Ouderenzorg

Mijn tante is in het ziekenhuis opgenomen omdat ze was gevallen. Mijn oom kan niet alleen in hun huis blijven, voor hem is een plaatsje gevonden in een gezondheidscentrum.
Hij is bijna 86, heeft moeite met spreken en zit in een rolstoel. Hij kan als het moet even overeind, maar staat dan heel wankel op zijn benen.

Ik heb niet veel verstand van ouderenzorg, maar ik heb de indruk dat hij niet goed verzorgd wordt.

Ik ben een aantal keren bij hem op bezoek geweest en heb het volgende geconstateerd:

  • Er is een discrepantie tussen wat de verpleging vindt dat mijn oom zelf kan doen en zijn eigen opvattingen daarover. Zij gaan ervan uit dat hij veel nog zelf kan, ik betwijfel of dit klopt.
  • Toen ik de tweede keer bij hem kwam zat hij op de wc, de deur naar zijn kamer en naar de wc stonden wijd open. Hij had gebeld om hulp (hij heeft een hanger met een knopje om zijn nek hangen), maar die arriveerde pas na een kwartier. Ik schat dat hij 20 minuten op de wc heeft gezeten.
    Toen de verzorgster binnenkwam zei ze dat ze straf verdiende omdat ze mijn oom een beetje vergeten had.
  • De kamer is tamelijk spartaans: wel een televisie, maar geen telefoon. Er is niet veel leven op de gang, er komt niet vaak iemand langs. Mijn oom heeft niet veel aanspraak en is eenzaam.
  • Er is geen knopje op de kamer waarmee de patiënt de aandacht van een verzorger kan trekken. Het knopje dat om de hals gedragen wordt staat in contact met een modem. Het signaal wordt via een telefoonlijn naar een landelijk meldpunt geleid. Een elektronische stem moet mijn oom geruststellen: “Maakt u zich niet ongerust, er komt iemand aan”. Via dat centrale meldpunt wordt kennelijk de verpleegkundige in het verzorgingshuis op de hoogte gesteld. Omslachtig en tijdrovend. De responstijd is lang. Mijn oom zegt dat hij tien minuten voor hij naar de wc moet moet waarschuwen, anders zijn ze te laat. Ik was erbij dat hij hoge nood had, het duurde heel lang voor er hulp was, het was een onwaardige toestand.
  • Toen mijn oom klaar was met het wc-bezoek liet de verzorgster hem in zijn onderbroek weer de kamer ingaan. Ze vertrok, ik heb hem in zijn pyjamabroek gehesen.
  • Hij heeft pas na een week voor het eerst zijn tanden gepoetst.
  • Na anderhalve week had hij voor het eerst gedoucht. Hij wordt wel gewassen, maar hij zegt dat dit niet zorgvuldig gebeurt.
  • Zijn bloeddruk is niet een keer gemeten, dit was hij wel gewend bij de wijkverpleging.
  • Hij heeft oogdruppels nodig vanwege glaucoom, die zouden er maandag zijn, ze zijn er nog niet. Hij heeft veel last van zijn ogen.
  • De eerste keer mocht hij voor het avondeten kiezen uit twee menu’s. Sedertdien krijgt hij die mogelijkheid niet meer. Er wordt voor hem beslist. Het eten zag er goed uit, maar afgelopen zaterdag vond ik het nogal karig: twee witte broodjes zonder boter met twee kroketten en een schaaltje appelmoes.
  • Mijn oom vertelt dat hij grote moeilijkheden heeft zijn pillen door te slikken. Hij heeft een droge mond en krijgt ze niet weg. Als hij dit zegt krijgt hij als reactie: “dan maar niet”.
  • Hij moet vaak lang blijven liggen in een nat bed.

Mijn oom maakt zich grote zorgen over zijn toekomst. Zal hij nog terug kunnen keren naar huis? Zal hij nog samen kunnen wonen met zijn vrouw?

Niemand weet het, de kans lijkt klein. Mijn tante heeft een blessure aan haar heup, weegt nog maar 45 kilo en is behoorlijk aan het dementeren.

Ik heb bewust niet de naam genoemd van het gezondheidscentrum. Ik heb een aantal zaken uit de tweede hand, ik weet niet zeker of mijn oom alles naar waarheid vertelt. Opgemerkt moet worden dat hij geen makkelijke man is.

