Bridgers moeten btw gaan betalen

Bridge ligt zwaar onder vuur bij de Volkskrant.

Eerst schaffen ze de bridgerubriek van Kees Tammens af, dan zien ze er van af onderstaand stuk te plaatsen.
Niet getreurd, dan publiceer ik het op deze plek voor een veel selecter publiek.

Het artikel is een reactie op dit bericht in de Volkskrant van donderdag 29 maart:

Slecht plan voor bridgend Nederland

Het ziet er naar uit dat bridgeverenigingen btw moeten gaan betalen en dat hierdoor minder mensen lid zullen worden of blijven.

Dit zou heel erg jammer zijn.

Als bridgedocent en bestuurslid van een bridgeclub zie ik van nabij hoe belangrijk deze sport is voor met name ouderen. Voor hen is de wekelijkse speelavond een belangrijk punt in de week, een moment waarop ze onder de mensen verkeren en hun hersenen intensief gebruiken.

In het kader van Denken en Doen, een project dat opgezet werd om ouderen uit hun sociale isolement te halen en te stimuleren geestelijk actief te blijven voerde ik tientallen intakegesprekken.

Ouderen werden uitgenodigd bridge te leren en lid te worden van een club. Op deze manier zouden ze contacten opdoen hun brein soepel houden.

Tijdens deze gesprekken kwam iedere keer naar voren dat inwoners van onze gemeente grote behoefte hadden aan een dergelijk aanbod. Een mevrouw vertelde dat ze sinds het overlijden van haar echtgenoot elke avond voor de televisie zat en nauwelijks nog het huis uitkwam. Een ander was na een verblijf van vele jaren op de Antillen geremigreerd en had heel weinig sociale contacten.

Het tweede project is inmiddels in volle gang, 170 deelnemers zijn inmiddels enthousiast aan het bridgen. Ze ontmoeten elkaar ook buiten de lessen om, regelmatig organiseert een van hen een wedstrijdje thuis.

Een bridgester van 83 speelt meerdere keren per week en is er van overtuigd dat haar leven er heel anders uit zou zien als ze dat niet zou doen. “Ik zou wegkwijnen achter de vitrage en waarschijnlijk al behoorlijk dement zijn.”

Bridgen biedt als geen andere sport de mogelijkheid om geestelijk gezond en sociaal actief te blijven tot op zeer hoge leeftijd. Een van mijn cursisten was 99 jaar toen hij begon met de lessen.

Het lidmaatschap van een club is relatief goedkoop, toch kan de hoogte van de contributie voor sommige mensen een belemmering zijn. Een echtpaar vertelde dat zij graag geld wilden besteden aan hun kleinkinderen en dat zij nog net een autootje konden betalen, maar dat er geen geld was om het bridgen te betalen. Als de contributie wordt verhoogd zou dit de drempel nog hoger maken.

Er speelt nog een element een rol als in de toekomst btw moet worden betaald: verenigingen zullen hun financiële administratie moeten aanpassen, want er moet een aparte boekhouding worden bijgehouden. Dit levert een extra belasting op voor de bestuurders die deze taak op zich zullen moeten nemen. Deze vrijwilligers steken al erg veel tijd en energie in het draaiend houden van hun club, die zonder hun inspanningen niet zou kunnen bestaan.

Het is een feest voor het oog als je kijkt naar een zaal vol bridgers. Als de wedstrijdleider heeft aangegeven dat de wedstrijd een aanvang kan nemen wordt het ineens muisstil. Enthousiast en geconcentreerd proberen de spelers hun tegenstander te overtroeven. Tussen de ronden zwelt het lawaai weer aan: er worden geanimeerde gesprekken gevoerd, soms over het zojuist gespeelde spel maar heel vaak over andere, nog belangrijker zaken.

Het is waar dat bridgen een denksport is, die zittend kan worden uitgeoefend. De koffie wordt niet hardlopend gehaald en punten worden niet door spectaculaire lichamelijke acties gescoord. Maar onder de grijze haren gebeurt er des te meer. Goed bridge vereist analytisch denken, goed onthouden en af en toe sluwe misleiding. Daar steekt de marathon eigenlijk mager bij af.

Ik hoop dat de staatssecretaris een weg vindt om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen kunnen blijven bridgen.  Als bridge hiervoor het label sociaal-culturele activiteit moet krijgen in plaats van denksport lijkt me dat geen enkel bezwaar.

 

Neerlands Hoop In Bange Dagen box

Enkele dagen geleden werd in De Wereld Draait Door de zojuist verschenen verzamelbox van Neerlands Hoop in bange Dagen gepresenteerd.

Matthijs van Nieuwkerk sprak er met Freek de Jonge over en vond het nodig weer eens een hoog moreel standpunt in te nemen (zoals hij onlangs ook deed met Dolf Jansen inzake het misbruikschandaal bij Oxfam Novib) met betrekking tot de breuk tussen Freek en Bram Vermeulen.
De Jonge probeerde uit te leggen dat dit soort dingen gebeurt in partnerships en dat het tot op zekere hoogte onvermijdelijk is. Van Nieuwkerk bleef steken in het beeld van een succesvol artiest die zijn jeugdvriend en oorspronkelijke steunpilaar in de steek laat om alleen meer succes te kunnen oogsten.

Hij had weinig oor voor Freek’s boodschap dat hij juist met de uitgave van deze box een hommage aan het overleden lid van Neerlands Hoop wilde brengen.

Ik veerde op toen ik hoorde dat er zo’n mooie uitgave op de markt zou komen, want ik ben fan vanaf het eerste uur.

