Amerikaans botenbouwen en Folk muziek maken

Ik kwam op internet twee jonge Amerikaanse stelletjes tegen, die ieder op hun eigen wijze indruk maken.

Het eerste paar bestaat uit Garrett en Ruth Jolly. Zij zijn inmiddels al vier jaar bezig met het bouwen van een houten zeilboot van 10 meter lang. Ze begonnen in Washington en toen de romp klaar was verplaatsten ze het project naar San Francisco.

Ze houden een blog bij van hun vorderingen.

De tewaterlating heeft inmiddels plaats gehad, op dit moment zijn ze bezig met de motor.

Ze werken heel hard en leven van bijdragen van mensen die hun project steunen.

Voor deze twintigers is het bouwen van de Rediviva hun levensdoel, ze zijn van plan de wereld rond te zeilen als hun schip klaar is.

Ik vind het fascinerend om te zien hoe ze alle problemen bij de kop pakken en mee te maken dat het project langzaam haar einde nadert.

 

Mandolin Orange is de naam van een Amerikaans Folk duo, dat bestaat uit singer/songwriter Andrew Marlin en Emily Frantz. Hij speelt gitaar en banjo, maar voornamelijk de mandoline. Zij speelt viool en gitaar.

Ik vind hun muziek heerlijk om naar te luisteren, meestal zingt Andrew de lead en vlecht Emily hier een prachtige tweede stem omheen.

Ze zijn nog niet zo groot en beroemd en heerlijk bescheiden en onbevangen.

Je ziet hoe ze in de studio aan het werk zijn en tijdens optredens, waarvan sommige door het Amerikaanse boerenpummelpubliek niet echt gewaardeerd worden.

Het is heerlijk om naar beide stellen te kijken (Mandolin Orange is inmiddels ook getrouwd en heeft een kind). Vooral de vrouwen zijn ontzettend lief en charmant.

De mannen zijn echte Amerikanen: zeker van zichzelf en een tikje bazig.

Links:

Homepagina van de bouw van Redidiva

De video’s van dit project

Homepage Mandolin Orange

Mijn favoriete clip

En een filmpje waarin Mandolin Orange zingt over the pretty fair maid that was in her garden. Tijdens dat nummer krijgt een echte fair maiden een huwelijksaanzoek…..
Ik moet niks hebben van die rare gewoonten van mannen om en plein public te knielen voor een vrouw om haar ten huwelijk te vragen maar voor dit geval wil ik een uitzondering maken.

 

 

 

Ja zuster

Heesterveld

De Bijlmermeer heeft geen beste naam. Veel mensen zijn er nooit geweest maar hebben toch een negatief oordeel.
In bepaalde opzichten is Amsterdam Zuidoost (dat is de alternatieve naam, in een poging het imago wat op te krikken) prachtig: veel groen, veel ruimte en gescheiden verkeersstromen. De woningen waren uitzonderlijk groot.

Aan de andere kant mankeert er inderdaad het een en ander aan. De filosofie van de “binnenstraat”, die een levendig publiek leven zou moeten gaan leiden is nooit werkelijkheid geworden.

Veel bewoners haastten zich van de parkeergarage naar hun flat en trokken gauw de deur achter zich dicht. De liften waren nogal eens kapot of ze waren als urinoir gebruikt.

De criminaliteit was er ook hoger dan gemiddeld.

Inmiddels zijn bijna alle hoge flats gesloopt, een enorm kapitaalverlies.

De wijk Heesterveld was ook dat lot beschoren. De woningen waren verloederd en er was veel criminaliteit en overlast. De sloopplannen van deze sociale huurwoningen lagen al klaar toen de crisis een jaar of tien geleden uitbrak.

Er was geen geld meer voor nieuwbouw, dus werd alles op een laag pitje gezet.

De woningbouwvereniging IJmere, eigenaar van het complex, besloot een origineel plan ten uitvoer te brengen: de woningen werden in redelijke staat teruggebracht, en vooral jongeren, studenten en kunstenaars werden uitgenodigd er te komen wonen. Ze mochten van het aanbod gebruikmaken op voorwaarde dat ze weer plaats zouden maken als er toch nieuwbouw zou komen.

Er ontstond een “creative community” en hiermee veranderde de sfeer in de wijk volkomen. Overlast en misdaad verdwenen bijna helemaal, de wijk bruist van activiteit en het is er weer fijn wonen.

