Ontdekt: mooie spullen voor een faire prijs

Toen wij deze zomer rondliepen over de Strijp (Eindhoven) waren we enthousiast over alle kleine, startende ondernemers die hier hun plek hebben gevonden.
Bij een van de (niet zo kleine) winkels kochten we een jaren vijftig-klok (zie blog).

We liepen door de winkel en vergaapten ons aan alles wat aangeboden werd, er waren ook veel spullen uit derde-wereldlanden.
Ik had hier gemengde gevoelend bij: aan de ene kant is het een goede zaak dat we producten kopen van kunstenaars en handwerkslieden uit arme landen, aan de andere kant vraag je je af hoeveel erop verdiend wordt door de Europese handelaar en hoeveel de maker ontvangt van de aankoopprijs.

Er stonden niet alleen maar producten die gemaakt waren voor de markt, je kon er ook voorwerpen kopen van religieuze aard of bouw-elementen. Zo stonden er nogal wat oude houten deuren, handgemaakt en -gedecoreerd. Zouden deze deuren “gered” zijn en anders verloren zijn gegaan? Of zijn ze door gewetenloze handelaren voor een habbekrats opgekocht en zijn de gebouwen waar de deuren hoorden deurloos, of nog erger, voorzien van een exemplaar van spaanplaat?

Ik kan er niet goed tegen me voor te stellen dat dergelijke antieke, cultuurspecifieke voorwerpen nu deel uitmaken van het trendy interieur van een Westerse yup.

Ik vind dat een handelaar zich niet schuldig zou mogen maken aan deze plunderpraktijken en dat consumenten de winkels die dit wel doen zouden moeten boycotten.

Sinds kort ben ik erachter dat er andere (fatsoenlijke) manieren zijn om mooie handgemaakte voorwerpen te betrekken voor een faire prijs. Als je ervoor kiest via internet betrouwbare ondernemingen te benaderen kan je met een bescheiden winst voor de intermediair prachtige handgemaakte producten kopen direct van de makers.

Via mijn zoon leerde ik Discovered kennen:

About us.

Discovered Foundation is a non-profit organization that was created with the goal of reducing poverty and encouraging self-reliance for people at the base of the pyramid with a special focus on women. Discovered Foundation aims to encourage entrepreneurship in developing countries and help create direct access to worldwide consumer markets for these entrepreneurs.

We feel that entrepreneurship and doing business is the most sustainable way to reach a higher income. Our hopes is that we enable these entrepreneurs to escape poverty, take control of their lives, and restore pride in themselves. Within this broad theme, Discovered Foundation will focus especially, but not exclusively, on female entrepreneurs so that they can be role models to a new generation of young women and girls shaping their future.

Mijn zoon voert als ZZP een project uit voor deze organisatie, het is niet uitgesloten dat hij een periode in India gaat werken.

Op de site van Discovered is een enorme veelheid aan producten te zien, gunstig geprijsd, door de makers zelf gepresenteerd. Er zijn heel mooie dingen bij.

Ik nam de proef op de som en bestelde twee kleden, gemaakt door Sumit Sharma uit Jaipur (India).
Het kostte uiteraard wat tijd om de spullen hier naartoe te krijgen, maar vandaag arriveerde het pakje.

Ik vind de kleden prachtig, voorlopig gebruik ik ze als sprei. Het kan ook zijn dat ik er een aan de wand hang. Ik betaalde voor de twee kleden nog geen 30 euro (incl. verzending), ik vind dat niet duur.

Het grootste gedeelte van dit bedrag is naar de maker gegaan, zoals het hoort.

Ik raad je aan ook eens rond te kijken!

Discovered:                    8

 

Documentaires: niet altijd even informatief

Ik ben gek op documentaires. Televisie is er een ideaal medium voor: je zit comfortabel in je stoel, terwijl de makers met behulp van (unieke) beelden, filmpjes, interviews, infographics en gesproken commentaar je in korte tijd een stuk wijzer maken.

Ik houd ervan als er in een museum een ruimte is waar een begeleidende film vertoond wordt. Ik zit ze steevast helemaal uit en het zal vast wel eens gebeurd zijn dat ik meer tijd besteedde aan de documentaire over een expositie dan aan de expositie zelf…

Het is ook prachtig als je kunt zien hoe iets gemaakt wordt. Van ruwe grondstof tot eindproduct, razendsnel bewegende machines, fantastische robots: ik kan er geen genoeg van krijgen.

Jammer genoeg gebeurt het (vooral de laatste tijd) ook regelmatig dat ik ongeduldig zit te draaien in mijn stoel. Ik heb een documentaire aangezet omdat het onderwerp me interessant leek, maar kom niet aan mijn trekken.
Het tempo is te laag, de informatie is onduidelijk of incompleet en lijn ontbreekt.

 

Mijn oog was gevallen op de titel Piet is weg, een IDFA-productie.
Het gaat over een Noord-Hollandse jongen die spoorloos verdwijnt op Texel. We kunnen kijken en luisteren naar zijn zus, een vriendin van zijn moeder, enkele (politie)functionarissen en nog een aantal andere betrokkenen.

Heel af en toe hoor je een vraag van de filmer, maar het grootste gedeelte van de tijd luister je naar monologen.

 

Ik vermoed dat Frans Bromet (tegelijk vragensteller en filmer) de eerste was die zo uitdrukkelijk uit beeld bleef. Hij moedigde met zijn bekende lijzige vragen de mensen aan om te praten en hield ze voortdurend in beeld.
Deze werkwijze kan boeiend materiaal opleveren: mensen laten niet graag een stilte vallen en vertellen dan misschien meer dan ze oorspronkelijk van plan waren.

Zo’n afwezige of compleet ondergeschikte interviewer kan je echter ook gaan ergeren. Steeds vaker wacht ik vergeefs op een goede vraag of bijsturing, omdat de ondervraagden niet to the point komen of belangrijke informatie achterhouden.

