Domme actiegroep

Actiegroep De Grauwe Eeuw vindt tipi-tentenkamp in Breda ‘vorm van racisme’

BREDA – Het vredes-tipi-tentenkamp in Breda is een vorm van ‘koloniale verheerlijking’. En als de organisatie niet tijdig een andere invulling aan het evenement geeft, volgt er ‘actie’. Dat stelt de actiegroep De Grauwe Eeuw in een bericht aan de organisatie.

De Grauwe Eeuw vindt dat Joosen geen recht heeft om tipi’s te gebruiken omdat bij de organisatie geen ‘inheemse Amerikanen’ zijn aangesloten. Het gebruik van de indianententen vindt de actiegroep een vorm van racisme, omdat ‘in dit geval de witte mens’ zich spirituele voorwerpen en gebruiken toe-eigent van een groep die wordt onderdrukt.

Ik ergerde me heel erg aan bovenstaand bericht, om drie redenen.

De eerste is, dat er volstrekt geen verband is aan te tonen tussen de manifestatie en koloniale verheerlijking. Als de actievoerders de moeite hadden genomen te kijken wat er zich precies afspeelde hadden ze dit ontdekt:

Doel van het project, dat bestaat uit zeven tipi’s van kunstenaar, Ben Acket, is juist ‘een week lang praten, luisteren en mediteren over en voor vrede’. Er brandt al die tijd ook een vredevuur. “Ons tentenkamp heeft helemaal niets met uitbuiting te maken,” aldus Joosen.

De tweede reden waarom ik een dergelijk protest dom vind, is dat heel veel mensen direct de associatie zullen krijgen dat de actie gericht is tegen het Indiaantje en Cowboy spelen van kinderen. Dat is inderdaad maar een klein stapje verder. Het lijkt me toch wel duidelijk dat het heel goed mogelijk is zich te tooien (pun intended) met verkleedkleren zonder ook maar in het minst racistische of koloniale gedachten te hebben.

De derde reden is, dat het de aandacht afleidt van werkelijk belangrijke zaken. Voor de hartstochtelijk Zwarte Piet-verdedigers is een actie als deze natuurlijk koren op de molen, die kunnen gemakkelijk allerlei goede ontwikkelingen (zoals de groeiende opvatting dat we Sinterklaas anders moeten gaan vieren) ridiculiseren door ze over een kam te scheren met deze dubieuze actie.

Denk hierbij aan Trump die in de verkiezingscampagne makkelijk kon scoren door erop te wijzen dat Clinton zich druk maakte over genderneutrale toiletten terwijl elders duizenden mensen hun baan waren kwijtgeraakt.

Ik heb er überhaupt moeite mee als mensen anderen de maat gaan nemen op het gebied van politieke correctheid. Je kunt niet in iemands hoofd kijken en kan er beter van uit gaan dat mensen geen kwade bedoelingen hebben.

Wat me ook zo verwondert, is de opvatting dat er nog steeds heel weinig bewustwording is op het gebied van kolonialisme en racisme. Er zijn veel mensen die denken dat er op school alleen maar lovend gesproken wordt over de VOC en dat het slavernijverleden verzwegen wordt.

Er is geen enkele Nederlandse leerling die nooit met een afbeelding als deze geconfronteerd werd.

 

Ik weet bijna zeker dat elke zichzelf respecterende geschiedenisleraar deze en andere zaken genuanceerd in beeld brengt.

Ik groeide op met Arendsoog en Winnetou en smulde van de spannende cowboyverhalen. Ik speelde ze na met mijn vriendjes en kreeg een (vertekend) beeld van de nobele Indianen.
Later leerde ik op school veel over de geschiedenis van de Indianen en de kwalijke rol van de Amerikaanse regering. Ik leerde wat er werkelijk gebeurd was met de Indianen en vond het toch niet erg dat mijn kinderen zich als Indiaan en Cowboy verkleedden.

 

Grauwe Eeuw: kies je actiedoelen zorgvuldig of, beter nog, hef jezelf op. Je hebt de discussie in Nederland over kolonialisme en racisme geen dienst bewezen.

Ineens honderden bezoekers op mijn site

In april schreef ik een bericht over mijn wekelijkse gesprekken met een PVV-stemmer. We zwemmen baantjes en discussiëren. In oktober maakte ik een follow-up en afgelopen week kwam ik er weer op terug.

Omdat mijn medezwemmer mij verweet uitsluitend te leven binnen mijn Volskrant-bubble ging ik op zijn uitnodiging in eens rond te kijken op sites waar anders gedacht wordt.
Ik kwam terecht op The Post Online en deed verslag.

