Terschelling bijgehouden II

Slimme Duitsers

We maakten opnieuw de bunkerwandeling, we hoefden niet bang te zijn dat alles hetzelfde zou zijn als vorig jaar. De vrijwilligers zitten niet stil, er is weer heel wat bijgekomen.

Naast de opgeviste motor van een Engelse WO II bommenwerper is ook het restant te zien van een Udet Boje. Dit was een uitvinding van de hoogste luchtmachtofficier, Ernst Udet. Hij vond dat er iets geregeld moest worden voor de piloten die in het Kanaal terecht kwamen nadat hun vliegtuig was neergeschoten. Ze moesten een veilig heenkomen hebben, waar ze konden wachten op redding.

Hij liet vierkante boeien ontwerpen, die op regelmatige afstand voor de kust van Frankrijk verankerd werden.
In deze boeien was plaats voor enkele vliegers. Er was voedsel en droge kleding, een radio om hulp in te roepen en zelfs gezelschapsspelletjes waren niet vergeten.


In de praktijk hebben deze boeien nooit dienstgedaan: door hun vierkante vorm waren ze erg windgevoelig en de verankering deugde niet. De meeste sloegen op drift en strandden.
De RAF gebruikte de boeien ook als schietschijf.
Een van de lobster-pots, zoals ze door de Engelsen genoemd werden, spoelde aan op Terschelling en is onlangs met veel moeite opgegraven.

 

Bridge

Als we op de camping staan gaan we op donderdagavond meebridgen op de Bridgeclub Terschelling. Dat is deze zomer vier keer geweest, we mochten ook nog de Terschellinger eer verdedigen tijdens een kroegendrive. Dat laatste was niet zo geslaagd, we werden voor de zoveelste keer verslagen door onze tegenstanders, die elk jaar hun boot speciaal in West aanleggen om ons te vernederen.

De gewone bridgeavonden verliepen beter, op 10 augustus werden we zelfs eerste!

Het gebeurt vaak dat je wint omdat je een aantal cadeautjes hebt gekregen, dat was bij ons ook het geval.
Spel 9 was niet zo’n ingewikkeld spel. De voornaamste moeilijkheid is erachter te komen of je 6 Harten moet spelen of (het iets beter scorende) 6 SA.
6 Harten lijkt veiliger, vooral omdat de schoppen wel eens erg zwak zouden kunnen zijn. Maar ook voor 6 Harten is schoppenaas of -heer nodig……
Twee paren bereikten het onverslaanbare 6 SA, wij boden en maakten 6 H, toch nog goed voor 65% omdat 4 paren het slem niet boden (met 33 punten).  Een paar bood 6 SA en zag kans 2 down te gaan. Hoe is me een raadsel.

Spel 17 is heel interessant omdat hier de check-back-Stayman conventie geweldig zijn werk deed:
De bieding: Noord past. Oost biedt 1 Ruiten, Zuid past ook en West biedt 1 Schoppen. Oost heeft als rebid 1 SA (2 Harten zou reverse zijn). West vraagt nu dmv 2 Klaver aan haar partner diens hand nader te omschrijven. Ik antwoordde  2 Harten (partner, ik heb een vierkaart Harten die ik in eerste instantie niet noemen kon).
Greet (West) dacht de bieding te besluiten met 3 SA. Ik was echter nog niet uitgepraat. Ik wist nu dat Greet niet op zoek was geweest naar een vierkaart Harten (dan zou ze wel 4H hebben geboden), maar naar een driekaart steun voor haar 5-kaart Schoppen. En die had ik ook! Heel vaak is 3 SA het eind van de bieding, dit keer niet. De manche in een hoge kleur heeft de voorkeur boven 3 SA, dus ik bood nog 4 Schoppen. Uitkomst Ruiten 5, 4+ 2 gemaakt (een klaver introeven, dan is de rest vrij. Je geeft alleen Schoppen Heer af).
Niemand bood slem (je hebt ook maar 29 punten), twee paren misten de manche, 4 paren zaten in het heel gevaarlijk 3 SA (gaat net goed omdat de Harten 4-4 zitten) en twee paren hadden maar 1 upslag in 4S. 95%.

