Op stap met de boswachter

Ik had een uitnodiging gekregen voor een veldbezoek door de Oostvaardersplassen en moest me melden bij het Buitencentrum aan de Kitsweg. “We zullen het gebied in een terreinvoertuig bezoeken.”

Ik ben gek op uitstapjes en vind het helemaal leuk als je ergens heen gaat waar het gewone publiek niet mag komen.

Ik meldde me dus op tijd en was tot mijn verbazing de enige deelnemer. Zo had ik dus twee boswachters helemaal voor mij alleen.

Het waren van die mannen met verstandige werkkleding en schoeisel die werkelijk alles wisten van de plantjes en de vogels.

Ik besloot er maar meteen voor uit te komen dat ik een stadsjongen ben met een bijzonder rudimentaire kennis van de natuur, dat voorkomt beschamende confrontaties.

Ze wilden heel graag duidelijk maken aan de leden van de Provinciale Staten dat het best goed gaat met de grote grazers. Er zijn mensen die denken dat die beesten uitgehongerd zijn en op het punt staan te bezwijken. Deze mensen sjouwen extra hooi naar het gebied om de dieren bij te voeren en staan met megafoons en spandoeken bij het provinciehuis (zie mijn blog van 17 februari 2022).

Ik mocht voorin plaatsnemen in een stokouden Toyota Landcruiser, die zelfs nog dienstgedaan had in Afghanistan (er stonden Arabische letters op de spiegels). Hoe deze wagen uiteindelijk in de polder is aangeland is is mij een raadsel.

De boswachters veerden soepel mee met het gehotsebos, voor mij was het af en toe de vraag of de wervels na de rit nog op de juiste plaats in mijn ruggengraat zouden zitten.

 

Ik kende de Oostvaardersplassen alleen van de vele keren dat ik er met de trein langs was gereden. Wat ik er vanuit die positie van kon zien was niet erg spectaculair: nogal kaal en nogal plat.

Ik wist wel dat er erg hard aan gewerkt wordt het enorme natuurgebied te onderhouden en te ontwikkelen.

De boswachters vertelden me dat wij (Provinciale Staten) een aantal opgaven hadden geformuleerd. Op de eerste plaats komt het behouden en verbeteren van het leefgebied van bijzonder vogelsoorten. De tweede opdracht is: zorgen voor een gevarieerd en aantrekkelijk landschap en de derde is het gedeeltelijk toegankelijk maken van het gebied voor bezoekers.

Om aan deze opdrachten te voldoen wordt er hier en daar moeras gecreëerd (daar kunnen vogels foerageren), wordt het aantal grazers teruggebracht en vindt aanplant plaats van struiken en bomen.

Er loopt nu een soort rivier door het gebied, waarin stekelbaarsjes stroomopwaarts zwemmen om te paaien en er zijn afgeschermde plaatsen waar jonge struiken en bomen staan. De grote beesten mogen er niet van eten, anders wordt het niks.

Hier en daar komen ook wallen en bosjes die beschutting moeten bieden aan de dieren.

Zowel aan de Almeerse zijde als aan de kant van Lelystad worden poortgebieden als entree voor het Nationaal park ontwikkeld. Vanaf de snelweg ontstaat een gevarieerd uitzicht waar de unieke waarden van het gebied in een oogopslag te zien zijn.

Ik kijk mijn ogen uit en ben zoals altijd als ik mij in het gezelschap van vogelaars bevind (mijn zwager is er zo een) diep onder de indruk van het gemak waarmee ze onze gevederde vrienden uit elkaar kunnen houden. Ik herken een zwaan (ik weet ook wel iets), maar hoor dat het hier een wilde betreft. Die heeft een gele snavel.

De boswachters zijn het even oneens als in de verte wat langs vliegt, maar besluiten dan dat het hier om een juveniel gaat. Vandaar.

Ik voel me aangesproken door de slimheid van de kieviten. Ik hoor dat die expres nestelen op eilandjes, zodat de vos er niet bij kan. Die houdt niet van een nat pak.

Ook de herten hebben geleerd wat goed voor ze is: als onze auto nadert gaan ze er meteen vandoor, want ze weten dat vanuit die wagens aan wildbeheer wordt gedaan. Er zit dus weleens iemand met een geweer in…

Ik mag met een verrekijker naar de Heckrunderen kijken en kan nu na eigen waarneming bevestigen wat ons verteld was: het gaat heel goed met ze. Ze eten, herkauwen en lopen achter hun leider aan. Er drinken een paar kalfjes bij hun moeder en ik zie geen enkel uitgemergeld exemplaar.

De boswachter vertelt dat ze klaar staan om bij te voeren, maar dat het er naar uitziet dat dit deze winter niet meer hoeft.

In de verte galoppeert ook een kudde paarden, maar die kan ik niet zo goed bekijken.

Hier en daar zijn stammen in de grond gezet, daar kunnen de grote beesten zich even lekker aan schuren als ze jeuk hebben. De boswachter vertelt dat hij liever heeft dat ze deze stammen gebruiken dan de palen van de hekken rondom de jonge aanplant. Zo’n grote stier weegt enkele honderden kilo’s.

Ik ben onder de indruk van de betrokkenheid, kennis en liefde voor het landschap van de boswachters. Ik hoor tussen de regels door dat ze er last van hebben dat er aan hun inzet getwijfeld wordt en dat er mensen zijn die vragen stellen met betrekking tot  hun integriteit.

 

Na twee uur zijn we weer aangeland bij het punt van vertrek.

Ik zal de Oostvaardersplassen na dit bezoek met heel andere ogen bekijken en kan nu goed geïnformeerd meepraten in de Staten als het onderwerp weer ter sprake komt.

 

 

Citaat en afbeeldingen uit De Oostvaardersplassen in beeld, uitgave van Staatsbosbeheer.

2 reacties

  1. Wat jammer dat jij de enige was, ik had wel meegewild.
    Ik wandel er regelmatig, maar inderdaar, je mag niet overal komen.
    We boffen met dit gebied in de buurt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *