Documentaires: niet altijd even informatief

Ik ben gek op documentaires. Televisie is er een ideaal medium voor: je zit comfortabel in je stoel, terwijl de makers met behulp van (unieke) beelden, filmpjes, interviews, infographics en gesproken commentaar je in korte tijd een stuk wijzer maken.

Ik houd ervan als er in een museum een ruimte is waar een begeleidende film vertoond wordt. Ik zit ze steevast helemaal uit en het zal vast wel eens gebeurd zijn dat ik meer tijd besteedde aan de documentaire over een expositie dan aan de expositie zelf…

Het is ook prachtig als je kunt zien hoe iets gemaakt wordt. Van ruwe grondstof tot eindproduct, razendsnel bewegende machines, fantastische robots: ik kan er geen genoeg van krijgen.

Jammer genoeg gebeurt het (vooral de laatste tijd) ook regelmatig dat ik ongeduldig zit te draaien in mijn stoel. Ik heb een documentaire aangezet omdat het onderwerp me interessant leek, maar kom niet aan mijn trekken.
Het tempo is te laag, de informatie is onduidelijk of incompleet en lijn ontbreekt.

 

Mijn oog was gevallen op de titel Piet is weg, een IDFA-productie.
Het gaat over een Noord-Hollandse jongen die spoorloos verdwijnt op Texel. We kunnen kijken en luisteren naar zijn zus, een vriendin van zijn moeder, enkele (politie)functionarissen en nog een aantal andere betrokkenen.

Heel af en toe hoor je een vraag van de filmer, maar het grootste gedeelte van de tijd luister je naar monologen.

 

Ik vermoed dat Frans Bromet (tegelijk vragensteller en filmer) de eerste was die zo uitdrukkelijk uit beeld bleef. Hij moedigde met zijn bekende lijzige vragen de mensen aan om te praten en hield ze voortdurend in beeld.
Deze werkwijze kan boeiend materiaal opleveren: mensen laten niet graag een stilte vallen en vertellen dan misschien meer dan ze oorspronkelijk van plan waren.

Zo’n afwezige of compleet ondergeschikte interviewer kan je echter ook gaan ergeren. Steeds vaker wacht ik vergeefs op een goede vraag of bijsturing, omdat de ondervraagden niet to the point komen of belangrijke informatie achterhouden.

Het is net of in moderne documentaires zorgvuldige en gedegen informatieverstrekking een beetje op de achtergrond is geraakt. We zien veel sfeerbeelden, er wordt veel ingezoomd op stromend water, herfstige bossen of gezichten en het onderwerp wordt heel traag uit de doeken gedaan. Informatie wordt stukje bij beetje verstrekt, men gaat er van uit dat je al weet waar het over gaat, of heel veel geduld hebt.

Waar we hier mee te maken hebben is een botsing tussen journalistiek en artisticiteit. Een journalist ziet het als zijn taak zijn onderwerp zo helder mogelijk te belichten, een kunstenaar wil vooral mooi en invoelend bezig zijn.
Wie geïnteresseerd is in een onderwerp en hierover graag duidelijk en efficiënt geïnformeerd wil worden (zoals ik) komt in moderne documentaires dus niet zo goed aan zijn trekken.

Een belangrijk adagium van kunstenaars is: show, don’t tell.
Een moderne documentairemaker zal dus vooral lange, mooie opnamen laten zien, de tijd nemen en vooral proberen in te spelen op het gevoel. Hij probeert zijn onderwerp zoveel mogelijk te laten presenteren door degenen over wie het gaat. We zien hem nooit in beeld. Probleem is, dat veel mensen niet zo goed en zeker niet kernachtig kunnen formuleren.

Het kan dan dus gebeuren dat je een uur moet wachten tot je alle feiten op een rijtje hebt en dan na afloop nog steeds met veel vragen zit. Zeer onbevredigend.

Mijn pleidooi: meer journalisten en minder mooifilmers.

 

Piet is weg:                5

 

Witteman en Carmiggelt

Sylvia Witteman beschrijft in haar laatste column de ongemakkelijke positie waarin een goedbedoelende persoon met het multiculthart op de goede plaats terecht kan komen als ze de enige witte blijkt te zijn te midden van allemaal bruine mensen.

Ze schrijft verder dat ze als enige getuige is van een winkeldiefstal: een mevrouw laadt haar boodschappentas vol en vertrekt zonder te betalen.