Porsche

Regelmatig rijdt er langzaam een stokoude rode tractor over het kampeerterrein. Hij heeft een vorklift waarmee hij de grote containers met vuilnis kan vervoeren. De motor produceert een luid, stampend geluid.

 

Op het eerste gezicht dateert het mooie mechanische werkpaard uit de jaren twintig, maar enige research leert dat hij zo’n 60 jaar oud is.
Tot mijn verbazing zie ik dat het hier om een Porsche gaat. Bij deze merknaam denk je meestal aan een ander soort vervoermiddel.

Niet lang geleden las ik in de Volkskrant de rubriek Vakantieliefde. Hierin beschrijft Corine Koole romantische ontmoetingen vanuit twee gezichtspunten.
Toen ik de volgende passage las:

De volgende dag trof ik hem vlak voor ons vertrek aan op de rode trekker waarmee ze op de camping het vuilnis wegbrengen. Zo’n ouderwetse Porsche die zo’n enorme herrie maakt. Hij stapte af en geleund tegen de tractor kuste hij mij opnieuw, net lang genoeg om mij te laten merken dat hij geen spijt had van de nacht ervoor.

en er ook nog sprake was van een duinmeertje wist ik dat ze op camping de Kooi had gestaan.

Hier staat het hele verhaal.

Zou dit de jongen zijn met wie ze het tentje is ingedoken?

Friet

Als je vanuit West langs het water van de Waddenzee fietst voert het fietspad je direct na de Stayokay (vroeger heette dat jeugdherberg) even landinwaarts. Je komt dan langs een piepklein bouwseltje, dat bij nader inzien een zeecontainer is waarvan het achterste driekwartdeel is afgezaagd. Dit is vast de kleinste friettent van Nederland.
Je kunt er alleen friet en ijs kopen. Als je wilt kan je zelf je friet snijden, wat bij mij herinneringen oproept aan snackbar Marja in Amsterdam. Daar stond ook zo’n fritessnijder, maar daar mocht ik toen natuurlijk niet aankomen.
Als je je portie hebt gekregen (met mayonaise, niet met die vermaledijde fritessaus) kan je op een houten bankje plaatsnemen en gaan genieten.
Wat is het lekker! Van buiten een heerlijk knapperig korstje en zacht van binnen.
Hier kan zelfs de Vlaamse frites uit de Voetboogsteeg in Amsterdam niet aan tippen. Ik denk dat het zelfs lekkerder is dan de patat die je in Den Haag kan eten bij Bik.

Friteria (ondanks de vreselijke naam)          10+

Vallende sterrentocht

We kochten twee kaartjes à 40 euro voor een tochtje met zeilschip Willem Jacob op de avond van 13 augustus 2017.
Astronomen hadden uitgerekend dat er deze nacht heel veel vallende sterren (wat natuurlijk helemaal geen vallende sterren zijn) te zien zouden zijn.
De boot zou ver van het vervuilende licht voor anker gaan, zodat je rustig naar boven kon kijken zonder afgeleid te worden.