Ik vermoed dat de beheerder van deze site automatisch een bericht krijgt als de naam ervan ergens op het internet opduikt. Hij las mijn blog en zette een link op zijn site met als kop:

Fatsoenlijke Volkskrant-babyboomer komt buiten ivoren toren, ontdekt TPO, raakt in de war

Dat ik fatsoenlijk word genoemd is heel terecht, met dat baby-boomer heb ik meer problemen: ik verkeer in de veronderstelling dat babyboomers zijn verwekt in de blije jaren na de bevrijding, toen mensen weer voldoende vertrouwen in de toekomst hadden gekregen om aan nageslacht te gaan werken. Ik ben van 1955, ik vermoed dat de Tweede Wereldoorlog nauwelijks een rol heeft gespeeld bij mijn conceptie.

Als je de Volkskant een ivoren toren noemt ben ik daar inderdaad even vanaf geklommen, maar ik begrijp niet helemaal waaruit blijkt dat ik als gevolg daarvan in de war ben geraakt.

Op de site zelf kwamen de volgende reacties los:

Als de schat niet zo geschrokken was van de wereld vol met echte mensen was Martin vast wel met inhoudelijkheden gekomen in plaats van dooddoeners als “ik kom er niet goed achter”, “het doet me aan … denken”, “ik neem aan”, “ik vermoed dus”, “ik kon er geen touw aan vastknopen” en “ik ben niet onder de indruk”. Hij kan zich beter aan zijn zeventig (70!) centimeter ongelezen, uiteraard tweedehands, eeuwenoud en in het Engels, boeken wijden.

En rap gauw terug naar zijn door mama betaalde volkskrantbubbel. Lekker laten zitten daar. En zodra het zijn hoofdje buiten steekt, heel zacht “Trump” roepen, zodat het subiet weer terug de bubbel in kruipt. Losers gonna lose.

 Overduidelijk is dat de man liegt dat hij barst Hij kende TPO natuurlijk wel en werd helemaal niet door een vriend gewezen op het bestaan ervan. Een stijlmiddel om een beetje schamper te doen over TPO. Verder heeft hij niets inhoudelijks te melden, behalve dat hij het niet eens is met een paar meningen die zijn geuit. File under:blah blah blah

Fatsoenlijke Volkskrant-babyboomer komt buiten ivoren toren, ontdekt TPO, raakt in de war, en vlucht snel weer terug in de veilige zorgzame warmte van zijn Safe Space. Zijn veilige haven tegen kwetsende feiten en ‘microagressions’.

 

Als kleinschalig blogger (27 abonnees) word je op deze manier ineens met de neus op het feit gedrukt dat iedereen, maar dan ook iedereen je stukjes lezen kan en dus ook de mogelijkheid heeft er (meestal anoniem) op te reageren.

In de dagen na plaatsing van Buiten je bubble steeg het aantal bezoekers van mijn site ineens van de gebruikelijke + 50 naar 668 (13 oktober) en 665 (14 oktober). Dit is kennelijk het gevolg van het linkje op TPO.
Gelukkig waren het er op 15 oktober weer gewoon 69 en gisteren 68.

Er kwamen ook reacties op mijn site binnen, drie min of meer normale (ik heb ze toegelaten) en één uitzonderlijk venijnige.

De schrijver van deze laatste reactie heeft de moeite genomen een groot aantal van mijn uitlatingen te kopiëren en van commentaar te voorzien. Het verbaast me natuurlijk niet dat Pietje Puk, PVV stemmer – zo noemt hij zich – het volslagen met mij oneens is, wel dat hij allerlei meningen over mij heeft die gebaseerd zijn op zijn vooringenomenheid.
Hij heeft duidelijk een beeld van de werkelijkheid en ziet in mijn stellingen een bewijs van de validiteit ervan.

Een bloemlezing (tussen aanhalingstekens staan steeds mijn woorden):

“We moeten zuinig zijn op onze democratie.”

Dus vooral referenda afschaffen, niet doe wat het volk wil en een elite laten beslissen: de beste manier om van je democratie af te komen.

“Besluitvorming is vaak moeizaam, maar we moet heel erg dankbaar zijn met de omstandigheid dat we onze volksvertegenwoordiging kunnen kiezen”

‘We’ moeten helemaal niks. Voor de duizendste keer. Jij bepaalt niet wat mensen wel of niet moeten, dat bepalen die mensen zelf.