Witteman weet niet goed wat ze moet doen en verlaat in verwarring de winkel in de wetenschap dat ze er niet terug kan komen. Ze moet de lekkere sambal voortaan ergens anders kopen.

Het toeval wilde dat ik juist gisteren een verhaal van Carmiggelt las, waarin een vergelijkbaar thema voorkomt. Het heet Elders IV en staat in de bundel Ze doen maar (Amsterdam 1976).
Hij schrijft over een kleine dorpswinkel in Frankrijk, waar een vrouw elke dag haar kostje bij elkaar steelt. Zowel de winkeleigenaar als de klanten zijn zich hiervan bewust maar grijpen niet in. De eigenaar berekent (met stilzwijgende instemming van zijn clientèle) iedereen een klein beetje extra voor de boodschappen. Op deze manier betalen alle klanten samen voor de arme vrouw die zelf niet genoeg geld heeft en anders verhongeren zou.
Ze kan op deze manier de illusie bewaren dat ze weliswaar steelt, maar niet afhankelijk is van de goedertierenheid van anderen.
Aan het slot van het verhaal wordt duidelijk dat deze kleine winkel met zijn prachtige charitatieve systeem niet lang meer zal bestaan: tegen de grote supermarkten valt niet te concurreren.

 

Ik stuurde Witteman een mailtje waarin ik haar wees op het bestaan van bovenstaand verhaal. Ik weet dat zij net als ik een groot liefhebber is van de Amsterdamse columnist en denk dat ze het leuk vindt dat ze hierop attent gemaakt wordt.

Ik gaf haar bovendien in overweging zichzelf de vraag te stellen of in de Surinaamse winkel die zij bezocht wellicht niet eenzelfde stilzwijgende afspraak is gemaakt met betrekking tot de vrouw met het hoedje.
Als dat zo is kan ze met een gerust hart daar haar favoriete sambal blijven kopen.

 

 

Beachclub

We werden uitgenodigd te komen eten bij Beachclub Nu, een restaurant aan het Veluwemeer tegenover Elburg.

Sinds kort zwaait Jelbert Haagsma, zoon van vrienden uit Dronten, daar de scepter. Hij is chefkok en directeur.

We kwamen in het donker aan, we konden dus niet genieten van het prachtige uitzicht.
Er was een  mooie tafel aan het raam voor ons gereserveerd, in de eetzaal op de eerste verdieping. Overdag kan je uitkijken over het strand en aan de overkant van het water de toren van het oude stadje Elburg zien.
We kozen voor het verrassingsmenu, 5 gangen. Gelukkig kon ik vooraf aangeven dat ik geen visliefhebber ben, voor mij werden de zeebeestjesingrediënten dus vervangen door stukjes dier.

In een rustig tempo werden ons lekkere dingen voorgeschoteld, eerst enkele kleine hapjes (onder andere gemarineerde meloen met ham, fricandeau en een knapperig beschuitje met chorizo en brie). Daarna een warme bouillon van ui en bacon en een risotto (voor mij met vlees, voor de anderen met vis). Hierbij werden naar later bleek  iets te vroeg een salade en een schaal met lekkere donkergebakken friet geserveerd. Deze behoorden eigenlijk bij de vierde gang, een kleingesneden biefstukje met paddestoelen/truffelsaus op een bedje van knolselderiepuree met een toefje rode kool. De bediening zag dit niet als probleem, er kwam gewoon nog een schaal met lekkere frietjes (die ook op ging).
De vijfde gang, het toetje, was een frisse bavarois met bosvruchten.

De bediening was correct en vriendelijk. ’s Zaterdags helpt Mineke, de zus van Jelbert, ook mee. We besloten de avond met een kopje koffie bij de haard. Toen de jonge kok ons kwam vragen of alles geslaagd was konden we hier zonder meer ja op antwoorden.

Omdat we speciale gasten waren kregen we ook nog een korte rondleiding, ik ben daar gek op. Als je achter de schermen kijkt, in de kelder staat temidden van de voorraden en een blik naar binnen werpt in  het kantoortje besef je pas wat er allemaal bij komt kijken om een succesvol restaurant draaiende te houden.

Lekker eten, aardige mensen: we komen nog eens terug, maar dan overdag. Het eten smaakt vast nog lekkerder als je meer ziet dan verre bliksemschichten, striemende regen en duisternis.

