El Mishito

El Mishito

In Almere bestaat het wereldkoor El Mishito binnenkort 30 jaar. Het was lange tijd een vrouwenkoor, sedert enkele jaren mogen er ook mannen bij.

039 (2)

We zingen liederen uit allerlei landen, met soms onbegrijpelijke teksten die wij zo goed mogelijk proberen uit te spreken. Onze angst is, dat er zich op een goede dag een Bulgaar of Kroaat in ons gehoor bevindt die na afloop geïnteresseerd informeert in welke taal wij toch zongen.

Het mooist vind ik de liederen waarin de verschillende stemmen (sopranen, alten, tenoren en bassen) harmonieus met elkaar versmelten. Als je luistert naar het prachtige In This Heart (van Sinead O’Connor) krijg je kippenvel als steeds een nieuwe stem zich bij de andere voegt (kijk en luister naar ons optreden in de Vrije School).

Mijn top 8:

  • In This Heart
  • God’s Gift to Women
  • Keshet L’vana
  • The Long Day Closes
  • Mno ga ja ljeta
  • Old and Wise
  • Stay with me (Bleibet hier)
  • Tebe Poem

De mooiste Christmas Carols:

  • Angels We Have Heard on High
  • Away in a Manger
  • Hark! The Herald Angels Sing
  • Joy to the World, the Lord Is Come!
  • O, Come, All Ye Faithful
  • Silent Night

Comité 091

El Mishito heeft nog geen eigen site, is wel te vinden op facebook

 

Kapitein Rob

Kapitein Rob

Toen ik een jaar of tien was, ontdekte ik dat een van mijn vriendjes een hele stapel Kapitein Rob boekjes had. Ze hadden een liggend A5 formaat en waren gedrukt op krantenpapier. Alleen de kaft was gekleurd, binnenin werd de bovenste helft van de pagina ingenomen door drie of vier zwart-wit plaatjes, de onderste door tekst.
De nietjes waarmee de boekjes bijeen werden gehouden roestten, ze verkeerden in slechte conditie.

het geheom van de Bosplaats KR

Ik was gefascineerd door de mooie tekeningen en de intrigerende titels (Het rijk van de witte mammouth, De rose parels van Tamoa, Avontuur op Pampus!). Boten en de zee speelden bijna altijd een belangrijke rol. Later leerde ik dat Kapitein Rob bezitter (en dus kapitein) was van zeilschip de Vrijheid, waarmee hij de wereldzeeën bevoer. Hij beleefde talloze avonturen.

Wij konden het niet eens worden of we hier nu met een strip te maken hadden of niet. We vonden dat er wel erg veel tekst en relatief weinig plaatjes waren, net als in Ollie B. Bommel. Maar in een gewoon boek stonden hooguit drie plaatjes (die soms helemaal niets met het verhaal te maken hadden!)

Ik kwam vaak in een tweedehands stripwinkel en ontdekte dat de boekjes daar werden aangeboden voor een prijs van fl. 2,50 per stuk.

De handelaar in mij ontwaakte. Ik kocht de boekjes van Frank voor 50 cent en verkocht ze voor het dubbele. Ik had geprobeerd er meer voor te krijgen, maar de handelaar wist met wie hij van doen had. Ook toen was ik al niet zo gehaaid. Ik had een mooie winst, maar ik was inmiddels met rekenen al zover dat ik kon uitrekenen dat de handelaar er nog veel meer aan overhield.

Zoals het wel vaker gaat met slimme transacties kreeg ik later spijt. De boekjes hadden voor mij een betoverende werking, ik wilde ze hebben en opnieuw lezen. Ze waren zo langzamerhand echter antiquarisch aan het worden en dat was te zien aan de prijs. Mijn vader gaf me 60 cent zakgeld in de week, ze gingen mijn budget ver te boven.

Inmiddels verscheen er ook een serie paperbacks met drie verhalen elk. Hier en daar zag ik weleens een deel dat ik tweedehands op de kop kon tikken, maar ik kon er niet zo enthousiast over worden als over de originele boekjes.

Elke keer als ik weer ergens op een Kapitein Rob boekje stuitte kreeg ik weer datzelfde opwindende, spannende gevoel.

De tijd verstreek en Kapitein Rob verdween uit het zicht, tot het moment dat ik in een stripwinkel een prachtige complete hardcover herdruk zag staan: 21 delen op A4 formaat met elk 4 verhalen. Grote zwarte boeken, met rood leeslint.