Desondanks lijkt mij dat er toch wel sprake is van onvoldoende zorgkwaliteit. De problematiek is landelijk, en wordt alleen maar groter.

Ons aller voorland…….

Meer treinen, minder lawaai

Ik woon op ongeveer 50 meter van de spoorlijn Weesp-Lelystad.

dsc_0059

Er zal sdsc_0051teeds meer treinverkeer op deze lijn plaatsvinden, reden voor de NS om een groot geluidsisolatieproject te starten. Over de gehele lengte van de spoorlijn worden links en rechts geluidsschermen aangebracht, die het lawaai van passerende treinen grotendeels moeten tegenhouden.

Toen ik zag wat hier allemaal bij komt kijken dacht ik aanvankelijk dat Prorail een extra spoor naast de bestaande twee aanbracht.

dsc_0055

De constructie bestaat uit draadschermen, waartussen stenen zijn gestort. Hierbovenop staat een gedeelte dat van glas is.

Ik klaag niet: de schermen zijn niet lelijk, de arbeiders ruimen alle rommel op en brengen alles na het werk weer in de oorspronkelijk staat terug.

Ik ben wel erg verbaasd: zoveel moeite, zoveel werk voor een beetje minder lawaai!

dsc_0054

Het is natuurlijk zo dat er meer treinen langsrijden dan vroeger, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik volstrekt geen last heb van het geluid van een passerende trein. Ik vind treinen mooi, je kunt er gerieflijk mee reizen en ze zijn milieuvriendelijk. Dat ze geluid produceren neem ik voor lief.

Het kan zijn dat mensen die dichter op het spoor wonen meer last hebben dan ik.

Het is fascinerend om te zien hoe zo’n project wordt aangepakt. Er wordt nu al maandenlang (misschien nog wel veel langer) gewerkt, de spoorlijn is meerdere keren afgesloten (passagiers moesten met bussen) grote hoeveelheden materiaal zijn verplaatst en extra funderingen aangebracht. Het werk nadert zijn voltooiing.

Ik heb alles met interesse gevolgd, een aantal dingen viel me op:

  • Kosten noch moeite worden gespaard. Er stonden al lage geluidsschermen, die zijn allemaal weggehaald.
    dsc_0060Op viaducten en bruggen zijn ook schermen aangebracht, dit vergde speciale aanpassingen omdat ze hier niet naast het spoor konden worden gezet. Waar nodig worden speciale toegangen gecreëerd voor het zware materiaal (en later weer weggehaald).
  • De geluidsschermen zijn niet overal identiek: hier en daar zijn ze lager. Je zou denken dat dit te maken heeft met de bebouwing, maar ik kan geen patroon ontdekken.
  • Het is opvallend dat men ervoor gekozen heeft het werk in meerdere “gangen” in te delen: het is niet zo dat alles meter voor meter in orde wordt gemaakt, werkploegen gaan iedere keer weer het hele traject langs totdat het uiteindelijk helemaal klaar is. Dat ziet er niet altijd even efficiënt uit.
  • Veiligheid voor alles! Het werk is voortdurend afgeschermd door een kilometerslang hek.
  • dsc_0053Tot mijn grote verbazing is er om de vijftig meter een deur aangebracht in het geluidsscherm, op deze plek leidt een speciaal op maat gemaakte betonnen trap naar beneden. Daar is weer een deur.
    De bedoeling hiervan is, dat als reizigers de trein hebben verlatende, ze moeten kunnen wegkomen van het spoor. Maar zoveel uitgangen! En hoe zat dat vroeger? Toen moesten de mensen zich kennelijk maar gewoon van het talud laten afglijden!
    dsc_0056dsc_0050
  • Al deze moeite is gedaan voor het geval dat zich ergens een noodsituatie voordoet. De kans dat er werkelijk gebruik gemaakt moet worden van deze nooduitgangen is heel gering.
    dsc_0057Men heeft overal aan gedacht: er zit zelfs een dranger op de deur, zodat deze niet blijft openstaan…

 

 

  • Dit alles moet erg veel geld gekost hebben, wie zou de kosten-batenanalyse hebben gemaakt?

 

dsc_0058Af en toe gebruikt een machinist zijn imposante toeter. Op dat moment realiseer ik me dat er een trein langskomt. Ik had hem anders niet gehoord …

Zouden de mensen die in de aanvliegroute van Schiphol wonen jaloers op ons zijn?