 

 

Beachclub NU            8

 

 

Waarom ik niet van Butler houd

Als het jaarprogramma van de bridgeclub wordt opgesteld is er steevast discussie over twee onderwerpen: de Kerstdrive en wel of niet Butler.

Voor de niet-bridgers die inmiddels nog niet zijn afgehaakt: bridge kent verschillende manieren om de punten te tellen.
In parenwedstrijden krijg je voor elk spel apart een score, uitgedrukt in procenten. Als je dit spel het beste hebt afgespeeld of tegengespeeld krijg je 100 %, het paar dat dit het slechtst heeft gedaan krijgt 0%.
Als de Butlertelling wordt gehanteerd wordt je score uitgedrukt in IMP’s. In deze telling worden de prestaties van jouw partnership anders gehonoreerd, de precieze manier is niet zo interessant, wel de gevolgen als je een fout maakt.
Waar je in een parenwedstrijd kan worden afgestraft met een nul voor een slecht spel, is het heel goed mogelijk dat je de wedstrijd alsnog wint. Als je bij Butler in de fout gaat kan je het voor de rest van de avond wel vergeten. Soms krijg je zo’n slechte score dat je dit zelfs niet met tien mooie andere spellen kunt “repareren”.
Omgekeerd kan je in Butler heel mager scoren, ook al heb je heel goed gespeeld. In paren wordt goed spelen altijd beloond.

Voorbeeld:

In spel 12 hebben alle paren NZ het contract van 3 SA gespeeld. Twee paren  maakten 11 slagen (3SA + 2). Ze speelden goed af (of kregen een cadeautje van de tegenstanders). In een parenwedstrijd zou dit beloond worden met een hoog percentage (ongeveer 90%). Bij de Butlertelling (zoals in dit geval) krijgen de besten één mager impje.

In spel 21 zit één paar in een heel slecht contract: klein slem ruiten.
Hun tegenstanders (laten we hen voor het gemak Frans en Martin noemen) vinden de goede uitkomst of switch niet (ze kunnen zich niet voorstellen dat hun tegenstanders zo slecht geboden hebben) en het contract wordt gemaakt.
De slecht-slem-bieders scoren hiermee 12 impen, hun onfortuinlijke tegenstanders moeten -12 noteren.
De trieste eindbalans van deze Butleravond voor Frans en Martin: -28 imps.

Reken even mee: als de goede uitkomst of switch in spel 21 wel gevonden was hadden wij niet -12 gescoord, maar iets in de buurt van +12! 24 punten in de kering dus, op één spel! De einduitslag zou dan -4 geweest zijn ipv -28.

Daarom heb ik zo’n hekel aan Butler.
Jammer genoeg zijn er ook veel aanhangers van deze absurde telling, dus een aantal avonden per jaar moet ik mij verbijten.

Kerstdrive

Een ander punt van de discussie is de invulling van de feestelijke Kerstdrive. Er is een school die graag gewoon paren speelt, met de eigen partner. Het feestelijke element kan ingebracht worden door boom, ballen en lekkere hapjes. De winnaars krijgen een mooie prijs.
Anderen vinden kerst juist een uitstekende gelegenheid het bridgespel eens op een aparte, ludieke wijze te spelen. Vaste partnerships worden opgebroken (je moet ineens met anderen spelen), er wordt een bonus gegeven op raar spelen (zorgen dat je zo veel mogelijk down gaat, of dat je de laatste slag met ruiten 7 maakt) of er worden nieuwe regels bedacht.
Je begrijpt tot welke school een purist als ik behoort.
Deze kerst wordt het weer zuchtend wachten op de verlossende  laatste ronde.

Tot slot: na afloop van ons gezamenlijke baantjestrekken in het zwembad, (waarbij we het voortdurend over bridge hebben),  liet ik mij onder de douche  tegen mijn bridge/zwemmaatje ontvallen: “Vanavond lekker paren!”.
Het leverde enkele verwonderde blikken op.

Paren:        9
Butler:        3

Beginnende bridgers spelen hun eerste drive.

TV kijken

 

Ik heb lange tijd een hekel gehad aan het journaal. Het was niet zozeer de inhoud die mijn weerzin opriep, maar het onverbiddelijke tijdstip waarop het uitgezonden wordt.