DSC_0180

Ik was natuurlijk verkocht, ik wilde ze hebben.

Ik schrok wel van de prijs, ze waren niet goedkoop. Maar ik zwichtte voor het aanbod van de verkoper: ik kreeg er een originele tekening bij, waarop je Kapitein Rob kon zien vergezeld van hond Skip en vriendin Marga (of Paula) met op de achtergrond de vuurtoren van Terschelling.

Kapitein Rob Brandaris

Hier raakten twee van mijn grote liefdes elkaar: de spannende verhalen van Kapitein Rob en mijn favoriete vakantiebestemming, Terschelling.

Ik wist al dat enkele van Kapitein Rob’s avonturen plaats vonden op Terschelling, het spannendste speelt zich af vlak na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog. Het gaat over een grote radarantenne en een bunker waar Duitsers inzaten die niet accepteerden dat ze de oorlog verloren hadden.

Later kocht ik een boekje waarin een wandeling beschreven wordt door West-Terschelling, langs alle plaatsen die een rol spelen in de verhalen van Kapitein Rob. De wandeling wordt gemarkeerd door speciale tegels in het trottoir.

Ik las mijn zoon Bas elke avond voor het slapen gaan enkele bladzijden uit de mooie boeken voor, tot we alle 21 delen gehad hadden. Op Terschelling liepen we de route en lazen we de beschrijvingen. Het meest tot de verbeelding sprak de bunker, te herkennen aan het driedimensionale gedenkteken dat ervoor staat. Ik observeerde mijn zoons terwijl ze de bunker verkenden en hoopte dat ze net als ik dat spannende, opwindende gevoel kregen.

 

 

Pieter Kuhn (1910-1966) tekeningen. Evert Werkman (1915-1988) tekst.
De verhalen verschenen in het Parool van 1945-1966.schrijver kapitein Rob

Werkdruk 3

De rechter heeft gesproken

Wiskundelerares Denise Hupkens is in beroep gegaan tegen de uitspraak van de kantonrechter, het Gerechtshof heeft haar vordering afgewezen.Denise Hupkens

Zij stelde dat haar taken niet in haar aanstellingen pasten en eiste uitbetaling van de extra uren. Ze had veel bijval gekregen, veel docenten klagen erover dat ze steeds meer taken krijgen en dat hier geen extra uren tegenover staan.

 

Landelijk ervaart men de werkdruk als zeer hoog, een op de vijf leraren heeft burn-outklachten.

Het door haar aangeklaagde schoolbestuur hoeft volgens de rechter niet over de brug te komen, want:

  • Er is geen specifieke opdracht tot overwerken gegeven
  • Het taakbeleid is correct vastgesteld (MT stemde in, tevens tweederde van het personeel).
  • Het taakbeleid is niet in strijd met de cao.

Volgens de krant bestond  Denise’s weerwoord hieruit :

  • MR en collega’s zijn geen experts, ze stemden in maar hebben niets doorgerekend.
  • Een aantal documenten werd niet toegankelijk verklaard.

Ze overweegt in cassatie te gaan, maat het ontbreekt haar aan geld.
Het schoolbestuur is natuurlijk blij met de uitspraak, maar erkent wel dat er een probleem is op het terrein van de werkdruk. Zij spreken echter over piekbelasting.

Wat vind ik ervan?

Ik ben niet verbaasd over deze uitspraak, rechters toetsen een zaak als deze aan de wet en die is waarschijnlijk niet overtreden. Rechtmatig hebben ze dus waarschijnlijk een correcte uitspraak gedaan, de vraag is of het ook rechtvaardig is.

Vanaf het moment dat ik een leidinggevende taak kreeg in het onderwijs heeft de manier waarop taken worden verdeeld en uren worden berekend me verbaasd. Er is, denk ik, geen andere branche waar zoveel met de natte vinger wordt bepaald.

Traditioneel wordt een onderwijsbaan uitgedrukt in lesuren. Een leraar moet een x-aantal lessen geven en daar zit een bepaalde hoeveelheid werk aan vast (voorbereiden en nakijken). Daarnaast zijn er nog veel extra taken: contact onderhouden met leerlingen (mentorschap) en ouders, vergaderen, administratie bijhouden, deskundigheidsbevordering, surveilleren, begeleiding tijdens werkweken en het organiseren van extra activiteiten.