“we vrijheid van meningsuiting hebben”

Behalve dan als het jou niet uit komt. En mensen te weinig ‘empathie’ hebben. Of dingen opschrijven die jou niet uitkomen. Dan zijn ze stom en moeten ze eigenlijk hun bek dichthouden.

“Als het aan jou ligt moet ik meer affiniteit hebben voor een laaghoofdige Amsterdamse hooligan (want Nederlander), dan met een erudiete, beschaafde man als Aboutaleb, want dat is immers een “buitenlander”.”

He is ‘laagvoorhoofdige’ maar dat terzijde. Kennelijk lukt het je niet eens om gewoon een autochtoon te beschrijven zonder er gelijk een achterlijke karikatuur van te maken. Waarmee je eigenlijk uitdrukt: ‘Gewone mensen zijn stom, behalve ik, want ik ben echt zoveel beter’. Probeer eens écht te verbinden en écht in gesprek te gaan. Je werkelijke drijfveer is dat je steeds boven anderen wilt uitstijgen. Je bent zo hypocriet als een christen.

“Wijsheid, menselijkheid en ondogmatisch denken moeten de oplossingen brengen.”

Totdat blijkt dat een bomvest in één klap alle wijsheid en menselijkheid uitwist. Had je nu maar wat meer van geweld gehouden. Overigens: als er iemand dogmatisch denkt ben jij het. Ken je dat verhaal van die balk in oog en de splinter bij een ander?

“Heel veel mensen worden misleid door slechte of gebrekkige voorlichting.”

Het soort voorlichting wat jij geeft: alles wat niet met jouw idee strookt mag niet meer meedoen.

“De sociale media zorgen ervoor dat veel mensen uitsluitend verkeren binnen hun eigen “bubbel”: ze horen alleen maar gelijkgestemde geluiden.”

precies wat jij doet: strijden tegen alle geluiden die niet met jou gelijkgestemd zijn. Om vervolgens te roepen dat je zo graag buiten je bubbel treedt. Het tegenovergestelde is het geval. Iedereen buiten jouw bubbel diskwalificeer je direct zodat je er ook niet mee in gesprek hoeft.

“We moeten er ons uiterste best voor doen dat mensen goed worden voorgelicht en dat we in gesprek blijven met elkaar.”

Wat dacht je er van om gewoon te stoppen voor andere mensen te bepalen wat ze allemaal ‘moeten’? En wat dacht je er van om te stoppen met mensen te ‘onderwijzen’ en ‘betuttelen’? How about een Wilders-stemmer als gelijkwaardige gesprekspartner zien inplaats er direct vanuit te gaan dat het iemand is die minder is dan jij?

Gratis tip: stop met denken dat je gelijk hebt en de waarheid in pacht hebt, dan kun je pas echt met mensen in gesprek. Nu ben je mensen vooral aan het vertellen waarom ze niet met jou in gesprek mogen.

 

Het is een wonderlijke sensatie iemand zo tegen je te keer te zien gaan terwijl die persoon je helemaal niet kent. En jij hem niet (neem ik aan).

Wat een boosheid!

Deze reactie leverde aanvankelijk ook nog wat verwarring op: Pietje Puk sprak mij in zijn bericht heel persoonlijk aan en eindigde zijn commentaar met de zinsnede “Tot volgende week dinsdag, dan pakken we de natte draad weer op”.

Ik vond dat hij het laatste zinnetje grappig had geformuleerd, maar trok natuurlijk wel de conclusie dat Pietje Puk dezelfde persoon was als de PVV’ er met wie ik elke dinsdag zwem.
Toen ik hem ermee confronteerde ontkende hij ten stelligste dat hij het stuk geschreven had.

Ik herlas mijn eigen bericht nog eens en zag dat het zinnetje over de natte draad weer oppakken van mij was. Pietje Puk had dat in zijn kopieerdrift in zijn eigen reactie laten staan.

Ik had dus wel gelijk dat ik de formulering grappig vond, en ik hoef mijn geloof in normale omgang met elkaar (ook al ben je het nog zo oneens) niet te herijken.

Welke conclusies trek ik uit deze leerzame episode?

