Konijnenheuvel

Er waren mannen aan het werk in ons huis. Omdat we hen niet voor de voeten wilden lopen namen we voor een weekje onze intrek in een huisje op de Veluwe.
We hadden er niet zo op gelet, maar bij nader inzien bleek dat we hadden gekozen voor een bungalow 2L. De L stond voor: luxe.

 

Een huisje behoort tot de categorie luxe als er een fles wijn ter verwelkoming op tafel staat (met ernaast twee liggende wijnglazen, de steel van het ene gedrapeerd over die van het andere), als er een zonnebank is en een sauna. De bedden zijn ook al opgemaakt.

 

Het huisje maakte onderdeel van Landal Green Park Rabbit Hill.  Er is een echte heuvel met gaten waarachter konijnenholen schuil gaan. Af en toe steekt er een konijn zijn neus naar buiten, maar verder was er niet veel te zien. Ik denk dat de konijnen het te koud en te nat vonden om hun holletje te verlaten.

Gold dit ook voor ons?

Iedereen weet dat je prachtig kunt wandelen in een bos, maar het moet dan wel een droog bos zijn. De temperatuur moet ook aangenaam zijn.
We bevonden ons dus op de Veluwe, omringd door bos en hei, maar het weer noodde niet echt uit tot sportieve stappen.
We lazen veel en keken series op DVD. Als je zegt dat je hiervoor niet een luxe huisje op de Veluwe hoeft te huren heb je een punt.

We probeerden een keer een boswandeling (lengte 5 km, maar de gevoelslengte was 15 km), langs half verrotte natte bomen en door modderige plassen. Wilde zwijnen hadden van de bodem een puinhoop gemaakt,  ze wroeten er met hun snuiten in op zoek naar eikels.
Greet bezocht het familiebad (fun!), maar kwam erachter dat er veel jengelende kinderen op Rabbit Hill bivakkeerden. Die logeerden vast niet in een luxe huisje!

De beeldkwaliteit van de televisie hield niet over, de tweede avond viel het beeld zelfs helemaal weg terwijl we naar het journaal zaten te kijken. Ook DVD’s kon je alleen beluisteren.
De volgende dag kwam er een dikke monteur, hij had zijn dochter meegenomen (die ook niet mager was), om de elektrische schroevendraaier vast te houden.
Hij kon ook geen beelden tevoorschijn roepen en ruilde onze tv om voor een nieuwe. Ik durfde niet te vragen of hij het toestel in de slaapkamer ook kon vervangen: het beeld hiervan vertoonde vooral veel sneeuw en tuimelde voortdurend.
Later op de avond begon het te stormen en de buitendeur ging spontaan open. We vonden allebei dat de ander moest gaan kijken wat er aan de hand was.

Ik heb geen gebruik gemaakt van de zonnebank, die deed me veel te veel denken aan een futuristische doodskist. Je krijgt me voor geen goud in een sauna, iedereen weet dat als je daarin gaat zitten, na verloop van tijd je haar in de fik vliegt.

Ik heb wel het bubbelbad geprobeerd. Je drukt een knopje in dat zich op de rand bevindt, dan begint het te grommen onder het bad en verschijnen er allemaal grote en kleine luchtbellen. Ik vond het geen aangename ervaring en drukte gauw het knopje weer in. Mijn ballen voelden gekneusd aan.

 

 

We waren vlakbij het Kröller Müllermuseum, dat zo prachtig midden in Natuurpark de Hoge Veluwe ligt. We maakten gebruik van de gratis fietsen om van het toegangshek naar het museum te fietsen, toch nog 5 kilometer.
In het museum was een mooie expositie over het vroege werk van van Gogh. Ik vond de combinatie van tekeningen en schetsen en levensgrote zwart-wit foto’s uit die tijd heel geslaagd. Je kon zien waardoor van Gogh geïnspireerd werd en wat hij wilde uitbeelden.

Er hing ook werk van Mondriaan, ik vond twee schilderijen van Isaac Israels erg mooi.
In de beeldentuin stond een aantal fraaie beelden.

Toen ons verblijf op het park ten einde was gekomen bleek de natuur bezit te hebben genomen van onze auto. Die was geheel bedekt met een lading dennennaalden, modder en vogelpoep.

We komen nog eens terug op de Veluwe als het warmer is en droog.

Rabbit Hill in de winter             6
Kröller Müllermuseum              8

 

Tegeltjes

Niet lang geleden werd ons huis getaxeerd. In de omschrijving stond dat de badkamer enigszins gedateerd was. Dat kon wel kloppen, we hadden er niets meer aan veranderd sinds de oplevering.

Onze badkamer is niet groot, heeft geen raam en bevatte een ligbad waar niemand gebruik van maakte.  Het ventilatiesysteem werkte niet goed, de waterdamp van de douche werd niet goed weggezogen omdat de ventilatieopening te ver weg zat. Hierdoor ontstond ontsierende zwarte schimmel op het plafond.
De douche had een gordijn, dat akelig aanvoelde als je het aanraakte. Dat gebeurde heel vaak omdat de afmeting van de douche geschikt was voor mensen van pygmeeformaat. Er liep ook voortdurend water langs het gordijn naar beneden, dat een plas vormde voor de douchebak.

 

Het werd dus tijd voor een make-over. (Zo, kan ik dat woord ook eens gebruiken).

We wonnen advies in bij onze vaste interieurarchitect (een ander zou hem klusjesman noemen), die met een goed plan kwam.
Het bad ging eruit, de douche zou er een van het inlooptype worden, het plafond werd verlaagd en er zou een nieuw wastafelmeubel komen. Er kwam ook een zwevend toilet en een designradiator.

Afgelopen week is Ben Gort bij ons bezig geweest, het resultaat is spectaculair.

De pièce de résistance wordt gevormd door de geraffineerde plaatsing van een klein aantal gekleurde tegeltjes, een idee van Greet.

Ik kan onze bevriende binnenhuisarchitect/klusjesman van harte aanbevelen!

Dit is zijn website. 

 

Inspiratie

Mijn studiekeuze was op een wonderlijke wijze tot stand gekomen.
Omdat mijn vader de crisis had meegemaakt, vond hij het belangrijk dat zijn kinderen een opleiding zouden volgen die hen in staat zou stellen snel een degelijke, vaste baan te krijgen. Omdat hij zelf als onderwijzer begonnen was vond hij dat beroep het meest geschikt. Hij was ervan overtuigd dat iemand met een onderwijzer-diploma altijd en overal aan de slag kon. Zelfs buiten het onderwijs stelde men hoge prijs op de algemene kennis en degelijke inzetbaarheid van een meester of juf. Dacht hij.
Nu had mijn vader wel wat meer ideeën die niet meer helemaal strookten met de actuele praktijk, hij stelde bijvoorbeeld voor dat ik na mijn diensttijd “op pension” zou gaan. Dit hield in dat ik een kamer zou betrekken en dat ik dan verzorgd zou worden door mijn hospita. Een jongen kon immers niet zijn eigen potje koken.
Dit kan gebruikelijk zijn geweest in zijn tijd,  het was voor mij niet bepaald een realistisch perspectief.
Maar ik kon wel meegaan in zijn gedachtengang met betrekking tot het onderwijzersvak. Ik wilde graag studeren en de Pedagogische Akademie leek me wel wat. Er was niet bepaald sprake van een brandende roeping.

Gelukkig heb ik nooit spijt gehad van mijn studiekeuze, ik vond de vakken interessant en het praktijkgedeelte was ook  leuk.

In het kader van mijn studie las ik onder andere De gelukkige klas van Theo Thijssen en Op je kop in de prullenbak van Guus Kuijer.
Wat genoot ik van die boeken! Theo Thijssen schreef over het onderwijs anno 1926, maar het deed volstrekt niet verouderd aan. Ik herinner me de passages over het groepslezen: hij moest heel lang doen met een vervelend boekje en mocht niet doorgaan met het volgende, want dan zou er een probleem optreden in het vervolgjaar. Hij creëerde ook een band met de kinderen, waardoor ze heel erg hun best gingen doen.
Ik las over het bezoek van de inspecteur en herkende hier veel van toen ik er later zelf een in mijn klas kreeg.
De liefde voor de kinderen en de betrokkenheid die een goede leerkracht voor zijn leerlingen voelt kwamen ook volop naar voren in het boek van Kuijer. Ik vond vooral het samenzweerderige element mooi, waarin de meester samen met zijn klas de autoriteit van de directeur tart. Hij wil met de kinderen naar het bos, maar weet dat dat eigenlijk niet mag. Hij laat zijn kinderen muisstil gebukt langs het lokaal van de bovenmeester sluipen, om toch stiekem naar buiten te kunnen.
Op een dag is hij chagrijnig en reageert dit af op de klas. Hij wordt door middel van een briefje  door Madelief ter verantwoording geroepen.