Enige tijd geleden is (in een poging meer duidelijkheid te scheppen) het taakbeleid ingevoerd, waarbij uitgegaan wordt van een jaartaak van 1659 uur (te vergelijken met een kantoorbaan). Dit is het aantal uren dat een leraar geacht wordt te werken.

Dit was een stap in de goede richting. De schoolvakanties vormen wel een probleem: leraren moeten hun uren maken in 40 werkweken, de rest van de tijd zijn de scholen dicht. Waar bij een “gewone” werknemer sprake is van een werkweek van 38 uur heeft de leraar er dus een van ruim 41 uur.

Deze systematiek (een volledige baan telt 1659 uren) geeft al iets meer houvast. Maar er wordt bijna nooit een poging ondernomen de tijd die een leraar niet voor de klas staat in kaart te brengen of te kwantificeren. Waarom niet?

Het antwoord is heel simpel: het management zou tot de ontdekking komen dat leraren veel meer uren maken dan die waarvoor ze betaald worden. Dat kan de schoolleiding helemaal niet gebruiken, want zij willen dat al het werk gedaan wordt en hebben geen geld voor extra docenten.

Als de grote werklast ter sprake komt wordt verwezen naar mogelijke inefficiëntie van de leraar (ga maar een cursus timemanagement volgen), naar de klaagcultuur die op scholen zou heersen en natuurlijk: naar de lange vakanties.

Hoe is die grote werklast ontstaan?

We kennen toch allemaal het beeld van de leraar die om vier uur zijn jas aantrekt en fluitend naar huis gaat?
Misschien is dit ooit, in het verre verleden, zo geweest. Veel mensen denken dat een leraar klaar is als de les is afgelopen. Maar voor leraren anno 2016 geldt dat in de verste verte niet.

Zij zijn heel veel tijd kwijt aan het nakijken (rapportcijfers moeten uitgebreid verantwoord worden en kunnen dus niet gebaseerd zijn op maar een paar toetsen) en moeten (vaak nutteloze) cursussen volgen (het management moet laten zien dat hun school flink veel tijd in nascholing steekt).

Waar vroeger het contact met de ouders bestond uit het organiseren van één ouderavond per rapport moet de leraar nu ieder moment uitgebreid opening van zaken geven over elke onvoldoende en elk probleem. Ouders gaan ervan uit dat zij de klant zijn, (dus koning) en verlangen via e-mail soms dagelijks verantwoording van de school en van de leraar.

Leerlingen zijn mondiger, drukker, minder geconcentreerd en krijgen van alle kanten steun als ze eisen dat de les vooral leuk moet zijn en niet saai. Door de wet op het Passend Onderwijs zitten nu veel leerlingen op een gewone school die vroeger naar het speciaal onderwijs zouden zijn verwezen.

 

Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Dit is eigenlijk nog het meest tragische aspect van het probleem.

  • De werklast wordt beetje bij beetje verhoogd, het management komt met steeds meer vragen en opdrachten, vooral op het gebied van rapportage en verantwoording.
  • Leraren hebben het zo druk en hebben zoveel moeite het hoofd boven water te houden dat ze geen tijd hebben om voor hun rechten op te komen. Denise Hupkens is een grote uitzondering.
  • Leraren hebben hart voor hun leerlingen en zullen die nooit de dupe laten worden.
  • De vakbonden spelen al tijden niet meer een rol van betekenis, zij komen niet op voor de belangen van leraren.
  • In deze onzekere tijden, waarin vaste aanstellingen uiterst zeldzaam zijn en ontslag een regelrechte ramp is, houden leraren liever hun mond dan dat ze de barricaden op gaan.

 Ten slotte, wat zijn de effecten?

  • Veel leraren worden ziek of overspannen en zijn vaak voor het onderwijs verloren.
  • Veel leraren geven de moed op en keren het onderwijs de rug toe.
  • Ik kan alleen maar gissen hoeveel er (met het oog op de grote belangen die er mee gediend zijn) gesjoemeld wordt met toetsresultaten. Ga je niet wat bochten afsnijden als je continu overbelast bent?
  • Het is niet te meten, maar er is ongetwijfeld sprake van een daling van de kwaliteit van het onderwijs. Als zoveel mensen zoveel werkdruk ervaren moet dit ten koste gaan van de kwaliteit van de lessen.
  • Wie kiest nog voor een baan in het onderwijs als het werk zo zwaar en ondergewaardeerd is?