Ik denk dat ik een jaar of twintig zal zijn geweest toen ik voor het eerst wat van ze hoorde. Sedertdien heb ik enkele voorstellingen in het theater gezien, alle LP’s van ze gekocht en kan ik hele stukken repertoire opzeggen of zingen.
Op vakantie met een vriend zei ik wel twintig keer: “Wat was dat stom. Wim was z’n paspoort vergeten” en honden heten altijd Bello. Als iemand vloekt: “Dat wordt weer nieuwe woorden leren”.
Altijd als we op Terschelling is er wel gelegenheid om het te hebben over de schoonheid van het Wad bij nacht  en geregeld red ik mij ergens uit door op te merken dat er weleens een de mist in gaat.

En zo kan ik nog úúúren doorgaan…..

Ik moest eens oppassen bij mijn zus en zwager, zij zouden naar een voorstelling in Felix Meritus gaan, een theater pal naast hun huis. Toen mijn neefje sliep ging ik op het balkon staan en hoorde de stemmen van Bram en Freek en het jengelende orgeltje. Dat was het optreden dat bijgewoond werd door mijn zus en zwager!
Datzelfde neefje kreeg later mijn complete LP-verzameling van Neerlands Hoop, ik had inmiddels een CD-speler en ging er van uit dat niemand ooit nog naar platen luisteren zou.

Toen de Jonge in zijn eentje verder ging verloor ik mijn belangstelling. Ik was erg gehecht aan het duo, Freek alleen vond ik niet zo interessant.

Ik moest deze mooie historische uitgave natuurlijk hebben, gisteren werd de box bezorgd.

De inhoud is prachtig verzorgd: twee rijk geïllustreerde boeken, een boek met alle muziek (ook de noten), 4 cd’s en 9 DVD’s.

Er zit zelfs een EP bij, waar ik dus niks mee kan omdat ik geen platenspeler meer heb.

Ik ben meteen aan het eerste boek begonnen en ga systematisch alles verder beluisteren en bekijken. Het wordt een feest van herkenning dat waarschijnlijk heel wat tijd in beslag zal gaan nemen.

Als ik alles gelezen, beluisterd en gezien heb blijft op het laatst de EP over. Tegen die tijd moet ik zelf een platenspeler hebben aangeschaft (maar ik heb ook geen versterker meer…) of moet er een aardig persoon zijn opgestaan die bereid is het vinyl over te zetten op CD.

Laat het buiten maar ijzig koud zijn, ik zit voorlopig goed!

Lucebert was fout

Ik ben geboren in 1955. Tien jaar na de bevrijding stonden sommige levensmiddelen nog op de bon. Nederland was hard op weg met de wederopbouw, veel mensen hadden geen zin terug te kijken en wilden hun energie richten op de toekomst.

Toch was de Tweede Wereldoorlog, de bezetting, een alomtegenwoordig thema dat elk moment de kop op kon steken.

Het was nog vrij gebruikelijk Duitsers moffen te noemen iedereen kon invulling geven aan de termen goed of fout.

Nederland telde een overweldigend aantal mensen dat goed was geweest en de foute vaderlanders konden zich beter heel erg gedeisd houden.

Mijn ouders hebben de oorlog bewust meegemaakt. Mijn moeder was van 1922 en vertelde later dat de oorlog haar haar mooiste jaren had gekost: van haar 18e tot haar 23e leefde ze in een bezet land en maakte in 1944-45 de hongerwinter mee.

 

Na de bevrijding had ze een korte relatie met een van onze Canadese bevrijders.

Als we op vakantie gingen moesten wij om Duitsland heen, ze vond het niet erg als we op school een onvoldoende voor Duits hadden. Mijn vader hield wel van Duitse liederen, maar zong ze niet in haar nabijheid.

Ik las met rode oortjes de boeken over WO II en wist zeker dat ik vanaf het begin deel zou hebben uitgemaakt van het Verzet. Ik zou de Duitsers wel een lesje leren met met mijn stengun en vervalst persoonsbewijs!

Later werd ik wat realistischer. Ik realiseerde me hoe moeilijk het moest zijn geweest om tijdens de oorlog de juiste dingen te doen: onder het Duitse bewind kon je zomaar je baan, huis, vrijheid of zelfs je leven verliezen.

Het zag er vooralsnog naar uit dat leven onder de Duitse bezetting de nieuwe realiteit was, niemand wist dat er na vijf jaar een eind aan zou komen.

Mensen trouwden, maakten kinderen, collaboreerden, bedreven zwarte handel en probeerden er het beste van te maken.

Er waren ook onvoorstelbaar dappere mensen die de bezetting niet accepteerden. Ze gingen in het verzet of namen onderduikers in huis, zoals mijn oma, die ineens zes kinderen had in plaats van vijf.

 

Wat zou ik het prachtig hebben gevonden als mijn vader ook verzetsheld was geweest.
Hij sprak niet zoveel over de oorlogsjaren, maar vertelde wel met enige trots dat hij eens, toen een colonne Duitsers zijn huis passeerde zijn hand voor zijn mond had gehouden met wijs- en middelvinger aan weerszijden van zijn neus. Op deze manier maakte hij dus het V-teken.
Een Duitse soldaat had zijn gebaar door het raam gezien en een schot gelost, dat een beeldje op de piano had getroffen.
Zelfs met de prille leeftijd van toen was ik niet heel erg onder de indruk van deze verzetsdaad. Ik verwachtte niet dat de Koningin hem het kruis van verdienste voor zijn heldhaftigheid zou opspelden.

