Dans

Ik heb niet zoveel met dansen. Waarschijnlijk heeft het er iets mee te maken dat ik het niet kan.

Toen ik een jaar of vijftien was ging ik op dansles. Ik kan me niet voorstellend dat dit destijds een actie was die zijn basis vond in de uitoefening van vrije wilsbeschikking. Waarschijnlijk hebben mijn ouders een rol gespeeld. Mijn moeder placht mij naar haar hand te zetten door me voor die avond een gehaktbal in het vooruitzicht te stellen. Mijn vader was niet in alle gevallen met zijn tijd meegegaan. (Zo stelde hij zich voor dat ik tijdens mijn studie “en pension” zou kunnen gaan, waarbij een vriendelijke hospita mij zou voeden en zorg zou dragen voor mijn bewassing).

Ik leerde dus wals, tango en quickstep en zag geen kans onderwijl een knappe meid te versieren die voor mij gevallen was vanwege de uitzonderlijk vloeiende en sexy manier waarop ik mijn lichaam bewoog.

Sterker nog, niet zelden waren er te weinig meisjes en nam de dansleraar (een kleine, kalende man met puntschoenen en pommade in zijn haar) de rol van danspartner op zich.
Ik was me bewust van die schoenen omdat ik er voortdurend bovenop stond en van dat haar omdat ik er tijdens het dansen op neerkeek.

Ik ging weleens naar een dancing, maar omdat mijn talenten eerder in verbale hoek gezocht moesten worden en niet op het gebied van ritmisch bewegen kwam ik hier nauwelijks aan mijn trekken. Korte boodschappen over het lawaai van de muziek in iemands oor schreeuwen haalt het toch echt niet bij een goed gesprek.

Op de school voor volwassenenonderwijs waar ik werkte werd ook weleens een feest georganiseerd. Veel cursisten dansten naar hartenlust en wilden graag dat ik mij ook op de dansvloer zou begeven.

Vaak zei ik dan dat ik net een heel nare blessure aan mijn enkel had opgelopen, later leerde ik hen dat er in Nederland een wet bestond die personen langer dan 1.90 m verbood te dansen. Aangezien ik 1.94 mat moest ik dus tot mijn spijt dit genoegen overlaten aan kleinere mensen.

Ik kan ook niet echt enthousiast worden van het kijken naar dansen. Bij ballet lopen de meisjes steeds weg om dan weer terug te komen en balanceren ze voortdurend op hun tenen. De mannen dragen een maillot die hun geslachtsdelen beknelt. Ze tillen de meisjes op en zetten hen dan even later weer neer.

Ook bij moderne dans wordt veel heen en weer gelopen. De deelnemers steken voortdurend hun ledematen zo ver mogelijk uit en hier worden de meisjes vaak op een ingewikkelde manier over rug en schouders van de jongens van links naar rechts verplaatst.
Er zijn ook veel smachtende blikken.

Op het onuitputtelijke Youtube stuitte ik op een filmpje waarin een Chinees echtpaar dans heeft ontdekt als therapie.

Ik heb het hele filmpje uitgekeken omdat ik aangestoken werd door hun enthousiasme. Kijk maar eens!

Mijn vrouw zal ongetwijfeld een poging wagen mij op te vrolijken als ik bijkom van een ernstig auto-ongeluk. Maar ja, ik zit dan met die enkel. En die wet waaraan ik mij als brave burger houden moet.

Winkelen

Binnenkort zullen we weer boodschappen moeten doen op Terschelling. Ik ben benieuwd hoe ze daar het besmettingsrisico aanpakken.

We zijn eraan gewend dat de (meestal krappe) gangpaden in de winkels in beslag worden genomen door tieners die voor het eerst zelfstandig op pad zijn en uitvoerig met elkaar staan te overleggen of ze nu twee of drie blikken knakworst moeten kopen, en wie ervoor zal betalen. In hun karretjes staan natuurlijk al zes kratten bier, hierover hoeft niet gediscussieerd te worden.

Ze zullen zich na verloop van tijd met de volgeladen wagentjes, die notoir lastig in de hand zijn te houden op een onregelmatig wegdek, richting de Appelhof begeven, waar ze het lauwe bier vervolgens in rap tempo zullen opdrinken. Van de lege kratten worden bouwsels gemaakt, soms met meerdere verdiepingen.