 

 

De metro stopt vlakbij, dus je bent in een kwartier in hartje Amsterdam.

De gevels hebben een vrolijke kleur gekregen, er zijn ateliers, kleine winkeltjes en de sociale samenhang is goed.

Het spreekt me bijzonder aan dat een dergelijke creatieve aanpak (niet slopen maar een alternatieve bestemming vinden) zo’n geweldig resultaat kan hebben.

Dat zou men vaker moeten doen!

Hoe weet ik dit allemaal? Mijn beide zoons wonen in Heesterveld en de jongste speelt een coördinerende rol in de creative community.

Er is post!

 

Schatgraven

Binnenkort zal er weer een doos bezorgd worden vol postzegels uit de hele wereld.

Ik heb hem via Marktplaats gekocht, als hij binnen is begint het grote schatgraven: een voor een bekijk ik de zegels en bij de meeste zal het oordeel geveld worden: niks.

Heel veel zegels zijn spuuglelijk, andere zijn zo zwaar gestempeld dat je niet eens kan zien wat er op staat.

Maar af en toe zit er een pareltje tussen: eentje die ik nog niet heb, of een mooier exemplaar van een zegel die ik al had.

Het is dus afwachten of ik een goede koop heb gedaan of een teleurstellende…..

 

Ik ben een atypische postzegelverzamelaar. Waar een “echte” filatelist er alles aan doet om zijn verzameling helemaal compleet te krijgen (bijvoorbeeld alles van een land, of alle zegels rond een thema) ben ik alleen geïnteresseerd in het ontwerp.

Ik heb inmiddels een behoorlijk uitgebreide verzameling, met heel veel prachtige zegels.

Van Nederland heb ik wel zo’n beetje alles (tot aan het eurotijdperk), omdat dit nog te overzien is en omdat er heel veel prachtige Nederlandse zegels verschenen zijn. Van andere landen heb ik er soms maar eentje. Maar dan wel een heel mooie!

 

In de komende tijd ga ik er af en toe een aantal laten zien op mijn blog. Iedereen zal dan tot de ontdekking komen: wat zijn het toch juweeltjes!

Ik zoek er steeds een paar bij elkaar, die iets gemeenschappelijks hebben. Ik blijf ver weg van de afgezaagde thema’s (wist je dat je complete pakken kunt kopen met allemaal treinen of schepen?) en zal proberen originele selecties te presenteren.

Marianne

Ik begin met Frankrijk. Heel veel postzegels hebben een afbeelding van Marianne, sinds 1792 Frankrijk’s symbool van de revolutionaire idealen: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap.

Toen Napoleon aan de macht was mocht ze niet afgebeeld worden, maar sinds 1944 staat ze op heel veel postzegels.

Haar voornaamste handelsmerk (behalve haar blote borsten, maar die passen niet op een postzegel) is de Frygische muts die ze altijd draagt.

Vanaf de jaren ’70 werden bekende Françaises gebruikt als model (o.a Brigitte Bardot, Mireille Mathieu en Catherine Deneuve).

Ze gaat met haar tijd mee: van enigszins schrikachtig en bescheiden naar zelfbewust en zelfs uitdagend.  Rondom de laatste editie is er een schandaaltje losgebarsten, want hiervoor heeft een lid van Pussy Riot model gestaan…

 

 

 

 

De Butler heeft het gedaan

Voor mijn trouwe abonnees die niet bridgen: dit blog moet je maar overslaan, ik beloof dat het volgende blog weer “gewoon” is….

 

Ik heb al eerder kritiek geuit op de Butlertelling, ik houd veel meer van Paren.

Deze spellen waren weer een fraai voorbeeld van hoe desastreus een resultaat kan uitpakken op een Butleravond.

Aan de eerst tafel bereikten we het alleszins redelijke contract van 6SA. De bieding was wat frivool:

 

W        N         O         Z

1K        pas      1S        pas

2SA      pas      6SA     pas

pas      pas

 

Maar ja, azen vragen is zó 2018 en ik houd ervan af en toe een flink pak biedkaartjes in een keer op tafel te kwakken.

Jammer genoeg zat het contract in West, als Zuid moet uitkomen is het altijd gemaakt.

Noord vond de listige start van harten 2, onder zijn aas uit (wat over het algemeen tegen slem geen goede uitkomst is) en Greet, mijn partner, moest een lastige keus maken. Als hartenaas en -vrouw allebei in Zuid zitten is het contract kansloos.  Als Noord onder de vrouw is uitgekomen moet je op tafel klein leggen, als hij onder zijn aas is uitgekomen de heer.