We hadden enige moeite de klipper te vinden, ze lag als derde aangemeerd, zodat we over twee andere schepen moesten klauteren om aan boord te kunnen komen. We werden niet verwelkomd en kregen ook geen hulp. Gelukkig belandde geen van ons tussen de wal en het schip. Of tussen het schip en het schip.
Aan boord van het prachtige voormalige vrachtschip uit 1889 bleek dat er heel wat meer belangstellenden waren.
Er bevond zich een gezelschap dat al enkele dagen op weg was met dit schip, wij mochten ons voor enkele uurtjes bij hen voegen.
Dat is niet zo’n heel fijne constructie: het bestaande gezelschap beschouwt je min of meer als indringer en jij voelt je een beetje tweederangspassagier.
De organisatie vond meevaarders laten aanmonsteren kennelijk wel lucratief, want ze hadden er heel wat geboekt. Het was lastig een goed plekje te vinden en je kon de waddengids (die een boeiend verhaal vertelde over het leven op het wad) en astronoom Peer niet goed verstaan omdat je niet dichtbij hen kon komen.
Zeilen op een oud zeilschip is prachtig, maar je zit als landrot altijd op de verkeerde plaats, je wil wel helpen maar weet niet aan welk touw je moet trekken. Als het dan ook nog donker en koud wordt….
Het schip voer gedurende enige tijd van het eiland weg, waarbij met ontstellend veel moeite de grote zware zeilen werden gehesen (ook de zwaarden moesten omhoog en weer omlaag). Gelukkig gingen we maar een keer overstag: je moet dan heel goed opletten dat je niet van boord geveegd wordt door de giek. Je zou dan in het koude zeewater belanden zonder zwemvest, want die waren op.
Na een tijdje gingen we voor anker, wat eigenlijk niet nodig was geweest want we zaten aan de grond. De schipper maakte zich zorgen, maar ik zei niets tegen mijn medereizigers, want dan worden ze alleen maar ongerust.
We waren ook nog over een boei heen gevaren. De schipper had die niet gezien, omdat de waddenman op het voordek stond te praten over roerdompen en zeevalken.

Toen het schip stillag gingen we allemaal naar boven kijken. Nu diende zich de persoon aan die altijd deel uitmaakt van een gezelschap dat voorlichting krijgt van een deskundige: de man die alles beter weet dan de gids. Als hij een vraag stelt is dat niet omdat hij geïnteresseerd is in het antwoord, maar om te laten blijken hoeveel hij weet.
Als Peer ons probeerde uit te leggen waar Cassiopeia zich bevond, of Pegasus, kwam hij ertussendoor met een nog onbegrijpelijker verhaal. Voor mij lijken alle sterren op elkaar, ik kan alleen de Grote Beer vinden (de steelpan).


Het was net zo erg als een gesprek tussen twee vogelaars: ze hebben het voortdurend over zaken waar je niets van afweet (en ook niet zo vreselijk in geïnteresseerd bent).

Ik had het koud, ik lag niet lekker op de harde dekplanken en ik moest opletten dat er niet iemand in het donker bovenop mijn hoofd ging staan.
Op aanraden van Peer ging iedereen op een gegeven moment aan bakboordzijde zitten, omdat je aan stuurboord last had van vuurtoren de Brandaris. Die doen ze nooit uit, zelfs niet als we vallende sterren moeten zien. Het werd nog voller. De boot kon gelukkig niet kapseizen, we lagen immers op een zandplaat.

Toen het tijd was om te vertrekken werd (weer met ongelukkige passagiers zwetend aan de lieren) het anker gelicht en kon de motor ons met veel lawaai vlot trekken.
We waren blij weer voet aan wal te kunnen zetten. Overigens een knap staaltje stuurmanskunst van schipper Ruth: in het donker aanmeren.

Ik heb twee vallende sterren gezien.

 

Zeilen op een mooie klipper als je daarvoor gekozen hebt (overdag):    8

Zeilen als tweederangs passagier als je eigenlijk voor vallende sterren komt (’s nachts):      4

http://www.willemjacob.nl/nl/het_schip/

 

Terschelling, tot volgend jaar!

Tong Tong en Bik

Het lijkt heiligschennis: de Pasar Malam bezoeken (ik moet eigenlijk zeggen: de Tong-Tongfair) en er dan niet eten.

Ik houd erg van Indisch eten, maar deze keer kozen we er niet voor om er de maaltijd te gebruiken. Dat is namelijk niet een onverdeeld genoegen: je eet aan een krap tafeltje op een wankele tuinstoel van een plastic bordje. Het was ook nog eens heel druk en erg warm in de tent.

Het is wel altijd weer een feest om door de grote tenten te lopen die zijn opgezet op het Malieveld. Ik geniet van de kleuren, de geuren en de geluiden.

Eigenlijk verandert er bijna niets en is elk bezoek bijna hetzelfde, maar dat geeft niet.

Overigens is er bijna niets meer te bespeuren van het Tempo Doeloegevoel. Niet voor niets heeft de Pasar zijn oude naam verloren, het is modern Azië dat nu de scepter zwaait.
Er schuifelen nog heel wat oude Indo’s door de gangpaden, maar de aanbodkant wordt thans geheel verzorgd door jonge Indonesiërs, de vrouwen allemaal gehoofddoekt. Ik kan het niet helpen dat het bij mij associaties opwekt met het moslimextremisme dat langzamerhand bezit neemt van de Gordel van Smaragd, aan de fanatieke moslims die onlangs een homopaar aangaven omdat ze seks hadden in hun eigen slaapkamer. De vrienden moesten het met stokslagen bekopen.

In de trein op weg naar Den Haag, waar we iedereen die net als wij plaats had genomen in de eersteklascoupé onderzoekend aankeken om vast te stellen of ze er wel recht op hadden hier te zijn, stelde mijn vrouw voor om die middag wat vers fruit te eten.
Ik was het helemaal met haar eens: we zouden minstens één gebakken pisang eten.

Dat hebben we dus gedaan en ik heb natuurlijk ook een Tjendol besteld. Ik vind vooral de zoete mokkasiroop lekker in combinatie met de kokosmelk en blijf me afvragen wie nu werkelijk gesteld is op de gifgroene smakeloze geleisliertjes die er altijd ook in zitten.

 

 

Voor de avondmaaltijd kwamen we terug bij Bik Frietwerk. Hier hadden we laatst gegeten toen we een bezoek brachten aan de expositie van Mondriaan & de Stijl in het Haagse gemeentemuseum. Het voedsel smaakte toen zo lekker, dat we er graag nog eens wilden eten.

Bik blijkt nog niet zo lang te bestaan, ze zijn eind april geopend. Je krijgt een bakje van karton en een houten vorkje (ecologisch zeer verantwoord, maar ruw hout dat langs je lippen schuurt is geen zintuiglijk genoegen).

Ze verkopen biologische friet (je kan zien dat het biologisch is omdat er nog kleine stukjes schil aanzitten) of friet van zoete aardappel.
Omdat we deze knol niet lang geleden zelf ontdekt hebben als lekkernij (ik bak ze in blokjes gesneden in de olijfolie) wilden we kijken hoe het in Den Haag zou smaken.

Het was heerlijk!

Bik serveert niet alleen friet, je kunt er ook vlees bij krijgen: gehaktballetjes, rundvlees, kip Bali of pulled pork. Het vlees wordt bovenop je friet geserveerd, wat ik niet zo’n goed idee vind. Je patat wordt er zompig van en slap.

De eerste keer bestelde ik het varkensvlees. Het was inderdaad lekker gaar (uit elkaar getrokken) en maakte onderdeel uit van een barbecuesaus. Het barbecue-element hierin was naar mijn smaak wel iets te dominant.

De tweede keer nam ik rundvlees. Ik was nu zo verstandig geweest om te vragen of ik de vleessaus in een apart bakje kon krijgen. Dat kon gelukkig.
De zoete aardappelfriet (met Belgische mayonaise!) was heerlijk, maar er zat weer een overheersende smaak in de vleessaus, dit keer die van grove mosterd.
Ik denk dat het gare rundvlees erg lekker was (er zaten ook lekkere groenten in zoals koolraap) maar ik proefde dus eigenlijk vooral de mosterd.

Aanwijzing voor volgende keer: apart bakje voor de saus en laat de mosterd maar weg.

Tong Tongfair:      7

Bik:                          8

Bij de Italiaan

We hadden een heuglijke gebeurtenis te vieren. Mijn oudste zoon heeft zijn studie afgerond. De hoofdpersoon mocht kiezen waar we zouden gaan eten.

Het sprak voor zichzelf dat ik zou betalen, maar ik had hem gevraagd niet te kiezen voor een restaurant waar men op kolossale borden eten serveert dat kunstig in bergjes midden in een plasje is gedrapeerd.