We mogen Denise Hupkens dankbaar zijn dat ze haar tanden heeft laten zien, maar er is nog een lange weg te gaan voor rechters en samenleving gaan inzien dat de werklast van leraren drastisch verlaagd moet worden.

 

 

Gelezen: Superschool

Superschool cover

   Eric van ’t Zelfde            

Het succesverhaal van een bevlogen schooldirecteur

Prometheus-Bert Bakker Amsterdam 2015

Ik had al het een en ander over van ’t Zelfde gezien en gehoord. Ik wist dat hij een geweldig succes bereikt had met zijn school, terwijl die toch een heel moeilijk publiek had en in een achterstandswijk van Rotterdam stond.
Ik was erg benieuwd hoe hij dit voor elkaar gekregen had, ik wist dat hij in de clinch had gelegen met de rechter omdat hij gewelddadige jongens van school had gestuurd en geweigerd had hen terug te nemen. Ik had ook gehoord dat de docenten van zijn school heel veel extra tijd en inspanning besteedden aan de leerlingen.

Het boekje geeft een goed inzicht in de wederwaardigheden van een schooldirecteur op een school als de Hugo de Groot. Het is hier en daar ook erg persoonlijk.

Het is geen evenwichtig boek.
Is van ’t Zelfde een intellectueel? (Hij studeerde Engelse Taal en Letterkunde). Hij gedraagt zich er lang niet altijd naar. Hij citeert veelvuldig uit Engelse literatuur, maar is ook onbesuisd en vertoont af een toe straatmentaliteit.
Is hij een geweldige leidinggevende die werkelijk alles over heeft voor zijn team? Of is hij een harde saneerder (56 docenten moesten vertrekken)?
Op enkele plaatsen geeft hij heel veel details, elders ontbreekt basale informatie.
Hij klaagt erover dat hij veel te weinig geld tot zijn beschikking heeft, maar hier en daar lees je dat de gemeente Rotterdam extra middelen ter beschikking heeft gesteld. Ook zijn er sponsors die forse sommen geld doneren.

Ik had graag meer gelezen over de cultuur binnen de school: hoe krijgt hij het voor elkaar dat de leerlingen zich aan de regels houden? Op welke manier bereikt hij zijn fantastische resultaten (een slagingspercentage van100!)?

Leiding geven

Van ’t Zelfde ziet zijn rol tegenover zijn personeel als die van hitteschild: hij zorgt dat de leraren zich kunnen concentreren op hun kerntaak. Hij gaat voor zijn leerlingen en zijn docenten door het vuur.
Dit spreekt me erg aan. Ik houd van facilitair leiderschap: zorg dat de professionals hun werk kunnen doen. En een goede docent/directeur heeft natuurlijk altijd primair het belang van zijn leerlingen voor ogen.
De leerlingen van zijn school kunnen wel wat belangenbehartiging gebruiken.

Van ’t Zelfde is geen begenadigd stylist, de redacteur van Prometheus had kritischer moeten zijn.

Je onthoudt het laatste deel van het boek, waarin de schrijver een heel duidelijk beeld schetst van hoe hard er gewerkt wordt door leraren en hoeveel tegenwerking je ondervindt.
Het resultaat is dat veel teamleden ziek worden, hij krijgt zelf ook hartklachten. Hij wil opgeven maar kiest er aan het eind gelukkig voor om door te gaan.

Een positief eindoordeel over dit boek dus. Nederland zou wat meer van dit soort directeuren moeten hebben en wat minder jaknikkers en meelopers.

 

Denken en Doen

Het project Denken en Doen

Aangezien het ledenaantal van onze bridgeclub daalde, werd een commissie benoemd die een plan moest opstellen om meer leden te werven. We deden wat vooronderzoek, dit bracht aan het licht dat er een landelijk programma bestond, Denken en Doen, dat al in veel gemeenten succesvol had gedraaid.

Denken en Doen is een initiatief van de Nederlandse Bridgebond. Het stelt lokale bridgeclubs in staat 50-plussers het bridgespel aan te leren en hen hiermee te activeren, een sociale bezigheid aan te reiken, isolement te voorkomen en de volksgezondheid te bevorderen. De club werkt hierin samen met de gemeente en zorgt voor de uitvoering. De gemeente betaalt het project, zorgt voor lesruimte en voor het gericht aanschrijven van de potentiële doelgroep.