Greet koos (terecht) voor een kleintje, Zuid produceerde de vrouw en speelde harten terug: één down.

Een andere West gokte wel goed, koos voor hartenheer en maakte dus een upslag.

In ons geval werd de slechte uitkomst beloond met 14 impen, aan de andere tafel bestraft met een verlies van slechts 5 imp.

Een leuk begin van de avond: 14 impen zijn heel moeilijk weg te werken. Nodeloos te zeggen dat we in een parenwedstrijd gewoon een nul hadden geïncasseerd, daar is wel overheen te komen. De slechte uitkomst zou terecht met een nul bestraft geworden zijn in het spel waar de leider het goed deed.

 

Wilt u niet zo hard praten?

Collega-spelers hadden zo luid over een spel aan onze laatste tafel gesproken, dat ik gehoord had dat er 7 SA gemaakt kon worden.

Toen wij aanschoven wist ik niet welke windrichting groot slem kon maken. Ik hoopte dat onze tegenstanders zouden blijven steken in 6 als zij het moesten spelen. Als het slem voor ons was zou ik een eerlijke afweging maken of ik groot slem kon bieden en het niet doen op grond van de illegale informatie waarover ik beschikte.

Het slem zat bij onze tegenstanders, oost vroeg azen en heren, zag dat die allemaal binnenboord waren en vond een bod van 7SA op zijn plaats.

Ja hoor, dat hebben wij weer.

Greet kwam uit met klaver 9 en de leider ging van de correcte veronderstelling uit dat de 10 dus bij mij moest zitten. Klaver 8 leverde dus een slag op en omdat Greet ruiten had aangeseind (wat niet zo verstandig is tegen slem, maar ja het was de laatste tafel) nam hij een snit op de vrouw over haar…

Zo komt Jan Splinter door de winter; 33 punten is natuurlijk nooit genoeg voor 7 SA.

Een gammel slem binnengehaald en -13 impen voor ons.

We konden ons boeltje wel inpakken.

 

We werden die avond achtste met -14 imp, nog niet eens slecht gezien de ramp van -27 impen in deze twee spellen.

Was er deze avond parentelling geweest, dan waren we veel hoger uitgekomen.

Gelukkig wordt op de meeste speelavonden gewoon paren gespeeld.

 

 

Erebus

Toen ik zag dat er een nieuw boek van Michael Palin verschenen was, moest ik het natuurlijk hebben. Ik vond de cover prachtig, het onderwerp sprak me aan (ik houd van zeilschepen) en ik ben een groot bewonderaar van de schrijver. Ik heb hem natuurlijk leren kennen als lid van Monty Python, dat bastion van geweldige Engelse humor, maar zag ook meerdere tv-series waarin hij de wereld afreist.

Het boek vertelt het verhaal van de Erebus en haar zusterschip, de Terror. Deze schepen (met een bemanning van 129 koppen) verdwenen in 1846, terwijl ze een poging deden de Noord-west passage te vinden tussen Canada en de Noordpool.

Er werd nooit meer iets vernomen van de schepen, tot 2014: toen werd de Erebus ontdekt op geringe diepte.

De ondertitel is The Story of a Ship. Palin vertelt inderdaad de hele geschiedenis van de Erebus vanaf de tewaterlating in 1826 tot de verdwijning. Aan de noodlottige tocht naar de Noordpool ging nog een andere expeditie vooraf, naar Antarctica.

Hij schrijft over het schip, maar ook over haar bemanning en de vele reddingspogingen die destijds ondernomen zijn.

Het is onvoorstelbaar hoe verschrikkelijk de omstandigheden waren op een zeilschip in de negentiende eeuw: kou, honger en scheurbuik kwamen nog bovenop de “gewone” risico’s van het varen in dergelijke onherbergzame wateren op een houten scheepje van amper 30 meter lang.

Maar er was een enorme honger naar kennis en glorie: er waren toen nog letterlijk compleet maagdelijke gebieden te ontdekken.

Het boek leverde voor mij een verrassing op: er was een belangrijke rol weggelegd voor kapitein James Ross. Toen ik die naam las besefte ik dat ik geboren ben in een straat die naar hem vernoemd is: de James Rosskade in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer.