Er is een gemeenteverordening die bepaalt dat de uitbater van de jongerencamping geen bier op zijn terrein mag verkopen. Als gevolg proberen nu continu jongelui die alvast van hun inkopen geproefd hebben de volgeladen karren op het fietspad vergeefs in het rechte spoor te houden. Fietsers zijn blij als ze dat stukje zonder kleerscheuren zijn gepasseerd.

 

Ik deed vandaag weer boodschappen voor de hele week bij de Vomar. Voor de winkel staat de buurman, die zich keurig aan het gebod houdt dat je niet met z’n tweeën de winkel in mag. Zijn echtgenote moet allerlei moeilijk besluiten nu in haar eentje nemen.

Ik trek een kar (mandje mag niet meer) uit de rij. De kettinkjes die in vroeger tijd moesten worden losgekoppeld hangen allemaal los, ik hoef er geen muntje meer in te stoppen.
Je zou denken dat de parkeerplaats nu vol staat met verlaten wagentjes, die niet meer zijn teruggebracht omdat er geen statiegeld voor is betaald, maar ik zie er niet één.
We zijn braver dan de bedenker van het systeem had gedacht.

Het winkelende publiek manoeuvreert op een enigszins vermoeide manier langs elkaar, een enkeling draagt een mondkapje of latex handschoenen.

Mijn supermarkt kondigt met grote letters aan dat je je boodschappen gratis krijgt als je de vierde wachtende in de rij voor de kassa bent. Er zijn wel wat uitzonderingen, die zorgen er kennelijk voor dat het nooit zo ver komt. Ik heb nog nooit gezien dat iemand van dit aanbod profiteerde.

Het is inderdaad zo dat er nooit lange rijen staan voor de kassa’s. Het valt me op dat de caissières altijd erg op hun hoede zijn dat de rijen niet te lang worden. Zodra er gevaar dreigt wordt een collega aangespoord een lege kassa te bemensen.
Dat is best bijzonder, omdat zorgvuldige oplettendheid niet tot de standaarduitrusting van de gemiddelde tiener behoort. Ik denk dat als het echt zo ver komt dat een klant gratis boodschappen mee mag nemen, het aankoopbedrag wordt ingehouden op het salaris van de medewerkers. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat er een bonus in het vooruitzicht wordt gesteld als het niet gebeurt.

Sinds kort worden wij als klanten er ook van verwittigd als het kritieke moment in zicht komt. Er klinkt een ernstig vervormd akkoord, dat via elektronische weg tot stand werd gebracht en een afgrijselijk opgewekte vrouwenstem vertelt ons dat er een nieuwe kassa geopend wordt. Ze legt elke klemtoon op de verkeerde plaats.  Zou er een lint worden doorgeknipt?

Als ik sta te wachten om te mogen betalen kan ik geen kant opkijken zonder geconfronteerd te worden met Coronawaarschuwingen. Zelfs het rode balkje dat door mijn voorganger pinnig achter haar laatste artikel wordt geplaatst, om te voorkomen dat zij straks opdraait voor de kosten van mijn liederlijk bestaan bevat een waarschuwing.

Het valt me op dat het meisje achter de kassa met een zekere loomheid de boodschappen langs de scanner haalt. Als ik later zelf aan de beurt ben geweest ontdek ik dat we precies hetzelfde tempo hebben aangehouden: ik had alles in mijn tassen gestopt toen ze aankondigde dat het tijd was om te betalen. Dat voelde heel goed, je bent immers meestal verplicht je inpakwerk te onderbreken om aan je financiële verplichtingen te voldoen (eerst nog vertellen dat je geen kooppunten wilt hebben en afziet van de zegeltjes). Je bent er dan helemaal uit als je je werk weer oppakt, je uitgekiende inpakschema is in de war geraakt en je krijgt niet alles meer in je tas.

Een andere medewerkster heeft de gewoonte de kassabon netjes op te vouwen en aan je te overhandigen samen met de zegeltjes. Ze zegt dan steevast: “En hier nog de administratie”. Je pakt het pakketje aan, terwijl je eigenlijk op geen van tweeën prijs stelde.

Binnenkort zal Vomar het drie weken zonder mijn klandizie moeten stellen. Ik ben dan bezig de economie van ons mooiste eiland te ondersteunen.