Dit laatste is heel belangrijk, omdat gewone werving bijna nooit iets oplevert. De gemeente stuurde 5000 brieven aan 50-plussers met het aanbod mee te doen aan het project. De respons was 2%, ruim honderd mensen wilden meedoen.

We formeerden drie lesgroepen: twee voor beginners en één voor gevorderden. In maart 2015 gingen we van start.

Wat een feest is het om mensen enthousiast te maken voor de bridgesport!

Bridge is bij uitstek een sociale sport. Er is geen enkele andere sport waar geen leeftijdsgrens voor geldt (onze oudste deelnemer is 99 jaar!), die zo’n gunstig effect heeft op het brein en waarbij mensen zoveel interactie plaatsvindt.

Stapje voor stapje leren we de deelnemers het lastige spel, ze ervaren de lesmiddag als een uitje. Er ontstaan contacten, die soms ook verder reiken dan het lesmoment en mensen hebben plezier.

De gevorderdengroep is inmiddels overgestapt naar een echte wedstrijdmiddag, ze krijgen nog wel een uur les. Daarna spelen ze competitie.
Los van het project Denken en Doen is onze club ook nog van start gegaan met een avond-beginnersgroep met 16 deelnemers.

Veel Nederlandse bridgeclubs krimpen. Er is onvoldoende aanwas en een vrij groot natuurlijk verloop. (De leeftijd van de gemiddelde bridger is 70 jaar…) Almere is dus een gunstige uitzondering.

Niet lang geleden mocht ik als coördinator van het project de Hunebedprijs in ontvangst nemen op het congres van de NBB in de Bosch. De prijs is voor initiatieven die een impuls geven aan de bridgesport.

2015HunebedtrofeeDSC_0531 trofee

 

Er is een filmpje opgenomen over het project en ter promotie van het bridgespel. Ik kom hierin ook kort aan het woord. Kijk hier

 

 

In het plaatselijke krantje:

den doen almeers dagblad

Rome in de Nieuwe Kerk

De droom van keizer Constantijn

We bezochten de tentoonstelling Rome in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

De geweldig grote kop van keizer Constantijn is het indrukwekkendste onderdeel, maar het is wel een replica. Het origineel mag Rome niet uit.
De kop maakte deel uit van een kolossaal standbeeld, dat jammer genoeg verder bijna helemaal verloren ging. Het hoofd is 3 meter hoog, ga maar na hoe groot het gehele standbeeld moet zijn geweest.

Bij binnenkomst (met je museumjaarkaart krijg je korting) ontvang je een MP-3 speler die je kunt activeren bij de elementen die je belangstelling hebben.
Zoals gewoonlijk begin je ijverig met alles geduldig te beluisteren, maar is zoveel informatie dat je langzaamaan wat ongeduldig wordt. Uit gewoonte lees je ook alle zichtbare teksten, je krijgt de informatie dus twee keer.
Daarnaast probeer je zo te manoeuvreren dat je niemand in de weg staat, maar anderen hebben minder scrupules. Ze schuiven zonder op of om te kijken tussen jou en het object dat je aan het bekijken bent.

Mijn probleem bij dit soort prachtige tentoonstellingen is, dat ik al gauw overvoerd raak. Het klinkt raar, maar soms zou je wensen dat er minder te zien was…
Zoals gebruikelijk draaide hier ook een video. Ik heb hem aandachtig bekeken, soms lijkt het wel of ik liever naar een documentaire kijk dan naar “the real thing”.

Mooie tentoonstelling, maar hij komt niet in mijn top tien.

Rome nieuwe kerk

Roti

Niet altijd patat

De eigenaresse van onze plaatselijke snackbar was Hindoestaanse. Op de menukaart stond behalve de gebruikelijke frituurwaar ook roti.
Je kon kiezen: kip of varkensvlees en gewoon of heet.

Ik koos meestal voor de hete varkensvleesvariant, jammer genoeg was hier te weinig vraag naar. Na verloop van tijd kon je alleen nog kip krijgen.

De snackbar kwam in andere handen en dit smakelijke onderdeel verdween van het menu. Er zat niets anders op dan zelf roti te maken.
Ik gebruik gaar varkensvlees (ik bewaar altijd een aantal porties in de vriezer) of kipfilet (geen plofkip). Rotivellen koop ik bij de toko.