Ik nam me voor als meester een kruising te worden van Thijssen en Kruijer. Zij waren mijn lichtende voorbeelden en ik voelde mij door hen geïnspireerd.

Ik geef inmiddels al lang geen les meer en heb in de loop van mijn carriere mijn inspiratie ook aan de woorden en daden van anderen ontleend. (In mijn werkkamer hingen foto’ s van Martin Luther King en Nelson Mandela).

Bij iedere levensfase hoort een inspirator.
Wellicht kom ik nog wel eens in de levensfase terecht waarin je kleinkinderen krijgt. Er zijn nog geen tekenen die erop wijzen dat dit in de nabije toekomst gaat gebeuren, maar ik werd laatst al wel als opa aangesproken. Ik was beledigd en twijfelde aanvankelijk aan de opmerkingsgaven van  de spreker, maar moest later erkennen dat ik inmiddels al aardig aan het beeld van een opa beantwoord…

Mocht het ooit zover komen (mijn zonen hebben volgens mij nog volstrekt geen inclinatie), dan weet ik nu al wie mij op dit vlak inspireren zal: Simon Carmiggelt. Ik wil een opa worden zoals hij!

(Dit verhaal komt uit de bundel De vrolijke jaren).

Treinen

Gistermiddag wilde mijn kleinzoon van vijf het liefst naar het Centraal Station om met de treinen te spelen. Het was een goedkoop uitje, want een consumptie bliefde hij niet omdat de spoorwegen hem geheel opeisten. Nauwelijks waren we op het eerste perron gearriveerd of een stem uit de luidspreker zei: ‘Hier volgt een mededeling bestemd voor Bobbie Lakenveld. ‘ WiI Bobbie Lakenveld zich begeven naar het eerste perron en zich daar vervoegen bij het loket voor doorgaande reizigers.’
Mijn kleinzoon had aandachtig geluisterd en wilde nu weten wat er met Bobbie Lakenveld aan de knikker was. Ik improviseerde uit de vrije hand een vertelling over een ventje dat in de drukte zijn ouders was kwijtgeraakt en nu, ontheemd rondzwervend door het station, uit de luidspreker vernam dat hij zijn dierbaren op het eerste perron vinden kon. Nadat ik desgevraagd nog had verklaard dat ‘zich begeven’ voor Bobbie Lakeveld gewoon neerkwam op lopen en ‘zich vervoegen op het uitspreken van de woorden ‘hier ben ik’ was de zaak mijn kleinzoon geheel duidelijk. We stelden ons bij de trap op, ten einde het onfortuinlijke kereltje te zien boven komen. Maar even later vergaten we hem weer omdat de trein naar Rotterdam op vertrek stond en nodig even weggeholpen moest worden.
Mijn kleinzoon ging midden op het perron staan, hief zijn rechterarm en maakte daarmee een uitwuivend gebaar. Daar de trein zich op datzelfde moment in beweging zette schrok hij van zijn eigen macht, liet zijn arm onmiddellijk weer zakken en deed een stapje achteruit.
De stem uit de Luidspreker zei: ‘Langs het tweede perron oostzijde arriveert binnen enkele ogenblikken de in vertraging zijnde zonexpres uit Italië.’
Daar moesten we natuurlijk meteen heen, want zo’n verre trein heeft een hoop te vertellen.
We kwamen net op tijd en dat was maar goed ook want nu kon hij er, door het opheffen van zijn handje, voor zorgen dat de machtige, moe gehijgde locomotief vlak bij ons tot staan kwam.
Met de buik een beetje vooruit en zijn favoriete petje weer wat te diep in de ogen stond hij daar trots te dagdromen. En hij was onder de enorme pathetische welving van het station zo aandoenlijk klein en nietig, dat ik spontaan zin kreeg om de machinist, die uit de locomotief klom, een lel te geven alleen omdat hij hem in het geheel niet opmerkte, maar met een blok voor zijn grote mensenkop wegstapte.
Gelukkig kwam er onmiddellijk daarna een hoogst inschikkelijke chef die zelfs goedvond dat hij even het echte gebakken ei vasthield, zodat de kaarten van de spoorwegen toch nog gunstig kwamen te liggen.
Op een bank gezeten legde ik hem, op zijn verzoek, geheel naar eigen fantasie uit waarvoor al die rode lichtjes waren. Hij luisterde ernstig en zei: ‘En toen was ik hoofdconducteur en toen vroeg jij aan mij waarvoor die rode lichtjes waren … ‘
Hoe komt het toch dat alle kinderen zich, zodra ze iemand anders gaan spelen, meteen van de verleden tijd gaan bedienen? Ik zei: ‘Hoofdconducteur, weet u waarvoor die rode lichtjes zijn?’
Hij gaf me daarna mijn eigen prietpraat weerom, zij het op de wat snauwerige, gewichtige toon die hij altijd reserveert voor zijn ridders, politieagenten, cowboys en andere viriele creaties. Op het eerste perron stond inmiddels weer iets te sissen van verlangen om door hem te worden weggewuifd, maar toen we er arriveerden bleef hij ontroerd staan en zei: opa …
‘Ja?’
‘Daar zit Bobbie Lakenveld.’
En inderdaad zat in de restauratie een jongetje met zijn beide ouders een flesje limonade te drinken.
Wij wuifden hartelijk naar hem om onze vreugd over de goede afloop van de kwestie te markeren maar het kereltje keek arrogant terug.
Als u het mij vraagt was het Bobbie Lakenveld helemaal niet, maar een doodgewone jongen van niks.