Het is net of in moderne documentaires zorgvuldige en gedegen informatieverstrekking een beetje op de achtergrond is geraakt. We zien veel sfeerbeelden, er wordt veel ingezoomd op stromend water, herfstige bossen of gezichten en het onderwerp wordt heel traag uit de doeken gedaan. Informatie wordt stukje bij beetje verstrekt, men gaat er van uit dat je al weet waar het over gaat, of heel veel geduld hebt.

Waar we hier mee te maken hebben is een botsing tussen journalistiek en artisticiteit. Een journalist ziet het als zijn taak zijn onderwerp zo helder mogelijk te belichten, een kunstenaar wil vooral mooi en invoelend bezig zijn.
Wie geïnteresseerd is in een onderwerp en hierover graag duidelijk en efficiënt geïnformeerd wil worden (zoals ik) komt in moderne documentaires dus niet zo goed aan zijn trekken.

Een belangrijk adagium van kunstenaars is: show, don’t tell.
Een moderne documentairemaker zal dus vooral lange, mooie opnamen laten zien, de tijd nemen en vooral proberen in te spelen op het gevoel. Hij probeert zijn onderwerp zoveel mogelijk te laten presenteren door degenen over wie het gaat. We zien hem nooit in beeld. Probleem is, dat veel mensen niet zo goed en zeker niet kernachtig kunnen formuleren.

Het kan dan dus gebeuren dat je een uur moet wachten tot je alle feiten op een rijtje hebt en dan na afloop nog steeds met veel vragen zit. Zeer onbevredigend.

Mijn pleidooi: meer journalisten en minder mooifilmers.

 

Piet is weg:                5

 

TV kijken

 

Ik heb lange tijd een hekel gehad aan het journaal. Het was niet zozeer de inhoud die mijn weerzin opriep, maar het onverbiddelijke tijdstip waarop het uitgezonden wordt.

Mijn Friese vader had het niet over het Journaal, maar over “de berichten”, waarbij hij de tweede e niet uitsprak. Als het 8 uur was moesten die aan, ook al waren we net in een interessant gesprek verwikkeld of druk bezig met een leuke activiteit. Alles moest wijken voor de terreur van de treurbuis. Deze term van Komrij had waarschijnlijk vooral betrekking op de matige kwaliteit van het aanbod, maar ik gebruik hem om het asociale, dwingende karakter van deze uitvinding te onderstrepen.

Hoe vaak gebeurt het niet dat de televisie aan blijft staan als er visite is? De beweging op het scherm en het vaak indringende geluid zijn bijzonder storend als je een conversatie tracht gaande te houden.

Als je echt interesse had in een televisieprogramma moest je ervoor zorgen altijd op tijd het toestel aan te zetten. Als je dit niet deed miste je een gedeelte of zelfs alles.
Mijn vrouw volgde een avondstudie en moest zich vreselijk haasten om op tijd thuis te zijn als Twin Peaks vertoond werd.

 

 

Je zapte langs alle kanalen en af en toe zag je iets wat de moeite waard was, maar je had nooit de mogelijkheid even terug te gaan naar het begin.

Wat een geweldige vooruitgang is de service die vandaag de dag wordt aangeboden door je provider: als je middenin een programma valt kan je vanaf het begin kijken en tot een week later kan je alsnog zien wat je gemist hebt.

Waar je vroeger jezelf voor de kop moest slaan dat je niet gezien had wat door een televisierecensent de hemel in werd geprezen kan je nu zonder problemen alsnog kijken. Moest je destijds weleens een moeilijke keus maken tussen programma’s die gelijktijdig werden vertoond: nu kun je ze gewoon allebei zien.

Ik zou nu nooit meer kostbare tijd hoeven te verliezen aan het zappen langs het enorme aanbod aan tv-zenders. Met verbazing blijf ik af en toe hangen bij een programma dat de activiteiten volgt van jonge Engelse vrouwen met opgeblazen neptieten en botoxlippen en zwaar getatoeëerde mannen. Ze beschikken onveranderlijk over een heel laag IQ en hun interactie is van een navenant armoedig peil.

Elders tref ik mensen die zeggen zich te schamen over hun lichamelijke tekortkomingen, maar die desondanks op tv alles laten zien.
En dan zijn er nog de talloze zwaar gescripte “realityshows” (altijd vol opgefokte rivaliteit) of de sitcoms met lachband.

Ik neem me iedere keer voor hier geen tijd meer aan te verspillen, maar kan het toch niet laten even alle zenders af te lopen.

In een klein boekje noteer ik nu aan het begin van de week wat me interessant lijkt en dan kijken we als het ons schikt. Fantastisch! Als het even oninteressant wordt kan je doorspoelen en als het toch niks is ga je naar je volgende keus.

Er zijn een paar bezwaren: het eerste is, dat niet alles teruggekeken kan worden. Af en toe heeft men kennelijk geen toestemming gegeven om een programma later alsnog te zien, of bij het begin te beginnen. Een voorbeeld hiervan is de Graham Nortonshow.
Het tweede bezwaar is, dat je nooit meteen aan het gewenste programma kunt beginnen: je moet eerst nog een flinke portie reclame doorspoelen. Je kunt dan nooit precies stoppen bij het begin van wat je wil zien, dus moet je vervolgens weer een stukje terug.

Het is wel duidelijk wat hier de achtergrond van is: de adverteerders willen natuurlijk graag dat zoveel mogelijk mensen naar hun reclame kijken en dringen er bij de providers kennelijk op aan dat kijkers die een programma later willen zien alsnog vergast worden op hun leuke filmpjes.

Ik vraag me af of adverteerders er werkelijk baat bij hebben als hun filmpjes op 16 x de normale snelheid door ongeduldige kijkers worden doorgespoeld. Mij ergert het, dat ik iedere keer zo moet jongleren vóór ik kan kijken naar wat ik werkelijk wilde zien.

