waren erg goed van vertrouwen, want ze keerden regelmatig tegelijk hun rug naar de goedgevulde openstaande geldkist die als kassa fungeerde.

Ze wisten natuurlijk dat er alleen maar goed volk was.

De film was een adembenemende aangelegenheid. Deens, met Engelse ondertiteling.

Thema’s waren solidariteit (of het gebrek eraan), zelfopoffering en hoe mensen zich houden in extreme situaties.

Degene die de film uitgekozen had was vast erg in zijn sas met toepasselijke gegeven dat de film zich óók in een tunnel afspeelde. Maar in de film ging het helemaal mis, ik kreeg het er claustrofobisch van. Ik vroeg me af of er bij het bouwen van onze tunnel ook zulke gruwelijke dingen gebeurd waren, en was blij dat we na afloop weer de open lucht konden opzoeken.

We sneden op de terugweg naar de metro natuurlijk een flink stuk af en waren al snel weer op weg naar huis.

Het was een bijzondere ervaring, die ik niet graag had willen missen.

Ambiance                   10 (het leek op een reprise van een autoloze zondag)

Organisatie                 9 (want immers verzorgd door Ben)

Discussie                    6 (te lang en te geroutineerd)

Film                            8

site

De foto’s zijn gemaakt door Greet.