Ik verzocht hem ook een beetje op de prijs te letten. We zijn dan wel post-babyboomers die graag voor hun kinderen blijven zorgen tot die de leeftijd van 40 hebben bereikt, maar het geld groeit ons slechts in kleine denominaties op de rug.

We spraken af in L’ Angolo Italiano. Dit etablissement bevindt zich aan de Scheldestraat in Amsterdam.

 

 

Hoewel ik het Italiaans niet beheers dacht ik de naam van het restaurant wel te kunnen vertalen: de Italiaanse engel. Maar die o zat me een beetje dwars. Is engel niet angelo?

Internet heeft mij gelukkig behoed voor een domme taalfout. Angolo betekent hoek, dus we aten in de Italiaanse hoek.

Het personeel sprak Italiaans, maar gelukkig ook Engels (met die charmante klinker aan het eind van elk woord: Would-e you like-e to order-e?)

We moesten eerst een antipasta kiezen, ik kon veilig aannemen dat dit voorgerecht betekent, want het menu begon ermee. Daarna een primi of een secundi en ten slotte dolci (toetje).

We kwamen erachter dat primi een gerecht was met pasta, en als je secundi koos dan kreeg je een gerecht met aardappeltjes.

Ik koos als voorgerecht carpaccio, een laffe keuze, want dat heb ik al veel vaker gegeten. Ik koos hiervoor om in ieder geval niet het risico te lopen dat ik een octopussenarm op mijn bord zou krijgen (compleet met zuignapjes).
Mijn trouwe lezers weten inmiddels dat ik een zeevegetariër ben.

Mijn hoofdgerecht moest pasta zijn, we bevonden ons tenslotte in een Italiaans restaurant.

 

Quadrelli con Chianina e Cardoncelli servita in salsa di arrosto antico e pomodorini Bio.
Quadrelli, verse pasta gevuld met vlees chianina(tuscan) en paddenstoelen geserveerd in een geroosterde saus

De carpaccio was nogal koud (niet verwonderlijk, want je krijgt het vlees alleen maar zo mooi dun gesneden als je het eerst bevriest) en niet zo bijzonder van smaak.

Het hoofdge-recht was verrukkelijk. De pasta bestond uit gevulde kussentjes bedolven onder een heerlijke saus. Ik ben er niet achter gekomen hoe men die geroosterd had, maar dat deed niets af aan de smaak.

Mijn disgenoten smulden eveneens van hun gerecht, zij haalden me over om ook een glaasje huiswijn te nemen. Heel lekker!

Als toetje nam ik Millefoglie scomposta con crema chantilly. Millefoglie met chantilly crème.
Het bleek een soort soesje te zijn met een heel klein beetje crème. Dat had van mij wel een wat groter toefje mogen zijn.

Omdat ik er inmiddels van overtuigd was dat ik mij moeiteloos kon redden in deze mediterrane omgeving vertrouwde ik erop dat men mijn verzoek om ordinary coffee zou begrijpen. Toen de ober 3 cappuccino en een espresso noteerde voelde ik al nattigheid. De anderen kregen een  grote kop schuimende koffie, voor mij werd een poppenkopje neergezet, dat bovendien nog maar half gevuld was. Voor Italianen is dat kennelijk gewoon.

Mijn zoon had een flinke korting bedongen, waardoor de rekening heel erg meeviel.

Het was een fijne avond en we hebben heel lekker gegeten.

L’Angolo Italiano:       8

Dit is hun website

 

 

Culinaria

Lang geleden logeerden mijn vrouw en ik in een vrij chique hotel. We besloten in het bijbehorende restaurant te eten.

Toen we de menukaart met een elegant gebaar gepresenteerd kregen verbaasde mijn echtgenote zich over het feit dat er geen prijzen achter de gerechten vermeld stonden. Ik begreep er niets van, omdat mijn exemplaar wel degelijk aangaf welk vermogen hier gevraagd werd voor het aangebodene. Voor de prijs van een voorgerechtje zou men elders twee complete menu’s aanbieden.