  • Ik realiseer me beter dan voorheen hoe goed je moet opletten met internet. Ik publiceer niet anoniem en dat maakt je kwetsbaar.
    Ik moet er niet aan denken dat je je echt de gramschap van het reaguurdersrapalje op de hals haalt, zoals Sylvana Simons is overkomen.
  • Er wordt voornamelijk gescholden: je treft in reacties nauwelijks argumenten aan.
    Degenen die mijn kritiek op The Post Online niet terecht vonden hadden gedeeltelijk een punt: ik beschreef vooral mijn indrukken, schreef geen  zorgvuldige analyse. Ik pretendeerde dat laatste overigens nergens.
  • De tegenstellingen zijn heel erg groot en er is nauwelijks plaats voor discussie of uitwisseling van meningen. De posities staan vast en worden nooit verlaten.
  • Ik probeer in mijn discussie met A. steeds “common ground” te vinden, om van daaruit door te redeneren. Als je samen vaststelt dat het fijn is dat we in een rechtsstaat leven kan je vervolgens naar voren brengen dat daar dan wel bij hoort dat je je neerlegt bij het vonnis van de rechter. Of: een maatschappij moet beoordeeld worden aan de manier waarop er met de zwakkeren wordt omgegaan. (Je kunt dan vervolgens discussiëren over wie die zwakkeren zijn).
    Het vinden van gemeenschappelijke uitgangspunten is heel erg moeilijk omdat Wildersaanhangers ervan overtuigd zijn dat we helemaal niet in een democratie leven en dat de rechters allemaal D’66 –ers zijn die nepvonnissen vellen. Wilderstermen: nepparlement en foprechters.
  • Wilders, en met hem zijn volgelingen, blijft voortdurend steken in het opsommen van misstanden en gevaren en komen nooit met oplossingen. Ze gebruiken veel spierballentaal en denken dat alles goedkomt als de elite niet meer aan de macht is en er gebeurt wat het volk wil.
  • Ik wil natuurlijk blijven praten met A, want de tijd gaat ongelooflijk snel als je praat onder het baantjestrekken, maar we kunnen het in de toekomst misschien maar beter alleen over bridge hebben.

Op het scherm

Mijn aandacht werd getrokken door een grappig filmpje op internet, waarin op zeer eigentijdse wijze gebruik wordt gemaakt van moderne (sociale) media.

Het deed me terugdenken aan mijn lagereschooltijd: er werd bij hoge uitzondering wel eens een film vertoond. Deze adembenemende didactische uitspatting vervulde ons van ontzag.
Ik weet niet meer waar het over ging, (waarschijnlijk was het een propagandafilm van Shell over de zegeningen die deze Koninklijke multinational aan Afrika bracht), wel herinner ik me het magische geratel van de projector, de stofjes die in de lichtbundel dwarrelden en dat het donker was in het lokaal, terwijl het toch dag was.

Later, in mijn eigen onderwijspraktijk maakte ik weleens gebruik van dia’s omdat ik van bordtekeningen niets terecht bracht. Je kon wel zien dat ik met mijn tijd meeging.

Niemand weet nog wat een overheadprojector is, dit hulpmiddel was gedurende vele jaren een uitkomst bij presentaties, de spreker kon zijn betoog larderen met geprojecteerde afbeeldingen op een scherm. Vaak ging er wat mis, dan stond het plaatje bijvoorbeeld op zijn kop of lag het verkeerd om onder de lens.
In iedere ruimte waar weleens een les of lezing werd gehouden stond er wel een in een hoek stof te vangen.

In scholen kwam schooltelevisie in zwang en nog later had bijna iedere klas een smartboard met onbegrensde mogelijkheden.

Koot en Bie bedachten (volgens mij als eersten) de truc om zichzelf als personage te filmen om dan later via het scherm een zogenaamde dialoog aan te gaan.

Dit vereiste perfecte timing, het effect was verbluffend.

Inmiddels was ook  Powerpoint in zwang gekomen, het gruwelijke medium gebruikt door ondermaatse sprekers die vanaf het scherm voorlezen wat iedereen zelf ook kan lezen. In het ergste geval krijgt het publiek na deze voorlees-exercitie ook nog een handout waar alles nog eens op staat.
Microsoft zorgde voor handige visuele ondersteuning.

Micha de Winter was voor mij de eerste spreker die op een goede manier gebruik maakt van Powerpoint. Hij verlevendigde zijn betoog met grappige plaatjes en filmpjes, wat door het publiek heel erg op prijs werd gesteld.

Inmiddels zal je bij elke presentatie die je bijwoont vergast worden op enkele grappige of instructieve youtube filmpjes die via een beamer geprojecteerd worden. Ik gebruikte dit filmpje eens om het belang van goede uitspraak te benadrukken.
Overigens: hoe vaak gebeurt het niet (nog steeds!) dat computer en beamer niet met elkaar kunnen praten? We zien dan alleen een paars scherm terwijl de spreker met een rood hoofd alle knopjes en instellingen naloopt. Uiteindelijk moet er van elders een techneut komen die het probleem kan oplossen.