Ten slotte: je moet wel binnen een week bekijken wat je graag wilde zien, want na die tijd is het weg.

En dan is daar natuurlijk Netflix!

Deze aanbieder is heel populair, maar presenteert het aanbod op geheel eigen wijze. Men “meet” waar je belangstelling naar uitgaat en geeft je vervolgens de keus uit films of series die “voor 96%” bij jouw smaak passen.

 

Hoe ze dat weten is voor mij een raadsel en het klopt vaak ook niet.

Ik erger me als men het nodig vindt voor mij te denken. Zo start een nieuwe aflevering automatisch 15 seconden na beëindiging van de vorige en begint zomaar een nieuwe serie als de laatste aflevering van de oude geweest is.

Je wordt niet aangemoedigd te kiezen op titel: de zoekfunctie zit heel diep verstopt onder allerlei menu’s. Als je dan toch een titel hebt gevonden blijkt soms dat de serie alleen in Amerika vertoond wordt. Ordening vindt plaats op genre. Je kunt nooit een volledig overzicht krijgen, veel titels duiken steeds weer op. Je bereikt nooit de laatste titel, je kunt eeuwig blijven zoeken.

Ik las heel lovende kritieken over The Handmaid’s Tale, naar de roman van Margaret Atwood. Deze serie is echter niet op Netflix te zien, je moet abonnee worden van Videoland….

 

 

Er zijn heel wat mogelijkheden bijgekomen de laatste jaren, maar televisiekijken is er niet makkelijker op geworden.

Mindhunter

Soms word je op het goede spoor gebracht door een mooie trailer: die film of serie moet ik zien!

Maar ook het tegenovergestelde gebeurt: je kijkt naar zo’n promotiefilmpje en neemt je voor daar juist niet naar te gaan kijken.

We zagen op Netflix de aankondiging van een nieuwe serie: Mindhunter.
Uit de kleding, auto’s en interieurs viel meteen al op te maken dat de serie zich afspeelde in de zeventiger jaren. Aan die jaren bewaar ik geen fijne nostalgische herinneringen, ik verafschuw de kapsels en brilmonturen uit die tijd en ben al helemaal niet gecharmeerd van weer een serie die zo nodig 30 of veertig jaar geleden moet spelen. Om de een of andere reden denken de makers dat kijkers hier erg gecharmeerd van zullen zijn.
Iedereen kent wel een film die gesitueerd is het verleden, vaak is er ongelooflijk veel moeite gedaan het tijdsbeeld correct weer te geven: alle decors, “props” en zelfs kleurstellingen kloppen. Her beste voorbeeld hiervan is natuurlijk de serie Mad Men, die zich in de zestiger jaren afspeelt. Hierin is zelfs de sociale interactie zeer realistisch verbeeld. Ik vond de serie destijds erg goed.

Ik genoot ook van Foyle’s War (speelt in en vlak na de tweede wereldoorlog: wat een prachtige auto’s reden er toen rond, wat kleedden de vrouwen zich toen prachtig en wat zat hun haar mooi!)

Maar zelfs in het geweldige Mad Men begon al die nostalgie wat te vervelen. Andere cineasten probeerde het succes te evenaren, maar dat is nooit gelukt.

Mindhunter leek dus een verloren zaak, maar ik veranderde van mening toen ik de recensie in de Volkskrant las. De serie kreeg vier sterren, reden om het toch maar eens te proberen.

Ik werd niet teleurgesteld: medewerkers van de FBI zetten de eerste stappen op het gebied van profiling: op zoek naar kenmerken en motieven van seriemoordenaars, met als doel daders sneller te kunnen vinden en eventueel nieuwe misdaden voorkomen.

De hoofdrolspelers stuiten op onbegrip en tegenwerking, maar gaan stug door.
De gesprekken die met zware criminelen gevoerd worden zijn realistisch, je moet er niet aan denken zo’n man in het echt tegen te komen.

We zien dat de kennis en vaardigheden van de FBI-agenten toenemen, ze krijgen ook erkenning van bovenaf: er komt extra subsidie en hulp van de universiteit om het onderzoek voort te zetten.

Tegelijk zie je welke impact dit werk heeft op de geestesgesteldheid van de medewerkers: dagelijks contact met zwaar gestoorde misdadigers laat sporen achter en kan relaties zwaar op de proef stellen.

Tussen de regels door wordt een prachtig beeld geschetst van Amerika eind jaren zeventig: weinig plaats voor psychologische diepgang, een lesbische vrouw moet haar geaardheid angstvallig verborgen houden en de hoofdpersoon kan niet goed uit de voeten met zijn geëmancipeerde vriendin (die zelf overigens ook nog haar houding moet bepalen).

Een prachtige, gelaagde serie met uitstekend acteerwerk. Aanrader!

 

Mindhunter:             8

 

Domme actiegroep

Actiegroep De Grauwe Eeuw vindt tipi-tentenkamp in Breda ‘vorm van racisme’

BREDA – Het vredes-tipi-tentenkamp in Breda is een vorm van ‘koloniale verheerlijking’. En als de organisatie niet tijdig een andere invulling aan het evenement geeft, volgt er ‘actie’. Dat stelt de actiegroep De Grauwe Eeuw in een bericht aan de organisatie.

De Grauwe Eeuw vindt dat Joosen geen recht heeft om tipi’s te gebruiken omdat bij de organisatie geen ‘inheemse Amerikanen’ zijn aangesloten. Het gebruik van de indianententen vindt de actiegroep een vorm van racisme, omdat ‘in dit geval de witte mens’ zich spirituele voorwerpen en gebruiken toe-eigent van een groep die wordt onderdrukt.

Ik ergerde me heel erg aan bovenstaand bericht, om drie redenen.