Ik heb als kind nooit stil gestaan bij het feit dat de straten in mijn buurt genoemd waren naar ontdekkingsreizigers (Amundsenweg, Fridjof Nansenhof).

Toen ik een eindje gevorderd was in het boek kreeg ik een sterk gevoel van déja vu (of misschien correcter: déja lu).

Ik ging op zoek in mijn boekenkast en vond inderdaad een boek dat ik in 1989 had gelezen, dat over dezelfde expeditie ging!

Ik las het boek destijds met een mengeling van fascinatie en gruwel: vooral de foto’s van de uitstekend geconserveerde lijken waren heel eng.

 

Palin kent het boek ook, hij noemt het in zijn bronnenlijst. Vreemd genoeg zitten er wel wat verschillen in de boeken. Palin besteedt amper aandacht aan de verhalen over kannibalisme en het fascinerende gegeven dat de bemanningsleden misschien wel gestorven zijn door het eten van voedsel uit conservenblikken. (De manier om voedsel op die manier houdbaar te maken was nog nieuw en het vermoeden bestaat dat via ondeugdelijke soldeernaden lood in het eten was gekomen).

Palin is een beschaafde gentleman en wil zich kennelijk niet verlagen tot dit soort sensationele onderwerpen.

 

Een mooi, lezenswaardig boek. Blij dat ik warm thuis zit en niet mee hoef op zo’n gruwelijke reis.

 

Michael Palin: Erebus             8

Lente in Zeeland

We gingen een weekje naar Zeeland omdat we altijd naar Terschelling gaan.

Het was nog te koud voor de caravan (er is niets zo stom als zitten te vernikkelen in een dunwandig aanhanghuisje als je in het bezit bent van een comfortabel woonhuis), dus we hadden een vakantiehuisje gehuurd.

Het huisje was een beach-hut en bevond zich op een vakantiepark van Roompot. Ik denk dat investeren in vakantieparken rentetechnisch erg slim is, want ze worden overal uit de grond gestampt.

Ons park was nog niet helemaal af, in het midden moest nog een groot centraal gebouw komen, waarin een winkel en zwemparadijs gerealiseerd zouden worden. De werkzaamheden bestonden vooralsnog uit het verplaatsen van grote hoeveelheden grond met behulp van happers en vrachtwagens, die voortdurend piepende geluiden produceerden als ze achteruit reden.

De huisjes waarvan wij er een mochten betrekken waren heel nieuw en stonden midden in de duinen.

Dat was eigenlijk niet zo. Men had tonnen zand bovenop de Zeeuwse klei gestort, wat helmgras geplant en er nog wat schelpen op gegooid.

Maar we konden nu wel van onze veranda afstappen en dan meteen zand tussen onze blote tenen krijgen!

In dit gedeelte van Zeeland (we zaten vlakbij de grens met België) zijn er eigenlijk geen duinen. Een hoge dijk beschermt het land, als je hier overheen gaat kom je bij het strand.

In ons geval moest je ook nog een natuurgebiedje doorkruisen: zo’n situatie waarin het water van de zee bij hoog water flink ver het land in kan stromen. De planten krijgen afwisselend zoet en zout water te drinken, de vogels kunnen er lekker poepen en veren laten vallen en er waren ook nog miljoenen harige rupsen. In de modder stonden allemaal pootafdrukken van onbekende beesten, die waarschijnlijk ’s nachts van het hartige loof kwamen snoepen.

Ik kon er als natuurliefhebber mijn hart ophalen.

Eenmaal aangekomen op het strand kon je twee kanten op, gelukkig was er in beide richtingen een strandpaviljoen, waar je heerlijk kan zitten lezen. Af en toe kijk je op uit je boek en ziet dan traag grote lelijke zeeschepen langskomen op weg naar de Westerschelde.

Weer teruggekomen in het huisje kookten we ons potje, keken nog even tv (een mooie grote!) en legden ons te ruste in het bed dat associaties opwekte met een trampoline.
Ik stuiterde eens over de rand, maar viel niet op de grond omdat de muur zich gelukkig op 15 centimeter van de bedrand bevond. De slaapkamer was wat krap bemeten, er was behalve voor het bed geen plaats voor iets anders. Als je je wilde omkleden moest je de deur openzetten en voor de tas met kleren moesten we een plekje buiten de slaapkamer vinden.