 

 

Ruisende bomen

Tegenover ons huis is een park met prachtige bomen. We hebben ze zien groeien van petieterige staakjes tot majestueuze reuzen van 18 meter hoog. Je hoort de wind door hun enorme bladerkronen ruisen, kinderen spelen in de schaduw eronder.

We kregen een brief van de gemeente waarin verteld werd dat er een aantal gekapt zouden worden om ruimte te scheppen voor de andere. Ik besloot het proces op de voet te volgen.
(Ons huis is het zevende van het blokje helemaal links)

De bomen stonden nog niet in blad toen de mannen met de motorzagen kwamen. Zij verwijderden eerst de onderste takken van alle bomen. De takken werden door een grijper in de mond van een verschrikkelijke machine geduwd, die ze versnipperde tot kleine stukjes. Deze belandden in opeenvolgende oprispingen in een gereedstaande wagen.

De bomen die het veld moesten ruimen (de oranje-bruine stipjes op de kaart) werden vakkundig neergehaald.
In de stam wordt een wigvormig stuk weggezaagd aan de kant waar de boom moet vallen. Dan wordt de stam doorgezaagd en zijgt neer.

De mannen riepen niet “onderuit”, zoals ik verwacht had. Zelf droegen ze veiligheidshelmen, dus hen kon niets gebeuren, maar wat als Fikkie juist dat moment en die plaats had uitgekozen om zijn drol uit het trillende achterlijf te persen? Platte hond!

De boomstammen werden in nette stukken van drie meter lang aan de weg gelegd, waar een happer ze na verloop van tijd optilde en neerlegde op een oplegger.
Na enkele dagen waren hier en daar alleen nog de stronken te zien van de gesneuvelde bomen.
Een deskundige kwam langs om met behulp van een doormeet-apparaat te controleren of de resterende bomen wel gezond waren. Ik maakte een praatje met hem en hij verzekerde me dat de overgebleven bomen een prima conditie hadden.
De meneer die af en toe langskomt om met behulp van zijn grote maaier het gras te maaien moet erover hebben geklaagd dat hij vanwege de stronken geen lekkere baantjes kon trekken, want er verscheen een grote traktor met daarachter een enorm frees-wiel, dat de restanten zorgvuldig wegknaagde. Er bleef niets anders over dan aarde en houtvezels.

Er komt nu vast nog iemand die de bergen aarde en pulp verwijdert (of egaliseert) en nieuw gras inzaait.
De overgebleven bomen hebben inmiddels bezit genomen van het gehele terrein, het is net of er nooit méér gestaan hebben.

Twee observaties tot slot:
De machtige traktoren, die ik vooral ken van het malieveld, hebben een heel slimme bestuurdersstoel: die kan indien nodig 180 ° draaien, zodat de bestuurder goed naar achteren kan kijken (waar zich de aangesloten apparatuur bevindt).
Het komt me voor dat deze stand voor boeren (de voornaamste gebruikers van dergelijke voertuigen) vaak overeenkomt met hun maatschappelijke visie.

Aan het park grenst het talud van de spoorlijn. Hier zijn op gezette plaatsen nooduitgangen gecreëerd, waar reizigers van verongelukte treinen gebruik van kunnen maken als ze een goed heenkomen willen zoeken.
De natuur heeft hier weinig respect voor. Een zee van gele bloemen en klaprozen heeft bezit genomen van de trappen.

Dag van de verpleging

Gisteren was het de dag van verpleging, zeer toepasselijk in deze tijd.
Een goede gelegenheid voor mij dus om mijn verpleegsters van stal te halen.

Ik spreek zonder gène van verpleegsters, want mijn postzegelverzameling gaat niet verder dan 1960; verplegers deden pas na die tijd hun intrede, men moet tegenwoordig dan ook over verpleegkundigen spreken.

Het mooie beroep van verpleegster heeft vele ontwerpers geïnspireerd, er zijn ook nogal wat opdrachten uitgevoerd met het thema Rode Kruis (of Halve Maan) en het is niet verwonderlijk dat je dan al snel uitkomt bij de zusters.
Ik moet zeggen dat ik wel voorkeuren heb, ik heb Luxemburg liever aan mijn bed dan Belgisch Congo en sommige verpleegsters zijn iets te enthousiast met een injectiespuit in de weer.

Hier zijn ze,  uit 25 verschillende landen. Mooi hè?