De eerste is, dat er volstrekt geen verband is aan te tonen tussen de manifestatie en koloniale verheerlijking. Als de actievoerders de moeite hadden genomen te kijken wat er zich precies afspeelde hadden ze dit ontdekt:

Doel van het project, dat bestaat uit zeven tipi’s van kunstenaar, Ben Acket, is juist ‘een week lang praten, luisteren en mediteren over en voor vrede’. Er brandt al die tijd ook een vredevuur. “Ons tentenkamp heeft helemaal niets met uitbuiting te maken,” aldus Joosen.

De tweede reden waarom ik een dergelijk protest dom vind, is dat heel veel mensen direct de associatie zullen krijgen dat de actie gericht is tegen het Indiaantje en Cowboy spelen van kinderen. Dat is inderdaad maar een klein stapje verder. Het lijkt me toch wel duidelijk dat het heel goed mogelijk is zich te tooien (pun intended) met verkleedkleren zonder ook maar in het minst racistische of koloniale gedachten te hebben.

De derde reden is, dat het de aandacht afleidt van werkelijk belangrijke zaken. Voor de hartstochtelijk Zwarte Piet-verdedigers is een actie als deze natuurlijk koren op de molen, die kunnen gemakkelijk allerlei goede ontwikkelingen (zoals de groeiende opvatting dat we Sinterklaas anders moeten gaan vieren) ridiculiseren door ze over een kam te scheren met deze dubieuze actie.

Denk hierbij aan Trump die in de verkiezingscampagne makkelijk kon scoren door erop te wijzen dat Clinton zich druk maakte over genderneutrale toiletten terwijl elders duizenden mensen hun baan waren kwijtgeraakt.

Ik heb er überhaupt moeite mee als mensen anderen de maat gaan nemen op het gebied van politieke correctheid. Je kunt niet in iemands hoofd kijken en kan er beter van uit gaan dat mensen geen kwade bedoelingen hebben.

Wat me ook zo verwondert, is de opvatting dat er nog steeds heel weinig bewustwording is op het gebied van kolonialisme en racisme. Er zijn veel mensen die denken dat er op school alleen maar lovend gesproken wordt over de VOC en dat het slavernijverleden verzwegen wordt.

Er is geen enkele Nederlandse leerling die nooit met een afbeelding als deze geconfronteerd werd.

 

Ik weet bijna zeker dat elke zichzelf respecterende geschiedenisleraar deze en andere zaken genuanceerd in beeld brengt.

Ik groeide op met Arendsoog en Winnetou en smulde van de spannende cowboyverhalen. Ik speelde ze na met mijn vriendjes en kreeg een (vertekend) beeld van de nobele Indianen.
Later leerde ik op school veel over de geschiedenis van de Indianen en de kwalijke rol van de Amerikaanse regering. Ik leerde wat er werkelijk gebeurd was met de Indianen en vond het toch niet erg dat mijn kinderen zich als Indiaan en Cowboy verkleedden.

 

Grauwe Eeuw: kies je actiedoelen zorgvuldig of, beter nog, hef jezelf op. Je hebt de discussie in Nederland over kolonialisme en racisme geen dienst bewezen.

Op het scherm

Mijn aandacht werd getrokken door een grappig filmpje op internet, waarin op zeer eigentijdse wijze gebruik wordt gemaakt van moderne (sociale) media.

Het deed me terugdenken aan mijn lagereschooltijd: er werd bij hoge uitzondering wel eens een film vertoond. Deze adembenemende didactische uitspatting vervulde ons van ontzag.
Ik weet niet meer waar het over ging, (waarschijnlijk was het een propagandafilm van Shell over de zegeningen die deze Koninklijke multinational aan Afrika bracht), wel herinner ik me het magische geratel van de projector, de stofjes die in de lichtbundel dwarrelden en dat het donker was in het lokaal, terwijl het toch dag was.

Later, in mijn eigen onderwijspraktijk maakte ik weleens gebruik van dia’s omdat ik van bordtekeningen niets terecht bracht. Je kon wel zien dat ik met mijn tijd meeging.

Niemand weet nog wat een overheadprojector is, dit hulpmiddel was gedurende vele jaren een uitkomst bij presentaties, de spreker kon zijn betoog larderen met geprojecteerde afbeeldingen op een scherm. Vaak ging er wat mis, dan stond het plaatje bijvoorbeeld op zijn kop of lag het verkeerd om onder de lens.
In iedere ruimte waar weleens een les of lezing werd gehouden stond er wel een in een hoek stof te vangen.

In scholen kwam schooltelevisie in zwang en nog later had bijna iedere klas een smartboard met onbegrensde mogelijkheden.

Koot en Bie bedachten (volgens mij als eersten) de truc om zichzelf als personage te filmen om dan later via het scherm een zogenaamde dialoog aan te gaan.

Dit vereiste perfecte timing, het effect was verbluffend.

Inmiddels was ook  Powerpoint in zwang gekomen, het gruwelijke medium gebruikt door ondermaatse sprekers die vanaf het scherm voorlezen wat iedereen zelf ook kan lezen. In het ergste geval krijgt het publiek na deze voorlees-exercitie ook nog een handout waar alles nog eens op staat.
Microsoft zorgde voor handige visuele ondersteuning.

Micha de Winter was voor mij de eerste spreker die op een goede manier gebruik maakt van Powerpoint. Hij verlevendigde zijn betoog met grappige plaatjes en filmpjes, wat door het publiek heel erg op prijs werd gesteld.

Inmiddels zal je bij elke presentatie die je bijwoont vergast worden op enkele grappige of instructieve youtube filmpjes die via een beamer geprojecteerd worden. Ik gebruikte dit filmpje eens om het belang van goede uitspraak te benadrukken.
Overigens: hoe vaak gebeurt het niet (nog steeds!) dat computer en beamer niet met elkaar kunnen praten? We zien dan alleen een paars scherm terwijl de spreker met een rood hoofd alle knopjes en instellingen naloopt. Uiteindelijk moet er van elders een techneut komen die het probleem kan oplossen.