Het internetfilmpje waarover ik het in de inleiding had was van de Engelse cabaretier James Veitch.
Hij combineert op meesterlijke wijze alle facetten van de moderne media en tilt voorlezen vanaf het scherm naar weer nieuwe hoogten.

 

 

 

Vooruit, nog eentje.

 

Hollandse Meesters

We bezochten de tentoonstelling Hollandse Meesters uit de Hermitage van Rusland, in museum de Hermitage Amsterdam.

’s Werelds toonaangevende collectie van schilderijen uit de Gouden Eeuw is gearriveerd! Bekijk 6 unieke werken van Rembrandt, inclusief Saskia als Flora en Jonge Vrouw met Oorbellen, plus 63 werken van 50 andere kunstenaars. Deze unieke tentoonstelling viert de gloriedagen van de Gouden Eeuw, de jaren tussen 1650 en 1670. Mis het niet – net als de Gouden Eeuw is het voorbij voordat je het doorhebt!
Hermitage Amsterdam is de Nederlandse dependance van het Hermitage Museum in Sint-Petersburg. Bekijk de nieuwe collectie: Hollandse Meesters uit de Hermitage. Oogappels van de tsaren, van 7 oktober 2017 tot 27 mei 2018.

We hadden een museumkaart, maar moesten €10,- extra betalen. We boften, want het was niet zo druk.
Je kunt een audiotour krijgen, je kan kiezen tussen het commentaar van Jan Six en Geert Mak. Ik koos natuurlijk voor de laatste.
Probleem is, dat telkens als ik wilde luisteren de gids van een vrij groot gezelschap naast mij kwam staan. Haar explicatie overstemde mijn audiotour.

Het is een prachtige tentoonstelling, ik vond vooral de schilderijen van Rembrandt en Govert Flinck erg mooi.
Het is een heel aparte belevenis deze eeuwenoude schilderijen van dichtbij te kunnen bekijken.
In het commentaar op deze tentoonstelling wordt verteld dat deze schilderijen destijds allemaal gekocht zijn door Catharina de Grote, (tsarina van Rusland 1762-1796). Zij was gek op Hollandse Meesters.
Ze hangen in de Hermitage in Sint-Petersburg.

 

  

 

 

Toen we vertrokken bleek dat ik een gedeelte van de expositie gemist had. Ik had niet gezien dat ik een trap op had moeten gaan… Misschien een excuus om er nog eens heen te gaan met mijn vriend Siebe, ik heb met hem het voornemen alle musea van Nederland eens te bezoeken.

Hollandse Meesters uit de Hermitage         8
Flora van Rembrandt                                      9

Buiten je bubble

In een van mijn zwembaddiscussies met een Wildersfan (zie mijn blog en deze) kreeg ik het verwijt dat ik eens uit mijn Volkskrantbubble moest komen en de zaken ook eens van een andere kant moest bekijken.

A. stuurde me een link naar een site waar ik inderdaad nog nooit op geweest was: The PostOnline. Hij wilde graag dat ik een vraaggesprek las met een Zweedse hoogleraar, die ontslagen was.
Hij wilde hiermee bewijzen dat je geen kritiek mag uiten op de Islam, want dat kost je je baan.

Het is een vreemde gewaarwording rond te struinen op een site die inderdaad nogal anders is dan de Volkskrant. Ik schreef:

Hoi A.
Ik vind het fascinerend om deze site te bekijken. Ik kom er niet goed achter wat precies de achtergrond is, men noemt zich onafhankelijk, maar op de een of andere manier ademen alle artikelen toch wel ongeveer dezelfde sfeer. Het doet me een beetje aan GeenStijl denken: zogenaamd overal tegenaan schoppen, maar het zijn toch wel opmerkelijk vaak linkse schenen.

Op zoek naar meer informatie over the PostOnline vind ik onder de kop FAQ het volgende:

Wat is ThePostOnline precies?
ThePostOnline is een platform zonder ideologie of dogma’s. ThePostOnline is beslist niet van zijn eigen moraal overtuigd. Daarom is ons motto ook: ‘Voorbij het eigen gelijk’. Verder maken we nieuws, het liefst nieuws dat andere media bewust of onbewust laten liggen. Daarom is ons andere motto ook: ‘Als u slaapt zijn wij wakker’.