Het was dus met enige verbazing dat ik in een oud krantenartikel deze passage tegenkwam:

Het artikel was gepubliceerd op 24 mei 1980 in Trouw ter gelegenheid van het afscheid van mijn vader van de Hervormde Pedagogische Academie, waar hij directeur en leraar was geweest.

 

Ik kan mij niet herinneren dat mijn vader ooit heeft gesproken over tankgrachten graven of onderduiken. De slag om Arnhem vond plaats in september 1944, het zou nog zeven maanden duren voor Nederland helemaal bevrijd was. Hoeveel maanden daarvan heeft hij ondergedoken gezeten, en bij wie? Ik zou dit verhaal graag hebben gehoord, net als dat van oom Anton en tante Netty, vrienden van mijn ouders. Zij konden smakelijk vertellen over die keer dat er onverwacht bezoek kwam en zij als onderduikers een haastig heenkomen moesten zoeken. Ze verborgen zich in een zijkamer terwijl in de huiskamer een potje biljart werd gespeeld. Zij hoorden de bezoeker vertellen dat hij nogal last had van gasontwikkeling na het eten van een bord bruine bonen. Om de druk op zijn ingewanden op een beleefde manier te laten afnemen stopte hij af en toe even met biljarten, opende de deur naar de zijkamer, stak zijn achterwerk naar binnen en liet alles gaan.

De atmosfeer in het kleine zijkamertje ging er niet op vooruit en de onderduikers hadden grote moeite zichzelf niet te verraden door te hard te proesten.
Na de oorlog hebben ze de bezoeker nog vaak aan het voorval herinnerd.

Toen ik ouder werd leerde ik dat de werkelijkheid ingewikkeld is. Mensen maken keuzes, soms pakken die goed uit en soms niet. Je moet niet te snel klaar staan met je oordeel.

Met Aantjes werd onverbiddelijk afgerekend en Lucebert heeft nu hetzelfde lot getroffen.

Als ik in 1939 kind was geweest in Duitsland zou ik vast diep onder de indruk zijn geraakt van het pompeuze machtsvertoon van de Nazi’s. Ik zou de vlaggen, de heroïek, de massaliteit en de uniformen prachtig hebben gevonden en wellicht lid zijn geworden van de Hitlerjugend.

Maar ik ben na de oorlog geboren, heb nooit voor moeilijke keuzen gestaan en hoef er dus ook niet bang voor te zijn ooit te worden ontmaskerd.

 

 

Gemeenteraadsverkiezingen: ik doe mee!

Volgende week krijgen we de kans van ons democratisch stemrecht gebruik te maken.

Hoewel ik geen fervent volger ben van de plaatselijke politiek beschouw ik het als mijn plicht mijn stem uit te brengen.
Je kunt veel kritiek hebben op het functioneren van de democratie, maar moet je desondanks gelukkig prijzen dat je in een land woont dat een democratische regeringsvorm kent*. Mensen die onder een dictatuur lijden zullen het hier roerend mee eens zijn.

De keuze op welke partij ik zal stemmen is voor mij niet moeilijk. Ik ben lid van Groen Links en aangezien deze partij op de kieslijst staat ligt het nogal voor de hand dat zij mijn stem krijgt.

Enige jaren geleden heb ik mijn diensten aangeboden aan de Almeerse afdeling. Wijs geworden door eerdere ervaringen gaf ik meteen aan dat ik voor colportage niet uit het juiste hout gesneden ben. Ik ben niet het type dat in verkiezingstijd gedreven bij mensen aanbelt om zielen te winnen of dat op een winderige markt folders aan ongeïnteresseerde voorbijgangers probeert te slijten. Ik gaf aan dat ik beter op mijn plek zou zijn als bestuurder of schrijver/redacteur.

Dit heeft ertoe geleid dat ik nog even kandidaat-bestuurslid geweest ben, maar van een echte toetreding is het niet gekomen omdat het onmogelijk bleek de agenda’s op elkaar af te stemmen. Ik ben nogal vaak weg ’s avonds.

Aan mijn bestuurlijke of redactionele kwaliteiten was dus niet veel behoefte, ik kon me wel op andere wijze nuttig maken. Mij werd gevraagd lijstvuller te worden.
Na rijp beraad besloot ik hierin te bewilligen. Er moest een  ingewikkelde administratieve route worden afgelegd, vele formulieren dienden te worden ingevuld, doopcelen gelicht en handtekeningen gezet.
Men stelde indringende vragen die ten doel hadden boven water te krijgen of ik een duister verleden had of skeletten in de kast.
Uiteindelijk kwam het verlossende woord: ik was door de ballotage!

Dus staat mijn naam voor het eerst in mijn leven op een kandidatenlijst, een hele eer. Dat het hier om een bijzonder bescheiden onverkiesbare 18e plaats gaat is van geen enkel belang.

Inwoners van Almere: maak uw keuze!

Referendum

Ik kreeg nog een stemkaart in de bus. Ik mag mij erover uitspreken of ik voor of tegen de sleepwet ben.

Aan het vorige referendum deed ik niet mee. Ik was al geen voorstander van referenda en constateerde ook nog dat Jan Roos en consorten deze stemming hadden gekaapt en probeerden er hun eigen populistische draai aan te geven. Ik hoopte dat de opkomst dermate laag zou zijn dat de uitslag niet geldig zou zijn.

Dat laatste viel tegen, we hebben allemaal gezien hoe dit is afgelopen.

Ondanks het feit dat Groen Links het referendum graag in leven had gehouden ben ik er niet rouwig om dat het verdwijnt.