Het internetfilmpje waarover ik het in de inleiding had was van de Engelse cabaretier James Veitch.
Hij combineert op meesterlijke wijze alle facetten van de moderne media en tilt voorlezen vanaf het scherm naar weer nieuwe hoogten.

 

 

 

Vooruit, nog eentje.

 

Over walvisachtigen en een stoffig schoolplan

Een van de taken van een schooldirecteur is het schrijven van een schoolplan.

Toen het moment was aangebroken dat ik er niet meer aan ontkomen kon het mijne te schrijven keek ik eerst naar het oude plan, geschreven door mijn voorganger, dat ergens verborgen diep achter in de kast stond. Ik was er niet bijster enthousiast over en vond dat ik het niet kon gebruiken als basis voor mijn stuk.

Ik onderzocht welke eisen mijn bestuur aan vorm en inhoud stelde en deed wat research op het internet.
Aan de hand hiervan schreef ik mijn plan, en probeerde er ook werkelijk iets van te maken: ik heb er grote moeite mee dingen voor de vorm te produceren.

Toen het klaar was wist ik dat het voldoende kwaliteit had. Geen negen of tien, maar zeker wel een 7. Er stonden in ieder geval geen taalfouten in. Ik was blij dat ik mijn tijd weer kon besteden aan nuttige dingen.

Tot mijn verbazing kreeg ik het plan na verloop van tijd terug, er was een checklist bijgevoegd. Een medewerker van het bestuursbureau had mijn werkstuk doorgevlooid en vinkjes gezet als hij een onderdeel op zijn lijst terug had gevonden.
Er ontbraken nogal wat vinkjes, dus ik kreeg de opdracht mijn werk over te doen.

Op zo’n moment kan je het beste even een ommetje maken, want als je in je boosheid de telefoon oppakt kunnen er vervelende dingen gebeuren.

Ik voelde een enorme weerzin om me weer bezig te moeten houden met iets wat in mijn ogen af en goed was. Ik had het heel druk met andere, belangrijker dingen. Ik zou me nu weer moeten buigen over een schoolplan dat uitsluitend voor de vorm op een school aanwezig moest zijn. Het diende geen enkel doel, het zou de komende jaren stof staan te vangen. De school zou prima draaien ook zonder dit plan.

Maar je weet hoe de dingen gaan, ik besteedde er heel wat uren aan om ervoor te zorgen dat alle vinkjes konden worden gezet.

Ooit heeft één vader eens naar het schoolplan gevraagd. Ik gaf het hem mee en heb er nooit meer iets over gehoord.
De inspectie informeerde uiteraard ook naar het bestaan ervan, ook deze instantie bestaat bij de gratie van afvinklijstjes.

Er stonden nog meer stoffige mappen in de kast: de Protocollen.

Je kunt het zo gek niet bedenken, of een school moet er door middel van een actueel protocol op voorbereid zijn. Ze zijn meestal het resultaat van veel knip- en plakwerk en staan er alleen maar voor de vorm. Mocht een school ooit aangeklaagd worden, dan kan op het bestaan ervan gewezen worden. We zijn ingedekt!

Van het schoolpersoneel wordt vanzelfsprekend verwacht dat het adequaat optreedt in elke situatie, of daar nu een protocol voor bestaat of niet. Iedereen weet dat er op een school elk moment dingen gebeuren kunnen die niemand had kunnen voorspellen en waar dus ook geen protocol voor is geschreven.

Een leerling van groep 2 lag bewegingsloos in de gang, was niet aanspreekbaar en volledig slap; op het schoolplein gingen drie ouders met elkaar op de vuist; een gescheiden vader kwam zijn zoontje ophalen terwijl de moeder dit uitdrukkelijk verboden had, omdat het risico bestond dat haar zoontje naar het buitenland zou worden ontvoerd.  De man dreigde met geweld.

We hebben als team professioneel gehandeld en de zaken tot een goed einde gebracht, ondanks het feit dat we er geen protocol voor hadden.

Zo staan anno 2017 de zaken ervoor: controleren, indekken, afrekenen en verantwoording zijn de sleutelwoorden geworden, professionals krijgen hoe langer hoe minder ruimte hun werk zelfstandig uit te voeren zonder druk van buitenaf.

Managementlagen en Inspectie moeten hun bestaansrecht bewijzen en doen dit door voortdurend op de nek van de uitvoerders te gaan zitten.

De papierwinkel neemt absurde vormen aan, niet alleen in het onderwijs maar ook op andere terreinen.
Ik ontdekte een prachtige illustratie van de volkomen doorgeschoten bureaucratie op youtube.

Kijk dit filmpje!

Bluegrass

Ik stuitte op de band The Dead South, en was meteen verkocht. Ze spelen Blue Grass muziek, een genre dat ik ook al eens was tegengekomen in een prachtige film.

 

Bluegrass is een voortzetting van de oude stringbandmuziek, die zowel in de Europese als Afro-Amerikaanse tradities zijn wortels heeft. Het was de muziek van immigranten in de bergstreken van het oosten van Amerika. Het is muziek met veel Ierse en Schotse achtergronden, waarin de heimwee naar hun thuisland en het harde leven in de bergen te horen is in de typerende klaagzang van bluegrass. Als een van de weinige soorten folkmuziek heeft bluegrass een jazzachtige structuur: één instrument speelt een solo, terwijl alle andere de begeleiding vervullen. De solo gaat vervolgens over van het ene instrument op het andere. Minstens zo belangrijk voor de definitie van het genre is de zang: de lead – vaak ongewoon hoog – de twee-, drie- of vierstemmige harmonieën, niet als een achtergrondkoortje, maar als een klank waarin de stemmen versmelten tot een geheel.         (Wikipedia)

 

Het nummer dat ze spelen in dit filmpje is het mooist. Ik kijk vooral naar de prachtige hoeden, de charmante pasjes en het bas-achtige instrument. Is het inderdaad een kleine contrabas, die horizontaal bespeeld wordt? Of is het een ouderwetse gitaar? De klank is in ieder geval prachtig, in combinatie met de banjo. Ik geniet natuurlijk ook van het prachtige Southern accent.
De leadzanger zingt lekker rauw, de andere mannen vormen een prachtig (hoog!) achtergrondskoortje.