 

 

 

 

  

Gisteren werd ook de moeder aller verpleegsters herdacht: Florence Nightingale. Zij mag dus niet ontbreken.

Haar beeltenis siert ook verschillende postzegels, zij het niet de mooiste.

 

Hermes/Mercurius

Er zijn nogal wat postzegels waarop een mythologisch figuur te zien is. Het gaat hier om Hermus (de Griekse god) of zijn Romeinse alter ego Mercurius.

Ik wist dat Hermus de god van de handel was, in het Beursgebouw van Amsterdam staat zijn beeltenis.

Ik keek even op Wikipedia:
Je kunt hem herkennen aan zijn attributen: vleugeltjes aan zijn helm en aan zijn sandalen. Meestal heeft hij ook een staf, de Keryheion (Caduceus in het Latijn). Dit is het kenmerk van een onderhandelaar en geeft vrije doorgang. Het is een symbool voor vrede, bescherming, genezing en eenheid.
De staf heeft ook vleugeltjes, en twee kronkelende slangen. (Niet verwarren met de Esculaap, want die heeft maar één slang).
Wikipedia leert ons ook dat hij de zoon was van oppergod Zeus en Maia, een bergnimf.
Hij is ook god van de reizigers, wegen en dieven. De combinatie van handel en diefstal ligt voor de hand, maar ik vroeg me af waarom Hermes dan zo vaak een belangrijk motief op postzegels was. Toen las ik dat hij ook boodschapper van de goden was en dan begrijp je de link met post en postzegels.

De mooiste Hermes-motieven vind je op zegels uit Suriname en Curacao.

De volgende afbeeldingen zijn van zegels uit Duitsland, Kroatië, Bosnië, Oostenrijk en België.

De Griekse post had Hermes vanaf het allereerste begin als onderwerp.

Maar Frankrijk, Uruguay en Brazilië hadden hem ook.

Italië volstond met een onderdeel.

Wie doorzoekt vindt er vast nog veel meer, maar op moderne zegels zul je hem niet meer aantreffen.

Twee kleine vrouwtjes

We zagen drie seizoenen van de Serie Victoria, waarin de hoofdrol wordt gespeeld door de actrice Jenna Coleman, die slechts 1.60 meet. Het schijnt dat de echte Victoria ook erg klein was, vandaar.

De serie is niet slecht, maar kan niet tippen aan dat andere recente koningsdrama The Crown.
De kostuums zijn prachtig (dat vrouwen geen corset meer willen snap ik heel goed, maar waarom zijn vrouwen ooit opgehouden met het dragen van zulke prachtige jurken?) en ook de kapsels.
De decors en verdere aankleding zijn wat minder, ook het aantal figuranten houdt niet over.
Op de een of andere manier is het voor de makers moeilijk de grandeur en majesteitelijkheid van Victoria te laten zien terwijl die toch wel indrukwekkend moet zijn geweest: ze was heerseres van een gigantisch wereldrijk en Engeland was in die tijd nog volop een standenmaatschappij.
Dit geldt volstrekt niet voor haar opvolgster in The Crown. Daar is Elizabeth op en top de vorstin, geen twijfel over mogelijk.

We ontdekken dat het Engelse koningshuis in die tijd nauwe banden onderhield met andere (Duitse!) vorstenhuizen in Europa, iedereen kende elkaar en het lot van de Franse koning en de Duitse keizer ontging Victoria dus niet.
Echtgenoot Albert was van Duitse huize en dat blijven we de ganse serie horen. Engels met een Duits accent is al niet zo prettig en als het dan ook nog uitgesproken wordt door een Engelse acteur (die geen verstand heeft van wat Duitsers moeilijk uit te spreken vinden) gaat het behoorlijk irriteren.
Victoria ontwikkelt een soort aardappel achter in haar keel, waarschijnlijk om daarmee cachet aan haar verschijning te geven, ook dat is op een gegeven moment niet fijn meer om te horen.

Een mager zesje dus, vooral omdat we steeds aan The Crown moeten denken….