Ik vertrouw in het systeem van gedelegeerde verantwoordelijkheid: volksvertegenwoordigers doen hun werk, zij behartigen onze belangen, en eens in de zoveel tijd mogen de kiezers aangeven of ze hiermee tevreden waren of niet.

Verreweg de meeste burgers (waaronder ikzelf) zijn onvoldoende ingevoerd in de materie om een gefundeerd oordeel te kunnen vellen. Ik laat de beslissing graag over aan professionals.

Ik ben dus consequent en zal aan dit referendum niet meedoen.

 

 

*“Many forms of Government have been tried and will be tried in this world of sin and woe. No one pretends that democracy is perfect or all-wise. Indeed, it has been said that democracy is the worst form of government except all those other forms that have been tried from time to time.”

(Winston Churchill).

Generatiedingetje

Toen ik in militaire dienst zat was Rainbow Train gekomen om voor ons op te treden.
Het moet een lastige opgave geweest zijn, honderden hitsige huzaren die gewend waren in de bioscoop bij de eerste de beste jurk die in beeld verscheen heel hard “pijpen” te roepen.

De meiden stonden gelukkig op een podium waar je niet gemakkelijk op kon klimmen.

Ik stond vlakbij een van de boxen en liet alles goed op me inwerken. Ik was vooral gefascineerd door de blonde krullebol die een leuk dansje uitvoerde terwijl ze hartstochtelijk “Come to the station to meet sensation”  en “This is heaven on earth” zong.

Op youtube vond ik dit filmpje. De zangeressen hebben hier een soort outfit aan zoals prostituees in het Wilde Westen die plachten te dragen. Ik kan me niet herinneren dat ze op de legerplaats ook zo uitgedost waren. Waarschijnlijk vond men het toen beter van niet.

Het heeft even geduurd voor ik opnieuw een popconcert bezocht. Veertig jaar.

Van een vriendin kregen we kaartjes voor First Aid Kit, een fantastisch Zweeds duo waarover ik eerder schreef. Ze traden op in Paradiso, waar ik ontelbare keren langsgefietst ben maar nog nooit binnen was geweest.

Ik had me voorgesteld dat ik een van de stoelen op de eerste rij zou bemachtigen, om vanuit die comfortabele positie te genieten van het melodieuze lieflijke stemgeluid van Clara en Johanna Söderberg.

Het liep een beetje anders. Toen we de poptempel betraden bleken er geen stoelen te zijn. Op de galerijen stonden wat banken, maar die waren al lang bezet.

Ik was niet blij met de gedachte dat ik enkele uren zou moeten staan, mijn constitutie is meer geschikt voor een zittende positie in een leunstoel.

Ik zocht de zijkant van de zaal op, het leek mij volstrekt niet aantrekkelijk van alle kanten door warme lijven omringd te worden. Ze zouden misschien zelfs gaan raven en dan zou ik de uitgang niet makkelijk kunnen bereiken. Ik dacht het hier wel uit te kunnen houden, want het was er rustig.

Het voorprogramma werd verzorgd door een Californische zanger die Van Williams heette. Hij vertelde dat zijn voornaam weliswaar Nederlands klonk, maar niets met ons land te maken had. Hij heette zo omdat zijn ouders hippies waren die met een busje door Amerika trokken. Daarin was hij verwekt, zijn ouders vonden Van dus een toepasselijke naam.

Hij werd geassisteerd door een drummer die onwaarschijnlijk hard zat te trommelen en een bassist die zich af en toe voorover boog naar de microfoon om ook even mee te gillen. Hij trok zijn hoofd steeds met een schokkende beweging terug, het leek alsof de microfoon magnetische aantrekkingskracht op zijn lippen uitoefende maar hem af en toe plotseling  losliet.

Toen hij klaar was werd het podium in gereedheid gebracht voor de hoofdact. Dat duurde even en intussen vulde de zaal zich. Mijn plekje aan de zijkant was niet zo rustig meer, er posteerden zich steeds meer jonge mensen in mijn nabijheid.

Ik moest denken aan de Bataclan en keek waar de groene bordjes met Uitgang hingen. Het waren er maar twee en tussen de deuren en mij was inmiddels een niet te doordringen kluwen mensen ontstaan die elkaar vrolijk in de oren stond te schreeuwen.

Ik concentreerde mijn aandacht maar op het podium. Ik zag verschillende instrumenten opgesteld staan, heel veel boxen en een indrukwekkend lichtorgel. Er stonden ook tien zwarte beelden van een meter hoog, ze leken wel van zwart steen gemaakt. Ik vroeg me af of het hier misschien om Zweedse volkskunst ging.

Toen de First Aid Kit eindelijk het podium betrad bleek dat wat ik voor stenen beelden had aangezien in werkelijkheid laserkanonnen waren. Ze begonnen te draaien en te kantelen en produceerden alle mogelijke lichteffecten.

De muziek begon en mijn trommelvliezen probeerden zich aan de vele decibels aan te passen. Dat is de rest van de avond niet gelukt, ik had er spijt van dat ik geen oordopjes gekocht had. In de hal hing een automaat waaruit ik ze had kunnen betrekken.

Het aantal posities waarin ik mijn moede lijf kon brengen om kramp, pijnlijke voeten en een zere rug tegen te gaan was beperkt omdat ik de omstanders geen letsel wilde toebrengen.
Mijn “personal bubble” was hier minimaal.

Na het laatste nummer moest ik een plas, maar ik heb nog twintig minuten moeten wachten voor ik de zaal uit kon. Ik vroeg me af hoe het af zou lopen als er brand uitbrak.
Het duurde ook nog een tijdje voor ik mijn jas weer terug had, maar toen kon ik gelukkig naar buiten. Wat was dat fijn.