Verder valt op dat er flink gehengeld wordt naar donaties, misschien omdat de hoofdredacteur, Bert Brussen, als motto pecunia non olet heeft.

De toon is enigszins schertsend, Pietje-Bell achtig maar vooral ook erg slachtofferig: de linkse elite en moraalridders hebben het op ons voorzien, terwijl we toch zo objectief zijn!
Een kop als deze doet anders vermoeden:

Ik bekeek op verzoek van A. het volgende filmpje en gaf dit commentaar

Het verhaal over de Zweedse hoogleraar: we moeten aannemen dat het hier over een soort Berufsverbot gaat, maar er zijn weinig feiten: hij klaagt dat hij het alleen maar heeft gehad over John Stuart Mill, en dat hij op grond daarvan ontslagen is. Maar ik hoor dat de universiteit eerst enkele gesprekken heeft georganiseerd en toen een procedure is gestart. Dat klinkt best zorgvuldig.
Ik neem aan dat ook in Zweden de ontslaggrond en -procedure door de rechter kunnen worden getoetst, dat heeft hij zo te zien niet geprobeerd.
Elke universiteit (elke werkgever) heeft het recht werknemers te ontslaan, maar dat mag nooit op grond van slechte onderbouwing gebeuren. Ik vermoed dus dat er hier sprake was van rechtmatige gronden. Ik kan aan het filmpje verder geen informatie ontlenen.

Vind je het niet een wat huilerig verhaal? ” Ik had het alleen maar over Stuart Mill en toen zat er een bekeerde moslima in de zaal die zei dat ik niet neutraal was en nu ben ik ontslagen!”

Misschien denk je dat de situatie in Zweden erger is dan in Nederland? Hier mogen academici als Jansen, Hirsi Ali en Baudet toch gewoon volop hun mond opendoen? Wilders is volgens mij geen academicus, anders kon die er ook nog bij.

Ten slotte begon ik aan een artikel over Joshua Mitchell, een Amerikaanse hoogleraar die wijst op het gevaar van de Islam en kritiek heeft op de Westerse houding. Ook na herlezing kon ik er geen touw aan vastknopen.

Het lijkt erop dat de verslaggeefster (Sietske Bergsma) aangeslagen was op het thema anti-Islam en daarom het hele verhaal gepubliceerd heeft, ondanks het feit dat de inhoud volstrekt onduidelijk is.

De manier waarop Bergsma zichzelf voorstelt is trouwens ook veelzeggend:

Sietske Bergsma (de wereld, vorig millennium) is schrijfster en ’schreckliches Kind’ sub rosa. Inlevend en doordacht. Bewust gehuwd moeder. Zelfreinigend.

Ze noemt zichzelf Bewust gehuwd moeder, een grapje naar aanleiding van de term Bewust Ongehuwde Moeder. Zij moet hier natuurlijk niks van hebben, veel te links-elitair.
Nogal oubollig, want de laatste keer dat iemand het nog over BOM-moeders had was veertig jaar geleden.

Ik heb goed rondgekeken, maar ben niet erg onder de indruk. Ik ga maar weer terug naar mijn Volkskrant.

The Post Online:                4

 

 

 

 

Parkeerbelasting

Er lag een mooie groene enveloppe op de mat, afzender gemeente Amsterdam. Altijd leuk weer eens iets te horen uit mijn geboortestad.

Het blijkt een Naheffingsaanslag Parkeerbelasting te zijn.
Ik ben verbaasd: moet ik als Almeerder parkeerbelasting voor Amsterdam betalen?

Dan blijkt de ware aard van het bericht: het gaat hier om een parkeerboete van € 41,69 omdat ik bij een bezoek aan mijn zoons in de Bijlmer verzuimd heb parkeergeld te betalen.
Het was voor mij een compleet nieuw verschijnsel dat er betaald moest worden, ik had het nog nooit eerder gedaan en heb ook nergens een aanwijzing gezien dat het moest.

 

U moet €41,96 betalen. Dit bedrag bestaat uit de vastgestelde parkeertijd (met een minimum van één uur), vermenigvuldigd met het uurtarief plus €38,10 voor de kosten voor het opleggen van de aanslag.

Hier is semantisch wel wat op aan te merken: het uurtarief is vermenigvuldigd met de vastgestelde parkeertijd en niet andersom. Zoals het er nu staat bestaat een bedrag uit een tijd.