DSC_0176

Kook de aardappelen, de snijbonen en de sperziebonen gaar. Kook het eitje vijf minuten. Pel het ei.
Bak het vlees en doe er flink wat sambal bij. De aardappelen en het eitje (ja!) moeten ook nog even gebakken worden, strooi hier kerrie op.
Schik alles bovenop het rotivel, het is fijn als je nog wat jus hebt, anders is het gerecht erg droog.
Er hoort nog gesneden komkommer bij, waarop je een schepje suiker hebt gedaan.

Dit gerecht is goedgekeurd door onze Surinaamse vriendin T.    Lekker!

Creatieve destructie

Frank van Kalshoven

In de Volkskrant van zaterdag 16 januari stond een column van Frank van Kalshoven. Hij vindt dat de gesel van de markt moet worden losgelaten op het onderwijs: “creatieve destructie”. (Lees hier). (Het kan zijn dat de link niet werkt omdat de Volkskrant niet alles vrijgeeft, daarom de tekst hierbij ook in kopie).

van Kalshoven 2

tekst column van Kalshoven

Ik schreef een artikel voor de opiniepagina, dat jammer genoeg niet geplaatst werd:

Wat fijn dat de Volkskrant een begenadigd econoom in dienst heeft die ook nog eens veel verstand heeft van onderwijs.
In zijn laatste column vindt Frank van Kalshoven dat het onderwijs gebaat is bij creatieve destructie.
Hij heeft er nooit moeite mee de wetten van de economie naadloos op het onderwijs toe te passen maar in dit provocerende stukje maakt de directeur van de Argumentenfabriek het wel heel bont.
Hij steunt staatssecretaris Dekker in diens voornemen het stichten van scholen veel makkelijker te maken. Dit opent mogelijkheden om een Walhalla in Nederland te creëren: 200 scholen verspreid door heel Nederland die allemaal werken volgens een vaste formule.

Het is dus kennelijk heel slecht gesteld met het onderwijs in Nederland: “Scholen mogen jaren ondermaats presteren voor iemand de stekker eruit trekt.” Als scholen makkelijker kunnen toetreden tot de markt kunnen slechte scholen ook eerder gesloten worden. Er komt veel meer concurrentie, de marktwerking komt op gang en op deze manier krijgen we discipline in het onderwijs en verbetert de kwaliteit. De overheid hoeft zich veel minder te bekommeren over het onderwijs, want scholen worden nu volop uitgedaagd en blijven daardoor scherp.

De eerste vraag die gesteld moet worden: waar komt het idee vandaan dat het zo slecht gesteld is met de kwaliteit van het onderwijs? Er zijn in Nederland 9 zeer zwakke basisscholen (van de 7500), 97,8% voldoet aan de minimumeisen van de inspectie. Is het inderdaad hoog tijd voor creatieve destructie?

De tweede vraag is: waarom is het een goede zaak als de overheid zich minder met onderwijs bezighoudt? Als er één onderwerp belangrijk is voor de samenleving, is het onderwijs. Wie garandeert dat de vrije markt inderdaad betere resultaten oplevert? Is dit het geval geweest in de zorg? En bij het openbaar vervoer?

We kijken naar van Kalshoven’s Walhalla. Hij somt zes voordelen op die uit zijn plan voort zouden kunnen vloeien, maar blijft een beetje vaag over de formule, maar: bij realisatie van zijn plan zou er geld zijn om die goed uit te denken en steeds te verbeteren. Dat komt vast wel goed, Frank!

De beste formule voor goed onderwijs is allang bekend: stel goedopgeleide, vakbekwame leraren aan en geef ze de ruimte om hun werk goed te doen. Gegarandeerd succes, dan hoeven we ook geen kenniscentrum op te richten.
In het Walhalla is er ook sprake van schaalvergroting, waardoor meer kwaliteit geleverd kan worden.
Dit argument doet al jaren opgeld en is zo langzamerhand volledig ontkracht. Er is nergens aangetoond dat schaalvergroting een gunstig effect heeft op de kwaliteit van het onderwijs, het tegendeel is eerder waar. Niet voor niets zijn overal ontwikkelingen op gang schoolorganisaties juist weer kleiner te maken.

Het is niet eens zo erg dat van Kalshoven zich voegt bij de stroom van mensen die menen dat het onderwijs hoognodig moet worden vernieuwd. De commissie Dijsselbloem had als voornaamste aanbeveling dat het onderwijs met rust moest worden gelaten, maar daar trekt niemand zich iets van aan.