Het restaurant ging ervan uit dat de man de rekening zou betalen en dat het onnodig was het vrouwtje te vermoeien met financiële details.

Dit gebeurde lang geleden. Vandaag de dag zouden de obers van een restaurant dat een dergelijk paternalistische, seksistische gedragslijn hanteerde met de in fraai kalfsleder gestoken spijskaart om de oren gemept worden.

Ik kan me niet herinneren hoe het eten smaakte, wel dat ik drie keer controleerde of ik wel voldoende geld bij me had.

Restaurant ’t Golfje of de Wigwam?

Ik voel me niet erg op mijn gemak in een duur restaurant.

Gevolg is, dat we bijna altijd terechtkomen in een eetgelegenheid die de status van snackbar net ontstegen is. We kunnen meestal een keuze maken uit een schnitzel, saté of een hamburger. (Er zit gelukkig wel altijd patat bij).
We zaten eens in een strandtent aan de boulevard van Scheveningen en hadden uitzicht op de kok, die omwille van de overzichtelijkheid het eten na het bakken teruglegde op het bordje waarop ook de rauwe producten hadden gelegen.

Smulrol

Ik ontdekte dat de snackbar waar ik vroeger weleens iets haalde als ik moest overwerken, van naam veranderd is. Hij heette destijds “By the Way”, wat ik aanvankelijk wel een grappige naam vond.

Zegt de ene obees tegen de ander: “By the way, vergeet je niet straks nog even een picanto, mexicano en shoarmarol te halen?”

Toen ik erachter kwam dat de eigenaar op deze naam gekomen was omdat zijn eetgelegenheid zich aan de weg bevond, was mijn Anglofiele ziel gekrenkt en besloot ik hem voortaan te boycotten.

Habbekrats en Ooievaar

Niet lang geleden behaalde mijn zoon zijn Hbo-diploma. Om dit te vieren besloten we uit eten te gaan, het feestvarken mocht een restaurant uitzoeken. Toen hij terloops liet vallen dat de eetgelegenheid van zijn keuze gewoonlijk al maanden van tevoren volgeboekt was, werd het mij zwaar te moede. Ik wist al wat mij te wachten stond: grote borden, met een plasje in het midden waarin kunstig een torentje gebouwd is van ondefinieerbare delicatessen.

Nooit een duidelijke, stevige hap.

Het restaurant heette Habbekrats en Ooievaar (of was het: Dagmars en Vandikhout, of Kaagman en Kortekaas?) en bevond zich in een smal steegje vlakbij de Dam in Amsterdam.

Ik keek om me heen toen we naar onze tafel werden geleid: we bevonden ons in een voormalig bedrijfspand, men had nauwelijks moeite gedaan de vroegere functie te verhullen. De muren waren deels bestudeerd ongestuuct gelaten, er bevond zich zwaar metalen hijsmateriaal aan het plafond en hier en daar stond een object met tandwielen en krukassen dat in een vorig leven ongetwijfeld goede diensten had bewezen bij de fabricage van onmisbare voorwerpen.

Ik hoopte natuurlijk tegen beter weten in dat ik een verantwoorde keuze zou kunnen maken (tussen schnitzel, saté en een hamburger), maar we kregen niet eens een menu. De vriendelijke hipster die ons verwelkomde bood ons slechts de keus tussen een vier- en een zesgangenmenu. Omdat hij het helemaal niet over geld had leek het mij prudent om voor het eerste te kiezen. Toen de jongen met het knotje even niet oplette stak ik vier vingers op, om mijn tafelgenoten ertoe te brengen niet te opteren voor de zes gangen.

Ik besloot assertief te zijn en informeerde nonchalant of er wellicht een mogelijkheid bestond te vernemen wat op ons bord verschijnen zou. Toen hij hoorde dat twee disgenoten niet van vis hielden fronste hij zorgelijk de wenkbrauwen. Er zat in elke gang wel iets van vis, maar hij zou met de kok gaan praten om te kijken of er iets te regelen viel.

Ik was erg blij met dit vertoon van soepele klantvriendelijkheid.