Mijn Friese vader had het niet over het Journaal, maar over “de berichten”, waarbij hij de tweede e niet uitsprak. Als het 8 uur was moesten die aan, ook al waren we net in een interessant gesprek verwikkeld of druk bezig met een leuke activiteit. Alles moest wijken voor de terreur van de treurbuis. Deze term van Komrij had waarschijnlijk vooral betrekking op de matige kwaliteit van het aanbod, maar ik gebruik hem om het asociale, dwingende karakter van deze uitvinding te onderstrepen.

Hoe vaak gebeurt het niet dat de televisie aan blijft staan als er visite is? De beweging op het scherm en het vaak indringende geluid zijn bijzonder storend als je een conversatie tracht gaande te houden.

Als je echt interesse had in een televisieprogramma moest je ervoor zorgen altijd op tijd het toestel aan te zetten. Als je dit niet deed miste je een gedeelte of zelfs alles.
Mijn vrouw volgde een avondstudie en moest zich vreselijk haasten om op tijd thuis te zijn als Twin Peaks vertoond werd.

 

 

Je zapte langs alle kanalen en af en toe zag je iets wat de moeite waard was, maar je had nooit de mogelijkheid even terug te gaan naar het begin.

Wat een geweldige vooruitgang is de service die vandaag de dag wordt aangeboden door je provider: als je middenin een programma valt kan je vanaf het begin kijken en tot een week later kan je alsnog zien wat je gemist hebt.

Waar je vroeger jezelf voor de kop moest slaan dat je niet gezien had wat door een televisierecensent de hemel in werd geprezen kan je nu zonder problemen alsnog kijken. Moest je destijds weleens een moeilijke keus maken tussen programma’s die gelijktijdig werden vertoond: nu kun je ze gewoon allebei zien.

Ik zou nu nooit meer kostbare tijd hoeven te verliezen aan het zappen langs het enorme aanbod aan tv-zenders. Met verbazing blijf ik af en toe hangen bij een programma dat de activiteiten volgt van jonge Engelse vrouwen met opgeblazen neptieten en botoxlippen en zwaar getatoeëerde mannen. Ze beschikken onveranderlijk over een heel laag IQ en hun interactie is van een navenant armoedig peil.

Elders tref ik mensen die zeggen zich te schamen over hun lichamelijke tekortkomingen, maar die desondanks op tv alles laten zien.
En dan zijn er nog de talloze zwaar gescripte “realityshows” (altijd vol opgefokte rivaliteit) of de sitcoms met lachband.

Ik neem me iedere keer voor hier geen tijd meer aan te verspillen, maar kan het toch niet laten even alle zenders af te lopen.

In een klein boekje noteer ik nu aan het begin van de week wat me interessant lijkt en dan kijken we als het ons schikt. Fantastisch! Als het even oninteressant wordt kan je doorspoelen en als het toch niks is ga je naar je volgende keus.

Er zijn een paar bezwaren: het eerste is, dat niet alles teruggekeken kan worden. Af en toe heeft men kennelijk geen toestemming gegeven om een programma later alsnog te zien, of bij het begin te beginnen. Een voorbeeld hiervan is de Graham Nortonshow.
Het tweede bezwaar is, dat je nooit meteen aan het gewenste programma kunt beginnen: je moet eerst nog een flinke portie reclame doorspoelen. Je kunt dan nooit precies stoppen bij het begin van wat je wil zien, dus moet je vervolgens weer een stukje terug.

Het is wel duidelijk wat hier de achtergrond van is: de adverteerders willen natuurlijk graag dat zoveel mogelijk mensen naar hun reclame kijken en dringen er bij de providers kennelijk op aan dat kijkers die een programma later willen zien alsnog vergast worden op hun leuke filmpjes.

Ik vraag me af of adverteerders er werkelijk baat bij hebben als hun filmpjes op 16 x de normale snelheid door ongeduldige kijkers worden doorgespoeld. Mij ergert het, dat ik iedere keer zo moet jongleren vóór ik kan kijken naar wat ik werkelijk wilde zien.

Ten slotte: je moet wel binnen een week bekijken wat je graag wilde zien, want na die tijd is het weg.

En dan is daar natuurlijk Netflix!