 

Ik was al eerder gecharmeerd geraakt van Bluegrass bij het zien van de (Belgische!) film The Broken Circle Breakdown. In deze prachtige, ontroerende film spelen de leadzanger van een bluegrassband en diens vriendin de hoofdrollen.

De trailer.

Luister ook naar dit hartverscheurende nummer, waarbij ik koude rillingen op mijn rug krijg. If I needed you.

Misschien nog wel de bekendste film waarin deze muziek een rol speelt is Brother Where Art Thou, van de gebroeders Coen. Ook zeer de moeite waard.

Trailer.

 

 

 

In Hell I’ll be in Good Company van The Dead South          8

The Broken Circle Breakdown                                                 9

Brother Where Art Thou                                                          8

Twee mooie series

We hebben het deze zomer goed getroffen met de series die we keken. Zoals bekend is er heel veel rommel op de markt, de kunst is de kwaliteit eruit te zeven.

Als een serie door HBO gemaakt is weet je bijna zeker dat je goed zit.

Show me a Hero lijkt eigenlijk meer op een documentaire dan op een spannend verhaal. De serie is dan ook gebaseerd op een true story en verder niet opgepimpt of spannender gemaakt.

 

 

 

Synopsis

In an America generations removed from the greatest civil rights struggles of the 1960s, the young mayor of a mid-sized American city is faced with a federal court order that says he must build a small number of low-income housing units in the white neighborhoods of his town. His attempt to do so tears the entire city apart, paralyzes the municipal government and, ultimately, destroys the mayor and his political future. From creator David Simon (HBO’s Treme and The Wire) and director Paul Haggis (Crash), and based on the nonfiction book of the same name by Lisa Belkin, the six-part HBO Miniseries presentation Show Me a Hero explores notions of home, race and community through the lives of elected officials, bureaucrats, activists and ordinary citizens in Yonkers, NY.

(deze tekst komt van Amazon).

Het geeft een inzichtelijk beeld van de verhouding die er in Amerika bestaat tussen de rechterlijke macht en de gemeentepolitiek. Ik was erg verbaasd te zien dat de rechter de councilmen uiteindelijk dwong om voor het plan te stemmen. Als ze dat niet zouden doen moesten ze de gevangenis in! Hoe zit het met  “zonder last en ruggespraak” van de gekozen officials en met de scheiding der machten?

Je krijgt verder een goede inkijk in de machinaties binnen de plaatselijke politiek in de USA. Treurig is, dat iemand die oorspronkelijk van goede wil is en het hart op de juiste plaats heeft zitten toch vermalen wordt in de opportunistische, valse politieke praktijk.

De titel is ontleend aan een citaat van Scott Fitzgerald:

Show me a Hero:            8

 

Heel andere koek is The Affair, een weinig aanlokkelijke titel, die vrij veel weg geeft.
Ik zit altijd heel erg ongemakkelijk in mijn stoel te draaien als op televisie mensen elkaar bedriegen of voorliegen. (Het ergste in dit opzicht is een undercoveragent, die elk moment ontmaskerd kan worden, maar dit terzijde).

 

Je moet het bedrog maar voor lief nemen en ook de steeds terugkerende weinig verhullende seks-scenes (op de een of andere manier ligt het laken altijd zo dat de genitaliën toevallig net uit beeld zijn), want het is een fantastische serie.

Winner of the Golden Globe for Best Television Series–Drama and Best Actress in a Television Series–Drama (Ruth Wilson), The Affair is a provocative and suspenseful look at how many stories are involved in every love affair. Noah Solloway (Dominic West) is a New York City schoolteacher and happily married father who finds himself powerfully attracted to waitress Alison Lockhart (Wilson) while vacationing with his family on Long Island. But nothing is as simple as boy-meets-girl, as both sides of the romance are explored by a detective investigating a murder.

(deze tekst komt van Amazon).

Voor mij is het altijd heel belangrijk dat de gebeurtenissen geloofwaardig zijn en de karakters realistisch.
Ik ben er stellig van overtuigd dat er zat mensen zijn zoals Noah en Alison (en hun echtgenoten) en dat in het echte leven het er net zo aan toe gaat.

Het acteren is geweldig (vooral Ruth Wilson!) en de dialogen knap geschreven. (Te vaak weten mensen in Amerikaanse series onder alle omstandigheden precies wat ze moeten zeggen en weten ze dat altijd ook nog bijzonder goed onder woorden te brengen).

 

De regisseur heeft gekozen voor een heel bijzondere aanpak: het verhaal wordt vanuit twee gezichtspunten verteld en dat is duidelijk te zien; de woordkeus, het gedrag en zelfs de kleding verschillen in de elkaar afwisselende narratieven.

Heel langzaam (het grote voordeel van een serie boven een bioscoopfilm is dat men de tijd heeft) wordt het verhaal opgebouwd, we krijgen volop de kans de hoofdrolspelers te leren kennen.
Een bijzondere rol is weggelegd voor de plaats van handeling: Montauk, een schitterende badplaats die op het uiterste puntje ligt van Long Island, ongeveer 200 mijl van New York.