Ik wist niet wat ik te eten kreeg en ook niet wat ik ervoor betalen moest, maar de ober zou zijn best voor me doen!

De wijnkaart kwam en mijn zoon liet zien dat hij een man van de wereld was: hij vroeg de sommelier om advies. Die liet zich natuurlijk niet onbetuigd en even later werd er eerbiedig een stoffige fles ontkurkt.

In afwachting van nieuwe grote borden met kunstig gerangschikte stukjes voedsel (in een plasje) probeerden we een gesprek gaande te houden. Dat werd bemoeilijkt door het feit dat alle andere gasten tegelijkertijd hetzelfde probeerden te doen.

Na de vierde gang mocht ik afrekenen. Tijdens de wandeling terug naar het station bedacht ik van welke uitgaven ik het komende kwartaal maar beter kon afzien.

 

Zullen we vanavond thuis eten?

 

Indonesisch eten

Number One Son kwam en mocht vertellen wat we zouden eten.

Hij koos voor Roedjak met saté en Gado-gado.

De Roedjak:

  • Pers een citroen uit en verwarm het sap
  • Los hierin 150 g bruine basterdsuiker op, doe er een theelepel sambal bij en een theelepel ketoembar
  • Een halve komkommer, een blikje mango, een appel en een blikje peer (snijd het fruit in stukjes)
  • Roer door elkaar

De Gado-gado:

  • Bedek de bodem van de schaal met stukjes komkommer
  • Bak witte kool en een bakje taugé, voeg op het laatst een handje voorgekookte specieboontjes toe (doe er ketjap bij en wat zout)
  • Snijd twee gekookte eieren in plakjes
  • Verdeel de roergebakken groenten over de schaal, leg hier de plakjes ei op
  • Gado-gado saus is het best (zitten stukjes pinda in), maar ik had alleen gewone satésaus (Wijko)
  • Giet de saus over de ingrediënten in de schaal en strooi er wat gedroogde gebakken uitjes over

Saté:

  • Maak een marinade van olie, sambal en uitgeknepen knoflook. Beetje zout.
  • Snijd de kip in blokjes en rijg aan de spiesjes, marineer
  • Leg de stokjes op de grill, (ik heb er één die ook tosti’s kan maken, een dubbele) keer regelmatig
  • Gewoon dezelfde satésaus erbij, merkt niemand

IMG_1108 (1)

Ik serveerde de gerechten met witte rijst, als je nasi neemt is het overkill.

We dronken er een glaasje cider bij.

Lekker! De zoon komt vaker.

Vegadag

mooi gedekte tafelOp donderdag eten we geen vlees, het is onze vegadag. Vis mag wel, want vis kan je niet bij de slager kopen. Ik houd niet van vis, maar maak een uitzondering voor vis met een korstje, zoals de visstick.

Ik moet dus op donderdag creatief zijn met champignons, groenten, noten en kaas. Ei mag ook, want dat is nog geen dier.

Ik maakte een taartje van bladerdeeg met een vulling van prei, cashewnoten en kaas. Ik heb twee ovenschaaltjes die precies het goede formaat hebben.

Bij dit gerecht  horen gefrituurde aardappelblokjes.

  • Snijd de prei (1 prei voor twee personen), was en bak even (om het meeste vocht te verdampen). Zout erbij en nootmuskaat.
  • Maak een sausje van crème fraîche , ei en geraspte kaas.
  • Vet de ovenschaaltjes in en leg een uitgerekt plakje bladerdeeg op de bodem.
  • Doe de prei erin, wat gehakte cashewnootjes en het eimengsel.
  • Dek het schaaltje af met het andere plakje bladerdeeg, gebruik een kwastje om de bovenkant  te besmeren met het restje eimengsel dat in de schaal achterbleef.
  • Zet in de oven en bak 20 minuten bij 200°.
  • Snijd intussen twee aardappels in dobbelsteentjes en frituur deze in olie. Zout.
  • Als het goed is zijn de dekseltjes van de taartjes inmiddels bol gaan staan, het  lijkt wel of je soufflés hebt gemaakt.
  • Serveer op aantrekkelijke wijze. Eet smakelijk en weet dat de vleesconsumptie mondiaal teruggebracht wordt met 14% als iedereen jouw voorbeeld volgt.