Deze aanbieder is heel populair, maar presenteert het aanbod op geheel eigen wijze. Men “meet” waar je belangstelling naar uitgaat en geeft je vervolgens de keus uit films of series die “voor 96%” bij jouw smaak passen.

 

Hoe ze dat weten is voor mij een raadsel en het klopt vaak ook niet.

Ik erger me als men het nodig vindt voor mij te denken. Zo start een nieuwe aflevering automatisch 15 seconden na beëindiging van de vorige en begint zomaar een nieuwe serie als de laatste aflevering van de oude geweest is.

Je wordt niet aangemoedigd te kiezen op titel: de zoekfunctie zit heel diep verstopt onder allerlei menu’s. Als je dan toch een titel hebt gevonden blijkt soms dat de serie alleen in Amerika vertoond wordt. Ordening vindt plaats op genre. Je kunt nooit een volledig overzicht krijgen, veel titels duiken steeds weer op. Je bereikt nooit de laatste titel, je kunt eeuwig blijven zoeken.

Ik las heel lovende kritieken over The Handmaid’s Tale, naar de roman van Margaret Atwood. Deze serie is echter niet op Netflix te zien, je moet abonnee worden van Videoland….

 

 

Er zijn heel wat mogelijkheden bijgekomen de laatste jaren, maar televisiekijken is er niet makkelijker op geworden.

E-bike na vijf maanden

Gisteren stond de teller van mijn nieuwe fiets op 1000. De meeste kilometers zijn gemaakt op Terschelling in de zomervakantie.

Ik ga ervan uit dat de stand adequaat bijgehouden wordt: een klein magneetje aan een van de spaken van het achterwiel komt bij elke omwenteling een keer langs een detector, wat resulteert in een weergave op het display aan het stuur.

Ik bedacht dat als mijn fiets bij elke omwenteling een meter verder komt, het wiel dus een miljoen keer rond geweest is….  En dat allemaal door de kracht van mijn benen (een beetje geholpen dor de motor).

Tijd voor een update.

Ik heb nog geen moment spijt gekregen van de aanschaf, het fietsen is werkelijk een feest. Je kunt al je aandacht wijden aan de prettige dingen, tegenwind en hellingen deren je niet.

Er zijn wel wat minpuntjes:

  • De fiets is niet helemaal goed afgeleverd (zie ten million bicycles in mijn vorige blog).
  • Er is wel service, maar het gaat niet makkelijk. Veel wachten aan de telefoon.
  • Als ik weer voor de keus zou staan zou ik niet meer via internet kopen. We hebben nu een goede fietsenwinkel gevonden in Almere (Overdevest). Daar kan je de problemen uitleggen, krijg je deskundig advies en verhelpen ze het probleem in no-time.
  • De opgave van de fabriek m.b.t. de actieradius (115 km) is zoals te verwachten viel wat aan de optimistische kant. Ik schat dat ik niet meer dan 60 km haal, op stand twee.
  • Mijn acculader begaf het, ik kreeg een nieuwe.
  • De fiets is gemaakt voor mensen met een normaal postuur. Wanneer je fors gebouwd bent en zware botten hebt heeft het achterwiel waarschijnlijk te veel te verdragen. Ik ga binnenkort naar de fietsenwinkel om te informeren of ik niet beter dikkere spaken en wellicht een zwaardere velg moet nemen.

Het weer is nu jammer genoeg niet uitnodigend, maar als de zon zich  weer vertoont gaan we weer een eindje fietsen.

 

 

Sparta E-bike                nog steeds een 9

 

 

Cryptogram

Ooit hadden we de gewoonte op zaterdag het cryptogram in onze krant op te lossen, althans een poging daartoe te ondernemen.
Tijdens de laatste grote vakantie probeerden we het weer eens.

We kregen de smaak te pakken en tot onze eigen verbazing is het vanaf juli elke week gelukt alles op te lossen.

Toch gebeurt het ons elke keer weer dat we elkaar na onze eerste inspanningen vertwijfeld aankijken in de stellige overtuiging dat het dit keer echt niet gaat lukken. “Ik had er maar twee en jij maar één!”

We leggen de puzzel weg en gaan ons weegs. Vervolgens pakken we hem steeds weer op en gaandeweg komen er toch wat woorden bij. Dan krijg je wat steun van letters die in je te vinden woord op een bepaalde plaats moeten staan.

We brainstormen en praten tegen elkaar aan in de hoop dat dit inspiratie biedt.