 

Informatiesite prorail

Zo komt apotheek Splinter door de winter

Er zijn doeltreffende medicijnen beschikbaar voor mensen die “dik bloed” hebben. De kans bestaat dat er zich kleine klontjes vormen, die een slagader kunnen verstoppen (trombose). Dat is heel pijnlijk, de verstopping kan ook losschieten en dan op reis gaan door je bloedvaten. Als de klontjes dan in de hersenen aankomen kan dit een herseninfarct veroorzaken, als ze in de longen terechtkomen levert dit een longembolie op.

Dat laatste heb ik twee keer gehad, het adellijke bloed dat door mijn aad’ren stroomt heeft kennelijk een hoge viscositeit,  ik moet dus de rest van mijn leven bloedverdunners slikken.

Dat is natuurlijk helemaal geen probleem, ik ben blij dat dit prachtige medicijn uitgevonden is.

Omdat ik er elke dag een paar moet slikken vraag ik bij de apotheek iedere keer 500 pilletjes aan, die na een paar dagen keurig voor me klaarliggen.

dsc_0048

dsc_0049Wat me de laatste keren opviel, is dat de medicijnen niet gewoon in één doosje zitten, maar in vijf. Alles is in vijfvoud uitgevoerd, doosjes, stickers en bijsluiters. Dit doet wat overdadig aan.

 

 

Ik realiseer me dat ik een enorme oplichtingspraktijk op het spoor ben.

De apotheker verdient natuurlijk veel meer als hij op deze manier te werk gaat. Het zou me niet verbazen als hij op deze manier vijf keer declareert bij mijn ziekteverzekeraar, terwijl hij in feite maar een keer service verleende.

Ik besluit dit tot op de bodem uit te zoeken.

Een blik op mijn declaratieoverzicht geeft niet zoveel duidelijkheid. Ik zie in eerste instantie geen buitensporige bedragen, wel veel kleine. Er worden heel wat posten opgevoerd, de meeste posten zeggen me niet veel.

Ik vraag opheldering bij Menzis en krijg snel antwoord:

Beste meneer Minnema,

Ik leg u graag uit waarom u 5 doosjes mee krijgt.

Fabrikant
De fabrikant levert deze doosjes blijkbaar per 100 in één doosje. Voor meer informatie over hun beleid adviseer ik u contact op te nemen met de fabrikant. De apotheek declareert 5 doosjes bij ons met één uitgifte tarief. Ook bij één doosje zou hij één uitgifte tarief hanteren. De apotheek declareert dus niets extra’s.

Ik wens u een fijne dag.

Hartelijke groet,

Aline Bus

Ik ben niet helemaal tevreden met het antwoord: de doosjes waar de medicijnen inzitten zijn van de apotheker, niet van de fabriek.
(Uitgifte tarief is waarschijnlijk een verzekeraarsterm, die niet in Van Dale te vinden is. De spatie tussen de twee woorden lijkt me ook verkeerd).

Maar de rest van het antwoord is duidelijk.

In de periode mei – november 2016 heeft Menzis voor mij €44,76 aan de apotheker betaald… Van mij wordt de apotheker niet rijk.

Mijn investigative-journalism episode komt voortijdig tot een einde.

Ik blijf op zoek naar een andere, echte misstand die ik aan de kaak kan stellen.

 

 

Joods historisch museum en Portugese synagoge

jhmHet was tijd voor een nieuw uitstapje, de keus viel op het Joods Historisch Museum.
Ik was hier al eerder geweest, maar herinnerde me er weinig van.

Aan de ingang vind je de bekende beveiligingsmaatregelen: een sluis waarin je moet blijven staan tot de deur achter je dicht is gegaan, dan gaat pas de toegangsdeur open. De museumjaarkaart verleent gratis toegang.

Ik heb uitgebreid gekeken naar de vele religieuze voorwerpen in de voormalige synagoge. Ook de geschiedenis komt ruimschoots aanbod: van de komst van de Joden naar het liberale Amsterdam tot de overwegingen van moderne jonge Joden om hier te blijven of naar Israël te gaan.

interieur-jhm interieur-jhm-2

Veel mooie voorwerpen, borden, affiches, gebruiksvoorwerpen, schilderijen en andere afbeeldingen. Er is duidelijke uitleg op een klein scherm waarop je een keus kunt maken uit beschikbare informatie.
Je kunt filmpjes en interviews bekijken, er komen ook veel “gewone” mensen aan het woord, niet alleen hoogwaardigheidsbekleders of specialisten.