We zagen nog een kleine actrice aan het werk, Shira Haas in Unorthodox, een prachtige serie op Netflix. Ze speelt Esty, een jonge vrouw die ontsnapt aan het beklemmende Joods-orthodoxe milieu waarin ze opgroeide.
Het acteren is fantastisch (er wordt heel veel Jiddisch gesproken), de verhaallijn realistisch en goed uitgewerkt en de decors en kostuums zijn heel erg goed.
De afleveringen spelen afwisselend (via flashbacks) in New York en in Berlijn. Deze laatste stad hebben we onlangs bezocht, dus er was veel blije herkenning.
Ik vond vooral de uitwerking van de cultuurclash indrukwekkend. Het is anno 2020 kennelijk nog heel goed mogelijk in volstrekte afzondering je eigen cultuur vast te houden en Middeleeuwse gebruiken en gewoonten te hanteren alsof secularisatie en emancipatie nooit bestaan hebben.

 

Deze serie verdient een negen en een half.

Drain addict

Als je vroeger wilde aangeven dat iemand op de laagste trap stond van de maatschappelijke ladder zei je dat hij putjesschepper was.

Bij toeval stuitte ik op Youtube op een serie filmpjes van wat het Australische equivalent moet zijn.
Deze man maakt het in orde als je riool verstopt is. Hij noemt zichzelf “drain addict”, vanwege de intelligente wijze waarop hij zijn werk benadert zou ik hem de suggestie aan de hand willen doen de titel drain brain aan te nemen.

We zien hem niet vaak met zijn gezicht in beeld, maar hij laat precies zien wat hij allemaal doet. Hij heeft een wat grove, ongeduldige motoriek: hij smijt nogal met de spullen en als hij van zijn bestelwagen naar de put loopt waar hij zijn ontstoppende werk moet doen zien we beurtelings links en rechts zijn handen in beeld verschijnen. Of hij oefent in het marcheren of een beetje leven in het saaie film-moment probeert te krijgen is onduidelijk.

We krijgen tot in detail de smerige aspecten van zijn werk te zien, gelukkig ontbreekt de geur-component.

Hij draagt werkhandschoenen, maar die lijken een beetje voor de vorm. Ze reiken maar tot zijn polsen en de rommel spat regelmatig over zijn hele arm heen.

Meestal draagt hij een korte broek en korte laarsjes, waarin ook regelmatig vloeistof terechtkomt.

Zijn techniek bestaat eruit dat hij een slang inbrengt (inderdaad dwars door de prut heen die uit de verstopte pijp is opgeborreld) met een spuitstuk erop. Hij zet dan de kraan open en door de speciale constructie duwt de slang zich steeds verder de ondergrondse pijp in, je kan zien dat de slang van de haspel afgewonden wordt.

Er ontstaat natuurlijk flink wat geborrel, de vieze prut komt aanvankelijk nog verder omhoog, maar op een gegeven moment is een doorbraak bereikt en zakt het peil weer.

Elke keer als hij ter plekke arriveert constateert hij welgemoed dat het gaat om een blocked drain. Eigenlijk weten we dat al, het is net of een onderwijzer iedere ochtend vaststelt: klas met kinderen! Of een huisarts: ziek persoon!

Hij gaat voortvarend aan het werk, met wat duw- en trekwerk probeert hij een doorgang voor de slang te forceren en niet zelden haalt hij met de slang ook een assortiment “wet wipes” of boomwortels omhoog.

Het komt regelmatig voor dat het smerige water over zijn gereedschap loopt, maar hier doet hij niet moeilijk over.

De rioolontstopper heeft ook altijd een plastic rat bij zich, die hij op een strategische plek posteert voor hij aan het werk gaat. Hij noemt hem liefdevol Ratty en geeft hem maïskorrels te eten waarvan hij steevast een aantal ongeschonden exemplaren aantreft.

In Australië eten ze kennelijk veel mais en verteren ze het slecht. Soms vindt hij ook vriendjes om met Ratty te spelen: een kakkerlak, grote spin of felgroene sprinkhaan.

Als de klus erop zit gooit hij alle vaste bestanddelen met zijn handen weer in het riool en spuit hij netjes de werkplek schoon.

Ik stel me voor dat hij dan lekker zijn boterhammetjes gaat oppeuzelen.

Waarom kijkt een mens naar dit soort dingen? (Het youtubekanaal heeft 100.000 volgers!). Ik zou het echt niet weten, misschien doordat er een zekere aantrekkingskracht uitgaat van probleemoplossing? Of uit blijdschap dat ik hier mijn brood niet mee hoef te verdienen?