En tot onze verbazing komt er elke keer een moment dat een van ons vol opluchting het laatste woord kan invullen.

Krom

Het is heel wonderlijk, maar je kunt de goede woorden het best vinden als je een beetje krom denkt. Zuiver, logisch denken brengt je meestal geen stap verder. Je moet de omschrijving eigenlijk met de zijkant van je verstand te lijf gaan, dan springt de oplossing soms zomaar naar voren.

Knap en flauw

Soms stuit je op juweeltjes: je bewondert een mooie vondst van de opsteller. Het gebeurt ook dat je hoofdschuddend het bedoelde invult. Wat flauw!
Er is wel eens sprake van enige frustratie (kijk naar de manier waarop 3 horizontaal is ingevuld).

Op het verkeerde been

Af en toe denk je het goede woord te hebben gevonden, wat dan niet zo blijkt te zijn.
In het laatste cryptogram stond de omschrijving verleden en toekomst (verticaal 13, vier letters). Ik bedacht dat hier toen werd bedoeld. Je kunt dit woord immers gebruiken om aan te geven dat iets voorbij is (toen was geluk heel gewoon), maar kinderen verwijzen er ook vaak mee naar de toekomst: (en toen ging jij de varkens eten geven en bleef ik hier). Vier letters…

Als je zo dom bent elke vondst meteen met pen in te vullen heb je een probleem. Je moet jezelf kunnen corrigeren (het juiste woord was eens, mooi!) en het oude woord uitvlakken. Je moet dus vooral een potlood gebruiken.

Meedoen?

De krant nodigt je uit je oplossing in te sturen. Voor goede oplossingen zijn een prijs van €25 en vier van €15 beschikbaar. Deze worden onder de inzenders verloot.
We hebben het een paar keer gedaan, maar nooit wat gewonnen. Je kunt gelukkig zijn in het spel of in de liefde en wij hebben voor het laatste gekozen.

Hulp-site

Internet zou internet niet zijn als er niet ook een site was voor cryptogram-noodsituaties. Als je er echt niet uitkomt kan je een hint krijgen. De eigenaar van de site (Jasper Hendriks) verbiedt hulpvaardigen de oplossing zonder meer te verstrekken: er moet nog wel wat te puzzelen overblijven. Onlangs besloot ik ten einde raad om een aanwijzing te vragen, maar vond gelukkig mijn oplossing vóór ik op de site had gekeken. Echt waar.

Wellicht bewijs ik binnenkort een andere wanhopige een dienst door hem of haar te verblijden met een extra aanwijzing.

Cryptogram van de Volkskrant                  8

Jaspers cryptogrammensite                        8 ½

 

 

First Aid Kit

Ik zag een reclamefilmpje en was gegrepen door de mooie muziek.
De bedoeling van de makers was dat ik een Volvo zou kopen, maar dat is niet gelukt. Ik ging wel uitzoeken wie het leuke liedje uitgevoerd hadden.
Ik kwam uit bij First Aid Kit:

First Aid Kit is een Zweeds folkduo dat bestaat uit de zussen Johanna (geboren 1990) en Klara (geboren 1993) Söderberg. Ze maken voornamelijk akoestische nummers die worden gekenmerkt door tweestemmigheid en het folkkarakter.
(Wikipedia)

Ik keek er van op dat het hier om een Scandinavisch duo ging, afgaande op hun uitspraak was ik er van overtuigd dat ze Amerikaans moesten zijn. (Toen ik de truien zag wist ik het natuurlijk meteen).

Later hoorde ik nog een heel leuk nummer, ik werd fan.

Als ik iets leuk vind wil ik het hebben, ik heb er niet genoeg aan dat ik elk moment via internet kan luisteren. Dus zette ik de dames op mijn verlanglijstje en werd verblijd met twee cd’s:

 

Wie denkt dat mijn muzikale voorkeur voortdurend verspringt: ik kan je geruststellen. In februari 2016 schreef ik over The King’s Daughters die ik live op Terschelling  mocht aanschouwen. Als je goed luistert hoor je veel overeenkomsten.

Heerlijke muziek.

First Ad Kit:             9

Carmiggelt was geen bridger

Enige tijd geleden heb ik het plan opgevat het complete oeuvre van Simon Carmiggelt te lezen. Geen geringe taak, zijn bibliografie beslaat vier A’4-tjes. Ik ben inmiddels bij boek nummer 24 en heb er nog geen genoeg van.