Mijn vrouw had netjes de parkeerschijf in het zicht gelegd, met onze aankomsttijd van 13.00 uur. Wat zijn we toch een brave burgers. Hieruit heeft de ambtenaar kunnen opmaken dat de auto er al 2 uren en 34 minuten stond toen hij controleerde. Het uurtarief is 1,40 euro. Zo kom je dus op een bedrag van €3,59. Die andere 38 euro zijn voor de mooie groene enveloppe

 

Ik ga natuurlijk netjes betalen, brave burger nietwaar, maar de gebruikte taal intrigeert me. Er wordt nergens over een boete gesproken, terwijl dat natuurlijk wel aan de orde is. Wat bezielt de gemeente Amsterdam alles te behandelen alsof het over een belastingkwestie gaat?
Vreemd genoeg wordt in andere publicaties stelselmatig over parkeerheffing gesproken.
Worden mensen misschien minder boos als ze denken dat ze belasting betalen in plaats van een boete?

Wonderlijk.

Ik kan in beroep gaan, op internet wordt heel helder uitgelegd hoe dat moet. Ik kan ook een foto opvragen, die als bewijsstuk dient.

Ik doe dat laatste en stel me voor dat ik een opname van mijn auto te zien krijg in flagrante delicto, maar dat valt een beetje tegen.

 

Volgende keer ga ik weer lekker met de trein.

Vijf sterren lezen

Sinds 1980 verschijnt een keer per jaar de Detective en Thrillergids als bijlage bij Vrij Nederland. In deze gids wordt een overzicht op schrijver gegeven van alle boeken op dit gebied die in het Nederlands vertaald en verkrijgbaar zijn.

Ik houd van het genre, dus ik zorg dat ik elk jaar een exemplaar te pakken krijg. Ik lees de besprekingen en maak een lijstje van de boeken die vijf sterren krijgen.
Daar selecteer ik er weer een paar van om mee te nemen op vakantie.
Als het oorspronkelijk Engelstalige boeken zijn koop ik de Engelse uitgave, bij Scandinavische thrillers (die vaak erg goed zijn) ben ik afhankelijk van de vertaling.

De meeste boeken zijn voor minder dan 10 pond te koop bij Amazon, ik kan dus voor relatief weinig geld een stapeltje laten komen.
Wat is er fijner dan een doos met nieuwe boeken open te maken? Ik bekijk de covers, snuffel even aan elk boek en zet ze dan weg. Het spreekt vanzelf dat ik er nog niet in lees.
Ik verkneukel me vast op het moment dat ik op de camping zit en eindelijk genoeg tijd/ruimte/gelegenheid heb de boeken een voor een te verslinden.

Het stapeltje boeken dat ik voor de grote vakantie aanschafte is inmiddels behoorlijk geslonken, ik heb heel wat heerlijke uurtjes kunnen lezen.

De kwaliteit van de boeken wisselde. Van sommige kon ik me absoluut niet voorstellen dat de recensent ze vijf sterren waard vond. Soms rammelde het verhaal, een andere keer was de plot ongeloofwaardig of het taalgebruik ondermaats.

The Natural Way of Things door Charlotte Woods spelt zich af in Australië. Een groep vrouwen is samengebracht in het achterland van Australië, afgesloten van de rest van de wereld als straf voor hun gedrag.

Het boek roept herinneringen op aan Waiting voor Godot van Samuel Beckett (iedereen wacht op een mysterieus personage dat nooit komt) en Lord of the Flies van William Golding (wat gebeurt er met mensen die samen opgesloten zitten en vreselijke dingen meemaken?)
De uitgever vergelijkt deze roman met A Handmaid’s Tale van Margaret Atwood. Dat vind ik nogal gezocht. Atwood beschrijft een complete maatschappij die gebaseerd is op ondergeschiktheid van de vrouw, Woods maakt nergens duidelijk waarom de vrouwen gestraft worden en door wie.
Het boek laat een onbevredigende indruk achter, het verhaal stopt ook abrupt. We moeten raden hoe het met de hoofdpersonen afloopt.