Ik voeg geen linkje toe omdat jullie vast wel wat beters te doen hebben dan te kijken naar dit soort rioolverhalen……

Berlijn

We brachten een bezoek aan onze zoon in Berlijn. Hij loopt daar stage. We reisden per trein en bleven drie dagen.

Berlijn is een fijne stad. Het is er druk, maar nergens overvol en de meeste mensen waren aardig.

De Gedächtniskirche maakte een grote indruk op mij. Er is denk ik geen beter symbool denkbaar voor de verschrikkingen van de tweede wereldoorlog.

Er is in de jaren vijftig een nieuwe kerk naast de ruïne gebouwd, de wanden zijn van opengewerkt beton. In de openingen zit dik blauw glas. Er hangt een schitterend goudkleurig Christusbeeld. Heel indrukwekkend.

Bas heeft een tijdelijke slaapplaats in een woning waar nog enkele huisgenoten vertoeven. Het is niet veel maar het voldoet. We hebben ook zijn werkplek gezien: een ruimte in een kantoorgebouw waarin veel kleine ondernemingen en startups zitten. Zijn baas was heel tevreden over hem.

Voetgangers moeten wachten als het rode mannetje zichtbaar is en kunnen gaan lopen bij groen licht. De meeset Berlijners houden zich hieraan.

Het was een gouden greep dat we vooraf twee go-as-you-please tickets hadden aangeschaft. We konden op elke bus, tram en metro stappen zonder ons te hoeven bekommeren om geldige kaartjes. Wij moesten onze tickets op de eerste dag activeren, daarna zouden ze 72 uur geldig zijn. Ze gaven ook toegang tot musea.
Ik zag kans het mijne te verknoeien door het tweemaal af te stempelen. Gelukkig heeft het geen problemen opgeleverd.

We hebben de dagen ten volle benut: we bezochten twee musea, hebben Checkpoint Charlie geïnspecteerd en zijn ook in de koepel op de Rijksdag geweest. In de buurt hiervan zijn ook gedenkplekken voor de omgebrachte joden, zigeuners en homo’s.

Verder zagen we de Brandenburger Toren (en herinnerden ons de filmbeelden van een triomfantelijke Hitler die er onderdoor reed) en de Siegesaule. De gouden vleugels van de engel blonken in het zonlicht.

De Fernsehturm is van alle kanten te zien, hij is dan ook 360 meter hoog.

We aten twee keer met Bas in een opgeknapte markthal. Hierin bevonden zich allemaal eettentjes en voedselwinkels. Er heerste een gezellige huiselijke sfeer, die bewerkstelligd werd door het meubilair dat rechtstreeks uit de kringloopwinkel leek te zijn gekomen.
De Duitsers zijn een vleesminnend volk. De porties bevatten vooral veel vlees en aardappelen, groente werd in prettig kleine porties opgediend.

Wat me opviel in de talloze opschriften (in het Duits en in het Engels) is dat de Duitsers geen enkele reserve hebben in het vermelden van de gruwelen van de oorlog en in het nemen van de verantwoordelijkheid daarvoor.

Ik las gedurende de reis het nieuwste boek van John leCarré. Hierin komt een man aan het woord die erg op Duitsland gesteld is. Hij zegt: “What other country had ever repented its crimes to the world? Had Turkey apologized for slaughtering the Armenians and Kurds? Had America apologized to the Vietnamese people? Had the Brits atoned for colonizing three-quarters of the globe and enslaving numberless of its citizens?”

Ik ben het met hem eens.

We hebben bijna altijd een zitplaats in de bussen en metro’s waar we instappen. Een mannenstem geeft het advies ons goed vast te houden: “Hold on tight during the ride”, waarin hij het laatste woord uitspreekt als right. Het rijmt leuk, maar is natuurlijk geen correct Engels.

Het Checkpoint Charlie is inmiddels geheel overgenomen door de commercie. In een gigantische winkel worden allerlei souvenirs verkocht, je kunt ook stukjes van de Muur kopen. In een werkplaats zie ik twee jongens stukjes beton op kaartjes plakken.

Een klein fragment kost al gauw 10 euro, er liggen zelfs brokken die het honderdvoudige hiervan moeten opbrengen.

Op de meeste brokstukken zijn restjes graffiti te zien. Uiteraard wordt de authenticiteit hier zonder meer door gewaarmerkt.