Wat wel erg is, is dat de aandacht op deze manier afgeleid wordt van de werkelijke problematiek in het onderwijs: de verschrikkelijke afrekencultuur die ervoor zorgt dat scholen veel te veel tijd kwijt zijn met het genereren en verstrekken van cijfers, het administreren en het verantwoorden. Steeds meer goede leraren krijgen een burnout of verlaten het onderwijs. Het wordt steeds moeilijker goed onderwijs te verzorgen. De invoering van de wet Passend Onderwijs heeft deze problematiek nog eens versterkt.

Ten slotte: van Kalshoven ridiculiseert de opvatting dat de plannen van Dekker er toe zouden kunnen leiden dat er geld verdiend gaat worden aan scholen. Niet lang geleden bleek dat investeringsfondsen de begerige blik hadden laten vallen op kinderdagverblijven. Deze werden wel degelijk gebruikt als winstobject, er werd fors bezuinigd, er vielen ontslagen. De kwaliteit en de veiligheid leden hier ernstig onder.

Zo vergezocht is de bezorgdheid dus niet.

Elke dag werken tienduizenden juffen en meesters zich uit de naad, ze nemen hun zware vak zeer serieus en zetten het welzijn van hun leerlingen altijd op de eerste plaats.
Leraren, maar ook ouders en leerlingen, zitten niet te wachten op van Kalshoven’s creatieve destructie. Pas het zelfreinigend vermogen van de economie maar toe op koelkasten en televisies. Laat het onderwijs met rust!

Martin Minnema

Nog een poging

Het zat me dwars dat de argumenten van van Kalshoven door niemand worden weersproken. Daarom stuurde ik dit bericht aan van Kalshoven persoonlijk:

Geachte heer van Kalshoven

Na lezing van uw column in de Volkskrant van afgelopen zaterdag schreef ik onmiddellijk een reactie voor de opiniepagina.Deze werd jammer genoeg niet geplaatst, wellicht had ik niet de juiste toon te pakken en was ik wat te sarcastisch. Ik heb alle begrip voor de redacteuren, zij maken natuurlijk elke dag hun eigen afweging.

Dit betekent echter wel dat uw stuk (zo ziet het er nu naar uit) volkomen onweersproken blijft en u kunt zich voorstellen dat dit mij tegen de borst stuit. Mijn argumenten blijven overeind, ik voeg er zelfs nog enige aan toe. Dit moet u, als directeur van de argumentenfabriek (die vroeger van die mooie infographics produceerde), toch aanspreken!

Het zou dus een goede zaak zijn als u op mijn argumenten zou willen ingaan. Ze verdienen het om te worden gehoord, u hebt een podium en ik niet!

Nog enkele aanvullende argumenten:

  • U stelt dat er nog veel eenpitters zijn, u vindt dat ze moeten worden gedisciplineerd. Volgens mijn informatie is nog maar 8% van de basisscholen eenpitter en zien zij juist kans nog redelijk onafhankelijk te opereren. Ik ken er één in Naarden waarvoor een wachtlijst bestaat.
  • Ik vermoed dat uw voorgestelde scholengroep net zoveel last zal hebben van bemoeizucht: misschien niet van de overheid, maar dan zeker wel van het bestuur dat erop beducht zal zijn dat er goede resultaten worden behaald. Er zal, denk ik, ook niet zo’n groot verschil zijn met een gewoon bestuur.
  • Economen halen vaak het argument van stal dat schaalvergroting gunstig is voor de inkoop van leermiddelen en ict. Het budget van een school wordt voor het overgrote deel opgeslokt door de post personeel. Hierop heeft schaalvergroting niet veel invloed. Scholen die onder één bestuur vallen maken natuurlijk al gebruik van de schaalgrootte. Verder is het zo dat er op het gebied van leermiddelen en ict volgens mij niet zoveel klachten zijn in Nederland. Wij zijn wat dat betreft veel beter toegerust dan bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk.

Mijn hoofdargumenten zijn:

  • Waarom altijd weer die drang om de zaken op de schep te nemen, waarom niet zorgen voor wat rust ? (Dijsselbloem!)
  • Het zelfreinigend vermogen van de economie moet beperkt worden tot de gewone markt en niet toegepast worden op het onderwijs.
  • Waarom zo’n heftige kritiek op het basisonderwijs? Creatieve destructie klinkt leuk, maar hoe klinkt dat in de oren van een hardwerkende onderwijzer die met moeite het hoofd boven water houdt?.