 

1917 – 2017 De laatste Tsaar

We bezochten de Hermitage, dat prachtige museum aan de Amstel, waar nu een mooie tentoonstelling is over de Romanovs, de Russische tsarenfamilie.

Wat vooral opviel is de onmetelijke afstand tussen de levens van de miljoenen gewone Russen en die van de keizerlijke familie.
De tsaar en zijn echtgenote waren ervan overtuigd dat hun gezag van God gegeven was en leefden een onvoorstelbaar luxe leven, amper beseffend welke ontwikkelingen er plaats vonden in Rusland en in de wereld.
De Tsaar nam achter elkaar beslissingen die later verkeerd bleken te zijn geweest, het culmineerde uiteindelijk in de gruwelijke moord op hem en zijn gezin.

Er is veel te zien: schilderijen, voorwerpen, brieven en zelfs een van de bajonetten die gebruikt zou zijn bij de moordpartij. Ik heb van dichtbij gekeken of er koninklijk bloed op zat, maar kon dat niet ontwaren.

Ik heb meestal al snel genoeg van alle pracht en praal: dure meubels, pompeuze schilderijen en veel goud heb je op een gegeven moment wel gezien.
Foto’s  zijn altijd boeiend, de ijskoude blik van Raspoetin en de 4 dochters in hun mooie jurken, die nog niet weten welk lot hen wacht maken een grote indruk.
Ook de gebruiksvoorwerpen zijn fascinerend, zoals het speelgoedbeertje van de tsarevitsj Aleksej (het arme jongetje dat Tsaar had moeten worden, maar leed aan hemofilie).

Er blijft altijd een bijzonder detail hangen als je zo’n mooie expositie hebt gezien. Voor mij was dat het gegeven dat de tsarina en haar dochters zoveel diamanten in hun corset hadden verstopt (die zouden later nog wel eens van pas kunnen komen), dat de kogels die hen moesten doden er door tegengehouden werden. De moordenaars moesten daarom van messen gebruik maken..

De laatste Tsaar en de Revolutie:     8 1/2

 

Ed van der Elsken in het Stedelijk Museum

Ed van der Elsken (1925-1990) is één van de grootste Nederlandse fotografen en documentaire filmers van de 20ste eeuw. Met De verliefde camera presenteert het Stedelijk het grootste overzicht wereldwijd van zijn werk in 25 jaar. De tentoonstelling belicht zowel zijn kwaliteiten als fotograaf als de relatie met zijn films en boeken in een rijke, veelvormige presentatie.