De algemene indruk die ik overhoud is: het ziet er allemaal een beetje verlopen uit. Is het niet tijd om alles te herschikken, op te frissen?
De collectie is indrukwekkend, maar nodigt niet echt uit tot intensieve bestudering.

portugese-synagoge

Ik fietste er als student  honderden keren langs: de Portugese Synagoge aan het Jonas Daniel Meijerplein in Amsterdam, maar ik ben er nooit naar binnen gegaan.

Nu heb ik dat eindelijk wel gedaan: een bijzondere ervaring.

De Synagoge is gebouwd in 1675 en nog praktisch in dezelfde staat gebleven. Er is elektriciteit noch verwarming, 1000 kaarsen zorgen voor licht.dokwerker-en-synagoge

Het enorme gebouw met voorplein wordt omringd door lage bijgebouwen. Toen het gereed was, was het de grootste synagoge ter wereld.

De vloer is van grenenhout en (ook nu nog) bestrooid met zand, om vuil en vocht op te nemen en het geluid te dempen.

interieur_synagogeHet gebouw heeft een sober classicistische stijl, vergelijkbaar met die van protestantse kerken.

De Hoogduitse synagoge (waarin nu het Joods Historisch Museum gehuisvest is) werd in de tweede wereldoorlog helemaal leeggehaald, dat is met de Portugese Synagoge niet gebeurd. In 1945 werd zij weer in gebruik genomen.

img_20161109_144807297

Ik vond het een prachtig, indrukwekkend gebouw. Je kunt je goed een voorstelling maken van hoe het voor de leden van de Joodse gemeente moet zijn om in zo’n historisch gebouw de eredienst te vieren. Je bent onderdeel van een eeuwenoude traditie.

Aan een kant is een enorm houten bouwsel: hierin worden de Tora-rollen bewaard. In het midden is een verhoging, hier staat de voorganger.

 

Je kunt een audiotour nemen, je kunt het apparaatje op verschillende plaatsen activeren en krijgt dan interessante informatie.

De bezoeker mag ook een kijkje nemen in de bijgebouwen: hier is een bibliotheek, een keuken en ook de mikwe, het rituele bad voor vrouwen. Als je hoort uitleggen dat vrouwen hier moeten baden omdat ze onrein zijn (menstrueren) besef je dat ook de Joodse kerk wellicht over zou moeten gaan op wat moderner inzichten.

Ik heb nu in korte tijd de vijf onderdelen van het Joods Cultureel Kwartier Amsterdam bezocht (Joods Historisch Museum, JHM Kindermuseum, Portugese Synagoge, Hollandse Schouwburg en Nationaal Holocaustmuseum). Ik schreef over de laatste twee in dit bericht.

 

Joods Historisch Museum:   7

Portugese Synagoge:             8

 

Dit is het adres van de site.

Bridge leren in Almere: het Denken en Doenproject

Op 1 maart 2015 startte het project Denken en Doen in Almere.

De gemeente had ter voorbereiding een gerichte mailing gestuurd aan 5000 mensen in de leeftijd 55+, allen bewoners van de Waterwijk.  De vraag was of ze geïnteresseerd waren in een cursus bridge, georganiseerd door de plaatselijke bridgevereniging, in samenwerking met de NBB en de gemeente Almere.

dsc_0020

Er reageerden 105 mensen, waarvan er in eerste instantie 75 in een lesgroep geplaatst werden, enkelen kwamen op de reservelijst, zij zijn geplaatst als er een plaats vrijkwam. Anderen zagen af van deelname.

De lessen werden verzorgd door bridgedocenten van BC Almere.

De beginners hadden les op de woensdag- vrijdagmiddag, de gevorderden op maandagmiddag.

In de periode maart 2015 – oktober 2016 kregen ze 54 lessen, die werden gegeven in het Huis van de Wijk en de Draaikolk (buurthuizen in Waterwijk).

In deze periode werden ook vier feestelijke drives georganiseerd.

dsc_0044

Om aan de behoefte van een dag-speelmoment te voldoen heeft Bridgeclub Almere vanaf 1 januari 2016 op maandagmiddag een speelmoment gecreëerd naast de twee speel-avonden. Dit vindt plaats in buurthuis de Draaikolk.