We maakten een uitstapje naar Brugge, wat een mooie stad! We zagen er tientallen oude huisjes, het ene nog antieker dan het andere en we maakten een vaartochtje. Als we de verstaanbare fragmenten van de Engelse en Franse teksten waarop de kapitein ons trakteerde combineerden kregen we een aardige indruk van wat we niet missen mochten.

Als je in België bent moet je natuurlijk een pintje vatten en frites eten. We deden dat in een restaurant dat ons in een blog van een enthousiaste reiziger was aanbevolen: Gran Kaffee de Passage. Ik at hier stoverij met frieten, heerlijk!

We kochten nog wat chocola voor de thuisblijvers en reden terug naar Nederland.

Het grote voordeel van er een weekje tussenuit gaan is, dat je weer heerlijk onbekommerd kunt lezen. Op de één of andere manier lukt dat op vakantie veel beter dan thuis.

We zagen de zon ondergaan tijdens een dinertje in een strandpaviljoen op palen, en toostten op ons huwelijk, dat die dag al precies 29 jaar standhield.

Een welbestede vakantie dus, ruim de moeite van twee keer een lange autorit (waarvan ruim 6 kilometer onder water!) waard.

 

 

 

Als ik twee keer met mijn fietsbel bel

In juli 2017 werd ik de trotse eigenaar van een Sparta e-bike. Na wat kinderziekten en aanpassingen fietste ik er met heel veel plezier mee, ik ging er twee keer mee op vakantie en de teller stond op ruim 3000. Mijn vrouw had er net zo een.

Twee weken geleden werd hij op een avond gestolen. Hij stond bij het Denksportcentrum in Almere met een kabel vast aan het fietsrek. De kabel werd doorgeknipt en de fiets werd waarschijnlijk in een busje geladen.

Met de fiets was ik ook twee fietstassen kwijt, het kabelslot, een paar handschoenen en nog wat dingetjes die in de fietstas hadden gezeten.

Fietsdiefstal komt in Nederland zo vaak voor dat er een geolied mechanisme in werking gesteld kan worden: kennisgeven van de diefstal, aangifte doen en een nieuwe bestellen. De verzekering dekt het grootste deel van de kosten.

Binnen twee weken reed ik alweer op mijn nieuwe fiets. Dat is natuurlijk heel snel geregeld allemaal, maar er zijn wel wat puntjes:

  • Ik kwam erachter dat de verzekering die ik bij de ANWB afgesloten had in natura uitkeert. Je krijgt geen geld voor de verloren fiets, maar moet een nieuwe bestellen bij de winkel waar je ook je vorige had gekocht.
  • Nu had ik besloten dat ik geen fiets meer wilde betrekken van Fietsenwinkel.nl. De reden is, dat deze winkel te groot is en dat ze eerder fietsmakelaar dan              -handelaar zijn. Ik had niet zulke goede ervaringen en had me voorgenomen klant te worden van de plaatselijke fietswinkel.
  • Dat ging nu niet door, ik moest mijn nieuwe fiets weer bij Fietsenwinkel.nl kopen, als ik een goedkoper model zou uitzoeken zou ik het verschil in prijs met de oude niet terugkrijgen.
  • Vanwege mijn goede ervaringen met Sparta wilde ik er weer net zo één, maar dat was niet mogelijk: ze hebben dit merk niet meer in hun assortiment.
  • Uiteindelijk koos ik voor een Brinckers, een Nederlands fabricaat met goede recensies.
  • Het moest wel een damesmodel worden, want er was een lange levertijd voor een herenfiets. Ik vond dat niet zo erg, mijn ego kan wel een stootje hebben.
  • Aangifte doen kan tegenwoordig via internet, maar dan moet je wel digiD met bevestiging via een app op je smartphone. Die had ik niet, dus die moest worden aangevraagd. Door middel van een brief zou ik hiervoor de benodigde toegangscodes krijgen.
  • Toen ik om tijd te winnen probeerde “gewoon” aangifte te doen bleek dat je daarvoor telefonisch een afspraak moet maken en dat er dan na een week een plekje voor je zou zijn.

De verzekering kwam snel af en werd meteen overgesloten voor mijn nieuwe fiets. Kan die ook weer gestolen worden. Ik ga met deze fiets echter wel als mevrouw Minnema door het leven (moet je als Man ook maar niet op een damesfiets rijden).

Mijn echtgenote gaf me een prachtige set nieuwe fietstassen en een kettingslot cadeau.

De fiets rijdt lekker, nu maar hopen dat ik er langer van kan genieten dan van mijn Sparta.