We bezochten een mooie tentoonstelling van het werk van de in 1990 overleden fotograaf en filmer Ed van de Elsken.

De foto’s zijn naar thema gerangschikt, een van zijn bekendste is het leven van jongeren in Parijs. Verder heeft hij veel gereisd en hier verslag van gedaan.

 

 

Ik vind de zalen een beetje donker, je kunt de foto’s niet echt heel goed zien. Hier en daar worden doorlopend gedeelten van zijn films vertoond. Het Nederlandse commentaar is nauwelijks te verstaan, je ogen worden steeds getrokken naar de Engelse ondertiteling. Dat is een vreemde gewaarwording en ook wat storend.

Van der Elsken is een geweldig fotograaf, je krijgt ook inzicht in zijn werkwijze: in vitrines liggen veel negatiefstroken voorzien van aanwijzingen en commentaar.

Ga naar de site van het Stedelijk Museum

Zeer de moeite waard.

De verliefde camera      8

Communicatie

Het gebeurt regelmatig dat je mensen tegen anderen hoort praten en dat je er eigenlijk van opkijkt dat hun boodschap aankomt. Vaak is er sprake van onjuiste informatie, of is deze slecht geformuleerd. Toch begrijpt de luisteraar vaak wat bedoeld wordt, en accepteert de kreupele wijze van communiceren.

Hierbij krab ik me achter de oren:

Je wilt niet weten hoeveel moeite ik hiervoor gedaan heb!

Waarom maak je deze opmerking als je al weet dat de ander niet geïnteresseerd is?

Deze opmerkingen hoorde ik een juf maken tegen haar klas:

Hoe duidelijk kan ik zijn?

Welk antwoord verwachtte ze? U hebt er kennelijk moeite mee , juf. Of: u kunt het best, maar op dit moment maakt u er een potje van.

Hoe eerlijk is dat, drie tegen één?

Tja, dat hangt er maar van af: hoe groot is die ene?

En natuurlijk de klassieker (waaraan ik mezelf ook schuldig heb gemaakt:

Wat hadden we nu afgesproken?

Een slim kind antwoordt natuurlijk: we hadden niks afgesproken, juf. U had iets eenzijdig opgelegd.

Soms hebben mensen ook moeite met de toekomende tijd.

In de winkel:

Dat wordt dan €17,60.

Het wordt niet €17,60, dat is het al. De kassa heeft de bedragen die mijn boodschappen kostten bij elkaar opgeteld geeft het resultaat op de display weer.

Tegen een zwangere vrouw:

Wat wordt het, een jongetje of een meisje?

Het wordt niks, het is al. Vanaf het moment dat de bevruchting van de eicel plaatsvond stond het geslacht al vast. XX een meisje en XY een jongetje.

In een rouwadvertentie:

We gaan hem heel erg missen.

(We hebben het nu nog even druk met de begrafenis en het regelen van de erfenis, maar als dat achter de rug is gaan we beginnen met missen!)

Tot slot moet ik denken aan de onbeleefde manier waarop Christelijke mensen communiceren met de Almachtige.

We moesten tijdens het Paasfeest zingen

Waar is toch uw almacht thans, waar uw goddelijke glans?

Ik vond dat altijd erg onaardig. Hing Jezus daar pijn te lijden aan het kruis en kreeg hij nog een trap na ook!

Ik moest als jongetje bidden voor het eten:

Here zegen deze spijze amen.

Ik vond dat nogal aanmatigend. Alsof je met je vingers knipte en God een opdracht gaf. Hier, even zegenen!

Voor de veiligheid (je wilt je niet Zijn gramschap op de nek halen) maakte ik er altijd dit van:

Here zegen deze spijze amen alstublieft.

Ik doe het nog steeds.

Borden

Ik ben wat de Engelsen een Reluctant Motorist zouden noemen. Ik houd niet erg van autorijden, maar ben me er natuurlijk terdege van bewust hoe handig een auto kan zijn.
Soms kost gebruikmaken van het openbaar vervoer echt te veel tijd, (of rijdt het niet) en de caravan achter de fiets hangen is niet echt een optie.