Buiten verkoopt een Turk nep-russische hoofddeksels. Bontmutsen en zwieppetten met indrukwekkende ordetekens. Het zou me niet verbazen als ze in China gefabriceerd zijn.

Op de Rijksdag, het gebouw waar het Duitse parlement vergadert, is een koepel gebouwd die je mag betreden. Een looppad spiraalt omhoog en helemaal bovenaan heb je een indrukwekkend uitzicht op Berlijn. Vanuit de koepel kijk je neer op de grote vergaderzaal.


We zijn er samen met een Franse schoolklas,  de leerlingen hebben meer aandacht voor elkaar en de selfies die genomen moeten worden dan voor deze historische plaats.

In Osnabrück herkent een afhaler een reiziger die uit onze trein stapt. Ik probeer de uitdrukking op zijn gezicht te benoemen: blij? opgetogen? Ik kom uit bij het mooie woord verheugd.

Ik ben er niet achtergekomen waar  je nu eigenlijk voor gewaarschuwd wordt.

Berlijn is een heel fijne stad. We hebben lang niet alles gezien, dus moeten nog minstens een keer terug.

Welcome Aboard

Als kind verslond ik boeken over vliegtuigen en vliegers. Ik kende de meeste typen vliegtuigen en had een kaartsysteem met de namen en logo’s van alle luchtvaartmaatschappijen van de wereld. Ik kon dus omhoogkijken en vaststellen dat er een DC-8 van Lufthansa overvloog.

Ik wist zeker dat ik later piloot zou worden en had voor mezelf alvast een cockpit gebouwd met een doorgezaagd autostuur (want iedereen weet dat ze in een vliegtuig altijd halve sturen hebben) en gekleurde knijpers die dienden als schakelaars, want daarvan zitten er honderden in een echte cockpit. De co-piloot moet er altijd heel veel van in een andere stand zetten, vóór de captain langzaam twee of vier (afhankelijk van het aantal motoren) handels naar achteren trekt waarmee hij de motoren tot meerder omwentelingen aanzet. Het vliegtuig begint langzaam te rollen en stijgt uiteindelijk op.
Dan moet voorlopig het laatste knopje worden omgezet (dat van het landingsgestel) en kunnen de mannen in het blauw achteroverleunen, genieten van het uitzicht boven de wolken en wachten tot de knappe stewardess hun een kopje koffie komt brengen.

Ik werd lid van de KLM-jeugdbrigade (ik weet niet meer of het echt zo heette) en ontving een verrassingspakket met daarin een paar prachtige posters, die jarenlang mijn jongenskamer gesierd hebben en een vreselijk mooie speld die ik tot mijn grote spijt al heel snel kwijt was.

Er kon dus met betrekking tot mijn carrière niets meer misgaan, ware het niet dat je voor de vliegersopleiding een Atheneumdiploma nodig had. En om dat diploma te halen moest je een wiskundeknobbel hebben.

Ik kwam er na vier jaar achter dat mijn knobbel niet groot genoeg was, of de verkeerde vorm had.
Ik werd dus onderwijzer, ook een mooi beroep maar met wat minder glamour.

Uiteraard heb ik nooit mijn enthousiasme met betrekking tot vliegtuigen verloren, ik houd er nog steeds heel erg van erover te lezen en vind het ook heerlijk om een middagje op Schiphol door te brengen.

Het Aviodome in Lelystad beschikt onder andere over een prachtige Constellation (koningin van de lucht) en er staat ook een Boeing 747. Wat is dat een gigantisch vliegtuig. Fascinerend.

 

Met echt vliegen heb ik een probleempje. Het beeld van met z’n allen opgesloten zitten in een smalle buis die met levensgevaarlijke snelheid heel hoog boven de onmetelijke oceaan vliegt boezemt mij grote angst in.
Als het om reizen gaat neem ik veel liever de trein.

Ik vermoed dat behalve mijn gebrekkige beheersing van de wiskunde mijn vliegangst ook wel een belemmering had kunnen vormen voor mijn aanvankelijke beroepskeuze.

Als luchtvaartafficionado en KLM-fan moest ik natuurlijk overgaan tot de aanschaf van Welcome Aboard!, een eeuw KLM.

 

Het is een prachtig boek, geschreven vanwege het 100-jarig jubileum van onze nationale luchtvaartmaatschappij.