The Darkest Secret van Alex Marwood is een pareltje. Een prachtige mystery novel met een fraaie twist aan het einde. De karakters zijn goed beschreven (wat kunnen mannen toch klootzakken zijn en vlak ook de vrouwen niet uit), de plot is goed bedacht. Je krijgt geleidelijk steeds meer inzicht door middel van een knappe verhaalstructuur. De schrijver neemt de tijd de hoofdpersonen uitgebreid te beschrijven zodat hun handelingen geloofwaardig worden.
Op bladzijde 332 (hoofdstuk 39) wordt nog een nieuw karakter geïntroduceerd, die een rol speelt bij een belangrijk verhaalelement. We lezen iets over zijn achtergrond en zijn bestaan en leren hem een beetje kennen. Dan doet hij een belangrijke ontdekking en verdwijnt weer helemaal uit beeld.
Het getuigt van groot schrijverschap als je zo durft te schrijven.
Toen ik het boek bijna uithad wist ik dat het niet goed zou aflopen, maar de wending op de laatste bladzij had ik niet zien aankomen…

The Natural Way of Things                     6
The Darkest Secret                                    8

 

Gelukkig heb ik nog 70 cm ongelezen boeken staan…

 

 

 

Bijnamen

Heel lang geleden zat ik in militaire dienst. Ik droeg harer majesteit’s wapenrok, zoals mijn vader het noemde.

Ik sliep op een kamer met 7 anderen, die net als ik een iets hogere opleiding hadden dan BLO. Men noemde ons de intellectuelen, want er was eens een boek op onze kamer aangetroffen. Ons werk bestond uit het bedienen van de radar, hiervoor was inderdaad enige intelligentie vereist.

Op een andere kamer sliepen de tirailleurs. Deze jongens hadden weinig tot geen onderwijs genoten. Hun taak was een cordon rondom een langzaam rijdende tank te vormen. Zij moesten de klappen van de vijand opvangen, de tank was daar natuurlijk veel te kostbaar voor. De term kanonnenvlees lijkt voor hen uitgevonden.

Een van deze tirailleurs werd tomaat genoemd. Het was een grote, lompe jongen die door moeder natuur niet met een overdosis intelligentie begiftigd was. Hij kreeg net als alle andere huzaren elke maand zijn wedde, maar had de grootst mogelijke moeite hiervan rond te komen. Zijn geld was meestal na twee dagen al op, de rest van de maand moest hij sigaretten bietsen en probeerde hij geld te lenen bij anderen. Dat laatste lukte als snel niet meer, omdat hij je nooit terugbetaalde.

Hij ontleende zijn bijnaam niet aan een affiliatie met de Socialistische Partij, maar werd zo genoemd omdat hij altijd zo’n rood hoofd had.

Bijnamen zijn makkelijk als je moeite hebt met het onthouden van namen.

De meeste bijnamen zijn nogal voor de hand liggend en daarom ook een beetje saai. Iemand lange Jaap noemen omdat hij een bovengemiddelde lengte heeft getuigt niet echt van fantasie. Ook tomaat lag nogal voor de hand, maar klinkt wel beter dan aardbei of biet.

Het wordt al wat leuker als je iemand een bijnaam geeft die juist tegenovergesteld is aan het meest voor de hand liggende: iemand “shorty” noemen terwijl het een boom van een kerel is.

Het kan nog mooier. Ik las in een van de voortreffelijke stukjes die Guus Luijters schrijft voor het Parool (ze gaan altijd over mijn geboortestad Amsterdam) de volgende prachtige passage:

Marten Wijbenga laat mij en een lange kale man een foto zien, waarop zijn vader en dekknecht Kees de Boorder staan afgebeeld. “Hij werd Boerenkees genoemd,” zegt Marten. “Er waren drie dekknechten, een uit Friesland, een uit Drente en Kees. Kees kwam uit de Jordaan, vandaar, Boerenkees.”
“Zoals ik altijd ‘krullenkop’ heette,” zegt de kale man.

Het zijn mooie voorbeelden van sterke bijnamen, de eerste is het knapst omdat er een dubbele omkering in zit. Niet alleen is Kees duidelijk geen boer, hij is een geboren Jordanees, maar zijn bijnaam is des te grappiger omdat de anderen veel eerder voor deze bijnaam in aanmerking zouden komen. Zij zijn immers in Friesland en Drenthe geboren (en iedereen weet dat daar de boeren vandaan komen).

Het doet me denken aan een van mijn eigen acties op dit gebied.

Onze buurman van een paar huizen verderop was getrouwd met een Japanse. Toen ik eens iets over hem wilde vertellen aan mijn vrouw kon ik niet op zijn naam komen. Om duidelijk te maken over welke buurman ik het had zei ik: “Je weet wel, die Chinees”.

Hoewel de buurman helemaal geen Chinees is en zelfs niet in aanmerking voor die benaming kan komen vanwege de afkomst van zijn echtgenote begreep mijn vrouw toch onmiddellijk over wie ik het had. De kronkels van de menselijke geest!

De radar. Te moeilijk voor tomaat.

De tirailleurs. Helemaal achterin: tomaat.

 

De stukjes van Guus Luijters