Ik vind het niet prettig als het regent (gladheid en slecht zicht) en ook rijd ik niet graag in het donker. Ben ik de enige die er niet blind op vertrouwt dat alles wel goed komt?
Zelfs als het glad is, of pikkedonker, lijken de meeste medeweggebruikers te denken dat een ongeluk hun niet kan overkomen.

Ik maak dus een bescheiden gebruik van de auto (5000 km per jaar) en ben een verantwoordelijk automobilist: ik rijd nooit als ik alcohol heb genuttigd, let goed op en maak geen ruzie met mijn vrouw als ik aan het stuur zit.
Ik ben aanhanger van het nieuwe rijden: rustig optrekken, niet te veel toeren maken en anticiperen op stoplichten (dus tijdig het gas loslaten).

Ik let er heel erg op dat ik tijdens het parkeren geen andere auto’s raak. Het kan mij niet veel schelen als er een deukje in mijn oude auto komt, maar ik weet dat andere autobezitters een mental breakdown kunnen krijgen als hun bolide een krasje heeft opgelopen.

Als verantwoord weggebruiker let ik ook goed op alle borden die er zijn geplaatst om ons voor gevaren te behoeden of aanwijzingen te geven.

Het zijn er af en toe wel heel erg veel, ik neem ze dan waar als een soort gestalt. Op de meeste ben ik voorbereid.

Wat me de laatste tijd opvalt, is dat je nooit meer de ruitvormige borden ziet die aangeven dat je je op een voorrangsweg bevindt. Je moet die informatie nu krijgen van de haaientanden op de weg (waarachter de ander moet halthouden) of dit bord. Deze aanwijzingen zijn dus eigenlijk niet voor jou bestemd.

 

Er is wel een veelheid van waarschuwingsborden bijgekomen. Een driehoekig verkeersbord met rode rand vertelt ons dat we moeten oppassen voor datgene dat in het witte vlak wordt aangegeven.

Je komt wel eens varianten tegen die vraagtekens oproepen of voor andere uitleg vatbaar zijn:

Moet je hier oppassen voor vrouwen die in bikini op het strand liggen?

Het is prettig om te weten dat de padden zich zorgvuldig aan deze tijden houden. Er kan er nog een om 06.59 oversteken, daarna wachten ze tot het weer avond wordt.

 

 

Vooral te vinden in de buurt van jeugdcampings.

 

 

 

Niet lang geleden werd Nederland geteisterd door een nieuwe hobby: Pokemon-jagen met behulp van je mobiele telefoon. Je kon geconfronteerd worden met het fenomeen van een stapvoets rijdende brommer die zo langzaam ging omdat zowel de bestuurder als de achterop zittende leeftijdgenoot op het schermpje van hun gsm aan het turen waren.
Anderen vertrappelden de natuur omdat er sprake was van een hotspot. Nederland zou Nederland niet zijn als er niet een wakkere ambtenaar op de proppen zou zijn gekomen met een toepasselijk waarschuwingsbord.

 

Sinds kort heb ik ook een mooi bord in de buitenkamer hangen. Erop vallend licht wordt prachtig gereflecteerd en het heeft wel iets van een studentikoze trofee.
Ik was het bord al talloze malen gepasseerd, het was achtergelaten aan de kant van de weg.

Op een gegeven moment wist ik zeker dat de verantwoordelijke wegbeheerder er geen prijs meer op stelde. Ik voelde mij dus gerechtigd het mee te nemen, maar was wel heel bang aangehouden te worden gedurende mijn korte fietstocht naar huis. Hoe zou ik aan een verbaliserende ambtenaar kunnen uitleggen wat ik met dit bord deed? Hij zou mij terecht verwijten dat het hier  gemeenschapseigendom betrof en dat ik het slechte voorbeeld gaf.

Ik volhardde echter en nu kan niemand mij meer op heterdaad betrappen (zou iemand mij vragen hoe ik aan dit bord ben gekomen, dan zou ik antwoorden dat iemand anders het tijdens mijn afwezigheid moet hebben opgehangen. Bewijs maar eens dat dit niet zo is!)