Na afloop van het project kunnen we de balans opmaken:

  • Verreweg de meeste deelnemers hebben het hele project afgerond (enkelen vertrokken, hun plaats werd vaak ingenomen door een nieuwe deelnemer).
  • Bridgclub Almere heeft 33 nieuwe leden mogen inschrijven, die allen deel hebben genomen aan het project Denken en Doen.
  • Van de andere deelnemers is bekend dat ze thuis bridgen. Zij hadden er geen behoefte aan lid te worden van een bridgevereniging.
  • We hebben veel plezier en enthousiasme waargenomen, sommige deelnemers hebben zeer tegen hun zin moeten afhaken vanwege gezondheidsproblemen. Dit was, gezien de hoge gemiddelde leeftijd, te verwachten.
  • De gemeente heeft een bedrag van €10750 geïnvesteerd (plus de kosten van de lesruimtes), de NBB €4150 en de bridgeclub vele mensuren.
  • Hiertegenover staat dat een groot aantal oudere Almeerders een plezierige dagbesteding heeft gehad, sociale contacten hebben gelegd en de kans hebben gekregen lid te worden van een leuke vereniging. Voor de gemeente zijn de kosten per jaar lager dan die voor één scootmobiel. De opbrengst in termen van volksgezondheid en sociale cohesie (vereenzaming, hersenactiviteit, actieve leefstijl) is niet in cijfers uit te drukken, maar wel evident.

Nog een keer?

Gezien het geweldige succes van het project heeft BC Almere het voornemen een aanvraag in te dienen bij de gemeente Almere voor nog een D&D project in een andere wijk.

dsc_0046

Hermitage Amsterdam

 

hermitage-g

Ik bezocht dit mooie museum al eerder. Het is gevestigd in het voormalige verpleeghuis Amstelhof aan de Amstel. Het gebouw stamt uit de 17e eeuw.

Ik bekeek dit keer de tentoonstelling Catharina de Grootste (“zelfgeslepen diamant van de Hermitage”).

img_catharina-affisches-nieuw

Het ongelooflijke verhaal van een veertienjarig Duits prinsesje dat de machtigste keizerin van haar tijd werd. U wordt in vervoering gebracht en meegenomen in het sprookje van deze legendarische tsarina.
Hoe ze na een spectaculaire coup maar liefst 34 jaar het land regeerde. Hoe ze het moderniseerde en tot grootmacht maakte. Hoe ze correspondeerde met de Franse filosofen Voltaire en Diderot. Hoe ze omging met haar vrienden en favorieten. Het zijn allemaal facetten van de diamant die ze zelf sleep.
Prachtige kunst, juwelen, persoonlijke objecten en kostuums uit de schatkamers van de Hermitage. Zij stichtte het museum in St. Petersburg ruim 250 jaar geleden.
Haar sprookjesachtige levensverhaal inspireerde de grote diva’s van het witte doek, zoals Marlene Dietrich, Catharine Deneuve en sterren van nu als Catherine Zeta-Jones en Keira Knightley. Het is het verhaal van de laatste vrouw die Rusland regeerde.

Hermitage behoort niet tot mijn favoriete musea. Hoewel ik erg van geschiedenis houd bekruipt me bij dit soort historische exposities toch altijd een gevoel van verveling: weer een sabel, weer een galakostuum, weer een schilderij met paarden.

zaalJe wordt een beetje blasé van al die vitrines met oude voorwerpen, het was dus een slimme vondst om hier en daar op een monitor fragmenten te tonen uit films die over Catharina gingen. Je ziet de actrices die in de tekst hierboven genoemd worden en kan de aankleding en enscenering vergelijken met de echte voorwerpen.

Voor het eerst had ik me nu ook laten overhalen een audiotour te nemen. Ik heb het meestal niet zo op die mensen die met een apparaatje aan het oor wezenloos rondlopen. Ik heb liever mijn eigen indrukken.
Probleem is, dat ik altijd de bijschriften wil lezen. Dat zijn er altijd heel veel en ze hangen ook vaak te laag. Dan is gesproken informatie in je oor wel zo handig…
Ik vond de teksten niet te lang, je kon bovendien zelf het apparaatje activeren als je daar behoefte aan had en zat dus niet vast aan een opgelegde volgorde.
Er was zelfs een knopje waarmee je nog extra informatie kon oproepen als je buitengewoon gegrepen was door het gebodene.