De muziek

Genoeg oudemannengezeur. Hoe was de muziek?

Het was een geweldige belevenis First Aid Kit in levenden lijve te mogen aanschouwen.
Ik kende ze alleen van hun cd’s, waarop hun stemmen prachtig harmoniëren.

In een popzaal gelden aparte regels. De muziek moet dermate luid zijn, dat een gewoon gesprek voeren absoluut onmogelijk is. Het geluid moet lijfelijk ervaren worden.

De zangeressen leverden een geweldige prestatie: ze zongen onafgebroken de longen uit hun lijf, maar deden dat loepzuiver.

De begeleidende band speelde drums, steelguitar, toetsen en trombone. Vooral dat laatste instrument was mooi.

First Aid Kit speelde het complete repertoire, drie cd’s, en gaf nog een toegift.

Ik ben een boeiende ervaring rijker, maar ben van plan in de toekomst vooral vanuit mijn comfortabele leunstoel van muziek te genieten. Mijn oren zullen me dankbaar zijn.

First Aid Kit               8

Paradiso                     150 dB

 

Voor wie nog even een filmpje wil zien.

 

 

 

 

 

Stront aan de knikker

Regelmatig klinkt in het steegje naast ons huis het geluid van roffelende kicksen.

De buurjongetjes zijn op weg naar het voetbalveld in het park tegenover ons huis.
Dit veld is er nog niet zo lang, het is een voorbeeld van geslaagd gemeentelijk beleid. Het wordt vanaf het moment dat het opgeleverd werd intensief gebruikt door heel veel kinderen uit de buurt. Er wordt meestal gevoetbald, maar er zijn ook baskets.

De buurjongetjes zijn goed toegerust. Ze dragen allemaal een felgekleurd voetbaltenue met op de rug Ronaldo of Romario. Dit zijn hun grote voorbeelden.
Een van hen heeft altijd een paar overmaatse handschoenen aan, hij is de keeper.

Als ze de straat zijn overgestoken hoor je het geluid van hun noppen niet meer, ze zijn op het gras aangeland en lopen nu groot risico in een verse drol te stappen.

Parallel aan de straat loopt namelijk een schelpenpaadje, dat hondenbezitters gebruiken om een rondje met hun huisdier te maken.
Ze stoppen regelmatig en terwijl hun viervoeter krampachtig gehurkt zijn ontlasting naar buiten perst kijken ze vaag in de lucht alsof ze niets te maken hebben met het poepende wezen aan de andere kant van de riem.

Bello heeft soms constipatie. Hij doet dan met zijn achterwerk nog steeds in de poepstand enkele pasjes, kennelijk in de overtuiging dat voorwaartse beweging een gunstig effect heeft op de uitdrijving.

Ik snap dat de voetballertjes geen oog hebben voor de boodschappen die in het gras zijn achtergelaten. Na een lange dag op school zijn ze eindelijk vrij en willen graag met hun spel beginnen. Maar straks hebben ze stront aan de knikker…

Toen het park werd aangelegd plaatste de gemeente een bord: verboden voor honden. Het is een belachelijk klein bord, dat bevestigd is aan een paal die bestemd is voor verkeersborden met een normaal formaat.
Dit bord wordt volslagen genegeerd.
De baasjes hebben ongetwijfeld schijt aan alle gebodsbepalingen, maar in dit geval is het niet uitgesloten dat hondenuitlaters uit de positionering van het bord afleiden dat ze niet in overtreding zijn als ze hun hond langs het pad zijn behoefte laten doen.

Het bord staat namelijk niet bij het pad, maar iets verder op het grasveld. Je zou de conclusie kunnen trekken dat er geen honden op het grasveld mogen, maar wel op het pad dat erlangs loopt.

Het lijkt erop dat hier sprake is van een nobel streven, dat in de praktijk totaal niet werkt: de kinderen moeten om het veld te bereiken allemaal over het poepomzoomde pad en trappen dus regelmatig in de uitwerpselen.

(Ik koos voor verdroogde exemplaren, had geen zin met mijn camera vlak boven een vers product te hangen).

 

Als het donker wordt komen de kinderen met de bal onder de arm terug, het avondeten is klaar.
Ze moeten dan weer het pad oversteken en trappen misschien weer in de poep. Je mag hopen dat ze hun kicksen bij de deur uit doen, want als ze ze aanhouden zal er naast de lekkere etensgeur ook nog wat anders te ruiken zijn in huize Renaldo.

 

 

Gemeente Almere
Aanleg speelveld voor de kinderen:            8
Beleid mbt poepende honden:                      1

Sushi eten terwijl je niet van vis houdt

Een mens moet af en toe iets nieuws proberen. Je hoort vaak enthousiaste verhalen van mensen die Japans gegeten hebben, vooral Sushi is heel populair.
Toen ik hoorde dat er ook heel wat varianten waren waarin geen dode zeebeestjes verwerkt waren was ik om.