 

Ik had de serie een tijdje geleden op DVD aangeschaft, toen we Netflix kregen bleek dat The Affair ook via deze dienst te zien is.
Maar Netflix op de camping is een ramp, dus het kwam goed uit dat we hem op schijf hadden.
Er is inmiddels een tweede seizoen (en zelfs een derde, geloof ik), daar heb ik wat ambivalente gevoelens bij (meer is niet per definitie altijd leuk), maar ik wil natuurlijk wel graag weten hoe het verder gaat. Dat gaan we op Netflix bekijken.

The Affair          8
 

Terschelling bijgehouden II

Slimme Duitsers

We maakten opnieuw de bunkerwandeling, we hoefden niet bang te zijn dat alles hetzelfde zou zijn als vorig jaar. De vrijwilligers zitten niet stil, er is weer heel wat bijgekomen.

Naast de opgeviste motor van een Engelse WO II bommenwerper is ook het restant te zien van een Udet Boje. Dit was een uitvinding van de hoogste luchtmachtofficier, Ernst Udet. Hij vond dat er iets geregeld moest worden voor de piloten die in het Kanaal terecht kwamen nadat hun vliegtuig was neergeschoten. Ze moesten een veilig heenkomen hebben, waar ze konden wachten op redding.

Hij liet vierkante boeien ontwerpen, die op regelmatige afstand voor de kust van Frankrijk verankerd werden.
In deze boeien was plaats voor enkele vliegers. Er was voedsel en droge kleding, een radio om hulp in te roepen en zelfs gezelschapsspelletjes waren niet vergeten.


In de praktijk hebben deze boeien nooit dienstgedaan: door hun vierkante vorm waren ze erg windgevoelig en de verankering deugde niet. De meeste sloegen op drift en strandden.
De RAF gebruikte de boeien ook als schietschijf.
Een van de lobster-pots, zoals ze door de Engelsen genoemd werden, spoelde aan op Terschelling en is onlangs met veel moeite opgegraven.

 

Bridge

Als we op de camping staan gaan we op donderdagavond meebridgen op de Bridgeclub Terschelling. Dat is deze zomer vier keer geweest, we mochten ook nog de Terschellinger eer verdedigen tijdens een kroegendrive. Dat laatste was niet zo geslaagd, we werden voor de zoveelste keer verslagen door onze tegenstanders, die elk jaar hun boot speciaal in West aanleggen om ons te vernederen.

De gewone bridgeavonden verliepen beter, op 10 augustus werden we zelfs eerste!

Het gebeurt vaak dat je wint omdat je een aantal cadeautjes hebt gekregen, dat was bij ons ook het geval.
Spel 9 was niet zo’n ingewikkeld spel. De voornaamste moeilijkheid is erachter te komen of je 6 Harten moet spelen of (het iets beter scorende) 6 SA.
6 Harten lijkt veiliger, vooral omdat de schoppen wel eens erg zwak zouden kunnen zijn. Maar ook voor 6 Harten is schoppenaas of -heer nodig……
Twee paren bereikten het onverslaanbare 6 SA, wij boden en maakten 6 H, toch nog goed voor 65% omdat 4 paren het slem niet boden (met 33 punten).  Een paar bood 6 SA en zag kans 2 down te gaan. Hoe is me een raadsel.

Spel 17 is heel interessant omdat hier de check-back-Stayman conventie geweldig zijn werk deed:
De bieding: Noord past. Oost biedt 1 Ruiten, Zuid past ook en West biedt 1 Schoppen. Oost heeft als rebid 1 SA (2 Harten zou reverse zijn). West vraagt nu dmv 2 Klaver aan haar partner diens hand nader te omschrijven. Ik antwoordde  2 Harten (partner, ik heb een vierkaart Harten die ik in eerste instantie niet noemen kon).
Greet (West) dacht de bieding te besluiten met 3 SA. Ik was echter nog niet uitgepraat. Ik wist nu dat Greet niet op zoek was geweest naar een vierkaart Harten (dan zou ze wel 4H hebben geboden), maar naar een driekaart steun voor haar 5-kaart Schoppen. En die had ik ook! Heel vaak is 3 SA het eind van de bieding, dit keer niet. De manche in een hoge kleur heeft de voorkeur boven 3 SA, dus ik bood nog 4 Schoppen. Uitkomst Ruiten 5, 4+ 2 gemaakt (een klaver introeven, dan is de rest vrij. Je geeft alleen Schoppen Heer af).
Niemand bood slem (je hebt ook maar 29 punten), twee paren misten de manche, 4 paren zaten in het heel gevaarlijk 3 SA (gaat net goed omdat de Harten 4-4 zitten) en twee paren hadden maar 1 upslag in 4S. 95%.

Porsche

Regelmatig rijdt er langzaam een stokoude rode tractor over het kampeerterrein. Hij heeft een vorklift waarmee hij de grote containers met vuilnis kan vervoeren. De motor produceert een luid, stampend geluid.

 

Op het eerste gezicht dateert het mooie mechanische werkpaard uit de jaren twintig, maar enige research leert dat hij zo’n 60 jaar oud is.
Tot mijn verbazing zie ik dat het hier om een Porsche gaat. Bij deze merknaam denk je meestal aan een ander soort vervoermiddel.

Niet lang geleden las ik in de Volkskrant de rubriek Vakantieliefde. Hierin beschrijft Corine Koole romantische ontmoetingen vanuit twee gezichtspunten.
Toen ik de volgende passage las:

De volgende dag trof ik hem vlak voor ons vertrek aan op de rode trekker waarmee ze op de camping het vuilnis wegbrengen. Zo’n ouderwetse Porsche die zo’n enorme herrie maakt. Hij stapte af en geleund tegen de tractor kuste hij mij opnieuw, net lang genoeg om mij te laten merken dat hij geen spijt had van de nacht ervoor.

en er ook nog sprake was van een duinmeertje wist ik dat ze op camping de Kooi had gestaan.