 

Catharina de Grootste:   7

 

Veel meer informatie op de site hier

 

Vader en zoon

 

 

vader-en-zoon-en-pappa-2

Bij het doorbladeren van een oud fotoboek stuitte ik op deze mooie opname van mijn vader en mij. Hij is genomen in 1962, ik was toen 7 jaar.

Ik zag er aanleiding in een stukje te schrijven over vader en zoon-activiteiten, en dacht erover als titel te gebruiken: “Wat mijn vader met mij deed”.
Bij nader inzien heb ik die titel maar niet gebruikt, anno 2106 heeft een zinnetje als dit een heel andere connotatie dan ik voor ogen had.

Mijn vader was een druk bezet man, die niet zoveel tijd had voor zijn gezin. Hij werd erg in beslag genomen door zijn werk en had vrij traditionele opvattingen over de taken van man en vrouw: de een was kostwinner en de andere zorgde voor de opvoeding.

Hij was een verstokt toerist en nam ons mee op verre reizen in de Volkswagen en later de Ford Taunus. Het was voor ons geen onverdeeld genoegen de hele dag dicht op elkaar gepakt in de warme auto te moeten zitten, ik vermoed dat wij meer zouden hebben genoten van het strand van Zandvoort dan van het paleis van keizer Diocletianus. Maar inspraak bestond toen nog niet.

Gelukkig organiseerde mijn vader regelmatig uitstapjes met mij, waar ik heel erg van genoot. Het was mannen onder elkaar en we hielden ons ook bezig met mannendingen.

Soms gingen een eindje fietsen en eindigden dan bij het sluisje: twee houten deuren hielden het water tegen. Ze konden geopend worden door aan een groot rad te draaien. Twee lange witte palen waren met kettingen aan de deuren verbonden. Ik heb nooit goed begrepen wat hun functie was. We gingen op een bankje zitten en praatten wat, daarna fietsten we weer naar huis.
Soms ging de expeditie wat verder: mijn vader nam me mee naar een stukje wilde natuur aan de waterkant, waar ik een vuurtje mocht stoken van takken die we verzameld hadden. Thuis in Amsterdam was daar niet voldoende gelegenheid voor. We sneden riet en mijn vader maakte hier pijlen van die ik met mijn boog kon afschieten.
Ik bewonderde de simpele maar doeltreffende manier waarop mijn vader van de stengels pijlen maakte die geschikt waren voor mijn boog: twee snelle sneden met zijn zakmes creëerden een V-vorm waarin de pees van mijn boog precies paste.
Van zijn werk had mijn vader een kartonnen koker meegenomen, waar een affiche in had gezeten. Hier gingen mijn pijlen in.

Mijn vader is opgegroeid op het Friese platteland. Hij ging vissen met zijn vrienden, ze bakten hun vangst zelf op een vuurtje. Dit beeld sprak me erg aan, maar het is hem niet gelukt een visser van mij te maken: ik vond het doodeng als ik beet had en durfde de vis niet aan te pakken. Ik zie nog mijn vaders vaardige handen die in een snelle beweging het haakje uit de bek van de vis trokken. Die ging weer terug in het water. Ik bevestigde een nieuw bolletje klef brood aan mijn haakje en hoopte dat de vissen niet zouden bijten.

Ik houd nog steeds niet van vis.

Ik had leren zwemmen in het Sportfondsenbad, als ik met mijn vader ging zwemmen gingen we naar het veel mooiere Zuiderbad bij het Rijksmuseum. Ik verbeeldde me dat ik de enige was die wist dat je je kon verstoppen achter het watergordijn van de waterval.
Ik durfde alleen in een verkleedhokje, maar haastte me met aankleden en was opgelucht als ik mijn vader zag staan wachten. Hij kamde mijn natte haren, iets wat ik zelf nooit deed.

Soms mocht ik op een zaterdag mee naar zijn werk. Mij vader werkte op een school aan de Plantage Middenlaan. De school was verlaten, ik vermaakte mij alleen in de gymzaal, mocht een roze koek uit de kantine halen en mijn stem via de geluidsinstallatie door de school laten schallen.