IMG_0158Ik wilde dat mijn opgediende gerecht eruitzag zoals op de foto bovenaan dit bericht, maar in het echt zag het er zo uit.
De jury zal wel weer gaan zeuren over het gekreukte tafelkleed, maar er is nu wel een feestelijk servetje!

Een eclectische maaltijd

Ik houd er niet van voedsel weg te gooien. Aan de ene kant is dat moreel verwerpelijk (inderdaad, elders op de wereld sterven mensen van honger), aan de andere kant is het een teken dat je niet goed gepland hebt.

Ik houd van goed plannen: voldoende inkopen (maar niet teveel) en als je dan toch iets overhoudt er iets lekkers van maken.
Ik noem het resultaat dan een een eclectische maaltijd, dat klinkt een stuk beter dan “kliekje”.

Ik had nog een half pakje spekreepjes en een bakje champignons, in de kast lag een restje tagliatelle en wat doet een kok met twee pasteibakjes?
In een opwelling had ik een eetrijpe avocado meegenomen, die moest ook op. Onderin de vriezer zat een aangebroken zak diepvrieserwtjes.

Tagliatelle à la carbonara met champignonpasteitje en avocado.

Van een ei en crème fraîche (okee, die had ik speciaal gekocht) en een restje geraspte kaas maakte ik de basis voor de carbonara.
Ik bakte de spekreepjes uit.
In een roux van spekvet, bloem en bouillon deed ik gebakken champignons en ui en de spekreepjes. Dit was de ragout voor in de pasteibakjes.

Ik prakte de avocado en deed er twee teentjes knoflook uit de pers en een lepel mayonaise bij. Verder voegde ik een handje cashewnootjes toe, die ik uit een zakje gemengde noten gevist had en daarna fijngehakt. Ik gooide er ook een klein beetje van de uitgebakken spekreepjes bij en bracht het geheel op smaak met cayennepeper.

Ik roerde de gaargekookte tagliatelle door het ei-crème fraîche mengsel en deed hier nog wat gebakken champignons doorheen. Van een oud ander recept had ik onthouden dat verse doperwtjes hier ook erg goed bij smaken. Ik had een handje meegebakken met de champignons. Peper en zout.

IMG_1106

De jury gaf dit eclectische gerecht een  8 ½! Het was geen negen omdat het tafelkleed een beetje gekreukt was en omdat het arrangement van bord en bestek beter had gekund.

Roti

Niet altijd patat

De eigenaresse van onze plaatselijke snackbar was Hindoestaanse. Op de menukaart stond behalve de gebruikelijke frituurwaar ook roti.
Je kon kiezen: kip of varkensvlees en gewoon of heet.

Ik koos meestal voor de hete varkensvleesvariant, jammer genoeg was hier te weinig vraag naar. Na verloop van tijd kon je alleen nog kip krijgen.

De snackbar kwam in andere handen en dit smakelijke onderdeel verdween van het menu. Er zat niets anders op dan zelf roti te maken.
Ik gebruik gaar varkensvlees (ik bewaar altijd een aantal porties in de vriezer) of kipfilet (geen plofkip). Rotivellen koop ik bij de toko.

DSC_0176

Kook de aardappelen, de snijbonen en de sperziebonen gaar. Kook het eitje vijf minuten. Pel het ei.
Bak het vlees en doe er flink wat sambal bij. De aardappelen en het eitje (ja!) moeten ook nog even gebakken worden, strooi hier kerrie op.
Schik alles bovenop het rotivel, het is fijn als je nog wat jus hebt, anders is het gerecht erg droog.
Er hoort nog gesneden komkommer bij, waarop je een schepje suiker hebt gedaan.

Dit gerecht is goedgekeurd door onze Surinaamse vriendin T.    Lekker!