Blijft er maar een probleem: wat betekent dit bord eigenlijk? Moeten we oppassen voor uitroeptekens? Kan er elk moment een van rechts de weg opschieten? Wie kan het vertellen?

Nieuw licht

We zijn een beetje uitgekeken op een aantal armaturen die we ophingen toen we ons huis betrokken.

Twee hadden we al vervangen, gisteren kwamen er nog vijf bij.

We hadden steeds problemen met de lampjes boven het aanrecht, die hebben het vanaf het begin niet goed gedaan: ze vielen spontaan uit en kwamen dan ineens weer tot leven en nieuwe lampjes aanbrengen is een rotklus.
Op een gegeven moment ben je er al aan gewend macaroni in het halfduister te bereiden en ontdek je dat je met vaste regelmaat probeert niet werkende lampjes door middel van harde klappen tot leven te wekken.
We besloten alle vier de spotjes te laten vervangen.

Omdat we houden van Amsterdamse School hebben we voor de woonkamer, keuken, overloop en Greet’s werkkamer gezocht naar lampen uit die periode.

Marktplaats is natuurlijk van onschatbare waarde bij zo’n zoektocht, je kunt je zelfs “abonneren” op een zoekopdracht, je krijgt dan elke keer een berichtje als er weer iets van je gading te koop is gezet.

De armaturen die we op de kop hebben getikt zijn (bijna) antiek, het was dus nodig de fittingen en bedradingen te vervangen. We wilden ook graag een betere lichtopbrengst en moderne energiezuinige Led-lampen.

Nadat ik mijn krachten had beproefd op een plafonnière en een hanglamp besloot ik de hulp in te roepen van een deskundige om de veel lastiger andere vijf op te hangen.
Internet bood weer uitkomst: via Werkspot vond ik een zeer bekwame en vriendelijke specialist. Hij is gisteren acht uur bezig geweest, het resultaat is fantastisch.

Voor en na

 

 

 

 

We houden het voorlopig op lampen, we zijn niet van plan ons hele huis in Amsterdamse Schoolstijl in te richten. AS-meubels zijn prachtig om te zien, maar wij denken dat je huis er erg donker en somber van wordt. Ze zijn meestal zwaar, groot en donker.

Het eten gaat vast een stuk lekkerder smaken nu ik weer kan zien waar ik mee bezig ben.

 

 

Zie ook mijn post over de AS-tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam.

Ik vond de juiste vakman via werkspot.nl

Ik kan hem aanraden als je een verlichtingsklus hebt: dit is zijn site

Jubileumoptreden El Mishito

Binnenkort bestaat het koor El Mishito 30 jaar.

Het gezelschap is het grootse gedeelte van de tijd een vrouwenkoor geweest. De kooravonden waren aanvankelijk bij leden thuis, ik heb vaak vanuit mijn kamer op de eerste verdieping geluisterd naar de schuine grappen die verteld werden, het geklessebes en het gelach. Er werd ook gezongen.

Het repertoire bestond voornamelijk uit onverstaanbare Slavische liedjes, enkele leden konden verbazend goed het enigszins nasale, schelle geluid produceren dat bij deze muziek hoort.

Af en toe waren er uitvoeringen, die hadden vaak een verbluffend hoog niveau. Het koor kwam een keer als beste uit de bus bij een groot concours.

Enkele jaren geleden mochten er ook mannen bij, ik maakte natuurlijk graag van die gelegenheid gebruik. Sedertdien is de klankkleur verruimd, er staat nu een aantal prachtige meerstemmige liederen op de speellijst, waarin een prachtige harmonie bereikt wordt tussen sopranen, alten, tenoren en bassen.

We hebben nu ook veel niet-slavische muziek, zelfs enkele Nederlandse liedjes waaronder een prachtige bewerking van Het Trapportaal en de Baardmijt (van de onsterfelijke Drs. P).

Zie ook mijn favorieten hier 

Er komt een jubileumoptreden, we hopen dat vele mensen naar ons optreden komen kijken en luisteren.

Iedereen is van harte welkom!

Laat even weten als je komt, dan ben je zeker van een plaats.

 

 

Misjac (Rusland)

Silaptacha (Oekraine)

Mno Ga Ja Ljeta (Rusland)

Het Trapportaal (Nederlans)

Majn Rue-Platz (Jiddisch)