We gingen naar restaurant Sake in Almere. Anders dan door het ontbreken van de accent aigu wordt gesuggereerd is dit niet een restaurant waar een Friese kok de pollepel hanteert, maar gewoon een Japanse eettent. Men hanteert hier de volgende formule:

Menu

ONS CONCEPT
Restaurant Sake hanteert een all-you-can-eat concept. Dit houdt het volgende in:

– U kunt 2 uur lang onbeperkt uit onze menukaart bestellen. Uiteraard kunt u na het eten nog rustig genieten van een aperitief of dessert
– Bestellen gaat door middel van een bestelformulier, waarop u het aantal gerechten kunt invullen. Per ronde kunt u per persoon maximaal 5 gerechten bestellen.
– Na het invullen van uw bestelformulier worden uw gerechten in kleine porties aan uw tafel geserveerd. Na het nuttigen van de gerechten, kunt u de volgende bestelling doorgeven. Elke ronde kunt u uw menu opnieuw samenstellen
– Om verspilling te voorkomen hanteren wij een verspillingsbeleid, bestel daarom alleen zoveel u op kunt. Restanten als gevolg van overbestelling worden in rekening gebracht. Sushi € 1,- per stuk, gerechten € 2,- per stuk.

Prijzen

Ma t/m Wo                            € 21,80 p.p.
Do t/m Zo 
(& feestdagen) € 24,80 p.p.
Kinderen (4 t/m 10 jaar)  € 12,00 p.p.

 

Een zorgvuldige bestudering van de in neonkleuren uitgevoerde menukaart bracht aan het licht dat er inderdaad heel wat visloze gerechtjes verkrijgbaar waren.
We streepten er ieder vijf aan, zetten de bestelkaart rechtop in de houder en wachtten af.

Al snel verscheen de ober met onze drankjes, die niet inbegrepen waren in de prijs.
Na nog wat langer wachten werden de eerste schaaltjes met piepkleine gerechtjes op tafel gezet. Op de een of andere manier is het me gelukt de bami met behulp van de eetstokjes naar binnen te krijgen, op ons verzoek kregen we daarna de beschikking over voor ons gebruikelijker eetgerei.

Na de bami kreeg ik enkele sushi’s, een schijfje avocado en een stukje omelet waren met een klontje rijst bijeengehouden door een bandje zeewier. Het smaakte wel lekker, maar kwam kennelijk direct uit de koelkast.

We vulden opnieuw de kaart in en maakten nu gebruik van de tweede kolom (van de zes beschikbare). Ik koos nu kipgerechtjes.

Er was inmiddels anderhalf uur verstreken en de tijd drong, we hadden kaartjes voor de film.

In de derde kolom vulden we enkele zoete gerechtjes in, als toetje.
We bestelden ook maar vast koffie, die prompt arriveerde.

Wat vonden we er van?

Het is beste een leuke ervaring, eten in een sushi-restaurant.
Je moet wel even wennen aan de omstandigheid dat je steeds een klein hapje krijgt en dan weer een tijdje moet wachten.
De smaak was goed, maar bijna alles was een beetje lauw. Ook dat is wennen.

Ik kan het natuurlijk niet laten me te verdiepen in het concept. All you can eat is een beetje te veel gezegd: je mag binnen een periode van twee uur maximaal 5 x 6 gerechtjes aankruisen. Je doet er wel verstandig aan meteen opnieuw te bestellen zodra er wat gebracht is omdat je vrij lang moet wachten.
Dertig gerechtjes: dat lijkt heel veel, maar de meeste bestaan uit niet meer dan twee of drie happen.

Ik vraag me weleens af of restaurants geen verlies lijden als ze een formule als deze hanteren, ik denk dat dit risico bij Sake heel klein is. Er zullen vast mensen zijn, zoals wij, die lang niet aan de 30 keuzes komen en je mag niet teveel bestellen.

Elders

Hoe is de vergelijking met een gewoon all you can eat-restaurant?  We aten eerder bij Onderweg. Een van de nadelen van deze eetgelegenheid is, dat er zoveel gelopen wordt omdat mensen voortdurend nieuw eten halen. Dat bezwaar is er niet bij Sake.
De bordjes bij Onderweg zijn weliswaar klein, maar je kunt wel zoveel nemen als je wilt, waar bij Sake geen sprake van is. Bij Onderweg is er voor zover ik weet geen enkele beperking, ook geen “verspillingsbeleid”. De prijzen liggen wel wat hoger, maar drankjes zijn inbegrepen. Die zijn bij Sake behoorlijk duur.

Gaan we nog een keer eten bij Sake?
Waarschijnlijk wel, we weten nu precies wat ons te wachten staat en hoe we (als Hollanders!) optimaal gebruik kunnen maken van het gebodene.

Restaurant Sake Almere                7

Waarop baseer je je mening?

In deze tijd is er sprake van een groeiende kloof tussen mensen met verschillende meningen. Iedereen zit in zijn eigen bubbel en hoort en leest alleen maar berichten van gelijkgestemden.
Hierdoor is er vaak geen enkele toenadering tussen mensen en verharden de standpunten.

Ik heb me voorgenomen me hier niet bij neer te leggen, vooral in gesprek te blijven en als het kan oprecht meningen uit te wisselen.

Dat valt niet altijd mee, lees hierover mijn blogs (zwemmen met Wilders).
Ik blijf discussiëren met mijn politieke opponent, maar merk dat we in kringen ronddraaien. We gebruiken steeds dezelfde argumenten en wijzen elkaar op wetenschappelijke publicaties die onze mening kracht moeten bijzetten.
Probleem is, dat we verschillende bronnen raadplegen. Ik baseer mijn kennis o.a. op het lezen van de Volkskrant, het kijken naar het NOS journaal en documentaires. Soms raadpleeg ik het internet, maar probeer wel te achterhalen of die bron betrouwbaar is.

Wat is betrouwbaar?

Uitgangspunt voor mij is, dat een goede krant over het algemeen zijn best doet min of meer objectieve informatie te verschaffen. Iedereen weet dat complete objectiviteit niet mogelijk is (we blijven allemaal mensen), maar een kwaliteitskrant streeft hier wel naar.
Sleutelelementen zijn hierbij het principe van hoor en wederhoor, rectificeren indien nodig, beroepstrots en journalistieke integriteit. Een krant en zijn medewerkers hebben een naam hoog te houden en te verliezen.