Ik lees elke dag een paar verhaaltjes, ze zijn maar kort, en sla af en toe via Marktplaats mijn slag als de voorraad boeken opraakt.

Carmiggelt is een meester in beschrijven en karakteriseren van personen. Hij kan “gewone” mensen prachtig tot leven wekken, hun belevenissen zijn vaak heel herkenbaar.

Zijn verhalen zijn natuurlijk wel gedateerd. Het valt me op hoe vaak hij woorden, citaten of namen gebruikt, die nu bij heel veel lezers vraagtekens zullen oproepen. In Carmiggelt’s wereld zijn vrouwen soms nog juffrouw, lopen obers en kelners rond, hebben auto’s een choke en ben je stokoud als je 69 jaren telt. Hij vertrouwt erop dat je Gorter en Rimbaud kunt plaatsen en gebruikt het woord billijk als hij niet duur bedoelt.

Mij stoort het niet, ik houd wel van archaïsch taalgebruik en berust er met betrekking tot de namen en citaten in dat mijn generatie minder weet dan de vorige. Hetzelfde kan natuurlijk gezegd worden van elke generatie.

Mooi bridgeverhaal

Af en toe ontmoeten twee hobby’s elkaar. In de bundel Je blijft lachen kwam ik het verhaal Eender tegen.
Carmiggelt observeert een echtpaar dat zojuist heeft deelgenomen aan een bridgedrive. Hij en zijn vrouw zijn aanvankelijk jaloers op hen, omdat ze zoveel eendracht uitstralen en kennelijk zo genieten van hun gezamenlijk tijdverdrijf. Aan het slot blijken de zaken iets gecompliceerder te liggen.

 

Hij voert het bridgende echtpaar sprekend in, maar er klopt niet veel van wat ze zeggen. Carmiggelt is duidelijk zelf geen bridger.

“Kijk, als ik open met een kleine harten, dan heb ik toch drie heren nodig, Jan?”

“Tja, met twee Sans ga ik toch zó down, Lies, als ik niet weet waar ’t klaveraas zit?” “Tuurlijk, dat kon je ook niet weten, want ……” Enzovoort.* 

*Je kunt niet openen met een kleine harten, je kunt er wel eentje bijspelen.
Ik kan me geen enkele situatie voorstellen waarbij het van belang is drie heren te bezitten om te mogen bieden. Als je maar genoeg punten hebt doet het er niet toe welke plaatjes je hebt. Je gaat niet met 2 sans down, je kan in een sanscontract down gaan. Twee Sans Atout kan inderdaad een verkeerd contract zijn als de positie van klaveraas cruciaal is. Als die in de veilige hand zit is er geen vuiltje aan de lucht, maar als de verkeerde kant aan slag komt wordt er dwars door je harten gespeeld (de heer stopt dan niet meer) en kom je onherroepelijk in dwang of krijgt afgooiproblemen.

 Wonderlijk tijdverdrijf

Bij mensen die niets van bridge weten schemert vaak door dat ze het eigenlijk maar raar vinden dat anderen zich ermee bezighouden. Een lezeres van dit blog vertelde me dat ze bij het lezen van mijn bridge-stukje associaties had met de fantastische sketch van Jiskefet (Stiften).

Mijn moeder ging nog een stapje verder: ze vond alle kaartspellen raar. Had dit wellicht iets te maken met haar Calvinistische opvoeding? Ze ontleende een zekere superioriteit aan het feit dat ze zich niet met dergelijke onzin inliet. Toen ze mijn schoonvader ontmoette, die een enthousiast klaverjasser was, verklaarde ze trots dat ze de ene kaart niet van de andere kon onderscheiden. Ze verwachtte waarschijnlijk bijval, maar ontlokte slechts de terechte opmerking: ”Dat is dan knap stom”. Gelukkig kon ze daar wel om lachen.

Ook Roald Dahl schreef  over bridgers

Het verhaaltje van Carmiggelt deed me denken aan het prachtige korte verhaal van Roald Dahl: My Lady, my Dove. Hierin komen ook twee bridgende echtparen voor, waarvan er een vals speelt….
Aan het eind zit natuurlijk weer zo’n magnifieke Roald Dahl-twist.  Lezen!