Hier staat het hele verhaal.

Zou dit de jongen zijn met wie ze het tentje is ingedoken?

Friet

Als je vanuit West langs het water van de Waddenzee fietst voert het fietspad je direct na de Stayokay (vroeger heette dat jeugdherberg) even landinwaarts. Je komt dan langs een piepklein bouwseltje, dat bij nader inzien een zeecontainer is waarvan het achterste driekwartdeel is afgezaagd. Dit is vast de kleinste friettent van Nederland.
Je kunt er alleen friet en ijs kopen. Als je wilt kan je zelf je friet snijden, wat bij mij herinneringen oproept aan snackbar Marja in Amsterdam. Daar stond ook zo’n fritessnijder, maar daar mocht ik toen natuurlijk niet aankomen.
Als je je portie hebt gekregen (met mayonaise, niet met die vermaledijde fritessaus) kan je op een houten bankje plaatsnemen en gaan genieten.
Wat is het lekker! Van buiten een heerlijk knapperig korstje en zacht van binnen.
Hier kan zelfs de Vlaamse frites uit de Voetboogsteeg in Amsterdam niet aan tippen. Ik denk dat het zelfs lekkerder is dan de patat die je in Den Haag kan eten bij Bik.

Friteria (ondanks de vreselijke naam)          10+

Vallende sterrentocht

We kochten twee kaartjes à 40 euro voor een tochtje met zeilschip Willem Jacob op de avond van 13 augustus 2017.
Astronomen hadden uitgerekend dat er deze nacht heel veel vallende sterren (wat natuurlijk helemaal geen vallende sterren zijn) te zien zouden zijn.
De boot zou ver van het vervuilende licht voor anker gaan, zodat je rustig naar boven kon kijken zonder afgeleid te worden.

We hadden enige moeite de klipper te vinden, ze lag als derde aangemeerd, zodat we over twee andere schepen moesten klauteren om aan boord te kunnen komen. We werden niet verwelkomd en kregen ook geen hulp. Gelukkig belandde geen van ons tussen de wal en het schip. Of tussen het schip en het schip.
Aan boord van het prachtige voormalige vrachtschip uit 1889 bleek dat er heel wat meer belangstellenden waren.
Er bevond zich een gezelschap dat al enkele dagen op weg was met dit schip, wij mochten ons voor enkele uurtjes bij hen voegen.
Dat is niet zo’n heel fijne constructie: het bestaande gezelschap beschouwt je min of meer als indringer en jij voelt je een beetje tweederangspassagier.
De organisatie vond meevaarders laten aanmonsteren kennelijk wel lucratief, want ze hadden er heel wat geboekt. Het was lastig een goed plekje te vinden en je kon de waddengids (die een boeiend verhaal vertelde over het leven op het wad) en astronoom Peer niet goed verstaan omdat je niet dichtbij hen kon komen.
Zeilen op een oud zeilschip is prachtig, maar je zit als landrot altijd op de verkeerde plaats, je wil wel helpen maar weet niet aan welk touw je moet trekken. Als het dan ook nog donker en koud wordt….
Het schip voer gedurende enige tijd van het eiland weg, waarbij met ontstellend veel moeite de grote zware zeilen werden gehesen (ook de zwaarden moesten omhoog en weer omlaag). Gelukkig gingen we maar een keer overstag: je moet dan heel goed opletten dat je niet van boord geveegd wordt door de giek. Je zou dan in het koude zeewater belanden zonder zwemvest, want die waren op.
Na een tijdje gingen we voor anker, wat eigenlijk niet nodig was geweest want we zaten aan de grond. De schipper maakte zich zorgen, maar ik zei niets tegen mijn medereizigers, want dan worden ze alleen maar ongerust.
We waren ook nog over een boei heen gevaren. De schipper had die niet gezien, omdat de waddenman op het voordek stond te praten over roerdompen en zeevalken.

Toen het schip stillag gingen we allemaal naar boven kijken. Nu diende zich de persoon aan die altijd deel uitmaakt van een gezelschap dat voorlichting krijgt van een deskundige: de man die alles beter weet dan de gids. Als hij een vraag stelt is dat niet omdat hij geïnteresseerd is in het antwoord, maar om te laten blijken hoeveel hij weet.
Als Peer ons probeerde uit te leggen waar Cassiopeia zich bevond, of Pegasus, kwam hij ertussendoor met een nog onbegrijpelijker verhaal. Voor mij lijken alle sterren op elkaar, ik kan alleen de Grote Beer vinden (de steelpan).


Het was net zo erg als een gesprek tussen twee vogelaars: ze hebben het voortdurend over zaken waar je niets van afweet (en ook niet zo vreselijk in geïnteresseerd bent).

Ik had het koud, ik lag niet lekker op de harde dekplanken en ik moest opletten dat er niet iemand in het donker bovenop mijn hoofd ging staan.
Op aanraden van Peer ging iedereen op een gegeven moment aan bakboordzijde zitten, omdat je aan stuurboord last had van vuurtoren de Brandaris. Die doen ze nooit uit, zelfs niet als we vallende sterren moeten zien. Het werd nog voller. De boot kon gelukkig niet kapseizen, we lagen immers op een zandplaat.

Toen het tijd was om te vertrekken werd (weer met ongelukkige passagiers zwetend aan de lieren) het anker gelicht en kon de motor ons met veel lawaai vlot trekken.
We waren blij weer voet aan wal te kunnen zetten. Overigens een knap staaltje stuurmanskunst van schipper Ruth: in het donker aanmeren.

Ik heb twee vallende sterren gezien.

 

Zeilen op een mooie klipper als je daarvoor gekozen hebt (overdag):    8

Zeilen als tweederangs passagier als je eigenlijk voor vallende sterren komt (’s nachts):      4

http://www.willemjacob.nl/nl/het_schip/

 

Terschelling, tot volgend jaar!