De positie van universiteiten en onderzoekers is hiermee te vergelijken: ook hier geldt een academische standaard en het risico dat je je goede naam verliest.

Klopt de informatie?

Tijdens mijn discussies met mijn zwemmaatje lijkt het er wel eens op dat we in verschillende werelden leven. Als ik mijn mening geef (vaak gebaseerd op iets wat ik gelezen heb) voert hij regelmatig aan dat mijn informatie niet klopt, dat zaken heel anders liggen en dat er sprake is van een complot binnen de “linkse media en wetenschap”.
Mensen zoals ik worden verkeerd voorgelicht en zijn daardoor misleid.

Op dat moment is de discussie afgelopen: je komt geen stap meer verder.

The Post Online

Mijn opponent stuurt mij regelmatig linkjes naar bronnen die zijn gelijk moeten bewijzen, hij vindt vaak artikelen op The Post Online.
Ik heb die site al eens bezocht en mijn bevindingen in een blog besproken (het kwam mij op heel wat boze mailtjes van TPO-lezers te staan). Destijds volstond ik met een kort bezoek en een daaraan gekoppeld oordeel. Ik vond de site niet erg fris: er steeg een Geen Stijl -geurtje uit op en aan de formulering van de koppen kon ik al zien dat hier geen sprake was van zelfs een poging tot objectiviteit.

Toen ik wederom een linkje toegestuurd kreeg, dit keer met betrekking tot het gegeven dat de criminaliteit in Nederland afneemt, besloot ik het betreffende artikel zorgvuldig te lezen en te analyseren.

Ik wilde antwoord vinden op de vraag hoe het komt dat A. heel anders denkt dan ik. Ik had hem gevraagd waarop toch zijn gevoel van angst en dreiging gebaseerd is: Nederland is in vergelijking tot veel andere landen een fantastisch land waar het goed leven is en waarin de criminaliteit afneemt. Hij was het volstrekt niet met mij eens: het is niet zo dat de criminaliteit daalt, mensen zijn veel minder bereid aangifte te doen. Eigenlijk gaat het steeds slechter met Nederland, maar mensen zoals ik steken de kop in het zand.
Hij beloofde mij een artikel te sturen dat zijn gelijk zou bevestigen.

Het werden er twee:

Politiebond bevestigt wat u niet mag denken van policor gedachtenpolitie: Nederland = narcostaat

Criminaliteit in Nederland groeit en bloeit, nog geen 20 procent slachtoffers misdaad doet aangifte, nul vertrouwen in politie

In dit stuk staat dat de vakbondsman zich baseert op een politierapport.  Volgens de bijna vierhonderd ondervraagde rechercheurs in het rapport is het percentage slachtoffers dat aangifte doet gedaald tot nog geen 20 procent.
Er is geen enkele verwijzing naar de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd en hoe het percentage van 20 tot stand is gekomen.

Voor mij is dit geen betrouwbaar bericht.

SCP-rapport ‘De Sociale Staat van Nederland 2017’ is geen studie maar een gedragsinterventie

Ongeloofwaardig, innerlijke tegenstrijdig, positief geframed en ideologisch gekleurd – Hoe de Nederlandse overheid meer doet dan alleen de zaken rooskleurig voorstellen

 

Ik heb de moeite genomen het artikel zorgvuldig te lezen, mijn bevindingen staan wat uitgebreider onderaan deze blog.

De auteur, Sietske Bergsma, stelt in haar artikel dat de studie niet klopt en dat de samenstellers op slinkse wijze de feiten verdraaien. Ze baseert haar kritiek op het SCP rapport voor een groot gedeelte op andere publicaties van een van de samenstellers, die dus “besmet” is.
Ze meent aan te tonen dat de onderzoekscijfers niet kloppen omdat ze er van uit gaat dat ondervraagden altijd consistent antwoorden.

Ze wil aantonen dat de opstellers onder een hoedje spelen met de overheid (”die vindt dat mensen ‘een duwtje in de rug’ moeten krijgen om wenselijk gedrag te vertonen: ze moeten stemmen op gevestigde, liefst linkse partijen”) en een onbetrouwbaar rapport hebben geschreven.
De werkelijke stand van zaken wordt verdoezeld (mensen in Nederland zijn helemaal niet gelukkig!) en de overheid probeert mensen te manipuleren.

Het lukt Bergsma in geen enkel opzicht haar beschuldigingen en claims waar te maken.

Het is uitermate leerzaam je te verdiepen in een medium zoals The Post Online.
Je ziet hoe men te werk gaat en begrijpt hoe het komt dat complotdenkers altijd wel bevestiging kunnen vinden voor hun paranoïde ideeën.

Kan de kloof wat smaller worden?

Terugkomend op het probleem dat ik in het begin van dit blog schetste: kunnen we de kloof misschien wat minder breed maken?
Ik denk dat hiervoor in ieder geval een “state of mind” nodig is die ik hierboven voorstelde: kijk kritisch naar je bronnen en vertrouw op de integriteit van kwaliteitsjournalisten en universiteiten.

En laat je niet leiden door angst en onderbuikgevoelens, hoezeer die ook worden aangemoedigd door dubieuze politici en websites.