De auteurs hebben gekozen voor een thematische benadering en een opbouw waarin vijf theoretische hoofdstukken worden afgewisseld met verhalende teksten (en veel foto’s) over de KLM en de KLM-mers.

Er is heel veel te bekijken, de auteurs hadden toegang tot het bedrijfsarchief, maar het geheel valt toch wat tegen.

Ik had gerekend op spannende verhalen, bijvoorbeeld over de eerste vlucht op Indië of de beroemde vlucht van de Uiver die deelnam aan een luchtrace naar Melbourne.

Ze worden wel verteld, maar ik kan niet zeggen dat het enthousiasme er vanaf spat.

Het boek is informatief en onderhoudend, maar de jonge vliegtuig-enthousiasteling in mij werd niet wakker.

Welcome Aboard
Bram Bouwens en Frido Ogier                                 7


Er is een mooi raakpunt met mijn postzegelhobby: Christiaan de Moor ontwierp een fraaie postzegel met het portret van Albert Plesman (de grondlegger van de KLM) en ik kwam in het bezit van een bijzondere brief.

 

Deze is in 1946 naar het Central Post Office van New York gestuurd met het verzoek hem onmiddellijk te retourneren aan de afzender.
Die was het vooral te doen om de bijzondere stempels en om het gedenkwaardige gegeven dat zijn brief mee was gegaan met de eerste trans-Atlantische vlucht van de KLM.

In Europa II

Ik las de twee kloeke boeken In Europa van Geert Mak destijds ademloos uit. Ik was bijzonder te spreken over zijn stijl en onderwerpkeuze en schreef er eerder over.

 

Hij heeft nu de draad weer opgepakt waar zijn vorige werk eindigde: 1999. Zijn nieuwe boek heet Grote verwachtingen, ik ben halverwege en denk dat het net zo goed is als In Europa.

Datzelfde kan ik niet zeggen van de televisieserie die op dit moment wordt uitgezonden. Je denkt dat het een direct vervolg is op de eerste, die een geweldige aanvulling vormde op het boek.

Weliswaar begint Mak weer elke aflevering met “Waar waren we ook weer gebleven?”, maar daarna lijkt het of zijn bemoeienis minimaal is.

De serie is gemaakt door Roel van Broekhoven en Stefanie Brouwer, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze een beetje meeliften met Geert Mak.

Inhoudelijk is hij helemaal niet slecht, integendeel, gisteravond was weer een heel boeiend portret van een vrouw die na 75 jaar de boodschap krijgt dat de stoffelijke resten van haar verdwenen ouders gevonden zijn. Ze waren in een gletsjerspleet gevallen en omdat er zoveel ijs gesmolten is kwamen hun lichamen tevoorschijn.

De makers argumenteren dat ze aan de hand van persoonlijke verhalen inzicht geven in de geschiedenis die zich nu afspeelt. “Op heterdaad betrapt” noemen ze het.

Ik vind de constructie wat gezocht.  Mooie documentaires worden min of meer geforceerd onder de paraplu van Geert Mak gebracht, ze zouden ook net zo goed buiten die context kunnen zijn uitgezonden. Maar deze manier van presenteren trekt natuurlijk veel meer aandacht….

Nogmaals, de films zijn mooi en goed gemaakt. Wel vreemd is de keus van de makers om het commentaar consequent te laten inspreken door een collega uit het land waarin gefilmd is. Geert Mak is de enige die (heel kort) Nederlandse teksten uitspreekt. (Niet langer terwijl hij op het spoor loopt trouwens, dit is hem door de NS verboden!). Je hoort verder Frans, Fins, Russisch, Engels en nog andere talen.
Ik begrijp niet goed wat hiervan de bedoeling is. Je gaat haast denken dat het hier om buitenlandse producties gaat…

Wie, net als ik, tegelijkertijd het boek leest en de serie bekijkt komt tot de ontdekking dat er nauwelijks overlap is. Het boek gaat systematisch in op de gebeurtenissen sinds de eeuwwisseling, beschrijft hoe de politieke processen verlopen en geeft oorzaken en gevolgen aan; de televisieserie is anekdotisch en geeft volstrekt geen totaaloverzicht.

Ik ga uiteraard het boek uitlezen en zal zeker naar de resterende afleveringen van de televisieserie kijken, maar blijf wel met een aantal vragen zitten.

Wellicht valt het binnenkort ook een tv-recensent op en krijg ik misschien wat antwoorden.