Met het zoontje van de conciërge ging ik naar Het Waterlooplein, ik kreeg een rijksdaalder mee om wat te kopen. Na eindeloos delibereren kocht ik een doosje met een gros kroonpennetjes. Wat ik met 144 kroonpennetjes moest doen wist ik niet, maar het doosje woog zo lekker zwaar en ze lagen zo prachtig ruggetje aan ruggetje in het gelid.

marja-2Ik kan me niet herinneren dat we ooit echt uit eten gingen, als er iets te vieren was ging het gezin patat eten bij snackbar Marja in de Jan Evertsenstraat. Ik keek gebiologeerd naar de eigenaar die grote geschilde aardappelen rechtop in een apparaat zette waarna hij met veel kracht een hendel omlaag bewoog. Er kwamen frieten onderuit die in een plastic bak vielen.
We kregen onze frites op een schoteltje met een kwak mayonaise. We vonden het een fantastische traktatie.

Mijn vader is in 1994 overleden.

vader-en-zoon-en-pappa

 

Maurice de Hond, Spitzer en de schermpjes

Steve Jobsscholen in de knel

Dit is de titel van een artikel in het AOB-blad. Scholen haken af van het concept, (waarbij alle kinderen een iPad krijgen). Men is niet erg te spreken over de hoge financiële bijdrage die door Maurice de Hond gevraagd wordt en de resultaten beantwoorden niet helemaal aan de verwachtingen. (Zie hier voor het volledige artikel).

Dit verbaast mij natuurlijk niet. Ik blogde al eerder over mijn confrontatie met de goeroe van de tablets, die vreselijk veel verstand van onderwijs heeft. Alle kritiek wijst hij van de hand met het argument dat het huidige onderwijs heel erg ouderwets is, als je het niet met hem eens bent ben je een fossiel.

Ik schreef ook al over Manfred Spitzer, die een boek publiceerde over de kwalijke effecten van ondoordacht computergebruik op het geheugen (Digitale Dementie). Zie hier. 

digiziekSpitzer heeft inmiddels een nieuw boek geschreven, wonderlijk genoeg bestaat dit voor een groot deel uit een herhaling van zijn vorige standpunten.

Digiziek – pleidooi voor offline leven is nog uitgebreider en citeert nog meer onderzoek.  Hij heeft het nu uitdrukkelijk ook over het wijdverbreide gebruik van de smartphone.

Stress, depressie, slapeloosheid en een verslechterde motoriek en conditie behoren allemaal tot de risico’s.

Het is ongelooflijk om te lezen hoeveel wetenschappelijk onderzoek er gedaan is op het gebied van het gebruik van de computer en smartphone. Keer op keer wordt heel duidelijk aangetoond dat er heel veel schadelijke effecten zijn van het gebruik van deze apparaten. En het gebruik neemt alleen maar toe…

De lobby van fabrikanten en leveranciers is zo sterk, dat gefundeerde kritiek geen poot aan de grond krijgt.
Spitzer maakt meerder keren de vergelijking met de situatie rondom het roken: het was al heel lang bekend dat het zeer schadelijk was, maar niemand deed er iets aan. De fabrikanten konden heel lang volhouden dat er wetenschappelijk nog geen direct verband tussen roken en longkanker was vastgesteld, ze konden altijd wel ergens een onderzoek opduikelen dat zogenaamd het tegendeel aantoonde.

Jonge mensen zitten vastgeketend aan hun mobieltje en worden diepongelukkig als ze er een tijdje geen gebruik van kunnen maken. Ze gaan ermee naar bed en ze staan ermee op. Ze besteden er zoveel tijd aan (niet zelden 12 uur per etmaal) dat andere activiteiten in het gedrang komen.

Communicatie vindt op een gegeven moment alleen nog plaats via een apparaat. Interactie en empathie staan op een laag pitje.

Spitzer maakt zich niet populair met zijn standpunt dat vooral het onderwijs uiterste terughoudendheid moet betrachten in het gebruik van digitale middelen (hoe vaak wordt kennis niet verward met informatie?). Hij heeft bakken kritiek over zich heen gekregen, terwijl hij toch steeds verwijst naar wat wetenschappelijk is aangetoond.

Opvallend is dat hij het in zijn nieuwe boek nauwelijks heeft over de traditionele activiteiten (spelen, muziekmaken, zingen, genieten van de natuur, je vervelen, dromen) als alternatief voor de alomtegenwoordige schermpjes.
In zijn vorige boek stond hij hier uitvoerig bij stil, ik vermoed dat hij juist hierom veel bagger over zich uitgestort heeft gekregen: het is heel simpel om iemand belachelijk te maken als hij pleit voor “ouderwetse” zaken.

We luisteren veel liever naar moderne betweters als Maurice de Hond.

Digiziek: 8