Met vriendelijke groet

Martin Minnema

Wordt vervolgd?

Inderdaad, een heel snel antwoord van Van Kalshoven: (de hoofdletters zijn van hem)

Beste Martin,

Dank voor de mail. We zijn het niet eens, dat kan. Ik vermoed dat we echt een ander perspectief hebben in deze. Hieronder een reactie op je hoofdargumenten.

Mijn hoofdargumenten zijn:

–     Waarom zo’n heftige kritiek op het basisonderwijs? Creatieve destructie klinkt leuk, maar hoe klinkt dat in de oren van een hardwerkende onderwijzer die met moeite het hoofd boven water houdt?.

HEFTIG VOND IK HET ALLERMINST. KIJK, V&D-MEDEWERKERS ZITTEN BINNENKORT IN DE WW. BUITEN HET ONDERWIJS GAAT HET ER IETS HARDER AAN TOE. DAT HEEFT NAAST NADELEN OOK VOORDELEN.

–          Waarom altijd weer die drang om de zaken op de schep te nemen, waarom niet zorgen voor wat rust ? (Dijsselbloem!)

IN HET PRIMAIR ONDERWIJS HEERST DE RUST VAN HET KERKHOF. DE WERELD VERANDERD, HET ONDERWIJS VERANDERT NIET MEE. WE HEBBEN SCHOLEN NODIG DIE 5 DAGEN PER WEEK VAN ZEVEN TOT ZEVEN OPEN ZIJN. NIET DAT DE KIDS DE HELE TIJD DAN OP SCHOOL OETEN ZIJN NATUURLIJK.

–          Het zelfreinigend vermogen van de economie moet beperkt worden tot de gewone markt en niet toegepast worden op het onderwijs.

DEELS IS DAT EEN GEGEVEN, GEVEN HET FEIT DAT ONDERWIJS PUBLIEK WORDT AANGEBODEN. MAAR EEN BEETJE PEPER ZOU ECHT WEL HELPEN, VIND IK.

Met vriendelijke groet,

Frank Kalshoven

 


 

De reactie valt me tegen: beetje oppervlakkig, beetje slordig en de discussie houdt hier kennelijk op.
Flauw is, dat hij mij in de softe, gezapige hoek zet. Je bent dan gauw klaar!

Zo kan het dus gaan: een econoom deelt de zoveelste sneer uit aan het onderwijs. Hij is slecht geïnformeerd en gebruikt zwakke argumenten. Er verschijnt geen enkele reactie in de krant, een criticus wordt afgepoeierd.

Ik heb geprobeerd een korte reactie te plaatsen onder het bericht op internet, ben benieuwd of die wel geplaatst wordt.

 

 

Richard Groenendijk

Theater

Ik kocht enkele maanden geleden kaartjes voor drie voorstellingen. Ik had me bij de keuze laten leiden door de lovende aanbevelingen van het theater en de sterren in de krant.

Richard Groenendijk

Richard Groenendijk is cabaretier en kreeg vier sterren, gisteren zijn we naar zijn voorstelling geweest.

Het publiek genoot erg, wij wat minder. Wij kijken duidelijk naar de verkeerde tv-programma’s. De artiest is erg populair bij Ranking the Stars en andere RTL-programma’s.

We zagen een man die waarschijnlijk altijd verreweg de leukste is op verjaarspartijtjes en heel erg grappig rare mensen (zijn familieleden) kan nadoen.
Hij had een zwaar over-the-top verhaal over een tegenvallende vakantie in Thailand en zijn moorddadige moeder. Grappig, maar wij hadden ons bij de term cabaret wat anders voorgesteld.

Sommige toeschouwers kwamen niet meer bij van deze kruising tussen Paul de Leeuw en Gordon, wij waren blij toen het klaar was.

Adele 2

Hello?

De Britse acteur James Corden (ik ken hem van de tv-serie Gavin and Stacey) zit in de auto en telefoneert: “Hello? I was wondering if after all these years you’d like to meet”.

Adele 2 James Corden

De droom van iedere fan: Adele stapt in en er volgt een prachtige rit waarin Adele honderduit praat (ze laat  nogal wat medeklinkers weg) en samen met James Corden haar bekendste nummers zingt. Hij kent alle liedjes, ze doen ook niet onverdienstelijk de Spice Girls na.

Heerlijk! kijk.