 

 

———————————————————————————————-

Opmerkingen naar aanleiding van Bergma’s stuk:

Bergsma heeft forse kritiek op het SCP rapport, waarvan de conclusie luidt dat 85% van de Nederlanders zich gelukkig en welvarend voelt.
Zij vindt de studie ongeloofwaardig, innerlijk tegenstrijdig, positief geframed en ideologisch gekleurd.
De cijfers kunnen niet kloppen, ze zegt dat “De hoeveelheid gelukkige mensen telt, niet hoe gelukkig ze zijn“.
Ze wantrouwt de opstellers en heeft het idee dat de resultaten niet betrouwbaar zijn omdat de opstellers een geheime agenda hebben:
“De ideologische stuwkracht achter dit rapport is een overheid die vindt dat mensen een ‘duwtje in de rug’ moeten krijgen om wenselijk gedrag te vertonen op gevestigde, liefst linkse partijen te stemmen.”

→ Onze regering is in handen van drie rechtse en een middenpartij. Zij willen het liefst dat mensen op een linkse partij stemmen en fabriceren met dat oogmerk een ondeugdelijk rapport?

Een groot deel van haar betoog heeft betrekking op de persoon van Annemarie Wennekers (een van de opstellers). Zij levert weliswaar een kleine bijdrage, maar “haar bemoeienis rijkt (sic) verder”.
Vervolgens gebruikt Bergsma nogal wat opvattingen van Wennekers die zij op andere plekken, dus niet in dit rapport heeft geventileerd.
Ze schrijft over Wennekers’ wetenschappelijke opvattingen mbt het sturen van gedrag: “hoe hoger het gedrag is, hoe meer legitimatie te sturen”.

→ Wat is hoog gedrag?

Ten slotte worden een aantal statistische uitkomsten onder het vergrootglas gelegd, Bergsma toont een aantal discrepanties aan en leidt hieruit af dat de cijfers niet deugen.
Voorbeeld:

Er staat: 80 procent is trots, 36 procent schaamt zich nooit om een Nederlander te zijn. Hoe kan dit allebei waar zijn? Als 64 procent zich dus (wel eens) schaamt om Nederlander te zijn, hoe kom je dan nog aan die tachtig?

→ Ze stelt dat “het niet allebei waar kan zijn”. Kan dat niet? Is het niet mogelijk dat je trots op Nederland bent en je toch weleens schaamt om Nederlander te zijn?
Ik constateer dat hier een behoorlijk vooringenomen schrijfster aan het woord is, die bewijzen zoekt voor haar idee dat dit rapport met opzet een verkeerde voorstelling van zaken geeft.
De onderzoekers deugen niet en spelen samen met de overheid onder een hoedje.
Op deze manier wordt de werkelijke stand van zaken verdoezeld (mensen zijn helemaal niet gelukkig!) en probeert de overheid de bevolking te manipuleren.
Het zou kunnen dat de kwaliteit van het rapport niet bijster goed is, maar ze kan haar aantijgingen (het is een gedragsinterventie, ideologisch gekleurd, framen van kritiek op het overheidsbeleid) niet hard maken.
Ten slotte: ik blijf me ergeren aan haar onderschrift:

Sietske Bergsma (de wereld, vorig millennium) is schrijfster en ’schreckliches Kind’ sub rosa. Inlevend en doordacht. Bewust gehuwd moeder. Zelfreinigend.

Welke zichzelf respecterende journalist schrijft dit nou onder haar stukken? En direct daarna een oproep om haar (persoonlijk!) financieel te steunen.

 

Expositie Art Déco – Paris

Deze tentoonstelling is tot 4 maart te zien in het gemeentemuseum in Den Haag.

Er is een belangrijke plaats ingeruimd voor mode uit de tijd van Art Déco (begin twintigste eeuw). Daar ligt niet direct mijn belangstelling, maar er was gelukkig veel meer te zien.

 

Rode draad in de tentoonstelling vormen de ontwerpen van Poiret. Maar naast mode is er ook toegepaste kunst, schilderkunst, beeldhouwwerken, juwelen, prenten, fotografie en film te zien. Een aantal spectaculaire objecten is afkomstig van internationale collecties, zoals die van The Metropolitan Museum of Art (New York), het Victoria & Albert Museum (Londen), Musée d’Orsay (Parijs) en Centre Pompidou (Parijs).

Als onderdeel van de tentoonstelling zijn er ook 35 topstukken uit de Cartier Collection te bewonderen. Het gaat om juwelen en kostbaarheden uit de jaren 10 en 20 waarin de luxe en smaak van de art deco perfect worden weerspiegeld. Een aantal sieraden waren in 1925 te zien op de beroemde Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs. De naam art deco is afgeleid van deze tentoonstelling.

Tot mijn grote vreugde waren er ook enkele schilderijen van Kees van Dongen te zien, ik schreef over hem eerder een blog.

 

 

 

Aan het slot van de tentoonstelling vind je de presentatie van een prachtig prentenboek over het leven van Poiret: Paul Poiret – Dromen van de Oriënt. Het boek bevat sprookjesachtige tekeningen en tekst van Enzo Pérès-Labourdette.

De prenten zijn prachtig, maar je moet niet toegeven aan de verleiding een koptelefoon op het hoofd te zetten om te luisteren naar de stem van de schilder. Hij legt bij bijna ieder woord de klemtoon verkeerd.
Mijn stellige overtuiging is dat kunstenaars zich moeten uitspreken door middel van hun werk en voor de rest moeten zwijgen.

De expositie was mooi, maar je geniet haast nog meer van het museum zelf, dat natuurlijk ook een Art Déco-monument is. Een van de mooiste gebouwen die Berlage ontworpen heeft.

 

Art Déco – Paris                                     8

Gemeentemuseum Den Haag            10